Acer. Esdoorn.

 

Uit J. Saint-Hilaire.

 

Algemene vorm.

Deze familie omvat grote of kleine bladverliezende bomen of grote struiken, 10-40m, enkele vormen zijn blad houdend..

Ze hebben bladeren die tegenoverstaand zijn, enkelvoudig en dikwijls gelobd, 3-9, geveerd of driedelig.

Bloemen zijn 1 of 2slachtig, klein en regelmatig, meestal met 8 of 4-10 meeldraden, vruchtbeginsel is bovenstandig en 2-3hokkig. Vruchten met afstaande vleugels (Acer) of geheel door een vleugel omgeven. (Dipteronia)

2 geslachten, Dipteronia, en meer dan 150 soorten komen voor die gewoon zijn in de berggebieden van het noordelijk halfrond. In Europa wordt de familie vertegenwoordigd door verscheidene soorten van Acer. Ze worden ook gevonden in China en Japan, de meeste komen voor in N. Amerika. Niet een is er inlands op het zuidelijk halfrond. Sommige fossiele soorten zijn ontdekt.

De familie is nauw verwant met de Sapindaceae waarmee het vroeger was verenigd en waarvan ze verschilt door de bladeren, de vruchten en bloemen.

 

Acer verzamelingen, aceretums, komen in veel arborea over de hele wereld voor, zoals in de "five great W's" in England: Wakehurst Place Garden, Westonbirt Arboretum, Windsor Great Park, Winkworth Arboretum en Wisley Garden. In de United States de aceretum te Harvard eigenaar Arnold Arboretum in Boston. In het aantal soorten en cultivars is het Esveld Aceretum in Boskoop de grootste in de wereld. Ook zijn er veel in het Gimborn Arboretum te Doorn.

 

Acereae, esdoornfamilie of zeepboomfamilie: Sapindaceae.

 

Geslacht.

Talrijke fossielen van de gemakkelijk herkenbare zaden en bladeren bewijzen dat de esdoorn in de noordelijke streken al in het tertiair voorkwam. Langzaam drong hij door naar het zuiden en werd een boom van Midden Europa. In N. Amerika bleven de oude vormen het best bewaard terwijl rondom de M. Zee, de Himalaya en O. AziĎ veel nieuwe vormen ontstonden.

Ongeveer 125-250 soorten komen voor in N. Amerika, AziĎ, vooral centraal en O. AziĎ, Europa en N. Afrika. Ook zijn er verschillende hybriden.

De meeste esdoorns zijn bladverliezende boomvormen en zelden struikvormig. Ze zijn zeer geschikt als park-, laan- of straatboom. Meestal zijn ze goed winterhard en bestand tegen vuile lucht. Ze groeien op elke bodem, mits niet te arm of te nat. Op goede grond vormen ze een diepgaand wortelgestel. Ze verdragen lichte schaduw, de Spaanse aak groeit zelfs op beschaduwde plaatsen.

Ze hebben tegenoverstaande bladeren en knoppen. Door die dubbele knoppen hebben ze de neiging tot het vormen van dubbele toppen als de eindknop beschadigd is.

Het geslacht is rijk aan soorten met meestal enkelvoudige handvormige, gelobde en gesteelde bladeren en slechts enkele met een uit 3-7 blaadjes samengesteld blad. De bladeren zijn gewoonlijk groot en tegenoverstaand. De bladeren maken gemakkelijk een purperen kleurstof, vooral A. pseudoplatanus is daar bekend om. Bij sommige cv’s zijn die bladeren dan ook zeer opvallend door de vorm en de kleur, of in de herfst wegens de schitterende herfsttooi. De bladeren "branden" zichzelf weg in de herfstgloed. Het blad wordt nogal eens aangetast door een zwam, Rhytisma acerinum, die zwarte vlekken veroorzaakt.

De vroegbloeiende soorten zijn vaak zeer opvallend omdat de zacht gele bloemen in grote getale te voorschijn komen en zo de boom een bijzonder effect geven. De geur is onaangenaam, ze worden dan ook bezocht door aasvliegen.

De gevleugelde tweedelige nootvruchten, propellertjes, zijn kenmerkend. De hoek die de vleugels ten opzichte van elkaar maken is, naast de vorm van de vruchtjes en de ligging daarvan, een belangrijk kenmerk voor het onderscheid van de soorten. Bijna alle soorten hebben in het voorjaar een sterke sapstroom waardoor ze in die tijd door verwonding sterk kunnen bloeden. Ook hebben de meeste soorten een dunne bast en hebben gauw last van verbranding als de zon op de stam kan schijnen.

Ze staan onder het beheer van Jupiter.

 

Groep Campestria.

Bladeren zijn enkelvoudig en handvormig gelobd en zelden groter dan 12cm, 3-5lobbig, die zijn  gaafrandig of wat bochtig groot getand, de top loopt min of meer stomp toe. Bloemen staan in kort gesteelde opstaande trossen. Meeldraden zijn aan de binnenkant van de schijf geplaatst.

 

1.

=Acer monspessulanum, L (uit Montpellier) Blad is 2.5-7cm lang en ongeveer even breed, matglanzend donkergroen en van onderen meer blauw/groen, leerachtig en gaafrandig, drielobbig, de top van de lobben is stomp.

Bloemen zijn lichtgeel in eerst opstaande, later overhangende trossen.

Vruchten zijn kaal, de vleugels lopen parallel en zijn iets rood getint.

Een hoge struik of kleine boom met onregelmatige kroon. Wijkt van de Spaanse aak af door de meer gedrongen groeiwijze en het ontbreken van kurk op de twijgen, verder door de zuiver 3lobbige bladeren.

Komt uit Midden en Z. Europa en W. AziĎ, wordt 8-10m hoog. Beschreven in 1739. Lijkt veel op Acer campestre, maar heeft helder sap in zijn twijgen dat melkwit is bij campestre.

Montpelieresdoorn, montpelier maple, Französischer Ahorn, Burgen-Ahorn.

 

2. uit J. Sowerby.

 Acer campestre, L. (van het veld) Bescheiden zijn de drie/vijflobbige bladeren van 5-10cm lang die wat stomp en spaarzaam zijn ingesneden met zacht behaarde achterkant. De dunne bladstengels zijn rood. De jonge bladen zijn donzig en met ouder worden donker, smoezelig en krijgen een geel/bruine schaduw van groen. Soms lopen ze rood uit en in een gunstige herfst branden ze zichzelf weg in lemongeel of doodgoud. Het blad is wel wat gevoelig voor meeldauw.

Jonge scheuten leveren een witte latex.

Knoppen zijn veel schubbig.

Opgerichte en zacht groene bloemtrossen verschijnen in april/mei.

De vleugels van de zaden groeien uit tot twee bladen van een propeller, die worden aangedreven door de wind, weg van de schaduw van het ouderlijke huis.

Ze kunnen tegen zon als schaduw en groeien vrijwel in elke grond, slechter op arme en droge zandgrond en natte grond. Kunnen tegen verharding en bestand tegen zout en luchtverontreiniging, ook tegen zeewind. Daarom zie je ze langs de snelwegen, in bossen en hagen. De Spaanse aak is een plant die zich laat onderdrukken en gezelschap zoekt van dorens, bramen en andere dichte struiken. De plant lijdt in stilte en neemt alles lief, noem maar op, de Spaanse aak groeit er. Tegen de kou heeft ze zich gewapend met kurklijsten, een opvallend kenmerk.

De Spaanse aak is struik en boomachtig, als struik is het gewoonlijk een 3-6m. hoog, als boom komt die tot een 12m. met een onregelmatige, min of meer rondachtige kroon.

De Spaanse aak is inheems in Midden Europa en het M. Zeegebied tot West AziĎ en groeit in het Beierse woud tot 800m. hoogte. Groeit in loofbossen op zware en vochthoudende gronden.

 

Vormen.

Toch wil de struik nog wel eens zijn hoofd verheffen en tot boom opgroeien. Uit zulke bomen zijn selecties gewonnen die hun verdere leven als boom mogen groeien.

De bekendste is wel de cv. ‘Elsrijk’. Die groeit op tot 12m met donkergroene bladeren die iets kleiner zijn dan de soort. Vormt een dichte en brede kegelvormige kroon. ‘Elsrijk’ werd gevonden door C. Broerse in de wijk Elsrijk te Amstelveen. De boom werd in 1959 geregistreerd.

Een andere vorm die ook gevonden werd door Broerse is de ‘Zorgvlied’, en is zo genoemd naar de vindplaats, de Amsterdamse begraafplaats van die naam. Die heeft een wat smallere kroon met groter blad.

De soort wordt gesplitst in twee typen, namelijk de Acer campestre hebecarpum, DC en var leiocarpum, Tausch. De eerste heeft behaarde vruchten terwijl ook de bladeren aan de onderzijde dichter behaard zijn, de laatste heeft geheel kale vruchten.

Tot de behaard vrucht vorm kunnen gerekend worden ’Angustifolium’ met zeer diep gelobde bladeren en zeer smalle lobben, ‘Albovariegatum’ met wit bonte bladeren.

Tot het tweede type behoort “Pulverulentum’ die dicht behaarde twijgen, bladstelen en nerven heeft, blad is groot en wit gespikkeld, soms wel gevlekt.

’Nanum’ blijft zeer laag en vormt een dichte struik van 1.5-2m hoog. Bladeren zijn kleiner dan bij het type en doorgaans 5lobbig en spits toelopend.

 

Uit Bock.

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: 1Naam, etymologie.

Vele namen zijn naar de grote Acer, zie daar.

(Dodonaeus)  (a) ‘Kleine Acer wordt in het Latijn Acer minor genoemd. Men gelooft dat hij in het Grieks Glinos plag te heten’. Kleine esdoorn heet cleyne acer bij Dodonaeus en kleiner Milchahorn bij Bock.

(b) Naar de groeiplaats. Veldesdoorn is de Engelse hedge maple of field maple, Franse erable champetre en aceraille, Duitse Feldahorn, Italiaanse acero commune piccolo en acero dei boschi.

(c) Spaanse aak, zie bij Acer platanoides.

Dodonaeus (d) ‘Het wordt in Brabant boogh-hout genoemd.’ Ook wordt het wel booghout genoemd omdat het hout zeer geschikt is om er bogen van te maken en lansen, zie Duitse Bogenholz of Peitschenholz en ook Schreiberholz.

Dodonaeus (e)  ‘De kleinere soort, zegt dezelfde Clusius, is kleiner van bladeren en sterker van hout, dikker van schors en wordt in het Hongaars ihar fa genoemd, in het Frans erable, hoewel dat sommige Fransen het kwalijk sycomorus noemen’.

Dodonaeus (f) ‘ Beide heten in ItaliĎ acero, in Spanje el azre en Crescentius noemt ze Acerus of Azerus.’

(g) Verbonden met de vlier, Feldmasholder, Wasserbaum naar Gelderse roos?

(h) Duitse Binnbaum = vroeg bloeiende bijenboom.

(i) Met els of Alnus, Duitse Eperle, Epeller of Erlebinnebaum.

(j) Stand van de takjes, Duitse Kreuzbaum.

Dodonaeus (k) ‘In Duitsland Essdorn of Ahorn, onze ahornboom of effendoorn.’

(l) Overig in Duits, Schmeile, Schmerle of Smerle, is dit van poetsen of slijpen naar het gebruik van zijn hout als schalen of koppen? Effentenholz, Brookelhoern.

(m) Het hout is licht- tot roodbruin. Het taaie, harde en vaak zeer mooi gemarmerde hout werd veel gebruikt. Vooral van het hout dat veel kwasten bezit maakten de Fransen schaakborden, het is ideaal draaihout. Het hout werd wel gebruikt om er harpen, luiten en violen van te maken waardoor dit hout ook wel luiten- of violenhout werd genoemd.

(n)  Engelse dog oak: minderwaardige eikenboom.

(o) De boom heeft een bijzondere naam al vanaf de vroegste tijd af aan. ‘In Hoogduitsland Maßholder, Maszholder en Mals-holtz, Engels master tree. In het oud-Hoogduits komt Mazzaltra of Mazzoltra voor, in midden-Hoogduits was dit Mazzalter of Mazzolter, Maasweller en nu Masholder. Op de oude naam Mapoldr berust het oud-Saksisch Mapulder, oud-Noors mopurr, Keltisch mapwl, Angelsaksisch mapuldre en mapeltreow en Engelse maple tree, onze maashornboom of maashout. In Engeland zijn er verschillende plaatsen naar genoemd als Mapledurham, Maplestead, Mappowder en Mappledore. De plaats Meppel heette in 1298 ‘Apud Mappel’.

Naar een onwaarschijnlijke Duitse verklaring zijn er in het oud-Hoogduits twee hoofdwoorden die hetzelfde namelijk eten of maaltijd betekenen.

De eerste is Muos, die aan het Angelsaksische mos beantwoordt wat als mus, moes behouden is.

In het woord Masholder (vergelijk Engelse maser-tree) steekt het andere woord voor eten, wat in oud-Hoogduits en midden-Hoogduits Maz voorkomt. In het Gotische is dit eten mats, in oud-Noors matr, Angelsaksisch meti en het latere Engelse meat, waar het een betekenisverandering kreeg, vanuit spijs werd het de hoofdspijs of het vlees. Naast het Gotische mats staat het woord matjan: eten,  Germaanse matlu behoort meer tot oud-Saksisch mat: eten, zie Maslieb en Mettwurst.

Wat de Masholder betreft, de struik heeft zich zonder twijfel als spijzenboom onthuld. Hierover verbaasd zou men kun­nen vragen wat men aan deze boom aan eetbaars gevonden heeft?

De bladstelen en jonge knoppen geven een sap. Daarom werd het jonge loof verzameld en na een zuurkruidgisting gekookt waaruit een aangename drank en een zoetstof gewonnen werd. Zou dit nog een verbinding kunnen hebben met de mede? Het honingrijke sap van de gouden dagen, de Spaanse aak bevat ook meer suiker dan de Noorse esdoorn.

Maar in het Engels komt de naam masertree voor en in midden-Nederlands was het maserijn of maeser, midden-Latijn maserinus. Dit woord hoort bij het oud-Hoogduits Masar: kwast of knoest, Angelsaksisch maser: knoest in hout en oud-Noors mosurr is verwant met Latijn macula: vlek, de knoesten in het hout. Het is de knoestenboom. In oude tijden was het hout met zulke knoesten veel waard bij de draaiers en houtartiesten.

Mazer heette ook die dunne schalen of bowls. Die werden gedraaid uit het hout van de esdoorn. Mooie mazers waren gemaakt van het knoestige hout en zo dun dat ze het licht door lieten. De beroemde drinknappen die zoveel geprezen werden in de middeleeuwen waren hoofdzakelijk van deze boom gemaakt. Ook werden ze wel gemaakt van de es en walnoot. Een zeer mooie en grote mazer uit de tijd van Richard de Tweede is afgebeeld in de ‘Archaeological Journal’ uit 1845. Het materiaal is van esdoorn, de rand van zilver draagt een spreuk:

‘In the name of the Trinity

Fille the kup and drinke to me’.

Grappige spreuken, in Engels of Latijn, verhalen over vrede en goede wil en zijn vaak ingegraveerd in de rand. Of de populaire maar mystieke St. Christoffel is ingegraveerd in de bodem en komt in al zijn grote proporties voor de ogen van de drinker zodat die hem de zekerheid geeft dat op deze feestdag hem in elk geval niets zal overkomen. (Sint Christoffel moest je elke dag gezien hebben, dan kon je niets overkomen)

Spenser geeft  er een beschrijving van:

‘(A mazer ywrought of the maple warre) Een kop gemaakt van esdoorn hout.

(Wherein is enchased many a fayre sight) Waarin is ingegraveerd mooie tekens.

(Of bears and tygers, that maken fiers warre) Van beren en tijgers, die krachtig strijden.

(And over them spred a goodly wilde vine) En over hen spreidt een weelderige wijnstok.

(Entrailed with a wanton yvy twine) Omstrengeld met een klimoptwijg.

(Thereby is a lambe in the wolve’s jawes) Er is een lam in wolventanden(But see how fast renneth the shepheard swain) Maar zie hoe snel de schaapherder rent.

(To save the innocent from the beaste’s pawes) Om het onschuldige dier uit de klauwen van ‘t beest te redden.

(And here with his sheepehooke hath him slain) En hier slaat hij hem met zijn herdersstaf.

(Tell me, such a cup hast thou ever seen?) Vertel me, heb je ooit zo’n mooie kop gezien?

(Well mought it become any harvest queen?) Het zal goed zijn voor een oogstkoningin’.

 

Hout.

(213) Men kende in dit hout een tekening dat aan pauwenveren deed denken, de boom heette dan ook pavonius: pauw. Pauwenhout vanwege het draaien van de zilveren nerven dat in het hout vele knopen maakt als de ogen van de vogel (bird's eye) Behalve om die merkwaardige tekening was het ook om zijn kleur, hardheid en weerstandsvermogen tegen druk en vochtigheid bekend. Het hout werd gebruikt voor schotels, koppen en bekers voordat aardewerk werd gebruikt. De draaiers gebruikten graag dit hout vooral vanwege de nerven die knoddig en krom zijn. 

Esdoornhout heeft een blanke en bijna witte kleur en een fraaie zijdeachtige glans. Het is zwaar, s.g. 0.8, hard en regelmatig van bouw, de vaten (poriĎn) zijn met het blote oog niet te zien. Het werkt matig, maar de duurzaamheid is gering zodat het voor buitenwerk niet geschikt is. Als fineer- en inleghout waren de "laminae" van de esdoorn zeer gewaardeerd. Ook aanligbedden, zetels, tafels, schrijftafels en allerlei kunstzinnig draaiwerk, dit laatste vooral uit de mooi geaderde wortelstukken, verder zelfs beeldzuilen en jukken voor trekdieren.

Culpeper vermeldt de maple tree onder het beheer van Jupiter. Verder dat een aftreksel uit de bast of bladen de lever sterkt.

 

Sage.

De Hongaren vertellen hoe een knappe koningsdochter verliefd werd op een herder die haar betoverde met een esdoornfluit. Die dochter ging met haar twee zusters het veld in om de eerste aardbeien te plukken. Hun slechte, oude vader had meer belangstelling voor zijn eten dan voor zijn koninkrijk en kinderen zodat hij de kroon beloofde aan de eerste die met een volle mand vruchten terug zou komen. De mand van het blonde meisje was het eerst gevuld en haar kansen werden steeds gunstiger en de brunettes werden jaloers. Ze vermoordden haar en verdeelden de vruchten tussen hen en kwamen terug met een verhaal dat ze opgegeten was.  Klagend waren de woorden van de koning, klagend was ook de fluit van de herder op de heuvel want hij mocht blazen wat hij wou, het esdoornhout maakte geen geluid, nog verscheen zijn liefste. Op de derde dag passeerde hij de esdoorn waar de prinses begraven was en merkte op dat er nieuwe jonge scheut ontsprongen was. Hij sneed de tak af en maakte een betere fluit die al begon te zingen toe hij die aan zijn lippen zette, niet in woordloze tonen maar in echte woorden: ‘speel liefste, speel! Eens was ik een koningsdochter, dan een esdoornscheut en nu ben ik een fluit”. Verbaasd vloog hij naar het paleis vroeg audiĎntie aan bij de koning die ook zeer verbaasd was, dit mocht hij ook wel zijn want toen hij de fluit aan zijn mond zette hoorde hij zeggen: “Speel, mijn vader, speel! Eens was ik een koningsdochter, toen een esdoornscheut en nu  ben ik een fluit”. Om zeker te zijn riep hij zijn dochters en commandeerde dat zij op het instrument zouden spelen, maar bij elk riep de fluit, ‘Speel moordenaar, speel! Eens was ik een koningsdochter, dan een esdoornscheut, nu ben ik een fluit”. De koning realiseerde wat dit betekende en verdreef zijn dochters uit zijn kasteel. De herder ging terug naar zijn kudde en verdreef zijn eenzaamheid met de stem van zijn geliefde.

Esdoorns zijn goed toonhout, of een hout dat het geluid goed laat klinken en wordt in veel muziekinstrumenten gebruikt als gitaren en drums. Het geeft een resonantie bij een lichter gewicht dan veel ander hout dat in de nek wordt gebruikt als rozenhout.

 

Uit www.boga.ruhr-uni-bochum

Acer x zoeschense Pax. =(Zoeschen in de buurt van Merseburg, Duitsland)  kruising van campestre x lobelii (Acer neglectum) (veronachtzaamd) vooral de cv. Annae wordt geteeld. Bladeren zijn zeer ongelijk van grootte, soms zijn ze zeer klein en lijken op campestre maar gewoonlijk groter en 7-12cm lang, 8-14cm breed, matglanzend donkergroen en van onderen ook wat glanzend en iets lichter getint met baarden in de oksels van de nerven, 5lobbig aan 12cm lange bladstelen, lobben lopen puntig toe met 2 grote tanden.

Bloeit in mei met groen/gele bloemen.

Vruchten met bijna horizontaal afstaande vleugels zijn tot 3cm lang.

Een kleine boom met geel/bruine twijgen die aan de top grijs viltig behaard is.

 

3. Uit Netscype geographic.

Acer opalus, Mill.  (met blad als Gelderse roos, oude Latijnse naam voor de esdoorn) Bladeren zijn 6-10cm lang en bijna even breed, dof donkergroen met blauw/groen achterkant met 5 aan de bladsteel ontspringende nerven.

Jonge twijgen zijn bruin/rood en onbehaard.

Knoppen zijn spits eivormig en min of meer aanliggend, de eindknop is groot met iets afstaande schubben.

Bloemen zijn lichtgeel of groen/geel en staan aan het eind van de korte zijtwijgen.

Vruchten zijn rond met een vleugel en tot 3.5cm lang.

Komt uit Z. Europa en wordt 10-15m hoog. Is beschreven in 1823.

 

 

 

 

Uit www.BioLib.de.

Subsp. obtusatum (stomp bladig) komt ook uit Z. Europa en wordt 6-12m hoog.

Komt bij ons iets meer voor dan voorgaande.

Wijkt van de vorige af doordat de eindknoppen groter en viltig behaard zijn.

Bladeren zijn tot 13cm lang en bijna even breed, de onderzijde is blijvend spaarzaam behaard, de nerven zijn zeer sterk ontwikkeld en meestal 5lobbig, ook bijna 3lobbig met een gave bladrand die hier en daar zwak getand is.

 

Naam.

Italiaanse esdoorn, Engelse blunt lobed, Italian maple of Hungarian, Duits Schneeball-Ahorn.

 

Groep Platanoidae.

Bladeren zijn meestal groter dan 12cm en handvormig gelobd, 5-7lobbig, gaafrandig of bochtig getand, lobben en tanden zijn scherp toegespitst. Meeldraden zijn meer naar het midden van de schijf geplaatst en niet langer dan de kroonbladen, vruchtbeginsel is kaal en zelden behaard, vruchten zijn niet bolvormig.

 

Uit O. Thome.

5. Uit J. C. Krausse.

 Acer platanoides, L. (plataanachtig) Let bij deze boom op het openbreken van de grote zilveren nagels en het ontplooien van de bladeren en op hun stand aan de takken. Het blad is 10-18cm lang en 12-22cm breed, zwakglanzend donkergroen, van onderen iets lichter en glanzend met baarden in de oksels van de nerven, 5lobbig en soms 7, bochtig getand, tanden en lobben zijn scherp toegespitst.

Jonge twijgen zijn glanzend rood/bruin.

De bloemen vallen ondanks de weinig sprekende groenachtig/gele kleur voldoende in het oog, want zij zitten aan grote recht opstaande trossen en gaan open voordat er bladeren aan de boom zijn. De esdoorn is het symbool van terughoudendheid, reserve, vanwege de onopvallendheid van de bloemen.

Is de bloem uitgebloeid dan ontstaan er op het vruchtbeginsel twee randen die spoedig uitgroeien tot grote vleugels. Bij rijpheid splitst die zich in tweeĎn wat in elk dik deel een zaadkorrel bergt. Als die afvalt komt die vrucht in een draaiende beweging zodat die vele malen langzamer naar beneden gaat dan een zaadkorrel van dezelfde grootte en heeft de wind de gelegenheid het vruchtje verder weg te voeren. De esdoorn is een vliegkunstenaar, een bezoekdag aan dit vliegveld der natuur toont ons honderden en duizenden piloten in training. In wedstrijdvliegen is de prijs voor de hoogst en verst vliegende, de verzekering van leven. Op zo'n hoogzomernamiddag als de lichtste luchten schijnen, die de droogte nog vermeerdert, dan vinden deze wedstrijden plaats.  Het zaadje ligt de gehele winter plat op de grond en in het voorjaar, als de wortels beginnen te groeien, steekt elk zijn vlag op in een rechte positie alsof het zeggen wil, hier ben ik. Van deze zigzaggende vleugels tref je er soms duizenden aan in een vlak gazon.

De boom kijkt wat nors van 30m hoogte op ons neer. Als echte noorderling is de Noorse esdoorn wat stugger van bouw dan zijn zuidelijke familielid. Deze Viking is wat woester, ruiger en forser, in zijn dikke knoppen wat rood aangelopen en aanliggend. Die knoppen bezitten melksap wat de zuidelijke vorm Acer pseudoplatanus  mist. Heeft ook wat scherper gevormd blad met meer lobben, ook tekenen de nerven zich scherper af, vooral aan de onderkant. De zuiderling heeft meer roodkleuringen aan de onderkant.

De Noorman heeft zich goed verankerd in zijn standplaats, rooft als een echte Viking het voedsel weg van het grasveldje en breekt met zijn voeten dwars door paden heen. Stam is kaarsrecht waar al spoedig lengtestrepen op zitten zo dat je oude bomen ziet met een zware schors en fijne scheuren, niet afbladderend. Vrijstaande bomen vormen een brede kroon met schuin naar boven gerichte takken. Een groep van zulke bomen kan je wel op 12m uit elkaar planten.

Kan op wat drogere gronden groeien en is beter bestand tegen rook en stof (beplanting in steden) maar kan de zeewind wat minder verdragen. Op vochtige of veenachtige grond groeit het de eerste jaren goed maar als de boom ouder wordt sterft de kroon al gauw in en verliest het in het najaar al gauw de bladeren.

De Noorse esdoorn is afkomstig uit noordelijker streken, Zweden en Noorwegen tot 63ste graad N. B en vooral in berggebieden. Gaat verder naar het noorden dan Acer pseudoplatanus. Is beschreven in 1683.

 

Vormen.

Ruwweg zijn er twee groepen, de ene waarin de bladeren opmer­kelijk zijn ingesneden en de ander vanwege de kleur van de bladeren.

Globosum’ is de kogelesdoorn, de Duitse Kugelahorn, met een bolrond hoofd. Geeft deze boom de ruimte anders wordt de bol door vrachtwagens gesnoeid. De bolesdoorn wordt op een hoogstam van 2,5m geĎnt. Het blad is helder groen en bij het uitlopen iets roodbruin. Een Nederlandse productie, 1878, door A. de Vos. Het beste is om de boom niet te snoeien.

Drummondii’ is een traag groeiende boom die een dichte kroon vormt. Deze boom wordt een 12m hoog. Het blad is omzoomd met een regelmatige roomwitte rand. Takken met groene bladeren ontsieren de boom en moeten dus verwijderd worden. Gewonnen in 1903 te Engeland.

Crimson King’, de rode koning, kleurt al bij het uitlopen glimmend donkerrood wat later bruinrood wordt. De kroon is kegelvormig en wordt tot 12m. Gewonnen omstreeks 1936 in Frankrijk.

Emerald Queen’, is de koningin, die bruin roze getint uitloopt, later wordt haar kruin donkergroen. Een snelle groeier die al vlot op 20m zit. Deze esdoorn is afkom­stig uit Amerika.

Faassens Black’ is een Belgische bruinrode vorm uit 1936 die later zeer donker purperbruin wordt en sterk glanst. Dit is eveneens een flinke groeier die naar 15m gaat met een dichte en ongelijke kroon. Lijkt wat op ‘Crimson King’.

‘Schwedleri’ heeft het jonge blad bruinrood wat bij ouder worden gewoon groen wordt, maar in de herfst weer een bronsgroene tint aanneemt. Een zeer goede en mooie boom van 15m. met een opgaande min of meer afgeronde kroon. Te gebruiken als park/straatboom. Deze boom is in 1869 in Duitsland gewonnen.

’Laciniatum’ groeit zeer langzaam met zeer diep gelobde bladeren die weer fijn ingesneden zijn. Eagle’s claw maple.

 

Naam, etymologie.

(Dodonaeus) (a) ‘Acer heet in het Grieks Sphendamnos en in het Latijn Acer’.

De naam Acer is niet afkomstig uit het Latijnse acer,  pas later werd deze boom Acer genoemd. Het werd eerst gezien als een soort plataan.

Naar de hoekige gevleugelde vrucht, die wel ackar of eckar genoemd werd, (zie eik) werd de boom oorspronkelijk wel achar genoemd, zoals in Spaanse aak en de namen agerl, dan aharen en ahorn. Dit woord zou afkomstig kunnen zijn van het Latijnse acernum (us) Of van acer ingenium omdat er ingenieus werk van gemaakt werd.  A. Munting zegt dan ook: ‘Booghout, in Latijn Acer omdat deze door zijn deugdelijk hout het verstand van de kunstenaars verscherpt en verbeterd waarom ook de Grieken van deze boom het bewonderenswaardige paard van Troje maakten door wiens aanschouwen de Trojanen verbaasd stonden en het tot een gedenkteken in de stad haalden. Daardoor konden de Grieken die mooie en machtige stad die ze na een tienjarige belegering niet krijgen konden veroveren en tot het fundament toe verbranden zoals van vele de mening is en zoals Curtius Symphorianus in de voorreden van zijn vijfde boek bevestigd wordt.’

Als oer-Germaanse vorm geldt ahira. Keltisch ac betekent een punt, Indo-Germaanse wortel akr of ak: heeft de betekenis van scherp of spits naar de hardheid van het hout dat vroeger gebruikt werd voor speren, lansen en andere scherp puntige instrumenten, zie Duitse Hornbaum. Het kan ook zo genoemd zijn naar de spits uitgesneden bladeren. 'Bellonius schrijft hiervan dat de zaden van plane op een loere of op dat gevleugelde gereedschap lijkt daar de valkeniers hun valken mee plegen weer te roepen’.

Het woord acer is mogelijk verwant met Hebreeuws cheren: hoorn, de n is onderdrukt en als klinker komt a voor c. In de Vedische taal komt akra voor en een Griekse akarna is overgeleverd. Als aak in verband staat met oud-Indische naga: boom, kan de grondbetekenis ‘uitgeholde boomstam’ zijn. Naar nog een andere verklaring is Acer afgeleid van het Griekse woord voor sprinkhaan naar de gevleugelde vrucht, de Griekse naam voor campestris betekent dan ook slinger. De naam Acer werd het eerst voor dit geslacht gebruikt door de Franse botanist Joseph Pitton de Tournefort in 1700.

Dodonaeus (b) ‘Het grootste geslacht heet in het Latijn Acer major, dat is grote Acer, en in Hoogduitsland Ahorn of Waldtschern, in Bohemen Breckt en dit is hetgeen dat in het Grieks eigenlijk Sphendamnos genoemd wordt en in het Latijn Acer. In het Engels maple wich te graeter leafe’.

Dodonaeus (c) ‘In Frankrijk noemt men het plasne en daardoor is het gekomen dat sommige deze boom in het Latijn Platanus genoemd en voor de echte Platanus gehouden hebben, doch al is het dat de Franse naam plasne of plane niet zeer veel van het woord Platanus schijnt te verschillen, nochtans is er groot verschil tussen de echte Platanus en deze Acer. Clusius heeft het in Oostenrijk zien groeien en in  andere daaraan palende bossen. De eerste, Acer latifolium genoemd, in het Hongaars javot fa, in het Italiaans pie d’pca en platano acquatico en is van Lobel plane boom genoemd, in het Latijn Acer major Cordi en Clinotrochon Anguillarae’.

Zo is ze genoemd naar de plataan, Engelse platanus leaved maple, Franse erable plane en Italiaans acero platano.

(d) Naar de spitse bladeren, Duits Spitzahorn, Franse main decoupee.

(e) Afkomst, Noorse esdoorn, Duitse Norwegischerahorn, Engelse Norway maple, Franse erable de Norvege.

(f) Vroeger heette het  lenne, leimbaum of lie, Duits Leinbaum, Leyhne, Lenne, Lene, Lonne wat in het midden-Hoogduits en oud-Hoogduits als Lin- en Limboum verschijnt. De Noord-Hoogduitse vormen zijn door het Noorden beēnvloed. In Deens is het lon dat met het Zweedse lonn, oud-Noorse hlynr en Angelsaksische hlyne of hlin(e) bewijst deze naam algemeen Germaans is.

(g) Beuterblaerhout omdat de bladeren in de zomer gebruikt werden om boter in te verpakken.

(h) Van acer of aak afgeleid, Duits Aarn, Ach’r, Ellern, Ohre, Oarne, Yren, Urle en verder Jaur(baum) Klonebom en Loffelbom vanwege het gebruik van het hout.

(i) De afkomst van de Nederlandse naam esdoorn is onbekend. Doorn is zonder twijfel een overblijfsel van ter of der: boom, wat ver­vormd werd tot doorn, zie bijvoorbeeld bij affolter (appelboom) wat vervormde tot bijvoorbeeld Apeldoorn. De naam es is wat vreemd omdat er geen verwantschap is met de es, mogelijk is de boom zo genoemd naar de overeenkomst in vruchten.

(j) In het Frans heet de boom erable, vergelijk de naam arabre in Haute Provence dat uit Acer arbor of uit Acer albulus stamt en witte esdoorn betekent, de houtkleur, de Duitse Weissahorn.

 

Gebruik.

Uit het wit tot geel/witte hout werden de zogenaamde Ulmer pijpenkoppen gesneden, verder is het hout geschikt voor wagen- en meubelmakers en werden er lepels, nappenrollen en geweerkolven van gemaakt.

Bladeren werden wel gebruikt als voed­sel voor de geiten en schapen.

De zaden zijn een speelgoed van de kinderen. Ze zetten die op hun neus. Daartoe snijden ze het zaadje door en de zo verkregen snijhelft kleeft en laat zich als een hoorn op de neus plakken.

 

Sagen.

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Kopie van johns1Het volk heeft de boom vrijwel niet opgemerkt en er zijn weinig getuigenissen voorhanden dat men de boom vermeldenswaardig vond. Waarschijnlijk is ze onbelangrijk omdat andere planten hoger groeiden, dikker en ouder werden. Ze is onopvallend.

In de buurt van Altenburg zou de volgende geschiedenis zich afgespeeld hebben.

In een oude, vervallen ruēne stond een esdoorn die al een geweldige omvang bereikt had en zijn twijgen hoog over de resten van de ruēne heen strekte. Een boer vatte het plan op om de reus om te houwen en tot hout te verwerken. 's Morgenvroeg stond hij daar, met bijl en zaag bewapent, en legde de hand aan de stam. Plotseling verscheen een hemelse maagd, in sneeuwwitte klederen gehuld, en zei: "Je gaat, zoals ik zie, deze boom die hier vele jaren gestaan heeft, omhakken, zeg me, wat wil je met het hout doen?". "Tafels en stoelen ga ik er van maken", antwoordde de onverschrokken boer, "want ik ga met Martini trouwen". Met vriendelijke en verheven stem zei de maagd: "Deze boom weerstaat je bijl zolang ik mijn hand er over uitstrek, als je er echter een wieg voor je eerstgeborene uit maakt, dan raak ik hem aan zodat je hem kan neerleggen". De man zag dat tegensputteren geen zin had en verklaarde zich bereid om zijn kind in een esdoornwieg te leggen. Na deze belofte stortte de boom na de eerste bijlslag krakend op de grond. Hij trouwde, kreeg een zoon en legde die in de wieg van esdoornhout. Na enige tijd, toen hij juist zijn kind wiegde en zoete sluimerliedjes zong, verscheen de maagd weer en droeg een tas in de hand die ze het kind schonk. Lachend zei ze tegen hem: "Als je die tas houdt, zal je gelukkig zijn tijdens je leven. Zie, ik was verdoemd om bij de esdoorn in de ruēne te wonen zonder hemelse vrede te vinden totdat iemand zou komen die de boom voor zijn eerste zoon zou gebruiken. Goede man, je hebt me bevrijd en me vrede gegeven". Met een vriendelijk stralend gezicht vertrok ze. De profetie werd vervuld, de jongen ging alles voor de wind, het was een echt zondagskind.

In de Johannesnacht of op de dag werden in enige huizen de deuren en posten met Klohn: esdoorn, of met kruisdoorn versierd zodat er geen heks in de stal kan komen. Vele nemen het hout van esdoorn of kruisdoorn en slaan op de deuren van het huis. Dan komt er geen heks in huis.

 

7. uit www.leam2grow.com

Acer pictum, Thunb. (beschilderd)  Bladeren zijn frisgroen en van onder wat glanzend met baarden in de oksels van de nerven 5-7lobbig met de lobben hoogstens tot de helft van het blad ingesneden, bij het uitlopen wat bronsachtig en meestal breder dan lang en zeer toegespitst.

Bloeit in april/mei met licht gele bloemen in opstaande trossen.

Vruchten zijn plat en vleugels verschillend geplaatst, meestal naar elkaar toegebogen, vleugel is 3cm lang.

Komt uit China/Japan en wordt 15-20m hoog, vormt bij ons een kleine en sierlijke boom met een losse en tamelijk brede kroon die in de winter opvalt door de gestreepte of gegroefde meerjarige takken en in het najaar door de mooie herfstkleur. Is beschreven in 1840.

Chinese esdoorn, painted maple of mono maple.

Met Acer colchicum uit raf.dessins.free.fr

Acer lobelii, Ten (Mathias de l' Obel, Mathias de Lobel of Matthaeus Lobelius, 1538-1616, Vlaams botanist) (Acer platanoides Lobelii) Bladeren zijn 9-14cm lang en 10-16cm breed, dof donkergroen met zwak glanzend heldergroene achterkant, de 3 bovenste lobben zijn het grootst en die van de bladvoet af tot de top rond toelopend en gaafrandig, top is toegespitst, de kleinere bladen zijn soms 3lobbig.

Jonge twijgen zijn blauw berijpt en daardoor ook in de winter goed herkenbaar.

Bloeit na de komst van het blad met geel/groene bloemen in opstaande trosvormige tuilen.

Vrucht is ovaal en vlak.

Komt uit Z. Europa en wordt 15-20m hoog.

Lobel’ s Platanus leaved maple.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

8. uit davisla.wordpress.com

Acer cappadocicum, Gled (uit CappadociĎ, centraal Turkije) (Acer laetum, Acer colchicum, of Acer lobelii) Bladeren zijn 6-12cm lang en bijna even breed, matglanzend donkergroen en van onderen heldergroen met meestal alleen in de bladoksels baarden, meestal 5 en zelden 7 lobben en dan aan de voet zwak gelobd, top en lobben spits toelopend, staan aan lange bladstelen.

Jonge twijgen zijn olijf/groen en bruin getint, meerjarige takken gestreept.

Knoppen zijn glanzend bruin, zijknoppen gesteeld en aanliggend, eindknop is groot met brede, eivormige schubben.

Bloeit na de bladontwikkeling, lichtgeel in opstaande, korte tuilen.

Vruchten zijn tot 5cm lang, plat en glanzend groen met afstaande vleugels.

Een middelhoge boom met wijd uitstaande takken die zo een brede kroon vormt .

Vermeerderen door afleggen of oculeren op platanoides, ook door zaad.

Uit Z. Europa en W. AziĎ komt tot 20m hoog.

’Rubrum’ loopt helderrood uit. ‘Aureum’ heeft in de herfst helder gele bladeren.

Colchische esdoorn, Cappadocian maple, Colchischer Ahorn.

 

Groep Palmata.

Winterknoppen met 2 of vier schubben. Bladeren zijn meestal 5-11 lobbig of delig en gezaagd. Bloemen zijn meestal lang gesteeld en staan in trosvormige pluimen, mannelijk en tweeslachtige op dezelfde planten.

Vruchten zijn eerst behaard en later kaal, vleugels staan in een stompe hoek, soms bijna horizontaal.

 

12 . uit botanicalgarden.ubc.ca

Acer circinatum, Pursh (opgerold) dunne, 7-9lobbige bladeren van 5-10cm lang zijn dof donkergroen en van onderen langs de nerven blijvend behaard en glanzend lichtgroen, lobben zijn tot een derde van het blad ingesneden, de 5 middenlobben zijn bijna even groot, dubbel gezaagd met toegespitste top.

Bloeit bijzonder mooi en dat net na de bladontwikkeling met brede tuilen van witte bloemen

De vruchten komen al vroeg, zijn klein en glanzend bruin met sterk afstaande vleugels, bijna horizontaal en aan de top iets cirkelvormig gebogen.

Een opgaand groeiende hoge struik of kleine boom met tamelijk brede kroon, later kan die kroon wel ombuigen en zo een nieuwe struik, boom vormen..

De rondbladige is een van de mooiste soorten en komt in vorm van de bladeren A. japonica dicht bij. Zet de plant op een wat beschutte en niet te droge plaats.

Vermeerderen door zaad en afleggen.

Komt uit W. N. Amerika waar die 1-12m hoog wordt. Is beschreven in 1827.

 

Naam.

Rondbladerige esdoorn, round leaved maple of vine leaved maple. Cissusblättriger Ahorn.

 

13. Uit J. Zuccarini, www.BioLib.de.

 Acer palmatum, Thunb. (op een hand gelijkende bladeren, palmachtig) Bladstelen zijn 3-6cm lang en bruin/groen tot helderrood.

Bladeren zijn 5-8cm lang en matglanzend donkergroen, van onderen lichtgroen, meestal 5-7lobbig, de lobben lang toegespitst en gezaagd. Jonge twijgen zijn kaal en rood glanzend, takken blauw/wit gestreept.

Knoppen zijn klein en spits, bruin/groen.

Bloeit in mei met kleine purper/rode bloemen in opstaande tuilen.

Vruchten zijn klein en rond, sikkelvormig met naar elkaar toegebogen vleugels.

De bladlobben lopen uiteen van 5-7 lobben tot die met 5-9 in de dissectum vormen, tot bladeren die zo fijn zijn verdeeld dat ze op gekloste kant lijken. Er zijn alle denkbare kleurschakeringen in gerangschikt, van de eerste dag af aan tot aan volle ontwikkeling van het blad. Van bleek geel met een zacht groene tint tot diep zwart rood. Die kleur is echter afhankelijk van het voorgaande groeiseizoen en kan dus per jaar verschillen.

Het zijn zeer mooie struiken die zeer variabel in bladvorm en bladkleur zijn met een dichte en toch sierlijke vorm, elegant blad dat delicaat is in het voorjaar door de kleurschakeringen van groen en rood en weer in de herfst wanneer de bladeren de grootste kleurenpracht vertonen. Ook steken de paarse bloemen mooi af tegen het frisgroene blad.

Meestal wordt het als struik gekweekt, maar de natuurlijke vorm is een hoge boom die bij ons ook een grote hoogte kan bereiken. De soort wordt veel gebruikt om als onderstam te dienen. Geeft een sierlijke en losse kroon met een gladde en wat gestreepte stam en in het najaar goudgeel gekleurde blaadjes.

Komt uit Japan, Korea en wordt 5-8m hoog. Is beschreven in 1820.

 

Vormen. Uit L. van Houtte.

=De bekendste is de roodbruine ‘Atropurpureum’ die in de herfst rood wordt. Die is door von Siebold in 1860 in ons land ingevoerd. Verder zijn er wel 1000 cultuurvormen.

‘Sherwood Flame’ komt uit Amerika, is een van de nieuwere soorten. Die wordt ongeveer even hoog als breed. Het blad is donker bruinrood en kleurt later nog donkerder, naar zwartrood. Deze plant heeft diep ingesneden bladeren.

‘Akaji-nishiki’ (‘Seigai’, ‘Bonfire’) is briljant rood als de plant uitloopt en wordt later groen. Een mooie plant voor bonsai.

‘Aureum’ heeft meer geelgroene bladeren.

‘Butterfly’ is grijzig/groen aan de rand met witte en roze tandjes.

Orido-nishiki’ maakt het zeer bont met groen waarin roze en crŹme zit.

‘Bloodgood’.

 

Met fijn verdeelde bladslippen.

‘Dissectum’ is een struikachtig boompje dat dwergachtig groeit. Dit is meer een bonsaiboom die tot 1,5m komt met zeer diep ingesneden bladeren, zo diep dat sommige vormen geheel handvormig samengestelde bladeren hebben. De kleur is frisgroen.

Crimson Queen’ lijkt hierop maar heeft diep bruinrode bladeren. Is afkomstig uit Amerika.

Met dezelfde vorm als de vorige, maar meer zwartrood gekleurd kwam uit Japan de ‘Inaba Shidare’.

Verder; “Osakasuki’, ‘Elegans’, ‘Dissectum’, ‘Dissectum nigrum’, ‘Dissectum Atropurpureum’.

 

Naam, etymologie.

Japanse esdoorn, Duitse Fächer-Ahorn, Engelse Japanese maple, Japans irohakaede, イロハカエデ.

 

Afkomst.

De Japanse esdoorn is natuurlijk afkomstig uit Japan. Daar is deze boom het symbool van het verdwijnende jaar. Het zijn de lievelingsplanten van de Japanners die de plant vereren. Ze hebben er dwergbomen van gemaakt, bonsais, met wonderbaarlijke aparte en vreemde groeiwijze, bladvorm en kleurrijkdom. De allerkleinsten onder hen worden in potten gekweekt. Het zijn die esdoorns die daar bekend zijn als dwerg, wat in Japans yatsubusa betekent.

In midden China is echter het grootste soortenrijkdom, maar de meeste soorten zijn lang geleden uit China naar Japan gebracht.

In 1784 beschreef de Zweed Thunberg als eerste de door hem in Japan (op Hokkaido en Honshu) gevonden Japanse esdoorn. Pas in 1820 werd de struik door hem naar Engeland verscheept. Later, in 1850, kwamen meer Japanse esdoorns naar Europa door toedoen van Philipp Franz von Siebold in Nederlandse dienst. Een aantal hiervan is geplant in de Hortus van Leiden.

Ze hebben prachtige herfstkleuren en vele landen hebben bladwachters met traditie. In Japan wordt het gebruik om die veranderende kleuren in de herfst te zien momijigari genoemd. Nikko en Kyoto zijn vooral favoriet voor deze activiteit. Ook in Korea is dit gebruik waar het Danpung-Nori genoemd wordt. In Amerika is het vooral A. rubrum die voor de Indian summer zorgt.

 

Planten.

Het zijn dure planten omdat ze maar langzaam groeien. Mooi zijn ze in lossen groepen van meer dan een cv voor een groene achtergrond.

Jong hebben deze oosterse schepsels wat bescherming nodig. Ze worden geen samoerai' s, meer geisha's, die beschermd worden op beschaduwde plaat­sen en tegen de koude noordenwind. De gele vormen kunnen in ieder geval niet tegen zon.

Ze verdragen kalk en bij voorkeur groeien ze in vochtige en goed gedraineerde gronden.

 

14. uit en.wikipedia.org

Acer sieboldianum,  Miq (Philipp Franz von Siebold, 1796-1866, arts te Deshima, onderzoeker van Japanse flora en fauna) Blad is 4-7cm lang en 5-10cm breed, rond, met 7-9  regelmatig geplaatste en tot een derde van het blad ingesneden, scherp gezaagde lobben, bij het uitlopen bruin/rood en later glanzend heldergroen met lichter groene achterkant. Verschilt van de vorige doordat de bladeren op de onderzijde van de nerven behaard zijn, zo zijn ook de bladeren en bloemstelen behaard.

De gele bloemen komen na de bladeren in eerst opstaande en later hangende tuilen.

Vruchten zijn klein en iets behaard, vleugels die met een stompe hoek afstaan.

Vermeerderen door zaad, afleggers of veredelen op palmatum.

Een kleine boom in Japan en bij ons een zelden voorkomende kleine struik met grijs/bruine takken en aan de top dicht behaarde rode twijgen.

Komt uit Japan en wordt 4-6m hoog.

Siebold’s maple, in Japan kohauchiwakaede.

 

15 Uit J. Zuccarini, www.BioLib.de.

Acer japonicum, Thunb (uit Japan) Bladeren zijn 6-12cm lang en even breed of iets breder, heldergroen en van onderen eerst zacht behaard later alleen langs de nerven en lichtgroen, rond, met 7-13 lobben en gewoonlijk 9-11lobben, de top van het blad is ingesneden tot op een derde van het blad, dubbel gezaagd.

Kleine bruine knoppen met 2-4 schubben, de eindknop is groter dan de zijknoppen.

Bloeit in mei/juni met grote purperrode bloemen die in wat overhangende trossen staan, kroonbladen zijn korter dan de kelkbladeren.

Hoge struik die in zijn vaderland een kleine boom wordt met een dicht vertakte en wat warrige kroon en twijgen.

Komt uit Japan en wordt 5-8m hoog. 

’Aureum’ groeit gedrongen en heeft in het voorjaar goud/gele bladeren die later groen worden. Planten in de halfschaduw.

’Aconitifolium’ heeft zeer diep ingesneden bladeren.

Japanse esdoorn, downy Japanese maple, Japan Ahorn.

 

Groep Spicata.

Bladeren zijn enkelvoudig en 3-7lobbig, zelden getand of gezaagd. Bloemen staan meestal in pluimen. Meeldraden zijn aan de binnenkant van de schijf geplaatst. Vruchten zijn rond en sterk geaderd.

 

 

 

 

17. Uit J. C. Krausse.

Acer tataricum, L (uit Tartarije, centraal AziĎ)  Bladeren staan aan dunne en 2-6cm lange bruin/rode stelen, zijn 5-8cm lang en 3.5-6cm breed, heldergroen en van onderen lichtgroen, langs de nerven en bladvoet behaard, eivormig tot lang eivormig en dan meestal ongelobd, de top spits of toegespitst, soms ook breed eivormig en zwak 3lobbig met een spitse of afgeronde top, dubbel gezaagde bladrand.

De gladde en jonge twijgen zijn bruin/rood met behaarde top.

Knoppen zijn zeer klein met zijknoppen.

Bloeit eind mei met witte bloemen in opgaande, eivormige trossen, meeldraden zijn langer dan de kroonbladen.

De vruchten zijn ook purper/rood gekleurd, kaal met gewoonlijk in een rechte hoek staande vleugels.

Vooral een plant voor de betere en hogere zandgrond.

Een kleine boom met onregelmatige kroon of een hoog groeiende, losse struik die zeer veel in groepen wordt geplant vanwege de bijzondere bladvorm met een mooie herfstkleur, eerst rood en daarna goud/geel.

Vermeerderen door zaad dat direct gezaaid moet worden of afleggen.

Tartarian maple komt uit Z. Europa en W. AziĎ en haalt 10m. Is beschreven in 1759.

Tatar maple.Tatarischen Steppenahorn.

 

 

 

18. uit facultystaff.richmond.edu

Acer tataricum subsp. ginnala  Maxim (Acer ginnala Maxim) (ginnala is een inheemse naam)

Bruin/rode bladstelen van 1.5-6cm.lang.

De bladeren zijn 4-9cm lang en 3-6cm breed, glanzend donkergroen en van onderen wat glanzend en lichtgroen, 3 lobbig met de middenlob ver vooruitstekend en 2-3 maal zo lang als de onderste lobben, top is lang toegespitst, dubbel gezaagde tanden, blad loopt geel uit. Het is een boom die zijn vurige herfsttint vertoont gedurende een korte tijd en al zeer vroeg, in september/oktober.

Jonge twijgen zijn dun met zeer kleine bladknoppen en bijknoppen.

De geu­rende, witte bloemen komen na het blad in opstaande trossen.

Vruchten met vleugels tot 2.5cm lang die bijna parallel lopen.

Een bonte cv. is in 1910 ingevoerd.

Groeit vrijwel overal, op elke grond, droog of vochtig, zon of schaduw.

Een grote struik/boom met een rond gewelfde kroon die dicht vertakt is, wordt 6m hoog..

De takken zijn slank, de stam is klein.

Is afkomstig uit China waar het groeit aan de Amur rivier, werd in 1860 ingevoerd in Rusland.

 

Naam, etymologie.

Duitse Feuerahorn, Engelse Amur of crimson leaved maple naar de herfstkleur.

 

Uit J. Zuccarini, www.BioLib.de.

=Acer buergerianum, Miq. (naar de Amerikaanse botanist William Carl Burger, 1932-.) Bladeren zijn 3nervig, rond/eivormige, 3lobbig, 4-8cm lang en even breed of iets breder, de lobben hoekig en zijlobben afstaand en bijna even lang als de middenlob, gedeeltelijk gaafrandig en onregelmatig getand/gezaagd, top is spits, matglanzend donkergroen en van onder iets blauw/groen.

Bloeit na de bladontwikkeling in kleine opstaande en tuilvormige trossen.

Vruchten met parallel lopende en soms elkaar bedekkende vleugels.

Komt hier meestal en dan zelden voor als een kleine struik met wat gedrongen groeiende, gladde en aan de zonkant sterk bruin gekleurde jonge twijgen.

Vermeerderen door afleggen.

Komt uit Japan, O. China en wordt 5-8m hoog. Er zijn verschillende variĎteiten van.

Trident maple. Dreispitziger Ahorn. Chinees san jiao feng.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

21. uit tree-species.blogspot.com

Acer macrophyllum, Pursh. (groot blad)  Is goed te herkennen aan de vijflobbige en zeer grote bladeren die aan sterk groeiende planten soms wel 25cm kunnen halen bij een breedte van 30cm, ze lijken op die van de gewone esdoorn. Glanzend donkergroen en van onder grijs/groen en eerst fijn behaard, later kaal, meestal 5lobbig, bij oudere bomen soms 3lobbig en de middenlob vaak weer 3lobbig, lobben en grote tanden zijn stomp. Herfstkleur is oranje/geel.

Knoppen zijn groot en bruin/groen en min of meer aanliggend.

Jonge twijgen zijn olijf/groen.

Bloeit in mei tijdens of na de bladontwikkeling met lichtgele bloemen in smalle opstaande en later wat hangende, pluimvormige trossen.

Vruchten zijn kort behaard, de vleugels vormen een scherpe hoek.

Komt uit N. Amerika, CaliforniĎ en wordt 25-30m hoog. Is beschreven in 1812. Levert ook een maple syrup.

Oregon of bigleaf maple. Oregon Ahorn.

 

22. Uit J. C. Krausse.

 Acer pseudoplatanus, L. (valse plataan)

Knoppen zijn eirond en spits, dakpansgewijze geschubd en van de twijg afstaande, de eindknop is zeer groot en groen.

Met een 15 jaar heeft de boom de volle wasdom bereikt. Dan rekken de groene knoppen zich uit met het warmer worden van de voorjaarszon en soms blozen ze met heldere tinten. Uit de zwangere zachtgele cilinders breekt de bloei door als een groene, gouden waterval. Zo wordt de boom al vroeg overdekt met een gouden kleed. De overdaad van hangende trossen versieren de nog bladerloze boom als kaarsen.

Na die gouden stroom komen ongemerkt de grote en meestal drie- maar ook vijflobbige bladeren tevoorschijn, elk lob heeft een sterk middenrif. De scherp gepunte bladeren zijn aan de onderzijde blauwgroen en soms wijnrood gekleurd. De steeltjes zijn vaak karmozijnrood. Op hun levensavond sieren zij het park met geel en rood getint loof.

Jonge twijgen zijn glad en onbehaard..

De schors is eerst glad maar kan later toch ook afvallen en wordt daarom ook wel pseudo-plataan genoemd.

Het is een van onze mooiste bomen. De bergesdoorn heeft een brede en regelmatige kroon en geeft veel schaduw door het vele blad. Een wat stevige boom met een dikke kruin. De boom is indrukwekkend en zelfs een naakte boom is in de winter een fraai gezicht. Zijn takken strekken zich in forse lijnen rechtuit en vaak met een opmerkelijk evenwicht. De bergesdoorn mist de stoerheid van de eik of de majesteit van de beuk maar is als raadsheer indrukwekkend. De boom kijkt op 20-25m. hoogte op ons neer.

Deze boom houdt niet van zware en te droge gronden. Kan tegen zeewind, afzetten en snoei. Het wortelgestel is sterk vertakt en gaat zeer diep zodat bomen, die op een natte plaats staan, op oudere leeftijd in de top dood gaan. Kan ook goed tegen schaduw en wordt zo wel voor onder of tussenbeplanting gebruikt.

De soort wordt van zaad gekweekt, de var door oculeren op de soort en liefst bij de grond

De bergesdoorn komt voor, zoals te verwachten valt, in bergachtig gebieden en wel die van de beukengordel van midden en zuid Europa en beklimt het Beierse woud tot 1500m, in Zwitserland tot 1850m, vormt in Zwitserland hele bossen waar dan ook reusachtig bomen worden aangetroffen. 

 

Vormen.

Een opvallende bonte cv. is genoemd naar de koning van BelgiĎ, Acer pseudoplatanus ‘Leopoldii’. Verder kent de soort een opvallende reeks vormen als bol, recht opgaand, met diep ingesneden, gevlekt of gekleurd blad e.d.

’Erythrocarpum’ heeft afwijkende vruchtvleugels die rood zijn.

 ’Purpureum’ is donkergroen met eerst een purper/rode onderkant die later wat paars wordt en in het najaar oranje/rood, ‘Atropurpureum’ heeft een donkerder onderkant dan de vorige.

 

Bontbladige.

‘Leopoldii’ is deels gevlekt en wit gespikkeld, het jonge schot is roze getint. Vormt een koninklijke boom van 15m. met een brede en ovale kroon. Hiervan kom je veel oude en majesteitelijke exemplaren tegen in ons land. Deze Belgische boom werd in 1806 gewonnen.

‘Prins Handjery’ is een zwakke groeier met glanzende rode scheuten, bladeren licht groen geel gevlekt en gestippeld

‘Brilliantissimum’ is een briljante kleine boom/struik. Wordt meestal als half- of hoogstam gekweekt met een dicht tot bijna bolvormig kroontje. Het jonge uitlopende blad is baby roze en aanvankelijk gelig gespikkeld. In de zomer lijkt het nog lichtgeel bestoven en is de onderzijde groen grijzig. Hou hem uit de middagzon. Dit is een esdoorn voor de kleine tuin. In 1914 te Engeland gewonnen.

Worley’ (‘Lutescens’) is matig groeiend met een ongelijk vertakte kroon en goudgele bladeren die later verbleken tot groengeel. De bladsteel is rood. Een boom van 12m. die in 1881 in Engeland ontstond.

 

Groene vormen.

‘Negenia’ is een sterk groeiende boom met een piramidale kroon. Het blad is groot en donkergroen, vrijwel vlak met een rode bladsteel. De 20m. hoge boom is zeer windvast. ‘Negenia’ werd gevonden in een beplanting langs de straatweg van Meteren naar Waardenburg in 1948.

In 1948 kwam ook ‘Rotterdam’. Een boom met breed piramidale en zuilvormige kroon. Het donkergroene blad heeft een diep ingesneden blad­voet. Een mooie straatboom van 20m.

 

Naam, etymologie.

(Dodonaeus) ‘Maar Valerius Cordus schrijft van een Malszholter (die andere Acer tenuifolia seu minor Cordi noemen) die hij voor de Opulus rumpotinus Columellae houdt. Crescentius noemt die ook Opulus.’

(a) Bergesdoorn, Duitse Bergahorn, groeit op de bergen.

(b) Naar de plataan, Duitse Falsche Platane, Engels false plane tree, mock plane: namaak plataan, Frans erable faux platane, in BelgiĎ plaan en pilaan, naar de plataan.

(c) Gebruik van het hout, violenhout en luitenboom, Duitse Lauterbaum. De naam komt van Arabisch alud dat oorspronkelijk iets van hout gemaakt betekende, Engels peweep tree: fluitenboom. Op Mayday werden van deze bomen fluiten gemaakt door op de bast te kloppen die dan gemakkelijk los laat.

(d) De grootte, Engelse great maple en Frans grand erable.  

(e) Uit zijn sap bereidt men een wijnachtige drank, vergelijk de Duitse naam Milchbaum.

(f) De vruchten, vlindertjesboom en in BelgiĎ flikkerkesboom, klautereer, van het klimmen in de Sycamore? Zie;

Dodonaeus (g)  ‘Lobel zegt dat ze veel in Schotland en Engeland groeien en noemt het luytenhout en zegt dat ze daar van de geleerde voor de Platanus aangezien worden, hoewel dat ze er genoeg van verschilt’.

Schotse lindeboom, de lindeachtige boom groeit in Schotland wild.

(h) Chaucer sprak over deze boom als een zeldzame exotische boom. Gerard in 1597 verhaalt dat de great maple a stranger is. Net als de echte plataan werd de boom in Engeland geplant om de edelen schaduw te verschaffen. In het Frans komt deze naam ook voor als erable sycomore en in Italiaans Acero fico: vijgenesdoorn en Acerco liscio.

Waarschijnlijk is de boom geēntroduceerd in Schotland in de 15de eeuw, in Engeland in 1565. De eerste vermelding van de naam sycomore is de speech door Boyet in Shakespeare' s Love's Labour Lost, 1598: "Under the coole shade of a Siccamore

I thought to close mine eyes some halfe an houre".

De sycomore’s komen ook elders bij Shakespeare voor als bomen wiens schaduw door droefgeestige verliefden gezocht worden. In Engeland komt zo de naam wilde vijgenboom voor, sycamore. Volgens de traditie klom Zacheüs in de wilde vijgenboom (Ficus sycamorus) om de Heer te zien. Bij de mystieke spelen van de middeleeuwen ontbrak ten ene male die boom in Engeland waardoor de esdoorn als vervanger optrad. Vandaar dat de boom nu algemeen bekend is als sycamore. (Vergelijk de echte sycamore in Romeo and Juliet i, 1,128) De sycamore komt toch in Engeland voor als een van de planten die gegraveerd is op St. Frideswide's schrijn, 1282 na. Chr. Maar mogelijk is de sculptuur afkomstig uit Europa. Op de schrijn wordt de groene man of may-lord vertegenwoordigd. Verder ook in andere 13de eeuwse kerken en kathedralen als de chapter-house te Southwell Minster met meidoorn, klimop, boterbloem en eik en een half dozijn of meer afbeeldingen van de groene man.

Naar het verhaal van Zacheüs, Symbool van nieuwsgierigheid.

(i) De opmerkelijkste sycamore’s in Schotland worden ‘dool trees ‘ genoemd, smartbomen. Die worden door de meest krachtigste baronnen in het westen van Schotland gebruikt om er hun vijanden en onhandelbare vazallen in op te hangen, daarom worden ze dool of grief tree genoemd. Een van deze is de zeer eerwaardige boom bij het kasteel Cassilis, een van de zetels van de markies van Ailsa, aan de oever van de rivier Doon. Het is niet zo opmerkelijk voor zijn omvang van stam als voor zijn wijduitstaande takken en weelderige bladen waaronder je wel 20 tot 30 man kan verbergen. De boom werd gebruikt door de Kennedy familie die de meest krachtige baronnen van west Schotland waren voor de zaken boven vermeld. Het laatste geval was meer dan 300 jaar geleden toen sir John Fau van Dunbar daar opgehangen werd, want hij probeerde, in de vermomming als zigeuner, de hertogin van Cassilis te ontvoeren die de dochter was van de Earl van Haddington, met wie hij verloofd was geweest toen hij naar het buitenland vertrok. Doordat hij een paar jaar in Spanje in de gevangenis zat dacht men dat hij dood was en trouwde de lady in zijn afwezigheid met John, Earl of Cassilis. Er wordt verteld dat de lady getuige was van het ophangen van haar vroegere verloofde vanuit haar slaapkamerraam.

 

Gebruik.

(Dodonaeus) ‘De bergsoort van Acer of Sphendamnos wordt in Turkije veel gebruikt om er hechten van messen mee te maken en daartoe nemen ze die van Kreta wiens hout meer gekronkeld, knoestiger of gewaterd is dan hetgeen dat elders groeit.’

Het zoete, melkachtige sap kan een hoeveelheid suiker geven.

Hout geeft goed vuur, geeft veel warmte en brandt langzaam. Het wordt gebruikt door houtverwerkers om er kasten, muziekinstrumenten en houten schalen van te maken.

De bladeren zijn vaak klammig door de substantie die we honingdauw noemen. Planten die hier onder groeien zijn vaak bevochtigd met dit kleverige spul. Hierop komt dan een zwarte schimmel wat het geheel niet aantrekkelijker maakt’.

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: johnsOuderdom.

Na 50-60 jaar heeft de bergesdoorn zijn volle rijpheid bereikt en neemt, net als een raadsheer, alleen maar in omvang toe. Kan 2 eeuwen oud worden met 5 eeuwen als uiterste grens. Er was er een te Calder House, Edinburgh, die was in oktober 1799 5.25m in omvang, de stam was 36m hoog en zijn takken spreidden zich een 18m uit.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

23. uit www.gimnazijaso.edu.rs

Acer heldreichii, Orph.  (Th. Von Heldreich, Duitse botanicus, 1822-1902) Bladeren lijken op die van de gewone esdoorn maar zijn veel dieper gelobd, bijna tot aan de basis met een middenlob die aan de basis zeer smal is en alleen aan de top groot getand en spits wordt, 6-12cm lang en even breed, aan sterk groeiende twijgen groter, matglanzend donkergroen en van onderen blauw/groen en eerst fijn behaard later kaal met geel/bruine baarden in de oksels, 5lobbig en horizontaal geplaatst. Bladeren staan aan 12cm lange rode bladstelen.

Jonge twijgen zijn glanzend bruin/groen en aan de top rood/bruin.

Bloemen komen na het blad, groen/geel in eivormige en opstaande, pluimvormige trossen

Wat hangende vruchten met brede vleugels die sterk naar elkaar zijn toegebogen en elkaar ten dele bedekken.

Een kleine boom of hoog groeiende, brede struik.

Komt uit Z. O. Europa, de Balkan en wordt 10-15m hoog.

Greek of Balkan maple, Heldreich’s maple. Griechischer Ahorn.

 

 

 

 

24. uit dkimmages.com

Acer trautvetteri, Medwed. (Ernst Rudolf von Trautvetter, Russisch Duitse botanist, 1809-1889) Bladeren zijn in de zomer mooi glanzend groen en verkleuren in het najaar mooi, lijken op de gewone esdoorn en zijn diep 5lobbig, de lobben ongelijk getand of weer zwak gelobd, top loopt spits toe.

Jonge twijgen zijn glanzend rood/bruin en later donker grijs.

Knoppen zijn zeer groot en bijna zwart.

Bloeit in mei met opstaande en lang gesteelde, smalle pluimen, groen/geel.

Vruchten zijn tot 5cm lang met brede en parallel lopende of naar elkaar toegebogen vleugels

Een kleine boom met sterk afstaande takken die een dichte kroon vormen. Lijkt wat op A. pseudoplatanus maar heeft zeer donkere en gekleurde, grote en sterk afstaande bladknoppen

Komt uit de Kaukasus en PerziĎ en wordt 15m hoog. Is beschreven in 1892.

Red bud maple.

 

25. uit Curtis botanical magazine.

Acer velutinum Bois. (fluweelachtig behaard) (Acer insigne, Boiss. et Buhse) (in het oog vallend) Bladeren zijn 10-16cm lang en iets breder, frisgroen en van onderen langs de nerven blijvend behaard, grijs/groen tot wat blauw/groen, 5lobbig met de lobben tot op de helft van het blad ingesneden, groot ongelijk getand/gezaagd.

Bloeit na de komst van het blad in korte eivormige trossen.

Vruchten met grote en aan de top zeer brede vleugels die samen een stompe hoek vormen.

Komt uit hetzelfde gebied als de vorige twee maar groeit sterker en vormt een tamelijk grote boom van 15-18m met een brede en regelmatige kroon.

Velvet maple. Samt Ahorn.

 

Groep Indivisa.

Bladeren zijn enkelvoudig, ongelobd met gezaagde bladrand. Bloemen zonder kroonbladen, mannelijke en tweeslachtige, op 1 of verschillende planten, de 5-6 meeldraden zijn aan de buitenkant van de schijf geplaatst, stijl is kort en tweespletig.

 

 

 

 

 

 

 

 

27. Uit J. Zuccarini, www.BioLib.de.

Acer carpinifolium, Sieb. et Zucc. (met blad als Carpinus) Bladsteel is 1-1.5cm. lang

Bladeren zijn donkergroen en aan de onderkant iets lichter en langs de nerven blijvend behaard, in het najaar rood verkleurend, eivormig met meestal een toegespitste top, dubbel gezaagd met meer dan 14 paar evenwijdig lopende en tot de bladrand doorlopende nerven.

Jonge twijgen zijn purper/rood en kaal.

Knoppen zijn klein met soms wat bijknoppen en vele schubben.

Bloeit in mei met kleine en groene bloemen zonder kroonblaadjes in weinig bloeiende hangende trossen.

Vruchten zijn onbehaard, de vruchtvleugels staan in een stompe hoek, de toppen breder en iets naar elkaar toegebogen.

Vermeerderen door zaad of afleggen.

Een gebergteboom uit Japan die opgaand groeit en een brede piramidale kroon vormt van 10-15m hoog. Oppervlakkig lijkt deze boom meer op Carpinus dan op een esdoorn maar de tegenoverstaande en veelschubbige knoppen, bloemen en vruchten laten zien dat het een echte esdoorn is.

Haagbeukbladerige esdoorn, hornbeam maple, Hainbuchenblättriger Ahorn.

 

Groep Macrantha.

De takken, en bij jonge bomen ook de stam, zijn van was strepen voorzien. Knoppen zijn kaal en 2schubbig. Bladeren zijn ongelobd of zwak 3-5lobbig, bladrand enkel of dubbel gezaagd. Bloemen zijn mannelijk en tweeslachtig, op 1 of verschillende planten, meeldraden zijn aan de buitenkant van de schijf geplaatst en korter dan de kroonbladen. Bloemen staan in trossen.

28. uit www.floraplanta.nl

Acer davidii, Franch. (Armand Pere David, 1826-1900, Franse missionaris en plantenverzamelaar in China)Bladsteel is 2-5cm lang.

Bladeren zijn 8-16cm lang, donkergroen en van onderen langs de nerven behaard, eivormig en ongelobd, top is spits, gezaagd/getand.

Bloemen zijn lichtgeel en staan in hangende trossen.

Vruchten met horizontaal afstaande vleugels zijn tot 3cm lang.

Lijkt op Acer pennsylvanicum omdat de groene takken in de lengte wit gestreept zijn. De takken zijn niet gestreept en grijs/bruin.

Komt uit Midden China en wordt 10-15m hoog.

Pere David’s maple. Davids Ahorn.

 

Uit www.BioLib.de

Acer capillipes, Maxim (haarfijne, de bladstelen) Bladstelen zijn 3-5cm lang en bruin/rood.

Bladeren zijn 8-12cm lang en 3-5cm breed, donkergroen en van onderen lichtgroen, in het voorjaar bruin/rood en in de herfst donker rood, eivormig en 3 ook wel 5lobbig, lobben ondiep en scherp dubbel gezaagd, de middenlob hoekig, top is spits.

Jonge twijgen zijn vooral aan de top purperrood, niet of zeer zwak berijpt.

Bloeit gelijk met de komst van het blad in hangende en kort gesteelde, veelbloemige trossen.

Vruchten zijn talrijk met in een stompe hoek afstaande vleugels die soms wat rood gekleurd zijn

Een kleine boom of hoge struik met bladeren die wat lijkt op Acer pennsylvanicum.

Komt uit Japan en wordt 10-12m hoog, ontdekt door Maximovicz en in 1892 naar Europa gebracht.

Rode slangen esdoorn, streepjesbast esdoorn of slangenhuidesdoorn naar de rode steel en vruchtjes en gestreepte bast, Roter Schlangenhaut-Ahorn. Engels snakebark maple, Japanese stripped-bark maple, Kyushu maple, Frans arce rayado.

 

 

32. Uit Curtis botanical magazine.

Acer rufinerve, Sieb. et Zucc. (roodbruin generfd) Bladeren zijn 6-13cm lang en 6-12cm breed, donkergroen en van onder grijs/groen, in het voorjaar rood uitlopend en later donkergroen met witte rand en soms wit gevlekt, in het najaar met een mooie herfstkleur, geel met scharlakenrood, langs de nerven en in de bladoksels behaard, 3 lobbig, soms aan de bladvoet zwak gelobd, lobben zijn aan de top ondiep ingesneden en kort toegespitst, dubbel gezaagd.

Jonge twijgen zijn bruin/groen en kaal, aan de top blauw berijpt en niet duidelijk gestreept, later rood/bruin.

Knoppen zijn kort gesteeld en spits/eivormig.

Bloeit in mei met licht gele bloemen in smalle en opstaande, pluimvormige trossen.

Vruchten zijn bijna rond met de vleugel tot 2cm lang die een stompe hoek vormen en bijna horizontaal afstaan.

Komt  uit Japan en wordt 10-15m hoog. Is beschreven in 1869.

Grijze slangenbastesdoorn, snakebark maple, redvein of Honshu maple, Schlangenhaut-Ahorn, erable jaspe de gris.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

33. Uit J. Saint-Hilaire.

Acer pensylvanicum, L. (uit Pennsylvania) Bladsteel is tot 7cm lang.

De grote en donkergroene bladeren zijn 3lobbig en tot 17cm lang, aan de onderzijde met baarden in de oksels van de nerven, eirond tot breed eirond, lobben zijn boven het midden ingesneden en sterk toegespitst, fijn dubbel gezaagd, geel in de herfst en zeer variabel in grootte en vorm maar altijd hartvormig met afgeronde insnijdingen.

Kale, groene twijgen zijn zeer duidelijk van witte was strepen voorzien. Meerjarige takken zijn bruin/groen met knoppen van dezelfde kleur.

Bloeit in juni met geel/groene en tamelijk grote bloemen in 8-15cm grote, hangende trossen

Vruchten met vleugels zijn tot 2cm lang, vleugels die een stompe hoek vormen en wat naar elkaar zijn toegebogen.

De gestreepte esdoorn is een kleine boom van 6-12m, die opvalt door zijn gestreepte schors.

Het is een kleine boom met een open en onregelmatige kroon. Als struikvorm vallen de sierlijke witte strepen op de stam en takken in de winter op. Als boom is de gestreepte zeer opvallend.

De boom houdt niet zo van kalk en liefst een vochtige en beschaduwde plaats.

Vermeerderen door afleggen.

Groeit in de bergen van Canada en zuidelijker, in 1755 bereikte de boom Engeland.

 

Uit www.BioLib.de.

 

Naam, etymologie.

Slangenbastesdoorn, Engelse moose wood, striped dogwood, zie Cornus, of striped maple. Streifen Ahorn. In Amerika wordt die ook wel snake bark maple genoemd, een esdoorn met de bast als de huid van een slang. Die strepen ontstaan door diktegroei waardoor de bast barst en de boom produceert hierop een zalf van een witte kleur. Die wasstrepen steken goed af tegen de groene bast.

Een extract van zijn sap zou gebruikt zijn tegen huidziektes.

 

Groep Rubra.

Bladeren zijn 3-5lobbig, gezaagd of groot getand, de onderkant is blauw of grijsachtig groen. Bloemen zijn mannelijk en tweeslachtig aan verschillende planten en komen lang voor de bladontwikkeling, 5-8 meeldraden, schijf is onvolkomen of ontbrekend.

 

36. Uit the North American sylva.

=Acer saccharinum, L. (suikervloeiend) (Acer dasycarpum en zo genoemd door Ehrhardt bij zijn introductie in 1789)(dikke zaden)  Bladeren zijn 8-12cm lang en soms even breed of smaller. De bladeren zijn fijntjes en scherp gehoekt in 5 hoeken. De lichtgroene bovenkant heeft een zilverachtig blauwe tegenpool. In de herfst zijn er spectaculaire tinten van geel goud.

Twijgen zijn glad en glanzend, eerst geel/groen en later meer bruin/rood.

Knoppen zijn tegen de twijg aangedrukt, de eindknop is niet groter dan de zijknoppen

Vroeg in maart verlevendigen de kastanjebruine bloemen de boom, ze steken mooi af tegen de zilvergrijze schors.

Deze tweehuizige boom geeft meestal weinig vruchten. Vruchten zijn eerst dichtviltig behaard en later kaal met in een scherpe hoek afstaande en wat cirkelvormige, naar elkaar toe buigende vleugels.

De zilver- of witte esdoorn stelt weinig eisen aan de grond en wordt nogal eens voor wegbeplanting gebruikt.

Vermeerderen door zaad maar meestal van afleggers.

Het is een snelle jongen die een hoge boom wordt van 25-40m. Heeft ook geen tijd zich goed te verzorgen en ziet er wat slordig uit. De twijgen hangen wat zorgelijk over. Goed snoeien voorkomt takbreuk.

De silver maple is inheems is in N. Amerikaans loofhoutgebied dat onder Québec tot Oostelijk Canada, zuid Dakota en zuidelijk tot Arkansas en Florida reikt.

 

Laciniatum’ uit J. C. Krausse.

 

Vormen.

In Nederland wordt de cv. ‘Pyramidale’ gebruikt. Dit is een smal opgaande vorm met zware takken. De bladeren zijn kleiner, maar dieper ingesneden dan de soort. De ‘Pyramidale’ wordt tot 15m hoog. Deze vorm werd in 1885 in Duitsland gewonnen. “Fastigiata’ lijkt er wel op.

Wieri’ heeft diep ingesneden en groot groen blad dat in de herfst naar geel overgaat. Dit is eveneens een snelle groeier die een 5m hoger reikt dan de vorige en vormt daar een losse kroon met sterk overhangende takken. ‘Wieri’ is een sierlijke parkboom die enorme afmetingen kan bereiken. Een mooie schaduwboom, maar de brosheid van zijn takken is een nadeel evenals zijn korte leven.

Lutescens’ heeft grote bladeren die in het voorjaar goudgeel zijn.

Pulverulentum’ heeft rode twijgen en in het voorjaar wit gespikkelde bladeren.

Acer x freemanni komt van Acer rubrum x Acer saccharinum die gewonnen werd door Olivier Freemann in 1933.

 

Naam

De zilver- of witte esdoorn, Engelse silver, soft of white maple, Franse erable argente en Duitse Weisserahorn of Silberahorn, naar de zilverachtige onderkant van de bladeren en lichte bast.

 

37. Uit J. C. Krausse.

Acer rubrum, L. (rood) Bladsteel is 4-10cm lang, dun en rood.

Blad is 6-10cm lang en 3.5-9cm breed, matglanzend donkergroen, van onderen blauw/groen en langs de nerven behaard, 3-5 lobbig. De 3 midden lobben zijn tot op een derde van het blad ingesneden en bij de bladvoet zwak gelobd, lobben lang toegespitst en groot en ongelijk getand en staan aan korte zijtwijgen, vaak 3lobbig en minder diep gelobd blad dan de zilveresdoorn.

Heeft rode bloemen die al verschijnen lang voor het blad uitkomt.

Vruchten hangen met een vleugel, zijn tot 2cm groot en eerst rood gekleurd.

Dit is een zeer waardevolle boom voor straat en park en aantrekkelijk in elk seizoen door zijn mooie vorm, zijn vroege en opvallende bloemen, helder rode vruchten en laat in de herfst het prachtige blad dat verandert naar helder rood of oranje. Ook de vleugels zijn wat rood. Nadeel is ook hier weer de brosse takken en verrotting die optreedt in wonden.

Een snelle rooie die 30m haalt en bij ons een 15m, met een gewelfde en brede kroon. Bij oude bomen is de stam kort en stevig, de schors grijs en schilferig.

Kan op droge en vochthoudende gronden groeien, niet bij strooizout.

De  rode esdoorn komt voor van zuidelijk Newfoundland tot Minnesota, aan de Mississippi en langs de oevers van grote rivieren, maar ook in Québec als in Texas en Florida.  Is beschreven in 1656.

 

Naam, etymologie.

Rode esdoorn, de Engelse scarlet-, red of swamp maple, de Franse erable rouge en erable femme: vrouwelijke esdoorn, Duitse Rotahorn of Rotblutiger Ahorn en Italiaans acero rosso. De bloemen, vruchten, twijgen maar ook de herfsttinten zijn in rood uitgevoerd. Zilverachtig is echter de onderzijde van het blad en de schors.

 

Groep saccharina.

Bladeren zijn handvormig gelobd, 3-5lobbig en de lobben groot getand, verder gaaf. Bloemen zijn mannelijk en tweeslachtig, soms op elke plant afzonderlijk en staan aan tuilvormige, hangende trossen, geen kroonbladen, meeldraden zijn aan de binnenrand van de schijf geplaatst.

 

38. Uit the North American sylva.

Acer saccharum, Marsh. (suikerachtig) wordt botanisch vaak verward met Acer saccharinum. Deze laatste is de witte of zilveresdoorn naar de zilverwitte onderkant van de bladeren. Linnaeus veronderstelde dat Acer saccharinum L. de sugar maple was en noemde het gewas zo. Hij kende deze boom niet.

Jonge twijgen zijn bruin gekleurd.

De bladeren zijn iets kleiner en niet zo doorzichtig en aan de onderkant grijs behaard en zonder melksap, 8-14cm lang en meestal iets breder, meestal 5 en zelden 3lobbig. De boom kleurt helder geel en rood in de herfst.

Knoppen veel schubbig en spits eivormig, bruin.

Bloemen komen voor het blad, zijn groen/geel en staan in hangende, tuilvormige trossen

Vruchten zijn kaal en bijna rond met brede vleugels die gewoonlijk een stompe hoek vormen

Jonge exemplaren groeien eerst zeer langzaam en na het zesde of zevende jaar wordt de groei sterker en groeien dan snel op tot ongeveer een 30-35m. hoog wordt, hier tot een 20m, met een korte en stevige stam met een grijze bast die bij oude bomen geschubd is. Een mooie straat- en schaduwboom van opgaande en dichte groei. In groeiwijze en bladvorm lijkt die wel op A. platanoides.

De suikeresdoorn is een bosboom uit N. Amerika, waar die groeit aan de mond van de St. Lawrence rivier tot zuidelijk Manitoba, zuidelijker tot Texas en Louisiana en in Canada. Is in cultuur in Europa sinds 1735.

Var. hiervan zijn in Amerika: bird's eye maple en curly maple waarin de groei van het cambium onregelmatig is.

 

Naam, etymologie.

Suikeresdoorn, Duitse Zucker Ahorn, Engelse sugar maple en rock maple, Franse erable a sucre en Italiaanse acero zuccherino.

 

Nationale boom van Canada.

De maple tree is de nationale boom van Canada, het blad van deze boom zou dan ook in hun vlag voorkomen, meer echter lijkt het blad op dat van Aacer rubrum waar de suikeresdoorn mee samengroeit in de bossen. Het blad van de suikeresdoorn lijkt wel wat op dat van de Noorse esdoorn maar is wat fijner met waterig sap. 

 

Suikerboom.

Verschillende legende van bomen en planten verwijzen naar Manabozho, Hiawatha of Hoyawentha. Er wordt bijvoorbeeld gezegd dat hij de berk slaat en zo vaak dat de berk andere bomen slaat wat ringen op zijn stam achter laat. Hij gaf de rozen dorens vanwege zijn liefde voor de bloem zodat dieren die niet zouden eten, hij stal de eerste tabak van een reus en de rook die hij uitblaast in de herfst maakt de Indian summer, de prachtige herfstkleuren van de Amerikaanse bomen. Het bloed van zijn wonden kleurde de rode wilg, die nooit zijn kleur verliest, de blaren op zijn verbrande rug zijn de lichens op de rotsen geworden.

Als de kroon op zijn werk creĎerde hij de suikeresdoorn, hoewel daar door de oosterse stammen over gediscuteerd wordt die verzekeren dat de suiker door een squaw ontdekt was. Die kookte elandvlees in het vroege voorjaar en omdat ze op enige afstand van water was vulde ze haar ketel met het sap van de boom. Ondertussen ging ze weg om wat met de buren te praten en op haar terugweg kreeg ze de schrik dat de vloeistof uitgekookt was. Het vlees was verdroogd zodat dit tot een onaangename materie geworden was die lelijk was om te zien maar met een aangename geur. Bang voor haar man, wiens voetstappen ze in het bos hoorde, vloog ze weg. Groot was haar verbazing toen ze naar het kamp terug kroop om te ontdekken dat hij prinsheerlijk bij het vuur zat en zijn vingers aflikte, die met een bruine substantie bedekt was, en het bruine en vieze vlees niet eens zag. Ze kwam naderbij en hij vergaf haar afwezigheid, sloeg zijn hand om haar hals en bedankte haar met vele woorden want ze had iets ontdekt dat veel waardevoller was dan elandvlees, ze moest voor altijd zijn bruid blijven.

De indianen leerden de eerste Franse settlers hoe ze suiker moesten winnen en daar siroop van maken. Het is nu een deel van het Amerikaanse geboorterecht om de smaak van de het koude sap te proeven dat van de boom druipt.

De boom wordt suikeresdoorn genoemd omdat er in Canada suiker van gewonnen wordt. Het sap wordt daartoe afgetapt en op een vuurtje ingedikt tot het een soort stroop wordt waaruit suiker wordt gewonnen. Een flinke boom kan 1‑1,5 kg suiker opleveren en kan daarmee een 40 jaar doorgaan zonder er last van te hebben. In 1870 werd er zo 20.000.000. kg. suiker gewonnen. Ook van andere esdoornsoorten kan in het voor- en najaar zo suiker gewonnen worden door de bast te verwonden waarna de suikerhoudende vloeistof er uit stroomt. Er is ook een soort wijn van te maken door hier wat suiker bij te voegen en dit een paar maanden op een koele donkere plaats weg te zetten.

 

Hout.

Ook is het een van de beste houtsoorten voor kampvuur. Sommige kampeerders hebben liever dit hout voor hun peddels dan dat van de den. Het hout is hard en mooi en geeft een goede polis.

 

Groep Trifoliata.

Bladeren zijn driedelig, blaadjes gesteeld. Bloemen zijn mannelijk en tweeslachtig aan verschillende planten en komen na of tijdens de bladontwikkeling in eindstandige tuilen.

 

44. www.BioLib.de.

Acer maximowiczianum, Miq. (Carl Ivanovitsj Maximowicz, Russische botanicus, 1827-1891.)(Acer nikoense; (uit Nikko, nationale park bij de stad Nikko) Bladeren staan aan 5cm lange behaarde bladstelen

Blaadjes zijn elliptisch en middenblaadje is kort gesteeld, 6-10cm lang en 3-4cm breed, eerst aan beide zijden viltig behaard en later aan de bovenkant langs de nerven blijvend behaard, frisgroen en van onderen blijvend behaard en grijs/groen met verdiept adernet, mooie brons tot scharlakenrode herfstkleur.

Knoppen zijn eivormig  met veel schubben en geel/grijs behaard.

Bloeit in mei met weinig bloemen bijeen in hangende trossen, bloem is tamelijk groot en lichtgeel,

kelkbladeren zijn groter dan de bloembladeren, vruchtbeginsel is behaard.

Vrucht is behaard met parallel lopende vleugels. Kwam in 1881 bij de kwekerijen van Veitch in Engeland aan.

Vermeerderen door afleggen of van zaad, of oculeren op Acer negundo wat lastig gaat.

Heeft ook 3tallige blaadjes maar wijkt af van de volgende doordat de blaadjes zeer kort gesteeld  en meestal gaafrandig zijn.

Vormt ook bij ons een kleine boom met een brede en losse kroon met groene, viltig behaarde twijgen en grijs/groene later grijs/bruine en wat gestreepte takken.

Komt uit Japan en China en wordt 15m hoog.

Nikko maple. Nikko Ahorn.

 

46. uit stonewallnursery.com

Acer mandshuricum,  Maxim (uit Mandsjoerije) en Korea wordt 6-10m hoog.

Bladeren zijn driedelig, blaadjes 5-10cm lang, van onder blauwgroen en langs de middennerf behaard, eivormig, het middelste blaadje is langer gesteeld dan de andere die vrijwel ongesteeld zijn, gezaagd.

Bloeit vlak na het uitkomen van het blad met groen/gele bloemen aan korte tuilen.

Vruchten met vleugels zijn 3cm lang, de smalle vleugels staan in een rechte hoek.

Vermeerderen door afleggen.

Komt hier maar zelden maar voor, waarschijnlijk zijn jonge planten gevoelig voor vorst

Een mooie hoge struik of kleine boom met een smalle en losse kroon waarvan de pas geopende bladeren bruin/rood gekleurd zijn en in de zomer de donkergroene bladeren zeer mooi afsteken tegen de rode bladstelen.

Manchurian maple. Mandschurischer Ahorn.

 

Groep Negundo.

Bladeren zijn geveerd of driedelig. Bloemen zijn tweehuizig en komen voor de bladeren, geen kroonbladeren en 4-6 meeldraden.

 

 

 

 

48. uit hu.wikipedia.org

Acer cissifolium, K. Koch (met blad als Cissus) Rode bladsteel van 5-10cm lang die eerst behaard is

Bladeren zijn driedelig, blaadjes 5-8cm lang en eerst aan beide kanten zacht behaard, later kaal, frisgroen en van onder lichter groen en in de oksels van de nerven behaard, omgekeerd eivormig met plotseling toegespitste top, bladrand is boven het midden groot ongelijk gezaagd, verder gaaf of bijna gaafrandig.

Bloeit in mei met licht gele bloemen in eindstandige, pluimvormige trossen.

Vruchten met korte en brede vleugels die sikkelvormig zijn gebogen en in een scherpe hoek staan.

Kweekt gemakkelijk van afleggers.

Een hoog opgroeiende struik of kleine boom met grijs/bruine takken en bruin/groene, aan de top behaarde twijgen.

Komt uit Japan en wordt 6-10m hoog.

Geveerdbladige esdoorn, vine leaved maple. Cissusblättriger Ahorn.

 

49. Uit the North American sylva.

Acer negundo, L. (de laatste naam is afkomstig van het Ben­gaalse nirgundi, wat gebruikt werd voor een boom met dezelfde bladeren als deze) (Vermoedelijk Vitex negundo L)

De vederesdoorn heeft op es gelijkende en meestal 5tallige of zelden drie blaadjes van 5-10cm lang, frisgroen  en van onderen lichtgroen, ei/lancetvormig met toegespitste top, groot en onregelmatig gezaagd.

Jonge twijgen variĎren van glanzend groen tot grijs berijpt.

Apart is dat deze plant tweehuizig is. Als er geen man­netjes in de buurt zijn ontbreken de vruchten in de kenmerkende sikkelvormige vleugels. Bloeit lang voor de komst van het blad met groen/gele bloemen uit zijdelingse knoppen, de mannelijke bloemen zijn langer gesteeld, bloemtrossen hangen

Vruchten met doorschijnende vleugels die wat sikkelvormig zijn gebogen en in een scherpe hoek staan.

Een snelgroeiende maar kort levende heester/boom die tot 15m. reikt met een zeer brede kroon. De stam is zelden recht en heeft meestal een vrij dikke schors die in de lengte en breedte is gespleten en bezet met veel uitlopers.  Meestal wordt de negundo gebruikt als heester. Groeit het best op vochtige en niet kalkrijke gronden, kan tegen grote temperatuurextremen. Kan niet tegen volle wind, dan kunnen er takken uitwaaien.

Vermeerderen door zaaien.

Oorspronkelijk groeit de vederesdoorn in centraal en noord oost Amerikaans loofhoutgebied, wordt 15-20m hoog. Is beschreven in 1688. Aan de Red River gebruikte men zijn sap om er suiker uit te winnen. 

 

Uit L. Van Houtte.

 ‘Aureovariegatum’ heeft goudgeel gevlekte bladeren en komt tot 10m. Is gewonnen in 1859 te BelgiĎ.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit J. Rothschild.

=‘Variegatum’ is de meest bekende bonte vorm, heeft wit gerand en gevlekte bladeren. Wordt ongeveer 7m hoog en werd geregistreerd in Frankrijk in 1850. De bonte lopen wel terug naar groen, die er uit halen.

’Violaceum’ heeft donkergroene bladeren en iets steviger dan de soort die soms gaafrandig zijn

Var. californicum heeft de twijgen viltig en soms paarsachtig, meestal met 3 zacht behaarde blaadjes.

 

Naam, etymologie.

Vederesdoorn of californische esdoorn, Engelse curled leaved maple, ash-leaved maple,  box elder en Manitoba maple, Franse erable negundo, Duitse Eschenahorn en Eschenblattriger Ahorn, met esachtig, veder-, veervor­mig blad.

 

Planten.

Snoei de meeste esdoorns in het najaar tot 1 januari, of na het uitlopen, anders bloeden ze te veel.

Door de dunne schors kan, vooral in jeugdtoestand, zonnebrand optreden. Bladverbranding ontstaat vaak in zomerse dagen, vooral bij de bontbladige var.

Ze houden meestal van zure tot neutrale gronden.

De vederesdoorn is via winterstek te vermeerderen. Knip eind februari stengels van snoeischaarlengte, +20cm, onder en boven een knoop. Dan verwond je het onderste oog, niet erger dan dat je het met je duimnagel zou doen, haal dit door 1% ibz groeistofpoeder en stek ze ter plaatse 3 bij elkaar en zo diep dat er nog maar een paar cm. van de top te zien is. De bovenste top hoeft alleen maar uit te lopen, de rest verdroogt dan niet en kan overal wortelen. Plaats er een merkteken bij zodat je in mei, dan beginnen ze te groeien, weet waar ze staan.

Ook kan je ze in een diepe pot steken en gewoon buiten neerzetten. Wat plastic eroverheen stimuleert een betere opkomst. Denk dan wel om het verbranden van stek door de zon. Er moeten altijd waterdruppeltjes op het plastic zitten. Dan worden de zonnestralen tegen gehouden en weet je dat de luchtvochtigheid hoog genoeg is. Met warm weer luchten, halfweg mei kan je het plastic er af halen. Bij sommige planten is het gewenst dat ze een struikvorm hebben of meer vertakt moeten zijn. Top de eerste scheuten dan in mei op een 5-10cm boven de grond. Geef dan ook (kunst)mest.

Japanse esdoorns zijn via zomerstek te vermeerderen, de soort van zaad. Wel moeten er gezonde en goed groeiende planten gebruikt worden. Hiervan moet zo vroeg mogelijk stek genomen worden, jong stek dat zijn eerste groei heeft gehad, dus als de eerste groeitop stopt met groeien. Dat is ongeveer halfweg juni. Planten die beschut staan, of in een kasje zijn hiervoor nog beter omdat de jonge stek weer aan de groei moet zijn voor het winter wordt. Neem een topstek met drie bladparen, verwijder het onderste bladpaar, dan verwond je het ooggedeelte licht en steek dit in 1% ibz groeistofpoeder, afkloppen van het stekje. Planten in 2 delen gezeefde turfgrond met 1 deel scherp zand, aangieten, plastic erover heen en elke week even controleren op vochtigheid, droogte, schimmels. Laat het plastic er dan een paar uur af zodat het blad wat opdroogt en bedek het dan weer. Na enkele weken/maand is het stek geworteld. In de winter vorstvrij bewaren. Laat het stek een jaar staan.

Gemakkelijker is afleggen. Buig in de zomer de buitenste stengels naar beneden en leg die in een kuiltje, haal daar het blad er af, zet ze vast aan een piket. Zorg ervoor dat de toppen zo recht mogelijk omhoog staan. Na 2 jaar zijn ze geworteld, afsteken en verplanten.

 

Zie verder: volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl, en: volkoomen.nl