Berberis.

Uit A. Masclef.

 

Tot dit geslacht behoren een 450-500 soorten, hybriden en cv's, 1-5m.

Het verspreidingsgebied is in hoofdzaak Z. Amerika, Midden en Oost Azië en daarnaast komen er soorten voor in N. Amerika, N. Afrika, M. en Z. Europa, Klein Azië, de Balkan etc. De groenblijvende soorten komen meestal uit Z. Amerika, China en de Himalaya. Nauw verwant met Mahonia.

Er zijn bladhoudende, bladverliezende, kleine- en grote bladeren, bonte bladeren en bladeren met mooie herfsttinten, er zijn hoge en lage, dichte en losse vormen.

Sommigen zijn te gebruiken als solitair, andere voor haag of randen, siertuinen en dergelijke

De meeste bezitten gele of oranje en sommigen zelfs prachtige bloemen. Ze staan met enkele bijeen of in grote trosvormige pluimen.

Doornige struiken met een gele binnenbast en hout.

Bladen staan afwisselend en zijn meestal glanzend, 1-10 cm lang, enkelvoudig en of glad gerand of getand..

Bloemen staan in verlengde of schermachtige trossen of alleenstaand, geel of oranje.

Er zijn takken met twee verschillende vormen. Lange scheuten vormen de structuur van de plant, korte zijn slechts 1 a 2 mm lang.

Vrucht een bes met 1 of verschillende zaden.

Berberidaceae, zuurbesfamilie.

 

Lyrisch.

Het frisse groen in mei lokt tot een tweede bekijken van talloze struiken die dan uitgehuwelijkt worden. Ieder probeert de ander te overbieden in schoonheid en ook de onaanzienlijkste zijn in deze tijd sierlijk opgesmukt. Daar staat er een voor ons die je het hele jaar geen aandacht schenkt, mogelijk in de herfst met de bes, maar straalt je nu tegen in helder geel. Zijn meeldraden zijn gevoelig voor aanraken, zoals ze midden in het gele rokje staan en aangeraakt worden door de bestuiver of door middel van een speld, buigen ze zeer snel naar binnen. Doordat die meeldraden bij de minste prikkel bewegen is Berberis het symbool geworden van jaloezie.

Zijn parfum is ongepast, hoewel die toch omzwermd wordt door talloze aanbidders. De ornamentele vruchtentrossen hangen tussen een gloeiende herfstkleur en blijven ook in het donkerbruine hout hangen als rode koralen die de plant sieren alsof ze een huwelijksfeest houdt.

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: floraDorens.

Berberis is berucht vanwege zijn driespaltige bladdorens die van kort tot zeer lang en zeer stekelig kunnen zijn. Voor beginners zijn de soorten altijd wat moeilijk uit elkaar te houden. Een herkenningsteken is vaak het wit of grijs aan de onderkant van de bladeren. Gemakkelijker zou het gaan als er een term stekeligheid bestond. Er zijn zachte tot scherpe en soms zeer lange stekels. Met 1-3 maar ook 3-7 dorens. De mate van gepriktheid zou ons dan kunnen brengen tot het juiste soort. De dorens op de twijgen staan, wat vooral in voorjaar goed te zien, als een wenteltrap geplaatst.

Ze staan onder het beheer van Mars.

 

Bladverliezende soorten.

Berberis gilgiana Fedde (Duitse botanicus E. Gilg) Omgekeerd eivormige bladeren zijn gezaagd en dof donkergroen, 2.5-4.5cm lang met grijs behaarde achterkant met een scharlaken/rode herfstkleur.

Purper/bruine twijgen.

Meestal 3delige dorens van 2.5cm lang.

Bloemtrossen van 7cm lang met 0.5cm grote, zwavelgele bloempjes.

Bessen zijn bloedrood en 8-10mm lang.

Rechtop groeiende en gedrongen struik.

Uit N. en Midden China wordt 100-200cm hoog.

 

Berberis giraldii, Hesse. (genoemd naar pater Giraldi die de plant uit China opstuurde) Bladeren zijn 5-8cm lang en van onderen wat behaard, ovaal tot breed/ovaal met gezaagde bladrand.

Jonge twijgen en pas geopende bladeren zijn eerst rood getint en later meer matglanzend groen met in het najaar weer een mooie scharlakenrode kleur.

Bladdorens zijn tot 2cm lang en gewoonlijk enkelvoudig.

Bloemtrossen zijn tot 12cm lang en komen eind mei, soms zijn ze er nog als de eerste vruchten verschijnen, diepgeel met wat roods aan de buitenkant, 8mm doorsnede.

Vrucht is 7-8mm lang en ovaal, purperrood.

Komt uit N. China en wordt 1.5-2m hoog.

Dit is een van de mooie soorten die de Fa Hesse uit Weener uit N. China gehaald heeft.

 

Berberis mitifolia,  (weerloos blad) Stapf. (Berberis brachypoda. (kort voetje)  Bladeren zijn tot 6cm lang en heldergroen, van onder lichtgroen en aan beide zijden behaard, lang elliptisch met onregelmatig gezaagde bladrand.

Jonge twijgen zijn sterk gegroefd en licht grijs.

Bladdorens zijn tot 2cm lang en meestal driedelig.

Bloemen zijn 10mm in doorsnede en heldergeel, ze staan in hangende bloemtrossen van 8cm lang.

Vruchten zijn 1cm lang en donker rood.

Groeit snel met opgaande groeiwijze.

Uit N. W. China wordt 1.5-2m hoog.

 

Berberis vernae, Schn. (Verna, dochter van Al. Berger, Duitse botanicus te la Mortola bij Ventimiglia, Italië)  Bladeren zijn bijna ongesteeld en zeer ongelijk van grootte, aan de bloeiende takken tot 2cm lang en aan de nieuwe scheuten 3.5cm lang, fris groen en vanonder iets grijs/groen en spatelvormig.

Jonge twijgen zijn sterk gegroefd en rood/bruin tot purper/rood, wat hangend.

Bladdorens zijn meestal enkelvoudig en soms tot 4cm lang.

De vele bloemen zijn 4-5mm in doorsnede en heldergeel, ze staan zeer dicht bijeen in korte trossen in mei.

Vruchten zijn 5-6mm lang en bijna rond, zalmkleurig rood.

Komt uit N. W. China en wordt 1.5-2m hoog.

 

1. Uit Fuchs.

Beschrijving: Beschrijving: Cliquez pour voir l'image en taille réelle Berberis vulgaris, L. (vulgair of gewoon) Bladeren zijn omgekeerd eivormig, gezaagd en aan de randen kleine haren, zeegroen en zeer kort gesteeld.

Jonge twijgen zijn grijs/bruin met scherpe driedelige dorens.

Gele, hangende bloemtrossen in juni. De geur van de bloem is op afstand geurend en dichterbij minder aangenaam.

De bloemen worden gevolgd door trossen van rode kraalbessen.

Een struik van 2 a 3m hoog die wat opgaat en later wat gaat hangen..

De bladeren van de gewone zuurbes vertonen aan de onderkant vaak roestkleurige vlekken, dit zijn de sporen van de berberisroest (Puccinia graminis) Deze roest is schadelijk voor graangewassen en vooral rogge. Als de graangewassen afsterven overwintert die roest op de bladeren van de Berberis en kan zo het jaar erop weer in het graan terug keren. Het zal duidelijk zijn dat de plant om die reden vervolgd werd.

Komt door geheel Europa voor, hagen, bosjes, wouden en graag op kalkrijke grond.

’Aropurpurea’ is de bruinbladige berberis. Kan ook door zaad worden vermeerderd omdat 70-80% donkerrode bladeren heeft. Verder zijn er bontbladige vormen als ’Marginata’ en ‘Marginata Aurea’.

 

Naam

(Dodonaeus) (a) ‘Galenus noemt het in het Grieks Oxyacantha, (zuurdoorn) te weten in het boek ‘De facult.simpl.medic’. en zegt dat het van de Oxyacanthos zeer veel verschilt wat noch opmerkelijker blijkt in het boek De facult.aliment. want daar rekent hij de jonge spruitjes van de Oxyacantha onder de eetbare dingen wat van de spruitjes van de Oxyacanthus of meidoorn niet waar is, maar wel van die van de sausenboom. Dioscorides vermaant van deze sausenboom nergens want het gewas dat hij Oxyacantha noemt is niets anders dan de Oxyacanthus van Galenus en dat is de meidoorn. In het Latijn mag men het Spina acida of naar de Griekse Oxyacantha noemen of ook zoals men in Frankrijk naar de gewone Franse naam zegt Spinivineta, andere noemen hem Spina Sancta, Piryacantha, Pyrina, Spina acuta, Oxalis arborea, Spina acetosa en Spina appendix Plinij (welke laatste naam beter overeen komt met onze gewone meidoorn). In Brabant wordt dit gewas suerboom genoemd of boom-surckel en soms erbsich naar de Hoogduitse naam Erbsel of Erbsell, in Hoogduitsland Saurich, in Frankrijk espine vinette of espine aigrette, in Engeland woodsour, in Spanje epino de marvelas in Bohemen drack en dristall, in het Hongaars irom barbara en fay foska, dat is Barbaarse wijn en boomzuring.’

Zuurbes, Duitse der Sauerdorn, Saurach, Erbsich, Erbseldorn, Essigbeere, Essigdornbeere, Surbeere, is zo genoemd naar zijn zure bessen, ook het blad is wat scherp. Frans heeft l’epine vinette, epine betekent doorn, vinette en vinettier: zuur of azijnachtig, Duits Wildweinreb, Weinagelein: einlage in de Wijn.

Dodonaeus (b) ‘In Brabant heet het ook, sauceboom of sauseboom en versilts, in Hoogduits Versich en Paisselbeer’.

Dodonaeus zegt dat de bladeren voor saus dienden. Duitse Paisselbeere, Peiselbeere, Persich, Peyssel, Rhabarberbeeren, Versing bij Bock, Versich.

Dodonaeus (c) ‘In Italië heet het crespino en daarnaar in het Latijn Crispinus of Crespinus, in de apotheken noemt men het Crespinus, in Italië crespino’.

Italiaans crespino, Duitse Krispese.

Dodonaeus (d) ‘Avicenna schijn zowel de sausenboom als de meidoorn met de naam Amyberberis begrepen te hebben want hij zegt er aldus van; ‘Een soort van Amyberberis is rond en rood die in het veld groeit en een ander soort die zwart, langwerpig, zandachtig is en in het Latijn arenosum, dan daarvoor moet acetosum, dat is zuur, gesteld worden. Met welke woorden hij beide vruchten uitgedrukt en te kennen gegeven heeft, want de ronde en rode vrucht is die van de gewone doren of meidoorn en de zwarte en langwerpige is die van onze tegenwoordige sausenboom die, als gezegd is, zwart is als hij droog en dor geworden is. En van deze naam Amyberberis schijnt de gewone naam Berberis waarmee de sausenboom in de apotheken bekend is verdraait of gemaakt te wezen. In Brabant en Hoogduitsland is de sausenboom zeer algemeen en ook in Turkije daar het tegenwoordig Amirbaris heet, in Frans soms du berberis, in het Latijn Berberus’. 

De hoge glans van de bladen zou aanleiding hebben gegeven voor de naam Berberis die Brunfels aannam van de Arabieren. Arabisch barbaris, berbaris of berberis, van Perzisch barbari, Turks barbaris waarmee een bes van een stekelige struik genoemd werd.

In die taal betekent berberys de naam van de vrucht: mossel. Dit is een naam die waarschijnlijk aan de Phoenische taal ontleend is waar barbar een schitterende polis betekent, in Perzisch barbari en in Turks barbaris. Er is zo ook een Grieks woord berberi dat pareloester betekent. Berberis is zo verwant met een parel.

Of zo genoemd naar de plaats Berberei in Afrika waar het door de Arabieren naar Spanje gebracht is. Dyetsche heeft amuberberis wat later amiberberis werd. Het Engelse barberry of berberry zou een verbastering zijn van amyrberis bij welke term de Arabische geneesheren de berberis kenden. Mogelijk is het woord verbonden met barb, een prikkel, naar de dorens, vergelijk Frans barbillon: stekel, Duits Berberitze. Italiaans berberi, en uvetta; bes. De Russen kennen de plant onder de naam barbariss.

Dodonaeus (e) ‘In Engeland heet het hudthorntre en my’. Dat wel naar de meidoorn.

(f) De Engelse naam jaundice berry is ontstaan omdat het de ziekte die gele jaundice heet geneest door constant te eten met een lepel die gemaakt is van dit hout.

(g) Engelse pipperidge bush of piprage, nu verbonden met peper, pepperidge, is een oude Engelse naam die Turner spelde als pypryge, verder guild tree en rilts.

(h)  Oude Duitse namen zijn; Bettlerkraut, Boassbeere, Bromlbeer, Buebelaub, Dreidorn, Spitzbeere Zweckholz, Zizerl, in Zwitserland Geisselaub, Guggerbrot, Hase(n)brot, Schwide(n)beere, Spissbeeri.

 

Gebruik.

Vroeger was het gebruik zo. (141, 164, 310)De groene bladeren van sausenboom dienen om er sausen van te maken voor de spijs net zoals zuring en de saus die daarvan gemaakt wordt of het water daar ze in gekookt zijn is verkoelend en maakt appetijt of lust om te eten en is daarom ook zeer goed voor diegene die verhit en met enige hete of brandende koortsen gekweld zijn en verkoelt of matigt de brand van het bloed en de al te grote hitte van de lever.

De besjes of vruchten van sausenboom zijn ook verkoelend en nuttig tot al hetgeen daar men de bladeren tegen gebruikt en ze stoppen de loop van de buik en de rode loop en stelpen alle onmatige vloed en alle onnatuurlijke bloedgang en zowel van de vrouwen als van de mannen.

De jonge uitspruiten van dit gewas mogen ook zeer nuttig gegeten worden en min of meer als asperges, maar ze hebben andere krachten dan de echte of gewone asperges, want ze zijn ook verkoelend en lijken op de andere delen van dit gewas.

Het sap van dit ganse gewas is tot vele dingen nuttig en vooral hetgeen dat uit de vruchten geduwd is en als dat gedronken wordt stelpt het de oude vloeden van de baarmoeder, dan andere zeggen dat als het op de buik van de vrouwen gestreken wordt de dode vrucht uit het lijf drijft. Die bessen of hun sap op de buik gestreken laten zweten, maar laten de maandstonden ophouden, waartoe de wijn van die ook goed is gedronken.

Water daar deze vruchten in gekookt zijn maakt de losse tanden vast als men de mond daarmee spoelt en hetzelfde maakt het tandvlees ook vast en laat de ontsteking en verhitting van de keel vergaan en van de huig en belet alle zinkingen die er op van het hoofd dalen mogen, in gorgels gebruikt.

Het laat de parels die er een tijd lang in geweekt zijn murw en zacht worden, zoals andere van het limoensap ook verzekeren.

Een poeder gemaakt van deze vrucht en op een wond gelegd daar een pijl of schicht in geschoten is trekt die pijl eruit zonder zweren en insgelijks een doorn of een nagel of glas, als deze vrucht gestoten of gescherfd er op gelegd wordt.

De binnenste gele schors van sausenboomhout wordt van de schilders ook gebruikt en gepoederd geneest het de sproeten, puisten, plekken en andere gebreken van de huid, met weegbreewater en met niet al te sterke azijn gemengd.

De wortel van sausenboom is ook wat bitterachtig van smaak en daarom wordt geloofd dat het de bladeren en vruchten van dit gewas in krachten gelijk is. Dan ze wordt op verschillende plaatsen in loog geweekt om daarmee het haar geel te maken als men het hoofd er dikwijls mee wast.’

Culpeper vermeldt de barberry onder Mars. Het haar gewassen met een aftreksel, gemaakt van de as van de struik, maakt die geel en dit is Mars eigen kleur.

Het sap van de bes is, samen met aluin geschikt om wol, linnen, katoen en zijde helderrood te verven. De gedroogde vrucht levert, zonder aluin, een kaneelbruine kleur die voor zijdeverven gebruikt werd. Uit de gele wortels en de gele bast van de takken kan een gele verfstof worden bereid..

De bes is een steenvrucht en bevat veel vitamine C., verder appel-, citroen- en wijnzuur. De bes is goed voor het maken van dranken.

Medisch werd de bes ook gebruikt als een samentrekkende en terugdrijvende kracht, er werd een papje van de bladeren gemaakt die dan opgelegd werd. Het blad werd ook wel gebruikt om de syrupus Berberidum te bereiden voor de apotheek. Om een goede en versterkende likeur te verkrijgen moet men een deel bessen op 12 delen water met een weinig venkelzaad een nacht laten trekken en hierna goed roeren en naar smaak zoeten. De bessen kunnen ook gebruikt worden om er een brandewijn van te maken waartoe ze licht gekneusd en met water vermengd worden zodat ze dan spoedig gaan gisten. Ook kunnen ze gekonfijt gegeten worden. De onrijpe vruchten werden ook wel in water gekookt en als een mondspoeling gebruikt. De in de herfst verzamelde vruchten die met azijn vermengd worden dienen in de keuken als sier voor de vleessalade.

Het sap was goed tegen dorst die van hitte kwam. Symbool van zuurheid, scherpte, sourness, sharpness. Het gele hout is hard met een mooie structuur en gebruikt voor inleg- en draaiwerk. Op Goede Vrijdag kan men zich vooral van tandpijn bevrijden als men een vinger of teennagel afsnijdt en onder zo’n struik begraaft.

De zaden worden in de winter graag door de vogels gegeten, vooral de koperwiek lust ze graag en zou toen die nog gevangen werd zelfs naar deze bes smaken.

 

2

Berberis amurensis, Rupr. (afkomst, Amur/China)  Die lijkt qua groeiwijze en bladvorm veel op de vorige soort maar loopt vroeger uit. De bladeren zijn gewoonlijk wat langer gesteeld en groter, bovenkant is mat glanzend en van onder grijs/groen.

De zeer kleine bloemen staan in 10cm lange trossen.

Vruchten zijn koraalrood.

Komt uit O. Azië en wordt 2-4m hoog.

 

6

Berberis koreana, Palib. (uit Korea) Bladeren zijn donkergroen en aan de onderkant sterk blauw berijpt met vooruitspringende nerven, omgekeerd eivormig of breed ovaal en soms bijna rond, de top zuiver afgerond en naar de bladsteel plotseling zeer smal aflopend, fijn gezaagde bladrand.

Jonge twijgen zijn rood/bruin en aan de top berijpt.

Bloeit eind mei tot midden juni met kort gesteelde, heldergele bloemen in kleine trossen.

Vruchten zijn 6mm lang en eivormig, koraalrood.

Komt uit Korea en wordt 2m hoog.

 

7

Berberis sieboldii, Miq. (arts te Deshima, onderzoeker van Japanse flora en fauna, Philip Franz von Siebold, 1796-1866)  Omgekeerd eivormige bladeren zijn spits en fijn getand, 2.5-6cm lang met heldergroene achterkant en mooie herfstkleur in wijnrood.

Rood/bruine en gegroefde twijgen.

Meestal 3delige dorens.

Bloemen staan met 3-6 bijeen, zijn klein en heldergeel.

Glanzend geel/rode bessen.

Uit Japan wordt 50-100cm hoog. Is beschreven in 1890.

 

Onbekende Berberis uit Matthiola.

8

Berberis prattii, Schn. (A. E. Pratt, Engelse zooloog en plantenverzamelaar in de tweede helft van de 19de eeuw) (Berberis polyantha) (met vele bloemen) Bladeren zijn hoogstens 2.5cm lang en heldergroen en in het najaar mooi rood gekleurd, omgekeerd eivormig en meestal aan de top een scherpe punt, bladrand gezaagd, blad valt laat af.

Dorens zijn meestal driedelig maar ook enkelvoudig en tot 2cm lang.

Goudgele bloemen staan in dichte en vertakte trossen in juni.

Vruchten zijn rond/ovaal en zalm kleurig rood.

Een zeer rijk bloeiende vorm, een hoge en brede struik met bruine twijgen en sterk gedoornd Komt uit W. China en wordt 1m hoog.

 

9

Berberis francisci-ferdinandii, Schn. (Franciskus-Ferdinand’, waarschijnlijk wordt hier gedoeld op de koning van Aragon, Ferdinand v, 1452-516) De driedelige bladdorens zijn 2.5cm lang.

Bladeren zijn tot 6cm lang en stevig, ovaal tot elliptisch met afgeronde top of puntig toelopend, gezaagd en meestal met aan elke kant 5-7 tanden.

Jonge twijgen zijn eerst rood en worden later grijs/bruin.

Tot 12cm lange en hangende, goudgele bloemen met doorsnede van 8mm, rijk bloeiend van mei-juni.

De grote en 12mm lange, ovale vruchten zijn scharlakenrood.

De recht opgaande groeiwijze en de hele vorm herinnert aan chitria die hier beter bekend is.

Uit W. China wordt 2-3m hoog.

Franz-Ferdinand-Beberitze.

 

10

Berberis poiretii, Schn. (Franse botanist Jean Louis Marie Poiret, 1755-1834) Deze wordt nog al eens verwisseld met de volgende maar wijkt er van af door de smallere bladen  die aan de onderkant niet blauw maar grijs gekleurd zijn. Ook de bladdorens zijn korter en gewoonlijk enkelvoudig.

De bloemen staan dichter bijeen in kleinere trossen. Bloeit in mei.

Vormt al gauw een mooie en dicht groeiende struik met bruin/rode en sterk gegroefde twijgen die aan de top wat overhangen.

Zeer mooi is deze plant in de herfst omdat de bladeren dan ook rood verkleuren.

Komt uit W. China, het Amurgebied en wordt 1.5-2m hoog.

 

11

Berberis chinensis, Poir. (uit China) Bladeren zijn 4.5-5cm lang en stevig, glanzend donker groen en van onder licht groen tot wat blauw, lang omgekeerd eivormig, bladrand is meestal gaaf of spaarzaam getand.

De jonge twijgen zijn sterk gegroefd en rood/bruin met meestal driedelige bladdoorns, de middelste bijna 2cm lang.

Bloeit in mei met gouden bloemen in hangende trossen.

Vruchten zijn tot een cm lang en buisvormig.

Komt uit Klein Azië en de Kaukasus en wordt 2-3m hoog.

 

Beschrijving: Beschrijving: bloemenbureau14

Berberis thunbergii, DC. (Zweedse botanist en leerling van Linnaeus Carl Peter Thunberg die Nederlandse kolonies bezocht, 1743-1828) Bladeren zijn 1.5-2.5cm lang, dun en omgekeerd eivormig of lancetvormig met een gave bladrand.

De hoekige twijgen zijn scherp driedelig gedoornd.

Bloeit in het voorjaar met 8-10mm doorsnede, heldergele bloemen die wat roze/rood gevlekt zijn, alleen staand of hoogstens met 5 bijeen en wat hangend.

Vruchten zijn tot 1cm lang en helderrood.

Het is een betrekkelijk laag blijvende, dicht vertakte struik met horizontaal afstaande bruin/rode twijgen die gekweekt wordt om zijn mooie herfstkleur, een zachte koraalkleur tot zelfs oranje Komt uit Japan en wordt 1.5-2m hoog. In 1784 ontdekte Thunberg deze stekel in Japan. Is beschreven in 1882.

 

Vormen.

‘Atropurpurea’ heeft koperrood gekleurd blad. Typerend is de glanzend roodbruine bastkleur en de stugge, strakke groei. Het struikje wordt nogal eens gebruikt om strakke lijnen om de tuin te zetten. Zo zien we ze verschijnen tegen de dunne en in levendige vegen neergezette kleuren van de voorgrond en het ijle lichtblauwe vlak van de hemel. Daar contrasteert de forse vorm van de rode Berberis als een kleurvlek, het rood dat zich verdiept in zijn intensiteit tot een donkerpurper vormt als het ware een barrière met de achtergrond en sluit die af van het architectonische geheel van de tuin.

Het is de kleur die, als zelfstandige emotionele waarde, de omgeving beheerst. Een enkele kleur die er zijn stempel op drukt en gepuurd wordt uit de vormen van de zichtbare natuur. Zijn kracht ontwricht het vroegere evenwicht.

Ook is er een ‘Atropurpurea Nana’, een dwergvorm.

‘Minor’ wordt maar 50cm hoog.

Groenbladige dwergen als ‘Green Carpet’ en ‘Carpetbagger’.

Red Chief’ is roodhuidig met een elegant, sierlijk en trots voorkomen. Wel wat geprikkeld.

Green Ornament’ is een ornament in de tuin. Kleurt in drie kleuren de straat bruinachtig wat door geelgroen gevolgd wordt dat op den duur donkergroen kleurt. Dit effect wordt de gehele zomer gehandhaafd doordat het gewas lang doorgroeit. Het blad is fraai waaiervormig rond de takken gerangschikt.

 

Berberis ottawensis Schneider. (uit Ottawa)

‘Superba’ is een luxe uitvoering van de bruinrode haagberberis. Wordt een 2 m hoog en breed.

Heeft beschaafd metaalrood blad, in lepetjesvorm.

Bloemen zijn met wat rood aan de lange, sierlijke trossen en worden gevolgd door helderrode vruchten.

 

Berberis media Grootend. (er tussenin) is een kruising tussen candidula x thunbergii. Een kruising tussen een bladverliezende en bladhoudende Berberis.

 

Vormen.

Omstreeks 1942 ontstond bij W. H. van Eck uit Boskoop in een zaaisel van thunbergii een plant die de aandacht trok door de dichte groeiwijze en wintergroene bladen. In 1956 haalde die plant een getuigschrift eerste klasse. Dit was B. media ‘Parkjuweel’, een stekelig juweeltje.

Dicht en doornig is het parkjuweel met redelijk grote bladeren die tot diep in de winter aan de plant blijven en zelfs half wintergroen kan zijn. Na een flinke winter hangt het blad levenloos tussen de scherpe stekels en wacht op de eerste kussen van de voorjaarszon voordat die weer levendig en aangenaam wordt. Deze struik wordt veel aangeplant in de gemeentevakken.

Hieruit is een sport ontstaan, ‘Red Jewel’, die bronskleurig blad heeft vooral bij het uitlopen en later geleidelijk aan naar groen kleuren. Een meter hoog en bijna een meter breed.

 

15

Berberis wilsoniae, Hemsl. (Mrs. Muriel Wilson, echtgenoot van Ernest H. Wilson, 1876-1930, Engelse plantenverzamelaar en botanicus in China) Twijgen zijn rood/bruin en als ze jong zijn, behaard en meestal met driedelige bladdorens die zeer scherp en wel tot 2cm lang zijn.

De twijgen van deze soort staan meer uit en vormt zo een brede en laag blijvende struik. De typische soort is te onderscheiden door de sterk vertakte en in bogen overhangende twijgen waarvan de zijtakken meestal opstaan en aan de top purperrood getint zijn. Ze zijn niet allemaal soortecht omdat er veel van zaad gewonnen wordt en er gemakkelijk bastaarden gevormd worden.

Bladeren zijn 2cm lang en dofgroen, van onderen blauw berijpt in het najaar met een mooie rode herfstkleur, omgekeerd lancetvormig en gaafrandig en laat als een van de eersten van deze groep het blad vallen.

Bloemen zijn lichtgeel in juni en staan in korte trossen.

In de herfst hangt de struik vol met ronde zalmrode bessen.

Is afkomstig uit W. China en wordt een meter hoog.

De var subcaulialata (halve stam gevleugeld) groeit hoger dan de soort en vormt een dicht groeiende en brede struik. De twijgen gaan meer omhoog en buigen zich met een grotere boog naar beneden.

Var stapfiana (naar Otto Stapf, 1857-1933, Oostenrijkse botanicus)  heeft opgaande, grijs/bruine twijgen en bruine dorens, lancetvormige bladeren van 7-22mm lang en licht gele bloemen van 4mm die met 6-7 bijeen in korte trossen staan. Donker karmijn/rode bessen.

 

Berberis aggregata, Schneid. (opeengehoopt) Bladeren zijn 1.5-2cm lang en dofgroen, van onderen blauw, omgekeerd eivormig, de bladrand is onregelmatig getand.

Jonge twijgen zijn behaard en grijs/bruin en zeer sterk, driedelig gedoornd.

Kleine bloemen staan in opstaande dichte trossen van 4cm lang in lichtend geel met iets eerdere bloei dan de wilsonae, mei/juni.

Zeker de mooiste vruchtdragende Berberis uit deze groep. In september/oktober is de hele struik overladen met dichte trossen van oranje/rode doorschijnende koralen van 5mm in doorsnede.

Dicht vertakte heester.

Komt uit N. W. China en wordt 1.5-2m hoog.

Var prattii (A. E. Pratt, Engelse zooloog en plantenverzamelaar in tweede helft van de 19de eeuw) wordt wat hoger en groeit sterker. Heeft grotere en tot 3.5cm lange heldergroene bladeren.heldergele bloemen in tot 10cm lange trossen.

Zalmkleurig/rode bessen.

 

Wisley hybriden, ‘kruising uit aggregata x wilsonae en mogelijk polyantha.

 ’Rubrostilla,  is in het najaar met oranje/rode bessen overladen.

’Buccaneer’,  geelachtige twijgen grote witachtige bessen die later meer oranje/rood worden

’Carminea’ brede struik met diep rode bessen.

’Pirate King’ met overhangende takken en licht rode bessen in dicht pluimen.

’Wisley’ opgaand met brede bladen, licht roze bessen.

’Barbarossa’ sterk vertakte struik met donkerrode bessen, gewonnen door W. Watsons & Sons uit Killiney, Ierland.

’Sibbertoft Coral’ lijkt veel op wilsonae, koraal/rode bessen en mooie rode herfstkleur, is gewonnen door Lady B. Stanley uit Market Harborough, Engeland.

 

16

Berberis dictyophylla, Franch. (met netvormig geaderde bladeren) Omgekeerd eivormige bladeren zijn blauwgroen en meestal gaafrandig, 1-2.5cm lang met een wit/blauw berijpte achterkant, mooie rood/oranje herfstkleur.

Twijgen zijn vooral in jonge toestand wit berijpt.

Dorens zijn 1-3delig, geelbruin en tot 1-2.5cm lang.

Alleen staande bloemen zijn licht geel en 1-1.5cm groot in mei.

Roze/rode bessen in september.

Een mooie struik met overhangende rood/bruine takken.

Uit Z. W. China wordt 15-200cm hoog. Is beschreven in 1901.

 

17

Berberis diaphana, Maxim. (doorschijnend) Bladeren zijn tot 3cm lang en heldergroen, van onderen blauw berijpt, ovaal of omgekeerd eivormig, gaafrandig of getand.

Bladdorens zijn tot 3.5cm lang en driedelig.

Jonge twijgen zijn aan de top rood/bruin gekleurd.

Diep gele bloemen komen in mei, alleen staand of met 3-5 bij elkaar en tot 1.5cm in doorsnede

Vruchten zijn zeer groot en doorschijnend oranje/rood in augustus/september.

Een sterk groeiende en dicht vertakte struik met stevige geel/bruine twijgen.

Komt uit W. China en wordt 1.5-2m hoog.

 

Bladeren zijn altijdgroen. Vruchten zijn blauw of zwart.

 

Berberis hookeri, Lem. (Engelse botanist sir William Hooker, 1785-1865, eerder directeur van de Botanical Gardens)  Bladeren staan in kransen van 5 of meer en dicht bijeen, ze zijn tot 7cm lang en soms gegolfd, glanzend diepgroen en van onder grijs, elliptisch of lancetvormig en aan iedere kant 4-7 scherpe en naar voren gerichte tanden.

Een opvallende soort met grijs/bruine twijgen.

Driedelige en tot 3cm lange bladdorens.

Bloemen zijn 6-8mm in doorsnede en staan met 3-6 bijeen, zwavelgeel, niet hangend.

Vrucht is blauw berijpt.

Komt uit de Himalaya en wordt 1-1.5m hoog.

 

Berberis x interposita Ahrendt. (er tussen geplaatst) Hybride uit Berberis hookeri var.viridis.

‘Wallich's Purple’ is een dicht vertakte struik en een van de meest aangeplante bladhoudende vormen.

Blijft statig groen maar ontplooit in het voorjaar zacht bronskleurig tot rode bladeren. In de winter is het met een paarse gloed overgoten, vermoedelijk van de kou.

Anderhalve meter hoog bij een meter breed.

 

Uit www.biolib.de

Berberis linearifolia Phil. (met lange, lijnvormige bladeren)

Orange King’ is een prachtige bloemheester. Een rijke bloei van vol oranje die warmte geeft en opvalt in mei op de ondergrond van glanzend groen blad.

Is wat vorstgevoelig.

Anderhalve meter hoog en een meter breed.

 

Berberis x lologensis Sandw. ( naar Lalo Lolog in Argentinië waar ze voor het eerst gevonden werd) Glanzend donkergroene bladeren die zeer verschillend van vorm zijn en deels op beide ouders lijken, 2-4cm lang, gaafrandig tot ongelijk stekelig/getand.

Bruinrode twijgen zijn fijn behaard.

Dorens zijn 3-5delig en tot 7mm lang.

Rijke bloei met trosjes van oranje bloempjes in mei/juni.

Eivormige bessen van 7-9mm lang.

Wordt 80-150cm hoog.

Een mooie groenblijvende heester die ontstaan is uit een kruising van linearifolia x darwinii, staat in groeiwijze tussen beide ouders in.

                                          

Berberis manipurana, Ahrendt. (Sanskriet voor stad van juwelen) Bladeren zijn 8cm lang en glanzend donkergroen, onderkant is in dezelfde kleur maar doffer, elliptisch met gegolfde bladrand, de tanden staan om de andere naar voren gericht of naar onderen omgebogen. Middennerf is verdiept waardoor beide bladhelften wat bol staan, in het najaar scharlakenrood.

Bladdorens zijn driedelig en zeer dun, 2cm lang.

Lichtgele bloemen in hangende trossen.

Vruchten zijn blauw/zwart.

Vormt hier een vrij losse struik met bruin/rode, gegroefde twijgen.

Afkomst is niet met zekerheid bekend.

Manipur barberry.

 

Berberis pruinosa, Franch. (dauwachtig, als met een waas overtogen) Bladeren zijn tot 6cm lang, glanzend donkergroen en aan de onderkant blauw/wit berijpt, lancetvormig of elliptisch met doornig getande en wat naar beneden omgebogen bladrand.

Jonge twijgen zijn geel/bruin en aan de top purper/rood.

Driedelige en tot 4cm lange bladdorens die eerst wat groen en later grijs/bruin worden .

Trossen van 8-25 heldergele bloempjes komen in mei.

Elliptische bessen zijn 6-7mm lang en blauwzwart berijpt in augustus/november.

Uit W. China wordt 2-3m hoog. Is beschreven in 1896.

 

18. Uit B. Maund.

=Berberis buxifolia, Pers. (met Buxusachtig blad) (Berberis dulcis) Bladeren staan in rozetten van 3-7 stuks, ze zijn breed spatelvormig en zeer kort gesteeld, 2.5cm lang en 1.2cm breed, mat glanzend en zeer donkergroen, van onderen grijs/groen en meestal gaafrandig, de top scherp gepunt.

Een losse en hoog groeiende struik met overhangende en donkergrijze, fijn behaarde twijgen

Enkelvoudige of driedelige en tot 1.5cm lange en zeer scherpe dorens.

Uit elke bladkrans komen 1-2 bloemen zodat vooral de einden van de twijgen van vorig jaar eind april, begin mei overdekt zijn met grote oranje/gele bloemen.

Vruchten zijn blauw/zwart en worden graag door de vogels gegeten.

Is afkomstig uit de straat van Maghellaan en is hier sinds 1827 en wordt 100-250cm hoog. 

De cv ‘Nana’ is zeer compact en groeit bolvormig, een mooie plant voor randen, 50-60cm, lang gesteelde en deels wat getande bladeren.

’Pygmaea’ is een jeugdvorm die nog lager blijft dan de vorige, zonder dorens en lang gesteelde, getande bladeren.

 

19

Berberis empetrifolia, Lam. (met blad als Empetrum) Spitse en naaldvormige bladeren met sterk omgerolde rand van 0.5-2cm lang, de bladrand is tot het midden omgebogen.

Jonge twijgen zijn grijs/bruin en iets behaard, later rood/bruin tot grijs/bruin.

Doren zijn 1-3delig, donkerbruin en tot 1.5cm lang.

De 1-2 bloemen zijn goud/geel en 1cm in doorsnede in mei/juni.

Blauw/zwarte bessen van 0.5cm in doorsnede.

Moet op een beschutte plaatst staan en in de winter wat bedekken.

Een fraaie laag losgroeiende en lage struik met sterk afstaande twijgen die soms kruipen.

Komt uit Z. Amerika, Chili, en wordt 50cm hoog. Is beschreven in 1827.

Fuegian barberry.

 

20

Beschrijving: Beschrijving: landbouw Berberis x stenophylla Lindl. (smal, dunbladig) De zeer lange scheuten zijn bedekt met fijne glanzend groene blaadjes van 2.5cm lang die van onderen metaalgrijs gekleurd zijn, de bladrand is gaaf en sterk naar beneden omgerold.

Driedelige bladdorens zijn tot 8mm lang.

Goud/gele bloemen van 1cm in doorsnede staan met 2-6 bijeen in korte of in zeer smalle trossen. De rijke bloei in mei wordt soms in de herfst nog eens herhaald.

Vrucht is zwart en berijpt, maar zeldzaam aanwezig.

Groeit uit tot een ondoordringbare massa twijgen, twee tot drie meter hoog en twee en een halve meter breed. Vanuit dit centrum verschijnen lange en dunne twijgen die aan de top sierlijk doorhangen en de bovenlaag zo wat luchtigs geven.

Is een kruising tussen darwinii x empetrifolia door Handsworth Nurserey bij Sheffield in Engeland.

Uit zaad komen allerhande vormen op en zo zijn er vormen die meer op darwinii lijken en andere die weer op empetrifolia lijken. Velen zijn gewonnen door T. Smith, Daisy Hill Nurserey te Newry, Ierland, als ‘Briljant’ met oranje bessen en gedeeltelijk afvallende grote bladen

‘Irwinii’ vormt een gedrongen groeiende struik met overhangende zijtakken die een hoogte van een meter bereiken.

‘Coccinea’ blijft lager met mooie rode bloemen.

Corallina’ blijft laag met oranje/gele/karmijnrode bloemen.

‘Erecta’ opgaand maar smaller dan het type.

‘Diversifolia’ met 2 soorten bladeren, gedoornde en ongedoornde.

‘Semperflorens’ die vrijwel de hele zomer door bloeit, in knop koraalrood en later donkergeel

Golden barberry, narrow leaved barberry.

 

21

Berberis concinna, Hook. (net of aardig) Donkergroene bladeren zijn bijna zittend en 3cm lang ovaal of lancetvormig, bladrand meestal met 3-6 scherpe tanden aan elke kant. Een kenmerk is nog het iets naar beneden gebogen zijn van de bladrand.

Jonge twijgen zijn zeer sterk gegroefd en geel/bruin gekleurd.

De bladdorens zijn tot 2cm lang en driedelig.

Bloemen tot 1.5cm in doorsnee, meestal alleen staand of met 2 bijeen in juni.

Vruchten zijn 1.5cm lang en rood.

Een plant met stevige en leerachtige bladeren die zeer laat afvallen, bijna een wintergroene plant. Komt uit de Himalaya en wordt 50-90cm hoog.

 

22 Uit www.biolib.de

Berberis verruculosa, Hemsl. & Wilson. (ruw, wratachtig) Het blad is 2 cm lang en 1cm breed, van boven sterk glanzend donkergroen en van onder blauw/groen berijpt, wordt in het najaar mooi omdat hier en daar enkele bladeren geheel scharlakenrood verkleuren. Ovaal tot elliptisch met een gegolfde bladrand en aan de top 2-5 scherpe doornige tanden.

De twijgen zijn bezet met korte en ruwe wratjes. Jonge twijgen zijn rond en geel/bruin en wat overhangend Deze struik heeft de twijgen in volle devotie naar beneden gebogen. Is daardoor niet nederiger dan andere soorten en steekt net zo goed terug.

Driedelige en tot 1.5cm lange dorens die gewoonlijk voor de bladeren uitsteken.

Bloemen zijn 1.5cm in doorsnede, lichtgeel en bijna rond, alleen staand of met 2 bijeen.

Vruchten zijn 6-8mm lang, blauw/purper en berijpt.

Is in de winter wat ijler gekleed.

Qua groeiwijze en bladkleur lijkt deze op candidula maar wordt hoger.

Komt uit W. China en wordt een meter hoog.

 

Berberis candidula (zuiver wit) De lancetvormige glanzend groene bladeren kleuren aan de onderkant sneeuwwit met sterk vooruitspringende middennerf. Blad is 4cm lang en staan in rozetten van 4-6 stuks, lancetvormig met gegolfde bladrand en 3-6, gedoornde tanden. De top is sterk gepunt

Jonge twijgen zijn eerst geel/bruin en worden later grijs/bruin, glad.

Driedelige en tot 2cm lange dorens in dezelfde kleur als de twijgen.

De grote en alleen staande gele bloem komt in mei.

Donkerblauw berijpte bessen.

Komt uit W. China en wordt 30-70cm hoog, zeer dicht en compact.

 

Vormen.

De cv. ‘Haalboom’ wordt wel wat hoger en bereikt zelfs wel een meter, met glanzende en meer getande blaadjes die meestal ineengerold zijn met sneeuwwitte onderkant. Ontstaan bij de fa Haalboom te Driebergen 1959.

 

Berberis frikartii Schneider. (de winner, de Zwitserse kweker C. Frikart uit Stafa)

‘Amstelveen’ groeit wat hoger en losser dan de candidula. Is ook ontstaan uit candidula x de lossere verruculosa. Heeft de elegant overhangende takbouw van de laatste met de dichte bekleding van de eerste.

Het blad is aan de onderzijde blauwwit.

Iets dichter met wat groter blad is de cv. ‘Telstar’. Ruime meter hoog en meter breed.

 

23

Berberis gagnepainii, Schneid. (Franse botanicus die veel publiceerde, François Gagnepain, 1866-1952) Deze vorm is karakteristiek vanwege de dennennaaldachtige bladeren van 3-10cm lang die in kransen van 4-5 staan, smal lancetvormig met doornig getande bladrand, dofgroen en aan de onderkant glimmend groen met sterk vooruitspringende middennerf, in het najaar bruin/rood verkleurend.

Twijgen grijs/bruin en eerst wat opgaand, later overhangend.

2 cm lange 1-3delige bladdorens waarvan de middelste de langste is.

Bloeit in mei/juni met goudgele bloemen die met 3-10 bijeen staan en 1cm in doorsnede.

De herfst gaat het gewas in met donkerblauw berijpte elliptische vruchten.

De struik wordt manshoog met slanke takken die sierlijk naar beneden hangen.

Komt uit W. China en was hier in 1907. 

 

Hybriden.

Er zijn nu ook vele hybrido-gagnepainii hybriden, een kruising x verruculosa. Die hebben de kenmerken van verruculosa, de twijgen zijn bezet met korte wratjes.

Een bekende is de cv. ‘Rusthof’. Dit is een Nederlandse selectie met losse groeiwijze en overbuigende takken. Een mooie plant die geschikt is voor industriegebieden.

’Terra Nova’ wordt 2m hoog en bladeren tot 5cm donkergroen en van onderen blauw berijpt, wat gedraaid lancetvormig, in het najaar soms purper/rood verkleuren.

’Tottenham’ groeit dicht met wat overhangende twijgen, bladeren tot 6cm groot zijn dof donkergroen met verdiepte middennerf en van onder wat lichter gekleurd. Mooie herfstkleur.

 

26

Berberis sargentiana, Schn. (Amerikaans dendroloog en botanicus Charles Sprague Sargent, 1841-1927) Bladeren zijn tot 10cm lang en dof donkergroen, van onderen lichtgroen met vooruitspringende middennerf, dik en leerachtig, elliptisch of smal lancetvormig, bladrand is fijn doornig getand.

Een  losse struik met rood/bruine jonge twijgen.

Driedelige en tot 1-3cm lange bladdorens.

Bloemen zijn lichtgeel en tot 1cm in doorsnede en staan aan 1-2cm lange bloemstelen.

Vruchten zijn blauw/zwart en berijpt.

Uit Midden China wordt 1.5-2m hoog.

 

27

Berberis julianae, Schneid. (Julia L. Mlokosewitsch, Russische plantenverzamelaarster in begin 20ste eeuw) Bladeren aan de korte twijgen zijn 7cm lang en eivormig lancetvormig, aan de sterk groeiende twijgen tot 12cm lang en lancet- tot lang lancetvormig, aan de eerste is de rand spaarzaam getand en aan de tweede vrij regelmatig getand met lang toegespitste top, donker groen, witachtig groen aan de onderkant.

Gele, gegroefde twijgen.

Deze is zwaar bewapend met lange lansen van 4.5cm en driedelig.

Bloemen zijn lichtgeel en iets rood getint in mei.

Vruchten zijn lang eivormig en blauw/zwart, berijpt.

Een vrij hoge, breed en los wordende struik uit W. China van 2m hoog.

 

28

Berberis darwinii, Hook. (Engelse natuurhistoricus Ch. R. Darwin, 1809-1882) Ongesteelde bladeren staan in rozetten van 3-5 stuks en zijn 2/5cm lang, glanzend donkergroen en van onder licht groen licht groen, ovaal of breed/ovaal met meestal de grootste breedte boven het midden, de rand met 3-7scherpe tanden.

3-7delige en zeer korte dorens, tot 5mm lang.

Zeer mooi in het voorjaar, al vroeg komen de bruin/rode bloemknoppen te voorschijn aan tot 10cm lange trossen, in mei is de hele struik overdekt met oranje/gele bloemen.

De vrucht is blauw/purper in juli/augustus.

Een breed uitgroeiende struik met eerst opgaande en later overhangende bruin/rode twijgen die meestal niet hoger worden dan 2m.

Jonge planten zijn zeer gevoelig voor strenge vorst.

Komt uit Z. Amerika en wordt 2.5-3m hoog. Is beschreven in 1849.

 

30

Berberis chitria, Ker Hawl.. (uit China en drie) Bladeren zijn 4-7cm lang en 2-3.5cm breed, wat leerachtig en donkergroen, aan de onderkant iets lichter en lang ovaal, gewoonlijk met de grootste breedte boven het midden, ze staan zeer dicht opeen gehoopt in rozetten van 5-7 bladeren, meestal met 3-5 naar voren gerichte tanden.

Aan de langloten zijn de dorens tot 2.5cm lang en meestal enkelvoudig, aan de bloeiende twijgen soms enkelvoudig maar ook driedelig en veel korter.

Bloemen zijn 1cm in doorsnede en helder geel, staan aan 12cm lange, hangende trossen.

Vruchten zijn 1-1.2cm lang en donker rood.

Een sterk groeiende struik met dikke, geel/grijze, jonge twijgen die in het tweede jaar rood/bruin kleuren Deze soort houdt zeer lang zijn blad en is in zachte winters zelfs groenblijvend.

Komt uit de Himalaya en wordt 3-5m hoog.

 

Planten.

Ze groeien vrijwel overal, het minst echter op zware kleigronden.

De gewone haagberberis is gemakkelijk via zaad te vermeerderen, ook sommige bonte vormen en altijdgroene soorten. Ze kruisen onderling gemakkelijk en er kunnen wel wat kleurveranderingen in zitten. Scheuren kan men sommige vormen ook, als bij Berberis buxifolia ‘Nana’.

Stekken kunnen altijd gemaakt worden als zaaigoed niet voorhanden is. De bladverliezende/half bladhoudende worden via herfst/winterstek vermeerderd. Dat gebeurt meestal in september, thunbergii c.v.’s meestal in augustus. Later stekken kan ook, maar dan komen ze niet aan de wortel en valt het blad. Dan duurt het weer een hele tijd voordat ze in april weer kunnen beginnen te groeien. De bladhoudende worden eind augustus gestekt. Van het stevige 7cm grote stekje, gebruik geen dunne twijgjes, worden de onderste bladeren en dorens er af getrokken. Steek dit in 1 % ibz groeistofpoeder, afkloppen van het stekje. Planten in stekgrond, 2 delen gezeefde turfgrond en 1 deel scherp zand, aangieten, plastic erover heen en elke week even controleren op vochtigheid, droogte en schimmels. Laat het plastic er dan een paar uur af zodat het blad wat opdroogt en bedek het dan weer. De luchtvochtigheid is hoog genoeg als het plastic bedekt is met waterdruppeltjes, je kan de plant dan niet zien. De waterdruppeltjes houden ook ultraviolette stralen van de zon tegen, op droge plekken komt de zon er door en verbrandt het gewas. Je kan ook een halvarinebakje nemen, een paar cm. stekgrond erin, plastic eroverheen en vastbinden met een elastiekje Na enkele weken/maand is het stek geworteld, de plant begint dan te groeien, langzamerhand meer luchten en tenslotte het plastic eraf halen. In de winter vorstvrij houden. In buiten brengen na de ijsheiligen, half mei. Zomergroene vormen houden van de zon, de bladhoudende houden van wat schaduw.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/