Lavandula, lavendel, soorten.

 

Een geslacht van meerjarige kruiden, halfstruiken of struiken.

De bladeren zijn lancetvormig, meestal grijsachtig en bij verwonden geurend.

Bovenlip 2 en onderlip 3lippig, een duidelijke kroonbuis, kelk niet of weinig 2lippig, 4 meeldraden die niet buiten de bloemkroon uitsteken.

Bladhoudende planten met lijnvormige bladeren.

Bloemen blauw/violet in schijnkransen in eindstandige afgeknot aarvormige bloeiwijze.

20-37 soorten komen voor van de Canarische eilanden tot India waarvan 7 in Europa.

Lamiaceae, lipbloemige, Ocimum klasse.

 

Uit O. Thome, www.BioLib.de.

 

Subgenus Lavandula, sectie Lavandula.

 

=Lavandula angustifolia, Mill. (smalbladig) (Lavandula officinalis, L.) (geneeskrachtig)  (Lavandula vera) (de echte)

Bladeren zijn 3-5cm lang, lijnvormig met ingerolde bladrand, eerst aan beide zijden grijs viltig behaard en later bijna kaal.

Twijgen groeien opgaand en zijn viltig behaard.

Bloeit in juni/september aan het eind van de twijgen met blauwe bloemen in schijnkransen die samen een aarvormige bloeiwijze vormen, bloemen zijn 8-10mm lang met een duidelijke kroonbuis, aan de buitenkant behaard, kelk met 4 korte en 1 grote afstaande tand, schutblad is toegespitst.

Trots draagt het de lang gesteelde bloemaren met lavendelblauwe bloemen.

De lavendel is een kortharig en stijf struikje die al op jonge leeftijd grijs en bij ouderdom zelfs groener kan worden. Het is een halfheester die tot 30‑60cm hoog wordt. Het is mogelijk een vorm van L. spica. Een zonaanbidder uit het Middellandse Zeegebied die in de winter wat bedekking vraagt en tot een meter hoogte komt.

In de 16de eeuw werd het in verschillende vormen gekweekt.

Er zijn vele vormen in de handel.

Hidcote’ is een compacte vorm met levendig dieppaarse bloem boven grijs blad.

Rosea’ is zachter lichtroze, het blad is meer groen.

Subspecie angustifolia en subspecie pyrenaica.

 

Naam.

Echte lavendel, Duits Echter Lavendel, Engels English lavender, true of common lavender.

 

Uit www.findmeplants.co.uk

Lavandula x intermedia, Dutch. (het midden houdend) is een soort die in ons land veel gekweekt wordt met vrij smalle bladeren en lavendelkleurige bloemen. Hybride van angustifolia x latifolia.

Wordt tegen een meter hoog.

Hier zijn ook enkele cv’s van. ‘Dutch’ is licht violet, ‘Alba’ is wit etc. =‘Grosso’ wordt in de Provence veel geteeld in de lavendelteelt en geēntroduceerd door Mrs. Pierre Grosso in 1972.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit Fuchs.

Beschrijving: Beschrijving: Cliquez pour voir l'image en taille réelleLavandula angustifolia Mill. subsp. angustifolia (smalbladig) (Lavandula spica, Cav. (aar) (Spica DC.) Lijnvormige bladeren zijn 6-8 maal zo lang als breed, gaafrandig met wat omgekrulde randen, grijsachtig behaard die later groen worden

Geurende struik met opstaande twijgen, sterk vertakt.

Lange opstaande aren van talrijke licht paarse bloempjes met eivormig/driehoekige schutblaadjes die spits en bruin zijn in juni/juli.

Uit Z. Europa wordt 30-80cm hoog. Is beschreven in 1568.

Albiflora’ heeft weinig opvallende witte bloempjes.

Delphinensis’ van 30-50cm verschilt van het type door de bredere en lancetvormige, stompe bladeren met een weinig omgekrulde tot vlakke rand en grotere, dichter aarvormige trossen. Hiertoe behoort de vorm ‘Munstead Dwarf’, een bossig struikje met donkerder gekleurde bloemen. Gewonnen door Miss G. Jekyll, plantenliefhebster en schrijfster te Munstead, Engeland.

Lavandula angustifolia Mill. subsp. pyrenaica (DC.) Guinea (uit de PyreneeĎn) van 20-30cm met zeer smalle, lijnvormige bladeren met sterk omgekrulde randen, kleine dichte bloemaren en zeer grote, bijna ronde schutbladeren. Pyrenean lavender.

 

Naam.

(Dodonaeus) (a) ‘De kleine heet Lavandula femina, dat is lavender wijfje en in het Frans lavande femelle, in het Italiaans lavanda en lavandula. Lavendel wijfje is de Stachis van Anquillera, schrijft Lobel, en Pseudonardus wijfje van Matthiolus, in het Hoogduits Lavender, in het Frans lavande, in het Italiaans spigo gentile of spico nardo Italiano falso of lavanda en in het Engels lavendel.

Sommige geloven dat de lavendel hetzelfde gewas is dat in het Latijn Casia genoemd plag te wezen en een zeer welriekend kruid was waarvan Virgilius soms vermaant als in de tweede Ecloga van zijn Bucolica en insgelijks ook in het vierde boek van zijn Georgica’.

Spijk lavendel, Franse lavande femelle; vrouwelijke lavendel, en lavande aspic (zie L. stoechas), Engelse old English lavender, common lavender, Duitse Kleiner Speik: de aarvorm, Spica bij Bock, Spik.

 

Gebruik.

Zo was het gebruik vroeger.  (164, 311, 309) ‘Tegen opstijging van de baarmoeder en zware arbeid van de vrouwen: Neem van lavendelbloemen een vierendeel lood, stamp ze tot een fijn poeder en geef het met enig goed nat in. Bestrijk ondertussen de navel van de buik met de gedistilleerde olie die gewoonlijk spijkolie genoemd wordt in de apotheken. Ravelingen, J. Schroderus. Lavendel in wijn gekookt en gedronken lost de plas en verwekt de maandstonden en jaagt de nageboorte en dode vrucht af.

Tegen koude plas, buikpijn en opgestopte maandstonden: Maak een afkooksel van lavendelbloemen met wijn en laat hiervan drinken. Fuchs, Matthiola, C. Durantus.

Lavendel en op welke manier die ook gebruikt wordt is zeer geschikt om alle koude gebreken van het hoofd te genezen en vooral diegene die niet van een grote menigte van vochtigheid veroorzaakt zijn, maar alleen van koude of verkilling komen. Daarom is het water dat van lavendel gedistilleerd wordt en te ruiken gegeven en aan de slaap of slag van het hoofd en aan het voorhoofd gestreken geneest de gebreken van het hoofd zoals die men Catalepsis in het Latijn noemt of de slapende zucht en de Herniplexia, dat is de beroerdheid of hersenbloeding aan de ene kant van het hoofd, soms doet hetzelfde ook diegene die met de vallende ziekte gekweld zijn wederom opstaan en de bezwijmde mensen wederom tot zichzelf komen wat dikwijls bevonden is geweest. Maar als er een grote menigte van humeuren of vochtigheden bij zijn die deze en diergelijke ziekten veroorzaken en vooral diegene die alreeds met het bloed gemengd zijn dan is het gebruik van dit gedistilleerd water niet al te zeker en zonder vrees en mag niet zo lichtvaardig en zonder achterdocht gebruikt worden want door het gebruik van dusdanige hete dingen die door hun eigen aard het hoofd vervullen en zwaar maken wordt de ziekte zeer vermeerderd en de zieke wordt in nood van zijn leven gebracht en vooral als er geen behoorlijke aderlating of zuiver maken door enige purgatief vooraf gegaan is wat ik hier heb willen vermanen en te kennen geven omdat over al te stoute en onbedachte apothekers en andere botte en neuswijze vrouwen straks diergelijke composities (die ze de naam van extracten plegen te geven) en andere zodanige dingen niet alleen de mensen die met de hersenbloeding bevangen zijn, maar ook diegene die de ziekte catothus met gedurige koorts hebben met geweld laten gebruiken, ja in de mond gieten, daar hun nochtans niets schadelijker gegeven kan worden gemerkt dat ze het genezen zeer verergeren en soms, ja dikwijls de zieke het leven benemen of verkorten.

Lavendel is uitermate goed om de vermoeide zenuwen te versterken of die ook anderszins uit koude oorzaken slecht gesteld zijn. Daarom zijn ook de baden en stovingen van de lavendel gemaakt zeer goed tegen de jicht, verkrompen leden, m. s. en andere diergelijke ziekten.

Water van lavendelbloemen gedistilleerd geneest de hoofdpijn en de tandpijn en de lamme leden als ze daarmee gestreken en gewassen worden. Twee lepels er van ingenomen laten de verloren spraak weerkomen en genezen de bezwijming en flauwte van het hart.

De olie van lavendel wordt gewoonlijk spicolie genoemd en is zeer sterk en welriekende en droogt de catarre, maar in de nek gestreken is die zeer bijzonder tegen de verkrompen en verdoofde zenuwen. Ze wordt met menigte in Frankrijk gemaakt en vandaar in andere landen gezonden.

Lavendel dient zeer goed om te leggen onder linnen en kleren die daarvan een goede reuk krijgen en voor de motten bewaard zijn.

De olie van lavendel overwint alle andere welriekende dingen daar ze bij gedaan wordt en verdooft de reuk er van en is geschikt om handschoenen en andere dingen enige reuk te geven, maar men moet daar niet veel van nemen. De schrijnwerkers plegen dit ook te gebruiken om hun kasten en kisten daarmee te bestrijken want dan zullen die niet gauw vermolmen, noch de kleren die men daarin leggen zal zullen niet gauw van de motten en schieters beschadigd worden.

Door schilders wordt de olie gebruikt om er een vernis van te maken en zo ook door porseleinschilders’.

 

Subgenus Lavandula, sectie Lavandula.

 

Uit Matthiola, mannetje en vrouwtje, latifolia en subspecie angustifolia.

Lavandula latifolia, Medik. (brede bladeren) Langwerpige tot spatelvormige bladeren die 4-6 maal zo lang zijn als breed met wat omgekrulde randen zijn aan beide kanten grijsachtig behaard.

Opgerichte tot opstaande stengels.

Violet/blauwe bloemen in juli/augustus zijn kleiner dan die van spica, met lijnvormige, groene schutblaadjes

Deze soort is minder geurend. Het levert dan ook een olie die de geur heeft van ranzige kokosnotenolie. Symbool van wantrouwen, distrust.

Uit Z. Europa  wordt 30-60cm hoog. Is beschreven in 1568.

 

Naam.

(Dodonaeus) (a) ‘De grote soort van dit kruid wordt van de Italianen Nardus Italica en Spica op het Latijns en in het Italiaans nardo spico Italiano genoemd of spigo. Dan zowel de kleine als de grote worden in de apotheken van Hoogduitsland en Nederduitsland Lavandula en Lavendula genoemd en bij de gewone man lavender en namelijk de grote Lavandula Mas, dat is lavender mannetje, in het Frans lavande masle.  Het wordt meestal Spic en van Fuchsius en Matthiola Pseudonardus, in het Frans aspic genoemd en is de Stoechas Arabica van Mesue met aren van rogge zoals sommige geloven en in het Engels Frensche spick Narde’.

Engelse spike, Franse lavandula male; manlijke lavendel is natuurlijk groter, Duitse Grosser Speik of Spikenard.

Dodonaeus b) De Grieken noemden deze plant nardos, zo naar Naarda in SyriĎ, en vandaar kwam de naam nard. In Plinius tijd werden bloesems verkocht voor 100 Romeinse denarii per pond. Sommige auteurs geloven dat dit de nard was van de bijbel. Het werd veel verwisseld met de heerlijk geurende Indische nardus en was een goedkope vervanger, zo werd het spica-nardus (spica: aar) en pseudonardus genoemd of Nardus italica. De gedestilleerde spike- of nardusolie is mogelijk al in de 15de eeuw bekend geweest. (De echte Nardus deed wel 300 denarii per pond)

(c) Breedbladige lavendel. Dit was waarschijnlijk de plant die de Romeinse dames als bad parfum gebruikten. De Romeinen gebruikten het nooit in hun guirlandes en kronen omdat ze het te gevaarlijk beschouwden en geloofden dat het een favoriete schuilplaats van de dodelijk aspis was.

Daarvan stamt de naam lavendula, van lavare: wassen. Via het Italiaans lavandola en lavanda werd het tot Frans lavande, in Duits Lavendel, in Engels lavender en Hollands lavendel. In de oudheid baden de mooie vrouwen daarin en ze zouden daarna zo bekorend geroken hebben dat de latere Europese dames hun gelijke wilden worden en ook gebaad wilden worden in lavendelwater.

De reuk van lavendel wordt geassocieerd met frisheid en schoonheid, nog gebruikt om linnen en de planken te laten geuren waarop linnen bewaard wordt.

We horen niet vaak iets over de smaak, hot lavender verwijst naar zijn geur als je die kauwt, iets van pepermunt. Perdita in The Winters Tale iv, 3, 104:

"Here's flowers for you;

Hot lavender, mints, savory, marjoram.’

Winter's Tale IV 4

"These are flowers

Of middle summer,

and I think they are given

To men of middle age.

You're very welcome".

Bloemen van de middenzomer die aan mensen van middelbare leeftijd werden gegeven.

Gart de Gesundheit; ‘Plinius, wie veel luizen heeft die proeft steeds lavendel, ze sterven daarvan. Item, wie over land wandelt en die zeker zijn wil voor de luizen die kookt lavendel in water en nat zijn hoofd in dat water en laat het wederom droog worden en doe het zo lang totdat het hoofd de reuk heeft van de lavendelwater, er komt geen luis daarin. Ettelijke meesters spreken dat een zulk hoofd dat alzo genat wordt in water daarin lavendel gekookt is maakt de mensen erg kuis de tijd hij het draagt. En daarom heeft de moeder God meer liefde tot dit kruid en bloemen, vanwege de oorzaak dat het kuisheid brengt en daarom zijn deze bloemen meer begaafd met zoete goede reuk als ze droog zijn dan andere bloemen zoals nagelkruid en violen. Ook heeft de moeder God liever gehad dat ze die deugd aan zich hebben zodat ze de kleren behoeden voor onstatige dieren en hen is ook daarom de naam gegeven geworden lave, dat is zo veel gesproken als reinheid of wassen en alzo hebben het de ouden genoemd en daarna is het woord lave gegeven geworden een toevoeging zoals dula en alzo geheten Lavendula vanwege de zoete en daarom geurt het ook des te zoeter’.

 

Subgenus Lavandula, sectie Pedunculata Mill.

 

Uit swbiodiversity.org

 Lavandula viridis L’Her. (groen)  is een vaste, niet winterhard struiken met lichtgroene, zacht behaarde, lijnvormige bladeren.

Bloeit van juli tot oktober met crŹme witte bloemen die in groene aren staan.

Wordt ook wel verhandeld als Lavendula stoechas 'Alba', omdat de plant veel op de Franse lavendel lijkt, alleen heeft de groene lavendel crŹme-witte bloemen met groene schutbladen en de Franse lavendel purperachtig blauwe bloemen met purperkleurige schutbladen.

De bladeren verspreiden bij kneuzing een citroenachtige geur.

Komt van natuur voor in Spanje en Portugal.

 

Naam.

Groene lavendel of citroenlavendel, Duits Zitroniger Lavendel, Engels green Spanish lavender, yellow of white lavender.

 

Subgenus Lavandula, sectie Stoechas.

 

Uit Fuchs.

Beschrijving: Beschrijving: Cliquez pour voir l'image en taille réelle Lavandula stoechas, L. (eilanden recht tegenover Marseille gelegen die vroeger Stoechades heten en nu de eilanden van Hyeres genoemd zijn) Stoechas heeft kleine bladeren en kleine zwart/rode tot purperrode bloemknoppen.

Vier gekleurde bloemblaadjes steken op het bloemaartje alsof het bloempje geknot is met een paardenstaart.

Deze plant ruikt nog heerlijker dan de eerste twee.

Het is ook een van de mooiste.

Is beschreven in 1568.

2 subspecies; Lavandula stoechas L. subsp. luiseri Rozeira en Lavandula stoechas L. subsp. stoechas.

 

Naam.

(Dodonaeus) (a) ‘Spanje, Languedock en de eilanden recht tegenover Marseille gelegen die men vroeger Stoechades plag te noemen en eigenlijk de eilanden van Hyeres genoemd zijn en wel twee dagreizen van Marseille zijn gelegen brengen een grote menigte van dit Stichaskruid voort.

Dioscorides noemt dit kruid Stichas en andere (waaronder Galenus ook een is) noemen het Stoechas, in het Latijn Stoechas, de Hoogduitsers noemen het Stichas-kraut en de Nederlanders ook stichas-cruydt, de Spanjaarden tomani, cantuosso en cantuello, de Italianen stoebade en de Engelse French lavender. De bloem van dit kruid wordt in de apotheken gewoonlijk Stoechados genoemd’.

Stoechas officinarum zou, volgens Dioscorides, naar het huidige Iles d'Hyeres bij Toulon, de oude Stoechades, genoemd zijn omdat ze daar veel groeiden. Stoechas; aarvormig, Engels cassidony, French lavender, Spanish lavender,  Stoechas lavender, sticadoue, sticados of topped lavender.

Wordt vaak Franse lavender genoemd, kuiflavendel, vlinderlavendel, Duits Schopf Lavendel, Leiweharsbedstroh, Balsam en Valander.

 

Gebruik.

Zo was het gebruik vroeger. (141, 164, 311, 309, 310) ‘Tegen allerhande koude gebreken van het hoofd, verstopping van de long, lever, milt en baarmoeder: Neem van het afkooksel van de bloemen een pint, siroop die van de bloemen gemaakt is drie ons, meng dit tezamen en laat hiervan twee maal per dag een roemertje vol innemen. Dioscorides, P. Aegineta, Galenus.

Tegen pijn van de leden en zenuwen: Kook de bloemen in water en stoof de leden daarmee. Matthiola.

Stichaskruid, zo Dioscorides schrijft, in water gekookt als ook hysop is zeer geschikt en nuttig om alle gebreken van de borst te genezen en het kruid met zijn bloemen wordt bij de medicijnen of antidota zeer nuttig vermengd die men tegen vergif en besmettelijke ziekten plag te bereiden.

De dokters van deze tijden verzekeren dat Stichaskruid en vooral de bloemen er van zeer goed zijn om de smarten en pijn en alle gebreken van het hoofd die van koude en koude oorzaken voortkomen te genezen en daarom worden ze gedaan bijna in alle  composities die men tegen langdurende hoofdpijnen, m. s. slapende ziekte, vallende ziekte en diergelijke gebreken plag te bereiden en te gebruiken.

De reuk van de bloemen is goed tegen de draaiing van het hoofd en schemering van de ogen en versterkt de zinnen, verstand en memorie, hetzelfde doet het kruid alleen ook.

De stoving of baden die gemaakt zijn van water daar deze bloemen in gekookt zijn worden zeer geprezen om de smarten van de leden en zenuwen te verzoeten en om alle inwendige delen van het lichaam te versterken die door koude gekrenkt zijn. De rook van dat water daar ze in gekookt zijn met een trechter in de mond of neusgaten ontvangen ontdoet de verstoppingen van het hoofd en van de neus’.

Lavendel is een kruid van Mercurius.

 

Uit www.biolib.de

Historie.

 (411) ‘Ofschoon de lavendel een plant lijkt van de M. Zeelanden schijnt zijn cultuur toch uit het Noorden en vooral uit Engeland tot ons gekomen te zijn, daar werd het al in de 16de eeuw aangeplant. De klassieke oudheid vermeldt het niet, wel zijn verwante stoechas, L. stoechas, die Dioscorides als στοιχάς, stoichas, beschrijft. Overigens schijn de echte lavendel, L. officinalis, vaak met de verschillende soorten verwisseld te zijn en ook met het sterk ruiken narde of Nardostachys. Daaruit wordt de midden Latijnse naam spicanardus verklaart en pseudonardus

De landgoedverordening beschreef het kruid niet, wel de Heilige Hildegard die gebruikte de lavendula als ogengeneesmiddel en voor verdrijving van ongedierte, ook zou het kuisheid brengen. De reden is misschien omdat de geur van de plant slaapverwekkend is en werd door de vrouwen wel in de slaapkamer gehangen zodat de mannen gauwer zouden inslapen. Symbool van ontmoedigen.

Dit in tegenstelling tot de grafelijke residenties waar het gebruikt werd om mannen in bed te krijgen, een dropje uit de flacon l'eau de lavande zou harde mannen zwak maken. Gebonden in bundeltjes werd de lavendel gebruikt om de motten in de bedstede weg te houden en die geurender te maken, zo ook in linnenkasten. Het werd wel veel in de boerentuinen gekweekt zodat het vreemd is dat in Capitulare er niets van gezegd wordt. In Gart der Gesuntheit werd het als Muttergottespflanze de eigenschap toegeschreven dat ze onkuise lusten doodde, het kuis maakt als ze het dragen. Ook dat ze het kleed behoeden voor  onwelvoeglijke dieren. Lonicer schrijft dat luizen het haten als een hemd ermee in water gekookt is.

De bloemen behouden na drogen nog lang hun geur. Kort voor de bloei wordt het gewas gesneden, in bosjes gedroogd en tussen de was gelegd. Een bosje lavendel in de kamer verdrijft de muggen en vliegen. De stengels van dit geurig kruid tot bosjes gebonden smeulen, als ze goed droog zijn, als wierookstaafjes. Ook werden bloemaren wel met rozenbladeren met zout en kruiden gemengd en in vazen bewaard. In de winter stalde de huismoeder deze potpourri op de hete oven zodat de reuk door het hele vertrek ging.

 

Lavendelolie.

De bloemen van lavendel smaken bitter aromatisch en geven bij distillatie lavendelolie. Die olie wordt gebruikt in de parfumindustrie. De parfumindustrie is al oud, de Engelse lavendelcultuur bestond al in 1568, maar is waarschijnlijk veel ouder. Nu wordt het gewas veel gekweekt in Frankrijk waar zo'n 100‑200 000l. lavendelolie per jaar geproduceerd wordt. En dan te bedenken dat een bloem maar 1 percent aan die olie bevat. Niet verwonderlijk is dat ook de bladeren gebruikt worden voor de oliebereiding. De beste olie wordt het eerste halfuur in de distillatie van de bloemen gewonnen, vooral met een droog seizoen. Na distillatie wordt een citroengele en aromatische olie verkregen.

Lavendelbloemen worden gebruikt in kruidkussens, rookpoeders en aromatische baden. Verder zijn ze zeer geliefd als insecten werend middel in wasgoed en reukkisten, er wordt een olie uit gewonnen en een spiritus, lavendelgeest. Die wordt alleen of met terpentine, rozemarijngeest, jeneverolie tegen reuma gebruikt. Het meeste wordt het gebruikt door parfumeurs voor pommadeoliĎn, eau de cologne, eau de lavande, eua de mille fleurs, om balsems te aromatiseren, oogwaters, karmelitergeest en dergelijke.

Kneipp beveelt spijkolie aan tegen verlies van appetijt, door dagelijks tweemaal 5 druppels met suiker te gebruiken, duizeligheid en hoofdpijn.

 

Folklore.

Nog belangrijker is dat het kruid het boze verdrijft, de duivel en zijn kennissen. Op sommige plaatsen werd het zelfs heilig kruid genoemd omdat het tegen satan opgewassen was. Ziekte kwam van de duivel zodat vele ziekten het gevolg waren van duivelsstreken. Die kon men verbannen door lavendel te dragen. Duidelijk zal zijn dat een kruid dat geneeskrachtige werking heeft, een antiseptische werking, zo krachten bezit tegen duivelse werking. In de Alpen geldt het lavendelkruid voor heilig, het helpt tegen de duivel en kan zelfs heksen redden die door de duivel vervolgd worden, ze hoeven zich er alleen maar op te zetten.

Een verhaal vertelt ons hoe de lavendel aan zijn geur gekomen is. Terwijl ze keek naar een plaats om de kleren van Haar kind neer te leggen zag Maria een grijze bos lavendel. Hierop spreidde ze de sneeuwwitte babykleren. De zon en de wind droogden de kleren en toen Maria ze weer oppakte geurden de bosjes naar de heldere geur van de hemel. Een geur die ze nog bezitten.

 

Planten.

Ze lopen meestal kruidachtig uit om daarna gedeeltelijk te verhouten. Om ze jong en gevuld te houden worden ze na de winter wel teruggesnoeid.

In de winter hebben ze wat bescherming nodig. Lavendel groeit het liefst op een zonnige plaats in een zand- en kalkhoudende grond. Van nature groeien ze op droge kalkrijke heuvels, behalve Lavandula multifida (veel spletig) die op turf groeit.

De lavendel wordt gebruikt als overblijvende plant in de vaste plantenborder, als honing dragende plant is het ook bijzonder geschikt voor de bijentuin. De rijke blauwe bloei in de zomer wordt gedecoreerd op een grijze ondergrond.

Neem een topstek in mei of september van een 5 cm, verwijder de onderste bladeren. Neem wel gezonde planten met gezond blad. Planten in stekgrond, aangieten, plastic erover heen en elke week even controleren op vochtigheid, droogte en schimmels. Laat het plastic er dan een paar uur af zodat het blad wat opdroogt en bedek het dan weer. De luchtvochtigheid is hoog genoeg als het plastic bedekt is met waterdruppeltjes, je kan de plant dan niet zien. De waterdruppeltjes houden ook ultraviolette stralen van de zon tegen, op droge plekken komt de zon er door en verbrandt het gewas. Je kan ook een halvarinebakje nemen, een paar cm. stekgrond erin, (dat is gezeefde potgrond zonder mest) plastic eroverheen en vastbinden met een elastiekje Na enkele weken/maand is het stek geworteld, de plant begint dan te groeien, langzamerhand meer luchten en tenslotte het plastic eraf halen. Licht bemesten. Het meeste stek moet in de winter vorstvrij worden gehouden. In buiten brengen na de ijsheiligen, half mei. Alle jaren terugsnoeien in april tot je nog wat jonge uitlopers ziet, (niet tot op dood hout) anders wordt de plant te houtig.

Gemakkelijker is om oude planten te scheuren, toppen terug snoeien tot waar er nog groene blaadjes zijn. Die stekken met wortel en al zeer diep planten zodat alleen de topper er uit komen, een 20cm uit elkaar. In de zomer heb je dan weer mooie bosjes.

Zaaien in maart bij 8 graden, of scheuren.

 

Zie verder: volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/ en: volkoomen.nl