Pulsatilla. Keukenschel, wildemanskruid.

 

Uit Mrs. Loudon, Pulsatilla alpina, patens, pratensis, vernalis, vulgaris.

Er zijn een 30 soorten van Pulsatilla.  Zie Anemone.

Voorjaarsbloeiende planten die uit de bergen stammen.

Door Linnaeus werd dit geslacht onder de Anemone ondergebracht, Anemone pulsatilla, L. Door Bauhin en Tournefort werd het in een eigen geslacht ingedeeld, Pulsatilla. Verschilt van de anemoon door de penachtige wortel en zijdeachtige beharing.

Giftige planten. Volgens Grin behoren ze nu weer tot het geslacht Anemone. Daar is al veel verwarring over geweest. Lobel: ‘Dit kruid omdat zijn witte bevende wolachtigheid van het zaad herwaarts en derwaarts, ja met de allerkleinste wind weg gedreven wordt is van de slechte lieden genoemd geweest in Latijn Pulsatilla, maar sommige houden dat voor een Anemone en hebben het geheten in Latijn Herba venti, voorwaar niet zonder reden want het heeft sommige van de geleerdste niet veel gedacht te verschillen van de wilde Anemone.’

Ranunculaceae, ranonkelfamilie.

 

=Anemone alpina L. (uit de Alpen) (Pulsatilla alpina, Schrank.) Lang gesteelde bladeren zijn dubbel geveerd en behaard met gezaagde/getande slippen.

Opstaande stengels zij behaard, 15cm hoog.

Lang gesteelde bloemen van 4cm doorsnede zijn opstaand en eerst klokvormig, later stervormig en uitgespreid, wit met soms aan de buitenkant violet kleur, omwindselbladeren zijn kort gesteeld en dubbel 3tallig in mei/juli.

uit Alpen en Karpaten, Kaukasus en Siberië wordt 25-40cm hoog. Is beschreven in 1658.

Anemone alpina subsp. alba, (wit) Anemone alpina subsp. alpina, Anemone alpina subsp. austroalpina, (uit de buiten Alpen) Anemone alpina subsp. cantabrica, (de landstreek Cantabrië in Noord Spanje) Anemone alpina subsp. cyrnea, (uit Corsica) Anemone alpina subsp. schneebergensis.(Schneeberg, einde van de Noordoostelijke Kalkalpen)

 

Naam, etymologie.

(Dodonaeus) (a) ‘Dit is misschien de Anemone Alpina of Bitzwurtz van Gesnerus. Lobel houdt het voor witte Pulsatilla of keukenschel, nochtans hangt de bloem geenszins niet als een bel of schel en al is het zaak dat ze met Pulsatilla enige gelijkenis heeft. Daarom laat dezelfde Clusius toe dat men het Pulsatilla alpina niveo flore zou noemen, maar liever Anemone silvestris secunda’.

Omdat die als een van de eerste nog met de sneeuw in de bergen al bloeit heet het plantje Schneehahnl. De namen weisse Bitzwurz en Truebchrut wijzen op het gebruik als volksgeneesmiddel, tegen het bloedplassen van vee en bijtwonden.

Alpenanemoon, Duitse graues Bergmannle en Blitzwurz bij Gessner, Bocksbar, Brockenblume, Haarige Man en Schneeblumen in Zwitserland, Alpen Kuhschelle, Engelse alpine pasqueflower, Alpine wind flower.

Uit www.allposters.nl

Anemone sulphurea L. (zwavelgeel) (Pulsatilla alpina subsp. apiifolia Nyman.( Pulsatilla sulphurea, DT. et Sarnth.)

Lijkt veel op alpina maar met zwavel/gele bloemen in mei/juli.

Groeit het liefst op kalkarme gronden.

Uit de Pyreneeën, Alpen, Kaukasus wordt 20-30cm hoog. Is beschreven in 1816.

In de Alpen wordt het glitzerpfandl of celwe haschi genoemd. Schwefelanemone, zwavelgele anemone, Frans Anémone soufrée, yellow alpine pasqueflower.

 

 

 

Uit; http://www.botanickafotogalerie.cz/fotogalerie.php?lng=cz&latName=Pulsatilla%20grandis&title=Pulsatilla%20grandis%20%7C%20koniklec%20velkokv%C4%9Bt%C3%BD&showPhoto_variant=photo_description&show_sp_descr=true&spec_syntax=species

Anemone grandis Wender. (groot) (Pulsatilla grandis Wender) vaste plant van 20cm hoog.

Stengels zijn zijdeachtig behaard.

Blauwe tot violette bloemen met Pasen.

Greater pasque flower.

Groeit op kalkrijke gronden op rotsgronden uit centraal en zuid Europa.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit W. Curtis.

Anemone halleri All. (Albrecht. von Haller, Zwitserse botanicus, 1708-1777) (Pulsatilla halleri, Spreng.) Gehele plant is dicht bezet met lange, zijdeachtige haren.

Dubbel geveerde bladeren met lijn/lancetvormige en gave, tot 2-3geveerde slippen.

Opstaande bloemen zijn donker dof violet met smal elliptische, rechte slippen, omwindselbladeren met lancetvormige slippen in mei/juni.

Liefst kalkarme grond.

Uit de Z. Alpen, Frankrijk en Italië wordt 10-20cm hoog. Is beschreven in 1816.

Haller’s pasque flower.

 

 

 

 

 

 

 

Uit www.biolib.de

=Anemone montana Hoppe (van de bergen) (Pulsatilla montana, Reichb.) Bladeren zijn 2-3maal geveerd en zijdeachtig behaard, later kaal, met lang gesteelde en dubbel geveerde slippen.

Opstaande stengels zijn bezet met lange, zijdeachtige haren.

Kleine hangende bloemen zijn zwart violet, eerst klokvormig en later stervormig uitgespreid met langwerpige, stompe en aan de buitenkant ster behaarde slippen, omwindselblaadjes zittend in april/juni.

Uit de Alpen en Kaukasus wordt 20-35cm hoog. Is beschreven in 1830.

Var. alba heeft witte bloemen.

Var. rosea heeft purper/roze bloemen.

Mountain pasque flower, Nerg Kuhschelle..

 

Uit J. Sturm, www.BioLib.de.

Anemone patens L. (uitstaand of wijd geopend) (Pulsatilla patens, Mill.)  Gehele plant is weinig behaard.

Bladeren zijn 3tallig met handvormige gedeelde slippen en breed wigvormige, ingesneden of 2-3 maal getande slippen.

Grote en opstaande, wijd openstaande  bloemen zijn donker lila tot licht violet, omwindselblaadjes zittend met lijnvormige slippen in april/mei.

Kalkarme grond.

Uit O. Europa, Siberië en N. Amerika wordt 10-30cm hoog. Is beschreven in 1752.

Var albo-lutea heeft room/witte bloemen.

 

Naam.

American pasque flower, komt wel uit O. Europa, offene of Finger Kuhschelle.

 

Anemone vernalis L. (voorjaar bloeiend) (Pulsatilla vernalis, Mill.) Gehele plant is zijdeachtig behaard.

Meestal overblijvende bladeren zijn lang gesteeld en geveerd, geel/bruin behaard met omgekeerd eivormige, 2-3geveerde blaadjes.

Bijna opstaande bloemen zijn 15-35mm lang en wit met rechte, elliptische en aan de buitenkant zacht violet gekleurde en geelachtige behaarde slippen, zittende omwindselblaadjes zijn 3tallig met lijnvormige slippen in april/mei.

Uit de Alpen, Pyreneeën en Scandinavië, wordt 8-15cm hoog. Is beschreven in 1752.

Var. purpurascens verschilt door de lichter tot donkerder purper/rode bloemen.

Lenteanemoon, shaggy wind flower, sprng pasque flower, Fruhlings Kuhschelle.

 

Uit J. Sturm, www.BioLib.de.

Anemone pratensis L. (van de weiden) (Pulsatilla pratensis) lijkt op de gewone, is geheel viltig met hangende zeer donkere bloemen, zwartviolet van 5cm..

Uit Midden Europa.

Glockrose, Osterglockchen, kleiner Zeigenbart, Wiesen-Kuhschelle, Wiesen-Küchenschelle.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit D. Oskamp.

Anemone pulsatilla L (Pulsatilla vulgaris, Mill. (gewoon)

Gehele plant is zijdeachtig behaard.

Dubbel geveerde bladeren met zeer kort gesteelde en geveerde blaadjes en smal lijnvormige slippen

Opstaande tot wat knikkende bloemen met 6 bloemdekbladeren zijn klokvormig en licht violet/blauw met elliptische, spitse en aan de top wat omgebogen slippen, omwindselblaadjes zittend en handvormig geveerd in maart/mei Rijk purperen sterren die half ontvouwd glinsteren in de zonneschijn als satijn door de zachte haren die vooral de jonge knop bedekt en het mooi maakt. De bloem is sterk behaard, een bescherming tegen het koude voorjaarsweer. Deze plant is aangepast aan de groei op open en zonnige zand- of heidegronden, heeft dan ook een diepgaande wortel en een zijdeachtige beharing, vooral bij het uitlopen.

Wordt 15-30cm hoog. Groeit op zonnige, stenige hellingen in droge wouden, heide, wel graag op kalkbodem, Verder in Europa en een groot deel van Azië.

Var. albiflora heeft witte bloemen.

Var. bogenhartdtiana van 30-40cm verschilt door de forsere groei en grotere, op het laatst meer knikkende, donker violet/blauwe bloemen met elliptische slippen.

Var. rosea met grote bloemen die variëren van zalmkleurig tot lila/roze. Hiertoe behoort de vorm

Elstiaea’ met zalmkleurig/roze bloemen. Gewonnen door A.M.C. van der Elst, directeur van de kwekerij Tottenham te Dedemsvaart.

Var. rubra met donker purper/rode bloemen met minder spitse slippen.

Ze staan onder het beheer van Mars.

(O. Brunfels Herbarum vivae eicones, 1530) 

Naam, etymologie.

(Dodonaeus) (a) ‘De Neder-Duitsers geven dit gewas de naam kueckenschelle naar het Hoogduits, in het Hoog en Nederduits Kuehen-cruydt en Keucken-cruydt, in het Hungaars lean kewkewrchin of lokewkewtchin. Een soort, zegt Clusius, heeft dikker bladeren, groter en bleker paarse bloemen en bloeit vroeger en groeit in Hungarije en is naar het Hongaars Equina Pulsatilla, dat is Ross Kueckenschelle of paarden keukenschel genoemd. Een andere soort die ook op het Hongaars Virginis Pulsatilla of maagden keukenschel genoemd’.

Keukenbel en ook wel cueckenschelle naar de hangende en donkerpaarse bloemen die op een klokje lijken. Kuhschellen bij Bock, Kuchenblumlein, Glocken Kronblom. De naam keuken, Duits Kuchenschelle, heeft vermoedelijk niets met de keuken te maken. In de keuken wordt het gewas niet gebruikt, de plant is giftig, ofschoon Tabernaemontanus 1588 het Nola culinaria noemt. Vermoede­lijk was de oorspronkelijke naam Kuhschelle: koeiebel, naar de vorm van de bloem. Kuchenschelle verschijnt als Kuchenschell in Straatsburg in 1532 bij Brunfels, Kuchenschelle eerst bij Matthiola in 1563. Mogelijk zijn dit restanten van eerdere en andere vormen als gucke of rucke. In Oostenrijk is Arst- of Zarstgucken het grondwoord waarbij de voorjaarsbloem daar als eerste getekend werd. De eerste blom die kijkt: Guck is kijken. In Bayers-Oostenrijk is het gewasje bekend als Arsgugken, de gelijkgevormde herfsttijloos heet in Bayers Heugugken.

Dodonaeus (b) ‘De Fransen noemen het coquelourdes’.

Frans coquelourde, coquerelle van coque: schaal

Dodonaeus © ‘In het Latijn noemen sommige dat Pulsatilla en sommige andere Apium risus. Nochtans is het de Herba Sardoa niet die eigenlijk Apium risus naar onze mening behoorde te heten en het is ook geen hanenvoet of Ranunculus, noch ook geen anemoon, tenzij dat men dat voor een wilde medesoort van anemoon wilde rekenen, nochtans is het beide die kruiden, te weten anemoon en hanenvoet, en vooral van krachten vrij gelijk’.

Pulsatilla, Latijn pulsare betekent bewegen of schudden omdat de bloemen bloeien in een tijd dat de wind ze veel door elkaar schudt. De meeste wind komt in maart tot mei. De naam lijkt zo een zelfde afleiding te zijn als die van de anemoon. In het Engels is de betekenis bewegen to beat, het is de eerste beatplant. Of naar de klokvormige, hangende bloemen. ‘Omdat de witte bevende wolligheid van het zaad van dit kruid herwaarts en derwaarts met de wind weg gedreven wordt is dat van sommige Herba venti, dat is kruid van de wind (alsof men in het Grieks Anemone zei) en Pulsatilla genoemd’. Paarse anemoon. Franse herbe au vent, zie Anemone.

Dodonaeus (d) ‘De Italianen rekenen dit kruid onder de kruiden die men Filius ante patrem noemt die hun bloemen voor de bladeren voort plegen te brengen. Die van Bolognië noemen het samiolo en daarom menen sommige dat het Samolum van Plinius is’

(e)        Wildemanskruid, Duitse Wildemannskraut, omdat bij het rijpen van de vruchten de stijlen uitgroeien tot harige pruiken die  door de wind in de war worden gebracht.

Deze pruik heeft de plant vele namen bezorgd die met mannetjes en dicht behaarde dieren worden vergeleken als pelsanemoon, wildes Mannle en Wolfsblume, Bockskraut, Bocksbart. Soms worden die wildes Mannle wel als hoedversiering gedra­gen. Franse herbe au diable, in Italië erba del diavolo, Duits Teufelskraut, Hacketkraut bij Bock, in  Oost Pruisen Hackelkraut en Hackenkraut, van Hacke: heks, het is een Blisswurz.

(f)        Het is scherp, Beiss- of Bisswurz, verder, Haberblume, Heuschlausa, Gockerlenze, Kadeluse, Quargula, Rauchfangkehrableaml, Mutterblumen, Schafkraut, Schlafsack, Siebenschlaferl, Trolla, Wolfspfote, Merznbecherl, Zwitsers Guggelore, Merzeglogge, Wolfsblueme. Engels bluemony, coventry bells, zie Campanula, of  flaw flower.

(g)        De bloemen zien op naar de hemel, Engelse pasque flower is gelijk aan onze paasbloem, Franse  fleur de Paques en de Duitse Osterblume of Osterschellen, omdat het plantje bloeit met Pasen. Eerder was het passe-flower, van Franse passe-f­leur, het Franse passer betekent voorbijgaan of passeren: parce qu’il passe les autres fleurs: omdat ze de andere bloemen overtreft of voorbijstreeft. Pasque is een assimilatie aan pasque, dit komt van Latijn pascha, Hebreeuws paesach, Grieks pascha, onze Pasen.

Bij Lyte in 1578 was het passeflower, omdat de wortels gekookt werden in passum (Latijn voor een soort wijn) en goed was voor de ogen, een remedie van Dioscorides, vergelijk Duitse Weinkraut. Gerard veranderde deze naam in 1597 als pasque flower omdat de plant met Pasen bloeit. De bloembladen geven een helder groene verf, zo ook de rest van de plant. Dit, met andere wilde bloemen, werd vroeger veel gebruikt om eieren opmerkelijke kleuren te geven en zo te gebruiken als Paas geschenk. In de tijd van Edward I werden 400 eieren gekocht en geverfd, voor het koninklijk huishouden.

Symbool van “je hebt geen rechten”, you have no claims.

(h)       Te Cambridge en Suffolk heet het kruid danes blood of danes flower, vergelijk Franse fleur aux danes. Ongewone schoonheid suggereert ongewone oorsprong. De bloemen verschenen op de grote aardewerken van Devil’s Dyke en Fleam Dyke. De dijken werden geassocieerd met de Denen, de plant moet gegroeid hebben uit het bloed van bloeddorstige Denen, net als meer planten. (zie Sambucus ebulus)

 

Gebruik.

Zo was het gebruik vroeger. (Dodonaeus) ‘Keukenschel is zeer scherp van smaak, is doorsnijdend, dun makend, natrekkend, verterend, zuiver makend, ja bezerend en dooretende van krachten. Daarom zal men het binnen het lijf niet gebruiken. Dan het gedistilleerd water van de bloemen heelt allerhande wonden.

Maar de wortel wordt binnen het lijf wel gebruikt en vooral in Italië daar ze die zeer prijzen en voor de wortels van Carlina houden en verkopen die eerder zoet dan scherp sap op de tong zijn en wonderlijk goed houden tegen de pest en tegen allerhande dodelijk vergif en alle venijnige dieren en steken, het gewicht van twee drachmen tegelijk in wijn gedronken. Daarom doen ze die ook bij de dingen die ze tegen het vergif bereiden.’

Deze plant behoort tot de familie van de ranonkelachtige en is als zovele giftig en smaakt brandend scherp. Bij wrijven of kneuzen van het kruid vervliegt die vluchtige stof en dwingt zo de ogen tot tranen.  De wortel heeft wel een zoete geur. De tinctuur en afkooksel werden gebruikt bij verlammingen van de ogen, duizeligheid, hoesten en huiduitslag. Als oogwater gebruikt men een afkooksel met een gram kruid op een kwart liter water.

De inwoners van Kamschatka gebruikten de plant om er hun pijlen mee te bestrijken, die dan dodelijke wonden veroorzaakten. Het kruid gewreven op de huid werkt daar sterk op in, die wordt rood en er ontstaan zwellingen en blazen. Bij innerlijk gebruik ontstaat overgeven en verlamming van het centrale zenuwstelsel. 30 planten voeren tot dood door ademverlamming.

De uit de plant gewonnen afkooksels en tinctuur werden bij verlammingen van de ogen gebruikt, vallende ziekte, hoesten en huiduitslag. Als oogwater gebruikt men een afkooksel uit een gram van het kruid met een kwart liter water. De gift van het gedroogde kruid bedraagt tussen 0,1 en 0,4 gram, voor de tinctuur gebruikt men 10 tot 30 druppels.

In vele gebieden, als Tirol, werden de Paaseieren met de plant groen geverfd.

 

Uit Fuchs.

Folklore.

Door de opvallende stamper werd de fantasie geprikkeld, als giftige voorjaarsbloem had het vaak een kwade uitwerking. Iedereen die van deze plant zou eten zou van het lachen sterven (zie Ranunculus) Pulsatilla werd daarom wel lachende peterselie genoemd. Haalde men het kruid in huis tijdens het broeden van de ganzen dan kwamen de eieren niet uit. De naam Hexenbart in een Brandenburger sage heeft het gekregen doordat de plant uit de grond gegroeid is waar eens een jager een heks uit de lucht schoot.

Toen God het klokje schiep wilde de duivel dit nadoen en maakte een wangedrocht. Daar verhief zich de keukenschel die op woeste dorre hellingen groeit met een bloem als een mislukte klok, onzuiver getint, gestemd, als verzengd door een hels vuur.

De plant kan in een keer maar 1 bloem voortbrengen die maar een dag leeft, de bloem gaat om 5 uur slapen. Na het bloeien schieten de duivelse hoornen omhoog (de behaarde stijlen) die zijn van de duivelse grootmoeder. De witte gevederde haarpluim is afkomstig van de duivelse sik. De asmatte bladeren zijn gevormd als scherpe klauwen en de worteldraden als kruipende wormen.

 

Planten.

Pulsatilla groeit het liefst op zonnige kalkgronden. Mooi is de plant in combinatie met Iris pumila hybriden, Hepatica, Draba, voorjaarsbolletjes, Saxifraga, Sedum en Sempervivum in rotstuinen.

Planten in lichte, kalkhoudende en niet vers gemeste grond om matig vochtige tot droge en niet te zonnige plaatsen.. In de winter is veel vocht nadelig, dan is het ook raadzaam ze wat met dennentakken af te dekken. Pulsatilla’ s worden meestal niet ouder dan 3-5 jaar.

Vermeerderen door direct te zaaien of 6 weken –2 graden geven en zaaien bij 15 graden.

Zie verder: volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/ en: volkoomen.nl