Skimmia, soorten.

Uit H. Witte.

 

Altijdgroene, glanzende en compact groeiende struiken.

Bladeren staan afwisselend en zijn kort gesteeld en gaaf, doorzichtig gepunt en aromatisch geurend, leerachtig.

Bloemen geurend en zijn meestal tweeslachtig of tweehuizig en 4-5tallig, klein en wit of groen/wit in eindstandige en opstaande pluimen. Mannelijke bloemen met 4-5 meeldraden en onvolkomen min of meer verschrompelde vruchtbladen, de vrouwelijke bloemen met 4-5 staminodiën en 2-5 vergroeide vruchtbladen, een korte stijl met 2-5lobbige stempel. 

Vrucht is besvormig, rood met wit vruchtvlees en 2-4 zaden met een zeer dunne en witte schaal. De vruchten blijven er lang aan en worden niet door de vogels gegeten.

Het is merkwaardig dat de bloempluimen zich al in de nazomer ontwikkelen, dit is vooral bij de mannelijke planten zeer sterk die al vaak voor de winter een lengte bereiken van 8-12cm.

Het geslacht bestaat uit een 7-8 tal soorten. Hiervan zijn twee in Nederland belangrijk, namelijk S. japonica uit Japan en Skimmia reevesiana uit China. Deze laatste heeft voor veel naamsverwarring gezorgd. Die werd in 1849 meegenomen uit Japan niet wetende dat het gewas oorspronkelijk uit China afkomstig was.

Rutaceae.

 

=Skimmia japonica, Thunb. (uit Japan) is een tweehuizige plant, mannetjes en vrouwtjes komen voor.

(Vroeger waren ze bekend als Skimmia oblata en Skimmia fragrans, de laatste is het geurende mannetje) Mannetjes hebben doorgaans langere en forsere pluimen en geen bessen.

Groene twijgen zijn aan de einden bebladerd.

Leerachtige bladeren zijn 6-12cm lang en 2-3cm breed, glanzend donkergroen en van onderen heldergroen, lang elliptisch naar beide zijden puntig toelopend.

Eivormige bloemtrossen zijn kort en gedrongen, 5-8cm lang, meestal eenslachtige bloempjes zijn 4tallig en geelachtig/wit in mei/juni.

Een gedrongen groeiend en sterk vertakte struik, 1-1.5m

 

Naam.

De kralen van dit plantje zouden giftig zijn. De naam skimmi in Japans betekent literair een kwalijke vrucht. Thunberg, 1743-1828, nam de oosterse naam over voor westers gebruik.

De naam Skimmi van Adanson uit 1763 is ouder dan de naam Skimmia van Thunberg uit 1783, maar die behoort tot de nomina conservanda. Duitse Japanische Skimmie

Als levende plant werd de Skimmia gebracht in Engeland door Robert Fortune. Dit was een Chinese soort die Fortune ontdekte in 1848 in een tuin te Shanghai.

 

Skimmia japonica Thunb. var. intermedia Komatsu forma repens (Nakai) H. Hara (er tussen in) (Skimmia repens, Nakai. (kruipend) Zeer kort gesteelde bladeren zijn omgekeerd lancetvormig tot elliptisch en 2-8cm lang, 8-35mm breed, glanzend helder groen met lichtere achterkant.

Geel/groene twijgen.

Eivormige en dichte bloemtrossen tot 6cm lang met witte en meestal 2slachtige bloempjes.

Eivormige bessen zijn ongeveer 8mm in doorsnede en karmijnrood.

Uit Japan blijft laag, een bijna kruipend en sterk vertakt struikje.

 

Vormen.

Emerald King’, met wat bolle bladeren, heeft bronskleurige bloemknoppen en roomwitte trossen in april. Als de King wat ouder wordt gaat hij steeds meer bloemen dragen.

Bij de vrouwelijk exemplaren is een zekere tweehuizigheid aanwezig. Zonder mannetjes kunnen ze dus bes dragen.

Kew White’ is een vrouwtje die in de winter heldere grote en witte bessen draagt. Witte bessen doen het goed in kerststukjes.

Nymans is een nieuwe, een Engelse vorm, met helderrode bessen in grote trossen die al halfweg oktober aan een bossig, matig hoge struik.

var. veitchii (Carrière) Rehder (‘Veitchii) (Gewonnen door J. Veitch & Sons, kwekers te Chelsea, Engeland) verschilt door de omgekeerd eivormige bladeren die tot 14cm lang worden, met grotere rode vruchten aan een vrij hoge en brede struik.

 

Uit; http://www.compleetgroen.nl/skimmia-confusa-kew-green.html

Skimmia x confusa (verwarrend, onzeker) “Kew Green’. Groenblijvende heester van 80-100m hoog en vrijwel zo breed.

Ovale aromatische bladeren van 12cm lang.

Heeft in de winter licht groene bloemknoppen en in het voorjaar roomwitte bloemtrossen.

Op vrouwelijke planten wordt dat gevolgd door rode bessen. Is dus tweehuizig, dus twee soorten planten gebruiken, “Kew White’ is de vrouwelijke vorm..

Redelijk winterhard.

 

 

 

 

 

 Uit www.tuinadvies.be

 Skimmia reevesiana, Fortune (Engelse botanist en uitgever Lovell Reeve, 1847-1966) (Skimmia japonica subsp. reevesiana) Lancetvormige tot langwerpige bladeren zijn 4-10cm lang en 2-3cm breed, aan beide kanten toegespitst en glanzend donkergroen met lichtere achterkant.

Olijfgroene twijgen zijn wat overhangend.

Los gevormde bloemtrossen zijn eivormig/langwerpig en 6-8cm lang. Bloempjes meestal 2slachtig en 5tallig, groenachtig/wit in mei/juni.

Omgekeerd eivormige bessen van 1cm in doorsnede zijn donker rood.

In de sneeuw is die beladen met helderrode vruchten en dikke gezwollen knoppen in de oksels van prachtig groene bladeren.

Lage en gedrongen groeiende struik.

Uit China wordt 40-60cm hoog.

Variegata’ heeft wit gerande bladeren.

Rubella’ is door Foreman van Eskbank nurseries in Schotland gewonnen

Is meer opgaand en jonge twijgen groen en aan de top iets bruin getint.

Bladstelen zijn bruin.

Bladeren met gewoonlijk de grootste breedte boven het midden, matglanzend donkergroen met lichtgroene middennerf, onderzijde lichtgroen met iets bruin gekleurde middennerf.

Dit is een mannetje, maar wat voor een, een bolronde pronker met bloeddoorlopen bladstelen en nerven.

In het midden van het bosje bladeren ontwikkelt zich de bloempluim die opvallend bruinrood is in knop en in april krachtig ontwikkeld tot wit/roze pluimen.

Ruby King’ is een sport uit ‘Rubella’ die overvloedig bloeit met roomwitte bloemen. Weliswaar met slappere takken, maar elke tak draagt bloem, een plant voor snijbloemen..

 

uit www.flickr.com

Skimmia × foremanii H. Knight, (botanist Donald Bruce Foreman, 1945-2004) (japonica x reevesiana).

Geeft bleek roze bloemen in april-mei.

Glanzend groene bladeren. Wordt 100cm hoog.

Redelijk winterhard, -15.

 

Planten.

Jammer dat deze plant zo moeilijk verplant kan worden, bij het verplanten uit pot houdt die moeilijk kluit, is daarom weinig in gebruik als tuinplant.

 

Lyrisch.

De bloemknoppen ontwikkelen zich in de nazomer. Nog niet bloeiende pluimen zijn gedurende de winter een sieraad. De vrouwtjes krijgen rode bessen, maar zijn minder aantrekkelijk in hun pluimstadium. In een grote groep staan de Skimmia' s als bolletjes langs de huisgevels. Ze zijn opgetuigd in scharlakenrood waar soms ook de vruchtenkogels oplichten als koralen. Het blad is van het leerachtige type, altijdgroen en vaak gepolijst of gewassen in de striemende regens. Rode vormen zijn vaak doorlopen met een rode kleur die vanuit de bloemen door de aderen, langs de stelen naar de onderkant van de bladeren lijken te stromen. De witte zijn vaak bloedloos.

De mooie bessen of pluimen worden in kerststukjes gebruikt en tegen die tijd uit de tuin geleend. De struik is eenslachtig, dus of alleen mannetjes, de pluimen, of alleen vrouwtjes, de bessen, hoewel de laatste jaren ook samenwonenden voorkomen. Skimmia is een minnaar van schaduwkanten, in de zon wordt het dichte struikje bleek of geelgerand.

 

 Vermeerderen.

Neem een topstek eind augustus, verwijder het onderste bladpaar, en steek dit in 1 % ibz groeistofpoeder, afkloppen van het stekje. Planten in potje 9, drie bij elkaar, aangieten, plastic erover heen en elke week even controleren op vochtigheid, droogte en schimmels. Laat het plastic er dan een paar uur af zodat het blad wat opdroogt en bedek het dan weer. De luchtvochtigheid is hoog genoeg als het plastic bedekt is met waterdruppeltjes, je kan de plant dan niet zien. De waterdruppeltjes houden ook ultraviolette stralen van de zon tegen, op droge plekken komt de zon er door en verbrandt het gewas. Na enkele weken/maand is het stek geworteld, de plant begint dan te groeien, langzamerhand meer luchten en tenslotte het plastic eraf halen. Koel bewaren, maar wel vorstvrij. In buiten brengen na de ijsheiligen, half mei.

Zaaien in februari bij 20 graden.

 

Zie verder: volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/ en: volkoomen.nl