Smilax, sarsaparilla, struikwinde, soorten.

 Uit NGSimages.

 

Meestal zijn dit houtachtige klimmers met gepaarde tendrils, soms struiken of kruidachtige meerjarige.

Bladhoudend of –verliezend Het afwisselend geplaatste blad is 3-7nervig en meestal variabel aan de randen, hartvormig of rond/elliptisch.

Bloemen zijn vrij klein en staan meestal met velen in okselstandige schermen, groen/geel.

De vrucht is rond en rood of blauwzwart met 1-3 zaden.

Jonge scheuten zijn weinig vertakt, oudere houtige scheuten worden boven veel vertakt. Ze hebben ronde of kantige twijgen die voorzien zijn van uit steunblaadjes ontwikkelde hechtranken.

De scheuten ontspringen van een wortelstok die langzaam groeit en houtig of is of uit grote vleesachtige knollen bestaat.

Meer dan 300 soorten komen voor en verdeeld over de wereld, 30 in China. De niet houtige soorten zijn in het geslacht Nemexia geplaatst.

Dit geslacht lijkt wat op de Dioscoreaceae, maar verschilt hierin door de bloemen en vruchten, tevens dat hun stengels steviger en houtiger zijn en de bladeren meer permanent. Verschilt van Danae doordat die niet klimt en van Ruscus doordat die struikvormig is en bloemen op de bladeren heeft.

De Smilax van de bloemisten is Asparagus asparagoides.

De meeste zijn afkomstig uit Z. Europa en O. N. Amerika.

De eersten zijn voor ons klimaat niet geschikt want die verlangen een zeer beschutte plaats en moeten in de winter zeer goed beschermd worden. De N. Amerikaanse soorten groeien daar tussen of tegen hoge bomen en met hun liaanvormige stengels bereiken ze een behoorlijke hoogte.

Liliaceae, Smilax klasse.

 

1. =Smilax herbacea L. (kruidachtig) is een stevige meerjarige van 1-3m hoog die niet gewapend is.

Ovale tot lancetvormige bladeren zijn puntig en lang gesteeld, 7-9 nerven.

Schermen met 15-80 bloemen die naar kadavers ruiken.

Zwarte bessen.

Uit N. Amerika.

Carrion flower.

 

3. uit wisplants.uwsp.edu

Smilax tamnoides L. (Tamus-achtig) (Smilax hispida, Muhl. (ruig) (Smilax pseudo-China, Auth.) Bladeren zijn 7-12cm lang en van boven zwak glanzend helder groen en breed/eivormig.

Heeft dunne en lange twijgen die eerst kantig zijn en later rond worden en dicht met stekels bezet is.

Vruchten zijn blauwzwart en berijpt.

Dit is voor ons klimaat een van de beste soorten.

De wortelstok is kort en houtachtig, langzaam groeiend en spreidt zich niet ver.

Komt ook uit N. O. Amerika en wordt 10-15m hoog.

 

Naam.

Behaarde struikwinde, Engelse bamboo brier, bristly greenbrier.

 

 

 

5. Uit NGSimages.

Smilax rotundifolia, L. (rond bladig) Bladen zijn 6-10cm lang en van boven glanzend groen en breed/eivormig, de top is plotseling kort toegespitst. De nerven steken scherp af en zijn wat rood aangelopen, aan de onderkant intensiever gekleurd.

Twijgen zijn kantig, de takken bijna rond en met gekromde stekels bezet.

Bes is zwart en blauw berijpt.

Deze plant kan hier gekweekt worden maar maakt vele worteluitlopers.

Komt uit O. N. Amerika en wordt een 5m hoog. Is beschreven in 1888.

 

Naam.

Struikwinde, Engelse horse brier, Rundblättrige Stechwinde, common greenbrier of rondbladige struikwinde. Jonge scheuten worden gegeten als asperges, jonge bladeren als spinazie.

 

 

 

6. uit digitalgallery.nypl.org

Smilax excelsa, L. (hoog of verheven) Bladeren zijn 4-8 cm lang en van boven wat glanzend, eivormig tot breed eivormig.

De twijgen zijn kantig en van scherpe stekels voor zien.

Bloemen staan met drie stuks in een tros.

Bessen zijn helderrood.

Van de Z. Europese soorten is deze wel het beste bestand tegen ons klimaat, wel met een bedekking bij strenge vorst.

De hoge struikwinde lijkt op de vorige en kan 6-8 m hoog worden. Is afkomstig uit Z. Europa tot Perzië.

 

Naam.

(Dodonaeus) ‘De Spanjaarden noemen deze tweede soort Uva de perro, dat is hondsdruif, de Portugezen recama, die van Lissabon alega-caon’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

8. Uit W. Woodville.

Smilax glauca, Walt. (zeegroen blauw) Bladeren zijn 8-10 cm lang en van boven donkergroen en van onder blauw/grijs.

De twijgen zijn meestal kantig en gewoonlijk dicht met stekels bezet, soms bijna kaal.

Dit is een altijdgroene klimplant die zelden bloeit, de bloem is groen/wit.

De vruchten zijn blauw/zwart en berijpt

De cat brier komt uit O. N. Amerika en wordt 6-8 m hoog. (Synoniem Sarsaparilla, L.) Is beschreven in 1815. Sarsaparilla groeit ten zuiden van New York.

 

Naam.

(Dodonaeus) (a) ‘De naam zarza parilla is dit Peruaans kruid ook meegedeeld geweest in Spanje en dat om de grote gelijkenis die het heeft met de voorbeschreven stekende winde die ze zoals gezegd is zarza parilla noemen. Zelfs bij de inwoners van Peru, daar het veel groeit, heeft het een eigen naam die zoveel betekent als of men in het Latijn Vitis spinosa en in onze taal doornachtige wijngaard zei wat ons Garcias Lopez betuigt. Daarom zullen we dat zarza parilla van Peru mogen noemen, in het Latijn Zarza Parille Peruviana omdat ze zo niet van gedaante ten minste van krachten en plaats van groeien van de Spaans zarzaparilla of onze gewone stekende winde verschilt’.

De naam sarsaparilla of zarzaparilla is genomen van het Spaanse zarza: (Arabisch sharas) bramenstruik, en parilla: kleine druif, vanwege de stekels en ranken. Dit is de Spaanse naam voor de Zuideuropese Smilax aspera en werd op de gelijkende Amerikaanse plant overgedragen.

 

Gebruik.

Het was vroeger een bestanddeel van de antisyphilitika. Sarsaparilla wortel, bekend van de smurfen, was een van de eerste geneesmiddelen die uit Amerika kwam. Het kruid werd ingevoerd in Spanje door Monardus ongeveer rond 1536. Monardus was de eerste die het beschreef.

Zo was het gebruik vroeger. (Dodonaeus) ‘De wortels van de Peruaanse zarza parilla zijn zo warm en droog van aard en zo dun en fijn van delen of stof dat het water daar ze in gekookt zijn zeer gemakkelijk laat zweten. En daardoor genezen ze de oude hoofdpijn en koude gebreken van de leden en zo ook alle kwalen en ziekten die zonder koorts komen en door het zweten gebeterd en genezen kunnen worden. En in diergelijke ziekten zal men deze wortels wat dagen achter elkaar gebruiken en het zweten verwekken, te weten als de ziekte niet zeer zwaar is, maar als de ziekte kwader en verouderd is en verder gekomen dan moet men ze veel meer dagen achter elkaar gebruiken en de zieke lange tijd laten zweten.

Want het water daar deze sarza parilla in gekookt is geweest te drinken gegeven geneest het jicht, allerhande zeren en vochtige gezwellen en alle gebreken van het hoofd en versterkt de lever en belet de beginnende melaatsheid verder te gaan en lost het water ook zeer goed en kan door het zweten de huid gans zuiver maken, maar het is vooral goed tegen de koude kwalen van de hersens, de zoute catarre, de beginnende kankers, de klieren en kropzweren als men een halve drachme van het poeder veertig dagen achter elkaar drinkt mits het afkooksel van dezelfde wortel in witte en zoete wijn. Op dezelfde manier gebruikt geneest ze de hardigheid van de milt ook.

Deze sarza is veel fijner of subtieler en dringt beter door dan de China of pokhout en daarom geneest ze diegene die met de voor vermelde dingen niet genezen konden worden en vooral als de gebreken het uiterste van het lichaam en de huid vast bezet hadden.

 

9. uit src.sfase.edu

Smilax bona-nox, L. (goede nacht) De plant heeft rode hechtranken die dicht bezet zijn met dorens, de saw brier.

Het kan een erg onkruid vormen langs de borders of wouden.

Het is een van de mooiste vormen, afkomstig uit Carolina en Georgia en in 1739 beschreven.

Saw greenbrier.

 

 

 

 

 

 

 

 

12. uit Fuchs.

Cliquez pour voir l'image en taille réelle Smilax aspera, L. (ruw) Bladeren zijn 4-8cm lang en 2-3,5cm breed met een glanzende donker groene boven kant en lichtere onderkant, ei/lancetvormig.

Sterk kantige twijgen die dicht bezet zijn met stekels. Alleen de oudere takken zijn bijna rond en niet gedoornd.

Kleine wit/groene welriekende bloemen die in dichte trossen staan.

In de herfst staat het vol met rood tot zwart rood oplichtende bessen en valt zeer op.

De bloem werd, met de klimop, door de oude Grieken voor kransen bij Bacchusfeesten gebruikt. De rode vrucht wordt nu nog in boeketten en haartooi gebruikt.

Ruig bindkruid, is een klimplant die 3m en hoger kan worden uit Z. Europa en N. Afrika en is bij ons ongeschikt of zeer goed beschermen in de winter. Is beschreven in 1648.

 

Naam.

 (Dodonaeus) (a) ‘Deze winde is van ons stekende winde genoemd, in het Hoogduits Stechend Wind, in het Frans liset picquant, in het Latijn Smilax aspera, van sommige Volubilis acuta of Volubilis pungens, in het Grieks heet ze Smilax tracheia’.

Smilax, van Grieks smile: een sloper, een verwijzing naar de ruige prikkelige stengels, of snijmes, naar de ruwe stengels.

Dodonaeus (b) ‘Theodorus Gaza, de overzetter van Theophrastus, heeft het Hedera Cilicia genoemd net zoals ook Plinius die daarboven betuigt in het 10de kapittel van het 24ste boek dat het soms Nicophoros toe genoemd plag te wezen. De Italianen van Toscana of de Florentijnen noemen het hedera spinosa en ruono cervino in hun taal en op het Latijns Hedera spinosa en Rubus cervinus’.

Engelse prickly ivy

Dodonaeus (c ) ‘De Spanjaarden en eigenlijk die van Castilië, als Lacuna betuigt, noemen ze zarza parilla, als of men zei in het Latijn Rubus viticula, dat is braamwijngaarden want als dezelfde Lacuna betuigt betekent zarza in het Spaans zoveel als Rubus in het Latijn en bramen in het Nederduits en parra als Matthiolus uitlegt betekent zoveel als of men wijngaard zei en vervolgens zo betekent parilla een klein druifje. Voorts zo heeft deze onze stekende winde noch deze volgende Griekse namen te weten, Epatitis, Lycanthemon, Cynosbaton, Aniceton, Heliophyton, Anatolicon, Dyticon, Helide en de Latijnse Mergina’.

Ruig bindkruid of gewone struikwinde, Duitse Raue Stechwinde.

 

Gebruik.

Zo was het gebruik vroeger. (Dodonaeus) ‘De bladeren van stekende winde, zegt Dioscorides, zijn zeer goed tegen alle venijn en vergiftiging en weerstaan niet alleen het vergif dat tevoren ingenomen is, maar overwinnen ook hetgeen dat in gegeven wordt nadat men deze bladeren met enige drank ingenomen heeft alzo dat diegene die het dagelijks gebruikt van geen vergif of venijn beschadigd kan worden. De bladeren en vruchten van de stekende winde zoals de oude schrijvers betonen plegen in oude tijden veel tegen het vergif gebruikt te worden op die manier dat ze verzekerden dat indien men een nieuw geboren kindje wat van het sap er van soms ingaf dat hem later geen vergif schadelijk  zoude kunnen wezen de tijd van zijn hele leven.’

 

Uit F. Vietz.

=Smilax china, L. (uit China) De plant heeft een windende en stekelige stengel.

Hartvormige, kort toegespitste bladeren

Een knollige wortelstok die bekend staat als Chinawortel of pokkenwortel. Die smaakt reukloos.

Ook de Chinese kwam gelijktijdig op en werd ook gebruikt tegen dezelfde ziekte. Is beschreven in 1759.

 

Naam.

(Dodonaeus) ‘Naar dit voor vermelde land zijn deze wortels China of Echina genoemd als of men wortel uit China zei, dan in Oost-Indië zelf heten ze lampatan, lampaos en bonti, in Perzië chop china.’

Chinawortel of pokkenwortel, Engelse China-root, is afkomstig uit China, Japan en Cochinchina. 

 

Gebruik.

(Dodonaeus) (a) ‘Van dit gewas is de wortel bijna alleen gebruikelijk en is niet zo heet zoals Salsa of pokhout en daarom achten die van China deze wortel voor de allerbeste baat tegen de pokken omdat diegene die men daarmee geneest zichzelf niet zo zeer behoeven te onthouden van vele spijzen, dan alleen van ossenvlees of varkensvlees, vis en rauwe vruchten. Ze verzoet de pijnen van de leden en jicht in handen en voeten, maar meest in de heupen, belet alle zinkingen en catarre en laat de huid een goede kleur krijgen en geeft het slecht gevoede lichaam kracht, geneest de geelzucht en waterzucht en alle ongesteldheid en verstoppingen van de lever, m. s., lamheid, beving en alle gebreken van de zenuwen, niergruis en allerlei kwalen van de blaas. Is goed tegen de breuken of breuk en omdat ze de vochtigheden opdroogt is ze bijzonder nuttig tegen alle koude gebreken en die van zwaar, grof of melancholisch bloed komen. Ze versterkt ook de maag en laat alle winden scheiden, verzoet de pijn er van en ook alle verouderde pijnen van het hoofd. Dan tot al deze gebreken wordt het afkooksel of water daar de wortel in gekookt zijn, meest gebruikt. Dan al diegene die dat water gebruiken moet men het aanzicht van alle vrouwen verbieden.’

Het gewas bevond zich in de 16de eeuw in Goa en Malakka waar het door de Chinezen gebracht was. Zo kwam het in 1525 door Vincenz Gilius van Tristan naar Europa. Kreeg grote bekendheid wegens de goede werking die het gaf aan de door jicht geplaagde keizer Karel V.

 

Uit ecflora.cavehill.uwi.edu

Smilax oblongata (Smilax hostmanniana) (Duitse botanist Friedrich Wilhelm Rudolf Hostmann, 1794-1864) is een in Suriname niet zeldzame liaan met scherpe stekels op de oudere takken en klimt met behulp van ranken die uit de basis van de bladstelen tevoorschijn komen.

Een tweehuizige plant.

 

Gebruik.

Met stengels van deze plant binden de Boslandcreolen hun houtvlotten bijeen. De Indianen vlechten ze om een geraamte van dikke bamba‑maka tot ruwe en sterke manden voor zware vrachten. Met gespleten stengels binden zij de paloeloeb samen tot matten waarmee ze hun huizen bedekken.

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit F. Kohler, www.BioLib.de.

=Smilax regelii Killip & C. V. Morton (Duitse botanist Dr. Regel, directeur van de Botanische tuin te St. Petersburg, 1815-1892) (Smilax officinalis Kunth. (geneeskrachtig) de windende stengel is rond of kantig, spaarzaam met stekels bezet.

Bladeren zijn eerst matig dun, dan leerachtig, ei- tot lancetvormig met hartvormige basis en toegespitst eind met 5-7 nerven.

Uit Z. Amerika.

Wortels worden traditioneel in volksgeneeskunde gebruikt.

Werd verzameld door Humboldt en Bonplant in Columbia en in 1815 door Karl Sigismund Kunth beschreven.

Brown sarsaparilla.

 

Smilax schomburgkiana, Knuth. (Duitse botanist Moritz Richard Schomburgk, 1811-1891 met zijn broer Moritz Richard) worden de oranjerode bessen gebruikt als lokaas voor vissen en als visvergif.

 

Planten.

De verschillende soorten worden van zaad gekweekt dat lastig kiemt. Heb je vast staande planten dan je ze ook vermeerderen door scheuren in maart/mei of zaaien bij 20 graden.

 

Zie verder: volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/ en: volkoomen.nl