
De Lamium (zie Lamium, dovenetel) van Plinius
zou van het Griekse laimos
afgeleid kunnen zijn: de keel of muil en is daardoor verbonden met lamos: een groot hol.
Lamia is een vampier, vergelijk het Griekse lamos: muil, dat verbonden is met Latijn lemures wat phantoms of
nachtgeesten betekent. Het is een verterend monster met hoofd en borst van een
vrouw en lichaam en staart van een serpent. Het is een vampier, een heks.
Waarschijnlijk is het woord verbonden met Lamia: de
koningin van Libië, wiens naam door de Grieken werd gebruikt om kinderen af te
schrikken die ze zou verslinden. Lamia was de mooie
Libische koningin die door Zeus bemind werd. Uit jaloersheid roofde Hera al
haar kinderen, sinds die tijd rooft Lamia de kinderen
van anderen om ze te doden. Daarom werd haar naam gebruikt om kinderen bang te
maken.
Lamien waren vrouwelijke spoken wiens geschiedenis,
net als elk andere spookgeschiedenis, duister en verward is. Men verhaalt dat
zij zeer begerig waren naar mensenvlees en vooral naar het bloed van kinderen.
De verbeelding stelde zich deze wezens voor als lelijke vrouwen met ezelspoten die de bakers van de kinderen verschrikken en zich in allerhande gedaantes vormen en vertonen. Ook reizigers ontmoetten die wezens dikwijls en die konden hen alleen door schelden en schreeuwen verjagen.
Of het heeft zijn naam van de vis lamia omdat het
lijkt op het verschrikkelijke gelaat van deze vis wanneer die ergens naar hapt.
(zie haai)
Onzeker is de afleiding, in ieder geval is de
naam naar een schrikbeeld van kinderen genoemd, een water bullebak. Het is het
symbool van wreedheid.
Maerlant, ‘Lamia is een groot dier, vreselijk en onguur, uit bossen komt
het met kracht bij nacht in de lieden hoeve. Met armen, het dier heeft er twee,
en breekt de lieden bomen stuk. Komt er hier een naar hem toe van de lieden die
hem dat willen verbieden hij bijt ze dan met de tanden. Een groot wonder ligt
hier aan, want Aristoteles laat ons weten dat die van Lamia
is gebeten, hij geneest op geen manier dan dat hij dat dier hoort grommen’.
(773) Lami is een groot en wild dier. Dat komt ‘s nachts uit de bossen en gaat naar
de tuinen en gooit de bomen om en werpt de stammen weg. Dat doet hij met zijn
zeer sterke armen die hem voor alle verrichtingen dienstig zijn. Aristoteles
zegt dat als de mensen door de tanden van de Lami
verwond worden dan wordt hij van die beet niet eerder gezond tot hij de luid
schreiende stem van hetzelfde dier hoort. Dat dier is zeer boosaardig en toch
geeft het zijn jongen zijn melk en zuigt ze veel. Veel harder en grimmiger
zijn onze oversten, bisschoppen en dekens die de hun toevertrouwde en
verantwoordelijk zijn voor het geestelijke brood, dat is Gods woord, niet
bieden en hen hinderen die het graag overreiken en willen geven.
Lamya is een heraldisch Engels wapenfiguur. Het is
een monster die uit een combinatie van vrouw, draak, leeuw, geit, hond en paard
bestaat. Het is een gedrocht dat ontsproten is aan de menselijke fantasie.
Wellicht hebben we hier te doen met een kwelgeest, vergelijk Capirussa, een wapenmonster.
Capirussa.
Capirussa is de mysterieuze schildhouder van het wapen van Den Briel. Het is geen centaur, maar de watergeest Osschaart, de kwelgeest van de Z. Hollandse eilanden. Een heraldisch monster, een waterboeman.
De priester T(a)erling, 1600, beschrijft het als volgt:
‘Is een witten schilt met een nedergaende roode baer hangende om den hals van een monstru(m) genaemt Capirussa. Wesende van an(ge)sicht als een minsch, oor(e)n hebbende als een brackhondt, een staert als een hondt, ende voeten als een pairt, die in so(m)mige Indien worden gesien, en eertyts gesien ende gecomen is inde mondt van (de) maze, wiens figuere, hier by gevoucht is’.
De naam komt voor in Jes. 34,14 en is een nachtelijke, fabelachtig nachtgedrocht wat door Luther Kobold genoemd werd. Naar de traditie is het de eerste vrouw van Adam en de moeder van reuzen (ook Ahriman) en talloze boze geesten, later werd ze de bijzit van Samuel, de duivel. Het is de vrouwelijke begeleider van de duivel die in christelijke tijd wegens het sacramentele karakter van het huwelijk niet zijn vrouw kon zijn, daarom werd het zijn schoonmoeder. Het was de vrouw van de duivelse Noorse god Loki. In de literatuur kreeg ze concurrentie door de duivelmoeder die in de 13de eeuw door Frizlar gebruikt werd. Van Babylonische kant kreeg ze een nieuwe steun door de duivelin Lilith, Adams eerste vrouw waarvan de duivel afstamt. Zie vleermuis.
Lilith schijnt een duister wezen te zijn die eerder god was. In Babylonische Assyrische afbeeldingen verschijnt ze naast de manlijke godheid Lil. Nog in de 4de eeuw gold Lilith als demon die kinderen aanpakt en ongeluk brengt, net als de lamia, striges en empusen van de Grieken en Romeinen.
Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/