
Sagittarius
serpentarius, (slangendoder)
De secretaris is een wat stijve, blauwachtig asgrauwe vogel, een soort kruising tussen een kraanvogel en arend. Engels secretarybird.
Zijn voeten dienen hem alleen tot lopen, hij kan er niets mee pakken en heet daarom in het Frans messager: bode.
Hij is ranke een Afrikaanse vogel. Zijn nek is van een lange vederbos voorzien die hij naar welgevallen kan opzetten waar hij de naam van secretaris aan heeft te danken. De klerken hadden vroeger de gewoonte ganzenverenpennen in hun pruik te steken zodat die er dan even slordig uitzag als de secretaris vogel.
Hij is de voornaamste verdelger van slangen
waarom hij in de Kaap wel slangenarend genoemd wordt. Zijn vleugels worden maar
zelden tot vliegen gebruikt en zijn voorzien van een beenachtig bekken die,
hoewel rond en stomp, toch een vreselijk wapen voor aanval en verdediging is.
Hij vervolgt de slangen al lopend. De
aangegrepen slang houdt zich stil en buigt zich naar boven en bedreigt als
sissend haar vijand terwijl hij de hals opblaast. Nu ontplooit de vogel een van
zijn vleugels en houdt die als een schild voor zich en bedekt zich daarmee
geheel. De slang heft zich wat hoger op om een dodelijke beet toe te brengen en
dan beweegt de vogel zijn vlerk en slaat toe, springt vooruit, wijkt terug,
huppelt naar alle zijden heen, zijn bewegingen zouden komisch zijn als het hier
niet een drama gold waarvan het slotstuk de dood van een van de spelers zou
zijn. De vogel steekt geregeld zijn vleugelpunt vooruit waarin de slang kan
bijten. Die put zijn gif uit tegen de gevoelloze vleugelpennen en intussen
geeft de ander hem met de tweede vleugel, als met een knods,
krachtige en herhaalde slagen. Bedwelmt door zulke aanvallen krijgt de slang
tenslotte de beslissende slag en zinkt ineen. Dan grijpt de vogel de slang met
haar snavel en verheft zich in de lucht en laat de slang van hoog te pletter
vallen waarna ze het verslindt.
Om die reden wordt de secretaris wel tussen
de hoenders geplaatst om die vrij van slangen en ander ongedierte te houden. Ze
moet wel geregeld eten hebben anders verdwijnen de hoenders. De vogel loopt met
een opmerkelijke snelle loop en zet zich pas laat op de vleugels.
De secretaris bouwt
een plat nest waarin ze zich zodanig verschanst dat ze tegelijk onzichtbaar en
onaantastbaar is. Het wijfje legt drie a vijf roodachtig gespikkelde eieren die
zo groot zijn als ganzeneieren. De jongen ontwikkelen zich langzaam en kunnen
pas met de vijfde of zesde maand lopen.
Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/