Threskiornis; ornis; vogel.
Threskiornis aethiopicus; uit Ethiopië. (Ibis religiosa
(geheiligd)
Ibis of de nijlreiger, de slangen verslindende vogel van Thoth, de
god van wijsheid en schrijfkunst die met een ibiskop
afgebeeld wordt heet in oud-Egyptisch hbj, in Grieks
en Latijn Ibis; jij zal gaan. (tot het einde der aarde) in Duits, Engels en
Frans Ibis. Ibis sacre. Het draagt in Egypte de naam
van Aboe-Hannes: Vader Johannes.
Ibis is een vrij grote vogel met een lange hals en een lange, kromme snavel. Van de punt tot punt is de lengte een zeventig cm en 68cm hoog. Hij is wit met een kale en zwarte hals en kop, de vleugels hebben zwartgroene toppen en er is zwart op de staart.
De vogel broedt op een nest van takken die met gras zijn gestoffeerd en ander zacht materiaal. Daarin komen twee tot vier witte eieren, soms groen of blauwwit. Ze worden in twintig tot drie en twintig dagen uitgebroed.
Maerlant; ‘Ibis, zoals Solinus zegt, is een vogel die naast de oever van de Nijl, de grote rivier te wandelen pleegt, dat is zijn manier. Serpentseieren kan hij vinden en die draagt het naar zijn kinderen die ze zeer lief hebben en hun is er zeer aan gelegen om te verteren dat kwade zaad. Eenmaal in het jaar, dat verstaat, verzamelen zich vliegende serpenten in Arabië voor een convent als om te vliegen uit de landen voor alle wereld te schande en als die uit het land varen komen die ibissen met hun scharen en ontmoeten ze in de lucht, niet een van al die vlucht die de wereld willen plagen laten al gauw dat lijf ontdragen. Het venijn van deze vliegende dieren is van zulke felle manier dat een man het leven kwijt is voor hij beseft dat men hem beet, nochtans sterft de ibis niet’. Een keer per jaar verzamelen de gevleugelde slangen zich in Arabië om uit te vliegen en dood en verderf te zaaien in de wereld. Maar voordat ze het land verlaten worden ze in de lucht onderschept door een vlucht ibissen die geen enkele slang uit deze op kwaad beluste zwerm levend laten ontkomen. Het vergif van de slangen is zo gevaarlijk dat mensen er op slag dood door blijven, nog voor ze goed en wel beseffen dat ze zijn gebeten, maar ibissen zijn ertegen bestand. ‘Naar mij gezegd wordt’, verhaalt Herodotus, ‘is bij de stad Butus in Arabië een oord gelegen waar men vliegende slangen aantreft. Ik bezocht dit oord en zag er een ongelooflijke hoeveelheid beenderen en graten tot talloze grote en kleine hopen opeengestapeld. Het ligt in een door bergen ingesloten dal, dat met de uitgestrekte Egyptische vlakte in gemeenschap staat. Ik vernam dat de gevleugelde slangen in de lente van Arabië naar Egypte vliegen maar, bij de uitgang van het dal ontmoeten ze Ibissen en worden door die om het leven gebracht om welke redenen de Ibissen bij de Egyptenaren in hoog aanzien staat. De gedaante van deze slangen is als die van de waterslangen, hun vleugels hebben geen veren, maar komen in maaksel met de vleermuisvleugels overeen’.
Onduidelijk is het welk dier genoemd wordt maar het zou de vliegende draak kunnen zijn, Draco volans, een O. Indische boom-agamen. Ze hebben geen vleugels maar bezitten valschermen en kunnen daarmee 6-10m gaan. Dit dier wordt een 20cm groot.
Maerlant; ‘Isidorus pleegt te zeggen dat als hij niet ter toilet kan dat hij in zijn bek dan water neemt naar zijn zede en purgeert zich ermee’. Het schijnt dat deze ibisvogel vrij heet van aard en gauw verstopt is. Hiervan weet hij zich te ontlasten door zichzelf met zijn kromme snavel in zijn achterpoort een klisteer in te schieten van zeewater. Men denkt dat de mens het hiervan van geleerd heeft. Daarom is de ibis het symbool van gezondheid of vanwege de slangen die hij zo goed opruimt. Van Beverwijck, ‘We hebben gezegd hoe het aderlaten en braken gevonden en aan de mensen geleerd is door de beesten, eveneens is het ook gelegen met de klysma. Daar is, schrijft de vermelde Plinius in 8. 27, een vogel in Egypte met name Ibis (die veel op de ooievaar lijkt en hier omtrent de stad van Alexandrië uitgebeeld) die in zijn bek het Nijlwater opneemt en dat deel doorspoelt waardoor het gezond is omdat het overschot van de kost afschiet.
Maerlant; Naast moerassen of bij de zee of bij rivieren is hij immermeer om krengen of om dode vissen te eten tot zijn nood. Waar zo ze zijn; zijn ze geheel wit, alleen te Pelechusa, wij lezen dit, zijn ze zwart, (mogelijk de zwarte ooievaar, Ciconia nigra) dat is openbaar, sommige wanen dat is de ooievaar, maar dat is niet waar dan alzo als men opmerken kan dat ware het van ooievaars manieren die men niet kan visiteren omdat mensen in Europa ze nooit zagen. Plinius die doet gewag dat de ibis krom gebekt is, hierbij merkt en maakt, want de ooievaar heeft het recht. Jozephus beschreef ons echt dat grote heren van Ethiopië in Egypte kwamen gelopen toen Mozes een jongeling was en hij daar vele ibis ving en stuurde ze naar zijn heer, waar hij was maarschalk in de verdediging, en voer met hen door de woestijn die vol wormen van venijn was, de vogels aten ze en verdreven zodat zijn lieden onbeschadigd bleven en kwamen al onvoorzien in Ethiopië en meteen won Mozes land en steden die Saba heette en daar toe mede won hij al dat was daar in en nam het land van de koningin’. Men vindt een mooie vertelling over Mozes die in papieren kisten ibisvogels meegevoerd zou hebben toen hij als jongeman met een machtig Egyptisch leger tegen de Ethiopiërs ging strijden. Die hadden de toegang door slangen en andere vergiftigde dieren ontoegankelijk gemaakt. De ibisvogels werden ter bestemde plaatse heimelijk uit de kisten gelaten en hebben het vergiftigde gedierte geheel en al verslonden. Dan zou Mozes in allerijl de Ethiopiërs hebben aangevallen en ze verslagen hebben. Mozes veroverde dadelijk het land en nam de hoofdstad Saba in. Hij onderwierp Ethiopië en nam de koningin van het land tot vrouw. Dit volgens Jozephus.
Van hoofd is hij gelijk een waterraaf met een
kromme bek. Zijn gebogen snavel doet aan een maansikkel denken. Als hij zijn
hoofd en hals bij zijn borstveren induwt dan maakt hij de vorm van een hart.
Waarom de Egyptenaren als ze een hart willen afbeelden een ibisvogel tekenen
die zijn kop in zijn borstveren heeft gestoken. Dat zal wel de reden zijn dat
deze vogel aan Mercurius gewijd is, de voogd en bestuurder van het hart en de
reden. En dit wederom omdat men vanouds geloofde dat Mercurius in de
reuzenstrijd zich onder de vlerken van een ibis had verborgen.
Sommigen
zeggen dat ze geheiligd werd vanwege het slangen verdelgen, anderen omdat zijn
veren op de schijngestalten van de maan lijken of omdat zijn komst het wassen
van de Nijl aankondigde.
Aah is de Egyptische maangodin die voorgesteld
wordt met de kop van een ibis en een halve maan. Thoth,
de Hermes van de Egyptische mythologie, wordt voorgesteld met een ibiskop op een menselijk lichaam. Hij is de uitvinder van
de wetenschap en kunsten, muziek en sterrenkunde, redevoeringen en letteren.
De oude schrijvers verhalen wonderbare zaken van de ibis, hij gold als
leermeester van de mens in vele zaken en zou naar de uitspraken van de
priesters van Heliopolis onsterfelijk zijn. Aelianus brengt de vogel met de
maan in verbinding, hij zou zich met het getal der eieren, vier, naar de maan
richten en ze in zoveel dagen uitbroeden als de maan voor een maandstond
gebruikt.
Hij wordt alleen in Egypte en Alexandrië
gevonden omdat hij niet vervoerd wil worden en als hij vervoerd wordt zichzelf doodt door vasten. Het is het zinnebeeld van
iemand die van zijn vaderland houdt.
Hij leeft van slangen, sprinkhanen en kevers
die uit de woestijn van Libië komen overgevlogen. Hij wil niet dat ze in Egypte
aankomen en daar schade doen, maar gaat ze tegemoet en eet ze op. Zijn gang is
op de wijze van de ooievaars of de dartele en moedige vrouwen, zacht en
langzaam.
De ibis houdt van zeer helder water. Men
bericht ons dat de Egyptische priesters geen ander water gebruiken dan die waar
de ibis zich van bediend heeft. De Egyptenaren vereren hem en wensen dat hij
niet gedood wordt en straffen hem die er een doodt.
De Nijlstroom werd door het volk van de farao beschouwd als
voortbrenger en onderhouder van al wat leeft. Hierdoor kwam de ibis die met het
wassen van de stroom in Egypte verscheen in hoog aanzien. Men beschouwde hem
als een heilige vogel en zorgde er voor dat zijn stoffelijk overschot voor
bederf bewaard werd en gedurende duizenden van jaren onveranderd bleef. In de
piramiden van Sakkara vindt men duizenden mummies van
deze vogels in urnen of ook wel in kamers laagsgewijze opgestapeld.
Herodotus verhaalt dat deze vogel draken,
vliegende slangen en ander ongedierte doodt en daarom door de bewoners van
Egypte in hoge eer wordt gehouden. Plinius bericht dat de Egyptenaren bij het
naderen van slangen gebeden tot de ibis opzenden.
Piraeus verhaalt dat krokodillen en slangen
door aanraking met een ibisveer betoverd worden en
onbeweeglijk blijven of zelfs onmiddellijk sterven. Een ei van de ibis schrikt
alle wilde dieren af. Nog bij veel latere schrijvers vindt men vermeld dat het
voedsel van de ibis uit slangen en andere kruipende dieren bestaat. Zijn haat
tegen de kruipende dieren is in het algemeen zo groot dat hij ze ‘zelfs wanneer
hij verzadigd is nog steeds tracht te doden’. Diodorus van Sicilië beweert dat
de ibis dag en nacht aan de oever kruipende dieren beloert, hun eieren opzoekt
en tevens kevers en sprinkhanen vangt. Cicero merkt op dat de Egyptenaren
alleen aan dieren die hun nuttig zijn goddelijke eer bewijzen.
De ‘yanshup’ is in
de Bijbel de ibis of oehoe, een onreine vogel volgens Deuteronomium. De ibis
kan niet zwemmen en eet daarom dode vis en slangen en het slechts van allemaal
is de ibis, want uit zondig voedsel komt zonden voort, Physiologus.
Men tracht ons de indruk te geven, dat uit
het ei van een ibis een basilisk voortkomt omdat het vergiftige eten het zaad
besprengt en ontsteekt. Dan zou er soms kwaad uit goede beginselen komen.
De Ibis, de heilige vogel van de Egyptenaren,
gold als symbool van het water en de slang als zinnebeeld van de warmte. Door
de overstroming (Ibis) van de Nijl en de daarop volgende hitte (slang)
ontstonden ziekte bevorderende kiemen die de lucht bedierven en de dood
veroorzaakten. Het kind van water en hitte (basilisk) doodde door verpesting
van de atmosfeer alles wat ademt en leeft. Een oude Egyptische afbeelding stelt
de basilisk dan ook voor als een dier met een gekroonde ibiskop
op een slangenlichaam. Oorspronkelijk was het zo de heilige Ibis die men het
vaderschap van dit wonderdier toedichtte. Tot de 19de eeuw wist men
vrijwel niet welke vogel de ouden met de ‘ibis’ bedoelden. De Arabische naam
voor Ibis betekent wachter en men dacht zo dat de haan bedoeld werd.
Mycteria ibis, (Tantalus ibis, L.) de nimmerzat, Duitse Nimmersatt omdat ze de geopende snavel in het water steken alsof ze er op rekenen dat de vissen uit vrije wil hun in de bek zouden zwemmen behoort ook tot de ooievaar familie. Komt er een vis langs is die zeer snel.
Die is negentig tot honderd vier cm lang met een spanwijdte van 150-165cm, de gele snavel is een 25cm lang.
Hij heeft wit gekleurde en langs de randen van de vleugels en schouderveren een rode vlek, een middellange hals en een vrij grote kop, een lange snavel met wat gebogen top en hoge, krachtige lopers, een naakte kop en korte staart en kaneelrood gezicht.
Hij is niet zo vreetzuchtig als
de naam aangeeft en leeft aan water en eet kleine dieren, ook zoogdieren. Het
is een bewoner van midden Afrika.
Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/