1 zandkever,
2 gouden loopkever, 3 poppenrover, 4 bombardeerkever, 5 keizerlijke roofkortschildkever, 6 spektor, 7
museumkevertje, 8 vliegend hert, 9 heilige tor, 10 neushoornkever, 11
herculeskever, 12 gouden tor, 13 zaadkniptor, 14 lucujo,
15 glimworm, 16 bijenkever, 17 oliekever, 18 Spaanse vlieg, 19
appelbloesemkever, 20 muskusboktor, 21 lieve heersbeestje, 22 lelietor
Ongedierte of insecten.
Het is een oude, algemene en verspreide mening dat de ziekten van mens en dier door vreemde voorwerpen ontstaan die op enigerlei manier in het lichaam komen. Ze kunnen ook in het lichaam komen door hekserij of toverij.
Insecten staan hierbij op de voorgrond,
vooral diegene duidelijk zichtbaar zijn en tussen de bast van bomen leven. Het
is ongedierte of gewurm. De grote kunst is de ziekten te verhuizen naar de
plaats waar ze vandaan zijn gekomen. Daaraan is het toe te schrijven dat zoveel
sympathische kuren aangewend werden om ziekten op planten over te brengen.
De landbouw lijdt vaak schade door
vraatzuchtige insecten en hun larven in de vorm van rupsen. Daarvoor werden ze
als rechtspersonen vervolgd. In het jaar 1470 werden insecten in het diocees
Lausanne door de stadsschrijver gedagvaard en hun een advocaat toegevoegd.
Omdat ze niet verschenen werden ze bij verstek veroordeeld op straf van
excommunicatie om het land te ontruimen. In Troyes werden ze veroordeeld om
binnen zes dagen te vertrekken. Deden ze het niet dan waren ze vervloekt en
excommuniceert.
De meikever en zijn larve, de engerling
richtte eens grote schade aan in het bisdom Chur.
Driemaal werden ze voor de rechter gedaagd. Omdat ze vanwege hun kleinheid en
als minderjarige niet konden verschijnen konden werd hen met vele aanhalingen
uit het Romeinse recht een verdediger toegevoegd. Die vermeldde dat zijn
cliënten Gods schepselen waren en sinds onheuglijke tijd daar gewoond hadden
waar ze thans waren. Zijn conclusie was om hen niet van hun voedsel te beroven,
niet uit hun bezit te zetten of in ieder geval van rechtswege een andere
woonplaats aan te wijzen. Zo gebeurde. Jaarlijks wordt een bepaald stuk land
aangewezen waar ze heen gaan en daar buiten doen ze geen schade.
Je kan ze ook verdrijven met wijwater en een
processie door de velden waardoor de
wormen vleugels krijgen en met miljoenen weg vliegen.
Hun voortplanting was een probleem, ook vaak
van andere dieren. In het algemeen werd verondersteld dat de meeste levende
wezens vermeerderden en toenamen door een seksuele ontmoeting. Sommige kwamen
voort door een enkele ouder zonder tussenkomst van een ander. Dat zijn de
parthenogenese, de maagdelijke geborenen die ook geboren konden worden uit
mannelijke dieren, ook uit vrouwelijke. De fabel van de Phoenix is zo’n
voorbeeld, ook de basilisk die uit een hanenei voortkomt. Van vele insecten
werd gedacht dat ze ontsproten door spontane generatie, uit de dauw van bladen,
anderen groeien in stinkende modder of mest, in hout, groen of droog, sommigen
in de haren van dieren, sommigen in het vlees van dieren. Bijen werden zo
geboren uit de vergane karkassen van ossen, aldus Virgilius. Plinius herhaalt
dit en voegt toe dat de wespen en horzels van paarden komen en kevers van een
ezelskarkas. Meestal geloofde men dat kevers in mest geboren werden. In Engelse
literatuur is daar nog veel van bewaard gebleven. Ben Johson
“Sir, the corruption
of one thing is the generation of another”.
“Door basielkruid
komt de schorpioen en door hetzelfde kruid wordt hij vernietigd” is uit een
passage van Plinius die zegt: “Sommigen zeggen dat als basil
gestampt en onder een steen gezet wordt, er serpenten uit komen.
Het idee van spontane vermeerdering
verschijnt in verschillende vormen bij de schepping van de wereld. In Genesis
lezen we dat de mens gevormd was “uit het stof der aarde” Milton
verbeeldde dat de aarde gehoorzaamde op dit goddelijke commando en “vee en
kruipende dingen en beesten van de aarde voortbracht, elk naar zijn
soort”.

Maerlant over wormen, ‘Alle
wormen in het algemeen, zonder voeten, hebben weinig bloed, ze zuigen het van
andere dieren. Hun sap is van zulke manieren gelijk alsof het bloed was. Wormen
ook die er met voeten zijn hebben niets anders dan sap beide, grote en kleine.
Vele wormen zonder waan, vindt men die in de zomer bestaan en met de zomer
nemen ze een einde als hen de zon niet raakt. Sommige wormen die kruipen en
sommige, die in bomen sluipen, die vliegen en werpen hun zaad in lover, als de
koude komt en als de dauw komt met de zon ziet men dat ze kunnen groeien.
Vormen die het meest hebben van vuur vliegen het best, dat is hun manier en die
zijn geverfd als de vlinder. Diegene van de lucht die er de meeste zijn, lopen
snel hun vaart. Die meestal water en aarde hebben die zijn traag in kruipen en
in gaan. Dit laten ons de meesters verstaan dit is wormen natuur in het
algemeen’.
Uit Megenberg.
Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/