Trachinus. Grieks
trachus; ongelijk.
Trachinus draco L. (draak-,
duivelachtig)
Pieterman is de
naam van de duivel en de begeleider van St. Nicolaas. Met zijn rechtopstaande
stekels ziet deze vis er gevaarlijk uit en kan zelfs bloedvergiftiging veroorzaken,
vandaar de oude Latijnse naam draco marinus: zeedraak, -duivel.
Het mesvormige lichaam is zijdelings sterk samengedrukt.
De ogen staan op de
kop zeer dicht bij elkaar.
De kieuwdeksels
dragen stekels die echter minder te vrezen zijn dan de stralen van de eerste
rugvin, waaraan men zich gevoelig kan kwetsen.
Hij is wel fraai van
kleur. Hij is grotendeels roodachtig grijs wat naar de rugzijde geleidelijk aan
in bruin verandert en naar de buik in wit en overal met zwartachtige wolkje
gemarmerd. Hierbij komen in de oogstreek, op de slapen, kieuwdeksels en
schouders nog gekromde strepen van een hemelsblauwe kleur. Op de zijden en buik
geelachtige strepen.
De vis kan een
dertig cm lang worden.
Hij geeft aan diep
water de voorkeur en leeft op of in de bodem tot aan de ogen in het zand
bedolven. Tegen juni komt hij bij het vlakke strand om kuit te schieten en
wordt dan ook bij eb op droog lopende plaatsen gevonden.
Hij geeft
smartelijke wonden als je hem aanraakt. Omdat hij een taai leven heeft blijft
hem, nadat hij uit het water op het strand gebracht is, nog uren lang de kracht
om de hand die hem aanraakt met zijn
dorens een steek toe te brengen die hevige
pijnen en dikwijls het stijf worden van het gewonde deel ten gevolgen heeft.
Aan de hele Hollandse kust tracht men de steek van de pieterman te genezen door
de lever of een stuk van die vis op de wond te leggen. Dit is al oud, zie
Dioscorides, “Draco marinus dissectus et apertus, ictus spinae suae, qua ferit, medela est’.
De lever is de hoofdzetel van de voedende ziel, Plato, en zo geeft de lever de
geneeskrachtige werking. In Frankrijk was het zelfs een tijdlang verboden om
dit dier met stekels op de markt te brengen. Het gif werkt op het zenuwstelsel,
is niet dodelijk, wel zeer vervelend.
Maerlant;
‘Draco, die men vindt in de zee en is naar het
aanzien min of meer als de draak is op het land en alzo groot is die vijand als
de draak die op het land leeft maar dat hij geen vlerken heeft. Zijn hoofd is
klein en zijn staart lang, maar zijn tanden zijn zo sterk en zeer wijd is hem
de mond. Zijn schellen hard te alle stonde. Voor alle vissen van de zee is hij
vreselijk immer meer,
want alles dat hij verwondt en bijt dat is dood in korte
tijd, is het man, is het vis, is het een ander dier, fel is hij en onguur.
Plinius denkt te menen dat poeder van zijn been de tandzweer doet genezen en
dat is de enige deugd in deze’.
Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/