Solea. Van solum; bodem, basis, zool.
http://dekust.org/uploadedImages/dekustorg/Beelden/import/4324c24b-9b83-4165-a14f-21159c553ea3.jpg
Solea solea, is de tong, een tongvormige vis. Engels sole, Duits
Seezunge.
De tong ligt op de linkerkant
en de vinnen staan vrijwel over de gehele zijkant.
De bovenkant is geel
tot donker gekleurd, afhankelijk van de ondergrond.
De tong graaft zich
in het zand en zoekt ’s nachts zijn voedsel en eet bodemdieren
De tong kan twee en
dertig cm lang worden, soms meer, en waarvan er te Londen jaarlijks negentig
duizend schepels op de markt komen. (rond 1900)
Dit is een in Europa
bekende vis waarvan het vlees vast, fijn en lekker is. Men vindt ze veel op
onze en de Engelse kusten, ook in de M. Zee en vele andere wateren.
De kleinste vorm is
bekend als sliptong, slip mogelijk verwant met slippen of slepen, slipt door de
mazen van het net.
’t Is een
opmerkenswaardige omstandigheid dat de tong op schelpvissen kan azen, ofschoon
haar mond geen toestel bevat om die verandering, die tot de vertering nodig is
te laten ondergaan. Bij het openen van de buik van een tong vond men er rijen
schelpvissen in waarvan sommige bijna verteerd, andere ten halve en vele nog
ongeschonden waren.
De kuit en de jongen
van andere vissen zijn het gewone voedsel van de tong.
Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/