Numenius: Grieks neos; nieuw, men; maan, nieuwe maan. Vermoedelijk heeft het
de ouden getroffen dat ook al was het ‘s nachts volkomen donker zijn geluid
bleef
voortduren. Of naar de kromme snavel als de
sikkel van de nieuwe maan.
Numenius arquata, L. (boogvormig)
zijn vliegbeeld is als een handboog die in de lucht hangt.
De Franse naam courlis en het Engelse curlew
zullen wel nabootsingen van het geluid zijn en dat geldt ook voor onze inlandse
naam, heide- of zandtuter, ook berg of regenfluiter
en wilp. In Noord Holland is het drupen,
in Noord Brabant heidetuter, in Gelderland tuter en zandtuter, regenfluiter
en bergfluiter, in Limburg kliet, in Groningen grote wilp en in Fries wylp, wjylp en wettergulp. Het is de
Duitse Groser Brachvogel, Brachschnepse, Feld-, Kron-, Doppelschnepse, Brachhuhn, Regenvogel, Geisvogel,
Gewittervogel of Keilhaken.
Wulp of wilp betekent net als een welp een
schreeuwer.
De enigste
windwijzer in de vorm van een wulp staat op de kerk van De Wilp.
Het is de vogel van
de eenzame gronden en gronden die braak liggen, de Duitse Brachvogel,
en de heide.
Hij roept steeds
‘Louis, Louis’. Dit jodelen kan een uitbundig gejuich zijn, een onraadsteken
of een smartekreet
van een ouder. Zijn stem bestaat afgeronde en volle klankrijke tonen die men
door de lettergrepen ‘tau, tau’,
en ‘tlauied tlauied’ kan
nabootsen. Volgens anderen beter door ‘u lu lu, u lu lu’,
‘keloeje keloeje, en ‘hoepe hoepe’. Wulp of regenwulp
met zijn geklaag over het wiel dat hij niet kan meenemen hoor je ‘s nachts.
Bij donker
regenachtig weer hoor je in de tweede helft van maart de fluitende lokstem vaak
de hele nacht door, vandaar regenwulp. Vliegt er een over de hoofden van zeelui
dan voorspelt dat weinig goeds en komt er storm en kan je beste niet zee kiezen.
Vooral is het ongunstig als je hem ’s avonds hoort roepen.
De forse vogel met
de lange hals, lang omgebogen snavel en lange poten met een krachtige
vleugelslag.
Nu eens cirkelt hij
en dan houdt hij zich in als een biddende roofvogel of schiet voorwaarts in een
duizelingwekkende vaart.
Zijn lengte bedraagt
zeventig tot vijf en zeventig cm waarvan een achttien cm van de staart komen.
De veren zijn aan de
bovenzijde bruin met licht roestgele randen en de benedenrug is wit met bruine schaften en overlangse
vlekken.
Het oog is
donkerbruin, de snavel zwart en de voet loodkleurig grijs.
De snavel is naar
beneden gebogen en wordt langzamerhand dunner.
Meestal zie je ze bij aantallen en trekken ze in groepen.
Ze eten bessen,
dieren en zaden, ook wormen, vis, kevers, insecten en kikkertjes.
Nest.
Zijn nest ligt op
een ontoegankelijk plekje in het moeras. Het nest is een kuiltje in een laagte.
Ze broeden bij
afwisseling. Zie je er maar een in de lucht dan is de ander aan het broeden.
Het mannetje verdedigt zijn territorium en zingt in de lucht als het vrouwtje
broedt. Dan vliegt hij laag over de grond en stijgt af en toe verticaal omhoog
en blijft staan, gaat met uitgespreide vleugels weer zachtjes terug naar de
grond waarbij hij luid zingt.
De broedtijd is
mei/juni. De vogel zit een en twintig dagen op vier groenachtige, met
zwartbruine stippen, krasjes en vlekken versierde eieren.
De jongen kunnen al
vlot lopen en verbergen zich als de ouders voedsel zoeken.
Numenius phaeopus, L. Zijn bijnaam is Phaeopus, wat wel zal slaan op de lichte kleur van de
poten, phaeos is het Grieks wat door de zon bleek,
bruin of vaal is gemaakt. De regenwulp, de Friese reinwjylp,
wetterwjylp of lytse wjylp, regenfluiter of kleine wulp, weeuw, Duitse Regenbrachvogel, Engelse whimbrel,
Franse courlis corlieu.
Die heeft dezelfde
leeuwerikenkleur als de grote wulp, maar een kortere snavel.
De lengte is drie en
veertig cm.
Tegen regen- en
onweer vliegt ze luid schreeuwend op en heen en weer en al roepende ‘eu-wieuw’.
De regenwulp is hier
meestal een doortrekker en broedt in het noorden.
Numenius tenuirostris, Vieill,(zachte of dunne snavel) de dunbekwulp. Slender billed curlew, Duitse Dunnschnabel Brachvogel.
Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/