Familienamen, achternamen, geslachtsnamen, voornamen, etymologie, genealogie.

Het is vrij eenvoudig. Er zijn maar enkele mogelijkheden. 1. Afkomstig van een plaats, plaatsnaam, dan meestal met ÔvanÕ. 2. Naam naar het beroep. 3. Of bijnaam naar het beroep of een eigenschap. 4. Naar een heiligennaam of Germaanse voornaam, moeders-, vadersnaam.

In 1811 moeten de bewoners verplicht een achternaam aannemen. Bijvoorbeeld; Durk Jans, geboren in 1738 in Beets, trouwt in 1763 met Grietje Haijes. Ze wonen op de boerderij Bethelehem in Beetsterzwaag. Op 16 december 1811 nemen ze officieel de achternaam Bethlehem aan.

Uit woordenboek van de familienamen, Debrabandere, Verder uit http://home.scarlet.be/~tsd22610/Fpage100.htm Het grootste deel van de onderstaande info is een selectie uit: Woordenboek van de familienamen in Belgie en Noord-Frankrijk (grondig herziene en vermeerderde uitgave) (Dr. Frans Debrabandere- L. J. Veen / Het Taalfonds 2003). Het grootste (namen) deel van de vondelingenbijdrage is ontleend aan: Vondelingen en hun naamgeving door L. Man, uitg. Instituut voor Naam kunde Leuven.

 

Alleen zijn de afkortingen aangepast en de verwijzingen naar schrijvers verwijderd.

Klik hier voor Nederlandse plantennamen.

Klik hier voor Latijnse en Griekse plantennamen.

Klik hier voor middeleeuwse woorden en verklaringen.

Klik hier voor plaatsnamen en hun betekenis.

Klik hier voor dieren namen.

Klik hier voor namen van mineralen en edelstenen.

Klik hier voor jongens, meisjesnamen.

 

A.

Van, der Aa, Vera, Veraa, van de Ra, van (der) Ha. 1. Familienaam uit de de waternaam Aa of A; water. Deze naam werd voor veel kleine waterloopjes gebruikt. 2. Plaatsnaam Aa, gehucht bij Anderlecht.

Aachen: Duitsland, plaatsnaam Aken.

Aafjes, Haafkens. Moedersnaam, verkleinvorm van Germaanse voornaam Ava.

Aal, Ael. Verraleweck, is van der Alewijk. Beroepsnaam. Frans anguille.

Aal, van van Ael, van den Adel. Plaatsnaam Aarle, uitspraak Aal.

Aalbers, Aalberse, Aalberts, Aelbers, Aelberse, Aalbrecht, Aalbrechtse, Aalbregtse, Albrecht, Albrechts, Aalbersberg, Aulbers. Vadersnaam van de voornaam A(a)lbert, met een s verbuiging; van Aalbertszoon.

Aalderink, (van) Aalderinks, Eelderink, Aellerinck. Van Alardink, van de persoon Alard; Van Adelhard, van Alard en de zijnen. Naam van verschillende boerderijen in het oosten van het land als te Laren, Zelhem, Hertme en Breklenkamp, de havezate Den Alerdinck, gemeente Heino, heet wel Aalderink.

Aalders, Allders, Allder, Alder, Alders, Alderse, Alderson, Aldersons, Olders, Oolders. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Aalderd, uit adel-hard.

Aalst, van Alst, van Aelst, van Haelst, van Halst. Mogelijk een vorm van alsem, Artemisia. 1. Plaatsnaam Aalst, Overijssel. 2. Plaatsnaam Aalst, (Noord-Brabant, Gelderland) 3. Plaatsnaam Aalst (Limburg).

Aalten (van), van Aelten, van Alten, (van) Naelten. 1. Naam uit de plaatsnaam Aalten (Gelderland). 2 Vadersnaam van de Germaanse voornaam Adelwald. Vooral Friese voornaam Aalt.

Aandekerk, Aendekerk, Hendekerk. Naar de woonplaats bij een kerk.

Aangeveld, Aengeveld. Naar de woonplaats aan het veld. (aan den Veld). Vergelijk Duits Amfeld.

Aanholt, van. Plaatsnaam Anholt bij Kleve of in Drenthe.

Aannenbergh, aan den Berg. Plaatsnaam.

Aantrekker, den. Van Middennederlands aentrecken; aanlokken, verleiden (krijgsvolk), aanmonsteren. Bijnaam of beroepsnaam.

Aap. Bijnaam voor iemand met een gek gezicht of bezitter van een aap of naar een huisnaam. Duits Aff.

Ardennen, van, van Ardenen, Hardenne, Dardenne, Dardennes, DÕ Ardenne, Dardinne, Dardaine. Plaats-, streeknaam Ardennen.

Aardema, Aarde, van der, Aartsma. Beroepsnaam voor iemand die met aarde werkt.

Aarle, van, Aarle. Plaatsnaam Aarle. 1. Aarle en Aarle-Rixtel in Noord Brabant (Nederland). 2. A(a)rle in Poppel.

Abbenijen, van, van Abbenij, van Abbeny, van Abbenyen, van Habberney. Familienaam uit een niet gelokaliseerde plaatsnaam (Antwerpen ?). Begin 18de eeuw komen ook volgende varianten voor: (van) Abberney, Van Habbenije, Halbernack, Van Habbern(e)y. De naam Halbernack zou ook kunnen verwijzen naar afkomst uit het Duitstalig gebied: kortnek. Een soldatennaam ?

Aaron, Aron, Arons, Arron, Ahron, Aronson, Aronsohn. Vadersnaam, Bijbelse voornaam Aaron.

Aarsen, van, van Aerssen, van den Aarssen. Plaatsnaam Arcen, Limburg.

Aarts, Aerts, Aert, Haert, Aardse, Aartsen, Aers, Ars, Haars, Hars, Haers, Haerts, Aarssens, Aarssen, Aarsen, Haerssens, Aertssens, Aertsens, Aertzen. Arts, Art, Artz, Harts, Arets, Arretz, Aretz, Arits, Aritz. 1. Vadersnaam van de Germaanse voornaam Arnoud. 2 of een korte vorm van Alaert. 3. Of een korte vorm van Adriaan.

Abandon, AbandonnŽ. Betekent in de steek gelaten, vondeling.

Abatte, Abate. Romaanse vorm uit Latijn abbas; abt.

Abbe, Abbes, Abben, Abbens, Abe, Aben, Aeben, AbŽ, Abs, Aps. Vadersnaam AbbŽ is een bakernaam, uit Oudnederlands Abbo, korte vorm van Albrecht. AbŽ kan een verfransende re•nterpretatie zijn, maar ook een graf”e voor AbbŽ.

Abbeel, Abeel, Abeele, Abeels, Abbeel, Abbeels, Van den Abbeelen, Abelle, Abbeel, Abeels, Abeelen, Abelen, Abel, Abele, Abeles, Habel, Abiels, Abiel, Abielle. 1. Bijnaam naar iemands karakter of vorm van de abeel of populier. 2. Zonder ÔvanÕ naar de plaatsnaam Abeel, ten Abele. 3 Vadersnaam naar de Bijbelse voornaam Abel.

Abbema, Abma. Vadersnaam. Friese afleiding van AbbŽ.

Abbenbroek. Plaatsnaam, Zuid-Holland.

Abbenhuys, Abbenhuijs. Mogelijk naar de plaats Abbenhausen in Nederrijn-Saksen.

Abbenij, van, Abbenijen, van, van Abbeny, van Abbenyen, van Haberbey. Plaatsnaam.

Abbing, Abbink, Abbinck, Abbing, Abbingh. 1. bewoner van een erve Abbing, van de persoon Abbo, AbbŽ of Abbe, 1402 erve Abbingh te Veldwijk, Vorden, ook een te Vreden, Groenlo, 1428 Abbeking, 1627 Abbingh. 2. Plaatsnaam Abbing, verschillende plaatsen te Overijssel en Duitsland.

Abbott. Engels voor abt.

Abboud. About, Vadersnaam. Germaanse voornaam ad-bald; goed-stoutmoedig, Adabold.

Abdoel-Koudouzova. Arabische-Armeense dubbelnaam. Abdoel komt uit het Arabische abd-al: dienaar. K(o)ud(o)u is wellicht een variant van het Armeense Kud(u): ontdekking. De achteruitgang "zova" betekent zoveel als: dochter van.

Abeele, van den, van den Abeel, van den Abeelen, van den Abeelle, van Abell, van Abelle, van Abiel, van Abielle, van den Aebeele, van den Aebiele, van den Abbeel, van den Abbeelen, van Abelle, Van Habel. Familienaam uit de plaatsnaam Abeel: het middel Nederlandse Aubeel, Abele (in het Oudfrans Albel, Aubel) betekent witte boom, ratelpopulier. 

Abeloos, Abbeloos. Vadersnaam, knuffelvorm van de Germaanse bakernaam AbbŽ, van Adelbrecht.

Abelman, Abelmann. Duitse vadersnaam, afleiding van de Bijbelse voornaam Abel.

Abend. Bijnaam. Duits Abend; avond.

Abicht. Duits en Engels Habicht; havik, vergelijk Habex.

Abkoude, van, Abcouwer. Plaatsnaam Abcoude, Utrecht.

Abma, Abbema, Apma, Aben. Vadersnaam Ab, Friese uitgang –ma.

Abrahams, Abrahamse, Abrahamsen, Abrans, Abraham, Abrams, Abram, Abrahamsz, Braam, Braems. Vadernaams, met –s is Abrahamszoon, Hebreeuwse naam Abraham. Zo ook Abramsohn, Abrama, AbramŽ, Abrami, Abramo, Abrahamovic, Abrahamovics, Abrahamovits, Abrahamovicz, Abramawicz, Abramawitch, Abramovici, Abramavicz, Abramavitch, Abramow, Abramowicz, Abramowitsch, Abramowich, Abramowitz, Abramowski, Abramska, Abramski, Abramczyk, Abramzyk.

Abrard, Abrar. Vadersnaam, vorm van Ebrard.

Abras. Franse bijnaam au Bras; met de arm.

Abrath. Duitse plaatsnaam Aprath in Wulfrath.

Absalon, Absalonne. Vadersnaam. Bijbelse voornaam Absalon en ook martelaars de Cesare en Cappadocie.

Abshoff. Plaatsnaam Abshof in Wipperfžrth.

Absil, Absile, Absil, Absilis, Absillis, Apsillis, Apsel. Moedersnaam uit de Germaanse voornaam Absildis.

Absin. Wellicht uit de plaatsnaam Ampsin, Luxemburg.

Abspoel. Plaatsnaam Ab(t)spoel bij Oegstgeest, Zuid-Holland en Egmond, Noord-Holland.

Abt, Abts, Abs, Apt, Apte, Apts, Aps, den Abt. Bijnaam naar een abt in een mysteriespel of naar een of ander dienstverband met een kloosterabt. Vergelijk Cardinaels, de Bisschop, de Meuni(n)ck, De Pape. Ook een huisnaam kan er aan ten grondslag liggen.

Achahbar, Akbar. Arabische naam met als betekenis: de grootste.

Act, Acht. 1 afleiding van Haacht. 2 afleiding van Ad (Ak) of van Grieks Achats; trouwe compagnon.

Acacia. 1. Naam naar de boom, 2. Van Latijn Sint Achatius, vergelijk Duits Achatz, Achaz.

Acampo. Palma Campo; in de armen van de gemeenschap.

Achter, (van), van Hachter, an Hacter, van Achter, van Acter, van Achteren, Verachter, Verachtert, Veraghtert. Deze naam verwijst naar een woonplaats achter of aan de overkant van een bepaalde plaats. Of naar plaatsnamen die dezelfde oorsprong hebben. Komt nogal eens voor.

Ackaert, Accaert, Acar, Accard, Accart, Acart, Acquaert, Achar, Achard, Archard, Archart, Hackaert, Hackars, Hacquart, Hacquaert, Hackard, Hacat, Hacart, Hachard, Hacard, Haccart, Hachat, Hacha. Vadersnaam uit agi-hard; hoek, zwaard-sterk. Aghardus, Achardus.

Acarin, Accarain, Accarin. Vadersnaam. Romaanse vleivorm van Germaanse voornaam agi-hari; zwaard-leger.

Accou, Accoe, Acoe, Ackou, Acou. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam agi-wulf; scherp van het zwaard-wolf, Agulfus, Acculfus.

Achel, van, van Aggel, van Aggelen, van Eggel, van Eggelen. Plaatsnaam Achel, Limburg.

Achelman. Afleiding van Van Achel, Achenbach, plaatsnaam in Siegen en Breidenhach.

Achen, Achenne. Plaatsnaam Achne.

Acher, AchŽ, Ache: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam agi-hari; hoek, zwaard- leger: Agihar(ius), Acharius.

Achille, Achile. Vadersnaam. Griekse voornaam Achilles.

Achkroune. Uithangbord Limburg, acht kronen.

Achslogh. Bijnaam, Duits Arschloch; aarsgat.

Acht, van, van Agt, van Acht, van Achte. Plaatsnaam Acht, Noord-Brabant of bij Koblenz.

Achte, van, Achten van, van Agten. Plaatsnaam Achtene in Oostakker, Overijssel.

Achter, van, van Hachter, van Hacter, van Acther, van Acter, van Achteren, Verachter, Verachters, Veraghtert. Verwijst naar een woonplaats achter of aan de overkant van een bepaalde plaats.

Achterberg, Achterbergh, van, Achterburgh: Plaatsnaam Achterberg in Bentheim (Nedersaksen), Rhenen (Utrecht), bij Kempen (Nederlands Limburg) en in Dongen, (Noord-Brabant). Berg- en burg- namen werden vaak verward.

Achterdenbosch. Plaatsnaam Achter den Bos in Vollezele, Vlaams-Brabant.

Achtergaal, Achtergaele, Actergal. Bijnaam van nachtegaal.

Acke, ackx, Acx: Spelling voor Hacke. 1. Beroepsnaam naar de hak, de bijl. Beroepsbijnaam voor een houthakker. 2. Vadersnaam. Hakke, van Hanke, afgeleid van Johannes.

Ackeleyen, van, van Ackeleijen, van Acoleyen, van Acoleyn, Acoleijen, Accolay, Acolijen, Acolyen, van Acooleyen, van Accoleyn, Accolyen, van Akoleyen, Akoleijen, van Aroleyen, van Akelijen, van Akelije, Akelye, Akelijen, van Akeleyn, Akeleyen, Arcolie, Arcoly, Arcoulin, Haeckeleue, Haekelaeye, Hakelye, Hercolier, Hercoliers, Ockeley, Ockeleij, Okeley, Occolay. Familienaam naar de plaatsnaam Ackeleye, Acoleye, Accolay (naar akelei: groeiplaats).

Ackema. Vadersnaam. Friese afleiding van Germaanse bakernaam Akke. Vergelijk Hacken.

Acker, van, van Acker, Ackers, Akkers, Akre, Acqaire, van Ackere, van Acker, van (den) Akker, van den Acker, van den Ack, (van den) Aker, van Ackre, Vanackre. Familienaam uit de wijd verspreide plaatsnaam (ten) Acker, Akker: veld, akkerland.

Ackerbroek, van, den. Plaatsnaam moerassig land, Overpelt, Limburg, Mazenzele, Vlaams-Brabant, Schilde, Antwerpen.

Ackerman, Ackermans, Achermann, Akkerman, Akkermans, Akkermann, Ackkermans, Akerman, Acreman, Acmann. Afleiding van Van Acker of beroepsnaam van de akkerman, landbouwer. Ackermeier is de Duitse beroepsnaam van de akkerboer.

Ackerstaff: Plaatsnaam Ackerstaff bij Bentheim (Nedersaksen).

Ackerveken, van den, van den Akkerveken. Plaatsnaam Akkerveken; sluitboom aan een akker, in Wuustwezel, Antwerpen, vergelijk Valvekens.

Acolty. Klankverandering van Waals akott; knoeier, beunhaas.

Adam, Adams, Adamse, Adan, Adans, Adant, Adaams, Addams, Adoms, Addons, Adons, Adamsons, Adamson, Adamy, Adami, Adamo, Adan, Adang, Adank, Adant, Adans, Adem, Adems, Adama, Adema, Aden, Adens, D'Adam, Adatnski, Adatnska, Adamsa, Adamus, Adamuz, Adamini, Adamoli, Adamko, Adamku, Adamek, Adamiec, Adamiak, Adamcazk, Adamczak, Adamczijk, Adamczyk, Adamzyck, Adamietz, Adamitz, Adamowicz, Adamkiewicz, Adamkewicz, Adamowski, Adamczwski, Adamczewska, Adamszewski: De vormen met n zijn Frans, omdat Frans -am/-an/-en homofoon zijn: Vadersnaam. Bijbelse voornaam Adam.

Addisson, Addison. Engelse vadersnaam, zoon van Addy, afleiding van de voornaam Adam of Germaanse voornaam Ado.

AdŽ. Vadersnaam, spelling voor Adet. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Ado.

Adel, (den): Vadersnaam. Korte Germaans adel-naam of verkorting van bijvoorbeeld Adelbrecht. Het lidwoord den is vermoedelijk secundair.

Adelaar, Adelaars, Adelaere: 1.Vadersnaam. Germaanse voornaam athal-hari Ôadel, edel –legerÕ: Adalarius. Maar –aaren –aard-namen werden vaak verward, zodat Adelaar wel een variant kan zijn van Alaard; Adelaard, Adelhard. 2. De naam kan eventueel een bijnaam zijn naar de adelaar of arend, of naar een uithangbord. Zie Adler.

Addoms, Adons. Vadersnaam, variant van Adoms.

Adeline, Adline. Vrouwelijke vorm van een Germaanse voornaam Adelina.

Adelot. Vadersnaam. Romaanse vleivorm van een Germaanse adel-naam.

Adema: Vadersnaam. Variant van Adama, Friese afleiding van Adam. Of evenwel een -ma-afleiding van de Germaanse voornaam Ado, zoals in Addema, Adding, Addinga.

Adenau, Adinau. Waarschijnlijk niet de plaatsnaam Adenau in de Eifel, maar Franse spelling voor Adenot.

Adenet, Adnet, Adenot, Adnot, Adanez. Vadersnaam. Romaanse vleivorm van de voornaam Adam.

Ader, Adre, Adre: Duitse vadernaam van Germaanse voornaam ad-hari.

Adins, Adyns, Adijns, Adiens, Addink, Addingh,Add-ings: Vadersnaam. 1. Vleivorm van Germaanse voornaam Ad(d)o, bakervorm van een adel-naam. 2. Soms werd de naam gere•nterpreteerd als korte vorm van Saladin.

Adler, Adeler, Adelaire, Adlaire: Duitse bijnaam naar de huisnaam zum Adler Õin de ArendÕ.

Adlerfligel. Duitse dialect vorm van AdlerflŸgel: arendsvleugel. Vergelijk Swanenvl™gel, Duitse Finkenflugel. Zie ook Vinckevleugel.

Admiraal: Bijnaam. Middennederlands a(d)mirael Ôlegerhoofd, vlootvoogd, admiraalÕ. Vergelijk Lamoral, Lamiral.

Admirant, den: Naar analogie van admiraal gereconstrueerde vorm, van Oudfrans amirant Ôemir, admiraalÕ. Vandaar de Belgische familienaam Ladmirant, Lamirand, Lam(m)erant.

Adolf, Adolphs, Adolph, Adolphe, Adelphe, Adolphy, Adolfsson, Adelof, Adloff, Alofs, Alouf: Vadersnaam. Germaanse voornaam ad-wulf, Adulfus.

Adorff. Plaatsnaam Adorf, verschillende plaatsen in Duitsland.

Adorp, van. Familienaam uit de plaatsnaam Adorp: Nederlandstalige naam van Orp-le-Grand en Orp-le-Petit (Waals- Brabant) en Adorp in Groningen.

Adou, Addou: Vadersnaam Adoul. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Adolf.

Adriaans, Adriaanse, Adriaanssens, Adriaansen, Adriaanses, Adriaansens, Adriaen, Adriaens, Adriaense, Adriaaensen, Adriaenssens, Adriaensen, Adriaansen, Adrieaanse, Adriaensche, Adriance, Adrian, Adrians, Adryan, Adrianij, Adriani, Adriany, Adrienssen, Adrien, Adri‘n, Adriencense, Adrianissen: Vadersnaam. Zoon van Adriaan, de Latijnse heiligennaam Adrianus, die eigenlijk teruggaat op Hadrianus, naar de afkomst uit Hadria.

Adriani: Vadersnaam. Afleiding van de Latijnse heiligennaam Adrianus.

Adrichem, van: Verdwenen plaats Adrichem ten oosten van Beverwijk (Noord-Holland). 1130-61 a Gozwino filio Ludolfi de Adrichem. Jan Boogaert (1772-1819) verhuisde van De Lier (Zuid-Holland) naar Middelburg. Zijn zoon (1843-1927) trouwde met ene Anna M.E. van Adrichem en hun zoon noemde zich van Adrichem Boogaert.

Advocaat, beroepsnaam van de advocaat.

Aebi, Aeby. Duitse vadersnaam uit Abo, bakernaam van de Germaanse voornaam Albrecht.

Aefferden, van. Plaatsnaam Afferden, Nederlands Limburg, Gelderland.

Aegten, Aechten, Aegden, Agten, Aghte, Achte, Achten, Achtien, Aghten, Eichten, Echten, Aagtjes. Moedersnaam uit de voornaam Agatha.

Aelbroeck, van, van Aelbrouck, Aelbroucq, Allebroeck, Allebroek: Plaatsnaam Aalbroek in Papegem, Semmerzake en Zottegem (Oost-Vlaanderen).

Aelman, Aalmans, Alman, Allman, Allmann, Allmanns, Haelman, Haelmans, Aleman, Alleman, Allemans, Adelmann, Adelmant, Adelment. 1. Vadersnaam uit een Germaanse adal-naam. 2. Zie ook Alleman.

Aelter, Aalter, van Haelter, van Halter, Aelterman, Haelterman, Alterman, Aelderman. 1. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Aalter (Oost-Vlaanderen). 2. Zie ook Haelterman.

Aendenboom, (aan den) Boom. Familienaam naar de woonplaats: aan den boom. 

Aendekerk. Aandekerk, plaatsnaam aan de kerk.

Aendenboom. Naar de woonplaats; aan de boom. Vergelijk Duits Ambaum, Amboom.

Aendehof, van Andenhove, van Antenhove, van Antenhoven, van Handenhoven, van Handehove. Naar de woonplaats aan een hof, hoeve.

Aendenroomer. Huisnaam De Romer. Vergelijk plaatsnaam Am Ršmer in Frankfurt an Main.

Aengenberg. Naar de woonplaats aan een berg.

Aengevoort, aan de Voorde. Naar de woonplaats aan een voorde of doorgang.

Aengevaert. Aanpassing en re•nterpretatie van Frans Hangouwart, van Angouwart, de Germaanse voornaam Angoward.

Aengeveld, naar de woonplaats aan het veld.

Aercke. Vadersnaam uit Aernout of uit Adriaen.

Aercke. Vadersnaam. Afleiding van Arnoud of Adriaan, vergelijk Arkens.

Aerde, van, Aerden, van, van Aarden: Plaatsnaam Aarden, Frans Ardres (Pas-de-Calais).

Aerden van der, van der Aarden, van der Eerde, van der Eerden, Vereerde, van Aerdt, van Aert, van Aart, van Art, van Ard, van Eerdt, van Eert: Plaatsnaam Aard: veld, bouwland, open plaats, kade, aanlegplaats.

Aerdewegh, van, van Aerdenveg, van (den) Eerdeweg, Eerdewegh, van den Eertwegh, van Erdeweghe, van den Erdweg: 1. Plaatsnaam, oorspronkelijk straatnaam: aardeweg.

Aerden, Aarden, (van) Haerden. Vadersnaam, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Aernoud waarvan Aard een korte vorm is. Zie daar verder.

Aerlebout. Vadersnaam. Germaanse voornaam erl-bald; voornaam man-moedig.

Aernout, Aernouts, Aernoudt, Aernoudts, Aernaudts, Aernouts, Aernaut, Aernoodt, Aernout, Aernhoudt, Aernhout, Haerenout, Aerenhouts, Haerenhout, Arnoud, Arnoudt, Arnout, Arnouts, Harnouts, Aarnoudse, Aarnouts, Aarnoutse, Arnhold, Arnaud, Arnau, Arnault, Arnauld, Arnaut, Arnauts, Arnoets, Arnots, Arno, Arnot, Arnott, Arnote, Arnoeyts, Arnoys, Arnoijs, Arnould, Arnoul, Arnoult, Arnou, Arnous, Arnoelx, Arnoux, Arnoe, Arnoes, Arnouat, Arnouw, Arnauw, Ernaux, Ernault, Ernault, Hernaut, Hernaux, Hernay, Arnal, Ernotte, Hernot, Hernotte, Herno, Ernould, Ernoud, Ernoud, Ernout, Ernou, Ernoux, Arnols, Ernult, Erneux, Hernould, Hernoud, Hernoux, Heroes, Hero‘, Harnould, Arnold, Arnoldi, Arnoldy, Arnolts, Arnolds, Arnolts, Arnolt, Arnoldus, Arnoldussen, Aarens, Haerens, Ahrend, Ahrens, Arend, Arends, Arendt, Arent, Harent, Aerent, Aerents, Aerens, Arents, Arets, Arendsen, Arentz, Arenz, Aarrents, Arndt, Arndts, Ares, Arn, Arntz, Arntzen, ÉVadersnaam van de Germaanse voornaam aran-walda; arend-heerser.

Aerschot, van (der), van Aerschodt, van Aarschot, van Arschot, van Arscoot, van Asschodt, van Asschot, van Ascot, van Aerchot, d'Archot, Darschotte, Daschotte, Daschot, Arschoot, Arschodt. Familienaam uit de plaatsnaam Aarschot (Vlaams-Brabant).

Aertbeli‘n, Aertbelien. Vaders-, moedersnaam. Combinatie van de voornaam Aart en vrouwelijke Belie.

Aertenryck, van, Aertenryk, van, van Ertryck, van Etteryck, van Etteryk, Etterijk, Etterijck, Ertryckx, Ertrijckx, Eirtrijckx, van Herterijck, Herteryck, Van Hertreyck, van Hentenryck, van Hentenryk, Hentenrijck, Hentenrijk, van Henterijck, van Hentrijck, van Hentryck, van Henteuryck, Herteryckx. Familienaam uit een gelijknamige (?) plaatsnaam (wellicht in Vlaams-Brabant). Plaats nog onbekend.

Aertgeerts, Aertgeets, Aetgeerts, Argeerts, Uytgeerts, Uijtgeerts. Vadersnaam uit een dubbele voornaam Arnoud + Geert. 

Aert, Aerts, Aarts, Aart, Haert, Aardse, Aartsen, Aarts, Aers, Ars, Haars, Hars, Haerts, Haers, Aarssens, Aarssen, Aarsen, Haerssens, Aertssens, Aertsens, Aertzen, Art, Arts, Harts, Arets, Arretz, Aretz, Arits, Aritz. Vadersnaam: verkorte vorm van de Germaanse voornaam Arnoud.

Aertman, Haartmans, Eertman, Eerdmans, Eerdman, Erdman, Erdmans, Erdmann, Ertman, Heerdmann: 1. Vadersnaam, afleiding van Aart, Arnoud. Of een variant van Germaanse voornaam Hartman, Hardeman. 2. Erdmann zou een Duitse voornaam zijn die aan jongens gegeven werd die op een gestorven broertje volgden.

Aesbacher. Duitse €schbacher, afleiding van de plaatsnaam Eschbach.

Aeselood. Provencaals Asloo; beukenbos.

Aeyels. Vadersnaam Aeyelts. Voornaam Aaielt, Aailt, Aiold, van Germaans agi-wald.

Afanasyev. Russische vadernaam, afleiding van de voornaam Afanasi, van Grieks Athanasios; onsterfelijk.

Affelterre. Plaatsnaam Appelterre, Overijssel.

Affolter. De plaatsnaam Affoltern komt tweemaal voor in Zwitserland.

Afschrift. Petrus Afschrift werd op 12 mei 1834 in Cent gevonden. Alle vondelingen in april-mei 1834 kregen een naam die met een A begon: Aenkomst, Aenwas, Aenval, Aenslag, Afkeer, Aflaat, Afschrift, Alsem.

Afslag. Beroepsnaam. Middennederlands afslach; prijsvermindering, korting, afslag; verkoop van vis, visafslag; laadplaats voor koopwaren. Vergelijk Duits Abschlag.

Agard, Agart, Aga, Agas: 1. Romaanse vormen van de Germaanse voornaam agi-hard 'zwaard- sterk': Aghardus.

Agathe. Moedersnaam. Franse vorm em vleivorm van Griekse heilige naam Agatha.

Agelink: Vadersnaam. Spelling voor Hagelink. Afleiding van de Germaanse voornaam Hago, Hagen.

Agema: Friese vadersnaam., zoals Agama, Aeggema. Afleiding van de Friese voornaam Age, Agge, de eenstammige Germaanse voornaam Ago, van agi ÔzwaardÕ.

Agathon, Acton, Agatone: Vadersnaam uit Grieks agathos; goed. Agathon is de Franse verbogen vorm van de Latijnse vorm Agatho, naam van een paus uit de 7de eeuw.

Agelis. Vadersnaam, vorm van Achelis, Griekse voornaam Achilles.

Agier, Agie, Ager, Aget, Agez. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam ad-ger. Adegarius.

Agneessens, Agneesens, Agneese, Agneesen, Agnessens, Agnessens, Agnesse, Anneerssens, Anneesens. Moedersnaam, zoon van Agnes. Zo ook Agnes, Agns, Agniez, Anhes, Annee.

Agon. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Ago.

Agostini, Agostino. Vadersnaam. Italiaanse vorm van Latijnse Sint Augustinus.

Agten: Moedersnaam, variant van de Vlaamse familienaam Aegten, Aechten, Achten. De Griekse heiligennaam Agatha.

Agterhuis: Baar de woonplaats in het achterhuis? Of re•nterpretatie van de plaatsnaam Achthuizen (Zuid-Holland) of de familienaam Akkerhuis?

Agsteribbe, Agtseribbe: Re•nterpretatie van plaatsnaam Wastrebbe in Deftinge (Oost-Vlaanderen).

Agtersoon; mogelijk een kleinzoon.

Agthoven, van: Plaatsnaam Achthoven in Zederik (Zuid-Holland), Linschoten en IJsselstein (Utrecht).

Agtmaal, van, van Agtmael: Plaatsnaam Achtmaal (Noord-Brabant).

Aguillon, Aguilon, Agulhon: Bijnaam, Frans aiguillon: prikkel, angel, stekel, doorn. Bijnaam voor iemand met stekelig, irriterend, tergend karakter.

Ahmed, Ahmedi, Ahmad, Ahmetovic. Familienaam uit Islamitische gebieden.

Aillet, Alli‘t, Alliet, AliŽ, Ailliet. Vadersnaam uit de Romaanse vorm van een Germaanse agil-naam.

Ahn. Duits Ahn; grootvader.

Aigret, Egret, Oudfrans aigret; triest, pijnlijk. Bijnaam.

Aigrisse, Egricce, Egrisse, Egrise: Aigris, Romaanse vorm van Germaanse voornaam agi-r”k 'zwaard-heersend'. Agericus. Vergelijk Eggerick.

Aiguille: Beroepsnaam van de naaldenmaker.

Aillaud: Romaanse vorm van Germaanse voornaam agil-wald; vreselijk-heerser. Agilaldus, Ailaldus.

Aillery. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam agil-rik; vreselijk-heersend.

Aillet, Alli‘t, Alliet, AliŽ, Ailliet: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse agil-naam, zoals agil-berht, Frans Aillebert.

Aimar, Aimart, Eymar, Eymard, Aymard, Haimard: 1. Vadersnaam Aimar, Romaanse vorm van Germaanse voornaam agi-mar 'zwaard-beroemd': Aimarus.

AimŽ, Aime, Ayme, HaimŽ, Amez, Amer, Ames, Ameys, Ameijs, Hames, Hamet, Hamey, Hamez. Vadersnaam uit het Franse AimŽ, uit Oudfranse ameit, amŽ, van Latijnse Amatus: de beminde.

Ajoux, Oudfrans ajpu, Frans ajonc; gaspeldoorn. Ook plaatsnaam Ajou, Eure, en Ajoux, Ardeche.

Aka. Vondelingnaam. Joannes Aka werd op 28 mei 1837 in de Stoelstraat in Antwerpen gevonden.

Akda, Acda: De familie is afkomstig uit Zeeland. Vermoedelijk een vreemde verhaspelde naam. Andere spellingen zijn Hacda, Hagda.

Aken, van, van Aeken, van Haeken, van Haken, van Hacken, van Acken: 1. Plaatsnaam Aken, Duits Aachen (Noordrijn-Westfalen). De naam Van Aken is hier dus een herinterpretatie van Middelhoogduits, Middennoordduits, maar ook Middennederlands Nacke ÔnekÕ.

Akerboom, (van den) Akkerboom. Akerboom; eikenboom, plaats met opvallende eikenboom.

Akershoek: Plaatsnaam. Middennederlands akerboom ÔeikenboomÕ.

Aker, van den, Eker, Haker, of van aker; eikel, zie Akersloot, of naar een oude lengtemaat waar Akersloot beter naar genoemd kan zijn.

Akeren, van, van Akkeren, van Ackeren: 1. Plaatsnaam Ekeren (Antwerpen). 2. Plaatsnaam Les Deux –Acren, (Henegouwen)

Akkenaar, Akenaar. van Aken?

Akker, van de(den), van den Aker, (van) Acker, Ackere: Heel verspreide plaatsnaam (ten) Akker ÔakkerlandÕ.

Akkerdaas: Betekenis onduidelijk. Misschien samenstelling van akker en daas ÔpaardenvliegÕ, vergelijk Nederlands akkerhommel, akkerwesp.

Akkeren, van: Plaatsnaam Ekeren (provincie Antwerpen).

Akkeringa: Fries vadersnaam. Afleiding van een Germaanse voornaam zoals Ecrebertus, Acroardus, die teruggaat op het Germaanse naamelement agi ÔzwaardÕ.

Akkerman, Akkermans, Ackermans, Ackerman, Acker, van den, Ackermanns: Afleiding van Van (den) Acker of beroepsnaam van de ackerman ÔlandbouwerÕ.

Akse, Ax, Acksen, Akze Hakse. Aks; bijl, beroepsnaam

Aksoy. Turkse vadersnaam uit de gelijkluidende voornaam Aksoy: witte lijn (wat zoveel betekent als: van hoge afstamming)

Akst. Beroepsnaam voor een boomhakker, naar de ax of akst. Duits Axt.

Alabarbe, Allabarbe. Beroepsnaam Ala barbe; met de baard.

Alaerd, Alaerds, Alaerts, Alaert, Alaers, Aelaerts, Alard, Adelhardt, Allaerd, Allaerds, Allaer, Allaerts, Allaertsz, Allaer, Allaere, Alla‘r, Allar, Allard, Allart, Alart, Lallard, Lallart, Allert, Allers, Alers, Aler, Ahlers, Ahlert. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam adal-hard: 'adel-sterk'. Adelhard, Adalard (us).

Alain, Allain, Allains, Allin, Alleins, Allein, Alleijn, Alleynsm Alleyn, Allijns, Allijn, Allyns, Allyn, Alyn, Alijn, Alleys, Alanen, Alls, Alles, Allan, Alan, Allen, Alen, Alleleijn, Alleleyn, Allelyn: Vadersnaam. Alanus is de volksnaam van de Alanen, een Sarmatisch ruitervolk, dat in 406 Galli‘ plunderde. Of een Engelse naam, van Bretons-Keltische oorsprong. De naam Al(l)an is in Engeland bekend sinds Willem de Veroveraar (1066). Het was een heel populaire naam in de Brits-Keltische romans. Blijkens –ein, van Frans -ain is de naam bij ons uit het Frans overgenomen.

Alais, Allais, Allaeys, Allays, AllŽs, Alles, All, Alle, Alley, Alle: Moedersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Adelheid, Aleit.

Alardeau. Allardin, Alardin, Allarding, Allardot, Alardot, Allardos, Alardos. Vleivorm van Germaanse voornaam Adelhard, Alard.

Alavoine, Allavoine: Frans ˆ l'avoine: met de haver. Beroepsnaam voor haverteler of-koopman.

Albada, van. Vadersnaam, Fries Albarda, Albada, Alberda, Albeda, afleiding van Germanse voornaam Albert.

Alban, Hauban, Albano, Albani. Vadersnaam. Latijnse heilige Albanus.

Albanese. Volksnaam van de Albanees.

Albarre, Albart: Frans ˆ la barre: met de slagboom. Beroepsnaam van de boomwachter.

Alberda: Friese vadersnaam., afgeleid van de voornaam Albert; zie Alberts, Albrecht.

Albe. Korte vorm van een Germaanse voornaam Albrecht.

AlbŽ, AllebŽ, Allebe, Allebee: Vadersnaam Albet, van de voornaam Albert.

Albertdienst, Alberdienst. Volksetymologische verhaspeling van Alberdijns, vleivorm van Albert. Vergelijk Alberding(k), Alberdissen.

Alberg, Albergs, Alberghs, Alenbergh, Alenbergs: Moedersnaam. Germaanse voornaam adel-berg 'adel- bescherming': Adelberga, Aalberga.

Alberts, Albert, Albers, Abels, Aben, Abel, Ebels, Abelsma, Alberti: Vadersnaam. Albert is de geromaniseerde vorm van de Germaanse voornaam Albrecht, Adelbrecht; zie Albrecht. Alberti is de Latijnse afleiding. Soms vereenzelvigd met de Bijbelse Abel; adem, de vergangelijke.

Albicher, Albieker: Afkomstig van Albig (Rijnland-Palts).

Alblas: Riviernaam Alblas (Zuid-Holland), waarvan Alblasserdam en Alblasserwaard (Zuid-Holland) zijn afgeleid. Ook plaatsnaam Oud-Alblas (Zuid-Holland).

Albrecht, Albrechts, Albregt, Albregts, Albrechts, Albrechtse, Albrech, Alberech, Albright, Alebregtse, Ambreck, Ambrek, Albrecq, Aelbrecht, Aelbrechts, Aelbreghts, Aelbregt, Aelbrech, Aalbrecht, Aalbrechtse, Aelbreght, Aalbregtse, Aalbregse, Aelbreghtse, Aelbrecht, Adelbrecht, Haelbrecht, Haelbrechts, Holbrecht, Holbrechts, Olbrecht, Olbrechts, Olberecht, Olberechts, Olbreghts, Olbrich, Olbricht, Olbracht, Olberek, Albert, Alberts, Albertz, Albers, Albirt, Alboort, Albort, Aalberse, Aalb-berts, Aelberts, Aelbers, Olbert, Olbertz, Alberty, Alberti, Alberto, Alberini, Albertyn, Albertijn: Vadersnaam. Germaanse voornaam athal-berht Ôadel-schitterendÕ: Athalbert, Aelbertus, Adelbertus, Albertus. Albertyn is een knuffelvorm. De vormen met h zijn hypercorrect; die met o zijn vaak door de dialect o-klank van de a te verklaren (zie evenwel ook Olbrechts).

Alboom, Album, Albume. Plaatsnaam Alboom; witte abeel.

Albrink: Vadersnaam. afleiding van de Germaanse voornaam Albrecht.

Alburg: Moedersnaam, Germaanse voornaam Alburga, Alburgis, van Adalburga. Germaans athal –burg Ôadel –burgÕ.

Alcide. De stamvader is de vondeling Felix Alcide, in 1813 in Mechelen te vondeling gelegd. Alcides was de bijnaam van Herakles in de Griekse mythologie.

Aldenberg: Misschien de Germaans vrouwennaam Aldeberga. Maar berg- en burg-namen werden vaak verward. Er is ook de plaatsnaam Aldenburg (Nedersaksen).

Aldegonde, van, Audegond, Audegonde, Audergon: Moedersnaam. Germaanse voornaam adel-gund 'adel-strijd': Adelgundis, Algundis.

Aldenhove, Aldenhoven, Aldenhof, Aldenhoff, Aldelhof, Alderhof, Andehofd, Andelhof: Plaatsnaam Aldenhoven, Aldenhof: oud hof. Vergelijk Oudenhove. Plaatsnaam Aldenhoven (Nordrein-Westfalen), in Guigoven (Limburg); Aldenhof in Nijmegen (Gelderland).

Aldenkamp. Plaatsnaam bij Hennstedt, Saksen-Anhalt, en tussen Bederkesa en Bremervorde.

Alder, Alders, Allder, Olders, Oolders. 1. Noord-Duits voor de oudere, senior. 2. Zie Aalders.

Alderlieste, Alderliesten: Ook Alderliefsten komt in Nederland voor, maar weinig frequent. Misschien een vleinaam ÔallerliefsteÕ.

Aldershoff: Plaatsnaam. Hof van Alder. Zie Aalders.

Alderhout. Plaatsnaam Alderhout, Nord-rein-Westfalen, Altenholz, Saksen-Anhalt.

Aldus, Alders, Aalders, Alderden, Allers, Elders, Alderse. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Aldert, van adal-hard of de naam Alders (Aalders, dat is zoon van Aldert). In Noordwijk werd de Duitse equivalent Ahlers vertaald als Alders.

Aldermans, Haeldermans, Haldermans. Beroepsnaam uit het Middelnederlandse alderman, olderman, deken van de gilde, wijze man.

Aldernaght. Re•nterpretatie van plaatsnaam Andernach of klankverandering van Anderlecht.

Alderwereld, Aldewereld, Alderwerelt, (van) Alderweireldt, Aldeweireldt, Aldeweireld, Alderweirelt, Allewerelt, Alleweireld, Alleweireldt, van Aldenweireldt, Van Alderwerelt, Alderwiereldt, Alderwierelt, Alderwierelt, van Aeldeweereld, Aeldeweerelt, van Aeldweereld, van Alderwelt, Aldervelt, Van Adrewelt, van Andruel. Bijnaam uit een veelgebruikte uitroep "al de wereld (de hele wereld)". Vergelijk Duits Allewelt, Frans Toule-monde. Bij Walther von der Vogelweide: 'al diu werlt, ich h‰n m”n lehen'. Volgens Meertens heet de familie (de Roo) van Alderwerelt naar een huis 'De Wereld' in Amsterdam. Komt in alle ons omringende landen in diverse talen voor.

Alem, van: Plaatsnaam Alem in Maasdriel (Gelderland) of in Lith (Noord-Brabant).

Alens, Alen, Aalen, Aelen, Aelens, Aellen, Allen, Alijn, Alyn, Allyn, Allyns, Allijn, Allijns, Alin, Alink, Allins, Allinck, Allinckx. 1. Vadersnaam, knuffelvorm van een Germaanse Allaard- (uit adal-hard) of Aloud-naam. 2. Mogelijk ook moedersnaam uit het Germaanse Adele (uit adal). 3. Zie ook Alain.

Alenon, d'Alenon, Dalanon. Familienaam uit de plaatsnaam Alenon (Orne - Frankrijk).

Alewaeters, Alewaters, Aelewaters, Allewaters, Haelwaeters, Haelewaters, Haelewaters, Halewaters, Halewaters. Bijnaam van de waterhaler, -drager. Bijvoorbeeld de waterhaler voor de badstoof.

Alenus, Alenus, Alenis, Alenis: Latinisering van Alen.

AlŽpŽe. Bijnaam ˆ l'ŽpŽe: met het zwaard. Vergelijk Alglave.

Aler, Alers, Allers, Ahlers: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam adal-hari 'adel-leger': Adelherus.

Alewijn, Alewijnse, Aalewijnse, Allewijn: Vadersnaam. Zoon van Alewijn, Germaanse voornaam al/athal-winÔ al/adel-vriendÕ De spelling met h, zoals in het Middelnederlandse Lied van heer Halewyn, is hypercorrect. Vandaar de spelling van de familienaam Halewijn, met name in Belgi‘.

Alex, Alexe, Alexis, Alessi, Alessio. Vadersnaam, Griekse heilige Alexi(u)s.

Alexander: Vadersnaam. Griekse voornaam Alexander.

Aleijn, Alleijn: Vadersnaam. De Franse voornaam Alain, van Alanus, de Latijnse vorm van een naam van Bretonse heiligen en koningen. De Normandi‘rs brachten het naar Engeland, waar hij als Allan voortleeft.

Alfasten, Alfastsen: Volksetymologische vervorming van Halfvorster: helper van de vorster, bos- en veldwachter. Vergelijk Duits Halbmeier, Halbritter, Halbschmied, Halbwinner.

Alfers, Aelfers. Vadersnaam. Germaanse voornaam albi-hari; elf-leger. Albharius, Alfheri.

Alfons, Alphons, Alphonse, Alfonso, Alphonso, Alonso, Alanzo, Alanzi, Alongi, Allonsius, Alloncius, Alonsious: Vadersnaam. Germaanse voornaam Alfons uit adel-funs of al-funs 'de allŽs wagende'.

Alfred, Alfredo, Alfredsson. Vadersnaam. Germaanse voornaam albi-rd 'elf-raad' of adel-frid 'adel-vrede': Albradus/Alfredus, Adalfridus/Alfrid(us).

Alfrink. Vadersnaam, afleiding van Alfer.

Algar. Vadersnaam. Engelse vorm van de Germaanse voornaam adal-ger; adel-speer.

Algier, Algiert, Augier, Auger, Augez. Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Adelger, zie Algar.

Alglave, Aglave. Oudfrans le glave, Frans ˆ la glaive: met het zwaard.

Algoed, Algoedt, Algoet, Algo‘t, Aelgoet, Algoo, Allegoedt, Allegoet, Aelvoet, Alvoet, Haelvoet. Vadersnaam uit het Germaanse adel-god; adel-goed.

Algra: Gaat de naam terug op 1381 Clais Algrau, Heine Algrau, Ossenisse? Maar daarnaast komen de varianten Algera, Allegra, Aelg(e)ra voor, met name in Friesland. Daarom veeleer Friese vadersnaam., afgeleid van Germaanse voornaam Alger, van Adelger.

Algrain, A le Grain, Au grain; met het graan. Bijnaam van een graankoopman.

Ali, Aly, Al, ook in Benali, Mahabali, Alibaks. Islamitische naam.

Alibert, Aliberto, Alibertis. Vadersnaam. Germaanse voornaam ali-berht; ander-schitterend. Alibertus.

Alice, Allice, Alix, Alys: Moedersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Adelheid. De naam komt al in de 12de eeuw in Vlaanderen voor.

Alink: Vadersnaam. Afleiding van een Germaanse adel-naam, zoals Alaard, Aloud.

Aliout. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam agil-wulf; vreselijke wolf. Agilolfus, Ailulfus; of agil-wald; vreselijk-heerser': Ailaldus.

Alixant, Alizant, Alisant, Alizard, Alizart, Allizard, Allizart, Allisat, Alsart: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Alexius.

Alkema: Zoals Van Alkemade uit de plaatsnaam Alkemade (Zuid-Holland).

Alken, (van), van Alcken. Familienaam uit de plaatsnaam Alken (Limburg).

Allaart, Allaert, Allard: Vadersnaam. Germaanse voornaam athala –hardu Ôadel-sterkÕ: Adalardus.

Allacker. Plaatsnaam Helakker in Brielen, Pollinkhove, Voormezele, West-Vlaanderen.

Allarij, Allary, Alary. Vadersnaam. Romaanse vorm van een Germaanse voornaam adal-rik; adel-heersend. Adalricus, Alricus.

Allebaut, Albault, Albaut, Albeaut, Albeau, Albat, Alba: Vadersnaam. Germaanse voornaam Adelboud: adel-bald 'adel - moedig'.

Allebos, Allebosch. Dialect vorm van Eylenbosch.

Allebrodt. Uit Halfbrood. Vergelijk Noord-Duits Halfbrod, Halverogge.

Alleda: Wellicht Friese vadersnaam., afleiding van al-, adel-naam, zoals Albrecht.

Allegaert. Vaders-, moedersnaam uit de Germaanse voornaam adel-gard: adel-gaard of athil-gaard: edel-gaard.

Alleene. Moedersnaam Alena is en vorm van Griekse Sint Helena.

Allegaert. Moeders-, vadersnaam. 1. Germaanse voornaam adel-gard; adel-gaard. Aalgarus, Aalgardis. 2. Vorm van Ellegaard.

Allgre, Allegre, Alegre, Allaigre, Allgue, Allegretti, Allegret, Algret: Bijnaam. Frans allgre: opgewekt, levendig.

Alleman, Allemans, Allemann, Allemant, Allemand, Alemang, Almand, Aleman: 1. De volksnaam Alleman, die de Franse naam geworden is van de Duitser, namelijk Allemand. 2. Vadersnaam. Germaanse voornaam Adalman, Alman. 2. Zie ook Aelman.

Allemeersch, (van) Allemeesch (van), Allemersch, van Allemeersh, (van) Hallemeersch, Hallemeesch, van Haelmersch, (van) Haelemeersch, Haelemeesch, Vanhaelemeesch, Allermeersch, Allemes, Aellemeersch, (van) Hollemeersch. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Aalmeers, als in Rumbeke (Ael, Germaanse voornaamdeel wat adel betekent of paling, of-nat weiland/moeras.

Allentin, Alentyns, Alentyn, Alentijns, Alenteyns, Alenteijns: Vadersnaam. Variant van de oosterse voornaam Aladin (met de wonderlamp) uit de sprookjes van duizend-en-ŽŽn-nacht. Zie ook Haladyn.

Alles. 1. Alles werd (als deel van een politieke slagzin) als vondelingnaam gegeven in Leuven in 1787. 2. Zie Allais.

Allewaert, Alewaerts, Hallewaert. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam adal-ward; adel-bewaarder. Adalwardus.

Allier, Ally, Allij. Waalse of Picardische varianten) Vadersnaam, Romaanse vormen van de Germaanse voornaam adal-hari.

Alleynes, van. Plaatsnaam Allaines, Somme, Allenes, Pas-de-Calais, Hallenes, Nord.

Allgayer, Allgeier: Ontronde vorm van Duits Allgˆuer, afkomstig uit de Allgˆu, een streek in Beieren.

Alliaume, Aillaume, Allaume, Alleaume, Aleaume, AlŽaume, Aliame, Alame, Alam, Allaime, Alaime, Eleaume: Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Adelhelm, Alem.

Allier. Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Adelher.

Allimont. Vadersnaam. Germaanse voornaam ald-mund; oud-bescherming. Aldmunt.

Allington. Plaatsnaam in Dorset, Devonshire, Engeland.

Alliot, Aliot, Aliod, Alios, Alliong, Allion: Vadersnaam. Romaanse vleivormen van een Germaanse agil-naani, zoals Aillaud of Aillebert, eventueel van een adel-naam, zoals Alliaume of Allier. Vergelijk Aillet.

Allison, Allesson: Moedersnaam. Vleivorm van Alice, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Adelheid.

Allonsius, Alloncius: Vadersnaam. Latinisering van Spaanse Alonzo, naast Alfonso uit de Germaanse naam Alfons: hadu-funs Ôstrijd-bereidÕ. Het eerste lid werd achteraf gereinterpreteerd als al; van adal ÔedelÕ.

Alloin, Alloing, Allo‘nd: Vadersnaam. Variant van Aloin, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Adelwin. Zie Halewijn.

Allosserie, Allossery, Allosery, Allostery, Alostery, Alloschery, Alosserie, Alossery, Alloucherie, Aloucherie, Alouchry, Hallocherie, Halocherie, Halochery, Halloucherie, Haloucherie, Halouchery, Hallosserie. Naam uit de Franse plaatsnaam haloterie: plaats met struiken en stronken. 

Allouche. Wel een vorm van Oudfrans halot; struik.

Allouis, Aloui, Alaouie, Alaoui, Alloisio, Aloisio, Allo•sio: 1. Vadersnaam. Heilige Aloisius, latinisering van Germaanse voornaam al w”si 'helemaal wijs'. 2. Allouis kan ook de Romaanse vorm zijn van Germaanse voornaam adel-wid; 'adel-boom': Adelwidis, Aeluuidis.

Alloy, Aloy, Laloi, Laloye, Laloy: 1. Zie Delaleu. 2. Oudfrans aloe, Waals al™ye, Frans alouette: leeuwerik. Vergelijk Laloyaux.

Alma, Alkema: Vadersnaam. Friese afleiding van een Germaans al, van athal-naam. Of spelling voor Halma, Hallema.

Almaer, Almar, Aimer, Elmer, Helmer, Helmers: Vadersnaam. Germaanse voornaam adal-mar 'adel-beroemd': Athalmar.

Almeida. Portugese familienaam uit Almaida, de stad/het dorp (er zijn er verschillende) in de provincie Beira. Al..me'ida komt uit het Arabisch en betekent: familie..die leeft op het plateau.

Almekinders, Allemekinders: Misschien Almankinders, kinderen van Alman (zie Alleman 2).

Almkerk, Almenkerk, (van): Plaatsnaam Almkerk in Woudrichem (Noord-Brabant).

Almey, Almeye. Waarschijnlijk een vorm van Ameye.

Almond, Allemon. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam adal-mund; adel-bescherming. 2. Mogelijk variant van Allemand (volksnaam voor een Duitser).

Alofs, Alouf, ules, Ales, Allefs Alles: Vadersnaam. Germaanse voornaam Alof, van athal-wulf;Ôadel-wolfÕ: Adalulfus.

Alos, Alost. Plaatsnaam Alost, Franse vorm van de stad Aalst, Oost-Vlaanderen. Of aanpassing van Allouche?

Alou, Allou, Alloul. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Adelwolf, zie Alofs.

Aloud. Vadersnaam, Germaanse voornaam adal-wald; adel-heerser, Aloldus, Adalaldus.

Aloy, Alloy. Vadersnaam. Britse vleivorm van een Germaanse adel-naam.

Alper, Alpert, Alpaerts, Alpaert, Allepaerts, Alpar: Vadersnaam. Variant van Albert, met verscherping b/p.

Alphen, van, van Alpen, van Alfaene: 1. Plaatsnaam Teralfene (Vlaams-Brabant 2. Plaatsnaam Alphen in Noor-Brabant, Gelderland of Zuid-Holland). 3. Er is een Nederlands familie van Alphen die oorspronkelijk van Alpen heette. Dat kan een spellingvariant zijn van Van Alphen of teruggaan op de plaatsnaam Alpen (Noordrijn-Westfalen). Een bewoner er van heet Alphenaar.

Alsembach. Plaatsnaam Alzenbach, Nordrein-Westfalen.

Alsemberg, Alsembergh, van. Plaatsnaam Alsemberg, Vlaams-Brabant.

Alsen. Plaatsnaam Alsen, Saksen-Anhalt, of Ahlsen, Nordrein-Westfalen.

Alsenoy Van. Familienaam uit de plaatsnaam Assenois (Luxemburg).

Alsma, Alssema, Alsema, Halsema, van, Hallema, Hoolsema. Afkomstig van plaatsnaam Alsum (Nedersaksen, Noordrijn-Westfalen).

Alsteen, Alsteens, (van) Alstein, Alsten, Alstens, Aelsteen, Hernalesteen, Hernalsteen, Hernalsteens, Hernaelsteen, Harnalsteen, Harnalsteens, Ernalsteen, Ernalsteen, Ernalsten, Arnalsteen, Hernarestienne, Renalstienne. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam adal-stain; adel-steen, Hernalsteen; heren Alsteen. De vormen met Hern-, Harn-, Ern-, Arn-, Renal.. zijn afkomstig uit Hernalsteen wat zoveel betekent als: de heer Alsteen. De Henegouwse variant Renalstienne is te verklaren door klankverandering ern/ren.

Alst, van, Alsem. Variant van A(a)lst of van Alsem? Artemisia. Beroepsnaam.

Alt, Alte, Alter. Duitse bijnaam voor oud, vergelijk De Oude.

Altdorf, Altdorfer, Altorffer, Altorfer. Zeer verspreide Duitse plaatsnaam Altdorf.

Alten, van: Plaatsnaam Aalten (Gelderland).

Altena, (van) Altuna: Plaatsnaam Altena Ôal te na(bij)Õ in Aardenburg (Zeeuws-Vlaanderen), Hengelo (Overijssel), Peize (Drenthe), Wonseradeel (Friesland), bij Den Bosch (Noord-Brabant), maar ook bij Hamburg en op verschillende plaatsen in Belgi‘.

Alter: 1. Duitse Bijnaam Ôde oudeÕ. 2. Wellicht h-loze spelling voor Middennederlands halfter, halter Ôleren halsriem van paardenÕ.

Altenberg, Altemberg. Plaatsnaam Altenberg, als in Beieren en verder.

Altendorf, Altendorff. Verspreide Duitse plaatsnaam Altendorf. Zo ook Altenhoven, Altenkirch, Altenloh of Altenlok. Althaus, Althuyzen, Althuysen, Althuis, Althusius, Altes, Alts: Althaus: oud huis.

Alteren, van: Wellicht de plaatsnaam Aalter (Oost-Vlaanderen). Of Germaanse ald-naam.

Alting: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse naam met ald ÔoudÕ, bijvoorbeeld Ldingus, Altbertus, Altbrandus, Altfridus.

Altman, Altmann. Vadersnaam. 1. Germaanse voornaam ald-man; oud-man. 2. Bijnaam voor een oude man.

Altorffer: Afleiding van de erg verspreide Duitse plaatsnaam Altdorf. De Middelburgse (nu Roosendaal) uitgeversfamilie Altorffer stamt uit Zwitserland. 1750-1813 Johan Coenraad Altorffer uit Schaffhausen lag als militair in garnizoen in Veere en Vlissingen. In 1779 werd hij in Middelburg bediende in een boekwinkel, daarna zelf boekverkoper.

Altruye, Altruy, Altruit, Altrowie. Naam uit het Franse ˆ la truie: met de zeug. Bijnaam voor de varkenshoeder, -fokker of -handelaar.

Altschul, Altschuler. Re•nterpretatie van Duitsr Altschuh, AltschŸher, beroepsnaam van de schoenlapper.

Altzinger, Alzinger. Plaatsnaam uit Alzing in Traunstein, Beieren.

AluwŽ, Aluwe. Bijnaam uit het Oudfrans aloe Frans alouette: leeuwerik.

Alvarez: Spaanse-Portugese vadersnaam. Visigotisch Alwaro Ôal-hoedeÕ.

Alveracht. Re•nterpretatie van Aldernaght? Of aanpassing van Duitse Albracht = Albrecht?

Amadio: Vadersnaam. Italiaanse voornaam Amadeo, van Latijnse Amadeus Ôdie God bemintÕ. Vergelijk Grieks Theofilus, Duits Gottlieb.

Am Zehnhoff. Duits am Zehnthof; aan het Tiendhof.

Amacker. 1. Duits Am Acker; aan de akker. 2. Zie Hamakers.

Amadieu, Amidieu, AmŽdŽe, Amedeo, Amadei, Amadio, Amaddeo, Amodeo, Amodio: Vadersnaam. Latijn, Sint Amadeus.

Aman, Damman, Dammann: Beroepsnaam, Middennederlands amman, van ambtman. De amman was de ambtenaar die een deel van de vorstelijke macht toegewezen kreeg, namelijk de rechtsmacht in een bepaald gebied (vergelijk meier, baljuw, schout, drost). Damman, van dÕAmman, de Amman. Vergelijk Baillie.

Amand, Amandt, Amant, Amants, Amend, Amen, Amendt, Ament, Hamant: Vadersnaam. Latijn. Sint Amandus.

Amandels, de Amandel, Deamandel, DŽamandel: Beroepsnaam voor een handelaar in amandelnoten? Of re•nterpretatie van de voornaam Amand(us)?

Amat, Amato, Amati, Amata. Vaders-, moedersnaam. Latijn, sint Amatus, Amata.

Amaury, Amoury, Amory, Amouri, Amoris, Amorison, Amauris, Amaurice, Amery, Hamori, Hameury, Desamoury, Desamory, DesamorŽ. Vadersnaam uit de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Amelrijk: amal-rik.

Ambags, Ambach: Afleiding van familienaam Ambach naar de verspreide Duitse plaatsnaam Ambach of voor wie am Bach Ôaan de beekÕ woont.

Ambaum. Naar de woonplaats aan een boom.

Ambert. Vadersnaam. Germaanse voornaam Amalbreht of Andbert. Vergelijk Ampe.

Amblard. Vadersnaam. Germaanse voornaam amal-hard; bedrijvig-sterk. Amalhardus. Amblardus.

Ambroos, Ambroes, Ambroisse, Ambroise, Hambroise, Hombroise, Ambrogio, Ambrogi, Ambrosio, Ambrosi, Ambrosy, Ambrozy, Ambroisin, Ambrosini, Ambrosin, Ambrusch, Ambrus: Vadersnaam. Latijn, Sint Ambrosius.

AmbŸhl, Ambuhl: Duits Am BŸhl: aan, op de heuvel.

Ameele, van den Ameele, Ameel, Ameels, Ameil, Ameile, Amiel, Amel, Ameaux, Hameau, Hamaux, Hamiax, Hamiau, Hamays, Ameeu, Ameuw, Ameeuw, Ameeuws, Hameeuw, Hamel, Hamelle: 1. Plaatsnaam Ameel, van Oudfrans plaatsnaam Hamel, Frans hameau ÔgehuchtÕ. 2 verkleinvorm van Germaans Hamma Ôlandtong, uitspringend in inundatieterreinÕ. 3. Vadersnaam uit Ameel, Amelius. 4. Ameel, Ameele Van den, Vanden Ameel(e). Vernederlandsing van de Franstalige familienaam Duhamel. Zie daar.

Amelin, Ameline, Ammeleyn. Vaders-, moedersnaam. Afleiding van Latijn, Sint Amelius of Germaanse amal-naam.

Amelink, Amelunxen, Hameling, Hamelinck, Hamelink, Hamelijck: Vadersnaam. Afleiding van Germaans amal-ÔheldhaftigÕ-naam. Of variant van Hamerlink.

Ameloot, Amelot, Ammeloot, Hamelot: Vadersnaam. Frans vleivorm op –ot van een Germaans amal-naam (zoals bijvoorbeeld Amelric: ijverig-rijk) of Latijnse Amelius.

Amelrooij, van Ammelrooy, Ammelrooij. Plaatsnaam Ammersooien, Gelderland, als rode-naam gere•nterpreteerd.

Amelryckx, Amelryck, Amelrijckx, Hamelryckx, Hamelryck, Hamelrykx, Hamelrijckx, Hamelrijck, Hamelrijk, Ameryckx, Amerijckx, Amerijkx, Almeric, Hamerycks, Hameryck, Hamerijcks, Hamerijk, Hamerijckx, Amerlincksx, Amerlinck, Amerling, Amerlijnck, Amerlynck, Haemerlinck, Hamerlinck, Hamerlynck, Hamerlijnck, Amerlynck, Amelinckx, Amelinck, Amelynck, Ameijnck, Ameling, Amelink, Haemmelinckx, Haemelinck, Hameling, Hamelynck, Hamelijnck, Hamelink, Hamelin, Daemelinck. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam amal-rik: ijverig -rijk/machtig. De verschuiving van Hamelrik naar Hamerlink is te verklaren door klankverandering Ir/rl, door associatie met 'hamer' en door re•nterpretatie van de uitgang als suffix -ing. De vormen zonder r (bijvoorbeeld Amelinck) kunnen ook rechtstreeks afleidingen zijn van een amal-naam; vergelijk Amelin.

Amendt, Amend, Ament: 1. Duitse naam Am Ende Ôaan het eind (van het dorp)Õ. 2. Vadersnaam. Het kan ook een vorm zijn van Amand(t), de Latijnse heiligennam Amandus.

America, A Merica. Myrica is gagel, een vochtige-heide plant. A Myrica is dus zoiets als: waar gagel groeit. Waarschijnlijk een Latijnse vorm van Van der Heiden.

Amerongen, van; van Amerom: Plaatsnaam Amerongen (Utrecht).

Amersfoort, van, van Amelsvoord, Amelsvoort, Amelsfort: Plaatsnaam Amersfoort (Utrecht).

Amey, Ameye, Van Ameyde, Van Ameijde, Ameijden, van, Almey, Almeye. uit het Middelnederlandse hameide, amede, hameye, ameide; boom, slagboom, afsluiting, gehucht. Vaak gezegd van velden of hoeven, naar de hamei waarmee ze afgesloten waren. Familienaam uit de plaatsnaam plaatsnaam Ameide in Zederik (Zuid-Holland). Hieruit ook de Vlaamse familienaam Ameye.

Amkreutz. Duitstalige (in het Nederlands grensgebied en in Belgi‘ voorkomende) variant van Van der Cruysse: zie verder bij Cruysse.

Amman, Ammann, Amann, Aman, De Amman, Damman, Dammams, Daman. 1. Beroepsnaam afkomstig van 'ambtsman' = amman, dat is een ambtenaar die een deel van het feodale gezag toegewezen kreeg, vergelijk meier, baljuw, schout. 2. Een enkele keer is Damman ook afgeleid van 'Van Damme'.

Amiable, Amiabel. Frans Amiable; vriendelijk.

Amiet, Amiot, Hamiet, Hamiot: 1. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Ami uit Amicus; zie Amy(s). 2. Bijnaam, van Frans ami: vriend. Zie Lamiot.

AmitiŽ. Misschien re•nterpretatie van Amadieu.

Ammel, van, Ammelen, van. Familienaam uit de plaatsnaam Ammeln in Ahaus (Noordrijn-Westfalen) of uit Ammel(e) in Gierle (Antwerpen).

Ammersbach. Duitse plaatsnaam. Vergelijk Ammersbek.

Ammerlaan. Plaats-, straatnaam.

Amon, Amond, Amont, Ammon, Hamont, Hamon, Hammond: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam ad-mund: Admundus of had-mund.

Ammon: Vermoedelijk uit Amman; zie Amman.

Amorosa, Amoros, Amorosi, Amaruso. Italiaanse bijnaam amoroso; verliefd.

Amouret, Amourette, AmorŽ, Amorin: Vadersnaam. Vleivormen (moedersnaam -ette) van Germaanse voornaam Amaury.

Ampe, Hampe, Ampen. Vadersnaam, knuffelvorm uit de Germaanse bakernaam Ampo uit Ambert, Amalbrecht = Amalbertus, Andbert of uit Hampo, Haginbert, Hamabold of Hamabert. Of Ambold.

Amperse: Vadersnaam. Zeeuwsese afleiding van voornaam Ambert, van Germaans Amalbrecht of Andbert.

Ampoorter, Handtpoorter: Aenpoorter: iemand die aan de stadspoort woont, hagepoorter. Maar vergelijk amborger: burger die zijn vee mocht weiden op de gemene weide. Handpoorter is volksetymologie.

Ampt: Duitse familienaam Amt ÔambtÕ. Beroepsbijnaam van de Amtmann; vergelijk Aman, Damman.

Amrein, Arein. Familienaam uit de plaatsnaam: 1. Am Rain: aan de verhoogde grensscheiding, aan de grenspaal. 2. Am Rhein: aan de Rijn.

Ams, van. Plaatsnaam Ames, Pas-de-Calais?

Amsel, Amzel, Amsils, Amzil, Amzile. Bijnaam, Duits Amsel; merel.

Amsing: Ook Nederlandse familienaam Ampsinck, Fries Amsinga. Afleiding van de Friese voornaam Amme, Amse, die teruggaat op een Germaanse amal-naam of op een naam als Admund, Admar.

Amssoms, Amsons, Amson, Amsens: 1. Vadersnaam. Romaanse afleiding op -eon van Germaanse amal-naam. 2. Variant van Ansems, Ansoms, of zelfs Ansens. Zie ook Anson.

Amstel, van: Plaatsnaam Amstel (Noord-Holland).

Amster, Amsters. Variant van Amstel?

Amsterdam, van. Amsterdam, Noord-Holland.

Amter, Anter. Plaatsnaam Amtern in Oldenburg.

Amthor. Duitse familienaam Am Tor; aan de stadspoort.

Amtman, Antman. Duitse beroepsnaam Amtmann; ambtenaar. Vergelijk Damman.

Amulius, Hamelius, Hamilius: Vadersnaam. Latijn, Sint Amilius, Amelius, latinisering van Germaanse amal-naam.

Amy, Amys, Amijs, Ameijs, Ameys, Amisse, Hamys, Hamijs: 1. Bijnaam. Middennederlands amijs van Oudfrans amis: geliefde, minnaar. 2. Vadersnaam. voornaam Amicus, Amis uit de hoofse roman. De voornaam werd ook wel als variant van Amelius opgevat.

Anacker. Duits Anacker; Ohnacker; zonder akker of land.

Anastaze, Anastasi, Anastisio. Vaders-, moedernaam, Sint Anastasius, Anastasia, van Grieks anastasis; opstanding.

Ancel, Ansel, Anseele, Anseel, Hanseel, Hansel, Anseau, Anceau, Anceaux, Ansseaux, Ansseau, Anciau, Anciaux, Ancieaux, Ansieux, Ansiaux, Ansiau, Ansciaux, Anssiau, Ancia, Ansias, Ansia, Ancea, Onsea, Onsia, Onsiau, Onzea, Onzia, Honzia, Hancel, Hanciau, Hanciaux, Hanchaus, Hansay, Ansay, Ensay, Anseeuw, Hansseuw, Hanseeuw. 1. Vadersnaam uit Ansel, een afleiding van de Germaanse voornaam Anshelm, zie Ansems. 2. Het kan ook een Romaanse vorm van Ansoud zijn: uit de Germaanse voornaam ans-hard: god-sterk.

Ancelet, Ancelin, Anselin, Anselain, Anselyn, Anslyn, Hancelin, Hanselin, Anslijn, Ancelot, Ancolet, Anselot, Anslot, Asseloot, Asselot. Knuffelvormen van Ancel. Zie daar verder. De naam Ancolet is mogelijk ook een knuffelvorm van Johannes.

Ancet, Anchez, Anche, Anset, Ansey: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse ans-naam, zoals Anshelm.

Ancien. Franse bijnaam; de Oude.

Ancion, Ansion, Ension, Hansion, Nansion: Vadersnaam. Romaanse vleivorm van Anshelm.

Anckerman. Beroepsnaam van de ankermaker, ankersmid; of bijnaam naar de huisnaam. Vergelijk Duits Ankermann.

Ancre. 1. Plaatsnaam Ancre in Ogy (Henegouwen). 2. Plaatsnaam Encre, oude naam van Albert (Somme). Zie ook Delancre.

Andag, Aandagt, Aandacht, Adach: Volksetymologische vervorming van de Duitse bijnaam Amtage: overdag.

Andanson. Vadersnaam Adamson, met n anticipatie.

Andel, van Andela, Andelbeek: Plaatsnaam Andel (Noord-Brabant).

Andelhof, Andelhofs. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Andolf, (and-wulf). 2. Uit de plaatsnaam Andelhof: dat is de hoeve/huis van Andel.

Anderson: Vadersnaam. Zoon van Andreas.

Anderegg. An der Ecke. Midden Hoogduits egge; hoek, (uiterste) punt, uithoek.

Anderlecht, van. Plaatsnaam Anderlecht.

Anderlin. Vadersnaam. Duitse vorm van Sint Andreas.

Andernack, Andernagt: Plaatsnaam Andernach, door Kiliaan nog Andernaeck genoemd.

Andernove, van, van (den) anderen Hove. Plaatsnaam Ander Hof.

Andeweg, Anderweg: Naam voor wie Ôaan de weg woontÕ. Vergelijk Duitse Amweg, Andergass.

Anders, Andersen, Andersson, Anderson. Vadersnaam. Zoon van Andries.

Andof. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Andolf (and-wulf).

Andioen, Antjon, Anjuyn, Anjuijn: Waals-Vlaams andjoen, Zuid Nederlands ajuin, van Frans oignon: ui. Beroepsnaam van de uienteler of-handelaar.

Andor, Andoor. Vadersnaam Andor. Hongaarse vorm van Adriaan.

Andof. Vadersnaam. Germaanse voornaam and-wulf. Andulfus.

Andorra, Andoura. Naam van vorstendom in de Pyrenee‘n.

Andouche, Annedouce, Anedouce, Anndouche, Anedouce, Hendoux, Hindoux, Hantout, Hannedouche, Hanedoes: Vadersnaam. Romaanse vorm Andoux van Germaanse voornaam Andolf (zie Andof ).

Andrade, de. Frequente Portugese plaatsnaam.

Andreae: Vadersnaam. Latijnse afleiding van de voornaam Andreas.

AndrŽ, Andre, Andrez, Andree, AndrŽe, Andrae, Andrades, Andraud, Andrault, Andral, (de) Andrs, Andret, Andreux, Andreu, Andrieux, Andrieu, Handrieu, Anrieu, Andrin, Drieux, Drieu: Vadersnaam. Frans vormen, vleivormen en verkorting van Griekse Sint Andreas. Zie Andries.

Andreae. Vadersnaam. Latijnse afleiding van de voornaam AndrŽas. Humanistennaam.

Andreka, Andr‘ka: Moedersnaam. Vrouwelijke vorm van de voornaam Andreas.

Andrew, Andrews, Vadersnaam. Engelse vorm van de voornaam Andreas.

Andrianne, Andrien, Andreani, Andrean, Andriaenssen: Vadersnaam. Contaminatie van AndrŽas en Adrianus.

Andries, Andriese, Andrie, Andris, Andriessche, Andriessens, Andriesen, Andriesse, Andriessen, Andrisse, Anderiesse, Andriessma, Andreas, Andreassens, Andrees, Andres, Andreessen, Andressen, Andresen, Andry, Dres, Dries, Dries, Driesch, Driesen, Driess, Driesers, Driehsen, Driessens, Driesses, Driezen, Driesse, Driessens, Dries, Driss, Drissens, Dris, Drisch, Drisen, Drees, Dreessens, Dreessen, Dreezen, Dreezens, Dresen, Dresens, Drese, Drse, Dressen, Dresse, Drehsen, Dreissen, Dreiss, Dreis, Drezen, Dreze, Drze, Draise, Draize, Dreize, D'Andrea, d'Andries, dÕAndriess, dÕ Andriessens, D'Aandriessen, Drews, Drewes: Vadersnaam. Griekse heiligennaam Andreas, Grieks andreios Ômannelijk, dapperÕ. De naam komt in Cent al voor in 954 als naam van een monnik. De korte vormen Dries, Drees wijzen op klemtoon op de tweede lettergreep. Driesen en Dreesen zijn vleivormen.

Andringa, van. Vadersnaam, inga; van Anders.

Andron, Endron, Androni: vadersnaam. Vleivorm van de voornaam AndrŽ.

Anema, Annema, Anemaat, Anemaet, Hanema, Anes, Aanen: Volksetymologische herinterpretatie van de Friese vadersnaam. Anema, afleiding van Friese voornaam Ane, Aan. Misschien door assimilatie uit Germaans arn-naam. Of bij Oudhoogduits ano, Duits Ahn ÔvoorvaderÕ in Anbertus, Anafredus, Analdus?

Anfray, Anfry. Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Anafredus.

Angelo, Angelot, Anchelon, Angloo, Engloo, Langlot, Langloh. Vadersnaam, knuffelvorm van Angel. 

Angenendt, Angenent, Agenent, Aengenend, Aengenent; familienaam uit Aan den End: wie aan het eind van het dorp, de weg, de rivier woonde.

Angel, Anghel, Angelet, Angeline, Angelin, Angelini: Vadersnaam. Latijn heiligennaam Angelus 'engel'.

AngŽlique. Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Angelicus.

Angelo, Angely, Angeli. Vadersnaam. Italiaanse vorm van een Germaanse angil-naam of Latijnse heiligennaam Angelus.

Angelo, Angelot, Angloo, Engloo, Langlot, Langloh: Vadersnaam. Vleivorm van Angel.

Angelroth. Plaatsnaam Angelroda.

AngŽlus, AngŽly, AngŽli. 1. Latijnse heiligennam Angelus, vergelijk Angel. 2. Latinisering van Germaanse voornaam Engelbrecht of een andere angil-naam.

Angenard. Franse vadersnaam van Germaane voornaam Anginard.

Angenendt, Angenent, Agenent, Aengenend, Aengenent: Aan den End: wie aan het eind van het dorp of de weg woont.

Angenon, Angenost, Angenot. Vadersnaam, knuffelvorm uit de voornaam Ange.

Anger, Ange, Angee. Vadersnaam. Romaanse vorm van een Germaanse ger-naam. Angarius.

Angeren, van: Plaatsnaam Angeren in Bemmel (Gelderland).

Angerhausen. Plaatsnaam bij Duisburg.

Angerman: Afleiding van Van Angeren.

Angillis, Angellis, Angelis, Angelles: Vadersnaam. 1. Variant van Angelus. Latijn -us werd vaak -is (vergelijk Poulissen). 2. Variant van Agelis met voortonige n-epenthesis.

Angst. Bijnaam voor een angstig mens.

Anguille. Frans anguille; paling. Bijnaam.

Anier. Beroepsnaam. Frans ‰nier: ezeldrijver. Vergelijk Larder

Anker, van den Anker, in Õt Anker: Huisnaam in Õt Anker, zoals onder meer in Middelburg.

Ankersmit. Beroepsnaam van de ankersmid.

Anne, Annen, Annens, Anna. 1. Moedersnaam uit de heiligennaam Anna. 2. Vadersnaam uit de knuffelvorm Anno. Deze jongensnaam komt uit Arno, Arnoud. 3. Spellingvariant van Hanne: zie daar.

Ans, Ams is een afleiding van Anne.

AnnŽ: Spelling voor Annet, Hannet, Frans verkleinvorm van de voornaam Jehan, van Johannes.

Anneman, Annemans, Hanneman, Hannemans. Vaders-, moedersnaam, afleiding van Anne.

Annendyck, Annendyck. Aan den Dijk.

Annerel, Annorel. Vadersnaam, variant van Hannerel, dit is dan weer afgeleid van Johannes of Henri, Henry.

Anneveld: Naam voor wie woont aan Õt veld. Vergelijk Duits Amfeld.

Annot: Spelling voor Hannot, Romaans vleivorm op –ot van de voornaam Jehan, Johannes. Ook Annoot.

Annys, Annijs, Annysz, Annis, Anis, Anize. 1. Vadersnaam/moedersnaam afgeleid uit de voornaam Johannes. 2. Mogelijk ook een beroepsnaam van de anijshandelaar. 3. Eventueel zelfs afkomstig uit de plaatsnaam Anixhe (Luik).

Anraad, van, Aanraad, Anraed, Anraet, Anneraed, Anneraud, van Anrooy, van Aenrode, Vanaenrode, van Aenroyde, van Anrooij, van Aenroye, van Anroye, van Anderoye, van Anderoy, van Androye, Androei, Van Anderoi, van Anderode, van Antro: Plaatsnaam Anrath (Noordrijn-Westfalen

Anseroul, Ansroul. Waals anserožle: dwarslat van een eg? 2. Misschien plaatsnaam Anseroeul (Henegouwen), de Waalse -oule-namen.

Ansaelens. Vadersnaam. Aanpassing van de Spaanse familienaam Gonzales.

Aensaeme, Handsaeme, Handsame, Handtsaem: 1. Vadersnaam van Anselm, zie Ansems. Wellicht via Frans Anseaume, de Franse klankwettige vorm voor Anselm. De verschrijving Handsaeme is te verklaren door associatie met de plaatsnaam. 2. Voorzetselloze variant van Van Handsaeme.

Ansar, Ansard, Ansart. 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam ans-hard 'god-sterk': Ansardus. 2. Plaatsnaam Ansart in Tintigny (Luxemburg).

Ansaud, Ansaldi, Anzaldi: Vadersnaam. Germaanse voornaam ans-wald 'god-heerser': Ansaldus. Zie ook Ancel.

Ansbach, Anspach, Aenspeck: Plaatsnaam Anspach (Hessen) of Ansbach (Hessen, Beieren).

Ansems, Anssems, Ancems, Ansooms, Ansoms, Amsellem, Anselme, Anselmo, Anselmi, Amsens, Amson, Amsonns, Amssons. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam ans- helm; god-helm.

Ansen, Ansens, Ansennes, Ansenne, Anssens, Amsens: Vadersnaam. 1. Uit Ansin, vleivorm van Ansboud, Ansbert, Ansfried, Anshelm. Ansenne is een Waalse aanpassing. 2. Fonetische spelling voor Hansen(s). Zie Hanne.

Ansing, Ansingh, Amsing, Amsingh, Amsinck: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse ans-naam; vergelijk Ansen(s)

Anskens. Vadersnaam Afleiding van een Germaanse ans-naam zoals Anshelm. 2 spellingvariant van Hansekens. Vergelijk Ansen(s).

Anson, Antson, Amson: 1. Moedersnaam Aneon, Romaans vleivorm op –eon van de voornaam Anna. 2. Vadersnaam. Spelling voor Hanson (zie daar).

Ansot, Ansotte. Moedersnaam A(g)nesot, vleivorm van de voornaam Agnes. 2. Eventueel verschrijving voor Hansotte.

Ansquer. Vadersnaam. Germaanse voornaam ans-ger; god-speer. Ansger.

Antal. Vadersnaam. Hongaarse vorm van Sint Antonius.

Anten, Antens, Antes. Vadersnaam uit de heiligennaam Antonius. 

Antenaeken, van. Plaatsnaam. Waarschijnlijk Andernach (Rijnland-Palts) of Antennacum. Zie Andernack.

Antenbrink, Antenbring. Aan de Brink. Plaatsnaam Brink als in Deventer; dorspsplein.

Antheaume. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam and-helm. Anthelmus.

Antheumus is waarschijnlijk een verschrijving van Antheunus.

Anthieren, Anthierens, Antier, Antierens. Vadersnaam, Romeinse vorm van de Germaanse voornaam and-haria: Antherus.

Antignac. Plaatsnaam, Cantal.

Antink, Antema: Vadersnaam. Afleiding van een vooral Friese voornaam Ant(e), van Germaans and-naam, zoals Andbert.

Antlitz. Duitse bijnaam Antlitz; aangezicht, uitzicht.

Antoin. Plaatsnaam Antoing, Henegouwen. Zie Dantoing.

Antonius, Antoni, Antonio, Anthoni, Anthonij, Anthonio, Anthony, Antony, Antoniasse, Antonus, Anthonus, Anthonis, Anthonissens, Antonisen, Antonisse, Antonissen, Anthonisse, Anthonise, Anthonissens, Anthonnisse, Antheunis, Antheunissens, Antheunisse, Antheunissen, Anthuenis, Antheunissens, Antoin, Anthoine, Antoine, Anthoons, Anthoon, Anthoens, Anthone, Anthon, Anton, Antoon, Antoons, Anton, Antoun, Antonsen, Antonsson, Hantoon, Hanton, Antun, Antuyns: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Antonius. Frans Antoine, Nederlands Anton, Zuid Nederlands Antoon.

Antonneu, Antonneaux, Antonnaux, Antoneaux, Antoniel, Antonel, Tonneaux, Tonneau, Tonniau, Thonnaux, Tonnele, Tonnel, Tonelle, Tonel, Tonneel: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Antonius en korte vormen.

Antippas, Antipas, Andipas, Antipa, Antypas: Bijbelse naam van Herodes Antipas (20 v. Chr. - 39 na Chr.), viervorst van Galilea.

Antrop, Antrope. 1. Naam uit de plaatsnaam Antrup in Haltern of Lengerich (Noordrijn-Westfalen). 2. Of varianten van de Duitse familienamen Amtrop, Amtrup. Dit zijn de Westfaalse vormen van Am Dorp: bij het dorp. 3. Zie ook Entrop.

Antwerpen, van: Afkomstig van de stad Antwerpen (Provincie Antwerpen).

Aoust, Aožt, Aout, Aust, Awoust: 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van Latijnse Sint Augustus. 2. Naam van de maand augustus.

Apeldoorn, van; Appeldoorn: Plaatsnaam Apeldoorn (Gelderland).

Aper, Apers, Apere, Appere, Apers, Appert, Apper, Appers, Haepers, Hapers: Vadersnaam. Door assimilatie lb/ben verscherping b/p uit de Germaanse voornam A(da)lbero of Albrecht (waaruit Albers). Zie ook Hapers.

Apfelbaum, Apelbaum. Duitse en Noord-Duitse plaatsnaam Apfelbaum.

Appelius: Latinisering van Appel(s).

Apeldoorn, van, Appeldoorn. Plaatsnaam Apeldoorn. Gelderland. Of Appeldorn, Nordrein-Westfalen.

Aper, Appere, Apere, Apers, Appert, Apper, Appers, Haepers, Hapers: Vadersnaam. Door assimilatie Ib/b en verscherping b/p van Germaanse voornaam A(da)lbero of Albrecht (vergelijk Albers.

Aplincourt, Applincourt, Applencourt, Aplencourt, Applaincourt, Applancourt: Plaatsnaam Haplincourt (Pas-de-Calais).

Apostel, Apostol, Apostoli. 1. Bijnaam voor een apostel: bewoner van een apostelhuis, acteur in een apostelspel, een van de twaalf armen wie op witte donderdag de voeten gewassen worden. Vergelijk Lapostol(le).

Apotheker, Aptekers, Apteker, Aptaker, Aptakre: Beroepsnaam van de apotheker, kruidenier.

Appelboom. Plaatsnaam Appelboom in Adegem (Oost-Vlaanderen) en Liedekerke (Vlaams-Brabant).

Appel, Appels, Apel, Happel, Appels, Appelen, Apffel, Apfel: Beroepsbijnaam van de appelkoopman. Vergelijk de familienaam Appelmans.

Appelghem, van. Plaatsnaam Ebblinghem (Nord).

Appelman, Appelmans, Apelmans, Appelmaen, Appermans. Beroepsnaam voor de appelkoopman. 1278 Johannes Appelman = 1307 Johannes.. mano pomorum (Middennederlands appelmanger: appelkoopman), 1318 Johannes dictus Appelmans.

Appelmoes. Bijnaam voor de eter of bereider van appelmoes.

Appelt. Vadersnaam. Germaanse voornaam Adalbold.

Appeltant, Appeltants, Appeltans, Appelthans. Bijnaam voor iemand die graag appels eet.

Appelcuts. Beroepsnaam van de appelkoopman.

Appencourt. Plaatsnaam Happencourt, Aisne.

Apper, Appert. Frans apert, Latijn apertus; open. Bijnaam voor wie open van geest is? Zie Aper.

Appeven, van. Plaatsnaam Oppenhoven bij Maaseik, Limburg.

Appourcheaux. Aux pourceaux; met de varkens. Bijnaam voor de varkensfokker of hoeder.

Appui. Misschien Au Puits: bij de Put?

April, Aprile, Avril, Averill: Bijnaam naar de naam van de maand april. Ook Duits April, Frans Avril, Engels Averel, Averil. Vergelijk Januar, Hornung, Mˆrz, May, July, Augst, Dezember.

Aptroot. Duitse familienaam Abendroth, meestal een re•nterpretatie van de plaatsnaam Abenrod: rode van AbbŽ. Plaatsnaam Appenrod, Appenrode.

Aquarius. Latinisering van Waterman.

Arab, Arabi, Aarab, Aarabi, Aarabe. Volksnaam van de Arabier.

Aragon, Arragon. Plaatsnaam, streek in Spanje.

Araignien, van. Plaatsnaam Orange (Vaucluse) met verschuiving van ng totgn (nj), vergelijk araanje = oranje.

Araujo, Arauxo. Frequente Portugese plaatsnaam.

Arbalestrie, Arbalestier, Arbalestrier, Arbeltier, Larbalestrier, Larbaletrier, Labalestrier, Larbalestrie. Uit het Oudfranse arbalestre (kruisboog). Beroepsbijnaam van de kruisboogschutter.

Arbeyt, Aerbeydt, Arrebits: Bijnaam voor een arbeider.

Arbon. 1 Vadersnaam Harbon=Herbon, vleivorm van de voornaam Herbert. 2. De Duitse familienaam Arbon uit de plaatsnaam Arbon aan het Bodenmeer.

Arbroscher: Vermoedelijk verhaspeling van de Duitse familienaam Armborster, van Armbruster. Beroepsnaam van de maker van kruisbogen, voetbogen.

Arbulot. Vadersnaam. Variant van Franse familienaam Herbelot, afleiding van de voornaam Herbert, vergelijk Herbillon.

Arbijn: Vanwege de in Zeeland en Vlaanderen niet uitgesproken h en de wisseling er/ar uit Harbijn/Herbijn, vleivorm van de Germaanse voornaam Herbert.

Archaimbault, Archaimbeau, Archaimbault, Archaimbaul, Argembeaux, Darchambeau, D'Archambeau, DÕArchambaut, Dargembeau, D'Argembeau: 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam erkan-bald 'rein, echt-moedig': Erkenboldus. 2. Plaatsnaam Archambault (Yonne).

Archelon. Variant van Arcelon, van Oudfrans arcel, Frans arceau; boogje.

Archne, Archen. Platsnaam Archennes, Waals-brabant. Nederlands Eerken.

Archibald. Vadersnaam. Germaanse voornaam Erkeboud, zie Archambault.

Arcidiaco, Arcidiacono. Italiaanse bijnaam; aartsdiaken.

Arck Van, Van den Ark. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Ark (Gelderland) of Ter Arken (Brussel). 2. Mogelijk soms een variant van Van Herck.

Arckels, van, van Arkkeis, van Arkel, van Erkel: Plaatsnaam Arkel (Zuid-Holland) of in Duffel (Antwerpen).

Arco. Plaatsnaam Arco, Noord Italie.

Arkesteijn, Arkestee, Arkestein. Stenen huis of boerderij in de plaats Ark (Gelderland)

Arcq. Naam uit het Franse arc: boog. Beroepsbijnaam van de boogschutter, -maker. Zie ook Darc.

Ardaen, Ardaens, Ardans, Hardaen. Vadersnaam, voornaam uit de ridderromans. Ardan is een oom van koning Arthur.

Ardenne, van: Vlaams ook Van Aardenne. De streeknaam de Ardennen in het zuiden van Belgi‘.

Ardenais, Ardenoi, Ardenois, Ardenoy, Ardeneus, Ardenues, Ardinois, Lardennois, Lardenois, Lardenoit, Lardenoye, Lardenoey, Lardenet, Lardinois, Lardinoi, Lardinoit, Lardinoir, Lardinoy, Lardinoije. Volksnaam voor iemand die uit de Ardennen afkomstig is.

Ardon, Ardonne: Vadersnaam. Hardon, Franse verbogen vorm van de Germaanse voornaam Hardo, van hard ÔsterkÕ.

Ardoullie, Ardouillie, Ordouille, Ourdouillie, Hourdouillie: In de kerkrekeningen van Sint-Gillis (Brugge) staat ca. 1530-40 ene Ardoullie vermeld als Spanjaard.

Ardui, Arduwie, Aerdewie: Vadersnaam. Hardui, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam hard-w”g 'sterk-strijd': Hartwig, Hardwicus, Arduicus.

Arduino, Arduini. Vadersnaam. Italiaanse pendant van Hardewijn.

Arem. Wellicht Van Haren, vergelijk Habarem=Haghebaren.

Arenbergh, van, d'Arenberg, van Haerenborgh: Plaatsnaam Aremberg in Doel en Kieldrecht (Antwerpen); Aremberg bij Koblen.

Arend, den: Naar de heel verspreide huisnaam ÔIn den ArendÕ. Vergelijk Duits Zum Adler.

Arends, Arend, Arendse, Arentse, Arentsen, Arendsen, Arentz, Harent, Harends: Vadersnaam. Germaanse voornaam Arend, korte vorm van Aarnoud.

Arendonk. Plaatsnaam Arendonk, Antwerpen.

Arendt, van, van Haerents, Haerens, van der Haerendt, van der Harent: Waarschijnlijk re•nterpretatie - met n-epenthesis - van Van Aert, Van der Haert.

Arens, Arense, Aarens, Aerens, Haerens: Vadersnaam. Zoals Arend(s) korte vorm van de voornaam Aarnoud.

Arensman: Vadersnaam. Afleiding op –man van Arens.

Arenthals, (van): Plaatsnaam Herentals (Provincie Antwerpen).

Argeerts, Erregeerts, Vadersnaam. 1. Door er/ar- wisseling en Zeeuws niet uitgesproken h uit Hergeert Ôheer Geert, GerardÕ. 2. Het kan ook een variant zijn van de familienaam Aertgeerts, een herinterpretatie (als voornaam Aart = Aarnoud en Geert = Gerard) van Aetgeerts. Deze laatste vorm is de Brabants-dialectische uitspraak van Uytgeerts, Outgeerts, Woutgeerts, van Woutgeer, de Germaans naam wald-ger; macht-speerÕ.

Argelo: Plaatsnaam bij Wiene (Overijssel): 1284 Erghelo, 1495 Argelo.

Argyl. Vadersnaam Achile.

Ariaans, Arjaansm, Ariaens, Arian, Ariani, Ariano, Errians, Erians: Vadersnaam. Ariaan is een variant van Adriaan, Latijnse Sint Adrianus. Zie Adriaanse.

Arickx, Aricks, Arix, Arik, Arixkx, Arycz, Arreckx, Haerick. Vadersnaam van de Germaanse voornaam hathu-rikja= strijd-machtig: Hadaricus/Hatheric.

Ariel, Arile: Vaders-, moedersnaam. Bijbelse voornaam Ari‘l.

Arien, Ariens, Ari‘n, Ari‘ns, Arjes, Arriens, Arrien. Vadersnaam, variant van de Latijnse heiligennaam Adrianus.

Arien, van, Van Narien. Plaatsnaam Arien, Aire-sur-la-Lys, Pais-de-Calais.

Arijs, Arys, van de Anrys (=Henri), Arkenbout: Vadersnaam. Germaanse voornaam erkna-balth Ôrein, echt-moedigÕ.

Arkens, Arcken, Arckens, Arekens, Erken, Erkens, Ercken, Erckens, Erkes, Eerkens, Eerkes, Herck, Herckens, Herkens, Arquin. Vadersnaam uit A(d)riaan. Dit uit de Latijnse heiligennaam Adrianus.

Arkesteyn. Plaatsnaam Argenstein in Weimar.

Arku. Vondelingnaam. Anselmus Arku werd gevonden in Antwerpen op 18 april 1842. Hij trouwde in Aarschot in 1871.

Arlin. Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse voornaam met erla; voorname man, Engels earl, bijvoorbeeld Erleboldus, Erlewinus, Arluinus, Arlulfus, Erlinus.

Armand, Arman, Armant. Vadersnaam. Franse vorm van de Germaanse voornaam Herman.

Armbrecht. Vadersnaam. Germaanse voornaam ermin-berht 'groot-schitterend': Ermenbert.

Armbrust, Armbruster, Arbuste. Duitse beroepsnaam van de maker van kruisbogen, voetbogen.

Armel, Harmel, Ermel: vadersnaam. Bretonse voornaam Arthmael; 'beer-prins'.

Armerotte, Armerotto, Armirotto. Vadersnaam, Italiaans-Franse knuffel-afleiding van Herman.

Armslag. Re•nterpretatie van Duitse plaatsnaam Anschlag.

Arn, Arm, Arme, Arem: Vadersnaam. Korte vorm van Germaanse voornaam Arnoud of Arnolf.

Arnaert, Arnaerts, Arnaets: 1. Zie Hernaert. 2. Ook wel eens als afleiding van Arnoud beschouwd.

Arnardi. Vadersnaam. Italiaanse vorm van Germaanse voornaam, zie Hernaert 2.

Arnaudin, Arnaudo, Arnedo: Vadersnaam. Romaanse vleivormen van Germaanse voornaam Arnoud.

Arnemuiden, van: Plaatsnaam Arnemuiden.

Arnet, ArmŽe: Vadersnaam. Afleiding van Arnaud.

Arnhem, van. Plaatsnaam Arnhem.

Arnois, Arnoys: Vadersnaam. Zoals Arnoeyts uit Arnolds. Zie Aarnouds(e).

Arnoldus, Arnoldusse, Arnoldi, Arnold, Arends, Aarnoudse, Arnolds, Arnaud, Nolten: Vadersnaam. Latijnse vorm (en afleiding) van de Germaanse voornaam Arnwald, Arnold, arne; arend, wald; heersen; als een arend heersend. Zie Aarnouds(e).

Arns, Arnst. Vadersnaam. Variant van de voornaam Ern(e)st. 1 Korte vorm voor van der Arnst. Naar een plaatsnaam.

Arnstein, Aronstein. Plaatsnaam Arnstein, bijvoorbeeld in Beieren.

Arntjen. Vadersnaam, afleiding van Arnt, Arend; Arnoud.

Arondberghe, van: Wellicht de plaatsnaam Aremberg bij Koblenz (Rijnland-Palts) of in Doel en Kieldrecht (Provincie Antwerpen).

Arquembourg. Moedersnaam. Germaanse voornaam erkan-burg 'rein-burg': Ercamburg.

Arijse, Arijsse: Vadersnaam. Zeeuwse afleiding van Arij, Arie, verkort uit Adriaan, of aangepaste uitspraak van Frans Henri uit Germaans Hendrik.

Arras, Aras, Arrasse, Aarrass, Darras, Daras, D'Arras, Darraz, Darat, Dara, Darasse: Plaatsnaam Arras, Nederlands Atrecht, hoofdstad van Artesi‘ (Artois), nu van Pas-de-Calais.

Arrazola de Onate. Spaanse familienaam die sinds ca. 1599 in de Zuidelijke Nederlanden voorkomt.

Arslan, Aslan, Alparslan, Arslaner, Arsalan, Arslantas. Turks-Armeens-Iraanse familienaam (vadersnaam) met als betekenis: leeuw.

Arslijder, Arslyder: Vondelingnaam. Seraphinus Arslyder werd op 14 mei 1849 in Cent gevonden.

Arthur, Arthurs, Arthus, Artus: Vadersnaam. Keltische voornaam, dankzij de Brits-Keltische romans (Artur-sage) al vanaf de eerste helft van de 13de eeuw op het vasteland verspreid: Voppin filius Arturs, Evergem.

Artigues, Artiges. Franse plaatsnaam uit Latijn artica; braakland.

Artisien, Lartizien, LartŽsien: Artesi‘r, iemand uit Artesi‘ (Artois).

Artisson, Artesoone: vadersnaam. Zoon van Arthus, Arthur, de koning uit de graalsage.

Artois, Artoos, Dartois, Dartoit, Dartoy, DÕArtois, D'Artoi, DÕ artois, D'artoi, Darthois, Dartoit: Artois, Nederlands Artesi‘, streek genoemd naar de Gallische volksstam van de Atrebates. Oud graafschap in Noord Frankrijk dat in de 12de eeuw deel uitmaakte van het graafschap Vlaanderen, maar in 1223 aan de Franse kroon werd gehecht.

Artus, Arthus: Vadersnaam. 1. Latinisering van A(a)rt, Arnoud. 2. Zie Arthur.

Asbroeck, van. Familienaam uit de verspreide plaatsnaam As(se)broeck: essenbroek. Een moerasgebied waar veel essen groeien.

As, van, van Asch, Asche, Assche, van Asschen, van Aschen, van Assch, van Aschte, van Ass, van Assen, van Aasche, van Hassche: 1. Plaatsnaam Asch in Buren (Gelderland) of As (Belgisch Limburg), vroeger Asch. 2. Van As kan ook een variant zijn van Van Ast. 3. Of uit de verspreide plaatsnaam Asschen: essenboom.

Asard: Dit is de h-loze variant van de Vlaamse familienaam Hazaert, Hazard, Hasaert(s). Middennederlands hasaert, van Oudfrans Hasart Ôkansspel, gelukÕ. Bijnaam voor een kansspeler, dobbelaar.

Asbeck, van, Asbeek: Plaatsnaam Asbeck (Noordrijn-Westfalen) of Asbeek in Asse (Vlaams-Brabant).

Asbil. Afstammelingen van 1598 George Asball, Devonshire. Misschien uit Ashpole, van Archbolt, Archibald.

Asbroeck, Asbroek, van, van Asbrouck, Asbroucq: 1. Plaatsnaam Assebroek (West-Vlaanderen). 2. Plaatsnaam Asbroek (Limburg). 3. Verspreide plaatsnaam Asbroek, dat is es(se)broek: moeras waar essen groeien, bijvoorbeeld 1264 bi den Asbrouke, Meigem. 4. Zie Van Haesebroek.

Ascar. Vadersnaam. Germaanse voornaam ask-hard; es-sterk.

Ascher, Asscher. Duitse afleiding van Assche, Esche; es.

Aschman, Asseman, Asman, Asma, Asmann. Naamvariant met man van (den) Assche of Van As(ch). Hierboven.

Ascoop, Arschoop. Naam uit de Middelnederlandse plaatsnaam Ashoop: ashoop, hoop as.

Ashman. Engelse beroepsnaam van de schipper.

Ashton. Verspreide Engelse plaatsnaam.

Aslan. Naam uit het Turkse aslan: leeuw. Bijnaam naar de eigenschappen die worden toegedicht aan de leeuw: kracht, trots, of naar de gelijknamige huisnaam.

Asma, Asmann. 1. Zie Aschman. Zie hoger. 2. Zie Assman. Zie lager. 3. Er is begin 19de eeuw in Leuven een vondelingennaam Asma Philippine, Leuven O.-L.-V-ter-Predikheren 24.04.1819, gevonden 23.04.1819 's avonds deur vondelingenhuis. Nu komt die naam bijna uitsluitend voor in de onmiddellijke en ruimere regio van Leuven. Wellicht zijn alle Asma hiervan afstammelingen. De verklaring van vondelingennamen is veel moeilijker. 

AsmodŽ. Asmodee is een van de namen van de duivel; de duivel van de onreine liefde, huwelijksduivel, verstoorder van het huwelijksgeluk, deugniet (joods).

Asmus, Asmusz, Assmus: Vadersnaam. Korte vorm van Griekse Sint Erasmus.

Asnot, Asnod. Van Oudfrans asne; ezel?

Asorne, Azorne: Wellicht As ornes: Aux ormes, bij de iepen?

Asou, Azou, Auzoux, Auzou, Hausoul, Hauzoul, Lasou, Lazou: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam (h)as-wulf: Asulfus, Hasulphus.

Aspeculo. Latijnse humanistennaam voor Van den Spiegel.

Aspendius. Afleiding van plaatsnaam Aspenden, Nordrein-Westfalen.

Asperdt. Plaatsnaam Aspert, Gelderland.

Asperges. Bijnaam naar de kerkzang 'Asperges me'. Ook vondelingnaam.

Asselt van, Limburg, Swalmen. Plaatsnaam.

Asou, Azou, Auzou, Auzoux, Hausoul, Hauzoul, Lasou, Lazou. Vadersnaam, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam (h)as-wulf.

Asperen, van, Asper, van, Haasper: Plaatsnaam Asperen (Zuid-Holland) of in Lingewaal (Gelderland).

Asperslagh, Asperslag, Aspeslagslach, Asperlagh, Aspelagh, Hasperlagh, Haspeslag, Haspeslach, Hespeslagh: Variant van de Waals-Vlaamse familienaam Asperslag, aanpassing van de Duitse plaatsnaam Asperschlag in Bergheim (Noordrijn-Westfalen).

Aspis. Middennederlands aspis; adder. Bijnaam, vergelijk Franse familienaam Aspi(c).

Assche, van: Plaatsnaam Asse (Vlaams-Brabant): 1159 Asche, of verspreide plaatsnaam ten Assche Ôes (boom)Õ.

Asscherick, Asscherickx. Vadersnaam. Germaanse voornaam ask-r”k; 'es-rijk, heersend'.

Asseau, Asset, Assez. Vadersnaam, Romaanse afleiding van de een Germaanse voornaam Azzo (een so-afleiding van Ado(atha)/ adal.

Asscheman: Afleiding op –man van van Assche.

Asseau. Asset, Assez. Vadersnaam. Romaanse afleiding van Germaanse voornaam Azzo, een so-afleiding van Ado.

Assel. Vaders-, moedersnaam van de voornaam Assele uit Azilo, Azila, van Germaanse voornaam Ado. Vergelijk Asselmans.

Assel, van: Plaatsnaam Assel in Apeldoorn (Gelderland) of Hasselt (Belgisch-Limburg) of Asselt bij Zwalmen (Nederlands-Limburg).

Asselbergs, Asselberghs, van, Asselberg, Asselbergs, (van) Hasselbergh. Familienaam uit de plaatsnaam Asselberg in Arendonk.

Asseldonk, van, Assendonck, Assendonk. Plaatsnaam in Uden en Haren (Noord-Brabant).

Asselborn, Asselbourg, Asselbur, Dasselborne. Plaatsnaam Asselborn.

Asselier. Plaatsnaam Asselier= Anlier, Luxemburg. Als migratienaam ook plaatsnaam in Asse, Vlaams-Brabant.

Asselijn, Asselin, Acellin, Hasselin, Assulin, Asulin, Asseleyns, Esselen, Esselens, Esselinckx. Vadersnaam, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Assel.

Asselman, Asselmans, Hasselman, Hasselmans: 1. Vadersnaam/moedersnaam. Afleiding van de voornaam Assel(e) uit Azilo/Azila, verkleinvorm van Germaanse voornaam Ado. 2. Afleiding van Van Assel.

Assem, van. Plaatsnaam.

Assen, van: 1. Plaatsnaam Assen (Duitsland, Drenthe). 2. Vadersnaam uit de voornaam Asse uit Assuerus.

Assenberg: Plaatsnaam Aschenberg (Sleeswijk-Holstein, Hessen).

Assenbroek. Plaatsnaam Assebroek, West-Vlaanderen, zie van Asbroeck.

Assendelft, van; van Essendelft: Plaatsnaam Assendelft (Zaanstad, Noord-Holland).

Assenderp, van: Plaatsnaam Assendorp in Zwolle, Overijssel.

Assenheim. Assenheimer. Plaatsnaam Assenheim.

Assenmaker, Assenmacker, Assenmacher, Assemacher, Axemacher, Axmacher: Beroepsnaam van de assenmaker, smid, wagenmaker.

Assent. Plaatsnaam, Vlaams-Brabant.

Asserbe. Niet van Frans acerbe: bitter, maar As herbes: Aux herbes, met de kruiden. Vergelijk Metten Biesen, Assoignon(s), Aurousseau. Bijnaam voor de kruidenier.

Assink, Assinck, Assing, Azink, Hassink, Assen, Asman. 1. Bewoner van een boerderij, erve Assink, in het oosten van het land. In Geesteren werd een erve al in 1188 Assinc genoemd. Van de persoon Ase/ Asse. 2. Vadersnaam. Afleiding van de Germaanse voornaam Adzo, Aszo, een so- afleiding van Ado.

Assmann, Assman, Assmans, Asman: Vadersnaam. Vleivorm van Erasmus. Zie Aschman.

Assoignon, Assoignons, Assognon, As oignons, Frans Aux oig­nons: met de uien. Bijnaam of beroepsnaam. Vergelijk Andjoen.

Asson, Hasson: vadersnaam. Romaanse verbogen vorm van Germaanse voornaam Adzo, Aszo (vergelijk Assing).

Assum, van den, van den Assem. Plaatsnaam Assum, Noord-Holland.

Assy, Assys, Assi, Asisis: Midden Frans assis, Middennederlands assise: accijns, heffing. Beroepsnaam van de ontvanger van accijnzen.

Ast, van, den, van As, van Aste, van (der) Hasten, van Haste, Verast: Uit van den Aste. Een ast of eest was een droogoven, een droogruimte in meekrapstoof of brouwerij.

Asten, van, van Hasten: 1. Plaatsnaam Asten (Noord-Brabant). 2. Plaatsnaam Astene (Oost-Vlaanderen).

Aster, van. Variant van Van Achter (met wisseling cht/st, vergelijk dialect moste = mocht)? Vergelijk plaatsnaam, 1142 Asterth, van Achtert.

AstŽrion. Vadersnaam. Vleivorm van Sint Asterius? Asterion is ook de naam van een mythische koning van Kreta.

Astgen. Vadersnaam. Afleiding van Ast, korte vorm van Aster.

Astie, Astier. Franse vadersnaam. 1. Germaanse voornaam ast-hari; 'tak-leger': Astarius. 2. Griekse heiligennaam Asterius.

Astle. Zuidduits dialect van Ast; tak, zie Ast.

Astor, Astore, Astorg, Astorga: Zuidfranse vadersnaam. A(u)storg, Griekse Sint Eustorgius / Austorgius.

Asveldt, Asveld, van, van Asfeldt. Plaatsnaam Asveld, Twente.

Aszenberg, Assenberg. Duitse plaatsnaam Aschenberg.

Aszenfarb. Duitse bijnaam Aschenfarb; askleurig.

Atout, Attout. Waalse aanpassing van Engelse familienaam Atwood, naar de woonplaats bij het bos 'at (the) wood'.

Aterianus. Humanistennaam.

Aters. Vadersnaam. Antwerpse variant (naar uitspraak) van (W)outers. Zie daar verder.

Athalin, Attalin, Atteleyn: vadersnaam. Afleiding van Germaanse adelnaam, met verscherping. Adtelinus.

Atkinson, Atkins. Vadersnaam. Engelse afleiding van Germaanse voornaam Ado of Bijbelse voornaam Adam.

Atlas, Atalas. Middennederlands atlas; oosterse zijden stof.

Atquet. Vadersnaam. Romaanse afleiding van Germaanse voornaam Ado. Vergelijk Atkins

Attar, Attard, Atta, Attas. Vadersnaam. Romaanse vorm op –a, van de Germaanse voornaam Adehardus.

Attema, Atsma, Atzema, Atten, Ettema, Ettes, Etten, Hettema, Hettinga, Heitinga, Hattinga: Friese vadersnaam van Atses, Atzes, van de voornaam Atse, Atze, een korte vorm van een adel-naam. Attinus = Adinus. Bij Tzummarum ligt de Atsmastate.

Atten, van; Natte: Wellicht de plaatsnaam Etten (Gelderland, Noord-Brabant). De gemeente Etten(-Leur) in Noord-Brabant heette in 1356 Attene. Natte(n) door verkeerde scheiding of ontleding van een naam.

Atenberger. Plaatsnaam Attenberg, als in Beieren.

Attenelle. Bijnaam. Vrouwelijke vorm van Picardisch antniau: schaap van meer dan een jaar.

Attenhoven, van. Plaatsnaam Attenhoven (Vlaams-Brabant) en in Holsbeek (Vlaams-Brabant).

Attenrode, van. Plaatsnaam Attenrode, Vlaams-Brabant of Hertenrode bij Diest, Vlaams-Brabant.

Attert, Atterte, Hatert, Haterte. Plaatsnaam Attert, Luxemburg.

Atton. Vadersnaam. Variant van Adon, met verscherping, vergelijk Attard.

Atyn. 1. Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse voornaam Ado; zie Atten. 2. Eventueel variant van Wattyn.

Aube. Bijnaam. Frans aube; dageraad, vergelijk Dagraed.

AubŽ. Vadersnaam Aubet. Afleiding van Aubert.

Aubecq, Aubeeck, Obeck: Plaatsnaam Albeke (Aubecq) in Vloesberg (Henegouwen) of Aalbeke (West-Vlaanderen).

Aubel, van. Plaatsnaam Aubel, Luxemburg.

Auberg, van. 1. Plaatsnaam Aubers bij Rijsel. 2. Zie Hoberg?

Auberge, Alberger. Afleiding van Oudfrans alberge; herberg, Herbergier, waard.

Aubert, Aubertin, Obertin, Auburtin, Aubertot, Aubier, Auber, Audebert, Audibert, Audibet, Audoubert, Haubert: Vadersnaam. Romaanse vorm Aubert (en afleiding op -in, -ot) van Germaanse voornaam ald-berht; 'oud-schitterend': Aldebertus.

Aubignat. Plaatsnaam Aubignas, (Ardche).

Aubin, Aubain, Aubinau, Aubinet, Abinet: Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse voornaam Aubert of van Latinse Sint Albinus.

Aubray, AubrŽe, Aubrey, ObŽrŽ: Plaatsnaam lÕ Auberaie: (les Salines) plaats waar abelen, witte populieren staan.

Aubrebis, (D')Aubreby, D'Auxbrebis: Bijnaam Aux Brebis: met de ooien, met de schapen. Beroepsnaam voor de herder of bijnaam naar het uithangbord.

Aubroeck, Audebrox: Plaatsnaam Aubroek in Moerzeke (Oost-Vlaanderen), Oudenbroek in Ronse, Oost-Vlaanderen.

Aubry, Laubry, Aubrion, Aubtiot, Obry, Obrie, Obri, Abry, Haubry, Haubruye: Vadersnaam. Romaanse vormen van Germaanse voornaam alb-r”k; 'elf-machtig'; Nederlands Alverik. Aubrion, Aubriot zijn vleivormen. Oberon is de elfenkoning. Albericus, Alvericus. Zie ook Alfrink.

Auchain. Plaatsnaam Haulchin, Henegouwen.

Auchet. Vadersnaam. Variant van Aucher, Romaanse vorm van Germaanse voornaam al-hari; 'heiligdom-leger': Alcher(i)us, Aucherius.

Aucock, Alacoque, Allcock, Alcock: Au Cocq: met de haan (vergelijk Aubrebis). Bijnaam, wellicht naar het uithangbord.

Aucremanne. Verfransing van Ackerman. Vergelijk Ockerman 2.

Aucoin. Au coin; op de hoek. Naar de woonplaats.

Audaert, Audard. Vadersnaam. Germaanse voornaam ald-hard; oud-sterk. Aldhard.

Audefroy, Haufroid, Offroy, Offrais, Auddifret, Auddifred, OdufrŽ, Odufre, Auffret: Romaanse vorm van Germaanse voornaam ald-frid; 'oud-bescherming, vrede': Aldefredus.

Audekerk, van Audekerke, van, van Audekercke. Plaatsnaam Oudekerk in St. Martens-Lierde, Oudekerk in Rummen, Vlaams-Brabant.

Audemar, Audemard. Vadersnaam. Germaanse voornaam Audamar, zie Omer.

Audenhove, van, van Oudenhove. Familienaam uit de plaatsnaam Oudenhove/Audenhove, die over gans Vlaanderen en Noord-Frankrijk voorkomt.

Audenrode, van, van Audenroede. Familienaam uit de veel voorkomende plaatsnaam (vooral in Duitsland) Oude Rode: Oud gerooid terrein. Vergelijk Aldenrade

Audevart, Audevaert, Audouard: Vadersnaam. Germaanse voornaam ald-ward; 'oud-bewaarder': Alduardus.

Audeval. Franse familienaam Haudeval; op de hoogste plaats van het dal.

Audez. Vadersnaam Audet, van een Germaanse ald-naam.

Audiart. Vadersnaam. Afleiding van een Germaanse ald-naam, vergelijk Audibert.

Audiau. Vadersnaam. Picardische vorm van een Germaanse voornaam ald-wald; oud-heerser, Aldaldus.

Audier, Oddie, Odie, Ody, Oudit: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam ald-haril 'oud-leger': Aldarius, Aldiers.

Audin, Audain, Audinet, Haudin, Hodin: Vadersnaam. Romaanse vleivorm van Germaanse ald-naam, zoals Audebert, Audaert.

Audland. Noorse plaatsnaam Audland (Solbj¿rg, Oster¿y, Hordaland).

Audoor, Audoore, Audooren, Audoorn, Audooru. Bijnaam voor 'de oude', de eerste erfgenaam. Middennederlands (h)oir, ore; erfgenaam. Vergelijk Dhoore.

Audran, Audrant, Audren. Vadersnaam. Germaanse voornaam ald-hrabn; oud-raaf. Aldramnus.

Audry, Auderit, Audrit, Odry, Oddery, Odery, Oderij, Oderie, Haudry, Aldric: Vadersnaam. Germaanse voornaam ald-r”k; 'oud-machtig': Aldricus.

Auer, Au‘r: Duits Auer, Middelhoogduits OuwŸre Ôdie bij of op de Au (weiland, beemd) woontÕ. Zoals Von Aue.

Auerbach, Auerbacher. Vooral in Beieren verspreide plaatsnaam Auerbach. Auerhaan: Bijnaam naar de vogel auerhaan

Aufrecht, Aufrychter: Duitse bijnaam Aufrecht: oprecht, eerlijk.

Aufrre. Zoon van Lefrre.

Augarde. Moedersnaam. Germaanse voornaam ald-gard; oud-gaarde, Aldagarda.

AugedŽ, Auget, Augez, zie Hocedez. Augenbron, Augenbroc: Duitse bijnaam Augenbraun: (iemand met) bruine ogen. Vergelijk Bruinooghe.

Auglaire. Waalse aanpassing van Duitse Augler, €ugler, afleiding van (lieb)Šugeln: lonken, koketteren, het hof maken, vleien. Bijnaam.

Augenois. Afleiding van plaatsnaam Auguenne in Frasnes-lez-Buissenal (Henegouwen).

Auguet, Auguez, Aughuet: Waarschijnlijk vadersnaam. Afleiding van een Germaanse ald-naam waarvan het tweede element met een g begint (-god, -gond, -grim). Vergelijk Augot.

Augustinus, Augustin, Augustins, Augustijn, Augustijns, Augustyn, Augustyns, Augustijnen, Augustynen, Augusteijn, Augusteijns, Augusteyens, Austin, Astin, Austen, Aoustin, Austenne, Autenne, Hauten, Hautenne. Vadersnaam. De Latijnse heiligennaam Augustinus, verkleinvorm van Augustus. De namen op -enne zijn Waals.

Augustus, Auguste, August, Augusto, Augusti, Auguster, Agosti: Vadersnaam. Latijnse Sint Augustus 'verheven'.

Auman, Aumann. Naar de woonplaats; an der Aue; aan de beemd.

Aum™nier, Laumonnier, Laumonier: Oudfrans almosnier: bedelaar, iemand die aalmoezen krijgt. Bijnaam.

Aupaix, Opaix: Moedersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam alb-haid: Alpheidis, Alpais.

AuperlŽ, Aupperlee: Verschrijving voor de familienaam OberlŽ uit de Elzas, met verfransend accent aigu uit Duits Oberle, naast Oberlin uit Aberlin, verkleinvorm van Albrecht. De Zeeuwse variant met p is te begrijpen omdat de naam op het gehoor werd opgeschreven en het Elzas een Zuid-Duits dialect is dat de stemhebbende occlusieven stemloos uitspreekt.

Auquier, Auquiere, Auquire, Auquiert, Hauquier, Hauquiert, Hauquies, Hauquiere, Ockier, Okire, OkiŽrŽ. 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam alh-hari; heiligdom-leger. Alcharius. 2. Of schrijfvariant van Wau(c)quier. Zie bij Walker.

Aureille, Auriel, Aurel, Auriault, Auriau, Auria, Oreille, Noreillie, Noreille, Noreilde, Norullie. 1. Vadersnaam uit de Latijnse heiligennaam Aurelius. 2. Bijnaam uit het Franse oreille: oor. Dit voor iemand met bijvoorbeeld bijzondere oren.

Auret, Aurez, Hauret, Haurez: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam ald-rd; 'oud-raad': Aldradus.

Aurich. Plaatsnaam Aurich.

Auriol, Oriol, Orriols, Orjol, Oriot, Orio, Orieulx: Oudfrans oriol, van Latijn aureolus, Frans loriot: wielewaal.

Aurousseau. Waarschijnlijk uit Au Roseau; aan, met het riet. Vergelijk Durousseau.

Aury, Oriee, Ori, Orye, Ory, Orije, Orij, Oury, Uri, Ury: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam ald-r”k; 'oud-rijk'. Zie ook Oury.

(van) Ausloos, Ausseloos, (van) Aussloos, van Auseloos, Ausseloos, Aussillous, Auloos, Aessello, Aeseloos, Aesloos, Asseloos, Ansloos: Familienaam uit de plaatsnaam Ausloe in St.-Margriete-Houtem.

Aussems, Aussem, Aussen, Aussens, Ousen, Haussens, Haussen. Familienaam uit de plaatsnaam Aussem, onder andere Oberau§em en Niederau§em (Noordrijn-Westfalen).

Ausilia, Ausseil: Moedersnaam. Latijn Sint Auxilia.

Auslender, Auszlender: Duits AuslŠnder: buitenlander, vreemdeling.

Auspert. Van Oostenrijkse afkomst; Ausberger.

Aussem, Aussems, Aussen Aussens, Haussens, Haussen: Plaatsnaam Aussem, Oberaussem en Niederauflem.

Austraet. Provencaals voor Oudestraat (Departement Geetbets).

Autaers. Gere•nterpreteerde var. van Outers.

Autelet, Auttelet, Authelet, Outelet, Outtelet, Outlet, Oteletm Otlet, Ottelet, Ottele, OttelŽ, Hautelet, Hottelet, Hottlet, HootelŽ, Hootele, HontelŽ, Homtele: Vadersnaam. 1. Variant van Wautelet. 2. Er kan ook uitgegaan worden van Ot(t)elet, van Germaanse voornaam Otto, of zelfs van Osto (zie Ost, Ostelet). Otelet is dan te verklaren uit Ostelet (vergelijk Frans h™te uit hoste).

Auterboer, van, van Autenboer, Hatenboer: Plaatsnaam in de buurt van de Auterberg in Messelbroek (Vlaams-Brabant). Het tweede element -boer is waarschijnlijk bžr, Middennederlands buur: woning.

Auteri. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam ald-rik. Altrichus.

Autier, Authier, Hauthier, Hautier, Outtier, Outier: 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam ald-hari; 'oud-leger': Altharius, Alterius. 2. Variant van Wautier.

Autrique, Autric, Outricque, Outteryck, Houtrique, Hoeterickx, Hoetrickx: 1. Plaatsnaam. 2. Vadernaam. Germaanse voornaam ald-r”k; vergelijk Audry, Auteri.

Autru, Hautru: Moedersnaam. Variant zonder w (vergelijk Autier, Autelet) van Wautru, Waudru, Romaanse vorm van Germanse voornaam wald-tržd 'heerser-macht': Waltrudis.

Auvergne. Plaatsnaam, streek in Frankrijk.

Auwens: Vadersnaam van de Friese voornaam Aue, Auwe, Auwen, misschien van de Germaanse voornaam Avo.

Auwermeulen, van (der). Familienaam uit de verspreide plaatsnaam Oude Molen.

AvŽ, Avi: Zoals Avet voor Havet. Oudfrans Havet ÔhaakjeÕ. Beroepsbijnaam.

Avenarius: Beroepsnaam. Latijnse Avenarius ÔhaverkoopmanÕ, afleiding van Avena ÔhaverÕ. Vergelijk Oudfrans Avenier in 1281.

Avermaete, van: Dit is een h-loze spelling van Van Haverma(e)te. Plaatsnaam Havermaat Ôhavermaailand, haverlandÕ, bijvoorbeeld in Zele (Oost-Vlaanderen).

Auversack. Beroepsnaam Haverzak voor de haverkoopman.

Auvertin. Waarschijnlijk variant van Haubourdin, zoals Auverdin. Of plaatsnaam Saint-Avertin (Indre-et-Loire)?

Auweghem, van Auwegem, van, van Hauweghem, Hauwegem, van Aughem, Hauweghem, Augem: Plaatsnaam Ouwegem (Oost-Vlaanderen) of Oudegem (Oost-Vlaanderen) (zie Van Oudeghem).

Auwenis, van, van Hauwenis, van Houwenis: Plaatsnaam Avesnes (Nord, Pas-de-Calais, Somme..)? Of (niet ge•dentificeerde) plaatsnaam Ouwe Nes(se): oude landtong?

Auwerijckx, Auwerijkx, Auweryckx, Ouwerx, Owerckx, Auwerx, Auwers, Hoerweckx, Hoewerkx: Oost-Friese plaatsnaam Aurich.

Auwermeulen, van. Plaatsnaam Oude Molen, erg verspreid.

Auzat, Auzas. Plaatsnaam Auzat (Arige, Puy-de-D™me).

Aveniere, Advenier: Beroepsnaam, Oudfrans avenier: haverkoopman.

Averberghe, van. Re•nterpretatie van Van Haverbeke.

Averbode, van. Plaatsnaam Averbode, Vlaams-Brabant.

Averbuh, Awerbuch, Averbouch: Noord-Duits aver: over. Naar de woonplaats over, voorbij de beuk.

Avesaat, Avesaath, van, Avezaat. Plaatsnaam (Kapel-) Avezaath in Tiel, Gelderland. (Kerk-)Avezaath in Buren (Gelderland): 850 Avasati. De zate of woning van Avo.

Avijle, van den, van den Avyle: Waartischijnlijk dialect uitspraak van Van den Aweele.

Avink: Nederlands ook Afink. Afleiding van Germaanse korte naam Avo.

Avoird, van den: Variant van Van der Avoort. Plaatsnaam Avoord Ôvoorde, doorwaadbare plaats aan een waterloopje, een AaÕ.

Avondstondt, Avonstondt, Avondtstondt: Bijnaam voor iemand die van de avond houdt of 's avonds op een of andere manier actief wordt. Vergelijk Avonts.

Avond, van den, van den Avont, van Avondt, Avonde, Avonts, Avons, Avondts: 1. Bijnaam naar het tijdstip. Vergelijk Middag, Middernacht, Duits Abend, Feierabend. 2. Een enkele keer is Avon(d)ts moedersnaam, re•nterpretatie van Avens, afleiding van Germaanse voornaam Ava.

Avontroodt. Waarschijnlijk vertaling van de Duitse familienaam Abendroth, die meestal teruggaat op de plaatsnaam Appenrod(e). Zie Aptroot.

Avontuur, Avonture, Aventure, Avanture: Vlaamse familienaam Avonture, Middennederlands Aventure betekende Ôhet gebeurde, voorval; lot, geluk, kansÕ. Uit Frans aventure, van Latijnse Adventura Òwat komen moetÕ. Maar misschien is de naam veeleer te begrijpen als Middennederlands avontuurre, nomen agentis bij het werkwoord Aventuren Ôwagen, ondernemen, op avontuur uitgaanÕ. Vergelijk Duits Abenteurer, Frans Laventurier. Naam voor rondtrekkende kooplui. Zie ook Frans Laventure, Laventurier.

Avoort, van der,, van der Avoirt, van der Avoird, van der Avoort, van der Avort, van der Avroet, van der Avrot, van der Avraux, van der Aevroet, van der Averoet, van der Averot, van der Averoot, van der Averot, van der Averoven, van Deravoirt, Verhaevert, Verhavert, Haverrot: Plaatsnaam Ter Avoord: voorde, doorwaadbare plaats aan een waterloopje, een Aa, bijvoorbeeld in Dworp, Neerheilissem, Retie.

Avot: Spelling voor Havot. Middennederlands Havot ÔkorenmaatÕ. Beroepsbijnaam van de korenmeter.

Avot, van: Vermoedelijk door reductie van Van den Avoird, vergelijk Vlaamse variant Van der Averot.

Avraam, Avram, Avramides, Avramidis, Avramovici, Avramovic: Vadersnaam. Bijbelse voornaam Abraham.

Avrouin. Vadersnaam. Germaanse voornaam ebur-win; 'ever-vriend': Everuinus.

Avyn, Avijn. 1. Vaders-, moedersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Avo/Ava. 2. Variant van Ovijn lijkt niet uitgesloten, door voortonige klinkerversterking.

Awater. 1. Dialect uitspraak van Ouwater; zie Oudewater. 2. Dialect uitspraak van Awouter.

Awauters, Awouters. 1. Vadersnaam, Brabantse dialectische uitspraak voor oude Wouter, dit ter onderscheiding van een jongere Wouter. 2. Mogelijk uit de plaatsnaam Oudewater. 3. Of uit het Middelnederlandse aweiter: wachter.

Axel, (van) Aksel, Aczel, Hackselmans, Haxelmans. 1. Vadersnaam, Zweedse vorm van den Bijbelse heiligennaam Absolom. 2. Plaatsnaam Axel (Zeeuw-Vlaanderen) of Axel (Zeeland.

Axler, Axer. Duitse beroepsnaam Achs(l)er; voerman, wagenmaker.

Axters, den Exter, Exters, Exter, Dexters, Hekster: Middennederlands en Waals-Vlaams axter: ekster. Bijnaam voor een babbelaar, praatvaar, die praat als een ekster.

Axwijk. Plaatsnaam. Noord-Holland.

Aydin, Apaydin, Gunaydin, Ay, Aydinli, Akaydin. Familienaam uit Turkije.

Azijn, Azyn. Beroepsbijnaam van de azijnstoker of –handelaar, vergelijk Duits Essig.

Azirar, Azurar. 1. Arabische vadersnaam uit Aziz: krachtig en ook geliefd. 2. Spaanse naam uit azurar: blauw maken. Beroepsnaam voor de blauwschilder (tegelschilder - buitenschilder).

 

B.

Baafse: Vadersnaam. Zoon van Bavo, Germaanse voornaam. In Aardenburg staat de Sint-Baafskerk.

Baak, (de), (de) Baek, Baecke: Vlaams (de) Baeke. Middennederlands baec, bake Ôvarkensvlees, spek, geslacht varken, levend varkenÕ. Beroepsbijnaam van een varkensboer, varkensfokker of –slachter, slager. Vergelijk Engels bacon.

Baak, van: Plaatsnaam Baak in Steenderen (Gelderland).

Baal, van, van Bael, van Baele, van Bol, Verbal, Verbaal: 1. Plaatsnaam Baal in Bemmel (Gelderland) of in Tremelo (Vlaams-Brabant). 2. Plaatsnaam Baarlo (Nederlands-Limburg of Baarle (Noord-Brabant, Belgisch-Limburg, Provincie Antwerpen) Baal uitgesproken, Barlo in Aalten (Gelderland), Bale uitgesproken. Er is ook een verdronken Baerle bij Aardenburg (Zeeuws-Vlaanderen). Zie ook van Baarle.

Baale, (de) Baele: Middennederlands Bael ÔvoogdÕ, van Oudfrans bail, bal, Midden Latijn Bailus Ôvoogd, beheerder, gouverneur, gezantÕ.

Baan, van der, Baane, de Baene: Middennederlands Bane Ôspeelbaan, kaatsbaan; betreden en gangbare wegÕ. Bijnaam voor een kaatser of speler; of beroepsbijnaam voor een straatmaker.

Baan, van der, Verbaan, van der Ban, van der Band: 1. Plaatsnaam Baan Ôgangbare weg, effen weg; kaatsbaanÕ. De Zierikzeese familienaam van der Baan stamt van Ôde nog te Zierikzee bestaande lijnbaan, waar Rutsaert Hendriksz en zijn zoon het touwslagersbedrijf uitoefendenÕ. 2. Of Van der Baan is een vondelingnaam: gevonden op de Baangracht in de 18de eeuw.

Baankreis: Plaatsnaam in Gorssel (Gelderland): 1491 Baeinckreyse.

Baanstra: Friese –stra afleiding van Van der Baan.

Baar, van, (van) Baer: Plaatsnaam Baar: slagboom, afsluiting. Vergelijk Verbaere.

Baar, de; de Baer, de Baere: Vlaamse (de) Baere. Bijnaam. Middennederlands Baer Ônaakt, blootÕ.

Baard, Baart, Bartz, Baartz, Barts, Bartz, Baert, Baerts, Bart, Barth, Bard.: Vlaamse Baert. 1. Meestal bijnaam voor iemand met een baard. 'cum barba, mit dem Barte'. 2. Verkorting van een bertht-, bard-naam, zoals bijvoorbeeld Isebaert, Notebaert. 3. Mogelijk ook uit een huis(herberg)naam Ôad BarbamÕ.

Baarde, van, Beerda, Baard, Bearda. Plaatsnaam als Baard, Friesland.

Baardemaeker, de, de Baerdemaecker, de Baerdemaker, de Baerdemacker, de Baerdemaker, de Baerdenmacker, de Bardemacker, de Baeremaker, de Baeremeker, de Baeremaecker, Baermaker, Barremaeker, Barremaecker, Barremaeckers, Barremacker, de Borremaecker. Beroepsnaam voor iemand die zich met baarden en later ook met andere dingen bezighield: scheerder, heelmeester.

Baardman, Baartmans, Baerdeman, Bartman, Bartmann: Bijnaam voor iemand die een baard draagt of beroepsnaam van de baardmaker, barbier.

Baardwijk, Baardewijk (van): Plaatsnaam Baardwijk in Waalwijk (Noord-Brabant).

Baarle, van, Barel, Baerle, van Barel, van Baerlem: Plaatsnaam Baarle in Drongen (Oost-Vlaanderen), Tessenderlo (Belgisch Limburg), bij Aardenburg (Zeeuws-Vlaanderen), Baarle-Hertog (Provincie Antwerpen) Baarle-Nassau (Noord-Brabant) of Baarle (Noord-Brabant, Gelderland, Overijssel). 2. Of uit de plaatsnaam Baerle in Zegelgem en Tielt (West-Vlaanderen).

Baars, (den); Baers, Bars, Le Bars: Bijnaam naar de visnaam of vanwege de huisnaam.

Baarschers: Beroepsnaam. Afleiding van Middennederlands Baertscheerre Ôbaardscheerder, barbierÕ.

Baarsdorp, van: Plaatsnaam Baarsdorp (Borsele, Zeeland).

Baarslag: Duitse familienaam Bartenschlag Ôslag met de slagersbijlÕ. Bijnaam van de slager.

Baarspul: De naam komt vooral in Holland en Utrecht voor. Wellicht Deense familienaam Barsbol(l), naar de plaatsnaam Barsb¿l (Nordjylland). In Zeeland kwam hij in 1947 slechts ŽŽn keer voor.

Baas, Baes: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Baso. 2. Vadersnaam. Uit Baefs, afleiding van Bave, de Germaanse voornaam Bavo. West-Vlaamse Sente-Baas is namelijk Sint-Baafs. (de H. Bavo is de patroonheilige van Aardenburg). 3. Bijnaam de Baas, voor de huisvader.

Baast, van. Plaatsnaam Baast bij Oirschot (Noord-Brabant) en in Oostelbeers (Noord-Brabant).

Baat, de; de Bat, de Bath: Bijnaam voor iemand die ÔbaatÕ of voordeel heeft?

Baatout. Tunesische familienaam.

Baats, Baatsen, Baetsen, Baaths, Baatz, Baets, Badts, Bats: Vadersnaam. Afleiding op -so van Germaanse badu-naam; 'strijd'. Vergelijk vrouwelijk Baza.

Baaij: Bijnaam, Middennederlands bay, Oudfrans Bai Ôroodbruin, roodbruin paardÕ.

Baaijen, Baaijens, Baeyens, Baijens, Bajens, Bayings, Bais: Vadersnaam. Hypercorrecte spelling voor Boyen(s), van Middennederlands Boidin, naast Boudin vleivorm van de Germaanse voornaam Boudewijn. Zie Boidin.

Babay, Babey: Vadersnaam/moedersnaam Verkleinvorm van Germaans bakernaam Babbe, of van Barbara (Reaney) of Isabelle.

Babbaert, Babbaerts, Baba, Babar. Afleiding van werkwoord babben: kwijlen. Bijnaam voor een kwijler.

Babin, Babijn: Vadersnaam. Vleivorm van de Germaanse voornaam Babo, bijvoorbeeld gelatiniseerd Babinus.

Bach: Duitse familienaam bach ÔbeekÕ. Vergelijk van der Beek.

Bache. 1. Familienaam uit de Bauche (op een paar plaatsen in Frankrijk). 2. Beroepsnaam uit het Romaanse 'bache', een variant van het Germaanse bakker.

Babel. Vadersnaam van de Germaanse voornaam Bavo; vergelijk Babila (Moedersnaam) en Bavilo (Vadersnaam) 2. Of Bijbelse toespeling op Babel?

Bachelier, Bachely, Bachiller, Backler, Baclre, Baclere, Basselierse, Basselier, Baselier, (de) Baetselier, Batselier, de Baetzellier, de Baetzelier, de Batzelier, Bassleer, Baseleer, Basler, Basselaire, Baetseleer, Batsleer, (de) Baetseleer, Batseleer, (de) Baetselair, Batselare, de Botselier, de Boitselier, Besselaar, Besselaere, Besseleer, Besseleers, Besselers, Bastelier, Basteleer, Basteleur, Basteleurs. Familienaam uit het Oudfranse bachel(i)er: jong edelman in dienst van een andere ridder.

Baben, B‰be, Babbe, Babe, Baeb, Baep: 1. Vadersnaam. Germaanse bakernaam Babo. 2. Moedersnaam. Waals B‰be, Frans Barbe, voornaam Barbara. 3. Of Waals b‰be, Frans barbe: baard. Bijnaam.

Babet, Babette, Babey, Babez: 1. Vaders-, moedersnaam, van Germaanse bakernaam Babbe (zie Baben), of eventueel Barbara of Isabelle. 2. Zie Barbet.

Babijn, Babinot, Babinez: Vadersnaam. Vleivormen van Germaanse voornaam Babo (vergelijk Baben). Babinus.

Babilas, Babylas: Bretons vadersnaam. Naam van een patriarch-martelaar van Antiochi‘.

Babilone, Babylone, Babylon, Babiloni: Vadersnaam. Frans vleivormen op -ilon van de Germaanse voornaam Bavo: Babo, Babila, Bavilo. Vergelijk Babilot, Babelon, Babelet, Babelin, Bablon.

Baboeuf, Bobeuf: Plaatsnam Baboeuf (Oise).

Babulot. Variant van Babilot, van -il™t van Germaanse voornaam Babo, Bavo; zie Babilon(e).

Babut, Babusiaux: Oudfrans babuse: geleuter, kletspraat, scherts. Bijnaam.

Bac. Duitse familienaam Bach; beek, vergelijk Beke.

Backer, Backere, (de), Bak, BŠcker, Backers, (de) Bakker, Bakkere, (de) Backker, de Bachere, de Baccker, de Backre, (de) Baecker, Baeker, de Baeckere, de Baekere, (de) Baker, Bakkers, den Bakker, Bakkeren, Bakkert, Bakkerus, Backerus, de Bacquer, Bacqure, de Bakre, (de/den) Bekker, (de) Becker, Beckers, Beckker, Becher, Bechers, (de) Beckker, de Beker, Bekkers, Beekkers, Beekers, Beekher, Beckert, Bekkeren, Bekkering, Bekkeringh, Beckeringh, Beckering, de Bacque, Deback, Debacq, Debaqcue,..1. Beroepsnaam voor een bakker. 2. Heel soms kan de familienaam afgeleid zijn van een ander beroep: backer = veerman. –eback / Debacq(ue) is de Waalse aanpassing van De Back(e)re, met reductie kr/k.

Backman, Bacman. 1. Beroepsnaam. Afleiding van Backer. 2. Franse aanpassing van Duitse Bachmann.

Bachellerie, Bachelrie. Plaatsnaam Les Bachelleries in Villerot en Sirault, Henegouwen.

Bachelet, Bachelez, Bachelay, BachellŽ, Basselet, Baselet, Basselez, BasselŽ, Bassele, Bassle, BasslŽ, BaslŽ, Basley, Basle, BatselŽ, BatslŽ, Batsle, BaetselŽ, BaetslŽ, Baetsele, Baetsle, Backlet, Bacle, BackelŽ, van BacklŽ: Theoretisch van Bachelet, Oudpicardisch Baquelet van Frans Bachelier. Maar aangezien vormen van ontbreken, gaat het ongetwijfeld om variant van Bachelier, door suffixsubstitutie. Ba(t)slŽ en Ba(t)sleer (en varianten) kwamen trouwens door en voor elkaar voor. Een schijnbaar oude vorm 1417 Willem de Bacheleet, St.-Winoks is wel een verkeerde lezing voor Bacheleer. Trouwens, 16dee eeuwse immigranten uit Noord Frankrijk, die ongetwijfeld dezelfde naam droegen, werden nu eens als BacclŽ, dan weer als Bacleer opgetekend.

Bachelier, Bachely, Bachiller, Backler, Baclre, Baclere, Basseliere, Basselier, Basilier, (de) Baetselier, Batselier, de Baetzellier, Baetzelier, de Batzelier, Bassleer, Baseleer, Basler, Basselaire, Baetseleer, Batsleer, (de) Baetseleer, Batseleer, (de) Baetseleir, Batselaere, de Botselier, de Boitselier, Besselaar, Besselare, Besseleer, Besseleers, Besselers, Bastelier, Basteleer, Basteleurs, Basteleur; Oudfrans bachel(i)er, Bachelor, Oudpicardisch bakel(i)er, Middennederlands bacheleer, baetseleer, basseler, Basselaer: jong edelman, in dienst van een andere ridder; ook baccalaureus, Frans bachelier, dat eveneens teruggaat tot Latijn baccalarius. Zie ook Bachelet.

Bacherius, BachŽrius: Latinisering van beroepsnaam De Backer.

Bachet, Bachez, Bacher. Van Oudfrans bac; bootje. Vergelijk Baquet, Bachot.

Bachman, Bachmann, Backman, Bakman, Bachmeyer, Bachmajer. Duitse afleiding van Bach; beek.

Bacho, Bachot, Baco, Bacot. Afleiding van Oudfrans bac; veerboot.

Bachrach. Plaatsnaam Bacharach, Reinland-Pfalts.

Bachus, Bacchus, Backhuisen, Backhuis, Bakhuizen, Backhaus, Bacaus, Bakkaus, Bakaus, Backhouse, Backus, Bakkus, Baccus, Bacus, Baccu, Bacu, Backes, Beckhaus, Becaus, Beckooz, Beckoz: Middennederlands, Noord-Duits, Duits en Engelse vormen voor bakhuis: bakkerij. De vorm Beckooz geeft de verfranste uitspraak weer van Beckhaus.

Backaert, Backaers, Bakkaert, Bakkart, Baccaert, Baccart, Bacquaert, Bacquart, Bacart, Baca, Baccar, Bacca, Baeckaert: 1. Afleiding van werkwoord backen: bakken. Variant voor De Backer. 2. Variant van Middennederlands baggaert: bedelaar, (ook) beggaard, lid van een geestelijke broederschap. 3. Vadersnaam. Germaanse voornaam Baghard. 4. Soms = Beckaert.

Backe. Variant van Back, Bak of van Baeke.

Backeberg. Plaatsnaam.

Backelion, Bakelion, Backeljan: Wellicht variant van Backeljau, een familienaam die eveneens in Henegouwen voorkomt. Vergelijk Mispelon, van Mesplau. Maar niet uit te sluiten is een variant van Boucquillon, met voortonige klinkerversterking (vergelijk Marcel, Waals-Vlaams arloozje = horloge); zie Bosquillon.

Backhoven, Backhovens, Bakkovens, Bakhovens: 1. Bakoven. Beroepsnaam van de bakker. Vergelijk Duits Backofen. 2. Plaatsnaam in Ophoven (Limburg).

Backschies. Brech. verklaart Bockscheiss als grove scheldnaam: bokkenscheet. Of veeler Bockschiess: bokkenschieter. Vergelijk Schietekat.

Backus, Backes, Buchus, Backhuis, Bakkus. Limburgse variant van Bakhuis.

Baclain, Baclaine, Baclne, Bacquelaine: Plaatsnaam: waternaam, afleiding van Germaans baki: beek. Plaatsnaam in Leuven (Vlaams-Brabant), Bornai, Longueville, Mont-Saint-AndrŽ, Neerheilissem, Opprebais, Adorp, Bierk, Waver (Waals-Brabant), Geer, Hollogne, Warnant-Dreye (Luik).

Baclin. Plaatsnaam Baclin in Mont-le-Ban.

Bacraux, Bacroix, Bacros: Waarschijnlijk Waalse afleidingen van Bacrot.

Bad, (de): Vermoedelijk variant voor De Baat.

Bade, Baade: 1. Zie (van) Baden. 2. Vadersnaam, Luxemburg, Waalse vorm voor Baude. 3. Vadersnaam, Noord-Duitse vorm voor Bode, Germaanse voornaam Bodo (vergelijk Badke).

Baden, van, van Baeden, Bade, Baade: Variant zonder van- aanloop naast Van Baden. Plaatsnaam Baden (Nedersaksen, Baden-WŸrttemberg ) of streeknaam Baden (Baden-WŸrttemberg).

Badenbroek. Variant van Duitse familienaam Buddenbrock, Buddenbrook. Vergelijk Nederduits Badendiek- Westfaals Buddendiek.

Badenhorst. Plaatsnaam in Elsdorf.

Bader, Baader, Badr: Beroepsnaam van de badmeester, houder van een badstoof.

Badert. Waarschijnlijk van Bader.

Badger. Engelse beroepsnaam; maker van bags, vervaardiger van tassen, zakken.

Badin, Baddin, Bading. Vadersnaam. Vleivorm van een Germaanse baltha- of badu-naam.

Badiou, Baadjou, Badjou. Zuid-Franse familienaam Badiou, Picardisch Badieu van Latijn badivus, Occidentaals badiu: dwaas, gek, zot, onnozele hals.

Badir. Badji, Badjir. Indien inheems, dan waarschijnlijk van Baudier.

Badke, Badtke, Bathke: Vadersnaam. Noord-Duits Badeke, van de voornaam Bade, een Noord-Duitse variant van Bode (vergelijk Badendiek = Bodendiek).

Badoul, Badoux, Badou, Padoux, Padoue, Padou: 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam badw™-wulfa; 'strijd-wolf: Batulfus. Zie ook Patout. 2. Waalse variant van Baudoul, Baudoux.

Badrihaye, Beaudrihaye, Baudrihaye. Plaatsnaam Badrihaye in Soumagne, Luxemburg.

Badura, Baduraux, Badoureaux: Vadersnaam. Variant van Franse familienaam Baudereau, van Germaanse voornaam Balder; zie Baudier.

Baek, Baeke, (de) Baak, Baake, (de) Baeck, Baecke, Bake, Baken, Baecken, Baeken, Baeck, Baeckx, Baeckman, Baekman. Familienaam uit het Middelnederlandse baec, bake: geslacht of levend varken. Beroepsbijnaam voor de varkensboer, slager of fokker. Vergelijk Waals-Vlaams bake(nier), (zwijne)bake(nier): spekslager.

Baedewyns, Baedewijns. Vadersnaam. Germaanse voornaam badw™-wini; 'strijd-vriend':

Baekes. Variant van Baekx of Baekens.

Baekhoven: Plaatsnaam Baakhoven in Susteren (Nederlands-Limburg).

Baelde, Baelden, Balde, Bald, BaldŽ: Vadersnaam. Germaanse korte voornaam Baldo; 'stoutmoedig'. Zie Boudewijn(s), Baldewijn(s).

Baele (de), Baelen, Baelens, Balen, Balens, Bael, Baels, Balus. Familienaam uit het Middelnederlandse bael: voogd, het Oudfranse bail, bal: voogd, beheerder, gezant. Een soort beroepsnaam.

Baelemans, Balemans, Baelmans: 1. Afleiding van Baele(n). 2. Afleiding van plaatsnaam Balen (Antwerpen, Luik) of Baal. Uit Baerlemans, afleiding van Van Baerle.

Baelenberge, Baelenberghe, van, van Ballenberghe, van Balleberghe,van Balberghe, Vambalberghe, van Bolberghe, Baalbergen: Plaatsnaam Baalberg(e) in Aarsele, Oekene en St.-Winoks. Zie ook Bollenbergh(e).

Baelinghem, van, van Ballinghem, van Balinghem, van Baclinghem: Plaatsnaam Balinghem (Pas-de-Calais).

Baelus. Latinisering van een Ba(e)l naam?

Baemdonck, van, Baemdock: laatsnaam Baandonk in Lummen (Limburg), Bandonk in Duffel.

Baems. 1. Variant van Baens? 2. Afleiding van Bam. Zie Bamps.

Baen, van den. Ongetwijfeld hypercorrecte spelling voor Van den Bon.

Baene, Baenne, Baenen, Baenens, Banen, Baens, Baan. 1. Moedersnaam, wellicht uit de Germaanse voornaam Bane. 2. Zie Baene De.

Baene (de), (de) Baan, Debanne. Naam uit het Middelnederlandse bane: speelbaan, kaatsbaan, straat. Bijnaam voor een kaatser, een speler. Of beroepsbijnaam van de straatmaker. 

Baens, Baan. 1. Vadersnaam, korte vorm van Urbanus. 2. Zie Baene. 3. Zie Baents. 

(de) Baenst, Debaenst, De Baemst. Familienaam uit het Middelnederlandse baenst/banst: ronde korf uit stro of biezen. Beroepsnaam voor een manden- of bijenkorfmaker.

Baents, Baens: Uit Bamp(t)s. Limburgs baanjt; 'beemd'.

Baer, Baere, de, de Barre, (de) Baar, Baer: 1. Bijnaam. Middennederlands baer: naakt, bloot. Kan een bijnaam zijn voor wie sjofel gekleed liep. 2. Zie Debar. 3. Kan een latere vernederlandsing zijn van Dubar, Dubaere.

Baerdemaeker, de: Beroepsnaam van de baardmaker, dat is baardscheerder, aderlater, heelmeester.

Baets, de, de Baedts, Badts, (de) Bats, Baths, Baats, Batz, BŠtz, Barts: evenals Oudhoogduits beccho, van bakjan-ÔbakkerÕ, met Romaanse (bache) klankevolutie.

Baer, de, Baere, de, de Barre, (de) Baar, Baer. 1. Bijnaam uit het Middelnederlandse baer: bloot, naakt. Iemand die armoedig gekleed was? 2. Zie ook bij Debar. 

Baere, van den, Verbaere, Verbaert, Verbart: Plaatsnaam Ba(e)re: slagboom, afsluiting. Er was een heerlijkheid Ter Bare = La Barre in Aalbeke (West-Vlaanderen) en Mkr. (Henegouwen).

Baermans, Barremans, Baremans, Barman, Barmans. 1. Mogelijk variant van Van den Baere: familienaam uit de plaatsnaam Ba(e)re: slagboom, afsluiting. In Aalbeke en in Moeskroen was er een heerlijkheid Ter Bare. 2. Mogelijk een variant van Baerdeman: bijnaam voor iemand met een baard.

Baart, Baert, Baartman, Bart, Baard, Baartse. Vadersnaam, genoemd naar een opvallende baard.

Baerten. Vadersnaam. Vleivorm van een berht-naam, zoals Huygebaert, Isebaert.

Baertsoen, Bartsoen. Vadersnaam. Zoon van Baert, zie Baart 2.

Baes, Bass. Vadersnaam. Germaanse voornaam Baso. Vergelijk Basin. 2. Vadersnaam. Kan ook van Baefs, afleiding van Bave, de Germaanse voornaam Bavo. Vergelijk Waals-Vlaams Sente Baas = Sint-Baafs. 3. Zie De Baes.

Baes (de(n), Baas, Baass. 1. Bijnaam voor de baas, de huisvader. 2. Mogelijk ook vadersnaam uit de vadersnaam Baes.

Baesberg. Plaatsnaam in St.-Martens-Lennik en St.-Pieters-Leeuw (Vlaams-Brabant).

Baesel, Baeselen. Vadersnaam, van Germaanse voornaam Baso. Vergelijk Basin.

Baeskens, Baskens: 1. Vadersnaam van Germaanse voornaam Baso. Zie Basin. Vergelijk Basequin. 2. Afleiding van De Baes. 3. Vadersnaam van Sint Bastianus.

Baesmans. 1. Afleiding van Baes. 2. Uit Baestmans, afleiding van de plaatsnaam Baast, Noord-Brabant.

Baestroey, de Pesseroey, Pesseroy, Pesseroeij: Waarschijnlijk van de plaatsnaam Baasrode (Oost-Vlaanderen).

Baetemans, Baetmans, Baetman, Bateman, Bacteman. 1. Afleiding van Baete = Beatrix. 2. Volgens Gysseling 'bootsman'.

Baete, BaetŽ, Baeten, Baetens, Baetes, Bathe, Bate, Baaten, Baten, Bates, Batens. Vadersnaam, verkorte vorm van de Latijnse heiligennaam Beatrix.

Baet, (de), Baets, (de) Bats, de Batz, de Baedts, de Badts, de Baedt, de Baerts, Baats, Baaths, Baatz. Het Oudfranse 'bache' betekent zowel bak, trog, krib als onderbroek, vrouwenbroek. De familienaam is dus wellicht een beroepsnaam van iemand die te maken had met ŽŽn van die voorwerpen. Zoals bijvoorbeeld Troch een oude bakkersnaam is. 

Baeten, van, der, Verbaet, Verbaeten: Plaatsnaam Ter Bate in Spiere (West-Vlaanderen), De B‰te in Woumen (West-Vlaanderen).

Baets, de, (de) Bats, de Batz, de Baedts, de Badts, de Baedt, de Baerts, Baats, Baaths, Baatz: Mogelijk evenals Oudhoogduits beccho, van bakjan;'bakker', met Romaans (b‰che) evolutie; vergelijk Matsaert. Beroepsnaam.

Baey, Baeye, Baaij, Baeys, Bai, Baie, Baij, Bay, Bays, Baeijs, Baeyst, Baeys, Bays. 1. Uit het Oudfranse ba(a)i: roodbruin, roosbruin paard. Bijnaam of naar de bezitter ervan. 2. Zie Baye.

Baeyers, Bayers, Bayer, Bayertz, Baijer, Baier: Beroepsnaam van een verver, die baai, roodbruin verfde.

Bagage. Waarschijnlijk hypercorrecte re•nterpretatie van Bagasse.

Bagard. Vadersnaam. Germaanse voornaam Bagnard? 2. Plaatsnaam Bagard. 3. Zie Baggaert.

Bagare. 1. Occidentaals bagarro: lawaai, tumult, herrie. Bijnaam voor een lawaaimaker, herrieschopper. 2. De naam Bagarre werd in 1893 door Parijse studenten gegeven aan een vondeling tijdens de rellen (Frans bagarre) in het Quartier latin. 3. Variant van Bagard?

Bage, Baeghe, Baegen, Baee, BaŽe, Ba‘e, Bague, Beaghe, BŽaghe, Beague, BŽague, BŽacq, Beacq, Behaeghe, Behague, BŽhaguŽ, Behaeghels, Behaegels, Behaegel, BŽhaegel, Be Haegel, Beheghel, Behaegle, Behagle. Familienaam uit het Middelnederlandse bagel: pronkerig, ijdel. Bijnaam. Vergelijk Baggelaar, van Middennederlands bagen; roemen, bijvoeglijk naamwoord bagel; pronkerig. De vorm behage(l) is hyper-correct en tegelijk een volksetymologische associatie met 'behagen, behaagziekÕ.

Baggaert, Baggert, Begard, Bega, BŽgard, Bagard: Middennederlands beg(g)aert, baggaert: lekebroeder, lid van een vrije godsdienstige gemeenschap. Vaak pejoratief: Frans begart: ketter, schijnheilige, gek.

Baggelaar. Van Middennederlands werkwoord bagen, behagelaert Ôroemen, overmoedige, trotse, ingebeelde gekÕ; Bijvoeglijk naamwoord, bagel ÔpronkerigÕ.

Bagge, Baggen. Vadersnaam. Germaanse voornaam Bago. Of bakervorm van een Germaanse voornaam zoals Badager, Batgisus.

Baggerman, Baggermans: Beroepsnaam van de baggeraar, iemand die baggert.

Bagon, Bago, Bagot. Vadersnaam. Vleivormen van de Germaanse voornaam Bago. Vergelijk Baguet.

Bagsmeijer: Aanpassing van de Duitse familienaam Bachmeier Ômeier op een hof bij een beekÕ.

Baguette, Baguet, BaguŽ, Baget: Vadersnaam. (Moedersnaam). Vleivorm van Germaanse voornaam Bago.

Bah, Ba, B‰. Naam van Arabische/Afrikaanse origine die nu over een groot deel van de wereld voorkomt, met als betekenis: schitterend, glorie, eer, betrouwbaar, en afhankelijk van plaats van afkomst (ergens op het Afrikaanse continent) nog veel andere betekenissen die in dezelfde sfeer zitten.

Bahnerth: Variant van de Duitse familienaam Bahnnardt, Banhart, bewoner van een ÔbanbosÕ, dat is Ôeen heerlijk bos, aan het algemeen gebruik onttrokken bosÕ.

Bahr: Duitse familienaam. Middennoordduits Bare ÔbeerÕ. Bijnaam, vergelijk de Beer.

Baibai, Baibay: Waals bŽbŽ: speelgoed, reduplicatie van , beau: mooi.

Bail, Baille, Le Bail: Beroepsnaam. 1. Oudfrans bail: gouverneur, voogd. 2. Oudfrans bail(e): dienaar, dienstknecht. 3. Oudfrans baille, synoniem met bailli: baljuw.

Bailey, Bailley, Bayezt, Baillet, Bailet, BaillŽ, Baillez, Bailey, Baljet, BaljŽ, Ballet, Ballez, Ballez, Ballezt, Balley, Bailliez, Bayjet, Baylet, B•olet, Bayet, BayŽ, Bayez, Bayezt, Bayette, Baiets, De Baillet. Familienaam uit het Oudfranse bai: hoogblond, roodharig. Bai, baille en baillet zijn ook namen voor een roodbruin paard. Bijnaam voor iemand met die haarkleur en naar het bezitten van een gelijk kleurig paard. Franstalige tegenhanger van het Vlaamse "De Roeye".

Bailien, Ballien, Baillen, Ballien: Middennederlands baillie, baille, baelge: slagboom, palissade, verschansing, rechtbank, balie.

Bailant, Bailand. Tegenwoordig deelwoord van Oudfrans baillier; besturen. Vergelijk Bail, Bailli.

Baillet, BaillŽ, Baillez, Bailley, Bailey, Bailet, Bailey, Baljet, BaljŽ, Ballet, Ballez, Balley, Bailliez, Bayjet, Baylet, Ba•olet, Bayet, BayŽ, Bayez, Bayezt, Bayette, Baiets, de Baillet: Oudfrans bai, baille, baillet: roodbruin, hoogblond, roskleurig; naam van een roodbruin paard (vergelijk Baey, Beyaert, Moreel). Bijnaam naar de haarkleur of naar het paard.

Bailli, Baillie, Bailly, Baily, Ba•li, Baillij, Bailij, Baillie, Baylly, Bailya, Balyu, Lebailly, Leba•li, Debaiallie, Debaille, Bally, Baly, Balli, Bailliu, Baillius, Baillu, Balliu, Ballu, Balieu, Balieus, Ballieu, Ballieuz, Balieu, Ballieul, Ballieuw, Debaillieu, Debailliu, Lebaillieu, Lebailliu, Baillieu, Baillieux, Bailieux, Baillieul, Bailleul, Bailloeuil, Bailloeul, Bayeul, Bailleur, Bailleu, Bailleux, Balleux, Baleux, Baleu, Leballue, Lebalue, Lebalus, Leballeur, Bajeux, Baillaud, Balliau, Balliaw. Van het Franse bailli, het Middelnederlandse baliu of het Nederlandse baljuw: gerechtelijk ambtenaar die in een bepaald rechtsgebied de leenheer vertegenwoordigde (een beroepsnaam dus). Vergelijk Aman.

Baillien, Bailien, Baillen, Ballien. Het Middelnederlands beillie, baelge betekent zoveel als slagboom, palissade, verschansing, maar ook rechtbank.

Vermoedelijk een beroepsnaam.

Baillire, Ballire, Ballire, Bellire, Belliere: Wellicht Oudfrans baillier: baljuw.

Baillievier. Afleiding van Oudfrans baillif, midden Latijn Balivus; baljuw. Beroepsnaam. Vergelijk Bailli.

Baillivet. Van Oudfrans baillif; balju.

B‰illon, Baillion, Ballion, Bayon, Bayonnet: 1. Midden Frans b‰illon: blok hout. Bijnaam. 2. Zie De B‰illon.

Baillot, Bayot: Afleiding van Oudfrans bai, baille: roodbruin, hoogblond. Bijnaam. Vergelijk Baillet.

Bailou, Baloux, Bailloux, Bayoud, Baayou, Bayou: Plaatsnaam. Waalse vorm blou (Bailou) van Baelen (Luik).

Bain: Vadersnaam. Korte vorm van Urbain of de Germaanse voornaam Baino (zie Beyn).

Bairain, Bairin. Vadersnaam BŽrin (vergelijk BŽriot/Bairiot), vleivorm van een ber-naam, zoals Bernard. Vergelijk Berens.

Bair, Baire. Vadersnaam. Wellicht korte vorm van een ber-naam, vergelijk Bairin.

Bairewe, Bairue. Van b rw: mooie beek.

Bairolle. Wellicht afleiding van een Germaanse ber-naam.

Bais, Baix: Variant van Oudfrans bai: roodbruin. Zie Baey.

Baisain, Baisin. Afleiding van Baise of variant van Besin.

Baise, Baize: Stam van Oudfranse werkwoord baisier, Frans baiser: kussen, paren?

Baisier, Baisi, Baisir. Plaatsnaam Baisy.

Baix. Variant van de Baie, Bay?

Bajard, Bajart, Bajeard, Begeard, Begeart. 1. Wellicht Waalse variant van Beaujard, dat is beau jardin. 2. Bajard, Bajart kan ook een spelling zijn voor Bayard.

Bajema. Vadersnaam uit Bayo, Baaie. Zie bij de voornaam Baaie.

Bajemond, Bajemon. Middennederlands balmont; slechte voogd, of van Oudfrans bail; voogd?

Bak, (de) Back, Backs, Baks, Bakx, Bacs, Bacx, Backx, Back, (de) Bacq, Baue, Bac, Lebacq, Bakke, Bax, Basck: 1. Bijnaam of beroepsbijnaam naar Middennederlands bac Ôbak, bekerÕ. Een schenker, drinker? 2. Maar back betekende ook Ômond, wang, kaak, kinnebakÕ. Bijnaam voor iemand met opvallende mond of kin. 3. Deback kan een verandering zijn van De Backer.

Bakel, van; Van Baekel, Verbakel: Plaatsnaam Bakel (Noord-Brabant). Of Zelem, Limburg.

Bakelandt, Bakeland, Bakelants, Bakelant, Bakland, Backelandt, Backeland, Backelant, Baeckelandt, Baeckelandt, Baekeland, Baeckelant, Baekelant, Baeckland, Baecklandt, Baecquelandt, van Bockland, Bockland, Bocklandt, Backlant, Bocklam, Bockelandt, Baukeland. Familienaam uit de plaatsnaam Bakeland: afgebakend land. Op diverse plaatsen in Vlaanderen, onder andere Waregem, Deerlijk, Haren.

Bakelmans, Baeckelmans, Baekelmans, Backelmans: Afleiding van Van Bakel.

Bakema: Friese vadersnaam, afleiding van de Friese voornaam Baak, Bake, Baeke, afgeleid van een Germaans naam met badu-ÔstrijdÕ.

Bakermans. Waarschijnlijk een variant van Bakelmans.

Bakeroot, Baekeroodt, Baeckeroot, Backeroot, Bacrot, Bacro, Bacquerot, Baquerot: Plaatsnaam Bakelrot, oude naam van Neuve-Chapelle (Pas-de-Calais).

Bakhouce, Bakkouch, Bakouch. Arabische naam.

Bakhuys: Beroepsbijnaam van de bakker. Bakhuis ÔbakkerijÕ. Ook wel Beekhuis, Bakhuis, Bekhof, Bekke, ter, Beckhuis.

Bakkenes: Naam van het dorp Bakenes, dat in de middeleeuwen aan het Spaarne lag, benoorden Haarlem. In de 14de eeuw werd het bij de stad ingelijfd.

Bakker, de(den) Bakker, Bakkers, Bakkeren, Baker, Bakers, de Backer, de Backere, de Backer, Bekker, Bekkers, Becker, Beckers, ook Bakermans: Beroepsnaam van de bakker.

Bakkeren. 1. Zie (de) Backer(e). 2. Plaatsnaam Bakeren in Denderleeuw.

Bakkum, van. Plaatsnaam, Noord-Holland.

Bakvis, Backvis. Beroepsnaam van de verkoper of de brader van gebakken vis.

Balk, Balck, van den, van den Bak. Plaatsnaam Balk; houten balk als brug.

Balder, Bolder, Bouder, Belder, Balter, Balderen, van, Baller, Baldersen. Vadersnaam. Germaans naam baltha-harja Ômoedig –legerÕ.

Baelemans, Balemans, Baelmans. 1. Familienaam uit Van Baele(n): zie Balen en Baal. 2. Of uit Baarle (op diverse plaatsen in het Nederlands taalgebied).

Bal: 1. Vadersnaam. Variant van Balle, van Baldo (zie Balde) of korte vorm van Boudewijn of een andere bald-naam. 2. Variant van de Bal. Bijnaam voor een balspeler.

Balcaen, Balcan, Balcans, Balkaen, Balkan, Baelcaen, Bolcaen, Bulckaen, Bulkaen, Bulckaan, Bulkaen. Naam met een ? afkomst. 1. Mogelijk uit een plaatsnaam. Alleen waar?, of uit de Balkan. 2. Uit het Oudfranse balcan: hengst. Beroepsbijnaam.

Baleux, Balleux. Plaatsnaam Balleux, Oise.

Balon, Ballon1. Vadersnaam. Romaanse afleiding van Germaanse voornaam Boudewijn of gewoon Romaanse verbogen vorm van de korte Germaanse voornaam Baldo. 2. Oudfrans balon: baal, bundel.

Balekom, Ballekom, van. Plaatsnaam Berlicum, Noord-Brabant.

Bal De, Debal. 1. Bijnaam voor een balspeler. 2. Verschrijving van Balle(n): zie daar.

Balaine, Baleine. Waternaam La Baleine in Ayeneux, Luik.

Balde: Vadersnaam. Germaanse voornaam Baldo, van Germaans balth Ômoedig, boudÕ.

Balance, Balaince: Oudfrans balanche, Frans balance: balans, weegschaal. Beroepsnaam van de maker van weeg-schalen of voor de stadsweger. Ook voor de geldwisselaar, naar de muntschaal (eventueel in het uithangbord).

Balancier. Beroepsnaam voor de maker van weegschalen of voor de stadsweger. Vergelijk Balance.

Balanger. Variant van Boulanger of BŽlanger.

Balaud, Balleua, Baleau, Baleuax, Baleu, Balhaut: Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam bal-wald.

Balbaert. Vadersnaam. Germaanse voornaam bald-berht; 'stoutmoedig-schitterend': Baldebertus. Baldibrecht.

Balbeur, Balbourg, Balbour, Balbourgh: Waals bat-le-beurre. Beroepsnaam van de boterkarner. In Luxemburg overdrachtelijk voor een zwaarlijvige.

Balcaen, Balcan, Balcans, Balkaen, Balkan, Baelcaen, Bolcaen, Bulckaen, Bulkaen, Bulckaan, Bulkaen: Volgens het oudste voorbeeld zou het een plaatsnaam kunnen zijn. Alle andere voorbeelden zijn zonder voorzetsel. De naam kan (vanwege -a(e)n en niet -‰ne) bezwaarlijk teruggaan op het vrouwelijke Oudfranse balcane: merrie. Maar W. Beele stelt de hypothse van een - tot dusver niet geattesteerd – Oudfrans balcan: hengst.

Balcon, Balcoon. Vadersnaam. Romaanse verbogen vorm van de Germaanse voornaam Balko, of een variant van Balcaen?

Baldauf. Re•nterpretatie als bald auf: spoedig op (vergelijk Fruhauf), van oorsprong Germaanse voornaam Baldolf.

Balsenweck. Duitse familienaam Balde(n)weg. Midden Hoogduits bald: vlug + midden Hoogduits enw‘c, Duits hinweg: weg. Bijnaam voor een rusteloze, die altijd weg is.

Balder, Bolder, Bolders, Balter: Vadersnaam. Germaanse voornaam bald-hari; zie Bouters(e).

Baldin, Baldon: Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse bald-naam. Baldon kan ook de Romaanse verbogen vorm zijn van Baldo.

Baldovin, Baldovino. Vadersnaam. Italiaanse vorm van de Germaanse voornaam Baldwin, Boudewijn.

Balduck, Balduc, Balduyck. Familienaam uit Balduque, dit was de Spaanse naam van 's-Hertogenbos (Noord-Brabant).

Baldus. Vadersnaam. 1. Korte vorm van Sint Sebaldus, de Germaanse voornaam Ze(ge)boud. 2. Variant van Baltus.

Balemans: 1. Afleiding van Van Balen, van Baal. 2. Uit Baarlemans, afleiding van Van Baarle.

Balembois, Balemboy. Mogelijk van balle en bois: houten bal. Bijnaam voor een balspeler. Of veeleer variant van Valembois.

Balen, van, van Baale, van Baalen, van Baele, van Baelen: Plaatsnaam Balen (Provincie Antwerpen), Baelen (Provincie Luik).

Balencourt, de Balincourt: Plaatsnaam Ballancourt (Seine-et-Oise).

Balenghien, Ballenghien, Ballenghein: Plaatsnaam Bolignies in Brugelette bij Aat (Henegouwen).

Balestrie, Balestie, Balistrie, Balestri, Balestriere: Beroepsnaam. Oudfrans (ar)balestrier, Frans arbalŽtrier: kruisboogschutter.

Balhuizen: Plaatsnaam. Er is een plaatsnaam Ballhausen in Beieren en ThŸringen.

Baligand, Balian, Baliant, Balligand, Bellegante, Barigand, Barigan, Barigant: Vadersnaam. Literatuurnaam, naam van een heiden in de Chansons de geste. In het Waals ook bijnaam geworden: deugniet, nietsnut.

Balint. Hongaarse familienaam B‰lint, van Sint Valentinus.

Balis, Balisz, Ballis. Wellicht Waalse gereduceerde vorm van Balister (vergelijk Waals minis: ministre).

Baljet, BaljŽ: Frans Baillet. Oudfrans bai, baille, baillet Ôroodbruin, hoogblond, roskleurig; naam van een roodbruin paardÕ. Bijnaam naar de haarkleur of naar het paard.

Baljeu: Beroepsnaam. Picardisch bailli(e)u, Middennederlands balju ̧ Nederlands baljuw Ôgerechtelijk ambtenaar die in een bepaald rechtsgebied de leenheer (graaf, hertog) vertegenwoordigt.

Balk, Balke, Balken, Balck, Balcke, Balks: Bijnaam naar de gestalte of beroepsbijnaam voor een timmerman. Een afleiding hiervan is Balckmans.

Balkema: Friese afleiding van Balk(e), of van -ke-verkleinvorm van vadersnaam Bal.

Balkenende: Plaatsnaam? Of beroepsbijnaam voor een timmerman? 1652 Claes Dircksz. van Balckeneynde bouwde een huis op het landgoed Zorgvliet voor Jacob Cats, het huidige Catshuis.

Ballant, Balland, Ballan, Baland, Balan, Balant, Balanck, Belant, Beland, Belang, Belaen, Balhan, Balhant. 1. Vadersnaam uit de voornaam Balan(t): dit is een naam uit de ridderliteratuur. 2. Of uit de plaatsnaam Balland (in Ingelmunster, Meulebeke en Rumbeke).

Ballantyne, Ballintijn, Ballintyn, Balentin: Schotse familienaam Ballantine, van de plaatsnaam Bellenden.

Ballard, Ballart, Balla, Ballat, Balard, Balar. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Ballo, een korte bald-naam (vergelijk Ballin).

Ballarin. Bijnaam voor een danser. Vergelijk Ballery.

Ballast: Volks etymologische re-interpretatie –met paragogische t–van de Waalse familienaam Balasse, Ballace, Balas(s), van de plaatsnaam Bal‰tre (Namen), die in het Waals als Balausse wordt uitgesproken. De toenaam Balaes komt evenwel in 1290 in Brugge voor. De jonge gemeentenaam Ballast (1794) in Coevorden (Drenthe) komt wel niet in aanmerking.

Ballatre, Balat, Balate, Ballat, Balasse, Ballace, Balace, Balss, Balas, Ballas, Balaes: Plaatsnaam Bal‰tre, Somme, Waals balausse. De naam Balaes komt evenwel al in de 1360 in West-Vlaanderen voor.

Balle, Ballen, Ballens, Bollens, Bollen, Bollens, Bole, Bal, Bals, Baels. 1. Vadersnaam, verkorting van Boudewijn of een andere bald-naam. 2. Moedersnaam Balle kan ook het vrouwelijke zijn van bald-win.

Ballegeer, Ballegheer, Balegeer, Bellegeer: Vooral West-Vlaamse familienaam, vandaar ook in Zeeuws-Vlaanderen. 1. Beroepsnaam. Aanpassing van Oudfrans Bolengier, boulangier ÔbakkerÕ. 2. Eventueel vadersnaam., de Germaanse voornaam bald-ger.

Ballegooyen, van; Ballegoyen, Ballegojen, Ballegoien, Ballegooijen, van Ballengooijen: Plaatsnaam Balgoij, Wijchen (Gelderland).

Balle, Ballens, Ballens, Bollens, Bollen Bolle, Bole, Bal, Bals, Baels. 1. Vadersnaam uit de Germaanse naam Baldo of verkorte vorm van Bauwewijn of een andere bald-naam. 2. Moedersnaam uit Balle, vrouwelijke vorm van Baldwin (bald-win).

Ballemans, Ballemann, Balman, Ballmann, Ballman, Boleman: 1. Bijnaam voor een balspeler. 2. Afleiding van Balle. Vadersnaam. 3. Zie Baelemans.

Ballereau, Balleruax, Baleriaux: van Waals bal”: drager van een baal, (vandaar) rondtrekkend koopman.

Ballery, Balory: Bijnaam voor een danser. Frans balerie: dans, ontspanning. Vergelijk Balarin, Baladin.

Balleste, Ballester, Balles-strin, Balestin, Balister, Balistaire, Balisteen, Bales, Balesse, Bals, Balis, Balisz, Ballis. Beroepsnaam uit het Oudfranse balest(r)e, kruisboog: boog - of kruisboogmaker.

Ballet, Ballez, BallŽ, Balley, Balette, Balet, Balez: Gedemouilleerde vorm van Baillet. 2. Vorm van Bal.

Balleur: Franse plaatsnaam Balleux (departement Oise).

Balliauw: Aanpassing van Frans Baillaud, verkleinvorm van Oudfrans Bail Ôgouverneur, voogdÕ.

Ballieu, Ballieul: 1. Zoals Debailleul afkomstig van Bailleul. Bailleul is de Franse naamvorm van de stad Belle in Frans-Vlaanderen, maar Bailleul is ook een plaatsnaam in Henegouwen, departement van de Somme en driemaal in Pas-de-Calais. 2. De naam kan ook een variant zijn van Baljeu, Balieu, van bailli ÔbaljuwÕ.

Ballhorn. Noord Duitse plaatsnaam Balhorn: moerassige hoek.

Ballin, Ballyn, Balin. Vadersnaam, knuffelvorm van Boudewijn of een andere bald-naam.

Ballintijn: Schotse familienaam Ballantine, van de plaatsnaam Bellenden.

Ballinckx, Ballin, Ballings. Bijnaam. Middennederlands ballinc, van banlinc: banneling, die in ballingschap verblijft of in de kerkelijke ban geslagen werd, misdadiger, booswicht.

Ballinger. 1. Duitse familienaam Baldinger, uit Baldingen (Beieren). Of Duitse Balinger, uit Balingen of Bahlingen. 2. Engelse familienaam Ballinger, van Beringer.

Ballourie: Variant van de familienaam Ballery, Balory in Belgi‘. Frans Balerie Ôdans, ontspanningÕ.

Balloey, Balloy, Ballois. 1. Vadersnaam. Vleivorm van de Germaanse voornaam Boudewijn. 2. Maar de naam komt hoofdzakelijk in West-Vlaanderen voor en er zijn geen oude voorbeelden van bekend. De vroegste vermelding is: 1705 Jooris Balloy, Lo. In de Westhoek komen in de 18de eeuw de volgende variant voor: Balloye, Balloo, Balloi, Bollois, Balloys. Mogelijk daarom een hypercorrecte aanpassing (bal is niet Waals-Vlaams bol) van de Franse Bouloy(e), die in 1820 frequent voorkomt in Pas-de Calais. Plaatsnaam Boulaie, Normandie, variant van Bouloie: berkenbos.

Balloir (le). Verspreide plaatsnaam, bijvoorbeeld in Luik: BalveŽr (Frans boulevard) van Nederlands bolwerk.

Ballot, Balot, Balotaud: 1. Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse voornaam Baldo/Ballo of Boudewijn. Zie Ballon 1. 2. Eventueel Frans ballot: baal, bundel. Beroepsnaam. Vergelijk Ballon 2.

Balmakers, Balmaekers: Beroepsnaam van de vervaardiger van ballen.

Balnikker: De naam is ongetwijfeld ontstaan door verkeerde lezing van Balmaker.

Balog, Balogh. Moedersnaam. Germaanse voornaam badu-laug 'strijd-?'

Balossier, Blossier: Plaatsnaam. Middenfrans balossier: sleedoorn, sleepruim; afleiding van Oudfrans beloce, volkslatijn ballucia: wilde pruim, sleepruim. Vergelijk Sleeuwagen.

Bals, de. Waarschijnlijk variant van De Bels (Vergelijk Brugs malk;melk) veeleer dan afleiding van De Bal.

Balsacq, Balsa, Balsat, Balsaque, Balza, Balzat, Balsac, Balsacq, Belsack, Belsac, Belsacq: Plaatsnaam Balsac (Aveyron) of Balzac (Charente). Balsac is een gehucht in Coulonieix (Dordogne). De familie Balsa stamt uit Z.-Frankrijk. De voorouders van HonorŽ de Balzac (1799-1850) heetten Baissa. Een familie Balza van Toulouse werd in 1822 geadeld. Een autochtone familienaam Balsa(t), Balza(t) gaat wellicht terug op een afleiding van de Germaanse voornaam Baldzo (van Baldwin):

Balsaert, Balzaer: 1. Hypercorrect voor Balsa, Balza; zie Balsacq. 2. Variant van Balthasart.

Balsau, Balsaux, Balseau, Balseuax, Balzau: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Balzo? Of hypercorrect voor Balsa?

Balsing, Balsink. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Balzo, dat is bald-so, afleiding van een bald-naam.

Balster. Vadersnaam. Friese vorm van Balthasar.

Balt, Baltus, Baltussen, Baltes: Vadersnaam uit Balde.

Balthazar, Balthasart, Balthasar, Baltasart, Balthazard, Balthazart, Balthazaar, Baldassarre, Baldassare, Baldasarri, Baldasari, Baltzar: Vadersnaam. Bijbelse voornaam Balthasar, naam van een van de drie koningen. Zie ook Baltens.

Balty, Balthy, Balti. Vadersnaam. Afleiding van Baltus.

Balten, Baltens, Baltes, Baltus, Baltussen, Beltus, Baltissen, Balts, Baltz: Vadersnaam. Vleivorm, korte vorm van de Bijbelse voornaam Balthasar.

Balus, Balu. 1. Gedemouilleerde variant van Baill(i)u.

BalvŽ, Balve, BaluwŽ, Baluwe: Variant van Bal(l)ivet, Baillivet, Bailluet, van bailli(f): baljuw.

Balvers: Vadersnaam. Germaanse voornaam balth-frith Ôdapper-vredeÕ: Baldfrid.

Balzer, Balcer, Balcers: Vadersnaam. Duitse vorm van de Bijbelse voornaam Balthasar.

Bambeke, van, van Bambecke, van Banbeke, Banbeck. Familienaam uit de plaatsnaam Bambeke/Bambecque in Frans-Vlaanderen.

Bamber, Bambergen, Bamberger: Plaatsnaam Bamberg (Beieren). Of Bambergen in Uberlingen.

Bambost, van, Bambust, Bamborst: Plaatsnaam Banbos, dat is een banbos Ôbos binnen het rechtsgebied van de heerÕ. Õt Hof ten Bambos in Lede, Oost-Vlaanderen. Vergelijk Banwoud en de plaatsnaam Banholt (Nederlands-Limburg).

Bamelis, Bamelys, BamŽlis. Naam uit de Franse familienaam Bamelles, dit uit Balmel(le), Baumel, Bameau, van Latijn balma: grot of heuveltje.

Bammens. Bammans = Bamptmans. Afleiding van Van den Bampt/Bempt.

Bamfust: Door wisseling van de labialen b/f uit Bambust, van Banbos.

Bamps, Bampts, Bams, Baps. 1. Naam uit het Middelnederlandse bampt - be(e)mt: beemd, nat weiland. 2. In West-Vlaanderen/Frans-Vlaanderen is er ook een andere Bam/Baps-bron waarvan de betekenis niet duidelijk is. Wellicht een bakernaam. 3. Eveneens onduidelijk en wellicht ook bakernaam.

Bance, Banse, Banze. 1. Vadersnaam uit een Germaanse Banzo-voornaam (dit uit band). 2. Zie ook Bansart.

Banck, Bancken, Banken, Bank, Baank. 1. Bijnaam of beroepsnaam volgens een van de betekenissen van bank: zitbank, rechtbank, schepenbank, pijnbank, vleesbank, toonbank, geldbank. 2. Korte vorm voor Van der Banck.

Banck, van der, Verbanck, Verbandt. Familienaam uit de plaatsnaam Terbank (onder andere in Heverlee, Moen, Haasdonck, Temse).

Banckaert, Banckaerts, Banquart, Bonckaert, Banckers, Benckert, Benkert, Benker: 1. Afleiding van Middennederlands bancken: eten en drinken, kroeglopen. Bijnaam. 2. Eventueel Nederlands bankaard: bastaard. Bijnaam.

Bancus, Bancu, Bancut: Bank-hžs: huis op de helling.

Bandel. Variant van Baudel, met n-epenthesis. Of van Germaanse band-naam, vergelijk Bandelin?

Bandelin, Bandalin: Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse band-naam. Vergelijk Bandin.

BanderlŽ. 1. Zie Baudet. 2. Eventueel plaatsnaam Banterlez in Baisy-Thy (Waals-Brabant)

Bandin, Benden: Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse band-naam, zoals Bando, Bandarid. Zo ook Bandini, Bandiny, Bandino.

Bandoux. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Band(w)olf. Pandulfus.

Banen. 1. Vadersnaam. Vleivorm van Latijnse Sint Urbanus. 2. Zie Baene.

Banet, Banetton. Oudfrans banet(on): korfje, mandje. Beroepsnaam.

Baneux, Banneux, Banheux: Plaatsnaam Banneux in LouveignŽ en Lierneux (Luik).

Bangard, Banger, Bangert. Duitse variant van Baumgarten; eigenaar van een boomgaard.

Bangels, Bengel. In het Middelhoogduits is een bengel: een knuppel. Bijnaam voor een harde bonk, een knoestige kerel.

Bank, Banken: Bijnaam of beroepsbijnaam volgens een van de betekenissen van bank Ôzitbank, rechtbank, schepenbank, pijnbank, vleesbank, toonbank, geldbankÕ.

Bannier, Banier, Bani: Beroepsnaam. Oudfrans banier Ôheraut, omroeper, gerechtsdeurwaarder, veldwachterÕ.

Banks. 1. Afleiding van Bank. 2. Engelse familienaam en plaatsnaam Bank: oever, helling.

Bannenberg. Plaatsnaam in Borgentreich en Detmold.

Bannerman. Duitse familienaam; vaandrig, die de banier draagt.

Banninga, Bangma, Banga, Bonga, Bannink: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse naam Bano of van een bakervorm van een Germaanse voornaam, wellicht Barnhard, Bernhard.

Bansart, Bansa, Bandard, Banse, Bance, Banze. Naam uit het Oudfranse banse: mand. Beroepsnaam.

Bant, de, de Bandt, Debante, (de) Bande: Middennederlands bant: band, boei. Beroepsnaam van de binder, de knevelaar, die bindt, boeit (vergelijk Binder(s), Duits in die Bande schlagen: boeien.

Bantke. Afleiding van Bant of van Germaanse voornaam Bando.

Bao, Baoo, Ba™o: Waalse uitspraak van Bayart?

Baonville. Plaatsnaam Baillonville.

Baptist, Baptiste, Baptista, Babtist, Baptisten, Batiste, Batis, Batisse, Pattist, Patist, Bautiste, Battista, Batista, Battistini, Battisti: Vadersnaam. Naar Johannes Baptista: Johannes de Doper.

Baquet, Baquette, Bacquet, BacquŽ, BaquŽ, Bacquait, Banquet: Oudfrans baket, baquet: bootje. Beroepsnaam of huisnaam.

Bar, Barre, Bare, Baar, Bart, Bard: 1. Verspreide plaatsnaam Bar, (Correze) Barre. 2. Vadersnaam. Korte vorm van een Germaanse voornaam op -bert of-bard. Verschrijvingen voor Bart, Bard. Zie Baart 2. 3. Frans barre: slagboom, verschansing. Vergelijk Delbarre.

Baras, Baratte, Bara Barath, Barra, Barras, Barat, Baratt, Baratte, Beraet, Beraets, Bera, Berat, Borra, Borras, Bouras, Boraet, Braat, Braedt, Barabas. Vadersnaam. Bijbelse voornaam.

Baraf, Baraffe. Plaatsnaam Barafle, Pas-de-Calais.

Baraitre. Wellicht hypercorrect voor Barette? Of verfranst Bayreuth?

Baral, Barrai, Barael, Baralle, Barale: Oudfrans baral: klein vat, tonnetje. Beroepsnaam.

Baran, Barant, Baranek, Baraiak, Baranik. Pools baran; ram.

Baras, Baratte, Barath, Bara, Barras, Barra, Barat, Baratt, Baratte, Beraets, Beraet, Bera, Berat, Borras, Borra, Bouras, Boraet, Braat, Braedt, Braet, Brad, Bradt, Bra: Bijnaam. Oudfrans barat, Middennederlands baraet, beraet: bedrog, list, bedriegerij, bedrieglijk spel, goochelspel; drukte, verwarring, rumoer. Vergelijk ook Engels Barra(t).

Baratier. Bijnaam voor een bedrieger. Vergelijk Barat.

Barbar, Barbara, Barber, Barbera. Moedersnaam. Griekse Sint Barbara. Vergelijk Barbe.

Barbarien, Barbarin, Barberien, Barberi‘n: 1. Middennederlands barbarien, barberien: barbaar, heiden, ongelovige, bijnaam. 2. Eventueel uit Barberin, afleiding van barbe: baard.

Barbas, Barba, Barbat, Borbas, Borbath: Bijnaam voor een gebaarde.

Barbe, Barber, Berben, Berbe, Berbel, Berbers, Berber: Moedersnaam. Griekse Sint Barbara, Frans Barbe.

Barbeau, Barbeaux, Barbieau, Barbiaux, Barbiau, Barbau, Barbaud, Babaux, Barbel, Barbay, Barbaix: 1. van Frans barbe: baard. Bijnaam. 2. Frans barbeau: barbeel. Bijnaam naar de visnaam of de huisnaam.

Barberie, Barberies, Barbaeri, Barberis, Barbary, Barbery, Barbry, Berbery: 1. Frans barbarie: barbaarsheid. Vergelijk Barbarien. Bijnaam voor een barbaar, een heiden? 2. Plaatsnaam Barbery (onder meer Oise); Barberie in Herseaux (Henegouwen) en Montroeul-au-Bois (Henegouwen).

Barbet, Barbez, BarbŽ, Barbee, Barbey, Barbette, BerbŽ, BorbŽ, Babet, Babette, Babey, Babez: Spelling voor Franse barbet Ôbaardig, gebaardÕ. Bijnaam.

Barbier, Barbiers, Barbi, Barbiez, Baerbier, Berbier, Berbiers, le Barbier, le Barber, Barbieuw, Barbieux, de Barbieux, Desbarbieux: Familienaam uit het Oudfranse barbier, barbieur en het Middelnederlandse barbier. Beroepsnaam van de barbier, baardscheerder, aderlater, heelmeester.

Barbillon. Afleiding van barbe: baard. Bijnaam voor een gebaarde man of beroepsnaam voor een barbier. Vergelijk Barbion.

Barbin. Bijnaam voor een gebaarde man.

Barbio, Barbiot. 1. Moedersnaam. Vleivorm van voornaam Barbara, Frans Barbe. 2. Afleiding van barbe: baard. Vergelijk Barbion.

Barbion, Barbyon, Berbion. Beroepsnaam van de barbier of bijnaam voor iemand met een baard.

Barbis. Oudfrans berbis, Frans brebis: ooi, schaap. Bijnaam. Vergelijk Schaep en Franse familienaam Brebis.

Barbot, Barbottin, Barbotin: Afleiding van barbe: baard.

Barboux, Barbour, Borboux, Barbouse, Barbousse, Bourbouse: Bijnaam voor een gebaarde man, Frans barbu.

Barbrel, Barbaraux: Oudfrans barberel, Franse familienaam Barbereau, afleiding van barbier.

Barchon, Barxhon: Plaatsnaam Barchon (Luik).

Barclay, Berkeley: Plaatsnaam Berkeley (Gloucestershire) of Berkley (Somerset).

Bardach, Bardax, Bardche, Perlasse: Midden Frans bretesche, van Middennederlands bardessche, bartessche, Luiks-Waals barda(x)he: luifel, bordes, belegeringstoren, balkon, portiekje, staak. Plaatsnaam in Thimister (Luik).

Bardeau, Bardaux, Bardau, Barda, Bardiau, Bardieaux, Bardiaux, Bardio, Bardia, Bardiel: 1. Vadersnaam van Germaanse voornaam Bardo. 2. Oudfrans bardel: zadel. Beroepsnaam.

Bardet, Bardez, BardŽ, Bardey: Vadersnaam van Germaanse voornaam Bardo.

Bardolf, Baardolf: Vadersnaam. Germaanse voornaam bard-wulf Ôbijl-wolfÕ: Bardulfus.

Bardijn, Bardyn.Vadersnaam, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Bardo of Bardolf (bard + old).

Bardoel, Bardoul, Bardouil, Bardou, Bardoux, Pardou, Pardoel, Berdou, Berdoux, Partous, Partouche. Vadersnaam, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Bard + Olf.

Bardolf, Bardolph. Vadersnaam. Germaanse voornaam bard-wulf; bijl-wolf. Bardulfus.

Bardon, Bardoaux. Vadersnaam. Romaanse verbogen vorm van de Germaanse voornaam Bardo.

Bardot, Berdot. Vadersnaam van de Germaanse voornaam Bardo. Vergelijk Bardon.

Bardoul, Bardoel, Bardouil, Bardou, Bardoux, Pardou, Pardoel, Berdoux, Berdou, Partous, Partouche: Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Bardolf.

Barel, Bareel, Bareuax, Bareau, Barreaux, Barreau, Bariaux, Bariau, Bariaud, Barraud, Barrau, Barrault, Bariat, Baria, Barrial, Barriat, Barrea, Barea, Barais, Baray, Barray: Oudfrans barel, miden Nederlands bareel: vaatje, wijnmaat. Beroepsnaam. Barelmans is en afleiding.

Bareman, Baremans, Barremans: 1.Afleiding op –man van Van den Bare. 2. Variant van Baard(e)man(s).

Baren, van; van Baaren: Plaatsnaam Baarn, (Utrecht).

Barenbrug. Plaatsnaam Barenbrugge, Baren brug, in Wormhout.

Barendrecht, Barendregt, Berendrecht. Plaatsnaam Barendrecht. Zuid-Holland.

Barends, Barendse, Barendsen, Barentse, Barentsen, Barense, Baarends, Barendse, Baarentse, Baarens, Baardse, Barelds, Berends, Berendsen,

Barenne. Plaatsnaam in Wanne, Luxemburg.

Baret, Barez, BareŽ, BarŽe, Barey, Barret, BarrŽ Barrez, Barrey, de BarrŽ. 1. Vadersnaam uit Barez: Romaanse vorm uit de Germaanse voornaam badu-red. 2. Zie Baret(te). 3. Naam uit het Franse barer. Bijnaam voor iemand met een gestreepte kleding.

Barette, Baret, Barrette, (te), Barret. Naam uit het Oudfranse bare: slagboom, afsluiting. Naam naar woonplaats of beroepsbijnaam.

Berentsen: Vadersnaam. Barend, de Germaanse voornaam bern-hard Ôbeer-sterkÕ.

Barge, de, (de) Berg, Berge: Middennederlands berg, barg Ômannelijk gelubd varkenÕ. Wellicht beroepsbijnaam van een varken castreerder.

Bargibant, Bersipont, Belgipont, Baisipont, Baisypont: Plaatsnaam Bargibant in Nukerke (Oost-Vlaanderen). De vormen op -pont kunnen door re•nterpretatie van het onbegrepen -bant worden verklaard, maar kunnen ook op de plaatsnaam Baneginpont in Vloesberg (Henegouwen) teruggaan.

Baril, Barils, Barillon, Barillot, Bariilault. Oudfrans baril; vat, ton. Beroepsnaam.

Barion; afleiding van baril; vat, ton.

Barink: Zoals Bering afleiding van Germaanse naam Bernard.

Bariseaux, Bariseau, Bariselle, Bariseele, Bariseel, Barizeele, Barrezeele, Barrezele, Barzeele, Barideau, Baridon, Barridez: Oudfrans barisel, Middennederlands bariseel: vaatje, kruik, fies. Beroepsnaam voor een kuiper of wijnhandelaar. De variant met -d-, vergelijk Bazelaire = Baudelaire.

Barits. Duits Baritsch naar een plaatsnaam in Silezi‘.

Bark: Vadersnaam. Variant, door er/ar-wisseling -van Berk. Vadersnaam. Germaanse voornaam Bericho, Birico, afleiding met k-achtervoegsel van een ber-naam, zoals Bernhard. 2. Plaatsnaam Berk, de boom naam.

Barkhuysen. Veelvuldige plaatsnaam Barkhausen, Duitsland.

Barlet, BarlŽ, Barley, Barrelet. Beroepsnaam (of bijnaam) afgeleid van het Franse 'baril' = vat, ton.

Barlier, BarillŽ, Barilly, Barilli: Beroepsnaam van de kuiper, Oudfrans barillier.

Barmarin. Plaatsnaam Bermerain (Nord)

Barkmeijer: Variant van Berkmeier, Duitse Berkemeier. Meier op een berkenhof.

Barneveld, van, Barreveld, Barnavol: Plaatsnaam Barneveld (Gelderland). Vergelijk Berenfeld.

Barnabe. Vadersnaam. Franse vorm van de Bijbelse voornaam Barnabas.

Barnasse, Barones: Oudfrans barnece, samengetrokken vorm van baronesse: barones, adellijke dame; ook feeks, slet.

Barnes. 1. Plaatsnaam Barnes (Surrey). 2. Duitse familienaam Barnes is van de vadersnaam Barnabas of Bernhard. 3. Eventueel = Barnasse.

Barnet, Barnett. Plaatsnaam, Oudengels bzrnet: verbrand land (vergelijk Van den Brande). Plaatsnaam Barnet (Herts, Middlesex), Barnett (Surrey)

Barnhoorn, Barnhorn. Plaats-, adresnaam Barsingerhorn (Noord-Holland).

Barnich, Barniche. Plaatsnaam Barnich in Niederelter. Luik.

Baron, Baroen, Barone, Baroni, Barinio, Barron, Barroun, Le Baron: 1. Frans baron, Nederlands baron, Middennederlands baroen Ôleenman, edelman, rijksgrote, ridderÕ. Maar Baron, kan ook iemand geweest zijn die in dienst stond van de adellijke heren. 2. Baron kan ook gewoon 'echtgenoot' betekenen.

Baro, Barot, Barraot, Barro, Barroo. Oudfrans barot; klein vaatje, tonnetje. Bijnaam of beroepsnaam. Vergelijk Baril, Barel.

Baron, Baroen, Barone, Baoni, Baronio, Barron, Barroun, Le Baron: 1. Frans baron, Nederlands baron, Middennederlands baroen: leenman, edelman, rijksgrote, ridder. De Man beschouwt Baron en De Grve als namen van personen die in dienst stonden van adellijke heren. Vergelijk Bernagie. 2. Baron kan ook echtgenoot betekenen.

Baronheid. Plaatsnaam in Francorchamps, Luik

Baronville. Plaatsnaam, Moselle, Namen, of Baroville, Aube.

Baraud, Baroux. Vadersnaam. Germaanse voornaam ber-wald; 'beer-heersend'. Baroux kan natuurlijk op Berolf teruggaan.

Barra: Romaanse familienaam Baras, Barras, van Oudfrans barat, van Middennederlands baraet Ôbedrog, list, bedriegerij, bedrieglijk spel, goochelspel; drukte, verwarring, rumoerÕ. Bijnaam.

Barrientos Rojas. Spaanse familienaam uit wellicht wijk/buurt + rots.

Barrie, Barrier, BarriŽ, Barrire, Barriere, Beriere, Berrier, Berrire: 1. Beroepsbijnaanaam (-ier) en beroepsnaam (-ire) voor de man belast met het openen en sluiten van de slagboom, afsluiting. 2. Zie Berrier.

Barrois, Barroit, Barro, Barroo, Barois, Baro. Een naam die zoveel betekent als: afkomstig uit de regio Bar (Aube en Meuse). De eind-o(o) is de weergave van de Vlaamse aanpassing van Franse -oi; vergelijk Bourgeois = Bourgoo.

Barry, Bary, Bari, Barrie, Barri; 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Badur”k. 2. Zie Debary.

Bartaux, Barteaux, Barthaux, Bartha, Bartiaux, Barta: 1. Vadersnaam. Variant van Bertiaux. 2. Vleivorm van BarthŽlŽmy.

Bartelet, BartŽlet, Barthelet, Bartholet: Vadersnaam van de voornaam Bartholomeus.

Bartelmans, Bartelmann, Bartleman, Bartelings: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Bartholomeus. Zie Bartels.

Bartelous. Vadersnaam. Romaanse vleivorm van Bartholomeus.

Bartels, Bartelse, Bartel, Bartl, Bartle, Barthel, Barthels, Bartelds, Bartelson, Bertels, Bertelsen, Bertelson, Bertel, Berthel, Berthels, Berthelsen, Bortel, Bortels: Vadersnaam. Zoon van Bartel, korte vorm van Bartholomeus, naam van een apostel.

Barten: Vadersnaam. Zoals Beerten afgeleid van een Germaans berht-naam, zoals Robert, Albert.

Bartet, Barthet. Vadersnaam. Romaanse afleiding van Germaanse berht-naam of Bartholomeus.

Barth, Bartz, Bart, van, Barth, Verbart, Bartman: Bijnaam. Spelling voor Baart of Duitse vorm Bart.

Bartha: 1. De naam kan teruggaan op Italiaans Baratta. Afgeleid van het werkwoord Barattare Ôruilen, verhandelenÕ, vandaar ook ÔbedriegenÕ. Vergelijk Baras, Baratte, Bartier. Of Bart(h)as van de Zuid-Franse naam barthe, van barto Ôstruik, bosjeÕ.

Barthe. 1. Romaanse verschrijving van Bart(h). 2. Vadersnaam. Korte vorm van BarthŽlŽmy. 3. Zie Berte.

Bartholeyns. Vadersnaam. Frans Bartholin, vleivorm van Bertoul (Bertolf) of Bartholomeus; of -elin van een berht-naam. Bartholomeus en Bertolf werden in de middeleeuwen trouwens vaak verward.

Bartholomeus, BartholomŠus, Bartholomaus, Bartholomay, Bartholomevis, Bartholomivis, Bartholomeusz, Bartholomweewsen, Bartholomeesen, Bartholomeeussen, Bartholomeeusen, Bartholomei, Bartholomi, Barthelemi, Barthelemy, Barthelmess, BarthelomŽ, Bartholemy, Bartholeme, BartholomŽ, BartholomŽe, Bartholomee, Bartholomee, Bartholomieux, Bartholomees, Bartholomes, BartholomŽes, Bartholomez, Bartholomy, BartolomŽ, Bartolomees, Bartolomes, Bartolomivis, BerthelomŽ, Berthelom Berthelome, Bertimes, Bertemes, Berthelemy, Berthoumieux, Berthaumieu, BerthomŽ, BertumŽ, Bartholomew, Bertolli, Bertoli, Bertollo, Bertolo, Bartali, Bartolini, Bartoli, Bartolomea, Bartolo, Bartolomei, Bartolotta, Berteletti, Bortolotti, Bortoli, Bortolussi, Bortoluzzi, Bartolomucci, Bartolomivis: Vadersnaam. De Bijbelse naam Bartholomeus.

Bartholomeeussen: Vadersnaam. Zoon van Bartholomeus, naam van de apostel.

Barthemeuf. Hypercorrect voor Bittremieux (Auvergne).

Bartier, Barthier, (de) Bertier, Beurthier, Berthier, Bortier, Burtie, Berti, Berty. 1. Naam uit het Oudfranse barateor: bedrieger. Bijnaam. 2. Variant van Bertier. Zie daar.

Bartling: Vadersnaam. Andere spelling voor Barteling, Bartelink. De naam kan een -ling-afleiding zijn van een berht-naam (Albert) of een –ing-afleiding van Bartel.

Bartonville, Bartomville, Bartumville, Bartumvile: Plaatsnaam Berthouville (Eure) met epenthetische n.

Bartscherer, Bartscherre. Beroepsnaam van de baardscheerder, barbier.

Bartstra: Friese familienaam die waarschijnlijk afgeleid is van het Friese woord barte Ôgrote vonder, waterstoepÕ.

Barto: 1. Spelling van de Franse naam Bartaux, variant van Berteau, Romaanse vorm van Bertoud, de Germaans naam berht-wald Ôschitterend-heerserÕ. 2. Eventueel uit Italiaans Baratto, variant van Baratta; zie Bartha.

Barvaux, Barvais, Barvaix, Barviau: 1. Plaatsnaam Barvaux (Luik). 2. Vadersnaam. Germaanse voornaam Berwald, ook Duitse familienaam.

Barvoets, Baervoets, Barrevoets, Bervoet, Bervoets, Berrevoets, ook Ligtvoet, Witvoet, Hazevoet, Lightfoot. Bijnaam voor iemand die barrevoets, blootsvoets liep. Vergelijk Duits Barfuss.

Barij: Spelling voor Bary, Barry, Romaanse vorm van de Germaans naam Badurik: Baduricus, Badericus.

Barzin, Barsin, Berzeyn, Berzen, Berzijn, Berzins: Plaatsnaam Barzin in Lomprez (Luik).

Bas, (de), Bassens, Bass, Basse: Vadersnaam. Korte vorm van de heiligennaam Sebastianus. De variant met lidwoord is volksetymologisch ontstaan, omdat de voornaam in de naam niet meer herkend werd.

Basch. Vadersnaam. Duitse korte vorm van Sint Sebastianus.

Basck: Door omkering van volgorde van klanken uit Bax. Zie Bak.

Bascop, Bascou, Bascop, Baefcop, Bafcop. Familienaam uit het Romeinse Bascot: naam voor een Bask.

Bascour, Bascourt, Delbascour, Delbascourt: Plaatsnaam Basse-cour: heem, er, voorhof, hoenderhof, onder meer in Amay (Luik), Framont (Luik), Vellereille (Henegouwen).

Basecq, Basecqz, Basque: Plaatsnaam Bascles (Henegouwen). Kerk (Basilica in het Latijn).

Baseil, Baseille. 1. Plaatsnaam Bazeille in Tenneville (Luik). 2. Variant van Basseil. 3. Zie Basilic.

Baseke. Vadersnaam. 1. Noord Duitse vorm van Sint Basilius. 2. Van Germaanse voornaam Baso. Zie Baeskens.

Basema. Arabische familienaam.

Basiau, Basiaux, Basia, Basieaux, Basuyaux, Basuyau, Bassiaux: Vadersnaam, van Basel, Sint Basilius, midden Vlaams Baselis.

Basier. 1. Variant van Bassleer = Batsleer; zie Bachelier. 2. Duitse familienaam Baseler, afkomstig van Basel.

Basil, Basille, Basseille, Baseille, Baseile, Bazelis, Bazelle, Basilien, Basilide: Vadersnaam. Griekse heiligenaam Basilius, Basilis. Voor Baseil(le), vergelijk Cornil(le) = Corneil(le).

Basin, Basyn, Basijn, Bazin, Bazyn, Bazijn, Bazein, Bazinet, Baesen, Baesens, Baessens. Vadersnaam, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Baso/Basinus. Maar Baesen is niet noodzakelijk door verdoffing van -in te verklaren, het kan ook een verbogen vorm zijn van Base uit Baso (of moedersnaam Basa).

Basquin. Vadersnaam. Franse aanpassing van Middennederlands Basekin; zie Baeskens. Of variant van Bosquin?

BassŽe, DelabassŽ, DelabassŽe: Plaatsnaam La BassŽe (Nord, Pas-de-Calais).

Basseghem, van. Plaatsnaam Bassegem, onder meer in Kaster, Kerkhove, Otegem, Ooike.

Basseil, Basseille, Basseilles: 1. Plaatsnaam Basseilles in Mozet. 2. Variant van Baseil(le).

Basset, Bassez, Basett, Bassette. Bijnaam. Oudfrans basset: met korte beentjes, met gedrongen gestalte.

Bassevelde, van. Familienaam uit de gelijkluidende plaatsnaam in Oost-Vlaanderen.

Bassi, Bassie, Bassier: 1. Uit de Franse familienaam Bassier of variant van Bossier, beroepsnaam van de verkoper van lage (basses) kuipjes voor het vervoer van de oogst. 2. Eventueel Italiaanse familienaam Bassi, naast Basso, van Latijnse geslachtsnaam Bassus Ôde dikkeÕ. Hier waarschijnlijk veeleer van Bossier. Bassi/(l)ire: Oudfrans bachelire: jonge edeldame, meisje. Vergelijk Bachelier.

Bassimon, Bazimon, Bassemon: Familienaam in West-Vlaanderen. Plaatsnaam?

Bassine, Bassin, Bassinne: Plaatsnaam Bassie in MŽan, Waals bassne: laag gelegen plaats.

Basso, Bassot. Afleiding van bas; laag, klein. Bijnaam. Vergelijk Basset.

Bast, Baste, (de): Middennederlands bast; Ôboomschors, touw, halsstropÕ. Beroepsbijnaam, wellicht voor iemand die uit boomschors touwen maakte, touwslager, de beul. De laatste mogelijkheid kan blijken uit het citaat van 1219, waar vader (Bast) en zoon (Blok) een naam dragen die aan de benodigdheden van de beul herinneren. 1386 Heinric Bast, Kortrijk. Hier wellicht verband met de boomschors.

Bastaard, Bastaert, Bastaert, Bastaers, Bastert, Battard, Batard, Batar, Batta, Basters, Bosters, le Bastard, Lebastad, Lebatard: Bijnaam voor een bastaard, buitenechtelijk kind.

Bastaits. West Brabantse spelling voor Vlaams-Brabantse uitspraak Bastets: Bastaerts. De familie Bastaits in Waals Brabant stamt af van Bastaerts in Bierbeek (Vlaams-Brabant).

Basteen, Basteens, Baksteen: Noord Duits Ba(h)steen: badsteen, wrijfsteen; vergelijk Nord Duits bastover = badstover. Beroepsnaam van de stoofhouder. Baksteen is een re•nterpretatie.

Bastelaar, van, van Bastelaer, Bastelaere, Bostelaar, van Basselaere, Barselaar, (van) Batselaere: Plaatsnaam Bastelaar in Zeveneken (Ooost-Vlaanderen). Barselaar is hypercorrect tegenover Basselaar.

Basteleysens, Basteleijsens. 1. Vadersnaam. Verzwaarde vorm (met t-epenthesis) van Baselis.

Bastelier: Met athesis van Batselier. Middennederlands bacheleer, baetseleer, basseler, van Oudfrans bachelier Ôjong edelman, in dienst van een andere ridderÕ, ook baccalaureusÕ, Frans bachelier, dat eveneens teruggaat tot Latijnse baccalarius.

Bastenie, Bastenier, Bastanie, Basstenie, Basstanie: Beroepsnaam. Oudfrans bastonier, Frans b‰tonnier: vaandrig, iemand die een stok of staf draagt als waardigheidsteken. Middennederlands bastonnier: roededrager in processie.

Bastiaans, Bastiaan, Bastaens, Bastiaanse, Bastiaansen, Bastiaens, Bastiaensen, Basten, van, Bastens, Bastin, Bastings, Basting, Bast, Baasten, Bastide. Verspreide Franse plaatsnaam. Provencaals bastida: militair bouwwerk. Vergelijk bastille, bastion.

BastiŽ, Bastie: Afleiding van Oudfrans bast, Frans b‰t: pakzadel. Beroepsnaam van de zadelmaker.

Baetings: Vadersnaam. Korte vorm van Sebastiaan, de Latijnse heiligennaam Sebastianus.

Bastil, Bastille, Bastil. Naar het Oudfranse bastille: versterking, bolwerk. Naam naar woonplaats of vindplaats van een vondeling.

Bastin, Bastine, BastinŽ, Bastini, Bastens, Basting, Bastings, Bastengs, Bastinck, Bastijns, Bastyns, Basteijns, Basteyns, Bassteyns, Bostin, Bostyn, Bostijn, Bosteyn, Bosten, Bostem, Bostys, Bostijs. Knuffelvorm van de heiligennaam Sebastianus.

Bastini, Bastinie. Vadersnaam. Italiaanse vorm van de voornaam Sebastiano. Bastinie kan evenwel ook een variant zijn van Bastanie.

Bastmeijer, Bastemeijer. Wellicht naam voor een meier die Bast (Bastiaan) heette. Vergelijk Duitse Clausmeier, Hanslmeier, Petermeier, Friedrichsmeier enz.

Baston, Basto, Bastoen, Baton, B‰ton, Bestoen, Bostoen, Baestaens, Bastaens. Uit het Oudfranse baston, het Franse b‰ton: bevel, wapen. Deze evolueerden naar bastoen: stok, wandelstok, onderscheidingsteken van jongere of onechte zonen uit adellijke huizen. Het kan een bijnaam zijn voor wie een stok draagt, voor een pedel of suisse of voor een bevelvoerder. Ook een wapenschild met een schuinstaak erin kan voor de bijnaam gezorgd hebben.

Bastogne, Bastagne. Plaatsnaam Bastogne, Nederlands Bastenaken, Luik.

Bataille, Bataillie, Battaillie, Battaille, Batalje, Batalie, Batailde, Bostaille, Battaglia. Naam uit het Franse bataille: gevecht, legertroep. Bijnaam voor een strijder of een vechter, vergelijk Frans Bataillard.

Bateau, Batteau, Batteuax, Battau, Bathau, Batteauw, Battiau, Battieuw, Battel, Batel. Afgeleid van het Oudfranse batel, het Franse bateau: boot, schip.

Beroepsnaam voor een schipper of een scheepsbouwer.

Batelier, Bateau, Batteaux, Batteau, Battau, Bathau, Batteauw, Battiau, Battieuw, Battel, Batel: Oudfrans batel, Frans bateau: boot, schip. Beroepsnaam van de schipper. Vergelijk Batelier.

Batelier, Batteljee: Frans batelier. Beroepsnaam van de schipper.

Baten, Batten: Moedersnaam. Afleiding van Bate, korte roepnaam voor de heiligennaam Beatrix.

Batenburg, van: Plaatsnaam Batenborg tussen Dworp en Lot en Batenburg (Gelderland). Numansdorp.

Batis, Batty, Baty, Debatis, Bathys, Bathy, Debatthy, Debatty, Debathy, Debaty, Dubaty: Verspreide Waalse plaatsnaam b‰ti: begane grond, algemene grond, dorpsplein. Les b‰tis in Laneffe, Batty in Nandrain (Luik), Beauraing, Namen, Le Baty in Xhoris, Havelange. Zie ook Debattice.

Batreau, Batrelle: afleiding van Batteur. Beroepsnaam.

Bats, Badts, Batz 1. Vadersnaam. Zie Baats(en). 2. Bijnaam voor een kegelaar. Afleiding van Middennederlands bat(te): voorwerp om mee te batten, keilen, kegelen. Vergelijk Batere in Ieper.

Battavoine. Zinwoord batte avoine. Beroepsnaam van de haverdorser.

Battel, van. Plaatsnaam Battel, Mechelen.

Batten, Battes, Batus: 1. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse badu-naam. 2. Zie Baten.

Batter, Battert, Battaire, Battair, Batert, Bataire. Luxemburgse familienaam.

Batteur, Batteu, Batteux, Battheu, Battheus, 1. Frans batteur. Beroepsnaam van de goudslager, metaalbewerker of dorser. Zie ook Batreau. 2. De vormen op -eu(x) en -eus kunnen ook variant zijn van Bateaux/Battheau.

Battin, Battings, Battain: Vadersnaam. Afleiding van Germanse bald- of badu-naam; vergelijk Badin.

Bau, Baus, Bauwe, Bauw, Bouw, Bouwes, Bouws: Vadersnaam. Germaanse voornaam Bavo.

Baube, Baubet, Beaube: Bijnaam. Oudfrans balbe, baube: stotteraar.

Bauchant, Beauchamp, Beauchamps, Bossant, Bossan: 1. Moedersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam bald-swind; 'moedig-sterk, heftig'; of met tweede element –sind; 'weg'. Baldsuuind, Balsinda. 2. Zie Beaucamp.

Bauchart, Bauchard, Baucha, Bauchat, Bachar, Bacha, Bauchau, Beausseaux: Afleiding van Frans bauche: klei, leemaarde, stampaarde, leemmortel, boetseerklei. Deze naam van een Binants (Bouvignes) koperslagersgeslacht verwijst naar het maken van de aarden smelt-kroes. In 1387 levert Colart Bachart dit Houseau de Bovines 'de la terre plastique d'Andoy' aan Filips de Stoute voor de smeltkroezen in Champmol (Dijon).

Baucher, Bauchet, Beaucher, Beauchez, BeauchŽ, BeaucŽ: Afleiding van bauche: klei, leemaarde. Beroepsnaam van de leemwerker (huizenbouw) of boetseerder. Of vergelijk Bauchart.

Baud, Baude. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Baldo. Of korte vorm van een bald-naam.

Baudchon, Baudechon, Baudichon, Baudesson, Bautsoens, Bautsons, Beauson, Bodchon, Bodesson, Bodeson, Bodson, Botson, Botchon, Baudson: Vadersnaam. Waalse vleivormen op -eon, -esson van Germaanse voornaam Boudewijn.

Baudar, Baudard, Bauda, Baudart, Baudaer, Badar, Badard, Bada, Badart, Beaudart: Vadersnaam. Romaanse vormen van de Germaanse voornaam bald-hard; 'moedig-sterk': Baldhardus. Zie ook Boudard.

Baudaux, Baudaut, Baudeau, Baudeaux, Beaudeaux, Beaudeau, Badea, Badia, Baudel, Beaudelle, Bodelle, Bodel, Bodle, Bondeau, Bondeel: Vadersnaam. (Moedersnaam -elle). Vorm van Germaanse bald-naam, zoals Boudewijn/Baudouin.

Baudeloo, van. Plaatsnaam Boudelo in Sinaai-Waas, vooral bekend door de middeleeuwse abdij.

Baudemprez. Plaatsnaam: weide van Baldo.

Baudenel, Baudenelle. Vadersnaam. (Moedersnaam.) Baudinel(le), van Germaanse voornaam Boudewijn. Vergelijk Baudin.

Baudet, Baudez, BaudŽ, Baudait, Beaudet, Bodet, BodŽ, Boddez, BoddŽ, Beudet, BudŽ, Bude, Boudet, BoudŽ, Badet, Baudelet, Baudlet, Baudlez, Beaudelet, Bodelet, Bodlet, Bodl, Boudelet, Boudlet, Boudlez, Bondelet, BondelŽ, Bondele, Bandelet, BanderlŽ: Vadersnaam. Romaanse vleivormen op -et, -let van Germaanse voornaam Boudewijn / Baudouin.

Baudier, Boudier, Boudiez, Baudy, Boddy, Body, Bodi, Bady, Badie, Budie, Budy: Vadersnaam. Romaanse vormen van Germaanse voornaam bald-hari; 'moedig-leger': Baltherus, Boltherus.

Baudimont, Baudemont, Baudement, Baudumont, Bodumont: Plaatsnaam. 1. Baudimont in Atrecht, Arras. 2. Bij Rumeignies (Henegouwen): 3. Plaatsnaam Baudemont in Itter (Waals-Brabant) en Sa™ne-et-Loire, Yonne. 4. Plaatsnaam Baudement (Marne).

Baudisco, Badiscot, Badisco, BodŽcot: Vadersnaam. Romaanse afleiding van Germaanse bald-naam.

Baudo, Baudot, Beaudot, Badot, Padot, Boudot, Beudot: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Baudouin.

Baudon, Beaudon, Badon, Boudon: Vadersnaam. Franse verbogen vorm van de Germaanse voornaam Baldo of vleivorm van een bald-naam. Vergelijk Baelde.

Baudonck, Baudoncq, Beaudoncq, Boudonck. 1. Wellicht vadersnaam uit een Germaanse bald-naam. 2. Aangezien er in 1508 een Mariken van der Boedonck was in Den Bosch, is het ook mogelijk dat hij afgeleid is van een plaatsnaam: Baudonck (plaats helaas onbekend).

Baudo, Baudot, Beaudot, Badot, Padot, Boudot, Beudot. Vadersnaam, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Boudewijn.

Baudour, Badoer: Plaatsnaam Baudour (Henegouwen).

Baudrin, Boldrin: Vadersnaam. Romaanse vleivorm van Germaanse voornaam Balder. Vergelijk Baudier, Boudron.

Baudringhien, de; Bauderingheen: Belgische familienaam Debaudrenghien. Plaatsnaam Boudergem, Frans Boud(r)enghien, Vloesberg/Floesberge, Flobecq (Henegouwen). Germaans Balthaharingahaim Ôwoning van de lieden van Baldhari/BouderÕ.

Baudru, Baudrux, Boudru: Moedersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam bald-tržd; 'moedig-kracht': Baldrud.

Bauduin, Bauduen, Baudhuin, Baud'huin, Baudouwin, Baudouin, Beaudouin, Beaudoin, Beoudoing, Beaudoint, Baudoint, Baudoin, Boudouin, Bouduin, Bodhuin, Boduain, Boduin, Beaudhuin, Beauduin, Bodevin, Bodvin, Boudvin: Vadersnaam. Franse vormen van de Germaanse voornaam Boudewijn. Zo ook Bauduinet.

Bauer, Baur, de Bauer, Bouwer, Paur, Pouwer BŠuerle, Baurmann, Bauermann: Duitse beroepsnaam van de boer, landbouwer. Pouwer, Zuid-Duits Pauer, door verscherping b/p.

Bauffe, Debauf, Deboffe: 1. Plaatsnaam Bauffe (Henegouwen). 2. Eventueel variant van Debove, met Waalse verscherping v/f.

BaugnŽe, Baugnet, Baugnier, Baugnies, Baugniet, Baugniez, Beaugnet: Plaatsnaam BaugnŽe in Tavier-lez-Nandrin (Luik), Baugn(i)et in Cortil-Wodon (Waals-Brabant), Baugnies (Henegouwen).

Baujot, Beaujot, Beaugot, Bajoie, Bajoit, Bajo, Bajot, Bageot, Baijo, Baijo, Bajou, Bajoux. Vadersnaam afgeleid van B(e)auger, de Franstalige variant van Germaanse voornaam Bladger.

BaugnŽe, Baugnet, Baugnier, Baugnies, Baugniet, Bauglez, Beaugnet. Naam uit de plaatsnamen BaugnŽe in Tavier-lez-Nandrin (Luik), Baugniet in Cortil-Wodon (Waals-Brabant), Baugnies (Henegouwen).

Bauler, BaulŽ, Beuler, Beulers: Plaatsnaam Baulers (Waals-Brabant), Waals baulŽ. Zie De Baulers.

Baulisch, Beaulisch. Vorm van Paulisch: Slavische familienaam uit Paulus.

Baum. Duits Baum; boom. Plaatsnaam.

Baumann, Pouhmann: Duitse pendant van Bouman, beroepsnaam van de landbouwer, tuinman. Paumann is Zuid-Duits, met verscherping b/p.

Baumel, Bauml, BŠuml: Duitse familienaam van Baum: boom.

BaŸmen: Wellicht verkeerde spelling voor Baumann. Of voor BŠumerÔ bediener van een slagboomÕ.

BŠumer, Baumer, Baumer, Baumers, Beimers, Bohmer, Bšhmer, Bšmer, Boehmer, Boemer, Behmer, Bemers: 1. Duitse beroepsnaam van de man die de slagboom bedient. Soms afleiding van plaatsnaam Baum: boom. 2. Of kunnen de vormen Bo(h)mer, Boe(h)mer, Behmer, Beimers varianten zijn van Duits Bohme, met -er-uitgang zoals Nederlands Bo-hemer.

Baumgard, Baumgart, Baumgarten, Baumgartner : Wonend bij of eigenaar van een boomgaard, boomkweker.

BaumrŸcker. Beroepsnaam van de boomhouwer.

Baumsteiger. Beroepsnaam van de boomklimmer.

Bauque, Baucq. Picardisch bauque; balk. Vergelijk Balk.

Baurdaux, Baurdoux, Beaudoux: Afwijkende spelling van Bourd(e)aux, Bordeau(x) van Dubourdeau. 1. Oudfrans bordel, verkleinvorm van bord (Nederlands bord ÔplankÕ), dat is een Ôhouten gebouwtje, houten huisje, hoeveÕ, en hieruit dan weer Nederlands bordeel. Er is een plaatsnaam Bordeau in Bousval (Waals-Brabant), Bourdeau in Mont-Saint-Aubert (Henegouwen). 2. Eventueel plaatsnaam Bordeaux (Gironde, Seine-et-Meuse enz.).

Baurir, Baurire, Beaurir: Plaatsnaam. Waals baur”re, Frans barrire: slagboom.

Baus, Bauset. Germaanse voornaam Baldzo (so- afleiding van Balth-naam)

Bausch, Bauschke. Midden Hoogduits bžsch: knuppel. Bijnaam voor een knoestige kerel. Vergelijk De Clippel.

Bauschleid. Plaatsnaam Bauschleiden. Zie ook Bieselijden.

Bausire, Bausier, Bausiers, Bauzire, Beeuwzier, Beosiere, Beosier, Beosire, (de) Beozire, Beozires, Beoziere, Byosiere, Byosire, Bessires, Bessire: Plaatsnaam Bausires in Bascles (Henegouwen). De vormen met beo-, byo- via Piardisch biau. Voor Beeuwzier, vergelijk Beeuwsaert. Zie ook Beausire.

Bausmans. Vadersnaam. Afleiding van Bald-so, Boudse, vleivorm van Boudewijn.

Baveko, Bavekoo, Baveco: Door v-uitstoting van een klank in het midden van een woord uit de plaatsnaam Bavikhove (West-Vlaanderen) of Bavinkhove (Frans-Vlaanderen).

Baustert. Plaatsnaam, Reinland-Pfalts.

Bauthier, Bautier, Beauthier, Beauthire: Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam bald-hari; zie Baudier, Bouters.

Bautet. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse bald-naam, zoals Baudet.

Bautil, Batil: Wellicht plaatsnaam beau + Oudfrans til: mooie linde. Vergelijk Beautheil (Seine-et-Marne). Of uit Bastil(le)?

Bautmans, Bauttemans: Vadersnaam. Vleivorm op -man van Baut = Boud, korte vorm van bijvoorbeeld Boudewijn.

Bautsoens, Bautsons, Batsoens, Batjoens, Bestjoen: Vadersnaam. Aanpassing van Baudechon. Variant van Bavarois; Beier, volksnaam. Vergelijk Bauvir = Bavire.

Bauvet, Bauvez. 1. Vadersnaam van Germaanse voornaam Bavo. Vergelijk Bauvin. 2. Verschrijving voor Beauvais.

Bauvin, Bauvain, Bavin: 1. Plaatsnaam Bauvin (Nord). 2. Vadersnaam. Romaanse vormen van Ba(u)win; zie Bauwens.

Bauw, van den, Verbouw, Verbouwen, Verbouwe, Verbauwe, Verbauw, Verbauen, Verbauem: Plaatsnaam bouwe, bauwe: bouw(werk). Ter Bau(w) in Rollegem-Kapelle.

Bauwede, van der, van der Bauwhede, Verbauwhede, Verbauwede, van den/der Bouhede, van der Bouwhede, van den Bohede: Plaatsnaam Ter Bauwede in Wevelgem. (West-Vlaanderen).

Bauweleers, Bauwelers, de Beauwela‘re: Afleiding van de plaatsnaam Bouwel. Zie Van Bouwel.

Bauwen, Bauwens, Bauwin, Bawin, Baweins, Bawens, Bouwyn, Bouwens, Bouwen, Bouwes, Bouws, Boeuwens, Beauwin, Beauwens, Bauvens, Bauens: Vadersnaam. 1. Variant van Boudens (vergelijk oude= ouwe), Zie Boudin. 2. Vleivormen van de Germaanse voornaam Bavo.

Bava, Bavard. Bijnaam. Afleiding van Oudfrans baver; kwijlen. Vergelijk Babbaert.

Bavay, de, Debavaye, Debavay, Debaveye, De Baveye, Bavais: Plaatsnaam Bavay (Nord), Nederlands Bavik.

BavŽ. 1. Vadersnaam van Germaanse voornaam Bavo. 2. Verschrijving voor Bavay.

Baveghem, Bavegem, van, Bavegem, Bavegems, Baveghems, van Baevegnem, Baevegem, Baeveghems, Baevegems: Plaatsnaam Bavegem (Oost-Vlaanderen).

Bavel, van, Verbavelt: Plaatsnaam Bavel (Provincie Antwerpen, Noord-Brabant). Afleiding er van is Bavelmans.

Bavelaere, de, de Bavelaar, de Baevelaere. 1. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Bavel (Antwerpen en Noord-Brabant). 2. Bijnaam; de babbelaar.

Bautmans, Bauttemans. Vadersnaam, knuffelvorm op man van Baut/Bout. Dit als verkorting van Boudewijn.

Bauwede, vn der,vVan der Bauwhede, Vanderbauwhede,Verbauwhede, Verbauwede, van den/der Bouhede, van der Bouwhede, van den Bohede. Familienaam uit de plaatsnaam Bauwede in Waregem.

Bauwen, Bauwens, Bauwin, Bawin, Baweins, Bawens, Bouwyn, Bouwen, Bouwens, Bouwes, Bouws, Boeuwens, Beauwin, Beauwens. 1. Vadersnaam, variant van Boudens, zie aldaar. 2. Knuffelvorm van de Germaanse voornaam Bavo.

Bavire, (van den) Bavier, Bauvir, Baivier, Baivie, Baivy, Baiwir, Baywir, Baiwy, BŽvie, BŽvier, BŽvierre, Bevier, Bevierre, BŽvire, BŽviaire, Beviaire: Plaatsnaam Bavire, Waals Baiwir, Baiwy: Beieren, Duits Bayern.

Bavin. Vadersnaam. Vleivorm van de Germaanse voornaam Bavo.

Bavinckhove, van, Bavinchove van, van Baevinckhove, Bavencove, Bavencoffe, Bavencoff: 1. Plaatsnaam Bavinkhove. 2. Plaatsnaam Bavikhove (West-Vlaanderen).

BavrŽ, Bavre: Baverez, van Oudfrans bavire: morsdoekje, slabbetje, (vandaar) deel van de wapenrusting dat hals en kin moest beschermen; vergelijk Halsberghe. Beroepsnaam.

Bayard, Bayart, Baya, Bayat, Baevaert, Bayaert, Baeijaert, Baeyard, Beyaert, Beya, Beijaert, Bejaer, Bejaert, Boyaert, Boyart, Boyar, Boyard, Boeyaert. Bijnaam naar het bruinrode paard (Middelnederlands bayaerd/t, beyaert, het Oudfranse bayart).

Baye, Baie, Baey, Baeys, Baeijs, Baeyst, Bayst, Bayen, Bay, Bays, Bey, Beye, Beij, Beije, Beys. 1. Vadersnaam, knuffelvorm van een Germaanse bern-naam. 2. Zie ook Baey.

Bayezt: (de familienaam van de in 2005 overleden Francis Bay) zie Bailey.

Baydu. Turkse naam die kan afgeleid zijn uit de betekenis: jongen, helper, vriend.

Bayon, Bayonnet, Bayenay, Bayenet: 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Bado; afleiding op -et. 2. Oudfrans baion, bayon: pijl van een kruisboog. Beroepsnaam van een baionier, bayonnier: boogschutter. 3. Zie B‰illon.

Bazel, de: Plaatsnaam Bazel in het Land van Waas (Oost-Vlaanderen).

Bazelaire. Oudfrans badelaire, baselaire, Middennederlands baselaer, baseleer: lang mes, dolkmes, kort gebogen zwaard. Beroepsnaam voor de wapensmid of de vechter. Frans Baudelaire.

Bazelmans, Baselmans: Waarschijnlijk re•nterpretatie van Bazeman. Afleiding van de Germaanse voornaam Baso.

Bazuin, Bezoen: Plaatsnaam (Drenthe): 1485 Bezueden, 1515 Besuen: bezuiden, van de familienaam Bezoen. Vergelijk Besuyen. 1763 Jan Jansz van Basoen = van Bazuin (vader van) Geert Jansz Bezoen, (en die woonde op Basuin/Basoen in) IJhorst, Overijssel.

Bazen: Vleivorm van de Germaanse voornaam Baso: Basinus.

Beaart: Spelling voor de familienaam Bejaert, van Beijaert. Middennederlands bayaerd, beyaert, Oudfrans bayart Ôbruinrood paardÕ; zie ook Baaij. Vandaar het bekende Ros Beiaard.

Beaufort, (de): Verspreide Plaatsnaam (onder meer Nord, Pas-de-Calais, Somme, Meuse). 1595-1661 Pierre de Beaufort kwam uit Sedan (Ardennes) naar Nederland en werd burgemeester van Hulsterambacht.

Beaulen, (de) Beaulie. Deze familienaam komt bijna uitsluitend voor in de provincies Luik en Luxemburg. 1. De plaatsnaam Beaulieu komt in heel wat gebieden voor. Zelfs heel wat heerlijkheden in Vlaanderen heten zo. In dit geval een plaatsnaam. 2. Mogelijk een variant van Baillien. Zie aldaar.

Beauprez, BeauprŽ, Beelprez, Belprez. Familienaam vaar de plaatsnaam BeauprŽ (mooie weide) die in Walloni‘ vrij veel en die ook in Vlaanderen voorkomt.

Beaurain: Vanwege de homonymie zijn verschillende plaatsnamen mogelijk: Beaurains bij Atrecht (Pas-de-Calais, Oost-Vlaanderen), Beauraing (Namen), Beaurin bij Kamerijk (Nord).

Beausart, Beaussart, Baeusaert, Beeuwsaert, Debeaussaert, Beauseart, Beeuwsaert, Beeusaert, Beazaer, Beazar, Baussart, Bausart, Bausard,

Bazard, Bazart: Plaatsnaam Beau Sart, Beausart; Ômooie rode, mooi gerooid terreinÕ. Er zijn zeker drie plaatsen met die naam in Walloni‘, namelijk in Bossut (Waals-Brabant), Steenkerque (Henegouwen), Biez (West-Brabant). En dan is er nog Beaussart in het departement van de Somme. Hieruit de West-Vlaamse familienaam Beeuwsaert, vanwege de Picardisch uitspraak van –eau, -ieau.

Beautrix, Beautry, BiŽtry, Bietry, Beltresse, Beltris, Biltresse, Biltris, Bilterest, Biltereyst, Biltereijst, Bilterijs, Bilterijst, Biltereyst, Biltereyst, Biltheryst, Biltrays, Bultereys, Bultreys, Bulteruys, Bultruys, Bulterijst, Bulterijs, Bulteryst, Bulterys, Bultereijs, Bultereyst, Bultrys, Bolterys. Moedersnaam uit de heiligennaam Beatrix, Beatrijs.

Bebelaar: Misschien de Duitse familienaam Bebler, BŠbler, uit de Germaanse naam Babilo, verkleinvorm van Babo?

Becknel, Beknel. Engelse familiemaam Bicknelle. Plaatsnaam Bickenhall, Somerset, of Bickenhill, Warwickshire.

Bequet, Becquet, Bequet, Beket, BekŽ, BŽkŽ, BŽquŽ, BeckŽ, Becquez, BecquŽ, BequŽ, Becques, Becque, Becqwet, Beckett, Bechet, Pecquet, Pequet: Franse vorm van bec: bek. Vergelijk Bek.

BŽacq. Beacq: Waalse uitspraak van Beaghe; zie Bage.

BŽasche, BŽatse, Beatse: Plaatsnaam Biache-Saint-Vaast (Pas-de-Calais), Biaches (Somme).

BŽatre, Beitre, Beatre: Moedersnaam, van Beatrix?

Baeu boucher; Mooie slager. Familienaam Beaubouchez, Bauboucher (Nord)

Beaubigny. Plaatsnaam Beaubigny, Baubigny (C™te-d'Or, Manche).

Beauboire. Wellicht hypercorrect voor Bonboire.

Beaubois. Plaatsnaam Beau Bois in Halanzy, Luik; mooi bos.

Beaucamp, Beaucamps, Baucamp, Baucant, Boquant, Becam, BŽcant, Beckandt, Beckand, Beekandt, Beauchamps, Beauchamp, Bauchant, Beauchampet, Bossan, Bossant: Verspreide plaatsnaam Beaucamp(s), Beauchamp(s): mooi veld.

Beaucarne, Bocarren, Bocaren, Baccarne, Becarnen, Becarne, Becarren: Plaatsnaam Beau: mooi - Picardisch carne/carme, Frans charme: haagbeuk.

Beauchataud. Plaatsnaam Beau Ch‰teau: mooi kasteel.

Beauchesne. Plaatsnaam Beau-Chne (Loir-et-Cher, Orne, Deux-Svres) en in Sosoye: mooie eik. Vergelijk Picardisch Beauquesne.

Beauclef, Beauclet, Bauclef: Waarschijnlijk variant van Beauclercq. Ondanks de familienaam Beauclavaud: mooie sleutel, lijkt het vrouwelijke woord defhier toch niet in aanmerking te komen.

Beauclerc, Beauclerq, Beaucler, Beauclair, Beauclaire: Bijnaam Beau Clerc: mooie klerk.

Beaucourt, Bockourt, Baucourt: 1. Verspreide plaatsnaam (4x Somme). 2. Eventueel bijnaam: mooi en klein (kort). Vergelijk Beaugrande.

Beaufaux, Boffa, Bofaas, Befaes: Plaatsnaam Beaufaux: mooie beuk. Beaufaux in Elzele (Henegouwen) en St-Denis.

Beaufay, Beaufays, Beaufayt, Beaufaijt, Baufays, Baufay, Baufaijs, Baufayt, Baufaijt, Beaugard, Baugard: 1. Moedersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam bil-gard; 'zacht-gaard'.

Beaufils. Frans Beaufils: schoonzoon. Of letterlijk: mooie zoon.

Beaufort, de Beauffort, Beaufort, Beaufour, Bafort: Verspreide plaatsnaam (onder meer Nord, Pas-de-Calais, Somme, Meuse).

Beaugendre. Beau: mooi + verwantschapsnaam gendre: schoonzoon.

Beaugrand, Beaugrande, de, Begerem, Begrem: Bijnaam. Frans beau (et) grand: mooi en groot.

Bejean: Bijnaam Beau Jean: mooie Jan. Vergelijk Schoonjans.

Beaulieu, de. Plaatsnaam Beaulieu in Ferques bij Bonen en Grincourt-ls-Pas (Atrecht), Erneuville, Vilvoorde, Havre (Henegouwen) en verspreid in West-Vlaanderen.

Beauloi, Beaulois, Beauloy, Beauloye, Beaulois: Franse plaatsnaam Boulaie: berkenbos.

Beaumaikers, Beautnecker: Verfranste verschrijving voor Duitse beroepsnaam Baumhacker: boomhakker, houthakker.

Beaumaine. Plaatsnaam Beau Maine; mooie woning, woonplaats.

Beaumariage. Bijnaam Beau + Oudfrans mariage; echtgenoot getrouwd man.

Beaume, Buamen, Baume: Plaatsnaam. Waals borne: kuil, bijvoorbeeld Al Baume in Seraing (Luik), Baume in Haine-St-Paul (Henegouwen) en La Louvire (Henegouwen).

Beaumesnil, Beamenil. Plaatsnaam Beau Mesnil, van Latijn mansionile: woning. (Calvados, Eure, Vosges).

Beaumet, Beaumez, -Biaumet, Biaume, Biaumez, Biomez, Bajomez, BajomŽ, Bajome, Bammez, Bammey, BŽmŽ, BernŽ: Plaatsnaam Beaumetz (Pas-de-Calais, Somme). Frans beau + Oudfrans me, mez, van Latijn mansus: woning.

Beaumont, de, van, Beaumon, Baumont, Baumon, Biamont, Biemont, BŽmong, BŽmon, Bemont, Bemon, Bemong, Beumont, Bernant: Erg verspreide plaatsnaam Beaumont (als in Henegouwen, Nord, Pas-de-Calais, Somme).

Beaupain, Beaupin, Lebaupin: Frans beau pain: mooi brood. Bijnaam of beroepsnaam. Vergelijk Schoonbrood(t).

Beaupre, Belpaire, Belpeer, Beelper: Verwantschapsnaam beau-pre: schoonvader, (wellicht ook) grootvader, vergelijk Middennederlands schoonheere.

Beauport. Bijnaam Port is hier wellicht te begrijpen in de Oudfranse betekenis: houding, gedraging.

Beauprez, BeauprŽ, Beelprez, Belprez: Plaatsnaam BeauprŽ: mooie weide; onder meer in Gottignies (Henegouwen), Marchin (Luik), Grimminge (Oost-Vlaanderen), Brugge (West-Vlaanderen).

Beauquesne, Beauquenne, Bauquenne, Bauquene, Bauquaine, Bauqune: Plaatsnaam Beauquesne (Somme): mooie eik. Vergelijk Beauchesne.

Beauraing, Beaurain, Beauraind, Bearin, Beaurant, Beaurent, Beaurang, Biarent, BiŽrent, Bauraind, Baurain, Bauraing, Baurang, Bauraint, Baurant, Baurin, Baurins, Baurand, Baurant, Bauren, Baurens, Baurent, Baureng, Borin: 1. Plaatsnaam Beaurains bij Atrecht (Pas-de-Calais). 2. Plaatsnaam Beauraing. 3. Plaatsnaam Beaurin bij Kamerijk (Nord). 4. Sommige vormen met o-klank kunnen spellingvariant zijn van Borin.

Beauregard. Plaatsnaam Beauregard: mooi uitzicht. Plaatsnaam Bellewaerde bij Ieper, van Picardisch vorm Beaureward.

Beaurieux, Plaatsnaam Beau Rieu: mooie waterloop, mooie beek. Beaurieux (Aisne, Nord) en in Court-St-Et. (Waals-Brabant) en Heure-le-Romain (Luik).

Beaussart, Beausart, Beausaert, Debeaussaert, Beauseart, Beeuwssaert, Beeusaert, Beazaer, Beazar, Baussart, Bausart, Bausard, Bazard, Bazart: Plaatsnaam Beau Sart: mooie rode, mooi gerooid terrein. Beausart in Bossut (Waals-Brabant), Steenkerque (Henegouwen), Biez (Waals-Brabant); Beaussart (Somme).

Beaussillon. Beausillon. Re•nterpretatie van Bouchillon = Bosquillon.

Beaisire, Beausir, Bausire, Bausir, Bessire: 1. Bijnaam Beau sire: mooie heer. Vergelijk Schoonheere. 2. Eventueel Picardisch variant van Bausire.

Beautemps, Boutans: Bijnaam Beau temps: mooi weer. Bijnaam voor een vrolijk, opgeruimd mens. Vergelijk Laitem, Engels Fairweather.

Beautrix, Beautry, BiŽtry, Bietry, Beltresse, Beltris, Biltresse, Biltris, Bilterest, Biltereyst, Biltereijst, Bilterijst, Bilterijs, Bilteryest, Bilteryst, Bilterys, Biltheryst, Biltrays, Bultereys, Bultreys, Bulteruys, Bultruys, Bulterijs, Bulterijs, Bulteryst, Bulterys, Bultereijs, Bultereyst, Bultrys, Bolterys: Moedersnaam. Latijnse heiligennaam Beatrix; 'gelukbrengster'. Via de varianten Biatrit, Biautris, Beautrit werd biau/beau als een ontwikkeling van bel opgevat.

Beauvais, Beauvez, Bauvais, Bauvez, Debeauvais, BiŽvez, Bievez, Bievet: Plaatsnaam Beauvais (Oise). Beauveser is afkomstig van Beauvais.

Beauval, Bauval, Bosval, Boval, Beaval, Biavat, Biava, BiŽva, Bieva, Biveaux, Bivaux, Biva: Plaatsnaam Beauval (Somme): mooi dal.

Beauvallet, Beauvarlet, Bieuvelet, Bieuvlet, Bievelet, Bievelez: 1. Bijnaam. Frans beau valet: mooie knecht, dienaar, edelknaap, page, schildknaap. Let op de epenthetische r in Valet = Varlet, Bonvalet = Bonvarlet. 2. Eentueel Beau Vallet: mooi valleitje. Vergelijk De Belvalet, Belvalet(te).

Beauvent, Beauventre, Beauvant: Bijnaam Beau ventre: mooie buik. Naar de sieraden op de borst/buik. De vormen op -t zijn Waalse reducties.

Beauvillain, Beauvilain, Beauvillin. Bijnaam beau villain: mooie dorper. Of afleiding van plaatsnaam Beauville; vergelijk Duits Sch™ndorfer.

Beauvoisin. Bijnaam Beau voisin: mooie buur. Vergelijk Bonvoisin, waarvoor Beauvoisin wel een hypercorrecte vorm kan zijn.

Bebe, Beben. Vadersnaam. Bakernaam Bebe uit Babo.

Bebronne, Bebrone, Debebronne: Plaatsnaam Bebronne; rivier, in Charneux (Luik).

Becanus. De Latijnse humanistennaam van de Antwerpse medicus Joannes Goropius Becanus, namelijk Jan van Gorp van Hilvarenbeek.

BŽcasse, BŽgasse, BŽgas, Begasse, Begas, Bagasse, Bagas, Barjasse, PŽcasse, Pecasse, Pecas, Boecasse: Frans bŽcasse: snip. Bijnaam naar de vogelnaam. Vergelijk Sneppe.

BŽcasseau. Afleiding van Frans bŽcasse; snip. Bijnaam of uithangbord.

Becco, Becko, Beck™, Beco, de BŽco, de Beco: Plaatsnaam Beccoin La Reid, Luik.

Bech. Plaatsnaam Beck, Duits Bach; beek.

BŽchamps, Bechamps, Bechamp: Plaatsnaam BŽchamps (Meurthe-et-Moselle).

BŽchard, Becha: 1. Franse vorm naast Picardisch BŽcard; zie Bekaert. 2. Bijnaam. Afleiding van bec: bek.

Bechof, Bechoff. Plaatsnaam Bechof in Honhardt.

Becht, Bechtel: Vadersnaam. Korte vorm van de Germaanse naam Bechtold, van berht-wald, van Bertold.

Bechtold, Bechtoldt, Bechtolt, Bechtholt, Bechdolt, Bachtold: Vadersnaam. Duitse vorm van Germaanse voornaam Bertold, Bertoud.

Bechu, Bochu, BŽchoux, Bchoux, Bechoux : Afleiding van Frans bec: bek. Betekenis gebekt. Bijnaam voor iemand met opvallende mond, grote mond (letterlijk of figuurlijk). Vergelijk Becude, BŽcu(e): snip, eveneens naar de snavel, bek.

Becken, van der, den. 1. Plaatsnaam Becken in Uitkerke of Lissewege en Schoondijke. 2. Eventueel = Van der Beke.

Beckenhaupt. Volksetymologisch van Duitse bijnaam Beckenhaub: bekkenvormige helm.

Beckerich, Beckrich, Baickrich, Baikrich, Baikry: Plaatsnaam Beckerich.

Beckevoort, van, van Beckfort, (de) Becquevort, Becquevoort, Bequevort, Becqwort: Plaatsnaam Bekkevoort (Vlaams-Brabant).

Beckhoven, van: Plaatsnaam Bekhoven in Brecht (Provincie Antwerpen).

Beckman, Beckmann, Beck, Bek, Beek, Becks, Becking, Beckmann: Midden Hoogduitse vorm van Bachmann: Beekman.

Becquet, Bequet, BŽquet, Beket, BekŽ, BŽkŽ, BequŽ, BeckŽ, Becquez, BecquŽ, BequŽ, Becque, Becques, Becqwet, Beckett, Bechet, Pecquet, Pequet. Bijnaam afgeleid van het Franse bec: bek. Naar een of andere eigenschap.

Beckstedde. Plaatsnaam Beckstedt.

Becourt, Bicourt: Plaatsnaam BŽcourt (Pas-de-Calais).

Becquelin, Beckelynck: Bijnaam, afleiding van bek.

Becquerel, Becquerelle, BŽquerelle, Becrelle, BŽcherel, BŽcharel, Bescherel, Becquereau, Becqueiaux, BŽcriau: Becquerel, -eau is de naam van verschillende watermolens, betekenis: prater, babbelaar (Pas-de-Calais, Nord), onder meer in Doornik (Henegouwen): 1101 de molendino BŽcherel = 1206 Biekeriel. Ook in Ronse (Oost-Vlaanderen).

Becquevort. Provencaals Bekkevoort.

Becwort. 1. Zie van Beckevoort. 2. Eventueel familienaam Engelse familienaam Beckworth.

BŽcude, Becude, Becu, BŽcue BŽcu, Beccu, Becuwe, BŽcuwŽ, Becuve, Beckwe, Beckw Že, Beckw Ž, Beckwee, Beeckwee, Beekwee, Bechu, Bochu, Bocude, Bouckhuyt, Bouckuyt, Bouckhuijt, Bouckuijt, Bouckhuit, Bouckuit, Bockuyt. Bijnaam naar de vogelnaam, Oudfrans becue, West-Vlaamse Becuwe ÔsnipÕ. Bijnaam voor de vanger van. Of bijvoorbeeld iemand met een scherpe neus.

Beda. De naam kan zowel uit Bidart als uit Bidaut worden verklaard.

Bedaf, van: Plaatsnaam Bedaf in Baarle-Nassau en Uden (Noord-Brabant).

Beddegenoodts, Beddegenoots, Beddegenoote. Naam uit het Middelnederlandse beddegenoot: bed- of echtgenoot. Bijnaam. Misschien droeg zij de broek. 

Beddeghem, van. Plaatsnaam Bettegem in Zellik (Vlaams-Brabant)?

Beder, Bedert, Bedeer: Oude Occidentaalse naam van plaatsnaam BŽziers (HŽrault). Bedeur, zie Bodeux.

Bedet: Door verdoffing van de i uit Franse familienaam Bidet, verkleining van een vadersnaam. Bidoul, Bidard of Bidaud.

Beder, Bedert, Bedeer. Oude Occitaalse naam uit de plaatsnaam BŽziers (HŽrault).

Bedin. Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse bad-naam, vergelijk Bedoin. Badinus.

Bednarz, Bednarek, Bednarski, Bednarczyk: Poolse beroepsnaam bednarz: kuiper. Bedoin, Beduin: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam bad-win 'strijd-vriend':

Bedore, Bedoret. Frans bec dorŽ: gouden mond. Bijnaam voor een mooiprater, een welbespraakte. Vergelijk Guldemond.

BeduwŽ, BŽduwŽ, Bedwue, Bedu: Verschrijving voor de Franse familienaam Bedouet, van Oudfrans bedoue: das. Bijnaam naar het dier. Vergelijk Das.

Beeckmans, Beeckman, Beekman, Beckmans, Beckman, Bekemans, Biekman. Familienaam uit de plaatsnaam Beek/Beke. Zeer verspreide plaatsnaam.

Beeghs, Biegs, Biegs. Misschien variant van Berg(h)s, met assimilatie re/tr.

Beek, (van); van Beeck, Plaatsnaam Beek (Gelderland, Belgisch-Limburg, Nederlands-Limburg, Noord-Brabant); ook oude naam van Hilvarenbeek (Noord-Brabant). Of uit Van der Beek.

Beek, van der, te(ter) Beek, Beeke, van der Beke, (van den) Bekke, Verbeek, Verbeeke, Verbeke: Verspreide plaatsnaam ter Beek, ter Beke ÔbeekÕ.

Beekenkamp: Plaatsnaam Bekkenkamp in Holten, Overijssel.

Beeke, Beekes: Afleiding van beke. Zie van (der) Beek.

Beekhuijsen, Beekhuizen: Plaatsnaam Beekhuizen in Zevenaar (Gelderland).

Beekman, Beekma, Beekmans, Beeckman, Bekman: Afleiding van Van der Beek.

Beekwee, Beeckwee, Beckwee, Beckwe, BeckwŽe, BeckwŽ: Vlaamse uitspraak van Becquet.

Beeldemaker, de. Beroepsnaam van de beeldhouwer, schilder, graveur.

Beeldeman. Beroepsnaam van de beeldhouwer, beeldsnijder. Of een re•nterpretatie van Beleman.

Beelden, Beeldens, Belden, Beldens, Bildens: 1. Vadersnaam. Uit Belden, umlautsvorm van Balden, vleivorm van Baldwin, Boudewijn. 2. Zie De Belder.

Beele, Beelen, Beelens, Belens, Bele, Belen, Ble, Beel, Beels, Beeils, Bielen, van der Beele, van der Belen, Verbeelen, Verbelen, Beelkens. Moedersnaam uit Bele, Isabele, Isabella, via Elysabel uit Elisabeth ontstaan. 2. Korte vorm van Mabelie, Amabilia, Frans Mabille.

Beele, van der, van der Belen, Verbeelen, Verbelen: Moedersnaam Verbe(e)len: vrouw Ble, Isabele. Van der Belen is een regressievorm.

Beelkens. Moedersnaam van meisjesnaam Bele; zie Beele(n).

Beeman, Beemans. Wellicht bedeman: belastingplichtige; ambtenaar die de beden of belastingen int.

Beemd, van den, van den Beemt, van de(den) Bemdt, van den Bemd, Beem, van, Beems, van den Bem, van den Bemt, van de(den, dem) Bempt, van der Bempden, van der Bemden, van der Bempden, van den Bempde, van (den) Bemde, van den Bemden, van der/den Benden, van der Ben, van der Bent, van Bemten, (de) Bent, Debempt, de Bend, Behm. Familienaam uit de plaatsnaam Beemd, alluviaal land aan een waterloop.

Beem, van, Beemen, van, van Beeumen, Verbeemen, Verbiemen. 1. Samentrekking van Bohemen. Familienaam uit de streek. 2. Mogelijk ook uit Beemd: zie daar.

Beemster, Beemsterboer. Plaatsnaam. Noord-Holland.

Been, Beens, Beenen, Beems: 1. Bijnaam naar het lichaamsdeel been, wellicht voor een kreupele of manke. Vergelijk Kortbeen, Langbeen. 2. Beroepsbijnaam van de slager, beenhouwer.

Been, de. Waarschijnlijk spelling voor Debien of Deben.

Beenhakker, Beenhakkers, Beenhacker, Beenakker, Beneker: Beroepsnaam van de slager. Vergelijk Beenhouwer.

Beenhouwer, de: Beroepsnaam van de slager.

Beenkens, Beentje, Beentjes, Beankens, Beonckens, Biunkens, Benekens, Benneken, Bennekens, Bienkenss: Variant van de Vlaamse familienaam Beenkens. Verkleinvorm van Been, bijnaam of beroepsnaam. 1. Vadersnaam. Been, van Bernhard. 2. Bij de bijnaam Been.

Beer, de(n), de Behr, (de) Beir, de Beire, de Beyre, Ber, Beerepoot: 1. Bijnaam naar de dierennaam, uit ŽŽn of andere eigenschap. 2. Het kan ook naar de huisnaam zijn ÔIn de beerÕ. 3. Beroepsnaam voor een berenleider (circus-, marktattractie).

Beerblock. Plaatsnaam, 1426 te Beerbrouc, Vinkt.

Beeren, Beerens, Beirens, Berens: Zoals Berens afleiding van de Germaans voornaam Bern(h)ard.

Beerendonk, van, Berendonk. Plaatsnaam Berendonk, Kempen.

Beerkens: Bijnaam. Verkleinvorm van de Beer.

Beerlings, Berling, Berlingin, Berlijn, Berlyn, Berlin, Berlink, Beerning, Beernink, Bernink, Bierlin, Borlyn, Beeren. 1. Vadersnaam afgeleid van de het Germaanse ÒberÕ= beer of dappere strijder. Een vechtertje dus. 2. Eventueel plaatsnaam Berlingen (Limburg).

Beerman, de, Beermann, Bermans, Berman, Bermann, Bermane: 1. Middennederlands berman: sjouwer, losser. 2. Zie Berman(s).

Beersman, Beersemans, Beesemans, Beesmans, Beirsmans: Afleiding van Van Beers.

Beers, Bers, Biers. 1. Afleiding van Van Beers (zie daar). 2. Afleiding van (de) Beer (zie daar). 3. Of variant van Beerts (zie daar).

Beers, van, van Bers, van Beirs, Beersmans, Beesemans, Beesmans, Biersmans: 1. Plaatsnaam Beers (Noord-Brabant) of Beerse (Antwerpen).

Beersel , van, van Biersel, Beerselmans. Naam uit de plaatsnaam Beersel (Vlaams-Brabant) of Beerzel (Antwerpen).

Beersma: 1. Friese vadersnaam. Afleiding van ber-naam, zoals Bernhard. 2. Afleiding van de plaatsnaam Beers (Littenseradiel, Friesland)

Beert, Beerts, Bert, Berth. Vadersnaam, verkorte vorm van een Germaanse Bert-naam (: schitterende).

Beerten, Beertens, Berten, Bertens, Bierten, Bertijn, Bertyn, Bartens, Barten, Barthen: 1. Moedersnaam. Be(e)rten kan een verbogen vorm (afleiding) zijn van Berte = Berta; zie Berte. 2. Be(e)rten(s) kan een vleivorm zijn van een Germaanse bert-naam; zie Beert(s).

Beest, van: 1. Plaatsnaam Beesd (Gelderland). 2. Plaatsnaam Geetbets (Vlaams-Brabant). 1389 tusschen Beest ende Halen.

Beeten, van der, Verbeeten, Verbeten, Verbeet. Familienaam uit de plaatsnaam Betuwe (onder andere in Tongeren, Limburg).

Beethoven, van. Familienaam mogelijk uit de plaatsnaam Betho in Tongeren.

Beets, Beetz, Biets, Bietz: 1. Vadersnaam. Afleiding van korte vorm van Germaans berht-naam. 2. Plaatsnaam Beets (Zeevang, Noord-Holland).

Befays, Befaijs, Befayt, BŽfayt, Befahy, Debeaufay: Plaatsnaam Beaufays (Luxemburg): mooi beukenbos.

Beff, Debeffe, Debefve, Debaiffe, Debeef, Debeefe, de Beef: 1. Plaatsnaam Beffe, Bfve in Thimister (Luik). 2. Eventueel plaatsnaam Baives (Nord), met verscherping v/f. Zie Debaive.

Begars: 1. Variant van Begaeres, van Frans BigarrŽ Ôveelkleurig, bontÕ. 2. Middennederlands beg(g)aert, baggaert Ôlekenbroeder, lid van een vrije godsdienstige gemeenschapÕ, mannelijke tegenhanger van de begijn. Het woord kreeg een pejoratieve betekenis. Frans Begart Ôketter, schijnheilige, gekÕ.

BŽgault, Begaux: Oudfrans begalt, variant van begard: begaard; vergelijk Baggaert. Ook pejoratief: ketter, schijnheilige, gek.

Begelinger. Duits Beglinger, afleiding van de plaatsnaam Beglingen in Mollis-Glarus.

Begier. Zuidfranse familienaam BŽguier, Vig(u)ier van Latijn vicarius: gerechtsdienaar.

Begin, van, den, van (den) Beginne, van den Begine, van Beguin: Naar de woonplaats bij de begijnen, het begijnhof of op een stuk grond dat aan de begijnen toebehoort.

BegnŽ, Beignet, Begnet, Begne, Beigne. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Baginus (uit Bagin-hari). 2. Bijnaam uit het Oudfranse beigne: buil op het voorhoofd. 3. Beroepsbijnaam naar de naam van het gebak: beignet.

Begois. Misschien verkorte vorm van L'Aubegeois: iemand uit Albi, of Albigens, ketter.

Begon, Begond, Begones, Beghon: Bijnaam. Afleiding van bgue. Zie Lebegue.

Begthel: Wellicht vadersnaam. Van Duits Bechtold, dat is Berthold.

Begtoo, van: De naam verwijst niet noodzakelijk naar een plaatsnaam, want hij komt ook zonder ÔvanÕ voor.

BŽguelin, Beguelin, BŽghelin: Variant met –lin afleiding van Duitse familienaam Bege(le) van Bage, Midden Hoogduits b‰gen: schreeuwend twisten, hard schreeuwen, zich beroemen op. Vergelijk B(eh)aeghe.

BŽguin, Beghuin, Beguin, Begijn, BŽguin, Beguin, Beguin, Beguint, Beghain, Begain, BŽgain, BŽghain, Beghin, BŽghin, Beghijn, Begheijn, Begijn, Beghyn, Begyn, Beginne, Begine, Begheyn, Begeyn, Beghein, Begein, Baghein, Bagein, Boggyn, Boggijn: Bijnaam. Uit Oudfrans beguin Ôdwaas, gekÕ.

BŽguinne, Begine, Begine: 1. Bijnaam, vrouwelijke vorm van Begin, Oudfrans bŽguin: dwaas. Zie BŽguin. 2. Bijnaam voor een kwezelachtige vrouw, een begijn.

Behage: Bijnaam Bage voor een overmoedige, trotse, ingebeelde, ijdele. Van Middennederlands werkwoord bagen ÔroemenÕ; Bijvoeglijk naamwoord, bagel ÔpronkerigÕ. De vorm Behage is hypercorrect en tegelijk een volksetymologische associatie met behagen, behaagziek.

Beharel, Beharelle, Bearelle. 1. Naam uit het Franse bihorel, bihoreau: reigersoort. Bijnaam voor iemand met lange benen. 2. Naam uit de plaatsnaam Bihorel (Seine-Maritime).

Beherman. Duits Behrmann, Beermann; Biermann, beroepsnaam van de bierhandelaar.

Beheyt, Beheyt, Beheydt, Beheyd: West-Vlaamse familienaam. Over Baheyt (met hyper-correcte h) van Baet, variant van Baiet: rosbruin, roodbruin, bruinrood. Bijnaam. Ook naam van bruinrood paard, vergelijk Baaij.

Behiels: Onduidelijk. Mogelijk een variant van Beels: zie Beelen.

Behn, Behncke, Behnke: Vadersnaam. Noord-Duitse korte vorm van Germaanse voornaam Bernhard.

Behogne, Bohogne, Debehogne: 1. Plaatsnaam Behogne, oude naam van Rochefort. 2. Romaanse vorm van Bohemen. 3. Plaatsnaam Bohan.

Behr, de. Bijnaam Ôde beerÕ. Duitse familienaam uit Wurzburg.

Beicht. Duits Beichte: biecht. Bijnaam voor de biechteling of biechtvader. Vergelijk Duits Beichter.

Beier, Beyer, Beyers, Beijer, Beijers, De Beyer, Beyers, De Beyre, Byers, Baier, Bayer, Bayers, Baert, Bayertz, Baijer, Bajer. Bijnaam voor iemand afkomstig uit Beieren.

Beignier, BinjŽ, Binje, Binie, BignŽ, BingŽ. 1. Vadersnaam uit de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam bagin-hari. 2. Of verschrijving van Beignet. Zie bij BegnŽ. De vorm BingŽ is ook ontstaan uit een vondelingennaam (Brussel 1843)

Beijaert, Beyaert, Bejaer, Bejaert. 1. Zie Bayard. 2. Beroepsbijnaam voor de beiaardier, de klokkenspeler.

Beijersbergen. In Nederland komt naast Van Bergen Henegouwen ook Beijersbergen van Henegouwen voor.

Beijk. Wellicht variant van Beek.

Beinhardt, Beinaerdts, Beinaerts, Beynaerts, Beenaerdts, Beenaerts, Benaerts, Benaets: Vadersnaam. 1. Germaanse voornaam bain-hard; 'been-sterk': Beinhard. 2. Zie Benard.

Beinsberger, Beynsberger, Beijnsberger: Afkomstig van Bensberg, Noordrijn-Westfalen.

Beiten. West Vlaams beite: ooi. Bijnaam. Vergelijk Schaap, Mouton.

Bejaer, Bejaert. Variant van Beyaert of van Frans BŽjard. Of eventueel BŽard?

BŽjard. Franse plaatsnaam Beaujard: mooie gaard, mooie tuin.

 Bek, (de) Beck, Bec, Beckx, Bekx, Becks, Beks, (de) Becq, Becx, Bex, Beek, de Beeck, Beeck, Beeckx. 1. Bijnaam voor iemand die een grote bek opzet of voor iemand met een speciale mondvorm die op een bek of snavel lijkt. 2. Heel wat vormen kunnen varianten zijn van Beek, Van der Beke.

Bekaert, BŽkart, BŽka, Beka, Bekaar, Beca, Becart, Becar, Beccaert, Becaert, Beeckaert, Beckaert, Becaas, Becquaert, Becquaer, Bequart, Beekaert. 1. Afleiding vorm van Van der Beke, zie Beke. 2. Romaanse afleiding van bec: bek. Bijnaam.

Bekbergen, van, van Beckbergen: Plaatsnaam Beekbergen (Gelderland).

BŽke, BekŽ. 1.Zie Be(c)quet. 2. Mogelijk soms een verfransing van de naam Beke (en varianten).

Beke, Beken (van der), van der Bek, van der Becq, van der Becken, van der Beck, van der Beckem, (van der) Beque, (van der) Beeck, Beek, (van der) Beeken, Beeke, von der Becke, van de Beek, van der beck, van de Beck, van den Beek, van den Bekke, van den Beke, van den Beck, van den Becken, van den Becke, Vandrebeck, Wandrebeck, Wenderbeck, Verbeecke, Verbeecken, Verbeeke, Verbeeck, Verbeek, Verbecken, Verbecke, Verbeck, Verbecque, Verbecq, Verbeken, Verbeke, Verbque, Verbeque, Verbeckt, Ferbecq, Vorbeck, ter Beek, Terbekke, Beekens, Beeken, Beken, Beeken, Beeke, Bekkens, Beeck, Beeckx, Beek, Beex, Becque, Becken, Becke, de Beke, Bque, Bque, Opdebeeck, Opdebeek, op de Beeck, op de Beke, op de Becq, Obtebeke, Opderbeck, Beeckman, Beeckmans, Beekman, Bekemans, Bekeman, Bekema, Bekkema, Bekhof, Bekke, Beckmans, Beckman, Biekman. Familienaam afgeleid van de zeer verspreide plaatsnaam Ôter, Beek, Ter Beke; beekÕ.

Bekelaar, Bekelaer, Beeckelaers, Beclard: Ontronde vorm van Beukelaer.

Bekenes: Plaatsnaam Bekenes in (Utrecht).

Beker, Bekers, Bekersz, Beekkers, Beekers, Beekher, Bieker: 1. Bijnaam naar de huisnaam 'De Beker' of beroepsnaam van de bekermaker. Vergelijk Duits Becher(er). 2. Uit Bekaert(s).

Bekhoven, van Beckhoven: Plaatsnaam Bekhoven in Brecht (Antwerpen).

Bekkum, van. Plaatsnaam, Bekkum, Overijssel, bij Hengelo.

Belpaume, Bellepaume, Belpalme, belpaeme, Belpame, Belpomme: Franse bijnaam Belle paume: mooie (hand)palm. Vergelijk Frans Bellemain.

Bel, Belmans, Belman, Bellen, Bellens. 1. Familienaam uit de plaats Geel-Bel (Antwerpen). 2. Zie ook Belmans, Bellin, Belle.

Bel, de: Bijnaam of beroepsbijnaam naar de bel van de bellenman, de omroeper.

Bel, van (der): Bijnaam naar de huisnaam ÔDe Bel(le) als in BruggeÕ. Zie ook In de Belle.

Belaert, Beelaert, Beelaerts, Beellaert, Bielart, Biela, Belard, Belart, BŽlart, Bellaert, Bellard, Bellaart, Bellart, Beldert: Bijnaam. Afleiding van het Middennederlands werkwoord belen, bellen Ôblaffen, onaangename geluiden voortbrengenÕ, vergelijk Duits bellen ÔblaffenÕ.

BŽlanger, BŽlangŽ, Belange, Belamge, Bellanger, BellangŽ, Bellange, Bellengier, BellengŽ, Bellenge, Bellenger, Belenger, BŽlenger, Balanger: Vadersnaam. Variant van Berenger met r//-wisseling. Vergelijk de Engelse famiienaam Bel(l)enger, Bellinger = Ber(r)inger.

Belboom. Een huis in Brugge heette in 1580 De Belleboom.

Belche. Duitse bijnaam. Middenhoogduits b‘lche: waterhoen.

Belde, Beeldens: Vadersnaam. Belden, klankwijziging van een klinkervorm van Balden, vleivorm van Baldwin, Boudewijn.

Belder, van de. Waarschijnlijk variant van Van de Bielde, be•nvloed door De Belder.

Belderbos, Belderbosch. Plaatsnaam in Geel (Antwerpen?), Brunssum. Of Bellenbusch in Wuppertal?

Belderok: Picardisch belleroque. Samenstelling met Oudfrans roche, Oudpicardisch roke, roque Ôrots; slot, burcht op een rotsÕ. Plaatsnaam Belleroche (Loire, Moselle).

(de) Belder, Belders, Bielders, (de) Belser, de Beelde, Beeldens, Beelden, Belden, Beldens, Belt, (van den); van de(r) Bilt, Beld, van de/den, Belde, Beldhuis, Befeldens, Befelden, Befelde, Goldenbeld. 1. Het Middelnederlands beelder betekent schepper, uitbeelder, beeldhouwer, schilder. In dat geval een beroepsnaam. 2. Beroepsnaam van de omroeper, de belleman. 3. Naam uit het Middelnederlandse bels: bijl. Beroepsbijnaam voor de smid, de wapenmaker.

Belderbos, Belderbosch. Familienaam uit de gelijknamige plaatsnaam in Geel (Antwerpen).

Beldert: Vadersnaam. Germaans naam balth –hard Ômoedig –sterkÕ: Baldhardus.

Beleman, Belemans, Beellemans, Beelleman: Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Ble: Isabele.

Beleir, de: familienaam De Beleir, verschrijving van De Berlaer = van Berlaar. Plaatsnaam Berlaar (Provincie Antwerpen).

Belckx. Wellicht variant van Balks.

Belet: 1. Vadersnaam. Uit Robelet of Robillet, verkleinvorm van de Germaanse voornaam Robert. 2. Bijnaam Bellet, verkleinvorm van bel, beau ÔmooiÕ.

Belfroid, Belefroid, Bellefroid, Bellefroy, Beffroi, Balfroid, Balfoort, Balfhoudt, Bafort, Baffrooy, Baffroy, Baffrey, Bafroey, Bellfort, Belford, Beffort: 1. Vadersnaam. Ba(l)froid, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Balafrid, Balfredus. 2. Plaatsnaam Bellefroid (Provincie Luik) of Beaufort of Belfort. Bellefroid in Voroux-Roloux. Belfort van Franse beffroi, uit Oudfrans berfroi, dat uit het Oudnederlandse *bergfriþu "vredebewaarder", uit Oergermaans *bergan "bergen, bewaren" en *friþuz "vrede, bescherming". Via volksetymologische werd beffroi in de 13de eeuw omgevormd tot belfort, uit bel "klok" en fort "burcht, versterking".

Belge, Belgen, Belges. Vadersnaam. Bakervorm van de Germaanse voornaam Baldger. Vergelijk Belger(s).

Belgeonne, Beijonne: Bijnaam. Frans bel: mooi + Jone, dat is de vooornaam Jean: Jan. Vergelijk Jeannard=Jonnard, Schoonjans, Beaujean.

Belger, Belgers: Vadersnaam. Germaanse voornaam balth-ger Ômoedig-speerÕ.

Belgy, Belgey: Bretonse familienaam Beleguic, Le Belleguic, Le BellŽguy, afleiding van Bretons Belec: priester.

Belhomme, Belhommet, Bel'Home: Bijnaam voor een mooie man; vergelijk Schoonemans, Duits Schonemann.

Beliard, Belliard, Bellia, Belliart, Beljaars, Beillard, Beilharz, Billiard, Billiaert, Billia, Bilia, Billart, Billard, Billla, Billat, Billas, Billast, Bilaer, Bila, Biard, Biar, Biart, Bia, Bias, Biya, Bya, BŽard, BŽart, Beard, Beart: 1. Moedersnaam. Germaanse voornaam Biligardis, Billiardis, Beliardis; of vadersnaam. Biliardus, Beliardus. 2. Vadersnaam. Korte vormen van de Romaense vleivormen Robillard, Lambillard.

Belie, de: Variant van de familienaam De Bille. Plaatsnaam Oudfrans bille ÔboomstronkÕ.

Belien, Belie, BŽlie, Beli‘n, Beli‘ns, Bilien, Bili‘n, Bielien, Bill, Bille, Billen, Billens), Bilen, Billenne, Bilenne: Moedersnaam, afleiding van de voornaam Belie, korte vorm van Mabelie, Frans Mabille, van Latijnse Amabilia of van Sebelie, van Sibilia.

BŽlier, Belier, Bellier, Belly, Bellij: 1. Frans bŽlier: ram. Bijnaam. Vergelijk De Ram. 2. BŽlier is de vondelingnaam van Hipolite BŽlier, in 1817 gevonden in Cent aan een cafŽ in de Rue du BŽlier, verkeerde vertaling van Raamstraat, begrepen als Ramstraat.

Belijn, Belijn, Belym, Beleyn, Belin, Beling, Blin: 1. Vadersnaam. Vleivorm van een Germaanse voornaam, misschien korte vorm van Robelin. Of Bratto is een variant van Bertin of BŽnin. Belijn is de naam van de ram in Reinaert de Vos en die kan wel beantwoorden aan Bernardus, naam van de ram in de Isengrimus. In het Frans is Belin de traditionele naam van het schaap. 2. Zie ook Bellin.

Beljaars, Beljaards, Belien, Beli‘n, Bellaart, Beljers. 1. Moedersnaam, van Mabelie, Sibilia of Biligardis/Beliardis. 2. Vadersnaam van Beliardus. 3. Of van Franse namen als Robillard en Lambillard.

Bellau, Belleau. Plaatsnaam Belleau, Aisne, Meurthe-et-Mos. Afleiding van bel; mooi. Vergelijk Bellet.

Bell. Engelse familienaam. 1. Moedersnaam Isabel. 2. Bijnaam. Frans bel; mooi. 3. Engels bell; klok, bel. Bijnaam.

Bellaire, Belair, Belaire: 1. Plaatsnaam Bellaire (Luik) en in Cortil-Wodon, Dison (Luik), Marchin (Luik), Vaux-Chavanne. 2. Bel + Oudfrans hre: figuur, gezicht, gelaatsuitdrukking; Oudfrans ble hre: bonne mine. Bijnaam.

Bellamy. Bijnaam bel ami; mooie vriend, geliefde.

Bellavia, Belliveau. Spaanse en Franse familienaam uit de plaatsnaam: mooie, liefelijke vallei.

Bellavoine, Balavoine: Plaatsnaam Belle-Avesne in Lattre-St. Quentin (Pas-de-Calais):

Ballaeingh, van. Waalse aanpassing van Bellingen.

Belle. Moedersnaam. Korte vorm van Isabel(l)e. 2. Korte vorm van Sint Beatrix, via Beltridis (vergelijk Biltris). 3. Eventueel van Elisabeth, Lijsbette, via Lijsbelle.

Belle, de, (de) Bell, Bel: Bijnaam of beroepsnaam naar de bel van de belleman, omroeper.

Van Belle, Vanbellen, Vanbelle, van Bellen. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Belle (Bailleul in Frans-Vlaanderen) of Denderbelle/Schellebelle, Bel in Geel, Antwerpen..Zie ook Bel.

Belle, in de: Huisnaam De Belle in de Lange Gistsraat in Middelburg. Zie ook van der Bel.

Bellebouche. Bijnaam voor iemand met een mooie mond, wellicht figuurlijk voor een mooiprater. Vergelijk Duits Schšnmund, Frans Bellegueule.

Bellecoste. Belle C™te: mooie helling, oever. Plaatsnaam Bellecotte in Ecaussines (Henegouwen). 2. Plaatsnaam Bellec™te (Luik).

Belleflamme, Bellflamme, Belflamme: Bijnaam of huisnaam. Ook plaatsnaam in GrivegnŽe (Luik).

Bellefond. Plaatsnaam Belle Font; mooie bron. Vergelijk Duits Schonbrunn.

Bellefontaine. Plaatsnaam; mooie bron.

Bellegem, Belleghem, van; Bellegum, Belleghen, van Bellinghen: Plaatsnaam Bellegem (Kortrijk, West-Vlaanderen).

Belleguelle. Bijnaam. Belle gueule: mooie mond. Vergelijk Bellebouche.

Bellekens, Belquin. 1. Naam afgeleid van bel(le). Bijnaam voor de belleman. 2. Vadersnaam uit de voornaam Bellin. Zie daar.

Bellem, van. Plaatsnaam Bellem, Oost-Vlaanderen.

Bellems, Bellemans: Schouwse familienaam uit Bethlehems, naar het klooster Bethlehem bij Elkerzee (Middenschouwen).

Bellemans, Belmans, Belmanne, Bellmann, Bel. 1. Beroepsnaam voor de belleman, de omroeper. 2. Afleiding van Van Belle: zie Belle. 3. Afleiding van Bellin/Ballin. Zie bij Bellin. 4. Zie ook Bel. Ook afgeleid van de Schouwse familienaam Bellems, in de 16de eeuw ontstaan.

Bellemare. Moedersnaam. Belle Marie: mooie Maria.

Bellement. Verschrijving voor Belleman of Bellement. Bellement, zie Belmonte.

Bellemont. Plaatsnaam Belmont in Ethe. Bellement in 's-Gravenwezel. Belmont is ook een verspreide plaatsnaam in Frankrijk.

Bellems. Schouwse familienaam naar het klooster Betlehem bij Elkerzee.

Bellenhen, van, Bellenen, van. Variant van Van Belleg(h)em of Van Belling(h)en.

Bellenot. Plaatsnaam Bellenot, (C™te-d'Or).

Beler, Bellers, Beler: 1. Afleiding van bellen: met de bel luiden. Vergelijk De Belder 2. 2. Afleiding van bellen: blaffen. Bijnaam voor een lawaaimaker, twistzoeker, norse kerel. Vergelijk Duits BŽlier.

Belleri, Bellery, Belery. Plaatsnaam; mooi beek.

Belleroch, Belderok: Oudfrans roche, Oudpicardisch roke, roque: rots, (ook) slot, burcht op een rots. Plaatsnaam Belle-roche (Loire, Moselle): mooie burcht op rots. Vergelijk Duits Schšnfels.

Bellet, Belley, Bellez, Belette. Belet. Afleiding van bel, beau; mooi. Bijnaam.

Belletable. Belle Table? Beroepsnaam van de meubelmaker? Of Belle Etable: mooie stal?

Belleter, Billeter, Bileter. Variant van de Duitstalige familienaam Billeter, afgeleid van de plaatsnaam Bilten in Glarus (Zwitserland).

Bellevergue. Bijnaam Belle vergue: mooie roede (pŽnis). Vergelijk met zelfde betekenis Schoonteers:

Belleville. Plaatsnaam Belleville in Fronville, maar erg verspreid in Frankrijk.

Bellicourt. Plaatsnaam, Aisne. Vergelijk Bellecourt.

Bellivre, Bellievre, Bellevre: Bijnam. Bel livre: mooie haas. Wellicht uithangbord. Vergelijk Franse familienaam Bellevrat.

Bellin, Bellend, Bellen, Bellinck, Bellyn, Bellynck, Bellings, Belling, Bellin, Bellink, Bellinkck, Bellincks, Bellinckx. 1. Vadersnaam, variant van Ballin, knuffelvorm van Baldwin, Boudewijn. 2. Vadersnaam, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Bello. 3. Zie ook Belijn.

Bellinghen, van, Bellingen, van, van Bellinghem, van Bellinghe, van Belinghen, van Belingen. Familienaam uit de plaatsnaam Bellingen (Vlaams-Brabant).

Belois, van. Vermoedelijk vernederlandste vorm van Dubelloy. Zie daar.

Belot, Bellot, Bello, Belloo, Bellon, Belon, Belotte, Blote, Blot: 1. Vadersnaam. Korte vormen van Herbelot, Hubelot, Robelon enz., vleivormen op -elot, -elon van Herbert, Hubert, Robert enz. Vergelijk Billot. 2. Moedersnaam. Korte vorm van Isabelot, Isabelon.

Bellotto: Bijnaam. Zoals Bellotti een Italiaanse verkleinvorm van bello ÔmooiÕ.

Belois, (van), Belais: Wellicht vertaling van Frans Dubelloy, Dubellay. Plaatsnaam Belloy (Somme, Oise, Orne), Bellay (Seine-et-Oise). Romaans betuletum ÔberkenbosÕ.

Bels (de), Beels, Beils, Beyls, De Beys. Familienaam uit het Middelnederlandse/Oudsaksische bijl/bil/byl/bels (bijl/zwaard). Wellicht beroepsnaam van de maker van bijlen.

Belser: Variant van de Belder. Middennederlands Beelder Ôschepper, uitbeelder, beeldhouwer, schilderÕ of belder ÔbellenmanÕ.

Belt, van de, den, der, van den, de Beld, van der Bilt: Oost-Nederlandse plaatsnaam Belt, Bilt Ôkleine hoogte, bultÕ, die we nog herkennen in vuilnisbelt. Plaatsnaam Belt in Wieringen (Noord-Holland), Brederwiede, Overijssel, Op de Belt in Bergen (Nederlands-Limburg), Bilt in Stevensweert (Nederlands-Limburg), De Bilt, (Utrecht).

Beltman: Afleiding met achtervoegsel –man van van den Belt.

Belva, Belval, Belveaux, Belvaux, Belleval, Belleveaux, Bellevaux, de Belvaux, de Belva: Plaatsnaam Bellevaux of in Limburg; Belvau(x) in Resteigne, Belva in La Reid, Leers-Nord.

Belz. Vadersnaam. Duits BŠlz, Balz, korte vorm van Balthasar of oud Bal(d)zo van een Germaanse bald-naam.

Belzen, van; van Belsen: Plaatsnaam Bilzen (Belgisch-Limburg)?

Bemden, van (den), van den Bend, (van der) Bent, van der Ben: Plaatsnaam Beemd Ôweiland, alluviaal land aan een waterloopÕ.

Bemel, Bemels, de Bemels: Plaatsnaam Bemel in St.-Pieters-Woluwe.

Bemelen, van, Bemelmans, Bemeler. Familienaam uit de plaatsnaam Bemelen (Nederlands-Limburg).

Bemelmans: Afleiding Van van Bemelen. Plaatsnaam in Nederlands-Limburg.

Bemindt. Bijnaam voor een geliefde. Vergelijk BienaimŽ.

Bemmel, van, van Bemmelen: Plaatsnaam Bemmel (Vlaams-Brabant, Gelderland).

Bemst, van der. Wellicht variant van Van Binst.

Bemus, Bemis: Volksnaam van de Bohemer, uit Bohemen (Tsjechi‘). Behm is een Duits dialect ontronde vorm van Bšhm: Bohemer. Bemus, van Latijn Bohemus of van Bohmisch. Bemis komt in Antwerpen in de 16de eeuw naast Beemers voor.

Benard, BŽnard, Benart, Benaert, Benaerts, Beenaerdts, Beenaerts, Bennaerts, Bennaers, Bennaars, Bennar, Besnard, Besnehard, Beunaerts, Beinaerdts, Beinaerts, Benaets, Benats, Benat, BŽnade, Benaden, Benade, Benaest. Vadersnaam, variant van de Germaanse voornaam Bernhard.

Benauw, Benaut, Benou: Door assimilatie rn van nn uit Bernau(w) uit de Germaans naam Bernwald, Bernoud. Maar Bernauw kan door omkering van volgorde van klanken ook ontstaan zijn uit Bruneau Ôde bruineÕ:

Bendegem, van; van Bendegom: Plaatsnaam Bennekom (Gelderland). 1667-1723 Reynier Janse van Bendegom uit Steenbergen-Nieuw-Vossemeer (Noord-Brabant) kwam naar Terneuzen en heette daar Van Bendegem.

Benders, de, de Bendere, Beenders, Benders: 1. Beroepsnaam van de (vat)binder, kuiper, vergelijk Duits Fassbinder. 2. Hij die boeit, knevelt.

Bendermacker. Noord Duitse vorm van Duitse beroepsnaam Bendermacher; hoepelmaker.

Beneden, van,vVan Benden, van Beneen, van, Ben‘en Beneder, Benee, BenŽ, BenŽŽ: Zonder van- aanloop uit Van Beneden. Naar de woonplaats ergens beneden, in de laagte.

Benedict, Benedictus, Benedickt, Benedic, Benedikt, Benedikt, Benedix, Benedek, Benedetti, Benedet, Benedetto: vadersnaam. Latijnse Sint Benedictus; 'de gezegende'. De voornaam Benedictus was in onze streken vrij zeldzaam. Vanaf 1157 trad hij sporadisch op.

Beneking. Vadersnaam. Afleiding van Been, bakervorm van Bernard. Zie Beekens, Behn.

Benens, Benen, Beneens: Vadersnaam. Vleivorm van de Germaanse voornaam Bernhard.

BenŽrŽ. Wellicht Oudfrans beneurŽ, Frans bienheureux: gelukkig.

Benet. Vadersnaam. Franse afleiding van de Germaanse voornaam Bernhard.

Beneton, Benneton, Benetton: 1. Vleivorm van Bent. 2. Van Oudfrans bane, Frans benne: rieten mand, korf. Beroepsnaam.

BŽnicourt, Benicourt: Plaatsnaam Bennecourt (Seine-et-Oise).

BŽnistant, Benistant. Franse bijnaam Benestant; behoorlijk, beschaafd, fatsoenlijk.

BŽnit, Benito, BŽny, Beny, Benie, Beni, BŽnis, BŽnit, Benijts, Benyts, Beniest, Benist: vadersnaam. Romaanse variant van Beno”t, van Sint Benedictus.

Benjamin, Benjamins, Benjamens, Benjaminsen, Benjaminssen, Penjanin, Benjaminsz, Bens. Bijbelse naam Benjamin; zoon van het geluk. Ook de jongste kind van het gezin.

Benn, Benne, Bennes, Bens, Ben: 1. Vadersnaam. Germaanse bakernaam met assimilatie rn/nn uit Bernhard of andere bern-naam. Vergelijk Beyn, Behn, Beenkens. 2. Eventueel bijnaam naar de benne of mand. Beroepsnaam voor de mandenvlechter of visser.

Benneau, Benault, Benaut, Benieaux, Benniaux, Beyney, Benauwt, Benouwt, Benout: Vadersnaam. Variant van Bernau(s), Bernaut, Bernauw, door assimilatie rn/nn (vergelijk Bernard/Benard, Bernier/Benniers). Bernau kan evenwel ook een variant zijn van Brunau, door klankverandering.

Bennebroek. Plaatsnaam, Noord-Holland.

Bennekom, van. Plaatsnaam Bennekom (Gelderland).

Benner. Duitse beroepsnaam van de maker van bennen, rieten korven.

Bennert. Vadersnaam. Duitse variant van de voornaam Bernhard.

Bennesteker. Beroepsnaam van de mandenvlechter. Het werkwoord steken en het gereedschap steker komen in het mandenmakersberoep voor.

Bennetsen, Bennedsen: Vadersnaam. 1. Berndsen, zoon van Bernard. 2. Zoon van Bennett.

Bennett. Vadersnaam. Engelse vorm van Franse voornaam Beno”t, Latijn Bene-dictus.

Benist, Beniest: Door omkering van volgorde van klanken uit Beniets, Benijts, afleiding van BŽnit, Romaanse variant van Beno”t, de heiligennaam Benedictus.

BŽnit, Benito, BŽny, Beny, Benier, Benirr, Beni, Benis, Benit, Benijts, Benyts, Beniest, Benist. Vadersnaam uit de Romaanse vorm van Beno”t (heiligennaam Benedictus).

Benne, Bennema, Binnema: Vadersnaam. Friese afleiding van Benne, Binne, van Benno, bakervorm van een Germaans bern-naam, zoals Bernhard,

Bennik, Benniks, Benning, Bennings, Benninck, Bennink: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse bakernaam Benne.

Benning, van der, Benningen, Benninga, Benningh, Bennink, Bening, Bennigshof. Plaatsnaam Benningen am Neckar.

Benoit, Benoidt, Benois, Benoist, Benoij, Benoy. Benoye, Benoey, Benooit, Benoot, Benoodt, Binoit, Binois, Binoye, Binoir. 1. Vadersnaam uit de Franse vorm van de heiligennaam Benedictus. Benoo(d)t is de typisch Vlaamse vorm. 2. De Waregemse voorouders van Peter Benoit heetten evenwel Mannoot. Een verschrijving leverde Benoit/Benoot op. Mannoot komt uit de Germaanse voornaam Manoud (zie Maenhout).

Benony, Benonit: Bijbelse voornaam Benoni; 'zoon van mijn smart', aanvankelijk de naam van Benjamin, hem gegeven door zijn stervende moeder.

Benoorden. Naar de woonplaats benoorden een plaats.

Bens, de. Onduidelijk. Zoon van De Ben? Of uit Bens, met secundair lidwoord?

Bensberg. Plaatsnaam in Duitsland.

Bensch. Duitse familienaam Bentsch uit de voornaam Benz. Zo ook Bensel, Benselin.

Benschop, van. Plaatsnaam in Utrecht.

Bentinck, Bentin, Benting, Benthin, Benten, Bente, Bentinck, Binten, Benthein, Bentein, Benteyn, Beintein, Bent, van den, der, Bant, Bintein, Langebent. Vadersnaam, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Bernhard of van Sint Benedictus, vergelijk Deense vorm Bent.

Benon: Vadersnaam. Afleiding van voornaam Beno”t, Bendictus.

Benson, Benzon: Engelse vadersnaam. Zoon van Benn(et): Benedictus.

Benski: Vadersnaam. Slavische afleiding van Benedictus.

Bentem, Benthem, (van), van Benten, Bentum, van: Plaatsnaam Benthem (Noord-Brabant) of Bentheim (Nedersaksen).

Benthuys, Benthuijs. Plaatsnaam Benthuizen, Zuid-Holland.

Bentschap, Benschop: Plaatsnaam Benschop (Utrecht).

Benvuto, Benvuti, Benvuta. Vaders-, moedersnaam. Itaaliaanse Benvenuto; de welkome.

Benz, Benzen, Bentzen, Bentz, Bentsen, Bents: Vadersnaam. Alemannische vleivorm van de Germaanse voornaam Berthold, soms Bernhard.

Beral, Berael, Brall, Bral, Brals, (de) Brael, de Braal, Braele, Bra‘l, Bra‘le. Vadersnaam uit het Franse BŽral, Berault, BŽraud. Dit zijn Romaanse vormen van de Germaanse voornaam ber-wald.

BŽraud, BŽreau BŽreaud, Bereau, Bereuax, BŽriaux, BŽriau, Beriau, Beriaux, BŽrieau, Beraude, Beraud, Berauld, Berault, Beraux, Berhaut. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam ber-wald.

Berber, Barben, Berbers, BerbŽe. Berber; in het buitenland geboren, vreemdeling.

Berckmoes, Berkmoes, Verberckmoes, Verberkmoes: Plaatsnaam Berkmoest. Een most is een plaats waar mos groeit, een drassige plaats bij een berk. Berenfeld, Bernfeld, Vergelijk Duits Barenfeld, van plaatsnaam Barenvelde. Vergelijk (van) Barneveld.

Beral, Berael, Brall, Bral, Brals, (de) Brael, de Braal, Braele, Bra‘l, Bra‘le: Vadersnaam, van Frans BŽral, HŽrault, BŽraud, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam ber-wald; 'beer-heerser': Beraldus.

Beraldin. Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse voornaam Berwald.

Beraldo. Vadersnaam. Italiaanse vorm van Germaanse voornaam Berwald.

BŽrard, Beraerts, Beraets, Beraet, Berat, Bera, Berra, Beyra, Beirhaert, Beuraert, Berardi, Berardo: Vadersnaam. Germaanse voornaam ber-hard; 'beer-sterk': Ber(h)ardus.

BŽraud, BŽreaud, BŽreau, Beraux, Bereau, BŽriaux, BŽriau, Beriaux, Beriau, BŽrieau, Beraude, Beraud, Berauld, Berault, Beraux, Berhaut: Vadersnaam. Germaanse voornaam ber-wald; 'beer-heerser'. Vergelijk Berwouts, Beral, Berode.

Berce, Berche, Bercet, BercŽ, Bercez: Oudfrans berche, Waals berce, van bercet: wieg. Beroepsnaam.

Berchum, van; Berchem, van, van (den) Berghem, Berghems: Plaatsnaam Berchem (Provincie Antwerpen, Oost-Vlaanderen), Berghem (Noord-Brabant). 1300 Ostonis de Berghem. Of variant van Van Berkum. Van den Berghem kan ook wel een variant zijn van van den Berge(n).

Berchier. Beroepsnaam. Variant van Bergier; zie Berger: herder.

Berck, Berk, Berke, Berque, Bierque, Bercq, Berks, Berx, Berckx, Bercx, Berken, Berkens, Bierkens. 1. Vadersnaam uit een Germaanse ber-naam, Bericho, Birico. 2. Familienaam naar de plaatsnaam Berk, naar de boom. Vergelijk Birk(en). Of plaatsnaam Berck-sur-Mer (Pas-de-Calais).

Berck, van de(den, der), van der Berk, van der Berken, van der Berk, van der Bercq, Verberckt, Verberkt, Berkmans, Berkman, Berckmans,

Berckman, Berquemanne, Berqueman, Baerckmans, Barkman. Familienaam uit een plaats waar berken groeiden.

Berckelaer, van, Berckelaere, van, van Bercklaer, Berckelaers. Familienaam uit de plaatsnaam Berkelaar in Echt (Nederlands-Limburg), Kontich (Antwerpen), Asse (Vlaams-Brabant) en Sinaai (Oost-Vlaanderen).

Berckmoes, van der Berkmoes, Berkmoes, Verberckmoes, Verberkmoes. Familienaam uit de plaatsnaam Berkmoes: Een most is een plaats waar mos groeit. Een berkmoest is een drassige plaats bij een berk.

Berckt van de,(den, der), van den Bercht, Verberckt, Verberck, Verberkt, Verbercht, Verberght, Verbergt, Verberdt, Verbert. Uit de plaatsnaam Berkt: berkenbos. Er is zelfs een dorp Berkt (Noord-Brabant).

Bercoux. Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam berg-wulf; 'bescherming-wolf: Perculfus.

Bercu. Verkeerde spelling van de Franse familienaam Beru, Berchu. Oudfrans beru: toestel (touw) om de wieg te laten schommelen.

Bercy. Bercy is een plaatsnaam bij Parijs, maar vermoedelijk gaat het om een spelling van de Slavische familienaam Berczy(k).

Berdal. Berdhal: Klankverandering van Bredael?

Berdel. Middennederlands berdeel, bordeel, Oudfrans bordel: planken hut, bordeel. Bijnaam voor de bewoner van een houten huis of hut.

Berden, Berdenne, Berdin, Berding, Beerden. Vadersnaam uit de voornaam Berend (zie bij Bernhard).

Berdermans. Beroepsnaam van de berdzager, plankenzager.

Berebroeckx, Berebrouckx, Berenbroek, Beerenbrouck: Plaatsnaam Berbroek (Limburg) en in Eigenbilzen (Limburg).

Berenbaum, Berenboom. Noord Duitse vorm van Duitse Birnbaum: perenboom. Vergelijk Van de Peereboom.

Berenblit, Berenblut: Duits BirnblŸte: perenbloesem, bloeiende perenboom. Plaatsnaam.

Berenbroek. Plaatsnaam, Overijssel en in Genk, Limburg.

Berendonk, Berendock, Berendoncks, Berendonckx, van Beirendonck : Plaatsnaam Berendonck in Wijchen (Gelderland) en verspreide plaatsnaam Berendonk in de provincie Antwerpen.

Berenger, BŽringer, Beringuier, BŽranger, Beranger, Branger, Baranger, Bringer, Bringiers: Vadersnaam. Germaanse voornaam bern-ger; 'beer-speer': Berenger(us), Berengarius.

Berenhole. Re•nterpretatie van Bernoul, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Bernolf.

Berenpas: Plaatsnaam. Samenstelling. Beren en pas Ôbos van laag houtÕ.

Berens, Beeren, Beerens, Berrens, Beirens, Beyrens, Bierin, Bieren, Bierens, Biren, Beringhs, Berings, Beerings, Berinckx, Berinx, Beirinckx, Berix, Barrix, Bierinckx, Bierinx, Bierings. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam bern-hard. 2. De afstammelingen van Jan de Bere, leenheer uit het hof ter Loo in Kasterlee, heten Beirens.

Berenschot: Variant van Berendschot. Plaatsnaam Schot Ôafgeperkte ruimteÕ van Berend.

Berg, (de) den Berge, (de) Berghe, Bergh, (de) Barge, de Bergk, Barg, Berghs, Bergs: 1. Middennederlands barg/berg: mannelijk gelubd varken. Wellicht beroepsnaam voor een varkencastreerder. 2. Korte vorm voor van den Berg; of zie de Barge.

Berg, (van), Vonberg, von Berg: Verspreide plaatsnaam Berg. Eventueel, van Van den Berg, Vomberg. Zie ook Deberge.

Berg, van de(den), van de(den) Berge, van der Berge, ten Berge, van de (den) Bergen, van de, den Bergh, Bergh, von, van de(n) Berghe, van den Berghen, vanden Berghe, van den Berch, van dem Berg, van dem Berge, van der Berghe, vander Berghen, van der Bergh, van (den) Bergue, Wandenberg, van der Bergue, van dem Bergue, von der Berge, von den Berg, Vondenberg, Vondeberg, Vomberg, Vomberge, Wambergue, Wanbergue, Wamberghe, Vannenberg, Vannenbergh, Vannenberck, Vaneberg, Vanebergh, Vaneberck, ten Berge, Bergman, Bergmann, Bergmans, Berghman, Berghmans, Berchman, Berchmans, Bergeman, Bergemann, Bergemanne, Barchman, Bergamanne: Zeer verspreide plaatsnaam ten Berge die in vele dorpen al aan een heuveltje gegeven werd: berg. Als adresnaam Berghuis, Berghuijs, Berghuys, Berghuizen, Berghaus.

Bergacker. Plaatsnaam Bergakker (Gelderland). Akkernaam in Dentergem, Egem, Sijsele.

Bergamo, Bergami. Italiaanse plaatsnaam Bergamo, Latijn Bergomum.

Bergeijk, van, de Bergeyck: Pplaatsnaam Bergeyk (Noord-Brabant).

Bergen, Berghen, Berg, Bergh, Berghs, Bergs. Korte vorm voor Van Bergen, Van den Berge.

Bergen, van, (van) Berghen, Vanbergen: Plaatsnaam Sint-Winoksbergen (Frans-Vlaanderen), Destelbergen (Oost-Vlaanderen), Bergen-op-Zoom (Noord-Brabant), Bergen (Noord-Holland) en Bergen (Frans Mons, Henegouwen).

Bergenhenegouwen. Plaatsnaam Bergen (Mons) in Henegouwen.

Berhenhuizen, Bergenhuyzen, Bergenhouse, Berghenouse. Plaatsnaam Bergenhuizen, Nederlands-Limburg, Bergenhusen en Bergenhausen, Duitsland.

Berger, BergŽ, Bergez, Berges, Berges, Bergey, Bergeys, Bergier, Bergies, Bergiers, Leberger, Laberger, Du Berger, Dubergey: Franse beroepsnaam berger: herder. Berges kan evenwel, net als VergŽs, een Gasconse vorm zijn voor Verger: boomgaard. Zie ook Berger(s).

Berger, Bergers. 1. Bijnaam voor iemand die (ver)bergt, in veiligheid brengt. 2. In Limburg ook afleiding van Berg.

Bergerac Bergeras, Bergerat. Plaatsnaam Bergerac, Dordogne.

Berger, den, Bergman, Bergers, Barger, Salfischberger, Bergerie. 1. Beroepsnaam iemand die een gezonken schip bergt. Plaatsnaam Berger, Noorwegen. 3. Berger, Franse beroepsnaam voor herder, van Oudfrans bergier. Duitse familienaam komt van Berg; berg of heuvel of plaats Berg.

Bergeret. Beroepsnaam, afleiding van Frans berger; herder.

Bergerhof, Bergerhoff, Borgerhoff: Duitse plaatsnaam Bergerhof.

Bergeron, Bergeyron, Bargeron: afleiding van Berger; vergelijk Bergeret.

Bergs, BergŽ. 1. Bijnaam voor iemand die zich verbergt, in veiligheid brengt. 2. in Limburg ook afleiding van Berg. 3. Of uit het Franse berger: herder. 2. Afleiding van van (den) Berg:

Berges, BergŽ, Bergez, Bergs, Bergeys, Bergey, Bergier, Bergies, Bergiers, Leberger, Laberger, du Berger, Dubergey. Uit het Frans: beroepsnaam voor een herder.

Bergeijk, van; van Bergijk, Bergeyck: Plaatsnaam Bergeyk (Noord-Brabant).

Berghgracht: Plaatsnaam Berggracht in Beersel (Vlaams-Brabant).

Berghof, Berghšfer, Bergshoeff. Naam uit de plaatsnaam Berghof (Nederlands Limburg). Berghof in Belsele (Oost-Vlaanderen) en Oorderen (Antwerpen). En wellicht nog op andere plaatsen. Berghšfer is ongetwijfeld afleiding van een Duitse plaatsnaam Berghof.

BerggrŸn, Berggreen: Duitse familienaam: kopergroen.

Berghgracht. 1. Plaatsnaam Berggracht in Beersel (Vlaams-Brabant)? 2. Volksetymologische re•nterpretatie van plaatsnaam Bacharach (Reinland-Pfalts). Zie Bachrach.

Bergholtz. Plaatsnaam Bergholtz, Elzas, Bergholz, Beieren.

Berghuis. Plaatsnaam Berghuis, Berghuizen (Gelderland, Drenthe).

Bergilez. Plaatsnaam Bergilers bij Borgworm, Luxemburg.

Berginc, Bergine. Vaders-, moedersnaam. Afleiding van Germaanse berg-naam; bescherming.

Bergman, Bergmans, Bergmann, Bergmanns, Berghmans, Berghman, Berchmans, Berchman, Bergeman, Bergemann, Bergemanne, Barchman, Bergamanne: Afleiding van Van den Berg(e). 1459 Jan Berchman, Diest; de vader van Johannes Berchmans werd in 1599 eerst als Van den Berge ingeschreven. Zie bij Berg.

Bergrath. Plaatsnam in Eschweiler en Mnstereifel.

Bergs: Afleiding van de Berg of van den Berg.

Bergsma: Friese familienaam, vader/moedersnaam Afleiding van Germaanse voornaam Bergo/Berga. Of afleiding van van den Berg.

Bergsneider. Duitse familienaam Bergschneider. Waarschijnlijk beroepsnaam van de berkensnijder, Vergelijk Duits Birk(en)hauer.

Bergstein. Plaatsnaam in de Eifel.

Berguerand: Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Bergram.

Berguigue. Schrijffout voor Berguigne = Bourgogne.

Bergweiler. Plaatsnaam.

Berhin. Plaatsnaam in Flamierge.

Bergwerf, Bergwerff: Wellicht de plaatsnaam Burchwerf, nu Herrenstraat 47, Maasland. 1345 Burchwerf (Maasland, Zuid-Holland), want burg-en berg-namen werden vaak verward.

Bergunde. Duitse moedersnaam uit de Germaanse voornaam bero-gund.

Bericht, Berigt: Vondelingnaam? Of een re•nterpretatie, misschien van de Duitse familienaam Bercht, korte vorm van Berchtold. Vadersnaam.

Berillon. 1. Variant van Barillon, door verdoffmg van de onbetoonde klinker, van Frans baril: vat. Vergelijk Barion. 2. Of Berillon, van BŽril: beril (beryllus) van bril. Beroepsnaam.

Beringer, Berringer: Duitse familienaam Behringer, uit Behringen of B™hringen.

Beringhen, van. Plaatsnaam Beringen (Limburg).

BŽriot, Berriot, Beriot, Bairiot, de Beriot: Vadersnaam. Romaanse afleiding van Germaanse ber-naam (BŽrard, BŽraud).

Berk, van; Berks: Zoals Van den Berk naar plaatsnaam Ber Ôplaats waar een berk groeitÕ.

Berkans, Bierkandt, Bergans, Bergoens, Bergoets, Borgoens, Borgouns, Borghans, Borghoms, Borghons, Burgun: Middennederlands berchaen, berchoen, Duits Birkhahn, Birkhuhn: veldhoen, patrijs, korhaan, -hoen. Bijnaam voor een jager. Duitse familienaam Birghan, Berkha(h)n, Barkha(h)n.

Berkau, Berko, Berkowix, Berkowic, Berkowitsch, Berkowitch, Berkowitz, Berkowski, Berkovi, Berkovici, Berkovitch, Berkovitz, Berkovits: Oostduitse plaatsnaam Berkau, of Berkow (Mecklenburg, Pommeren).

Berkel, (van), van Berckel, Berkelmans: Plaatsnaam Berkel (Belgisch-Limburg, Noord-Brabant, Nederlands-Limburg, Zuid-Holland).

Berkelmans: Afleiding van Van Berkel.

Berkenboom, Berkienbaum, Berkenbaum: Plaatsnaam: berk.

Berkenbosch, Berckenbosch, Berkenpass: Plaatsnaam in Asse (Vlaams-Brabant), Heusden (Limburg). Vergelijk Duits Berkenbusch.

Berkers: Berker, afleiding van van den Berk. Vergelijk Duits Birker.

Berkeveld: Plaatsnaam : veld met berken. Vergelijk Duitse familienaam Birkenfeld naar de verspreide Duitse plaatsnaam Birkenfeld.

Berkeij, Berkheij, Berkkeij: Plaatsnaam Berkheij in Berkel en Milheeze (Noord-Brabant) en een vroeger dorp in Zuid-Holland.

Berkhof, (van den); Berkhoff: Plaatsnaam Berkhof, Berkenhof Ôhof met berkenÕ. Plaatsnaam Berkhoven in Westmalle (Provincie Antwerpen).

Berkhout, Berghout: Plaatsnaam Berkhout (Noord-Holland).

Berkman, Berkmans, Berckman, Berckmans, Berqueman, Berquemanne, Baerckmans, Beerkman, Barkman: Afleiding van van den Berk.

Berkouwer. Afleiding van de plaatsnaam Berkau.

Berkum, van, van Burkom, van Burkum: Plaatsnaam Berkum in Zwolle, Overijssel.

Berkvens, Berckvens: Plaatsnaam Berkvens in Lierop (Someren, Noord-Brabant) Ôven met berkenÕ.

Berlaer, van, van Ballaert, van Ballaer, van Ballart. Familienaam uit de plaatsnaam Berlaar (Antwerpen). Zie ook Deberlaer.

Berlage, Burlage, Boerlage: Variant van Duitse Barlach en Barlage. Plaatsnaam Barlage Ôligging op het moerasÕ. Barlage (Noordrijn-Westfalen, Nedersaksen), ook in Westerwolde (Groningen), Burlage (Nedersaksen), Bardelage (Sleeswijk-Holstein).

Berlaimont, (de) Berlaymont, (van) Berlamont, BerlŽmont, Berlemont, Berlinmont. Familienaam uit de plaatsnaam Berlaimont (Nord-France).

Berland, Berlan, Berlant, Berlaen, Beerland, Beerlant, Beerlandt, Beerlaen, Beierlandt, Beirlant, Beirlaen, Bierlant, Bierlaen, Bierlean. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam ber-land. 2. Naam uit de plaatsnaam Baarland (Zeeland).

Berlancourt, Berlencourt: Plaatsnaam Berlancourt (Aisne, Oise), Berlencourt (Pas-de-Calais).

Berland, Berlan, Berlant, Berlaen, Beerland, Beerlandt, Beerlant, Beerlaen, Beirlandt, Beirlant, Beirlaen, Bierlant, Bierlaen, Bierlean: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam ber-land; 'beer-land': Berlandus, Berlannus. 2. Plaatsnaam Baarland (Zeeland).

Berlange, Berlanger, Berlenger, BerlengŽ, Berlenge, Berlenggee, de Berlanger, Berlangeer, Berlingiere: Vadersnaam. Variant van Berenger, met epenthetische 1. Vergelijk ook BŽlanger.

Berleere, van, van Beerleire, van Beerlere. Naam uit de plaatsnaam Berlare (dialect Beerleer - Oost-Vlaanderen).

Berlekom, (van): Plaatsnaam Berlicum (Noord-Brabant) of Berlikum (Menaldumadeel, Friesland).

Berlens. Naar gelang van de uitspraak ofwel van Berlin(zie Beerlings) of Romaanse graf•e van Berland.

Berleur, Berleux: Plaatsnaam (Gr‰ce-)Berleur (Luzemburg).

Berlier, Berlire, Berliet, Bierlier, Bierly: Beroepsnaam van de teler van de kleine watereppe, Frans berle.

Berlimblau, Berlinerblau, Berlinblau: Naam van een diepblauwe verfstof.

Berlind. Moedersnaam. Germaanse voornaam Berlindis. Of variant van Berlin.

Berliner. Berlijner, uit Berlijn, vaak een naam van de Joden.

Berling, Berlingen, Berlinger, Berlingin, Beerlings, Berlijn, Berlyn, Berlin, Bierlin, Borlyn. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Berlingen (= de plaats waar het volk van Ber neerstreek) (Luxemburg en Rijnland-Palts). 2. Vadersnaam, uit Berilo, afgeleid van een ber-(beer) naam.

Berlize. Plaatsnaam Berlize (Moselle) of Berlise (Aisne).

Berlo, Berloo, van, Berloz, Berlooz, Berlose, Berlot, Berloth, Barlo, Berlau. 1. Plaatsnaam Barlo in Aalten (Gelderland). 2. Plaatsnaam Berloz, Luxemburg.

Berlon. Variant van Borlon of Bourlon.

Berman, Bermans, Bermane, Bermann, Beerman, Berreman: 1. Vadersnaam. Afleiding van Germaans ber-naam, zoals Berwoud. 2. Uit Bergman. 3. Middennederlands bermanÔsjouwerÕ.

Bermin, Bermyn, Bermijn. Aanpassing (verhaspeling, met rn/rm-wisseling en suffixsubstitutie) van Berny = Bernier.

Bermond, Bermont: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam ber-mund; 'beer-bescherming': Bermundus. 2. Eventueel plaatsnaam Bermont (Belfort).

Bern. 1. Plaatsnaam Bern, Zwitserland. 2. Vadersnaam. Zie Bern(s).

Bermonville. Plaatsnaam (Seine-Mar.).

Bern, Berns, Beirne, Berne, Behrens: Vadersnaam. Germaanse voornaam Berno of korte vorm van Bernard. Zie ook Berens.

BernabŽ, Bernabe, Bernabei: Vadersnaam. Bijbelse voornaam Barnabas, Frans Barnabe, Spaans BernabŽ.

Bernad, Berna, Bernat, Bernas, Bernast, Bierna, Biernat, Biernath. Vadersnaam. Waalse vormen voor Bernard. Vergelijk familienaam Bernard.

Bernage, Barnagie, Bernaeyge, Bernager: Oudfrans barnage, bernage, bernagŽ: Masse van de baronnen, hoedanigheid, adeltitel van de baron, moed van een baron. Bijnaam voor iemand met de kwaliteiten van een baron of in dienst van een baron. Vergelijk Baron.

Bernauer, Barnouw: Afgeleid van de frequente Duitse plaatsnaam Bernau (Beieren, Baden-WŸrttemberg, Brandenburg).

Bernhard, Bernhardt, Bernhardi, Bernard, Bernard, Bernart, Bernards, De Bernard, Dubernard, Bernaerd, Bernaerdt, Bernaert, Beernaard, Bernaerdt, Bernaerts, Beirnaert, Barnhard, Barna, Barnard, Bernardus, Bernhardt, Bernhart, Bernhard, Bernhad, Bernath, Bernert, Bernardi, Bernardo, Bernardy, Di Bernardo, Bennardo, Bernaerd, Bernaer, Bernaards, Bernaard, Bernaerdst, Bernaerdt, Bernaers, Biernard, Biernaert, Beernaerts, Beernaert, Beernaerdt, Beernaerd, Beiernardt, Beirnaerd, Beiernaerts, Beiernaert, Beiernart, Bšrnard, Barendsen, Baarendse, Barendse, Barends Barents, Barentsen, Barentsz, Berendes, Berende, Berendsen, Berndsen, Bernds, Berntsen, Berndzen, Berends, Berendse, Beerends, Berents, Berentsen, Bernstson, Berndt, Berntzen, Behrendt, Behrend, Behrndt, Bernt: Vadersnaam. Germaanse voornaam bern –hard; Ôbeer –sterkÕ.

Bernardin, Bernardini, de Bernardin, de Barnardin: Vadersnaam. Vleivorm van de Germaanse voornaam Bernard.

Bernau, Bernaus, Bernaut, Bernaux, Bernauw, Bornaeuw, Bornauw, Berniaux, Bernia, Bernal, Bernaldo, Breniaux, Brenael, Bernays, Biernaux, Bierna, Biernat, Biernath: 1. Vadersaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam bern-wald; 'beer-heerser': Bernoldus. Zie ook Bernout(s). 2. In sommige gevallen kan Bernau(x) enz. ook wel door klankverandering een variant zijn van Brunau(x); vergelijk Burnel, Burniaux, Berneel. Zie ook Benneau. 3. Eventueel plaatsnaam Berneau (Luik).

Bernaville. Plaatsnaam Bernaville, Somme.

Berne. 1. Plaatsnaam Bernes (Seine-et-Oise). 2. Zie Bern(s).

Berner, Berners, Bernie, Bernier, Berny, Berni, Bernis, Birnie, Birni, Birny, BŽny, Bennie, Besnier: Vadersnaam. Germaanse voornaam bern-hari; 'beer-leger': Bern(h)arius. Zie ook Bornier, Bermin.

Bernet. Vadersnaam, afleiding van Bernard of Bernaud.

Bernheim: Plaatsnaam Burgbernheim of Mainbergheim (Beieren).

Bernimolin, Bernimoulin. Plaatsnaam Bernimont in Assenois.

Berning, Barning, Bernink. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Bernard.

Bernique, Berniquet. Vadersnaam. Romaanse afleiding van de voornaam Bernard.

Bernkens. Vadersnaam, afleiding van de voornaam Bernard.

Bernolet. Vadersnaam. Romaanse vleivorm op -olet van de voornaam Bernard of van Bernoul, de Germaanse voornaam Bernolf.

Bernoully, Bournaillie, Bernaille, Bonnaillie: Vadersnaam? Afleiding van Bernoul, de Germaanse voornaam Bernolf, of van een andere bern-naam. Of veeleer een plaatsnaam als Bernouil (Yonne).

Bernout, Bernouts, Beernaut, Bernaut, Berenhaut: Vadersnaam. Germaanse voornaam bern-wald; 'beer-heerser': Bernoldus. Zie ook Bernau(s).

Bernrath. Vadersnaam. Germaanse voornaam bern-rd; 'beer-raad': Berneradus.

Berns: Vadersnaam. Germaanse voornaam Berno of korte vorm van Bernard.

Bernstein, Barnstijn, Bernsztejn, Berensztejn, Bersztejn, Pernstein: 1. Beroepsnaam van de verkoper van barnsteen. 2. Duitse plaatsnaam BŠrenstein, Bernstein, bijvoorbeeld in Dresden.

Bernu, Bernus, Bernusset: Gasconse Bernusse (BŽarn), variant van Vernusse, plaatsnaam afgeleid van verne: els (boom).

Berode, Berodes, Berod, Bero, BŽro, Beros, Beeroo, Berro, Berot, Berotte, Berote: Vadersnaam. Germaanse voornaam, variant van Beroud (zie Berwouts), vergelijk Gerbode = Gerboud, Manoud (Maenhout) = Mannoot (Benoot). Vergelijk BŽraud.

BŽron. Vadersnaam. Romaanse vleivorm van Germaanse ber-naam, zoals BŽrard, Beroud.

Berou, Berouw, Berrou: Vadersnaam. Germaanse voornaam Beroud. Zie Berwouts.

Beroudia, Beroudiaux, BŽroudia, BŽroudiaux: Vadersnaam van Germaanse voornaam Beroud. Zie Berwouts.

Berque, Bierque, Berke: 1. Picardiche vormen van Berck. 2. Accentloze spelling van Berque. 3. Soms plaatsnaam Berck (Pas-de-Calais).

Berquet, Berquez, BerquŽ, Berque, BerkŽ, Berke, Berguet: Afleiding van Oudfrans barge, berge: sloep, boot. Beroepsnaam van een bootsman of huisnaam.

Berquin, Berkein, (de) Barquin: Plaatsnaam Berkijn, oude naam van Noord-Berkijn (Vieux-Berquin).

Berrendorf. Duitse plaatsnaam Berndorf.

Berret, BerrŽ, BŽret: Vadersnaam van Germaanse ber-naam.

Berrevoet, Berrevoets: Bijnaam. Variant van Bar(re)voets. Bijnaam voor wie blootsvoets loopt. Vergelijk Duits Barfuss.

Berrier, Berrire, Beriere, Berryer, Berry, BŽry, BerjŽ, Berjez: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam ber-hari; 'beer-leger': Ber(h)arius, Bererius. 2. Zie Berruyer.

Berruyer, Berroyer, Berrier, Berryer, BerjŽ, Berjez: Afkomstig van Le Berry. Vandaar Oudfrans berruier: moedig ridder.

Berry: BŽry, de Bery, Bairy: 1. Plaatsnaam Berry-au-Bac (Aisne). Eventueel Berry in Beauraing (Namen). Waals b ri: mooie beek. 2. Zie ook Berrier.

Berscheid, Berschet: Plaatsnaam Berscheid in Duitsland.

Bert, de; de Bart, de Berdt, de Bard, de Bart, de Baert: Middennederlands bart, bert ÔzeevisÕ. Bijnaam.

Bert, van. Plaatsnaam Beert, Vlaams-Brabant.

Berthold, Bertou: Vadersnaam. Bertoud. Germaanse voornaam berht-wald Ôschitterend-heerserÕ:

Bertard, Brettar: Vadersnaam. Germaanse voornaam berht-hard; 'schitterend-sterk': Bertardus.

Berte, Berthe, Barthe, Barte: Moedersnaam. De eenstammige Germaanse voornaam Berta: berhta 'schitterend'. De naam komt al in 995-1029 in het Gentse voor. Zie ook Beerten(s) 1.

Berteel, Berteele, Bertelle, Bertel), Bertelens, Bertelen, Bertulens, Borteele, Borteel, Bortele, Bourteele, Bartelen: 1. Vaders-, moedersnaam van Germaanse berht-naam. 2. Vadersnaam van Bartholomeus. Vergelijk Bartelse. 3. Sommige vormen zijn wellicht te verklaren door klankverandering uit Bretel.

Berteloot, Berteloit, Bertheloot, Berthelot, Bethelot, Biettlot, Bietlot, Biettelot, Bertulot, Bortolot: Vadersnaam. 1. Vleivorm op -lot van een bert-naam, zoals Bertolf, Bertoud, Robert, Albert. 2. Vleivorm van Sint Bartolomeus.

Bertem, van, van Bettem, Bettten: Plaatsnaam Bertem (Vlaams-Brabant).

Berten, van. Plaatsnaam Berten, Frans-Vlaanderen.

Bertet,