Plaatsnamen
en hun betekenis. De plaatsen
worden niet alfabetisch genoemd, omdat ze vaak eenzelfde oorsprong hebben
worden ze naar die oorsprong bij elkaar gezet. De ronde zegels zijn kerkzegels.
Voor de kleurcodering, zie onderaan.
Holland.
De naam van Holland wordt niet
voor de elfde, ja twaalfde eeuw bij een schrijver vermeldt. Dan Hermannis
Contractus die zijn historie tot de elfde eeuw gebracht heeft noemt geen
Hollanders, maar spreekt overal van Flarditinga waarvoor hij de stad Vlaardingen
wil verstaan hebben die van Gerardus Noviomagnus Vlardinga en Vlardingiacum
genoemd wordt.
Men vindt echter het Graafschap
Holland vermeldt in een open brief die door Henrik IV aan de Utrechtse bisschop
Wilhelmus in 1064. Of dat het een graafschap was of geheel Holland was is
onduidelijk. Verder vindt men het in een handschrift van Dideryk V, graaf van
Holland, waar hij de giften van zijn voorzaten aan de abdij van Egmond opnieuw
bevestigd, 1064. In dit handvest noemt hij zich Comes Hollandensius, de graaf
van Hollanders. Een zekere brief van Frederik, aartsbisschop van Hamburg, uit
1106 maakt gewag van de Hollanders zodat die naam minstens in de elfde eeuw al
bekend is geweest. Met Holland werd een
klein gedeelte van Dordrecht zo genoemd, Dordrechts waard.
De naam
kan komen: Van Holtland, hout land.
Volgens
anderen van hooiland, vergelijk Holland in Lincolnshire, een hooiachtig
landschap.
Of van
Deens die hier een tijd lang geweest zijn, vergelijk het eiland Oeland.
Of van
hollen omdat het een fors en ongetemd volk was.
Of van
hol land, net zoals Zee land, Maas land, Rijn land, vandaar ook Nederland
genoemd
Of van
een vlek gelegen tussen Utrecht en Leiden Rijn die Holland heette.
Veluwe of Vaeluwe, vaal, of van de
hoeveelheid landerijen, dan komt de naam van veel. Of van het Germaanse falwa
in de zin van onvruchtbaar land, vergelijk Engels fallow lands en dat in
tegenstelling tot de vruchtbare Betuwe. Volgens anderen van Venuwe omdat ze
hier en daar veenlanden heeft. Vanouds behoorde het tot de Brabanders en is
onder Gelderland gekomen toen Henrik van Nassau, derde graaf van Gelderland,
1132-1162, het door zijn huwelijk met Sinarda kreeg.
Wieren.
Wieren zijn kunstmatige
ophogingen in het land. Je moet het zo zien dat de eerste mensen langs de venen
en zandruggen naar de Wadden trokken en daar vermoedelijk palen met draden of
matten gemaakt hebben van mogelijk zeewier dat vroeger veel voorkwam, dat om
vis te vangen. Daar viel het wier met vis in en zette zich zand neer en met het
wier maakten ze een verhoging. Ze gingen dan steeds verder de Wadden in een
maakten daar nieuwe wierplaatsen die steeds hoger werden, soms wel tot 9
meter., omdat het land daar lager en ze meer last hadden van de zee en de
tijdingen. Hoe verder je dus komt hoe jonger de terpen zijn. Voor de komst van
de monniken werden die dorpen niet beschreven, maar ze zijn wel oud en omdat de
monniken begonnen met verkavelen en dijken aan te leggen moeten de dorpen met
wier of iets dergelijks ouder zijn dan 950. De laatste onderzoekingen hebben
aangetoond, dat de meeste terpen op de oude zware klei zijn aangelegd en in hun
onderste lagen veel mest bevatten wat op de aanwezigheid van vee wijst.
De naam wierden zien we in het
oud-Hoogduits als Werfen wat ophogen betekent, zo is ook de naam via warf naar
werf ontstaan. De betekenis hoogte komt ook goed uit in werve, de naam van een soort van
kleine ronde stellen die men vroeger bouwde op de schorren en gorzen in
Zeeland. Die verhogingen werden in Groningen ook weerden genoemd, (wieren en
weeren). Weer vindt men nog in Groningen.
In Gelderland en Utrecht was in de
middeleeuwen de gewone vorm weerd; later ging die over in het jongere
waard. Dat in de benaming uterweerd
(uiterwaard).
Die uitgang wier, wird, werd,
wer, ward, warf, warven, waerft, werf, werve en dergelijke zie je door
Groningen en heel Friesland en zal dan ook vermoedelijk richting Antwerpen gaan
omdat de Friezen vroeger over dat gebied heersten voordat de grote stormen meer
meren maakten in die gebieden en later veroverd werden dor de Franken en
christelijk werden waardoor de namen vaak veranderden.
Het woord wier schijnt oudtijds
een ruimere betekenis gehad te hebben, namelijk die van hoogte in het algemeen. Want het Roode Klif, de natuurlijke
hoogte ten Zuidoosten van Stavoren uit het Pleistoceen van Gaasterland, heette
bij de oude Friezen Reawier, de naam wier staat dan voor een kunstmatig opgeworpen hoogte evenals terp,
maar in de regel kleiner dan een terp
en dan ook niet bebouwd of veelal nabij een boerenwoning of een state en ook
als hoge begraafplaats. Dat laatste wel omdat er op die hoogte vaak een toren
gebouwd werd ter bescherming, verder een kerk waar dan een begraafplaats bij
ligt. Werven of warven zullen ook naam hebben gegeven aan een groot gedeelte
van het tegenwoordige zuidoost Friesland, namelijk aan Stellingwerf waar
stellingen of stallingen waren, een soort van rechters, en aan Schoterwerf, dat
is Schoterland, een voormalige gemeente in het zuiden van Friesland gelegen
langs de Tjonger.
Plinius verhaalt een 60 jaar na
Christus; De oceaan breidt zich door gedurig verloop van dag en nacht daar
zeer wijdt uit en bedekt het in een eeuwige strijd van de natuur met
vertwijfeling of een gedeelte daar aarde of zee is. Daar woont een ellendig
volk op hoge heuvels die met verheven hutten (terpen) bezet zijn tot boven de
hoogste vloed en omringt van het water net zoals de scheepslieden die
schipbreuk geleden hebben. Omtrent hun woningen vangen ze vissen.
Waarschijnlijk aten ze eenzijdig voedsel, vis, vogels en vlees want Plinius
verhaalt in zijn 25ste boek, 3de hoofdstuk, over een ziekte in
Nederland waartegen de Friezen een plant gebruikten die ze brittanica of
vibones noemden. Die ziekte is kennelijk scheurbuik. Zuring zou de Vera antiquorum herba brittanica zijn
die door de oude bewoners van Brittanni aan de krijgslieden van Caesar gegeven
zou zijn als middel tegen scheurbuik.
Abbingawier, in 1546 zo
genoemd en heette in 1379 Abbingwer,
Aduard, Auwerth, in Groningen
bij Zuidhorn, werd gesticht in 1192 als Adewerth: oude wierde of wierde van
Ado. Het had een belangrijk klooster van de Cistercinzer orde die gesticht is
in 1192 en bekend werd vanwege de ontginning en afwatering van woeste gronden.
Ze groeven Aduarderdiep, legden Aduarderzijl aan, stichtten boerderijen zelfs
tot onder Groningen. Op zijn toppunt had het dan een 10 000 ha grond in bezit
en waren daardoor zo rijk en vermogend dat de edelen dat niet zo goed vonden.
De geestelijken werden dan in 1342 bij openbaar plakkaat verboden nog meer
landerijen aan te kopen. De boeken van Aduard zijn op 11 september 1575
verbrand met de bekende bibliotheek. Alleen het hospitium bleef bestaan.
Allingawier, in het
zuidwesten van Friesland, heette in 1379 Alingwere. Het is voor een belangrijk
deel ingericht als museum, heeft echter nog een 100 inwoners. Een kleine state
genoemd Allingastate staat in het dorp. De Hervormde kerk stamt uit 1635 en is
in 1783 verbouwd.
Bolsward, 1038 Bodliswert, 1270 in Bodelswerde; wierde van Bodil. Ze
worden oliekoeken genoemd, dat naar een twijfelachtig verhaal dat eens hun
hoofdman, Edo Jongema toen er enige buitenlandse gasten bij hem waren, het
gepast vond die heren op dit gebak te onthalen.
Onder Bolsward is in de hof van het klooster Bloemkamp graaf Willem V
begraven die met vele Hollandse edelen sneuvelde in een slag tegen de Friezen
op 27 september 1345. Dat klooster is gesticht in 1191 en in 1572 verwoest.
Burdaard
of Birdaard,
aan het kanaal naar Dokkum, Dokkumer Ee, komt van Burdwerd, 1418 Berdauwerth,
in 1150 Breitenfurt zo te Fulda genoemd in 944 wat brede voorde betekent, maar
furt is hun weergave voor wurthi; wierden. Burd betekent boorde aan een water,
dus een wierde aan de oever. Het
volk wordt spottend schaapskoppen genoemd.
Doorwerth, bij Wageningen, 1280
Dorenweerd; riviereiland en doorn. Het heeft een bekend middeleeuws kasteel van
1260. Een oude overlevering verhaalt dat Berent van Doornwerth tot heer bestemd
na de dood van zijn vader en door zijn twee jongere broers gekerkerd werd onder
de toren die aan de zuidwestelijke kant van het kasteel stond en dat toen ze
twisten over de verdeling van de goederen de plotselinge instorting van die
toren hen beiden doodde en hun broer Berent bevrijdde.
Doorn, bij Wijk bij Duurstede, eerder Thorhem, 12de eeuw
Thornen; plaats bij doornstruiken. Het Huis te Doorn dateert uit de 14de
eeuw. Merkwaardig is vanwege aanleg en inrichting het landgoed Hydepark.
Emmeloord,
eerder Emelwerth, Emmelwerd, 1364 Emelwaerde; wierde van Amilo of van een water
Amilo, was een terp op het eiland Schokland. Het was een eiland net zoals Urk
en een gedeelte heette Maarnhuysen wat geleidelijk aan verdween door opkomend
water.
Ferwert
in Fries of Ferwerd, bij Stiens aan de Waddenzee, in 1150 Fatruwerde; wierde
van Feder. Heeft een 15deeeuwse kerktoren
Garnwerd, 10-11de
eeuw ad Granavurdh, wierde van Grano, bij Winsum, de bewoners worden spottend
gortvreters genoemd. Het spreekwoord als men iets niet meer weet, stuur het
maar naar Garnwerd doelt op het slopen van schepen, dus waar alle oude rommel
zijn man vindt. Vroeger lag het op een soort schiereiland tussen het Reitdiep
en Aduarderdiep, vandaar. De Sint Ludgerkerk uit de 13de eeuw kerk
heeft heel bijzonder een marmeren nachtmaaltafel.
Garrelsweer, 14de
eeuw Gerleuiswert; wierde van Gerlef. Wordt vermeld in een oorkonde uit 1057
war de Duitse keizer het recht schenkt om in Gerleviswert een markt te houden
aan de aartsbisschop van Hamburg. In de dorpskern lag de 3 ha grote wierde van
Nijenhuis. Later werd het dorp verplaatst naar de dijk langs de Damsterdiep
waar in de 11de of 12 de eeuw een kerk werd gebouwd die later is
afgebroken.
Het kerkvolk was bijeen en de
koster las voor wat hem was opgegeven. Toen hij aan het eind was en de
predikant er nog niet was begon hij weer van voren af aan. Vandaar het
spreekwoord, al weer van voren af aan zoals de koster van Garrelsweer.
Hoewel het historisch niet te
bewijzen is valt Hauwert heel goed in dit rijtje, het werd
wel in 1313 Oudeboxwoude; oude bos van Bok, genoemd ter onderscheiding van het
nieuwe Nueweboxwoude dat nu Nibbixwoud heet, in 1494 echter Hauwaert. Maar
Hauwert komt niet zomaar uit de lucht vallen hoewel je hier geen terp ziet;
hauw kan gemeenschappelijke grond betekenen of beter hof, wert is wierde.
Hauwerter Zak waar de weg vroeger opeens eindigde is ontstaan door een
overstroming tussen Hauwert en Wervershoof, de Neuvel. Daarna is Zwaagdijk
gebouwd en verloor Hauwert zijn doorgaande functie.
Hijlaard, Hylaard, Fries
Hilaard, bij Leeuwarden, 1329 Elawerth, 1505 Hylaerd; wierde van Ele. De
bewoners worden spottend pruimen genoemd. Op een klok in de toren staat; In
het jaer 1300 ben ick gedoopt. Het werd gewijd om alle boze geesten en onheil
uit de omtrek te weren.
Holwerd, bij Dokkum, Holwert in Fries, met veerdienst naar
Ameland, eerder Holevurt, in 1399 Hoelwerde; wierde in laag gelegen of drassig land. De overlevering zegt dat
Sint Ludgerus hier in de 8ste eeuw het Christendom plantte en zeer veel indruk
maakte omdat hij een blinde ziende maakte. Ze worden spottend roekenvreters
genoemd. De Sint Willibrordus kerk
staat op een aperte wierde die in 1580-1584 na de aanleg van een nieuwe dijk
binnen het dorp te liggen wat te zien is op een gedenksteen binnen en buiten de
kerk. Is in 1775 tot 1778 gebouwd op de plaats van een andere afgebroken kerk.
Jorwerd, bij Leeuwarden, 1329
Ewerwert, 1403 Joerwert; wierde van Ewer. Ze worden spottend dweilstukken
genoemd.
Kimswerd, bij Harlingen, Fries
Kinswert, 1400 Kemswert; wierde van Kamme. Geboorteplaats van Pier van
Heemstra, bekend als Grote Pier, Greate Pier, die zich bondgenoot noemde van
hertog Karel van Egmond en alom schrik en verwoesting verspreidde vanwege de
keus van zijn wapenfiguren, galg en rad met zijn leuze; Niemand ontzien, geen
mens en geen duivel.
Hij was bekend vanwege zijn
kracht. Het gebeurde eens dat enige soldaten tegen hem uitgezonden hem ploegend
vonden zonder hem te kennen en hem vroegen of hij hun zeggen kon waar Grote
Pier woonde. Hij tilde daarop de ploeg uit de grond en hield die rechtuit met
het word; Daar woont hij en hier staat hij. En sloeg zo met de ploeg rond dat
enkele soldaten dood neervielen en de overige het hazenpad kozen. Er wordt
verhaald dat en vijf sneuvelden en dat daaruit de naam Vijfval te verklaren die
een stuk land bij Kimswerd draagt.
Leeuwarden,
Leeuwaerden, Liutawerde, volkstaal Lieuwert, Liouwerd of Ljouwert, komt
van Lienward uit 1148, wier en lee en lo: hoge en dorre plaatsen. Hoewel het
ook een persoonsnaam kan zijn van Lino. Maar in het klooster Fulda spreekt men
villa Lintarwde, villa; stadje, onwaarschijnlijk. Leeuwarden is ontstaan op
terpen bij een inham van de Middelzee met de riviertjes Ee, Vliet en Potmarge,
de Middelzee slibde later dicht. Het is ontstaan op terpen waar drie
nederzettingen ontstonden, Oldehove, Nijehove en Hoek. Dus de naam kan pas
gevormd zijn nadat ze samen gevoegd werden in 21 januari 1435 en een van die
namen Leeuwarden gaf. Oldehove had in de 12de al een kerk die aan
Sint Vitus was gewijd en uit akten uit de 14de eeuw komt die kerk voor
onder de naam Liiewardensis.
In de grote of Sint Jacobskerk
is een grafkelder waarin van 1588 tot 1765 vele doden uit het huis van Oranje
zijn bijgezet. De eerste was Anna, vrouw van Lodewijk van Nassau en dochter van
prins Willem I, de laatste van Maria Louisa, weduwe van Johan Willem Friso.
Prins Willem IV is te Leeuwarden geboren in 1711 enkele weken na de dood van
zijn vader te Moerdijk. De Prinsentuin is aangelegd door Willem Frederik van
Nassau in 1658 en door Willem I aan de stad geschonken in 1819. Merkwaardig is
de zware onvoltooide toren van een kerk die een vergroting was van de zeer oude
Sint Vituskerk van Oldehove die vanwege bouwvalligheid werd afgebroken rond
1595, het Amelands huis herinnert aan de Cammingha s, heren van Ameland dat ze
stichtten en bewoond hebben en daarom Heerlijkheid heet. Het Burmania huis was
vroeger een slot met uitgestrekte hof omringd naar de Gemme van Burmania die
als afgevaardigde van Friesland te Brussel in 1555 de eed van Filips niet
knielend wilde afleggen zoals de anderen, maar het rechtopstaande zwoer na
gezegd te hebben; de Frizen knibbelje alline for God, de Friezen knielen
alleen voor God. Ze heten spottend galgenlappers omdat er eens toen er dieven
gehangen moesten worden ze tegen het aanschaffen van een nieuwe galg opzagen en
lieten de oude vermolmde galg wat oplappen met als gevolg dat het ding brak en
instortte met de gehangen boeven eraan. In de buurt van de stad vindt men een
huis met het opschrift; De drie dukatons, dat naar mooie Aaltje die lichtvaardig
was en ruw en goed vloeken kon en vaak de duivel aanriep. Toch was Edo, een
boerenzoon, verliefd op haar. Maar hij werd grof en hard door haar afgewezen.
Eens op een avond zat ze te spinnen. Er werd geklopt. Ze deed open en zag een
rijzige jongeman die vroeg of hij daar even mocht schuilen want het weer was
slecht. Aaltje geeft hem een stoel en hij gaat naast haar zitten. En hij
vertelt en vlijt en komt tot een liefdesverklaring. Aaltje zegt niet neen. Hij
geeft haar een kus en zij hem. Hij geeft haar een grote gouden ring als pand
van zijn trouw en vraagt van haar een weder pand. Ze haalt uit een kistje drie
dukatons aan een fluwelen band geregen, een geschenk die nog door Edo zijn
gezonden die ze maar gehouden heeft. Die geeft ze aan de bezoeker, maar hij
ziet een kruis er op en verschiet, op zijn hoofd worden twee horens zichtbaar,
zijn voeten vertonen zich als paardenpoten, het is de duivel die de nabijheid
van kruisen niet kan dulden en vlucht. Aaltje valt in onmacht en toen ze tot
zichzelf kwam werd ze een ander mens. Edo vernieuwde zijn aanzoek en Aaltje zei
ja en ze leefden nog lang en gelukkig.
Zandwerven, bij Spanbroek, 1653
Sandwerven, een werf bij een zandrug. Als er iemand gestorven is heet het; hij
is naar Zandwerven.
Wervershoof, eerder
Warfartshove, 1344 Walvairshoeve, 1499 Werfertsoeff, in oude kroniek van
Medemblik wordt gesproken van Werenfrits Hoeve, nu Werferts Hoof, dat naar de
H. Werenfrid die als volgeling van H. Willibrord daar gepreekt zou hebben. De
wierde en de hoeve zijn nog duidelijk zichtbaar in de Neuvel, het oude centrum
van Wervershoof; werf, een hoeve op een werde of wier.
Deze plaats werd op een
landkaart van 1288 Werfaertshof als een banne (rechtsgebied) genoemd.
De Neuvel was de verbindingsweg
met Hauwert. Door een overstroming verdween de weg en bleef Hauwerter Zak over.
Dat wiel is nog te zien is in de wiel van de Eendenkooi. Dat was wel in 1169
toen hele streken weggevaagd werden en de Zuiderzee voor een groot deel gevormd
werd.
Daarna is Zwaagdijk gebouwd langs
de Neuvel die met Hauwert zijn doorgaande functie verloor en minder bekend
werd. In 1288 wordt Zwaagdijk al vermeld. Vlakbij de eendenkooi liggen nog wat
heuveltjes, terpjes, plaatsen waar in natte tijden het vee gebracht werd. Prof
Waterbolk heeft hier opgravingen gedaan omdat hij meende dat het oude
grafheuvels waren. Maar je begraaft de doden niet in natte plekken, maar in
droge zoals Hoogwoud en Westwoud. Hij vond dus niets.
Woerden, bij Kamerik, eerder
Wurdin, 1131 Worthen; omheind gebied, hoogte, vergelijk Wirdum. Het kwam in de
13de eeuw aan Holland na eerst tot Utrecht te hebben behoord. In
1672 had het veel van de Fransen te lijden en ook in 1813 werd het tot hun een
toneel van plundering en moord gemaakt. Het is de geboorteplaats van Jan de Bakker
of Johannes Pistorius in 1499 die de 15de septmber in 1525 als
eerste martelaar der Hervrming te s Gravenhage hier te lande de vuurdood
onderging. Het kasteel van Woerden dat door Godfried van Renen gesticht is in
1160 en meermalen verbouwd is na als vrouwengevangenis gediend te hebben en een
militair kledingmagazijn geworden.
Wierde.
Metslawier,
Fries Mitselwier, bij Dokkum, 1500 Metslewer, kende drie staten als de Ropta
state, Unia State en Wibalda state. Op een steen in de kerkmuur staat een opschrift;
Anno
1570 op Alderheilige dach jauens (s avonds) is het water hier in der kerck
hoegh wesd 1 voet en syn fardroncken in dese gritenie 1800 mensken.
In
1634 is hier geboren Balthasar Bekker die in zijn werk De betooverde wereld
het geloof aan boze geesten, heksen spoken en dergelijke bestreed. Een zwerm
van tegenstanders kwam tegen hem op en vereerden hem onder andere met het
volgende compliment;
Om
den duivel te vergeten,
Balthasar!
Zoo moet je weten,
Dat ik
in plat Hollandsch zeg:
Bekker!
Hou je bakkes weg.
Toch
had hij ook bewonderaars, die schreven:
Dit
is dien schriftdoorleerde Bekker,
Dien
Hel en Toverij ontdekker,
Die
hoe getrapt, getergt, noch stil
Zich
onderwerpt aan s Heeren wil
Een
man, gesont in leer en leven
Hoe
meer gedrukt, hoe meer verheven. Hij stierf te Amsterdam in 1698 en is
begraven te Jelsum.
Offingawier,
Fries Ossenwier,
bij Sneek heette in1328 Offinghewere; hoog gelegen land van Offinga. Boven de
kerkdeur staat een dichterlijk opschrift;
Geen schooner les van meerder
kracht,
Dan Micha zes en wel vers acht.
Hier wordt bedoeld; Wat eist de Heer van u dan recht te doen en weldadigheid
lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God? In 1465 werd in deze
gemeente op wonderbare wijze een doorbraak hersteld. Door het binnendrijven van
een stuk elders losgeslagen land werd het ontstane gat gedicht.
Opwierde, bij Appingedam, 13de
eeuw Upwirthe; hoge liggende wierde, liggen twee kleine wierden, de hoge en de kleine hoge werf genaamd. In het dorp staat een oude kerk uit de
13de eeuw.
Oosterwierum, bij Sneek, 1329
Werum, 1441 Aesterwerim, oostelijk wier. In de hervormde kerk was vroeger aan
een balk een afbeelding te zien van een vos in monnikspij die voor een troep
ganzen preekte, een spot van middeleeuwse bouwmeesters die zich dat
veroorloofden om de geestelijkheid te bespotten.
Onder het nu verdwenen dorp
Oterdum, gemeente Delfzijl, ligt de buurt de Warven, enige
woningen op hoogte gebouwd.
Poppingawier,
Fries Poppenwier, bij Irnsum aan de Sneekervaart, heette in 1401 Popengwere, 1369
Popingha; wierde van Poppinga
Sauwerd,
bij Winsum, 1364 Souwerth; wierde van zoden gemaakt. In 1840 is de middeleeuwse
kerk gesloopt
Tjamsweer, bij
Appingedam, heette in de 13de eeuw Thiamerswerve,; wierde van Thiadmar. In en rond het dorp liggen een
vijf wierden, in de 15deeeuw met de komst van het Damsterdiep
verplaatste zich de bebouwing zich daar.
Ternaard, bij Dokkum, eerder in
villa Tunuwerde, Tununfurt, 1150 Dunevurt; lang gerekte wierde, Oud Fries
Tonnawerd, de inwoners heten varkensvilders.
Usquert,
bij Warffum in Groningen, 1370 Usquerthe, wierde en weide. Wordt in de
levensbeschrijving van Liudger genoemd, de kerk stamt uit de 13de
eeuw.,
Wierum, in Dongeradeel, staat de
kerk uit 1200 op een wierde die vroeger midden in het dorp stond maar vanwege
de zee nu aan de kant van het dorp staat, bij de dijk.
Kleine Wierum ligt bij
Appingedam; woonplaats op wier.
Wieuwerd bij Sneek, Fries
Wiuwert, 1370 Wywerth; wierde van Wige, heeft een grafkelder waarin de lijken
niet vergaan maar leerachtig worden. Een van die lijken wordt voor die van Anna
Maria van Schurman gehouden, die wonderbaar begaafde vrouw die met andere
volgelingen de vermaarde prediker Jean de Labadic na zijn dood in 1672 zich
daar vestigde en in 1678 overleden is. Hoewel ook beweerd wordt dat ze niet in
de kerk maar erbuiten begraven is.
Bij de nieuwe namen Wieringen
en Wieringermeer is dat duidelijk.
Weer.
Weer vindt men nog in Groningse
plaatsnamen in Abbeweer, onder Baflo;
wier en Abbe. In Friesland ligt Abbewier, voormalige state.
Borgsweer,
bij Delfzijl, 1432 Borgisweer, later Borchweer; wier dat opgeworpen is, of
afgeleid van borg of burcht, dat laatste is goed mogelijk want de wierde is
vierkantig.
Dallingeweer,
bij Delfzijl, 1455 Dallengwerum; wierde van Dallinga.
Lalleweer;
wier van Lalle, bij Delfzijl, die wierde is ooit als voorwerk van het grijze
monnikenklooster bij Baamsum gebouwd.
Mensingeweer, onder Leens
ten Zuiden van Eenrum, 1371
Mensingheweere; wierde van Menze. Daar lag het klooster Lulema dat in
1654 genoemd werd en in 1824 voor afbraak verkocht werd.
Werum, bij Ten Boer,
1289 Werum; nederzetting op wierde, in 1445 Wyttewerum, nu Wittewierum. dat witte komt van de
kleding van de Premonstratenzers die sinds 1213 hier de abdij Hortus Floridus
of Bloemhof hadden die gesticht werd door Eemo van Huizinge. Is afgebroken
tijdens het bewind van hertog Alva. Met de stenen zijn grote delen van het
Prinsenhof in Groningen gebouwd. Op de fundamenten van het klooster werd in
1863 het kerkje van het dorp gebouwd.
In de buurt van die abdij begon
de slag die in Heiligerlee eindigde.
Terpen.
Terpen zijn dus groter dan
wieren, vaak een natuurlijke zandrug. Bijna alle terpen werden bewoond, de
kleinere droegen een enkel huis of state; op de grotere ontwikkelden zich
gehuchten en dorpen. Vandaar dat ook veel plaatsnamen in Friesland met terp, therp, thorp en torp voorkomen.
Greonterp, Zuidwest Friesland, 1482 Grovendorp;
gegraven dorp.
Jonkersterp; terp van een jonker, onder Makkum, waar
ook de Maartensterp ligt.
De
Terp of Torp onder Kollum die
deels afgegraven is.
Slappeterp, bij Mendaldum, 13de eeuw
Slepelterp, 1469 Slepperdorp; slappe grond of glibberig.
Ureterp, Fries Oerterp, bij Beetsterzwaag, 1313
Urathorp; ur; over; een hoger gelegen terp dat ten opzichte van het watertje de
Boorn waar dan Olterterp wat lager ligt. Het is een langgerekte dorp op een
zandrug.
Wijnjeterp; terp van Wine, Fries Weinterp, in
gemeente Wijnjewoude, ligt op een zandrug. Ze burger hebben de spotnaam
aangebreide kousen.
Heim, Hiem of heem; woonplaats,
vaak tot hem verkort en als er een c of k in voorkomt ook wel n en in cum of
kom veranderd of in um eindigen. Dit zijn vermoedelijk alle wat oudere
plaatsen.
Akkrum, bij Heerenveen, 13315
Ackrom, 1447 Ackerem; woonplaats van Ake, of akker. Heeft in de kerk vier
beschilderde ramen. Tussen de aanzienlijke heren in, rond 1759, bevond zich ook
een zeer eenvoudig boertje wiens bijdrage van f 1000 zo n verbazing wekte
zodat besloten werd zijn daad in een glazen raam te vereeuwigen. Dat zie je in
het glas dat een voorstelling geeft van een uit een rots ontspringende beek
waaruit een kalf staat te drinken. Het boertje heette dan ook Kalfsbeek. Op 18
juli werd de eerste steen gelegd voor een oude mannen stichting waaraan de naam
Coopersburg is gegeven naar de milde gever die te Akkrum geboren is maar in
Chicago woont waar hij Cooper heet maar eigenlijk Folkert Kuipers is.
Almenum, 1450 Almenum:
woonplaats van Alman. Het is een dorp die al bloeide ten tijde van Karel de
Grote maar is nu een deel van Harlingen.
Alphen, Alfen of Alpheim in
Brabant, eerder Alfheim, eind 14de eeuw ecclesia de Alfeim, 1233
Alphem; woonplaats en alf wat mogelijk een riviernaam is, zie Alphen aan de
Rijn, of van lichtgekleurde grond en zelfs als alf; geest, het huis der elven
in de sprookjes.
Uit van Lennep;
Arnhem, Aarnhem, wordt van sommigen
gehouden voor het Arenacum: huis van arenden, van Tacitus en de geboorteplaats
van Claudius Civilis. Vandaar volgens andere zoveel als Arentsheim, een wijk
van een arend of Aarnout. Arneym, 1480 Arnhem; woonplaats van Arno. Je zou
denken naar de ligging van en naar de twee aa s van A; water en heim,
woonplaats. Het is aan het begin van Drusus gracht die dat heeft gegraven naar
de IJssel om die beter bevaarbaar te maken. Men vindt het allereerst vermeldt
in open brieven van de keizers Otto III, 916, Lotharius II en Frederik II. In 847
geplunderd door de Noormannen. In 1233 wordt het gerekend tot de ommuurde
steden. Het was de zetel van de hertogen van Gelderland.
Het Raadhuis is eens de woning
van Maarten van Rossem geweest. Het wordt ook duivelshuis genoemd naar de drie
saterbeelden aan de ingang. In de grote of Sint Eusebius kerk die hertog Arnoud
in 1450 de eerste steen heeft gelegd is Karel van Egmond begraven als laatste
van de Gelderse graven. Zijn eigen beeld en vier leeuwen en 12 apostelen
versieren zijn tombe. De klok is een werkstuk van Hemony de beroemde
Lotharinger van wie Vondel zong;
Ick verhef mijn toon in t
zingen
Aan de Amstel en het Y
Op de geest van Hemony.
D eeuwige eer van Loteringen
Die t gehoor verleckren kon
Op zijn klockspijs en zijn
nooten
Ons zoo kunstrijk toegegoten..
Er behoren vele landhoeven en
rusthoeven toe als De Lichtenbeek, Warnsborn, Mariendaal op de gronden van de
voormalige abdij Marienborn. Klarenbeek met de Stenen Tafel. Aan de weg naar
Velp ligt Bronbeek dat door koning Willem III is aangekocht in 1854 en tot
paleis liet inrichten. In 1859 gaf de koning Bronbeek de staat ten geschenke om
te gebruiken voor invalide Indische militairen.
Als iemand vraagt wat Arnhem
voor zoets voortbrengt krijgt hij als antwoord; jongens en meisjes.
Arum, bij Bolsward, 1400
Aeldrum, 1466 Arum; woonplaats van Alder. De inwoners worden mulkruipers
genoemd, mul of molde, Fries moude; stof van kleiwegen en akkergronden. In de
tijd van de Schieringers en de Vetkopers kozen ook de geestelijken partij over
en weer en zo is op 4 juli 1380 bij Arum het zeldzame geval voorgekomen van een
monnikenslag, een slag tussen de monniken van Oldeklooster of Bloemkamp, onder
Bolsward, en die van Ludingakerk onder Harlingen, er vielen vele doden.
Baijum, Bajum, bij Leeuwarden en
Winsum, in 1329 Baym: woonplaats van Bado. Vanwege de zeer grote oude doopvont
zegt men in die streek spotwijze; zo groot als de Bajumer doopvont. De
burgers worden erwtenpotten genoemd.
Bakkum,
bij Castricum, 1420 Bachem; woonplaats van Bakke of van Germaans baka; welving
of hoogte.
Beetgum, bij Leeuwarden, Fries
Bitgum, 1399 Betinghim, 1439 Beethgem; woonplaats van Bade. Hier stond tot 1897
de Martenastate. Hier heten de bewoners schier-roeken, dat zijn bonte kraaien,
schier; grauw of grijs ter onderscheiding van de echte roeken die zwart zijn.
Zie Schiermonnikoog; schiere of grijze monniken. Bij het afgraven van een terp
onder Beetgum is een steen gevonden waarvan het opschrift de schatplichtigheid
der Friezen aan de Romeinen bewijst die naar het museum te Leeuwarden is
gebracht.
Bennekom, bij Wageningen, eerder
Beringa haim, plaats van Bero. Daaronder behoort het adellijke huis Hoekelom.
In februari 1624 was de boswachter, Johan Gerritsz, die vanwege zijn
hoornblazen de trompetter van Bennekom genoemd werd, eenzaam op weg. In die
tijd liepen de Spanjaarden Veluwe af en hij zou dat bekijken. Toen hij in de
buurt van Ede was waar zijn verloofde Truydgen Gosens dochter woonde die hij nu
niet kon bezoeken kreeg hij de bedenkelijke inval om haar door een deuntje van
zijn hoorn een teken van zijn nabijheid te geven en blies het Wilhelmus. De
Spanjaarden in het kasteel Kernheim gelegerd hoorden die zo goed bekende tonen
over de heide weergalmen en meenden dat de troepen van de prins in aantocht
waren en namen overhaast de vlucht. Het begin van de ontruiming der Spanjaarden
van de Veluwe.
Berlikum, bij Franeker, afgekort
Belkum, ook Belsum, 1355 Berlichem, 1399 Barlichem; woonplaats van Berilo. Een
zeer lang dorp zodat men in Friesland zegt; sa lang as Belkum, zo lang als
Berlicum . De mensen worden spottend hondenvreters genoemd. Die naam zou al
zeven eeuwen oud zijn en doelt op de ellende en hongersnood van 1182 die
tegelijk kwam met een grote brand en inval der Noormannen. In 1496 verdedigde
Bauck Poppema, bij afwezigheid van haar man Doeke Hemmema, haar stins tegen de
Vetkopers zo dat het spreekwoord ontstond ; as de Hollanders fen Kenau blaze,
dan roppe de Friezen fen Bauck. Als de Hollanders zich op Kenau beroemen dan
verheffen zich de Friezen op Bauck.
Beusichem, bij Kuilenburg,
eerder Buosinhem, 1131 Bosenchem; woonplaats van Boso. Het was bekend om zijn
paardenmarkt dat al vermeld wordt in 1461. Van het slot dat er gestaan heeft in
de 13de eeuw is niets meer over, mogelijk dat de naam Steenakker aan
een stuk grond gegeven vermoeden dat het daar gestaan heeft. Bij dit dorp, bij
de overtocht over de Lek, verloren Jan van Renesse, Arend van Benschop en enige
samenzweerders tegen Floris V het leven door het omslaan de boot.
Dideryk, Gebrands zoon, heeft de
kerk getimmerd en daarnaast een kasteel in 954, datzelfde jaar is hij gestorven
en is met zijn vrouw in die kerk begraven.
Blaricum, bij Naarden,
1307 Barinchem, 1342 Blarichem; woonstede van Bladheri. Daarbij stond het
koepelvormige gebouw dat meestal de Rotonde heet met mooi uitzicht over het
Gooi. Werd opgericht in 1836.
Britsum, bij Leeuwarden, 1150
Bruggiheim; woonplaats bij een brug. Daar heeft lang geleden een sterk kasteel
gestaan dat Britsenburg heette. De mensen daar worden spottend kalfskoppen
genoemd.
Bergum,
Fries
Burgum, bij Leeuwarden, 1297
Berghem; nederzetting op hoogte. De mensen worden spottend koestaarten genoemd.
Op het voormalige state Het Hooghuis onder Bergum schreef Coehoorn zijn
beroemde werk Vestingbouw. Er is een poppestien waar de kindertjes gehaald
worden.
Bozum, bij Leeuwarden, Fries
Boazum, 1395 Bozinghem, 1427 Bosum; woonplaats van Bose. Ze worden knuppelaars
genoemd, een gebruik bij het katknuppelen, het slaan of werpen met knuppels
tegen een opgehangen ton met een kat erin en het najagen van de kat als die bij
het breken van de ton van angst op de vlucht slaat. Op 17 januari 1586 werd er
hier een slag geleverd tussen de legers van graaf Willem Lodewijk van Nassau en
de Spanjaarden onder veldheer De Tassis. De Staatse vaandrig Otto Clant werd
overmand en het vaandel van hem geist onder aanbod van lijf genade. Als
antwoord slingerde hij zich zijn vaandel vast om zijn lijf wat zijn lijkkleed
werd. Met het oog op die slag werd van een moedige knaap wel gezegd; hij hat
nei Boxum west, hij is mee naar Boxum geweest. Een andere is; hij hat in stim
as de pastor fen Boxum, hij heeft een stem als de pastor van Boxum, naar die
prediker die zo luid sprak dat zo lang hij preekte er geen vogel op het kerkdak
ging zitten.
Bunnik, bij Zeist, eerder
Bunninchem, 1239 Bunnike; woonplaats van Bunno.
Bussum, bij Naarden, 1306
Bussen; bos, de uitgang um staat onder invloed van plaatsen als Hilversum. Daar
was op het eind van november 1572 het hoofdkwartier van Don Frederik de Toledo
en daar werden de afgevaardigden van Naarden, waaronder Lambertus Hortensius
was, niet door hem ontvangen, maar door zijn overste Romero aan wie de sleutel
van de stad werd aangebonden, een onderwerping wat echter niet belette dat
Naarden barbaars werd uitgemoord.
Castricum, bij Bakkum,
ooit Castringchem, Latijns castri; legerplaats, en heem; woonplaats. Maar de
locatie van Castricum was, zo men meende, in de Romeinse tijd ver buiten de
grenzen van het rijk en er is nooit een permanent Romeins legerkamp geweest. De
Romeinen gingen tot de Rijn, maar de Rijn liep toen wel tot Egmond, zie Egmond.
Mogelijk speelde die vestiging een rol bij de opstand der Friezen tegen de
Romeinen in het jaar 28. Dat werd tot de slag van Badehenna waar een 900
Romeinse soldaten sneuvelden. Bij onderhoud aan de Velser tunnel zijn 2
Romeinse havenforten gevonden, ook skeletdelen van drijvende lijken en een
officier onder veldkeien begraven. Verder slingerkogels, dan zou daar het
Badehenna geweest zijn waar die slag tegen de Friezen plaatsvond. Het was ook
het slagveld tussen de Engelsen en Russen op 6 oktober 1799.
Dalfsen, bij Zwolle, 1231 Dalsen, Dalfese, 1318 Dalvesem; woonplaats
van Dalf. Heeft in de kerk een graftombe van de graven van Rechteren die hier
vroeger een slot hadden.
Deinum, bij Leeuwarden, 1397 Deynim; woonplaats van Dago. Een dorp van
onregelmatige bouw. Men weet te vertellen dat het in zeer oude tijden gesticht
werd door twee zusters en die konden het over de aanleg niet eens worden. Ze
kwamen overeen om een zeker aantal appels te gooien en dat ze zoals die
neervielen de huizen zouden worden gezet. De oude kerk uit de 13de
eeuw heeft een toren een sipel vorm (ui) die in 1589 is geplaatst.
Diepenheim, in Twente, 1134
Diepenheim, 1145 Difenheim; woonplaats die laag gelegen is.
Dokkum, in 1150 Tochingen, 14de eeuw Dockinga;
woonplaats van Dokke, dok betekent een waterplant, bies. Het is de plaats waar
Bonifatius gestorven zou zijn.
Volgens de overlevering werd
hij tijdens een missietocht tegen de Friezen, samen met een peloton van 52
gezellen op 5 juni 754 te Murmerwoude: moordenaars woude, vermoord.
Onderzoekers van de oudste historische bronnen zijn het er niet over eens of de
plaatsaanduiding waar Bonifatius de genadeslag opliep, zo de traditie wil, bij
Dokkum lag of (en daar is volgens sommige veel voor te zeggen) in het Belgische
Schelde dal. Probleem is dan: wie veroorzaakt de wonderen met het water uit de
Bonifatiusbron in Dokkum?
Op de plaats waar hij het
leven liet zonk het paard van iemand uit koning Pepijn s gevolg met de
voorpoten in de grond. Nauwelijks was het paard eruit geholpen of daar spoot
met kracht kristalhelder water naar boven. Nog steeds is de bron in eren en
wordt bijzondere waarde en werking aan haar water toegekend. Voor de hervorming
vertoonde men er Bonifatius bisschopskleed, een door hem afgeschreven Nieuw
Testament en vijf van de door hem in stenen veranderde broden. Hij kwam na een
lange tocht door het Friese land bij een boerenhoeve aan. Hij had een geweldige
honger en haalde opgelucht adem toen hij zag dat de boerin was bij een rokende
oven. Hij vroeg haar om een stukje van het verse brood. De vrouw antwoordde hem
dat er geen brood in de oven zat maar slechts een vijftal stenen die zij
verhitte om haar badwater te verwarmen. Bonifatius zei: Inderdaad, ik zie dat
u gelijk hebt, er zitten niets dan stenen in. Hij groette de vrouw en ging
weg. Toen de vrouw enige tijd later de oven opende haalde zaten er inderdaad
vijf gloeiende stenen en niet het verse brood in dat ze verwachtte.
Het tweede verhaal is dat hij
op zeventigjarige leeftijd terug ging naar Friesland. Ergens tussen Murmerwoude
en Dokkum wachtte hem een aantal rovers op die vernomen hadden dat de heilige
een aantal kerkschatten mee voerde. De ongewapende priesters in zijn gezelschap
en de oude bisschop zelf hadden met een overval dan ook geen rekening gehouden.
Ze hadden dan ook niets bij zich om zich te verweren tegen de met bijlen en
knuppels gewapende bende. De priesters, de een na de ander, zegen ontzield op
de bodem neer. Ook voor Bonifatius was er geen redding mogelijk, een scherp
wapen raakte zijn schedel ondanks het feit dat hij zijn hoofd trachtte te
beschermen met het evangelieboek. De moordenaars zochten tussen de bepakking en
de kleding van de slachtoffers maar vonden niets anders dan wat broden, een
paar kruiken wijn en wat ander voedsel. Zeer teleurgesteld keerden ze naar hun
dorp terug en vierden toch een laffe overwinning met een feestmaal van het
geroofde voedsel. Ze zetten hun tanden in het brood, maar die braken af omdat
de broden in steen veranderd waren. Ook dronken ze flink van de wijn, maar na
een tijdje kronkelden de drinkers over de grond van de pijn en de een na de
ander stierf. De wijn was in gif veranderd. Zo nam de hemel wraak op deze laffe
moord.
Conclusie:
Wat heeft echter zon oude
man heel in het vijandige Dokkum te zoeken? Een
gevaarlijke reis, Drenthe was omgeven door moerassen, vennen en wadden en dan
via de Friese meren en laagtes komt hij in een vijandelijke Friese omgeving.
Logisch zou het zijn als je toch onder in Duitsland of Metz bent dan ga je via
Luxemburg en dan richting Belgi of via de Rijn via Utrecht naar Engeland.
Egmond was toch al gesticht door Willibrord en vandaar zou je beter kunnen
reizen dan over Dokkum.
Zocht hij daar het
martelaarschap op? Een argument om aan een meer gecordineerde actie te denken
is het tijdstip waarop de moord op Bonifatius plaats gevonden moet hebben,
namelijk bij het aanbreken van de dag. Dat was een tijdstip waarop destijds ook
veldslagen werden uitgevochten. Bonifatius kan zijn verzocht op een Friese
rechtszitting te verschijnen om zich te verantwoorden voor zijn vernielingen.
Het niet verschijnen op een vroeg middeleeuws "gerecht" stond gelijk
aan het bekennen van schuld. Volgens de Friese wetten, zoals we die kennen uit
de Lex Frisiorum stonden tempelschenders en de aan tasters van heiligdommen de
doodstraf te wachten. Bonifatius had zich dertig jaar tevoren schuldig gemaakt aan
het omhakken van heilige bomen (heiligschennis dus volgens het Germaanse
recht), zodat hij volgens de Friezen nog altijd strafbaar was. De Lex Frisiorum
stelt: Wie in een heiligdom inbreekt
en daar een van de heilige voorwerpen wegneemt, wordt naar de zee gevoerd, en
op het zand, wat door de vloed bedekt wordt, worden zijn oren gekloofd, en
wordt hij gecastreerd en ten offer gebracht aan de god, wiens tempel hij
onteerde.
De
verwarring komt omdat er bij de Friezen aan Friesland gedacht wordt, de oude Friezen
waren echter West Friezen. De plaats Dokkum is ook niet zo
oud dat het daar gebeurd kan zijn.
Bonifatius
is volgens de Kerkelijke Historie en Outheden der zeven Vereenigde Provincien
uit 1726; gestorven aan de rivier Bortna die West-Friesland eertijds scheidde
van Oost Friesland bij het stadje Dokkinga of Dokkum. Dokkum of biezenplaats
is een naam die aan meer plaatsen in dit waterrijke gebied wel gehad hebben. De
rivier echter zal meer richting Purmerend gelegen hebben wat maar een dag reis
van Utrecht ligt. Zo n oude man gaat niet weken lang op weg, de meest geode
weg is via het water en niet over de wadden. Vanuit Utrecht zal hij wat tochten
gemaakt hebben richting West Friesland en niet in het verre Friesland. Het is
zelfs tegenwoordig nog vrijwel onmogelijk om die zaak zo snel te doen, zoals
hieronder te lezen is, laat staan dat de moord in Dokkum was. Dan moet je ook
als je naar Utrecht gaat tegen de stroom in en een noordelijke wind hebben.
Verder
in Kerkelijke Historie; Albricus liet
zijn vriend Luidgerus tot priester wijden en stelde hem aan te Oostergoo, een
plaats in West Friesland, op de plaats waar H. Bonifatius de martelkroon heeft
ontvangen. Oostergoo of ooster Gouwe is bij het riviertje de Gouwe, vlakbij
Hoogwoud.
Kerkelijke
Historie; Het lijk van de H. Bisschop is met de lichamen van zijn metgezellen
(52) over een meer dat toen Elmere genoemd werd voor wind en stroom afgevoerd
naar de stad Utrecht en aldaar begraven; tot de tijd dat enige godsdienstige en
getrouwe broeders die aan hun hoofd hebben de eerwaardige Hadda door Lullus,
bisschop van Metz, gezonden worden die het lichaam van de heilige martelaar
naar Fulda, zoals hij in zijn leven belast heeft, gevoerd hebben wat nochtans
niet zonder sterke tegenstand van de Utrechtenaren gebeurd is die zich echter
onder de Goddelijke wil, die hun door gewisse tekens bleek, hebben moeten
buigen. De marteldood van de H. Bonifatius is voorgevallen op de vijfde juni.
Zijn heilig lichaam is de dertigste dag te Metz aangekomen alwaar een oneindig
getal van mensen door Goddelijke ingeving van alle kanten tot het zien van deze
statie was gekomen. Verder is het heilig lichaam, hoe sterk de mensen van Metz
er tegen vochten, met een groot toestel en in een talrijke stoet naar Fulda
gevoerd en in een gewelfd graf, dat voor hem gemaakt was, begraven alwaar het
ook van tijd tot tijd door verscheiden wonderen vermaard is geworden.
Als je
het geheel overziet kom je tot de conclusie dat het een geplande samenkomst
was, vergadering of rechtszitting. Hij wist het dan ook van tevoren dat het
spannend zou worden. Die samenkomst zal belangrijk geweest zijn zodat
onmiddellijk na zijn dood het nieuws bekend werd onder de rivieren. Waarom had
hij dan ook zo n grote groep mee? Het lijkt dan meer een volksopstand of
lynchpartij geweest te zijn dan roof. Immers iedereen werd gedood waar bij een
roof wel enkele in leven blijven of licht verwond zouden zijn. Was het de wraak
vanwege zijn eerdere misdaden of heeft hij opnieuw gezondigd tegen de heidense
goden?
De Dokkumers hebben net zoals de Haarlemmers meegedaan op de
verovering van Damiate. Dokkum is het Edam en Kampen van het Noorden. Dokkumers
heten garnalen omdat ze eens on zeer grote garnaal vingen die ze aan een
kettinkje wilden bewaren totdat de prins kwam. De prins kwam niet en de garnaal
was weg, garnalen worden daar garnaten genoemd Er was eens een gezelschap dat
voor een groot turfvuur zat waar ze het geleidelijk aan warm en vreselijk
benauwd kregen, toen de hond van het huis terugging kwamen ze tot de ontdekking
dat ze dat ook moesten doen. Daarom is het spreekwoord; we moeten achteruit,
zeiden de Dokkumers. De uitroep arm Dokkum ontstond in de 17de eeuw
omdat de stad zoveel geld opnam voor het graven van een trekvaart naar
Leeuwarden zodat ze met aflossing en rente betalen in gebreke bleven.
Doetinchem, in de Achterhoek,
838 als villa Duetinghem, Ductinghem, Deutichem, 1200 Duttencheim; woonplaats
van Dutto, ook Deutekem, Duttichem, Duichingen, Durkum, Dotekom en Dorkum. Werd
in 1100 ommuurd die in 1672 is afgebroken en kreeg in 1236 stadrechten van
graaf Otto I van Gelre. Nog steeds staat er het middeleeuwse kasteel
Slangenborg, veel is er verbrand door de grote brand in 1527.
Er heeft een vermaard klooster gestaan Bethlehem geheten dat in 1579 is
geslecht.
Dongjum, Fries Doanjum, bij Franeker, 1417 Donijnghum, oorspronkelijk
Doniaheim waar het geslacht Donia woonde. De kerk heeft een gebeitelde
graftombe die gemaakt is door Jan Baptist Xavery waarin de moedige staatsheer
Sicco van Goslinga ligt die geboren is op de Sickema State onder Herbajum en
overleden in 1731. Van hem wordt gezegd dat hij Lodewijk XV gewaarschuwd zou
hebben met; Gij zult het met ons niet zo gemakkelijk hebben, want Friese trouw
en Hollandse dukaten zijn hard. En op hem doelt een spreekwoord der Friezen
die iemand gebruikt als men hem probeert uit te horen en niets loslaten wil.
Hij schreef uit Parijs vaak aan zijn vriend Sjuck Gerrold Juckema van Burmania
en bediende zich hierbij van een oud Fries dialect en van Griekse letters. Toen
zo n brief onderschept werd en bij Richelieu gekomen was probeerde die er op
allerhande vleiende manieren achter te komen hoe dat te ontcijferen. Sicco zei
onverschillig dat het niets was, een grap, waar geen sleutel op was. Dat halen
de Friezen aan in hun spreekwoord; daer wier nen kay fen, sey Sikke, daar is
geen sleutel op zei Sicco.
Ellecom, bij Doesburg, 1128
Ellenchem, woonplaats van Elich of Ello. In de kerk is het familiegraf van het
geslacht Van Rheeden. Onder Ellekom behoort het landgoed Avegoor en het Huis
Middachten dat al in de 12de eeuw wordt vermeld met een prachtige
laan van die naam.
Erichem of Arichem, bij Buren,
1138 Erenkeim; woonplaats van Aro. De stichtingsbrief van de parochiekerk te
Erichem is door Burchardus in 1105 geschonken aan de St. Maria s kerk te
Utrecht. Behoorde toe aan het graafschap Buren.
Etersheim, onder Hoorn, 1277
Eitersem, 1342 Ettersem, 1393 Etershem woonplaats van Eiter of afgelegen plaats.
In 1398 tot heerlijkheid verheven door graaf Albrecht van Holland. Het
toenmalige dorp dat aan de mond van de ooster Ee lag is grotendeels verdwenen
door waters noden van de Zuiderzee.
Farnsum, bij Appingedam, heette
eerder Fretmarashem, 1228 Fermersheim; woonplaats van Frtithumar. Als er iets
scheef staat noemt men het in Groningen ; zo scheef als de toren van Farnsum.
Is wel in 1857 door een nieuwe, rechte toren vervangen. In de kerk zijn de
grafzerken van de Ripperda s.
Gorinchem, afgekort Gorkum,
Gornichem of Gorrichem, 1205 Gurinchem, later Gornichem, 1282 Gorinchem;
woonplaats van Goring of waterpoel. De eerste bewoners bestonden uit half
verhongerde en uitgemergelde mensen want dit zou het woord Gorren of Gorretjes
in Nederduits betekenen. De van Arkels zijn al vanouds de eigenaars van dit
land geweest en hadden er een sterke burcht, Johan VIII heeft de stad gebouwd
in 1230. Er stond een begijnhof in 1391 en in dat jaar begon men met de bouw
van de kerk. Jan van der Heyden is er geboren, de uitvinder van de
brandspuiten. Ze worden spottend blieken genoemd. Voor martelaars van Gorkum,
zie Oostvoorne.
Goutum, bij Leeuwarden, 1579
Goutom: woonplaats van Golde. Een terpdorp waarvan de terp is als meer andere
terpen is afgegraven om als meststof te dienen. Hier stond tot 1881 het kasteel
Wiarda State dat toen gesloopt werd en al sinds 1404 vermeld wordt als eigendom
van de Edelman Sjoerd Wiarda. Sinds 1757 werd het bewoond door de familie van
Cammingha. Het is ook wel Schenkinsma state genoemd om gelijk te gaan met twee
naburige huizen, Drinkuitsma State en Putsmat State die ook niet meer bestaan.
Men zegt dat die drie namen afkomstig zijn van drie broers die alle stevige
drinkers waren van wie de overlevering dit zegt:
Eer dat ons dapper driemanschap
In Bacchus school vollleerd
Wordt in een Frieschen
bekerstrijd
Verslagen en verheerd,
Eer zal de woeste Hercules
Herrijzen uit zijn graf
En slaan een tweede monsterdier
Tienduizend koppen af.
Voor die drie bekerhelden zijn
gehouden de heren Ids, Sjuek en Syds van Eminga.
Uuit Lennep.
Haamstede,
bij Brouwershaven, eerder Haemstede, van heim; woonplaats en stede; plek.
behoorde aan die van Renesse, toen er geen wettige zoon meer was kwam het aan
graaf Jan I die het schonk aan zijn bastaardbroer Witte die net als hij een
zoon was van Floris IV in 1299. Later was de naam Witte van Haamstede de naam
van de overwinnaar van de Vlamingen in de slag bij het Manpad op elke Hollandse
tong en hart. Waarschijnlijk is het slot van Hamstede door deze Witte gesticht.
In 1525 door brand vernield en in 1609 weer opgebouwd.
Haarlem, Haerlem,
eerder Haralem in de 10de eeuw bij een inventarisatie van Utrechtse
bezittingen waar het vermeld wordt met 3 boerderijen, van hem of heem of heim
woonplaats, en harula van haar; zandige rug. Het was al in de 12de
eeuw een welvarende stad. Kreeg in 1245 stadsrechten van Wille II van Holland.
De burgers namen deel in de verovering van Damiate door graaf Willem II in 1219
waar de in de grote kerk opgehangen scheepjes op doelen net zoals iedere avond
de klepperende klokjes die dan ook Damiaatjes heten en ook in het gemeentewapen
voorkomen, zie Dokkum en Edam. Veel heeft het van het woeste Kaas en Broodvolk
te lijden gehad. Die opstandelingen sloegen in 1492 de schout Klaas van Ruyven
dood, hieuwen zijn lijk in stukken, pakten het in een mand die ze aan zijn
vrouw, Maria van Cats lieten brengen met het opschrift;
O Vrouwcken van Ruyven
Aan deze boutkens zul dy
kluyven.
In 1573 is het jaar van het
aandenken aan de kloeke verdediging van de stad tegen de Spaanse veroverraars
waarin zelfs de vrouwen en aangevoerd door Kenau Simons Hasselaar zich zo
manhaftig weerden. Ze moesten zich echter overgeven in 1573 waarbij velen
gedood werden. In 1576 was er een grote brand., maar in 1577 kwam de stad weer
aan Willem van Oranje. In 1578 bestormden de protestanten de katholieke kerk op
de Grote Markt, plunderden die en doodden de priesters, ook de kloosters. Nadat
de rust weer gekeerd was trokken veel Vlamingen en Fransen naar de stad en bezorgden
Haarlem een nieuwe bloeiperiode.
In de grote of Sint Bavo kerk
bevindt zich het wereldberoemde orgel dat door de Amsterdamse werkmeester
Christiaan Muller is gemaakt in 1735-1738 en door Jan Baptist Xavery van
kunstig beeldwerk is voorzien, ook zijn daar merkwaardige muurschilderingen.
Van Bilderdijk die in Haarlem in
1831 gestoven is zie je een gedenkteken. Op een van de pilaren staat de
ongewone lengte van een zekere Daniel Kajanus aangegeven die in het
Proveniershuis in 1749 is overleden en daarbij staat de maat van de zeer kleine
Zandvoorter, Simon Jane Paap.
Laurens Jansz Koster is er
geboren en heeft er een standbeeld dat onthuld werd op 16 juli 1856. Frans
Hals, van geboorte geen Haarlemmmer, heeft daar toch geleefd en is er overleden
in 1666 en heeft een standbeeld dat onthuld werd op 14 juni 1900. Ook Pieter
Teyler van der Hulst, 1702, stichter van de wetenschappelijke en liefdadige
instellingen die zijn naam Teyler in aandenken hebben. Nieuw Haarlem werd door
Stuyvesant in 1658 gesticht dat later veranderd werd tot Harlem.
Meer
dan zes eeuwen is de Haarlemmerhout steeds veranderd, verwoest, gewijzigd,
ingekrompen en uitgebreid. Gedurende het beleg van Haarlem onder Jacoba van
Beieren in 1426 is het hele bos waarschijnlijk omgehakt en enige jaren daarna
met nieuwe bomen beplant. Weinig minder zal de schade zijn die in 1573 de
Spanjaarden in de Hout hebben aangericht. Bij de Spanjaardslaan lag het
zogenoemde Spanjaardsveld, later het Hobbele Bobbele veld genoemd dat in 1706
met bomen is beplant. In 1755 is een gedeelte van de nieuwe Hout aangelegd op
een zijde naast de Spaarne, eerder Kaatsveld genoemd. In 1828 zijn de oude
rechte lanen van de Oude Hout voor een gedeelte opgeruimd en nu met
slingerpaden aangelegd.
Tot
de oudste plekken van Haarlem behoort de hofstede Berkenrode. De eigendom van
dit goed is door graaf Floris V in 1284 aan Jan van Haarlem gegeven, een
naburige buitenplaats draagt nog de naam van Knapenburg omdat daar de
schildknapen verbleven.
Haarlemmerhout met het paviljoen
Welgelegen waar koning Lodewijk afstand deed van de regering in 1810. Ze hebben
als spotnaam muggen, of naar de hoeveelheid muggen of naar een heks die ze in
muggen dreigden te veranderen als ze niet naar haar luisterde.
Schoten, in Haarlem, onder
Schoten is nog een bouwval aanwezig van het 14deeeuwse slot Kleef
waar don Frederik toen hij Haarlem belegerde zijn hoofdkwartier had. Het werd
na de overgaven van de stad door de Spanjaarden verwoest. Herinnering zie je in
de naam Kleverlaan.
Hallum, bij Leeuwarden, 13de
eeuw Hallum; woonplaats van Halle. Wordt door Sibrandus van Maringaard in het
leven van de abt Fredericus een Villa; stadje, genoemd. Al in de 13de eeuw werd
Hallum vanwege zijn vele stinsen van edelen een hofstad genoemd. Een boerderij
net buiten het dorp heet het Klooster naar de herinnering van het in de 12de
eeuw gestichte Norbertijner klooster Maringaard waar veel adellijke
geestelijken verbleven. Dat werd gesticht in 1163 door Frederik van Hallum.
Volgens de overlevering ligt er ergens onder de grond een gouden klokje die van
dat klooster afkomstig is en soms hoor je, op een stille nacht, nog een
klinkende toon als je goed luistert. De bewoners worden spottend koekvreters
genoemd.
Hallum, bij Egmond Binnen, bij
het huidige Adelbertusputje, Hallum: Angelsaksisch holm: zee, vergelijk
helmplant. Dat werd eerder gespeld als
Heckmunde, Ekmund, Egmunde, zelfs Heckmunde en Haecmunde waar ook weer de Eg en mond in voorkomt. Of
van Aeg: zee, mund is hand of beschutting, bescherming, dus een monding. Van ouds wordt gesproken dat de Rijn twee monden
heeft, bicornis. Julius Caesar spreekt in het vierde boek van zijn historin
dat de Rijn langs vele uitwateringen (multis capitibus) in de oceaan loopt.
Plinius en Ptolomeus spreken over drie monden, zo ook Virgilius, Asinius Pollo
en Strabo. Een ten westen, een ten oosten en een in het midden, de laatste was
de minste stroom. Drusus had in de tijd van die schrijvers de IJssel noch niet
met een gracht verbonden, dus die kan het niet zijn. Plinius: In de Rijn
zelf ligt het edelste eiland der Batavieren en de Kaninefaten en de andere
eilanden der Friezen, Cauchen, Frisobonen, Sturien, Marsakken, die allemaal
liggen tussen Helius en Flevus. (Helius of Helium is Hallum?) Pompeius Mela
zegt: aan de rechter zijde (dus noordelijk) is de Rijnstroom in het begin nauw
en zichzelf gelijk, naderhand als de oevers wijd en zijd van elkaar wijken is
hij geen rivier meer maar een meer en de velden blank daarvan, genoemd Fletio,
en omarmt een eiland, krimpt en valt wederom een rivier geworden zijnde tussen
zijn deuren uit. Het eiland in het meer kan Marken zijn en had dezelfde naam
als het meer,
De eerste
is wel bij het huidige Rotterdam, de tweede kleine tot Katwijk aan zee. Die
monding zou in 860 verstopt zijn geraakt. De derde Rijnmond zou aan de bij
Egmond aan Zee geweest zijn. Dat zie je aan de naam Egmond: een enge monding,
eerder Heckmunde: mond, wat uitloop van een stroom betekent, en van Eg: eng.
Ook de oude naam ervan, Hallum, dat werd eerder gespeld als Heckmunde waar ook
weer de Eg en mond in voorkomt. Dan heeft de Rijn zich gesplitst te Utrecht en
is wat we nu de Vecht noemen via Maarsen, Vreeland en Muiderslot, bij de
Herengracht in het IJsselmeer loopt. Vroeger zou die wel verder gegaan zijn via
het meer Flevo via de kromme Y of Krommenie richting Egmond. De Egmonders
zeggen dan ook dat het oude Egmond aan Zee buiten de duinen lag, aan de zee.
Daar zouden archeologische vondsten gedaan zijn. Bij een monding van een rivier
is dat natuurlijk mogelijk, dan stroomt er wel zand in de Noordzee, dat is
later weer terug gewaaid in de duinen. Na de vorming van de Zuiderzee kreeg het
geen aanvoer meer van water. Vandaar is er ook een abdij te Egmond gevormd, het
was de landingsplaats van de zeevaarders en monniken. De Rijn is wel een
afscheiding geweest tussen de Kennemers en de Friezen via de loop Kinheim of
Kynheim.
Hantum, bij Dokkum, 1150
Hanaten, 1335 Hontum, 1431 Hontim; woonplaats van Hana of Hund. Daar is geboren
Antonius Brugmans op 22 october 1732 wiens vader Pybo predikant was. Hij werd
hoogleraar in de wijsbegeerte te Franeker en daarna in de wiskunde te
Groningen, zie Harich. De bewoners worden spottend merg eters genoemd.
Hattem, Veluwe, 1170 Hatheim;
woonplaats der Hatten. In vroegere eeuwen was er in de buurt een parochie,
Godsberg genoemd waarvan de bevolking geleidelijk aan naar Hattem kwam. Had
eerder vestingwerken en een sterk kasteel. In 1572 werd het door Lodewijk van
Montfoort en zijn zoon verraderlijk in de handen van de Spanjaarden gespeeld.
Maar de burgers kwamen op en verdreven de vijand, de twee verraders werden naar
Arnhem gebracht, onthoofd en gevierendeeld, het kasteel werd door het volk
verwoest. Op het raadhuis bewaart men nog de ring die hertog Karel van Gelder
gebruikte om misdadigers in een kooi op te sluiten. Onder Hattem bij de
Triezelerberg staat het huis Molencate.
Heemskerk,
eerder Heimezenkyrke, 1345 Hemeskerke; woonplaats met kerk. Op het Huldetoneel
werden de graven van Holland ingehuldigd. Er waren vroeger 6 kastelen. Kasteel
Oud Haerlem en slot Heemskerk werden in de 12de en 13de
eeuw gebouwd om het graafschap Holland tegen de West Friezen te schermen. In de
15de eeuw kwamen ze tegen over elkaar te staan in de Hoekse en
Kabeljauwse twisten. Zodat beide kastelen verwoest werden. Verder slot
Assumburg dateert ook uit 12de 13de eeuw.
Heemstede, bij Haarlem, eerder
Hemstede en Heemstenden, uit heem; woonplaats, en stede; plaats. In de buurt
staat het Huis te Manpad die bekend is vanwege de overwinning in die omtrek door
Witte van Haamstede behaald op de Vlamingen in 1304. De volgende slag op het
Manpad in 1573 waarbij 1500 Hollanders en Spanjaarden overleden. Jacob van
Lennep richtte daarom hier een pronknaald op in 1827. Ook liggen hier de fraaie
landgoederen Oud Berkenrode en de Hartenkamp van Georg Clifford, op die plaats
heeft de beroemde Linnaeus verblijf gehouden van 1736 tot 1738. Meer en Bos is
sinds 1882 verpleegoord voor lijders aan de vallende ziekte en Knapenburg voor
zenuwlijders. Hempstead is de Amerikaanse vorm die in New York voorkomt van
Heemstede.
Hem, bij Hoorn, in 1343 genoemd
als Rottaerdshem en in 1396 als Hem; woonplaats. Ook werd him of hem wel een
binnenpolder genoemd. In 1414 kreeg het met Venhuizen stadrechten.
Hogebeintum, bij Dokkum, eerder
Bintheim, 944 Westerbintheim en Osterbinehheim; woonplaats in bentgras. Heeft
de hoogste terp van Friesland. De kerk heft veel wapenschilden van Friese
geslachten.
Hilversum, in 1305 Hilfersem of
Hilvercem; woonplaats van Hilfert of tussen de heuvels. Bekend was het door de
weverijen van wol en wolververij. Een dorp, er waren twee herstellingsoorden,
De Trompenberg en Heide-Heuvel, bekende uitspanning was De Zwaluwenberg. Aan de
weg daarheen ligt het buitengoed de Hoornebock. Er zijn grafheuvels van Germaanse
oorsprong ontdekt en uitgegraven.
Huizen, bij Naarden, 1381 Husen,
Huyssem, 1396 Husen; met heem en een samenstelling van huis, daaronder liggen
de landgoederen Oud Bussum en Crailoo, dat heette ook wel De Hoge Eng.
Huizum, bij of nu in Leeuwarden,
woonplaats met huizen, staat op een terp waar in de kerk staat;
Anno 1602 is Sint Jansdagh is gestorven
jonker Epo van Douma, out 60 jaer. Verder;
hier rust wt Godes bevel van
syn pilgrimage
Epo van Douma ontcommen snel s
werelts bataelge.
Als een graen sal hij vergaan en
weder oprijzen
Godt t aller tijt met jolijt te
loven en prijzen.
Irnsum,
Fries Jirnsum, onder Leeuwarden, aan de Boorne. eerder Yrntzom, 1448 Yrensem;
woonplaats van Irin, Hier werd de Friese koning Poppo in 733 als opvolger van
Radboud door Karel Martel verslagen. Ze heten katknuppelaars wat met Kermis
gebeurde.
Jelsum, bij Leeuwarden, 1270
Heilsum, 1402 Helsim; woonplaats van Helle. Onder die plaats bevindt zich
Dekama state en een met dezelfde naam wordt in Wirdum gevonden.
Kedichem, afgekort Kekum, bij
Leerdam, 1396 Kedinghen, 1514 Kekum; woonplaats van Kyd. Een dorp in het land
van Arkel dat net als de kerk door hen gebouwd is.
Kinheim, van Cynhm: woonplaats,
heem, of Cannin: naam van de Kaninefaten, de Kennemers, ze werden van de
Friezen gescheiden door de Rijn dat eerder Kynheim heette en van de Rijn via de
Vecht naar Egmond liep. Zie Egmond.
Kollum, bij Dokkum, eerder
Colleheim, Colheim, woonplaats van Kolle. Heeft een van de hoogste torens van
Friesland. In de spot worden de burgers kattenvreters genoemd.
Kollumerzwaag, bij Dokkum, zwaag
is een weiland. Ze worden in de spot paardenvilders genoemd..
Kornjum, bij Leeuwarden, Fries
Koarnjum; woonplaats van Koarn. Daar stond het oude slot of state Martena dat
in 1900 afgebroken is.
Koudum, bij Hindeloopen, eerder
Coldum in 1325, tot Koldem; woonplaats
van Code. In de kerk is een gedenkschrift te lezen over de ellende van
de Spaanse tijd, anno 1586.;
In Januari, op Pontiaan, de 14
dag
In Koudumgroote Jammer men zag,
Aan man, wijf en kind, groot in
t getal,
Met hangen en vrouwen schenden
overall,
Aan peerdensteerten gebonden
voorwaar,
Als honden zij naliepen, dat is
zeker en klaar,
Als van de Malcontenten, zeer
boos en wreed,
Leden de jonge dochters meenig
verdriet,
Hier aan gedenkt, man, vrouw, en
kindt.
Vooral dat gij den Heer bemint.
Lathum, Latum, bij Doesburg,
1294 Latheym; woonplaats van Laeta of een horige. In het kasteel daar ontving Lodewijk
XIV de Arnhemse afgevaardigden die kwamen onderhandelen over de overgave van
hun stad. Van dat kasteel was de nu bekende Hervormde kerk de kapel.
Leersum, bij Wijk bij Duurstede,
11de eeuw Hlarashem, 1396 Leersem; woonplaats met bosgebruik. Vlak daarbij
staat het kasteel Zuilenstein dat van 1630 tot 1648 prins Frederik Hendrik tot
eigenaar had en verheft zich de Darthuizerberg waarop voortijds de
ridderhofstad Darthuizen stond en later het Zwitserse huis zich vertoonde. Ook
onder Leersum het fraaie landgoed Van Nellesteyn dat gesticht is in 1818 op een
hoogte die Donderberg heet en door Tollens zijn gedicht; De gevels van de
huizen niet zo hoffelijk vermeld wordt.
Lekkum, bij Leeuwarden, 1230
Lackum, 1397 Leckum; woonplaats aan de leek; waterloop. Ze worden spottend
meeuwen genoemd.
Lochem, Lochemensum: woonplaats
van Laka of van look, of van Lo hem; plaats van eikenhout. Heeft aan de
zuidzijde een hoogte die de Lochemse berg heet. Daar is ook een kuil die
Wittewijvenkuil heet, zie s Heerenberg. De Lochemse grond levert diamanten,
wat men Lochemse of Amersfoortse diamanten noemt en zijn gerolde en min of meer
doorschijnende kwartssteentjes. Onder Lodewijk was er een zekere burgemeester
van Lochem die een rok bezat waarvan alle knopen van Lochemse diamanten waren.
Ze kunnen fraai geslepen worden. Op 29 oktober 1570 wilden de Fransen Lochem
verrassen door soldaten verborgen in hooi binnen te laten maar dat de zoon van
de portier plukte argeloos een hand vol hooi en een soldaat bij zijn been en
verraad riep waardoor die opzet mislukte. De spotnaam van de burgers is
koolhazen. Een boertje ontdekte dat zijn kool op het land steeds verminderde en
ging er s avonds gewapend op af maar liep ijlings naar de stad terug met de
mededeling dat er een groot beest, een wonderhaas, graasde op zijn kool veld.
Enige mannen spoedden er zich nu gewapend naar toe en schoten het, het bleek
een ezel te zijn.
Lollum, bij Bolsward, ook
Ruigelollom genoemd, 1256 Lolingum; woonplaats van Lollum. Ze worden stippers
genoemd, mogelijk vanwege de vermaardheid vanwege zijn mosterd, stippen is
indopen, de saus die bij arme mensen gebruikelijk was met weinig vet, azijn en
mosterd heet Lollumerstip of Lolle-mans-stip.
Loppersum,
bij Groningen, eerder Loppesheim; woonplaats van Loppe. Er zijn drie
boerderijen met vreemde namen, Vretop, Leege schotel en Volle hand. Bedelaars
zouden hier hun oordeel uitgesproken hebben over de bewoners.
Makkum,
bij Bolsward, 1362 Makinge, Machkijnge, Maggenheim; woonplaats van Makke. Ze
heten strandjutten; strandrovers, lieden van wie men zegt dat ze niet verlangen
naar het vergaan van een schip, maar als het dan toch vergaan moet dan maar op
hun kust.
Marrum, boven Leeuwarden, eerder
Mereheim, 1418 Marrym; woonplaats aan zee. Had een state, Botnia state die rond
900 gesticht zou zijn door Ode Botnia, later behoorde het tot de familie
Cammingha. Verder de Ponga state. Ze worden gibben; torenduiven, genoemd.
Marsum, bij Appingedam, 1344
Mersum, 1450 Marsum; woonplaats aan water of moeras.
Marssum, bij Leeuwarden, 1335
Mersum, 1471 Marssum; woonplaats aan het water. Stond aan de oude zeedijk en
een zeedijk die een gedeelte van de Middelzee afsloot. Het kasteel Heeringe
state draagt het cijfer 1631. De laatste bewoner was Henricus van Popta die in
1732 overleed. In 1711 heeft hij het Popta gasthuis gesticht, een hofje voor
oude vrouwen.
Molkwerum,
Fries Molkwart, bij Stavoren, 1398 Molkenhuzen, 1412 Molkwerum; plaats van melk
of van Molke. Was bekend vanwege zijn zwanen pekelvlees, daarom heeft het dorpswapen
een witte zwaan.
Die
daar woonden werkten veel met toverij en warden als tjoensters uitgescholden,
tjoensters zijn heksen en betjoenst wil zeggen; betoverd of behekst. Vanwege
zijn onregelmatige bouw wordt het de Friese doolhof genoemd en vandaar het
spreekwoord, zo verward als Molkwerum.
Odijk, Odyk, afgekort Oyk, bij
Bunnik, eerder Iodichem, 1150 Odinghe, 1165 Odike; woonplaats van Odo. Het was
van de heren van Beverwaard.
Ootmarsum, bij Oldenzaal, eerder
Othmarshem; woonplaats van Othmar. Zou gesticht zijn in 127 door de Frankische
koning Odemar waarbij de naam verklaard wordt als ontstaan uit Odemarsheim. Al
in 770 stond er een kerkje. In 1300 kreeg het stadsrechten en werd een
vestingstad. Met de 80jarige oorlog kwamen de Spanjaarden er in die in 1597
door prins Maurits verdreven werden waarna de vesting ontmanteld werd. Het is
de siepelstad, (uien)
Het vleugelen is daar nog bekend
waar op Pasen ganse rijen van bejaarden en jongeren hand in hand gaan, het ene
huis na het andere in en uitlopen onder het zingen van; Christus is opgestaan
Verlost van Jodenhanden,
Halleluja etc.
Merkwaardig is nog een ander oud
gebruik die nog niet gans in onbruik is geraakt, (in 1910) bij het huwelijk
geeft de bruid de bruidegom een linnen hemd en als het vermogen dat toelaat een
koe. Dat hemd draagt hij een week waarna ze het schoon gewassen in haar kabinet
bewaart, het zal zijn doodshemd zijn. De koe, de bruidskoe, wordt door de buren
naar het huis van de bruidegom gebracht en met een krans om de hals en
oranjeappels op de horens en kleurige linten om lijf en staart en zo in de stal
gezet onder een gedeelte van de hildering of zoldering dat uit enige dikke en
geschaafde eiken planken bestaat, die andere zijn van een mindere houtsoort en
niet geschaafd. Die eikenplanken zijn een geschenk van de bruidegom en worden
later verwerkt tot de doodskisten van hem en haar.
Petten, bij Zijpe, 1224 Putthem,
eerder Pathem of Padhem, heim; plaats en pad: moeras, dus een laagte net zoals Putten,
lage plaats of kuil. Het is mogelijk het zeedorp dat eerder als Portus
Epatiacus de voorhaven was van de koopstad Vronen waar Willibrordus de vijfde
christenkerk in Nederland oprichtte. Het oude Petten lag veel verder westwaarts
en is waarschijnlijk meerdere keren
oostwaarts geplaatst totdat het eindelijk achter de tegenwoordige zeedijk een
veilige plaats kreeg. Het bestond vroeger uit twee gedeelten, het ene in de
Zijpe ten noorden en het andere in het zuiden in de Hondsbos naar de zijde van
Camperduin.
In 1170 stroomde het water bij
Petten over de duinen en akkers.
Pieterburen, bij Kloosterburen,
1398 Peters berim, 1505 Pietersbierum; bij de huizen van Peter of Petrus de
apostel. In de kerk is het graf van Sonoy die daar woonde in een kasteel genoemd
het Huis ten Dijke of het Dijksterhuis en daar in 1597 overleed.
Pingjum, bij Bolsward, eerder
Penningaheem, plaats van Penninga. Er heeft lang geleden een bekend klooster
gestaan dat Vinea Domini heette, de wijngaard des Heren. Ze heten daar boonschillen.
Renkum, bij Wageningen, ouder
Redincghem, 970; woonplaats van Rado. De kapel van Redincghem was vroeger een
druk bezochte bedevaartsplaats. Onder Renkum ligt het buitengoed Oranje
Nassau-Oord dat vroeger De Kortenberg heette en gekocht werd door Willem III.
Wilhelmina schonk het om te dienen als een sanatorium voor borstlijders. Nog
eerder stond daar het oude slot Grunsfort, gesloopt in 1780.
Rithem, bij Vlissingen,
woonplaats aan de Rijt, met het fort Rammekens, daar ging op 15 september 1557
Karel V scheep om naar zijn klooster te vertrekken, veel van de wereld gehad en
niet meer van de wereld te vragen. De burgers dragen de spotnaam bergeenden.
Rossem, eerder Rotheheym, 1225
Rothem; woonplaats die gerooid is. Het had zijn eigen rechtbank. Marten van
Rossem is te Bommel geboren die tijdens Karel V een krijgsoverste was.
Sassenheim,
bij Warmond, eerder Sasheim, Saxheim, 1358 Sasnem; woonplaats van Saxo of
Sakser, zie Sexbierum. Het is ontstaan op een oude strandwal waar veel
kasteeltjes of herenhuizen gebouwd zijn. De kerk staat op een oude duintop. Ze
worden spots wijze asbakken genoemd omdat ze de as uit de buurt ophaalden waar
het aan zeepziederijen verkocht werd.
Sexbierum, bij Franeker, Fries
Seisbierrum, in 1322 Sixtebeeren, 1371 Sexberum; oud Fries bere; huis, Sixti;
van Sixtus, bedoeld wordt paus Sixtus II, de Sixtuskerk is gewijd aan de
heilige Sixtus en bestaat sinds de 12de eeuw. Of dat die naam al
eerder verbasterd is van de Saksers, zie Sussex en andere Engelse namen met
sex.
Spannum, bij Franeker, 1480
Spannema gae, woonplaats van Spannum. De burgers worden erwtenpeulen genoemd.
Stedum, bij Appingedam, wordt
ook Steem genoemd, 11de eeuw Stedon; bij plaatsen. Er is een zeer
bochtige weg die het dorp met Lellens verbindt en daar wordt schertsend gezegd
van iets dat erg krom is, het is zo recht als de weg naar Steem.
Tzum, bij Franeker, Fries Tsjom,
1222 Chzimingen, 1335 Zimminghum, 1400 Tzongum; woonplaats van Tsjomme. Op een
grote terp staat de Johanneskerk met een zeer hoge toren van 72m. Ze heten
touwtjessnijder of lijntjessnijder, zie Oldeboorn.
Ulrum, bij Winsum, 11de
eeuw Uluringhem: woonplaats van Wulfahari of Ulrin. Het ligt op 2 wierden. op
de ene ligt de kerk van Ulrum en op de andere de Asingaborg.
Warffum, bij Delfzijl,
vroeger Werfheim in 1150, Warfhuizen;
wierde die opgeworpen is, werf is ook een plaats waar recht gesproken is, de
Leenster wierden worden daar ook warven genoemd.
Windesheim; bij Zwolle, eerder
Wendesheim, 11de eeuw villa Windeshem, volksnaam Weensum en Winsum:
woonplaats van Winid. De kerk zou nog een overblijfsel zijn van het klooster
die gesticht is door leerlingen van Geert de Grote die te Deventer de
vereniging van de Broeders des gemeenen levens had opgericht en een van de
Hervormers voor de Hervorming was.
Winsum, eerder Vinchem. 12de
eeuw Winzhem; woonplaats van Winika. De bakermat der Ripperda s. Bekend is
Wigbold van Ripperda die de Haarlemse burgers in 1572 tot verzet tegen Spanje
aanspoorde waar hij volgens Hooft zei; Dit is t opzet van een Fries, Holland
plag ook mannen te fokken en mij verlangt te horen hoe het de Haarlemmer harten
verstaan. Daarop ontstaken die harten in gloed. Na de overgave verloor hij
onder de beulsbijl het leven.
Winsum, bij Franeker, 1325
Winsem. 1329 Winzim; woonplaats van Winika. Bij dit dorp verheft zich een van
de hoogste terpen van Friesland. Vroeger waren daar veel vrouwen uit de mindere
stand bezig met het spinnen van wol voor de wolkammers van Franeker en Sneek en
zonden elke week hun garens in zakjes die spinpuden; spinzakken, heten.
Spinzakken is de spotnaam van de Winsumers.
Wirdum, bij Leeuwarden, Fries
Wurdum, 1412 Wirdoem; nederzetting op wier. De hervormde kerk had tot 1680 twee
torens en men zegt dat toen de gemeente in geldnood verkeerde besloten werd om
een van die twee torens voor afbraak te verkopen. Ze heten dan ook
torenvreters. Tussen Wirdum en Leeuwarden is op de Barra state in 1507 geboren
Viglius van Aytta van Zwichem, later staatsman, rechtsgeleerde en
geschiedschrijver en lid van Filips s raad van state. Hij stierf in 1577 en
werd begraven in de Sint Janskerk te Gent. Onder Wirdum is nog een groot en
door grachten omgeven kasteel, Dekama state.
Witmarsum, bij Bolsward, Fries
Wytmarsum, 1400 Witmerzim, 1456 Withmarsum; woonplaats van Widmer. Hier is
Menno Simons geboren in 1492 die er ook pastoor geweest is, zie Pingjum, dat
ambt legde hij neer in 1536. Tegen hem werd als hoofd van de Doopsgezinde
beweging een plakkaat door de overheid uitgevaardigd op 7 december 1542
inhoudende; dat niemand de heer Menno Simons bij verbeurte van lijf en goed
mocht logeren, trakteren of begunstigen, noch met hem converseren of zijn
boeken hebben en die hem overlevert aan de Hof van Friesland een premie van 100
Carolusguldens ontvangen. Hij begon dan te zwerven en de volksspreuk zegt dat
hij eens toen hij in een postwagen zat die aangehouden werd met de vraag of
Menno Simons er in zat aan het gevaar ontsnapte doordat zijn medepassagiers
neen zeiden en hij zelf uit het portier tot antwoord gaf, ze zeggen van neen.
Zijn portret hangt in de kerk boven de preekstoel.
Wognum, bij Hoorn, in
1063 als Woggunghe in de abdij van
Echternach, 11de eeuw als Wokgunge in een oorkonde die ook spreekt
van een kapel waar nu de N. H. Kerk staat die aan de abdij van Limmen behoorde,
later Wagnem; woonplaats van Woggo, heeft
van 1392 tot 1426 stadsrechten gehad.
Workum, bij Hindeloopen, Fries
Warkum, 1333 Woldrichem, 14376 Waerkum; woonplaats van Waldrik. Heeft sinds 1399 stadsrechten. Ze
worden spottend brijbekken genoemd. Als bijzonderheid is te vermelden een
kunstig beweegbaar tellurium die vervaardigd is door een molenmaker, Alle
Boksma. In de kerk zijn acht oude gildenbaren met figuren en spreuken erop tot
de verschillende beroepen als dokter en apotheker baar, landbouwer baar, groot
schippers baar, klein schippers baar, timmerman, metselaar en ververs baar,
goudsmid, zilversmid, ijzersmid en uurwerkers baar en twee kinderen baren. Ze
worden nog bij begrafenissen gebruikt.
Woudrichem, tegenover Gorinchem,
heet in de volkstaal ook Workum en Woerkum, eerder Walderinghem, Waldrichem,
1259 Woldrichem; woonstede van Waldeher. Het is een zeer oude plaats en wordt
al in de 9de eeuw genoemd als bezitting van de Utrechtse kerk. Men
wil zelfs dat Suidbertus er een bedehuis heeft gesticht. Ze heten mosterdpot
waarschijnlijk omdat de kerktoren wat van een mosterdpot heeft.
Dat heim is in de Friese
plaatsen vervangen door ga, gea, gau,
gouw, goo; landstreek die enige marken of honschappen; honderd schappen, bevat,
honderd vrije hoeven vormden vroeger een honschap.
Betuwe of Betouwe, van Bat of bet;
beter of groter, ouwe of ouawe net als gawe, gouwe, ga, go, gey en goy; een
vlakke en meestal grazige streek, grazige weide, zie landouwe wat vruchtbaar
betekent.
Toen de Batten, een stam van de
Katten, de streek tussen de Rijn in bezit namen hebben ze die streek Bat-awe
genoemd, het bovenste gedeelte van het oude Batavie, nu Betauwe of Betuwe, zie
de plaatsnamen Batenburg en Batenhuize. Karel Martel noemt de Betuwe een pagus,
dat is een grote landstreek die doorgaans in verschillende graafschappen of
rechtsbannen werd verdeeld. Hij schonk het aan de kerk van Utrecht.
Bommelerwaard, Bommelerwaert,
naar de hoofdstad Bommel is een gedeelte van het vaste land Batavia. Nu door de
vereniging van Maas en Waal een eiland geworden dat onder Gelderland behoort.
Garijp, bij Leeuwarden, Fries
Garyp, 1482 Garyp; ga en gouw, zie Betuwe, dorp van smalle landstrook, de
inwoners heten klitsenvreters.
Groningen,
Groeningen, eerder Groniga; groene plaats van Groni, zie goo. Beroemd
vanwege de verdediging door Rabenhaupt in 1672 tegen de bisschop van Munster.
Ze moesten hun belegering na 38 dagen opgeven en toen gingen er 1000 man minder
weg dan gekomen waren. Bekend is de Martini kerk met een orgel dat gebouwd is
door Rudolf Agricola. De windwijzer op de toren is een paard, mogelijk vanwege
Sint Maarten die een rijdende heilige is de kerkpatroon is. In 1790 opende
Henri Daniel Guyot zijn doofstommeninstituut. Ook Abraham Trommius is er
geboren in 16333 en daar gestorven als predikant in 1719 die een Concordantie
van de Bijbel maakte waarin ieder word en alle plaatsen worden opgegeven van de
Bijbel. Daar heeft hij 28 jaar aan gewerkt. Alsof dit niet genoeg was heeft men
het sprookje verzonnen dat zijn vrouw toen hij al 10 jaar bezig was het van hem
afnam en verbrandde omdat ze hem een ongezellige echtgenoot vond waardoor hij
met volharding weer overnieuw begon. Groningers worden boneneters en
kluinkoppen genoemd, kluin is een biersoort.
Rijtdiep, rijt is een
waterloop en is afgeleid van rei; (als Rijn) stromen.
Minnertsga,
bij Franeker, 1230 Menerskerke, 1370 Meynardiskerke, 1398 Meynaertsga;
woongebied van Meinhard.
Ze
worden spottend kalverbouten genoemd.
Lemmer bij van Lennep.
Lemmer, 1309 in de Lemmer; uit
Lenne meer meer waarin de Linde uitmondt.
Nicolaasga, (Sint) bij Lemmer,
1399 Sinte Nyclaesga, naar Sint Nicolaas genoemd. De kerk die er voor deze van
1865 stond had een beschilderd glas met het wapen van een zekere Roordama met
een witte horen er in met het bijschrift; Dit is Roordama blancke hoorn die de
onderaardsche hem gelevert hebben. Naar een overlevering uit de oude tijden
dat een lid van het geslacht Roordama eens een metalen hoorn ten geschenke
ontving van de kabouters, kobolden of aardmannetjes die in Friesland
underierdsen heten.
Wolvega, bij Heerenveen, 1320
Wleugho, woongebied van Winiwald of Wimila. Daar bracht Onno Zwier van Haren
zijn laatste levensdagen door op Lindenoord en verloor er zijn rijke
bibliotheek door een brand. Gestorven in 1779.
Gouw.
Gouw;
weg langs water, midden Nederlands gou, goo, meervoud ghouwe, in gaweg of
goweg; streek- of dorpsweg, zie Delfgauw, zo n belangrijke weg liep vaak langs
water en zou ga of go als water zijn opgevat zodat gaweg of goweg weg langs
water ging betekenen, tenslotte verdween weg en bleef gas of go over. Ook in
Gaag of Goog, ouder Golda; gouden water, zie Gouda, a; water, vergelijk
Henegouwen.
Gouda,
Ter Goude,
Ter-Gouw, 1143 Golda, 1345 Goude; rivier de Gouwe of de Golde; goudkleurig
water) die door de stad en zo in de IJssel loopt. Kan ook van gouw, dorpsweg.
Floris de V heeft verschillende voorrechten aan Ter Goude vereerd die in 1272
door Johan, bisschop van Utrecht, bevestigd zijn. In 1300 stond hier een
kasteel van heer Jan, graaf van Blois. Men heeft veel verwachtingen gehad van
deze stad wat blijkt uit de kerk die enige voeten langer is dan de
Metropolitaanse kerk van Keulen, men zegt dat het uit Bloemendaal, een plaats
dicht erbij en tegenwoordig nog het oude kerkhof genoemd, in de stad is
overgebracht. Beroemd zijn de glasschilderingen in de Sint Janskerk,
kunstwerken van Dirk en Wouter Crabeth en anderen. De door Tollens bezongen
edelmoedige geuzenvrouw die de vervolgde Roomse hoofdschout verborg om die in
haar huis in dezelfde plaats te verbergen waar ze haar man eerder had verborgen
toen de rollen of partijen andersom waren. Hier is geboren Cornelis Houtman,
grondlegger van de Nederlandse-Indische handel in 1550 die het slachtoffer van
zijn streven geworden is want hij werd in het binnenland van Sumatra vermoord.
De stad is bekend om zijn baksels, zijn pijpen en spritsen, de burgers hebben
de spotnaam van gapers.
Gouderak, bij Gouda, 1274
Golderake, 1331 Gouderake; recht stuk water van de Golde. Op een van de
beschilderde ramen van de kerk zie je dat de eerste drie stenen ervan op 25 mei
1658 gelegd werden door de drie kinderen van de toenmalige schout Johan Brouk.
Ze hebben de schimpnaam van rakkers, dat vanwege een oud gebruik die de lieden
van Gouderak verplichtte om er als te Gouda lijfstraffen uitgevoerd werden een
zeker aantal mannen met pieken te leveren als wachters rondom het schavot.
Gouwe, bij Opmeer, 1437 bij de
Gowe; ligt aan het water van die naam.
Kerkelijke Historie; Albricus liet zijn vriend Luidgerus tot priester
wijden en stelde hem aan te Oostergoo, een plaats in West Friesland, op de
plaats waar H. Bonifatius de martelkroon heeft ontvangen. Oostergoo of ooster
Gouwe is bij het riviertje de Gouwe, vlakbij Hoogwoud.
Goudriaan, bij Gorinchem,
Gouriaan, eerder Goudriaen; naar de ligging aan het gelijknamige water. Bestaat
nu uit twee heerlijkheden, Oud en Nieuw Gouriaan. In het jaar 1260 heeft Willem
van Brederode er een parochiekerk getimmerd.
Waart.
Dodewaard, bij Opheusden,
Dodenweert, Dodewaert, Doyenwaert, Doornewaert, Doornewaerd, afgekort Doorwaert
oft Doewert, eerder Dudenwert, 1181 Dondenwerhe; gebied met rondom waarden van
Dodo. Graaf Reinout in een open brief van 1315 noemt het een dorpje op een lage,
onveilige en zeer volkeloze plaats niet ver van Arnhem gelegen. Het had echter
een parochiekerk wat sedert lange tijd een heilig kruis had wat vanwege zijn
kostbaarheid berucht was bewaard werd volgens diezelfde brief, dat kruis is
daarom naar Arnhem gebracht. De graaf Schellaart was in zijn leven heer van de
heerlijkheid en het slot hier.
Heerhugowaard, 1343 den Waert,
1630 Heerhuygenwaert; in water gelegen land met het tweede deel dat genoemd is naar
de baljuw Hugo van Assendelft die een waterkering had laten aanleggen tussen de
nog niet bedijkte Waert en de niet ingepolderde Schermer, zogenaamde Heer
Huygendijk. Hij werd in 1296 na de dood van Floris V verslagen toen er onlusten
ontstonden. De spot noemt de burgers blauwe reigers.
Koewacht, bij Axel, 17de
eeuw Koyewerd, 1747 Koewagt; waard waar koeien grazen of gehoed worden. Met een
sprekend wapen, tussen de bomen staat een staande koe.
Valkenswaard, bij Eindhoven,
1200 De Wederde, 1310 de Waerde land aan water, onzeker. De toevoeging
Verkens, nu Valkens is een spotnaam die verwijst naar de bloeiende varkensmarkt
die hier vroeger gehouden werd. Het is de plaats waar de valkeniers kwamen, een
verenigingspunt van wat men vroeger valkerij en vluchtbedrijf noemde wat tot
1900 wel in stand bleef.
Waardenburg, bij Zaltbommel,
eerder Werden, rond 1200 in Heire, oudtijds Hiern; zandige heuvelrug bij
riviereiland met een burcht. Het oude kasteel werd aan de vlammen prijs gegeven
door Lodewijk van Nassau omdat de vrouwe van Waardenburg het met de vijand
hield en een bezetting van 300 Spaanse soldaten had ingenomen. Onder het
landvolk leeft de overlevering dat een wonderdokter Faustus in het kasteel is
geweest en getoverd heeft totdat er op een zekere dag de duivel hem kwam halen
en met hem door een venster verdween.
Wieringerwaard, bij Zijpe, 12de
eeuw Wirense, Wirensi, 12de eeuw Wirom, Wiron, Wireon, 1858
Wieringerwaard; land aan water, vergelijk Waarland dat behoort bij Wieringen.
Wieringen met het suffix ingi zoals in Callantsoog, hoogte of eiland. Een
grafsteen in de kerk die in 1633 gesticht is heeft dit opschrift van een gezin
dat door de bliksem gedood is;
Jan Geertsz liet het lijf
En Maarten Geertsz het leven
Door t vier, datons God
Van Boven heeft gegeven,
Met hunnen vier kinderen.
Treurt om haar dood niet meer;
Zij leven door den dood
In God onzen Heer. Die zes
leden waren de eerste die in de kerk begraven werden.
De namen met kerk zijn nog niet
zo oud want ze dateren van na de komst van de monniken, kerspels en karspels; parochiedorpen zoals Hoogkarspel
en Bovenkarspel, en ook die naar hun heilige genoemd zijn.
Aagtekerke, bij Middelburg, 1156
Agatenkereca; heet naar Sint Agatha wiens borstbeeld in het gemeentewapen
prijkt. In de kerk is een wit marmeren gedenkteken ter eren van Hendrik
Thiebout, ridder van Sint Michiel en heer ter plaatse die geboren is te
Middelburg in 1601. Hij stond aan het hoofd van de oranje gezinde partij
tegenover een fractie die Apollonius Veth tot leidsman had. De hoeve t
Klooster houdt in die naam de stichting in herinnering die eerder daar stond en
Waterlooswerve heette.
Achtkarspelen,
in Friesland, is zo genoemd naar de 8 kerspels waaruit vroeger de grietenij bestond,
de hoofdplaats is Buitenpost. Dat zie je op het gemeentewapen met 8 kerktorens,
Augustinusga, Buitenpost, Drogeham, De Kooten, Kortwoude, Lutkepost, Surhuizum
en Twijzel.
Almkerk, bij Gorinchem, 1334
Almkerke; kerk aan het water de Alm. Dorp en kerk zijn in 1421 door de Sint
Elisabethsvloed verwoest. Het werd meer dan eens geheel door brand verwoest, de
laatste keer op 30 juni 1877. Aan de noordzijde van het dorp is een ongeveer
10m hoge heuvel waarop vroeger het slot van Altena uit 1230 stond en die nog
heet de Altenase heuvel. Op een van de laatste dagen van september 1390 trokken
in het slot enige mannen binnen angstig en vluchtend alsof ze op de vlucht
waren. Het waren de moordenaars van Aleid van Poelgeest, zie Koudekerke.
Biggekerke, bij Middelburg, 1322
Biggenkerke, zou naar de heilige Begga genoemd zijn of kerk van Biggo. Hier is
bekend de heer Bartholomeus van Biggekerke die vanwege vele gewelddaden door
zijn onderzaten werd aangeklaagd bij Filips van Bourgondi. Die dagvaardde hem
voor de vierschaar in de abdij te Middelburg en vroeg hem toen hij schuldig was
bevonden wat hij verlangde, genade of recht. Zijn antwoord was; recht; geen
genade en daardoor werd hij bij de poort van de abdij onthoofd op 25 maart
1433. Zijn slot werd met goedkeuring van Filips door de Biggekerkers verwoest.
Boschkapelle, bij Hulst, heeft een
sprekend wapen, namelijk in een bos een bidkapel. Het dorp is in de 17de
eeuw ontstaan toen in de Stoppeldijker polder een kapel werd gebouwd voor Rooms
Katholieke huursoldaten.
Elst, eerder Heliste, van
Germaans alhistja; heidens heiligdom of woonplaats, in oude brieven Elista
genoemd van Keizer Henrik II uit 993 dat hij er met zijn hofstaat enige tijd
gebleven is. In 722, het zesde jaar van koning Theodoricus, heeft Karel Martel
dit dorp geschonken aan de kerk van Utrecht. Bij Heda in het leven van
Willibrordus wordt het erbij gelegen kasteel Marithaime genoemd. Hier heeft Werenfridus
gewerkt wat hem door Karel geschonken was en hij is in de kerk uit 726 die hij
gewijd heeft begraven, wordt aangeroepen tegen de jicht.
Geertruidenberg, oudere naam
Strandberg, Mons litoris, in 1213 Mons Sancte Gertrudis, 1283 Sinte
Gheerdenbergen; de eerste naam doelt op Sint Geertruid, dochter van Pepijn van
Landen, van wie gezegd wordt dat ze daar een kapel heeft gesticht, vroeger
schreef men dan ook Sinte Geertruidenberg. Een kapel die gebouwd is door Willem
van Duivenvoorde in 1321 werd in 1420 door de Kabeljauwse verwoest. Stenen er
van dienden tot de bouw van een Kartuizerklooster te Raamsdonk. In de kerk is
in 1894 een crypte ontdekt die uit de 14de of 15de eeuw
stamt.
Giessen-Oudekerk,
Alblasserwaard, 1396 Oudeghiessen, 1514 Gyessen Ouderkerck naar het water de
Giessen en oudekerk naar het thans verdwenen Giessen-Nieuwkerk. Weer een leen
van de graven van Holland. Is van de Honswijken in 1414 overgegaan op die van
de Genten. Giessendam is in 1382 onder zekere voorwaarden, die tussen Otto van
Arkel en de Brederoden besloten, van Giessen-oukerk afgescheiden.
Giessen-Nieuwkerk is met
Giessendam in 1382 bedijkt. Daar stond het oude slot Giessenburg wat tot de
Bredero s en Genten heft toebehoord.
Grijpskerk,
bij Zuidhorn, is genoemd naar de kerk en die naar de stichter wat boven de deur
staat;
Dese
kerkcke, van den edele Nicolaas Grijp gefundeert is gedurende dese
Nederlandische oorloge in t jaer 1582 geheel geruineert en wederom opgebouwet
in de tijdt des stillestants van wapenenen anno 1612. Dus niet naar de vogel
grijp of griffioen. Grijpkerkers worden spottend smalruggen genoemd.
Harich, bij Balk, 1132 Harch,
1245 Harich, heidens heiligdom. Hier kwam de reizende predikant Johannes
Brugman in de tijd van heftige en bloedige veten in 1463 om de partijen tot
vergeving en verzoening te manen. De grote schare omringde hem en raakte al
meer en meer onder de indruk van zijn woorden en zie, opeens wendt hij zich
naar een klein kind wiens vader gedood was en hij vraagt; Kind, hebt ge de
vrede lief, zo ja steek je rechterhand omhoog. En tot aller verbazing doet het
kind dat. Dan gaat de prediker door en bezweert zijn toehoorders zich te laten
leren en leiden door een schuldeloos kind en- hij overwint. Om deze en andere
proeven ging de volkstaal gewagen van een die praten kon als Brugman.
Hargen, bij Schoorl, eerder
Horgana, Haragum, in 1420 Hargan; heiligdom of offersteen. Angelsaksisch Hrg:
kerk.
Heemskerk, eerder Heimezenkyrke,
1345 Hemeskerke; eigen kerk van Heimezo. Daar staat het 16deeeuwse
huis Assumburg, de oude zetelplaats van de heren van Assendelft. Voor die stond
er een andere dat Oud Haarlem heette. Waar vroeger het slot te Heemskerk stond
vindt men nu de Marquette, zo genoemd door Daniel de Hertaing die er eigenaar
van werd in begin 17de eeuw en heer was van Marquette in Henegouwen.
Onder Heemskerk behoort de buurt Noorddorp waar het Huldtoneel is geweest, een
heuvel waar de graven van Holland werden gehuldigd als heren van Kennemerland
waar bij die gelegenheid de vorst door vier mannen werd rondgedragen op een
schild. Die heuvel wordt ook wel De Bult, het Schepelenbergje en ook Schort vol
zand genoemd.
Heiloo, 11de
eeuw Heiligenlo; heilig lo; bos, naar voorchristelijk heiligdom te Oesdom, de runksputte,
runxputje; runen; geheim, mogelijk naar een eerder heiligdom. In de nacht van 8
op 9 december 1713 werd het Maria bron. Bij de Runxsput in het heilige loo of
Heiloo, het Baduhenna? Naar de overlevering is op die plek water uit de grond
gekomen door een gebed van Willibrordus en dat het daarom geneeskracht heeft.
Een hoogte niet ver van het dorp waarop naar men zegt de heilige stond als hij
preekte heet nog de Preekstoel. Huis Nijenburg, vroeger IJpenlaan. Ze heten
spottend rapenplukkers.
Hoedekenskerke, bij Goes, 1343
Oedekinskerke, 1406 Oedekenskerc, de naam was echter oorspronkelijk Heer
Oedekenskerke, oedeken is een naam afgeleid van Oede of Ode net zoals in Sint
Oedenrode of naar de overlevering van de Schotse heilige maagd Oda in de 8ste
eeuw. Dus geen hoed. Er zijn drie hoedjes in het gemeentewapen, echter geen
kerk.
Joosland, in Zeeland,
Jodocus was de zoon van een Bretonse koning Juthael van Amorica, geboren rond
591. Hij volgde een pelgrimsreis te Rome rond 636 en trad toen af als koning en
werd kluizenaar te Brahic rond 644. Hij kwam terecht bij graaf Haymon van
Ponthieu waar hij hofkapelaan werd en stichtte in 665 te Runiacum een klooster
waaruit later een Benedictijnenorde uit voortkwam, St. Josse sur Mer, die tot
de Franse revolutie bestond. Hij stierf in 668 te Saint-Josse-sur-Mer een
natuurlijke dood.
Patroon tegen koorts, vuur,
stormen, tegen scheepswrakken, bootsmensen en zeelui in het algemeen. Zijn
relikwien werden op 13 december te Winchester verheven. In de 10de
eeuw brachten vluchtelingen uit Bretagne naar Engeland sommige relikwien mee,
stukjes van zijn haar en nagels die na zijn dood maar bleven groeien en kwamen
in een schrijn te Winchester cathedral. De naam Jodocus, vaak onder de naam
Joss, was zeer populair in de Middeleeuwen te Engeland, ook in the Wife of Bath
in Chaucer's Canterbury Tales.
In de 9de eeuw verspreidde zijn verering over heel Duitsland
vanuit de kloosters Prum en St. Maximin. St. Jost in de Eifel werd een bekend
pelgrimsoord. Te Nederhemert werd in 1417 een kapel gewijd aan St. George en
St. Jodocus, zo ook de plaatsnaam Sint Joosland in Zeeland.
Kapel Avezaat, bij Buren,
vanouds Avezaat, Avenzate, Avansati, verblijf van Avo, rechts van de Linge bij
Tiel. In 805 heeft Baldricus, een adellijke heer, dat vereerd aan de kerk van
Utrecht.
Kapelle, bij Geertruidenberg, ook s
Grevelduin-Kapelle, 1248 Capella; kapel. Heeft gemeentewapen laat een vlinder
zien, wat niet terecht is.
Keppel (Laag), bij Doesburg, bij
Bronckhorst, 1452 Borch Keppell, 1660 Nieuwen Kapel, 1846 Keppel Binnen ter
onderscheiding van het oudere Hoog Keppel; kapel. In het kasteel daar had
Lodewijk XIV in 1672 zijn hoofdkwartier en ontving het gezantschap der Staten
die met hem kwamen onderhandelen. De stoel is er nog waar die man gewoon op was
te zitten. In de nabijheid onder Hummelo light de havezate de Ulenpas en het
mooie Enghuizen.
Kerkdriel,
bij Maasdriel, 1127 in Drile, 1403 Mertwijck, het wereldlijke centrum in
Velddriel vormde samen met het kerkelijke centrum van Kerkdriel een geheel.
Mertwijck is de naam voor een gedeelte van Kerkdriel. Driel kan van drie, drie
woonkernen (Kerkdriel, Velddriel en Hoenzadriel) en lo; hoogte op een oeverwal,
of van driesprong, in dat geval van waterwegen. In de kerk zijn merkwaardige
muurschilderingen gevonden. De spotnaam is vleeseters, mogelijk omdat ze in de
tijd van een heersende ziekte een vlees en boterbrief kregen, dat wil zeggen
ontheffing van de verplichting tot vasten.
Kerkrade, 1241 Kirchrode, 1312
Kerkrode; ontginning waar een kerk werd gebouwd. In 1104 werd een abdij
gesticht Kloosterrade, het dorp met kerk bestond toen al. Kloosterrade werd
later Rolduc; Rode le duc; Franse vertaling van Hertogenrade, Herzogenrath.
Hier was de steenkolenmijn die rond 1900 40 miljoen kolen opleverde.
Kleverskerke, bij Middelburg,
1251 Clawerskerke, 1412 Cleewertskerke, van Kleopaskerke die vanouds in gebruik
voor de Emmasgangers.
Koudekerke, bij Leiden, 1297
Coudekerk; kerk die niet actief was. Daaronder hebben gestaan de kastelen
Poelgeest en Klein Poelgeest. In die laatste is opgegroeid Aleid, minnares van
graaf Albrecht van Beieren. Omdat ze hem bewoog om de Kabeljauwse partij te
begunstigen is ze door aanhangers van de Hoekse vermoord op de Buitenhof te Den
Haag op 21 september 1390 waarbij ook Willem Kuser die haar verdedigde
afgemaakt werd.
Lambertschaag, bij
Medemblik, 1312 Lambrechtcoch, in 1396 als Lambrechtkage, naar de kerkpatroon van het naburige Abbekerk, H.
Lambertus, kage, kaag of koog; buitendijks gebied, later ook tot skagen,
skaag en schaag, zie Schagen.
Lekkerkerk, bij Ouderkerk aan de
IJssel, 1331 Leckerkerke; kerk van de Lek, zo ook Lekkerland of Nieuw
Lekkerland. Is door de zalmvangst bekend, daar heeft in de 17de eeuw
een zalmvisser geleefd die gewoonlijk de boer van Lekkerkerk genoemd werd die
meer dan 8 voet lang was. Men bewaart zijn afbeelding, zijn schoonzool en een
paar stukken van zijn gebeente.
Loenen, bij Utrecht, eerder Luona,
Lonen, Lona bij Melis Stoke, van Luna; de maan, omdat de maan hier vanouds is
aanbeden, zie Hazelunen, Luningen en dergelijke. De vlek Lonaralaca, zoals het
in de goederen van de Utrechtse kerk wordt genoemd, heet nu Loenersloot. Een
van de oudste dorpen van het Utrechtse stift, is in 959 aan de kerk van Utrecht
vereerd door Otto I.
Tussen de dorpen Loenen en
Nieuwesluis aan de Vecht staat het oude slot Kronenburg wat Johan Kronenburg in
1122 gebouwd heeft. In 1356 was er een slag tussen de broers Reinoud en Eduard
van Gelder. Er staat een mooi kasteel, de Horst of ter Horst dat in 1557
gesticht is door Wijnand Hackfort.
Marinweerd, met de vermaarde
abdij van de Preamonstranzer orde die op 4 juli 1128 gesticht is door Herman,
graaf van Kuyk aan de oever van de Linge bij Beesd om aan de nederlaag van de
Hollandse graaf Floris te voldoen, de abdij van de Onbevlekte Maagd in de
Waard, genoemd Marinwaard. In Latijnse oorkonden wordt het woord wier of terp
gewoonlijk door insula vertaald, onder andere Marinweerd, de abdij aan de Linge: Insula beate Marie. Het rijke
klooster werd vele malen geplunderd, in 1427 door brand verwoest, nadat het
herbouwd was werd het in 1493 weer door bendes in brand gestoken wat Hendrik
van Brederode in 1566 ook deed nadat hij de kostbaarheden er uit haalde, werd
niet meer herbouwd.
Meerkerk, in Alblasserwaard,
1266 Merkerke; van merren wat in Nederduits een schip met touwen aan land vast
te binden betekent bij een kerk. Het heeft een kerkorgel dat in gebruik is
gesteld in 1876 en gemaakt door de heer Snetlage, in leven burgemeester van
Beesd.
Nijkerk, bij Amersfoort, 1334
Neyenkercke; nieuwe kerk die gebouwd werd nadat de oude kapel in 1221 verbrand
was. Hierbij lag het buitengoed Salentein. Op kerkelijk gebied hebben er zich
te Nijkerk bijzondere tonelen voor gedaan en wel in 1745 toen onder het preken
van de uit Jutphaas overgekomen leraar Gerardus Kuipers steeds het verschijnsel
bij de toehoorders en vooral hoorderessen zich voordeed van handen wringen,
neervallen, gillen en dergelijke. Dit bleek zeer aanstekelijk en nam grote
vormen aan, tenslotte liep het dood.
Rijperkerk, Fries Ryptsjerk, bij
Leeuwarden, 1314 Ripikerka, 1396 Riperkerka; kerk bij waterkant, of naar riper;
kerk behorend bij Hardegarijp. Bij dit dorp stond eens de sterke stins Toutenburg
van Jurrien Schenk. De laatste eigenaar, Nicolaas Ypey die in 1869 overleed
liet het slot afbreken. Daar recht tegenover ligt de buitenplaats Vijverburg.
Sint Annaland, bij Tholen,1504 Sint
Annalant, in het wapen van de gemeente zie je Sint Anna die de moeder van Maria
is. Ze draagt op ongelijke hoogte twee kinderen waarvan de ene Maria en de
andere Jezus verbeeldt. In 1476 gaf Karel de Stoute zijn halfzus Anna van
Bourgondi toestemming om een schorrengebied bij het eiland Tholen de bedijken.
Ze bouwde er een kerk die ze opdroeg aan haar patrones, de heilige Anna.
Sint Annaparochie, bij Franeker,
eerder Altoena genoemd, vormde samen met andere parochies en Altoena werd
tenslotte genoemd naar de heilige Anna, moeder van Maria. Bij de kerk is een
kapel met het adellijk geslacht der Van Haren. Op het hek der kapel staan de
woorden; In morte vita, in de dood ligt het leven. Die koperen deuren waren
een geschenk van Gustaaf Adolf wat in verband kan staan met de gewichtige
gezantschappen die meer dan eens door Willem van Haren in Zweden gedaan zijn.
De spotnaam van de burgers is raapkoppen.
Sint Jacobiparochie, t Bildt.
Eerder het dorp van de Wijngaerdens, Dirk van Wijngaard was een van de eerste
bedijker van t Bildt bij Franeker waar de kerk onder bescherming stond van de
heilige Jacobus. Ze worden spottend rammenvreters genoemd.
Sint
Michelsgestel, bij Hertogenbos, wordt al vermeld in de 12de eeuw. In
1426 Gestel en Sint Michiel, waarschijnlijk naar een aan deze heilige gewijde
kerk. Naast het dorp lag het landgoed Zegewerp, ook het kasteel Haanwijk
waarbinnen de vroegste preken van de Hervorming in N. Brabant zijn gehouden.
Het gemeentewapen heeft de aartsengel Michael die de draak bestrijdt.
Sint Filipsland, Tholen, is naar Sint Filippus genoemd.

Sint Kruis, bij Aardenburg, 1270 in die
prochia van Sint Crues; genoemd naar het H. Kruis vergelijk Santa Cruz. In de
kerkzegel is in het hart een roos te zien met daarboven het kruis met het
randschrift;
Eens Christens hart op roosen
gaet,
Als t midden in het kruise
staet. Het is ook de spreuk in dergelijk wapen van Luther.

Sint Michielsgestel, 1305
Gestele; bos op hoge zandgrond, Sint Michiel naar de aan deze heilige gewijde
kerk..
Sint Odilinberg, bij Roermond,
11de eeuw Heriberc; berg met klooster en indirect genoemd naar de
heilige Odilia. Odilia of Ottilia, dochter van Pepijn van Herstal en de
korenbloem van Herstal genoemd. De legende verhaalt dat ze blind geboren werd
en het gezicht ontving bij de doop. Haar attribuut is dan ook een paar ogen die
op een boek liggen. Ze werd abdis van het later naar haar genoemde klooster
Odilinberg in de Vogezen. Ook Mons Peteri genoemd, in 858 is er al een
vermelding dat het klooster in Berg gebouwd was tere van Petrus. Al in de 7de
eeuw zou het evangelie gebracht zijn door Sint Wire aan wie de kerk is gewijd
en door zijn vrienden Plechelmus en Odgerus.
Sint Pancras, in 1506 Ecclesia
S. Pancratii, 1639 Sint Pancraes; naar de Heilige Pancratius of Sint Pancras,
een van de ijsheiligen. Eerder heette het Vroonen. Vroonen, Vronen, eerder Fronlo, gewijd aan Fr: zonnegod, lo; bos,
looibos of verhoogd bos, meest eikenbos. In vroon ligt oorspronkelijk de
betekenis van iets heiligs, meer dan alledaags. Vroonland is een land dat een
heer toebehoort, vroonwateren waarin je niet mocht vissen, vroonvis waarmee
meestal de zalm werd aangeduid, elft en steur.
Commelin:
Deze eer hebben de Friezen dat ze vanuit hun hoofdstad Vroone meer dan eens
Alkmaar overmeesterden en bij Hoogwoud over de verslagen Wilhelm, Roomse koning
zegepraalden. Zo lang hield die kleine hoek de Hollandse macht gaande tot
eindelijk in de 27 maart van de lentemaand in 1294 onder Nieuwburg (een sterkte
tegen de Friese overlast van Floris gebouwd) zo gelukkig door graaf Johan, geholpen
door zijn Engelse schoonvader Eduard, Engelse koning, met enige benden
gevochten heeft zodat de Friese moederstad Vroone na een grote nederlaag van
haar burgers ingenomen en tot op de grond toe verwoest is. Dat terwijl de
kleine Friezen ten noorden zich niet onderwierpen aan de graaf Alruin. Er
zouden wel 3000 Friezen gedood zijn, uitgezonderd de velen die verdronken.
Oudorp werd gespaard omdat het stil gezeten had.
Uit van Lennep.


Ook Franeker betekent vroonakker; de
heer toebehorend, eerder Fronakre, 1296 Froneckere, Franeckere. In 1192 kreeg
Franeker stadsrechten van Sicco Sjaardema. Er bloeide een hogeschool van 1585
tot 1811 toen Napoleon het ophief. Hier is Eisinga s Planetarium te zien, zie
Dronrijp. Een gevelsteen in de Dijkstraat, zogenaamde Mauritssteen, is ter
gedachtenis dat daar Johan Maurits van Nassau die door het instorten van een
brug te water raakte en slechts met veel moeite gered werd op 8 januari 1665.
Johannes Scheltema is hier geboren in 1767 wiens vele geschriften en vooral die
van Heksenprocessen bekend is. Spotnaam van hen is klokkendieven, wel in
verband met de klok in het gemeentewapen. Er is een overlevering dat zee en van
de drie klokken van Tzum hebben gestolen. De schildhouder van het gemeentewapen
zijn de beelden van 2 maagden en elk met een korenschoof in de arm. Dat omdat
Franeker eens belegerd was en in hongersnood verkeerde maar dat er twee maagden
waren met twee broden waren en die broden van de stadswal naar de vijand
wierpen waaruit die besloot dat er nog geen gebrek in de stad was en de
uithongering staakte en de belegering opgaf.
Maartensdijk,
bij Utrecht, 1219 (in) Veno, 1504 Sunte Mertijns dijck; Sint Maarten is de
kerkpatroon hoewel er geen sint in de naam voorkomt. Sint Maartensdijk in
Zeeland heeft dat wel. Het wapen van Maartensdijk vertoont Sint Maarten die
zijn mantel met een bedelaar deelt, een handeling, zo zegt de legende, beloond
werd door de verschijning van Jezus met de halve mantel bekleed en tot hem zei;
Wat gij de minste van mijn broeders gedaan hebt dat reken ik aan mij gedaan,
Paulus 1.21.
Sint Maarten,
bij Schagen, 1319 Ste Maertijn, 1396 Ecclesia beati Martini, zie Maartensdijk
die dezelfde afbeelding heeft in het gemeentewapen.
Sint Maartensdijk,
in Tholen, 1341 St Martendijk; 1452 sente Merttensdijck, met de oude
kerkpatroon Sint Maarten. Hier werd met toestemming van hertog Filips van
Bourgondi in het openbaar het huwelijk voltrokken van Frank van Borssele en
Jacoba van beieren dat al eerder in 1433 in het geheim gesloten was. In de kerk
is er van dit echtpaar een praalgraf.
Oenkerk, bij Leeuwarden, Fries
Oentjerk, 1486 Oentzercke; kerk van Oene. Tal van stinsen en sloten zijn
ondergegaan, Heemstra state en Stania State bleven tot heden gespaard.
Oldekerk, bij Groningen, 1320
Aeldekerka; oude kerk tegenover de Niekerk bij Zuidhorn. Hier zijn
herinneringen van spoken. Dat vanwege het erbij gelegen landgoed Bijma in de
buurt van Faan, het Huis te Faan genoemd. Rudolf de Mepsche liet in 1731 een en
twintig personen ter dood brengen vanwege bekentenissen door hen geuit op de
pijnbank die hij gebruikte om een eerder misdrijf uit te zoeken.
Oostkapelle, bij Middelburg, eerder
tHoostcappelle, 1322 Oistcapellella; kapel, ter onderscheiding van
Westkapelle. In de buurt ligt het landgoed Overduin, het kasteel Westhoven wat
eenmaal een bezitting was van de orde van de Tempel die zeer veel bezittingen
heeft gehad en zeer machtig was hoewel haar stichters zich de arme
krijgsbroeders van Jezus Christus noemden. Onder die stichtsters was Hugo de
Payens en 8 andere edelen waaronder een Zeeuw Wolferts van Borssele was. Daarna
is het eerst een abdij geworden van de Tempelieren en dan van de
Premonstratenzers. Floris V is er geweest in 1290. In de Spaanse tijd werd een
groot deel in de as gelegd en wat er over was verkochten de Staten aan Henrick
Balfour in 1579 die als kolonel in hun dienst was. Na nog vele andere
wisselingen bleef het in wezen.
Ouderkerk aan de IJssel,
Ouderkerk; oude kerk ten opzichte van Nieuwerkerk aan de IJssel. De oudheid
blijkt uit een handvest van graaf Floris II, bijgenaamd de Vette, 1097.
Ridderkerk, bij Dordrecht, ook
Rijderkerk en Rijerkerk, 1280 Riderkerke; herinnert er aan dat een ridder
eigenlijk een rijder is. De naam komt van de Riederkercke die in de Riedenwaard
dat nu verdwenen is wat een kerk in het riet betekent. Hieronder behoort het
adellijke huis en landgoed De Donk.
Sambeek, bij Boxmeer, eerder Sambeeck,
1406 Zambeke, 1473 Zantbeeck; wat komt uit Sint Jansbeek, anders zandbeek.
Tietjerk, bij Leeuwarden, Fries
Tytsjerk, 1392 Thiatzrckera, 1481 Tyetzerka; kerk van Tije. Daar wonen de
biezensnijders, mogelijk naar het wapen van Tietjerkstradeel dat in zijn eerste
kwartier een zeis en schepnet heeft, in het derde drie boompjes, in het vierde
een waldhoren, maar in het tweede een bos biezen laat zien.
Vrouwenpolder, bij Middelburg, 1474 Vrauen
poldre; de naam doelt op Maria wiens afbeelding dan ook in het wapen staat voor
de Hervorming en nog tot 1572 was er een beroemde beeltenis van Maria waaraan
wonderkracht werd toegeschreven.
Waterlandkerkje, bij Oostburg,
1857 Waterlandkerkje; kerkje en waterland. In 1659 bouwde de Hervormden een
kerkje niet ver van IJzendijke. Aan hun aanwezigheid ergerde zich de Roomse
bevolking van het naburige Vlaanderen. Dat bleek op 25 november 1668 op
bloedige wijze. Acht vermomde gewapenden drongen het kerkje binnen,
verscheurden de Bijbels, beroofden de kerkgangers en vermoorden de predikant
Johannes Stuirbout. Het werd toen verstandig geacht om ergens anders te
beginnen, de kerk werd afgebroken en een nieuwe werd gebouwd in 1669 in een
buurt Waterlande, vandaar de naam Waterlandkerkje.
Westkapelle, bij Middelburg,
eerder Westcappella; westelijke kleine kapel of kerk ter onderscheiding van
Oostkapelle. Het is vermaard om zijn zeedijk die 4700m lang en 125m breed is.
Van een jongen die niet wil oppassen en die dus (!) maar naar Oost Indie moet
zeggen de Zeeuwen; hij moet de Westkappelse dijk om. En als de wind blaast
dan heet het daar; De Westkappelse engel rijdt. De inwoners hebben iets
aparts in spraak, voorkomen en kleding en worden voor afstammelingen van een
nederzetting van Noormannen gehouden.
Wijhe, bij Zwolle, eerder in
villa Wie, 1133 Wie of Wye; heiligdom, vergelijk Wehe den Hoorn. De kerk heeft
drie graftomben waarvan een zeer fraai en sierlijk is die van generaal Koenraad
Willem, baron van Dedem en overleden te Zwolle in 1713. Dit prachtig stuk is
gesticht door zijn echtgenote Anna Elisabeth, baronesse van Echten tot Echten.
Onder Wijhe behoort het landgoed De Gelder.
Wijk, had dezelfde betekenis als stad, een stadboek was een wich-billet, zie de namen in Engelse steden met Wijk en Weichbilt bij Maagdenburg.
Beverwijk, bij Haarlem, eerder
Beverhem, Beorhem; plaats van bever. Of Bever is beevaart, bedevaart, omdat het
in de eerste helft van de 11de eeuw naar de patrones van de kerk
Agathakerk, Agathenkiricha geheten is. Maar omdat de namen Beverbeek, Beverdam,
Bevermeer, Bevershoek, Beversoord, Bevervoorde, Beverweerd en het erbij gelegen
Velzen dat oudtijds Bevervoort heette zal dan meer slaan op het dier dan een
processie. Er is een priorij van de Tempelieren gevestigd geweest. Zeer oud is
het in de nabijheid gelegen Adrichem. Het werd door Karel Martel aan Willibrord
geschonken. Onder Beverwijk ligt de buitenplaats Scheibeek waar Vondel toen hij
angst kreeg en in gevaar kwam vanwege de uitgave van Palmedes een tijdlang
schuil gehouden bij zijn vriend Laurens Joosten Baake.
Ze worden spottend klapbessen
genoemd naar de belangrijke fruithandel die ze dreven.
Babyloni Baard, bij Sneek, 1329
Bawerth, later Bardwike, plaats aan de rand. De burgers heten daar katten, daar
heeft Juw van Dekama gewoond, geboren 1450, de laatste gekozen potestaat van
Friesland. Zijn stins is later een boerenplaats geworden.
Bleiswijk, bij Rotterdam, 1242
Blesewic, 1342 Bleeswijc; plaats van Bles of Blas, naam van een in 1242
uitgegeven veen ontginning. Simon Episcopius is daar predikant geweest,
1610-1612, werd na Gomarus hoogleraar te Leiden en vanwege zijn Arminiaanse
gevoelens vervolgd en week uit naar Frankrijk en keerde na Maurits dood terug
en werd hoogleraar in 1634 te Amsterdam aan het Atheneum.
Ewijk, Ewyk, bij Beuningen,
vanouds Awich; wijk aan water. Het staat vermeldt in een giftbrief van gravin
Adelheidis van 1188.
Harderwijk, 1231 Hederewich,
1263 Herderwick; plaats van een herder. Vergelijk Engels Hardwick;
schapenboerderij. Had al in 1372 de gelegenheid tot onderwijs in de klassieke
letters onder leiding van de broeders in het Hironymus klooster die zich vrije
klerken noemden. Bij zeer toegenomen groei kreeg het de naam van Doorluchtige
Schole van t Quartier Veluwe. Door prins Maurits kreeg het de naam van
Gymnasium Nassavico-Velavivum of de Nassau Veluwse School en ook het recht om
de Veluwse en wapen van Nassau te voeren, in 1647 de Academie van Gelderland
die in 1812 opgeheven werd en veranderd in een Atheneum die tot 1818 bestond.
Vanouds was Harderwijk beroemd om het roken van haring tot bokking en ze worden
bokkingkoppen genoemd.
Heeswijk, bij Hertogenbosch,
1196 Hesewich 1396 Heeswiic; plaats met heesters. Heeft een kasteel waarin een
rijke verzameling van oudheden en zeldzaamheden was. Het was eigendom van de
familie Van den Boogaarde. In 1895 overleed de laatste bewoners en de
merkwaardige inboedel is daarna door verkoop verspreid.
Honswijk, bij Houten, Hondswyk, 1200
Hundeswiic, 1280 Hunswike; plaats van Hund, was van de heren van Kuilenburg,
later van Balthazar van Wevelinkhoven.
Rijswijk, bij Maurik, eerder
Risnen, Rijswich; plaats van bindwilgen, rijs. In de lijst van de Utrechtse
goederen wordt Ryswich een Villa; stadje, genoemd, lag op een eilandje in de
Lek, niet bij Den Haag. Rijswijk bij Maurik daar is een commanderij geweest van
de Maltezer ridders naar hun verblijf op Malta zo genoemd die eerder te
Jeruzalem de Orde van Sint Jan heetten, ook Johannieters en Hospitaalridders.
Rijswijk, bij Den Haag, in 1697
werd daar op 20 september een vrede gesloten tussen Frankrijk en de Republiek
der Verenigde Nederlanden en wel in het huis Nieuwburg of het Huis te Rijswijk,
een door Jacob van Campen uitgevoerde stichting van Frederik Hendrik. Het werd
in 1788 gesloopt. Onder Rijswijk heeft een klooster gestaan, Sion, waarin
Erasmus zijn eerste opleiding kreeg.
Katwijk.
De stam
der Katten uit het land verdreven hebben zich om de oude mond van de Rijn gezet
en de naam van beide Katwijken is hiervan afkomstig. Katwijk aan de Rijn bij
Leiden, het kerkzegel heeft dan ook ; Catti aborigines Batavorum; de Katten
zijn de stamvaders van de Batavieren. Batavieren waren afkomstig van de Katten,
Tacitus; ze wonen in een eiland dat rondom door de Rijn bespoeld wordt en zijn
eerder een gedeelte van de Katten geweest. Later kregen de Friezen de overhand
en bleven de Batavieren in dat gedeelte van Batavie wat nog de naam van Betuwe
heeft.
Kattenbroek bij Woerden,
Kattenburg bij Amsterdam, Katwijk buiten Delft, Kats een stadje in Zeeland dat
nu onder de golven ligt, Kadzand in Zeeland, Kattendijk een plaatsje bij Ter
Goes, Katwijk in het land van Kuik.
Katwijk aan zee bij Leiden is
beroemd om zijn sluizen. Lang geleden was er een slot, het machtige Huis te
Britten, ook Brittenburg geheten. Zou gesticht zijn door Agrippina, de vrouw
van Germanicus, is door de zee verzwolgen.
Waar Willibrordus uit Brittanni
gekomen is wordt het huis ter Britten of Brittenburg genoemd. Dat zou zijn bij
de monden van de Rijn waar een eiland lag met de naam Brittia. Dat grote eiland
werd door 3 volkeren bewoond, Engelsen, Friezen en Britten en van Brittanni
onderscheiden.
Het eiland Brittia zou gelegen
hebben recht over de monden van de Rijn, tussen de eilanden Thule en
Brittanni. Het zou door drie machtige volkeren bewoond zijn geweest, Engelsen,
Saksers en Friezen. De Engelsen zouden machtig genoeg geweest zijn om een leger
van 100 000 koppen in het veld te brengen. Op het eiland Britanje, zo Strabo
zegt, zal men het oostelijke gedeelte van Brittanni kunnen zien. Waar is dit
eiland gebleven? Alcuines zegt dat toen Willibrordus in de burcht Utrecht
aangekomen was; hier was ook de gewoonlijke overtocht uit Batavia naar
Britanje; en de leeftocht placht uit Britanje te deze plaats aan te komen. Hier
was een vermaarde en zeer scheeprijke haven en deze stroom van de Rijn werd
veel bevaren zoals het Huis ter Britten te kennen geeft. De stroom van de Rijn
was hier ter plaatse veel vermaarder en steeds vol schepen. Met Thule wordt
wel op Tiel genoemd, zie daar.
Kootwijk, bij Barneveld, 1333
Coetwijc, 1396 Kaetwick; plaats met kleine boerderij, kot. Het wordt vanwege
zijn kleinheid bespot in de rijm;
Kootwijk is een darp,
Met zeven huizen en een kark;
Alle boeren komen r uut,
Met de bochels op de huud.
Naaldwijk,
bij Delft, 1156 Nadelwich, 1342 Naeldwijc; plaats met ? De heren van Naaldwijk,
1200-1500, zijn zeer aanzienlijke en machtige heren geweest. Hun wapen is nog
het gemeentewapen. In de buurt heeft bij Hondsholderijk of Honselaarsdijk een
oud kasteel gestaan, Honsel, dat Frederik Hendrik tot een vorstelijk lustslot
verbouwde, later is het van alles geweest, gevangenis, school voor kadetten,
hospitaal en is in 1814 voor afbraak verkocht.
Noordwijk, bij Leiden, eerder
Norcha, 1220 Nordeka; noordelijk gelegen gauw of dorp. De kerk bevat een fraai
monument dat opgericht is ter ere van de heer der plaats, Jan van der Does,
gewoonlijk Janus Dousa genoemd, de man van het zwaard en de lier die als moedig
krijgsman zijn geboortestad Leiden gedurende het beleg grote diensten bewees en
tevens sieraad was op het gebied van wetenschap en dichtkunst.
Noordwijkerhout, bij Leiden,
1281 den Hout, 1333 Noertich ten Houte; hoogstammig bos van Noordwijk. Het in
middeleeuwse oorkonden genoemde Nortga bestond uit twee ambachten, toen naar de
bezitters Gerarts ambacht en Jans ambacht genoemd, de eerste is het
tegenwoordige Noordwijk, de tweede met Noordwijkerhout. Men beweert dat zich
voorheen een bos uitstrekte van Noordwijk tot Haarlem toen en van daaruit de
naam. Hier onder ligt het huis Leeuwenhorst, oudtijds een abdij van de
Cistercinzer orde die door een 60 monniken bewoond werd. Ze hadden, zoals uit
rekeningen blijkt, geweldige overlast van ratten en muizen. Eens werden er in
een jaar 489 en 1159 stuks van die twee diersoorten gevangen. Voor iedere muis
kregen de joffers; 1 denier en voor een rat 1 oortje. Dat is dan merkwaardig
omdat als we bedenken dat Leeuwenhorst uitsluitend adellijke dochters opnam.
Oisterwijk, bij Tilburg, 1167
Hosteruuic, 1215 Ostruic; oostelijk gelegen plaats. Heeft een kasteel gehad wat
je nog ziet in de naam Hooge Burg van een plek waar niets meer van de burcht te
zien is. Op het marktplein stond een grote lindenboom wat dezelfde zou zijn die
in een kroniek van 1609 vermeld wordt als staande achter een kapel van Onze Lieve Vrouw
van Mirakel, genoemd Onze Lieve vrouwe van de Lindt-Eyndt. De Honsdberg is het
uitgestrekte landgoed dat daarbij ligt.
Oosterwijk, bij Leerdam,
Oosterwyk, 1396, Oesterwijc; oostelijk gelegen plaats. Vanouds Eterwijk
genoemd, gesticht door Foppo van Arkel de zoon van Heimen van Arkel.
Schalkwijk, bij Houten, 1130
Scalwiich, 1165 Schalcwig; plaats van een knecht, hier wel een aanzienlijk
persoon. Met een kasteel van dezelfde naam, niet ver van de Lek.
Steenwijk, 1141 Steenwijc;
steenachtige plaats.. Vaak is Steenwijk betrokken geweest bij het rumoer en het
gejammer van een oorlog. Rennenberg na zijn afval van de Staatse zijde en
verzoening met Spanje belegerde het in 1580. Het beleid en moed van Johan van
den Corput hield de verdediging vier maanden lang vol, toen kwam het verzet
onder de Engelse bevelhebber Norrits en de stadhouder Sonoy. In 1582 werd het
onverwacht ingenomen en in 1592 door Maurits weer veroverd. In 1672 was het een
tijd lang in de macht van die van Munster. Bij Rennenberg hoort het verhaal dat
een schutter van de verdedigers een schot in het duister loste aan de kant waar
hij een van de vijanden op de prins hoorde smalen en dat het schot bevonden
werd dat het die vijand de tong ontnomen had.
Stolwijk, bij Gouda, Stollewyk,
Stolkwyk, Stolwijk en afgekort tot Stolk, vandaar de geslachtsnamen Van Stolk,
Stolker en Stolkert, 1330 Stolwijc; plaats die hard is. Het gemeentewapen met
de roem van de plaats, een gekroonde stapel kazen. In het begin van de 18de
eeuw werd het dorp veel bezocht vanwege een rietdekker. Bakker, van wie men zei
dat hij zeven weken lang dag en nacht geslapen had zonder te drinken.
Vreeswijk, Vreeswyk, bij
Nieuwegein, eerder Fresionowic, 1217 Vreswik; plaats van de Friezen. Waar al
vanouds een kerk heeft gestaan zoals blijkt uit een brief van Otto, bisschop
van Utrecht, in 1217. Die kerk is later vernield. Ook heeft er een sterk
kasteel gestaan en naar de gilden der handwerkers Gildenburg genoemd ter
bewaring van de sluizen.
Wijckel, bij Lemmer, 1132 Wicle;
mogelijk bos van Wike. Daar woonde Onno Zwier van Haren op het buitengoed
Meerenstein. Voor hem woonde daar de vestingbouwkundige Menno, Baron van
Coehoorn van wie er in de kerk een graftombe is. Eens, het was in 1428, werd
een oude pastoor, Peter, in de kerk waar hij aan het bidden was door een woeste
bende overvallen met de Schieringer Douwe Minnema aan het hoofd, hij werd
meegesleurd naar Sondel waar zijn zoon Agge, die tot de Vetkopers behoorde,
zich versterkt had in zijn stins. Toen werd de stins opgeist onder bedreiging
dat bij weigering zijn vader voor zijn ogen dood gemarteld zou worden. De vader
riep het toe; blijf volharden en voordat de verbijsterde jongeman tot een
besluit kon komen werd de oude man vermoord.
Wijk, Wyk, bij Maastricht, in
1157 ecclesiam de Wich, 1196 de Wyc; plaats, benoorden het Veen en ten oosten
van de Maas is in 1458 door Filips van Borgonje, Bourgondi, met verschillende
vrijheden beloond.
Winterswijk, 1493 Wintereswick;
plaats van de persoon Winter. Hier werd op 22 november 1799 een adellijke
jonkvrouw van 52 jaar, Johanna Magdalena Catharina Judith van Dorth
gefusilleerd omdat ze van haar kasteel Harreveldeen oranje vlag had laten
waaien en zich met oranje versierd had vertoond. Vlak bij lag het oud adellijke
landgoed Walien.
Wijk bij Duurstede, eerder
Dorestate, Dorestade, 1343 Wijc; plaats. De kroniek over Hirschuw over het jaar 856
noemt Duurstede een zeer vermaarde vlek, in Latijn Vicus. De kanunnik
Nuyts zegt dat er voor de eerste verwoesting wel 55 parochie kerken gestaan
hebben, dat moet wel van het stadsgebied verstaan worden. De Goudse kroniek spreekt van 30. Waarom Wijk
bij Duurstede? Is Duurstede alleen niet genoeg. Men zou denken dat Wijk bij
Duurstede niet op dezelfde plaats staat waar het vanouds heeft gestaan. De
echte reden is dat Wijk eigenlijk de stad en Duurstede het kasteel is slot
betekende die later ommuurd warden tot een stad. Mogelijk het oude Batadurum
die Tacitus vermeldt. In ieder geval zijn er oudheden opgedolven van Romeinse,
Germaanse en Frankische oorsprong.
In een brief van Karel de Grote uit 959
wordt het Villa; stad, genoemd ook heeft hij het als de voornaamste koopstad
van het ganse land de oude Friese naam van Wick of Wijk gegeven. Daar heeft
zijn vader gewonnen van Radboud. Hij stelt Duurstede in een brief gelijk met
het paleis te Nimwegen en met de vermaardste steden van Frankrijk. De eerste
verwoesting was door de Noormannen in 835 en 836, tweede in 847, derde in 864.
Een Noorman, Rorich of Roruch, was er zelfs graaf. Later hebben de bisschoppen
van Utrecht daar een nieuw kasteel onder de oude naam Duurstede gebouwd waar David
van Bourgondi en Filips van Bourgondi, beide bisschoppen van Utrecht, tot hun
dood toe gewoond hebben en daar in de parochiekerk begraven zijn. Is in 1449
ommuurd en kreeg stadsrechten van bisschop Rudolphus I, Gysbrecht, heer van
Gaasbeek, was echter al in 1300 tot een stad gemaakt.
Zandwijk, Zandwyck, buiten Tiel,
1330 Zandwike; zand en plaats. daar stond een parochiekerk die al in 695 ter
gedachtenis van de martelaar Vincentius is gewijd.
Trecht of Trajectum;
oversteekplaats.
Barendrecht, bij Rotterdam, 1265
Berendrecht; oversteekplaats van Bero, hoewel het een jongere naam is en kan
ook drecht; veer, in verband staan, het eerste woord met bere; drek.
Dordrecht,
Dordregt, vanouds Toridregt, Thuridregt, Thunridregt, in 1200 Durdreth genoemd
van dregt, doortocht van de Thuringers die daar gewoond zouden hebben, zie
Turinger Veer of verkort Terveer, Turinger Tol of Tertol, Tertole, Turingergoes
of Tergoes, Turinger goude of Ter Goud. Of naar de god die Theuth genoemd werd
waarvan de naam Duitsers komt en Thuitsen en Teutisch.
Als stad waarschijnlijk gesticht in het begin van de 11de
eeuw door graaf Dirk III. Er was ooi ook een grafelijke munt. Dirk IV werd er
in 1049 door een Keulenaar gedood met een vergiftige pijl, een vergelding omdat
de graaf in een steekspel te Luik een broer van de Keulse bisschop dodelijk
verwond had. Het huis in de Wijnstraat waar die pijl werd geschoten, heeft een
gevelsteen waarop staat te lezen; Het Huis genaemt Hollant, de straat daar
tegenover heet nog steeds de Gravestraat. In 1203 werd daar het beruchte
huwelijk gesloten van de 17jarige Ada van Holland met graaf Lodewijk van Loon
naast het nog onbegraven lijk van haar vader, Dirk VII. In 1421 werd Dordrecht
door de Elisabeth vloed van het vaste land gescheiden wat te zien is op de
Spuipoort wat na de sloop van die poort op een muur van een school is
verplaatst;
t Land en water, dat ghy
hier siet,
Waren twee en seventig prochien, na cronieks bediedt,
Verdroncken door het water crachtig,
In t jaer 1421 waerachtig.
Die vloed vernielde ook het huis de Merwede. In 1618 en 1619 werd onder
het voorzitterschap van Johannes Bogerman de bekende synode gehouden die in de
twist van Gomarus en Arminius, de meningen van de laatste toen reeds overleden
veroordeelde.
De grote kerk heeft een preekstoel van wit marmer en een
Avondmaalservies van goud wat een geschenk was van een Indi rijk geworden heer
Diodati, afstammeling van een Italiaans geslacht waarvan de leden om vervolging
te ontgaan naar Zwitserland, Engeland en Holland uitgeweken waren. Van goud
zijn ook de doopbekken met de erbij behorende schenkkan uit de erven van
Mattheus Coddaeus. In de Augustijner kerk is het graf van jonker Frans van
Brederode de dappere hoofdman van de Hoeksen die in 1490 in de stadsgevangenis overleed
van de in de strijd gekomen wonden. Cornelis en Joan de Wit zijn er geboren in
1623 en 1625
De burgers heten spottend schapendieven. In de spreekwoorden zegt men
de schepen gaan Dordt voorbij; waarmee wordt uitgedrukt dat men van iets voordeel
hebben kan, maar niet heeft, dat naar de gelden die bij laden en lossen betaald
moeten worden. Toen eens van Dordtenaar een wild geworden os losgebroken was en
veel schade aanrichtte liet de man het beest slachten en zond stukken vlees aan
de regeringslieden ten geschenke om zo boete of straf te ontgaan. Daarom wordt
van iemand die iets kwaads door de vingers ziet omdat hij zich heeft laten
omkopen het gezegde gebruikt; t Is een Dordtenaar die van een os heeft
gegeten.
Drachten, 1460 in Zuiderdracht, al in de middeleeuwen lagen hier 2
boerendorpjes, Noorder en Zuider Drachten; naar de waternaam Dracht of Drait,
verwant met drecht zoals bij Dordrecht. Ze worden spottend kalverstaarten
genoemd en men stelt ze onder de burgers van Bergum.
Mijdrecht, Mydrecht, bij
Uithoorn, 1200 Midreth, 1216 Midrecht; oversteek van de Mije dat in 1119 nog
als Mi vermeld wordt. In een brief uit 1085 wordt te kennen gegeven dat dit een
van de voornaamste plaats in de venen was. Een perkamenten brief van de Utrechtse
kerk uit 1201 maakt ook gewag van deze plaats. Op 13 augustus 1572 zijn er
ongeveer 500 Geuzen geweest die daar onder aanvoering van Adriaan van
Duvenvoorde de schans met St. Janstoren in brand gestoken hebben.
Haastrecht, bij Stolwijk en
Vlist, eerder Havekesdret, veer of oversteek van Haveke. Volgens Adrianus
Junius was het eerst een stad met drie kastelen. Stond onder het kapittel van
Oudmunster.
Loosdrecht, bij Hilversum, 1308
Loesdrecht; oversteekplaats bij een waterloop.
Uit van Lennep;

Utrecht, Uitrecht, ook Trajectum
Inferius tot onderscheid van Trajectum Superius, Maastricht. Ultatrajectum van
de Tregt genoemd, dat is overtocht der Wilten en ze wordt Utregt, dat zoveel
als Outregt of Autregt is: Oud Trecht, genoemd omdat daar vanouds een tregt of
overtocht van de Wilten (volksstam) was. Ultrajectum is dan zoveel als Olt
trajectum of Olt recht of van Wilt trajectum of Wult trajectum. Van de Wilten
komt ook Wiltenburg, mogelijk de plaats die nu Utrecht heet. Ludgerus, een Fries,
zegt: stabilito Episcopatu in loco, qui nuncupatur Trajectum & alio nomine
Wiltaburg, heeft een bisdom gesticht in een plaats die genoemd wordt Trajectum
en met een andere naam Wiltaburg. Sigebertus uit 679; Willibrordus heeft de
bisschoppelijke zetel, door de vergunning van vorst Pepijn, geplaatst te
Wultaburg welke plaats uit een samenvoeging van de naam der Wilten en van
Trajectum ook Ultrajectum wordt genoemd alsof men wilde zeggen de stad der
Wilten. Maar woonden hier Wilten, die wonen in Hongarije, of zijn ze gekomen
via de Hunnen? Willibaldus in het leven van St. Bonifacius zegt dat St.
Bonifatius die H. Coebanus of Eobanus tot bisschop der Friezen aangesteld heeft
in urbe quae vecatur Trecht, in een stad die Trecht genoemd wordt. Nog wordt
Bonifacius in een brief van Pepijn genoemde piscopus Urbis Trajectensis,
bisschop van de stad Utrecht. Outrecht is later veranderd in Utregt, Utrecht.
Nog heeft ze voor de tijden van Willibrordus een Latijnse castrum en castellum
gehad en op zijn Nederduits een burg of burgt genoemd. Ook de naam Monasterium,
Munster, wat eigenlijk een klooster is wat binnen de muren van Utrecht ligt. De
eerste kerk zou gebouwd zijn door koning Dagobertus die daartoe wel aangezet is
door Willibrordus. Die kapel of bidplaats zou gemaakt zijn in 693.
De domtoren is de hoogste in ons
land, bevat de grafsteden van de zeehelden Willem Jozef, baron van Gent die
onder de Ruyter aan de slag bij Solebay deelnam en roemrijk sneuvelde op 17
juli 1672.
De hogeschool staat er al sinds 1636.
De Unie van Utrecht werd er
gesloten in 1579 vooral door toedoen van Jan van Nassau, toen stadhouder van
Gelderland die er een standbeeld heeft. De vrede na de Spaanse successieoorlog
werd er getekend in 1713.
Geboorteplaats van Adrianus VI,
de enige Nederlander die paus werd. Het huis waar hij geboren is op de
Oudegracht draagt zijn borstbeeld in de gevel. Ook is er het paushuis door hem
gesticht.
Ook Olivier van Noort de eerste
Nederlander die een reis om de wereld gedaan heeft is te Utrecht geboren in
1588.
Ook Melis Stoke de arme klerk
van rond 1300, de dichter van de Hollandse rijmkroniek.
Vreeburg draagt de naam van het
door Karel V gestichte kasteel Vredenburg, zie Vreeland. Dat kasteel was een
vaste plaats van de Spaanse macht en door de burgers zeer gehaat zodat ze er in
1577 op aanvielen de Spanjaarden wijken moesten en werd begonnen met de sloop.
Ook liet Everard Meyster, zie
Amersfoort, die een bijzondere voorliefde had voor keistenen zo n steen
inmetselen boven de stalpoort van het huis dat hij in Utrecht ging bewonen. De
mannen die hij uit Amersfoort liet komen om dat te doen trakteerde hij op
krakelingen en liet zo aan de schelle trekker van zijn Utrechtse woning een
ijzeren krakeling maken waarom dit huis de naam van het Huis de Krakeling
kreeg. De straat heette eerst Van Buerenstraat en werd spottend de Keistraat
genoemd, de stalpoort en kei zijn later verdwenen. In Utrecht is er nog een
andere kei waarvan met de herkomst niet weet die al in het begin van de 16de
eeuw bekend was, de zogenaamde Gesloten Steen, een groot blok dat met een zware
ketting is vastgelegd aan het hoekhuis van de Oude gracht en Eiligensteeg. Is
het een offersteen geweest? Naar de sages zou toen de domkerk gebouwd werd de
duivel en zijn boze geesten s nachts met die steen gesmeten hebben om te
vernielen wat op de dag gemaakt was zodat de geestelijkheid toen de raad gaf om
die kei aan een ketting te leggen. Daarna hield het gooien met die steen op.
Er moet nog een ander Wiltenburg
zijn wat de grondstenen zijn van het oude slot Fetna waar de giftbrief van
Karel Martel van gewaagt. Die naam van Fetna schijnt nog overgebleven in de
naam van de rivier de Vecht.
Maastricht,
eerder Treictinsum urben, later Trajectensis; overtocht en dat over de Maas.
Een oude stad die in 881 verwoest werd door de Noormannen, in 1579 door de
Spanjaarden ingenomen onder Parma die er een slachting aanrichtte zodat er
slechts 400 zielen overbleven. In 1632 door Frederik hendrik weer heroverd en
door zijn beschikking kwam de Janskerk aan de Hervormden. De kerk van Sint
Servatius heeft sinds 1845 een standbeeld van Karel de grote door wie de oude
kerk aanzienlijk werd verbouwd en vergroot. Er is een crypte in. In de Lieve
Vrouwe kerk zijn er twee.
Bij
Maastricht zijn de steengroeven van de Sint Pietersberg die in oorlogstijd vaak
uitwijkplaatsen waren en zo uitgestrekt zijn dat ze wel aan 40 000 personen
plaats kunnen bieden.
Moordrecht, Moerdrecht, afgekort Moort,
bij Gouda, 1250 Mordreth, 1254 Mordrecht; van Moer en dragen of dregen omdat de
koopwaar hier ter markt gedragen werd. Het had al vanouds een tol en staat
vermeld in een open brief van Floris IV in 1233. In het kerkzegel heeft men
iets van moord ontdekt en laat een vrouw zien die door drie gewapende mannen
wordt aangevallen.
Papendrecht, Papendregt, 1105
Papendreht; oversteek van Papo.
Tricht, een dorp aan de Linge,
omdat men daar over de rivier gezet werd. Bij Buurmalsen, hier gaat men over de
Linge.
Zwijndrecht, bij Dordrecht,
eerder Zvindrecht, 1281 Svindrecht; geul met veer of oversteek. Oudere naam
Schobbelandsambacht, bestond al rond 1000.
Waterachtige gronden waarbij het
ene stuk grond met het andere verbonden wordt, een dam.
Dammen.
Alblasserdam, bij Dordrecht,
1328 Alblasserdamme; dam dwars op de stroomrichting, oudtijds Waalmonde
genoemd. Daar kwam, zegt de overlevering, in de verschrikkelijke macht van 18
november 1421 in de Elisabeth vloed een houten wieg aandrijven waarin een kind
lag en die door een kat die heen een weer ging in het evenwicht werd gehouden.
Zie de naam Kinderdijk en t Huis te Kinderdijk hebben daarvan hun naam.
Amsterdam.
De eerste
vermelding van het geslacht Amstel is in 1019 in een lijst op orde van
Adelbolt, 19de bisschop van Utrecht en zijn de oude heren van Aemstel leenmannen
van het Sticht en de kerk van Utrecht geweest. Bij Heda komen in 1131 Egbertus
de Amestelle en Godefridus de Amestella voor, zo ook in 1145, 1156. Die heren
zijn vooral bekend vanwege de oorlogen met de bisschoppen van Utrecht. De
eerste, Eggebert van Amestelle, had als leenman al
direct een conflict met de kerk omdat hij meer land toe-eigende dan toegestaan
was. Na bemiddeling werd dit gesust op voorwaarde dat hij alles wat hij teveel
genomen had teruggaf en een van zijn zonen, Gijsbert, na zijn dood het ambt van
meierschap zal krijgen.
Heren van
Amstel hebben al vanouds Amstelland in eigendom gehad en is wel genoemd naar
het riviertje de Amstel. Daar woonden waarschijnlijk wel vissers. In 1203 kwam
Amsterdam onder water te staan door de Kennemers die de dijk doorstaken zodat
het zeewater tot Breukelen vloeide en men met de boot naar Utrecht kon varen en
de rest werd in brand gestoken. Dat gat zou het jaar daarop gedicht worden,
maar het was te diep waardoor men genoodzaakt was een dam in de rivier Amstel
te leggen, dus Amstels-dam, daar waar nu Papenbrug is, daarna kwamen er sluizen
die meer terug gelegd warden zoals op de Middeldam.
Heeft
veel te lijden gehad van grote stormen als in 1169 waar kastelen weg spoelden,
duinen overliepen, mensen en vee verdronken, ook in 1412 en 1400, 1570 was er
een geweldige storm waar volgens oude schrijvers wel 400 000 mensen omkwamen,
de Allerheiligenvloed. In 1665 had men pest, daarop oorlog te water en daarna
te land, dijken braken en mensen kwamen om, ook in 1675.
Amsterdam
is vooral gegroeid na de stormen die de Zuiderzee vormden en het zo een toegang
of haven gaf tot de Noordzee. Vooral toen Stavoren verzandde werd de haven
steeds belangrijker.
Beroemd is het Paleis, vroeger
Stadhuis, dat gebouwd zou zijn op 13659 palen het getal der dagen van het jaar
met een 1 er voor en 9 er achter door Jacob van Campen en Daniel Stalpert, het
beeldwerk is van Artus Quellinus. De bol die door Atlas getorst wordt is een
werkstuk van Francois en Pierre Hemony die een gieterij hadden op de hoek van
de Keizersgracht en t Molenpad, zie Arnhem. De Nieuwe kerk gesticht door
Willem Eggert, heer van Purmerend wat je in het koor ziet; Anno MCCCC ende
XVII, den 15de dag in Julio starff den eerbaeren Heer Willem
Eggaert, Heer tot Purmereynde, gedoyteert met twee Vicarien, medefondateur van
deze kerk die begraven is onder dese blauwe serk. Verder de Oude Kerk en de
Westerkerk die op haar hoge toorn een keizerskroon draagt wat de Roomse koning
Maximiliaan in 1489 aan Amsterdam toestond te voeren boven het wapen van de
stad. Van 1632 tot 1877 had Amsterdam een Atheneum, toen werd het verheven tot
universiteit. In de Nieuwe Kerk zijn begraven de zeehelden de Ruyter, Van Galen
etc. Standbeelden zijn er van Rembrandt, Vondel en Thorbecke. Hooft heeft een
borstbeeld in de gevel aan het aan de Keizersgracht staande huis waar hij
woonde van 1630 tot zijn dood in 1647. Potgieter in de gevel van het laatst
door hem bewoonde huis aan de Leliegracht. Een borstbeeld van prins Hendrik aan
de kade die naar hem is genoemd. Een borstbeeld van Sarpathi die de eerste
stoot gaf tot uitbreiding van de stad in het park waaraan zijn naam is gegeven.
Op de Dam verheft zich een monument uit 1865 die gewijd is aan de volksgeest in
1830 en 1831.
Ze worden koekvreters genoemd
waarschijnlijk naar de hoge eer waarin het Sinterklaasfeest en Sinterklaasmarkt
heeft gestaan.
Appingedam, bij Delfzijl, 1326
in Apingedamme; dam van de Appinga, bewwoners van de streek langs het water
Appa. Doede van Amsweer is er geboren die in opdracht van Willem Lodewijk van
Nassou de hervorming in Groningen verspreidde. Appingedam had vroeger een sterk
slot dat Dijkhuizen heette. Er staat wel het slot Ekenstein.
Dubbeldam, bij Brielle,
1310Dubbeldamme;dam in de Dubbel, waterloop die nu verdwenen is, oudere naam
Gerritshaven. Het was vroeger een stad die ommuurd was en van poorten voorzien.
De laatste poort is in 1746 gesloopt. In het koor van de kerk is een graftombe
van heer Nicolaas van Putten een van de edelste ridders van zijn tijd in 1311
naast zijn gade Aleid.

Uit van Lennep.
Edam, bij Volendam, eerder
Eedam, 1357 Yedamme; dam in de Ee. Dat de Edammers deel hebben gehad aan
Damiate beweren ze niet alleen zelf, maar erkennen ook de volgende regels die
op een kerkraam staat dat door Haarlem aan Edam werd vereerd;
Edam als getrouwe Landsaaten
Quamen die van Haarlem te baaten
Wildt vreuchde vaaten. (vatten,
Sy gingen heen hardt en fier
Met stoute moedt, met felle
manier
Als verwoede stier.
Paus, Keyser en al het Christenheer
Verwonderden hem met allen seer
Van die groote Eer.
Alsoo kreeg Edam haar wapen, met
Eer en geweldt
Drie vergulde sterren in t rood
velt,
En een stier, daarin gestelt;
Anno 1610.
Ze worden spottend mussen
genoemd. Een sprookje zegt dat eens werklieden met een balk dwars voor een
poort stonden en er niet door wisten te komen totdat men toevallig een mus zag
die een takje in de bek droeg recht voor zich uit hen op het denkbeeld bracht
om hun balk ook zo te richten, toen ging het en ze waren over de verrassende
oplossing van de moeilijkheid zeer voldaan. Zie Dokkum en Kampen.
Men wijst op een ijzeren
brugleuning die niet vatbaar is voor roest, er zijn portretten van Pieter
Dercksz, die een buitensporige lange baard had, Trijntje Kever die buiten model
lang was.

Leerdam, 1265 Lerdamme, 1345 Lederdam;
dam aan de Lee of Lede, zie ook Leerbroek, zou ook een afkorting kunnen zijn
van Lingerdam, de Linge die er stroomt. Ook de naam Leevliet komt voor als naam
van een hoeve. Dus niet van leder of leer (ladder). Bij Gorinchem wat een deel
van het oude Teisterbant en een heerlijkheid der Arkels was. Van het slot is
niets meer over. De geboorteplaats van Floris Radewijnsz de vicaris aan de Sint
Lebuineskerk te Deventer die samen met Geert Groote de vereniging Broeders des
Gemenen Levens heeft gesticht die door kennis en vrome geest te bevorderen een
van de bruggen gebouwd hebben waarover de Hervorming hier in het land is
gekomen. Het koor van de kerk bevat het graf van de laatste heer van Arkel, Jan
XIII. Akoy of Acquoy, tot Leerdam behorende is in 1140 gesticht door Johan
VIII, heer van Arkel.
Uit van Lennep.
Monnickendam, 1346 Monickedijc, 1532
Monnckendijck, naar de dijk die op de 12de eeuw werd aangelegd en nu
verdwenen is. Mogelijk gesticht door Friese monniken, die hadden een klooster
op Marken. Het gemeentewapen vertoont een monnik en als spotnaam hebben ze
monnikentroeters, mogelijk van trotter; kuieraar of slenteraar. Daar is geboren
Wendelmoet Klaesdochter die als weduwe martelares der Hervorming werd omdat ze
gewurgd en daarna verbrand werd te Gravenhage op 20 november 1527. Luthers leer
vond er veel bijval zodat de stad wel Lutherdam genoemd werd. Admiraal Cornelis
Dirksz is er geboren die op de Zuiderzee op 11 oktober 1573 de vloot van Bossu
versloeg. Men bewaart nog het ordeteken van het Gulden Vlies, toen door Bossu
gedragen alsmede zijn drinkbeker.
Schiedam, 1264 Novum
Schiedammum, 1316 Sciedamme; dam in de Schie. De schimpnaam is tovenaars
vanwege een heksenproces dar daar is gevoerd tegen enige van toverij verdachte
vrouwen. Cats zegt er van:
Daar rees in dezen tijd
verschil in onze landen,
Of heks of toovenaar sijn
weerdig om te branden;
En dit ging wonder ver, tot
Goeree en Schiedam.
Met het oog op de branderijen zegt
de volkstaal; Schiedam is een sterke vesting.
Spaarndam, bij Haarlem, 1334
Sparndam; dam die rond 1220 gelegd is in de Spaarne. In de kerk is het graf van
de beroemde waterbouwkundige Nicolaas Saamuel Cruquius die in 1678 geboren en
in 1754 overleden is. In zijn uitvoerig grafschrift dat door hem zelf
vervaardigd is noemt hij zich een afstammeling van graaf Willen II. Met een
zinspeling op sparen zegt het spreekwoord; het is daar op Sparendam; vooral
als het daar zuinig en schraal is.
Spaarnwoude bij Haarlem is de
geboorteplaats van de reus Klaas van Kijten of van Kieten rond 1300 die onder
andere uit Vondel bekend is waarin immers gezegd wordt:
.. de lange Klaas van Kijten.
De Sparrewouerreus, zo
onbeschoft, als groot. Die lengte staat op de kerkmuur aangetekend hoever de
afstand van zijn linkerhand was tot zijn rechterhand als hij met uitgestrekte
armen stond. Een oude kroniek zegt; Hij was alsoo groot, datter een jonck
kindt in een van sijn schoenen mochte liggen; oock en dorsten die vrouwen en
kinderen hem van voren niet aensien om sijn overgrootheyt.
Veendam, 1655 Veendam; dam in het veen.
Heeft in de kerktoren een klok die door die van de bisschop van Munster geroofd
was uit Midwolde en die ze aan hem ontrukt hebben.
Rotterdam, 1281 Rotterdam ter
halve Rotte, 1299 Rotterdamme; dam in de Rotte. Als oorsprong van de stad wordt
een buurt genoemd die zich vormde onder de bescherming van de kastelen
Bulgerstein en Wena aan de mond van de Rotte. In de 13de eeuw werd
het ommuurd. Boven de andere gebouwen vertoont zich de stompe, eerder van een
spits voorzien, toren of grote of Sint Laurenskerk. Daarin zijn de tomben van
17deeeuwse zeehelden en vooral Gerrit Gerritsen of Desiderius
Erasmus die 28 oktober 1467 geboren werd en 12 juli 1536 te Bazel overleed. Op
het voetstuk van zijn standbeeld staat dan ook te lezen: Hier rees die grote
zon en ging te Bazel onder. In 1549 had hij een standbeeld van hout, in 1557
van steen en in 1622 van brons. Vondel zegt er van: Die onlanghs was van
steen, nu glinstert van metael.
Herinneringen uit de Spaanse
tijd verbinden zich aan een gevelbeeld van Spinola tegen het hoekhuis aan de
Spaanse kade en een opschrift aan de Oostpoort naar de verraderlijke
overrompeling van de stad in 1572 toen een Grave van Bossu vermoorden veel
Borgers met jammerlyck Geclach. De dappere smid Zwart Jan die tegenstand bood
werd door Bossu eigenhandig doorstoken. Een derde gevelsteen was het huis op de
Grote Markt die vertoonde een schaap door wilde dieren omringt en het opschrift
droeg In duysent vreesen. Een volksoverlevering verhaalt dat in dit huis veel
mensen de wijk genomen hebben en dat het bloed van een geslachte bok onder de
straatdeur naar buiten gelopen was waardoor de Spaanse soldaten in de waan
werden gebracht dat hun makkers daar al geweest waren die woning ongemoeid
lieten. Het huis is in 1890 afgebroken. De Rotterdammers beroemen zich op hun
peperkoek en dragen de spotnaam kielschieters op grond van het verhaal dat ze
eens hun geweren afvuurden op een bootje dat met de kiel omhoog in de Maas
dreef die ze voor een grote vis hielden.
Keizerswaard; keizers eiland,
waar Suidbertus een klooster timmerde, hij had dat eiland van Pepijn gekregen.
Volendam, 1573 Follendam, naar
de in 1357 aangelegde dam waarmee de voor Ye van de zee werd afgesloten,
vollen; vullen. Hoe Volendam aan zn naam
kwam is een heel verhaal. Heel, heel lang geleden liepen een paar boerenmeisjes
langs de zeekant. In die tijd bestond de bevolking nog vrijwel allemaal uit
landbouwers. Toen de deerntjes genoeglijk over het water tuurden kwam
onverwachts een veulen, n volen zoals men in die streken zegt, uit de golven.
Ze schrokken aanvankelijk van deze wonderlijke verschijning maar zochten voor
het dier de lekkerste kruiden waarna het wederom in de golven verdween. De
volgende dag ging een van de meisjes nog eens kijken. Weer kwam het veulen en
bracht aan een van zijn poten een vis, een bot, mee. Dit herhaalde zich
geregeld tot op zekere dag het meisje door het veulen meegevoerd werd naar de
diepte van de zee. De bewoners meenden in dit wonderlijke voorval een
aanwijzing te zien dat ze het boerenbedrijf vaarwel moesten zeggen en de zee
moesten kiezen. Zo geschiedde. Het gemeentewapen laat een paard zien die aan
een van zijn poten een botje draagt. Het is net zon verhaal als van Zeus die
Europa schaakte.
Werkendam, bij Gorinchem,1230
Werkine, 1241 Werkendamme, dam in de Werkine. Dat woord werk betekent draaien
of krommen. De rivier wordt in het begin van de 12de eeuw vermeld
als Wirkenemunde. De spotnaam van de burgers is brijbroeken.
Zaandam, verdeeld in Oost en
Westzijde. 1214 in Sadne, 1316 Zaenderdam; dam bij een bron. Overal bekend om
het huisje van Czar Peter dat aan de keizer van Rusland als hoffelijkheid
gegeven was en waar hij woonde toen hij in Zaandam was om zich op de hoogte van
scheepsbouw te stellen in 1697. Hij heette daar Pieter Migayloff en kreeg bij
zijn vertrek een getuigschrift mee van scheepstimmerman Gerrit Claasz Pool. De
kerk te West Zaandam heeft een schilderij waarom de kerk Bullenkerk wordt
genoemd want de schilderij laat zien welk onheil in die omtrek eens is
aangericht door de dolle stier van Jacob Egh, ook Lange Egge genoemd die Egh om
wierp, ook zijn zwangere vrouw die allen na een paar dagen overleden. De
Amsterdammers noemen de Zaanlanders koeketers, ook heten ze galgenzagers omdat
men in 1678 een galg die vier lijken droeg doorgezaagd heeft en met hun last op
de grond zag liggen.
Zwammerdam, bij Woerden, 1156
Suadenburgh, 1255 Suadenburgdam; dam op de grens, Holland en Stcht. De graaf
van Holland liet hier in de 12de eeuw een dam aanleggen om zijn land
te beschermen tegen overstromingen uit de oude Rijn, daardoor kreeg Utrecht
weer te veel water. De vroegere naam Swanenburgerdam zie je nog in het
gemeentewapen en kerkzegel die beiden een burg met een zwaan laten zien. Het
cijfer 1672 is met zwarte kool getekend omdat het stadje toen door de Fransen
werd uitgemoord.
Horn.
Vele
plaatsen met horn er in waren toen vermoedelijk havens, horen; iets waarin je
wat bewaart en zo haven of horn als hoek waarin je beschut liggen kon.
Avenhorn, bij Hoorn, 1312
Lutekedrecht, 1396 Lutticdracht; kleine overtocht, 1457 Avenhorn; haven van
Ave.
Barsingerhorn,
bij Schagen, 1289 Bersincshorne, 1396 Bersingerhorn; haven van Bersing.
Dijkshorne, bij Sneek, soms
Dijkshoek genoemd, 1718 Dyks Horne; bij de hoek van de (Oude) Dijk,
Dirkshorn,
onder Schagen, 1573 Dierickshorn; haven van Diederik.
Giethoorn, bij Steenwijk, in de
volkstaal ook Gieteren, 1230 Gethorne; haven van geiten? De monniken die in het
Franciscanenklooster trokken vonden veel geitenhorens die door de stormvloed
van 1170 omgekomen waren, onwaarschijnlijk, ook de verandering van geit in
giet, meer een haven van Geth. Men verhaalt dat in de winter van 1581 de soldaten
van Sonoy de klokken uit de toren haalden en die over het ijs schoven naar
Vollenhove, dat op het Giethoornermeer het ijs brak en de klokken zonken die
nog uit de diepte een zuchtend geluid laten horen voor oren die het kunnen
horen.
Hoorn, 1298 Hoerne, 1312 Horne;
haven. Het gemeentewapen heeft een waldhoorn in een schild dat gedragen wordt
door een eenhoren.
Jan Haring is hier geboren die
in de zeeslag van 1573 de vlag van het schip van Bossu neerhaalde en dat met de
dood moest bekopen. In die slag werd Bossu gevangen genomen en nog wordt in het
Weeshuis het vertrek getoond wat hem tot verblijf werd gegeven. Ook is daar
Hadrianus Junius geboren in 1511, de dichter Pieter Hoogerbeets in 1542, de
staatsman Rombout Hogerbeets in 1561 bekend als lotgenoot van Hugo de Grote, de
zeevaarders en ontdekkers Abel Tasman, Willem Corneliz Schouten, Willem
Ysbrandsz Bontekoe in 1587, bekend om zijn merkwaardige lotgevallen en
ontmoetingen en ook om zijn vroomheid die hem als leus gaf dat God de beste
stuurman is, Jan Pietersz Koen in 1587, de grondlegger van Batavia die echter
uit liefde tot zijn stad de naam Nieuw Hoorn aanbeval en krachtig verdedigde en
slechts op hoog bevel vanuit Nederland in Batavia berustte. Zijn standbeeld is
in Hoorn op 30 mei 1893 onthuld.
In Hoorn is het eerste haringnet gebreid
in 1416.
Ze hebben drie spotnamen,
wortelen, krentenkoppen en duiveldraers. De laatst genoemde wordt verklaard dat
toen in 1471 een accijnshuisje was opgericht en een vrouw uit het volk zich
zeer oneerbiedig over de Overheid had uitgelaten dat het een duivels werk was
en dat ze de duivel boven op het huisje had gezien toen veroordeelde de boze
magistraat het wijf om in een processie mee te lopen met een brandende kaars in
de hand en houten duivel op de borst.


Den Hoorn op Texel en Den Hoorn in
midden Delfland, Nieuwenhoorn, Oudenhoorn, Oudshoorn etc., hoeken waarin havens
lagen.
Schermerhorn,
bij Alkmaar op wat ooit Schermereiland genoemd werd, 14de eeuw Den
Horn, 1573 Schermerhorn; haven bij de Schermer, die laatste heette in de 11de
eeuw Skirmere, van skir; helder en meer. In het wapen staat een mol en daarom
heten ze mollen. In de kerk is een schilderij waarop de kerken zijn afgebeeld
van de ondergegane dorpen Schermer en West Mijzen.
Tuitjenhorn, bij Warmenhuizen, 128 Tutinghehorne, 1289 Tutinchorne; haven met een uitvaart, omdat er lang geleden een begraafplaats was, onwaarschijnlijk, eerder een haven die er te buiten lag en naar Schagen voerde.
Uithoorn, bij Mijdrecht, 1292 Uthornen;
buitenwaarts gelegen haven. In het
gemeentewapen staat een mannetje die tevoorschijn komt uit een waldhoorn.
Graft of Greft, er werden
grachten gegraven, Gracht, van
graft of delven, in Beverwijk noemt men een delf een sloot, in Zeeland noemt
men een sloot dulf.
Assendelft, bij Zaanstad, 11de
eeuw Asmedelf, 1342 Assendelf; sloot van Askmanna of Noormannen of vanuit het
erbij gelegen Assum begonnen. Ze worden spottend kiplanders, gortlanders en
Spanjaarden genoemd. De eerste twee naar de veel uitgeoefende bedrijven,
hoenderteelt en grutterij. De derde mogelijk omdat Gerrit, Heer van Assendelft,
bij het Spaanse hof hoog aangeschreven stond en op zijn voorspraak de Spaanse
troepen bij hun plundertochten Assendelft verschoonden, ook was het een
steunpunt van de Spanjaarden tijdens het beleg van Haarlem.
Delft,
eerder de Delf; sloot. De Nieuwe Kerk bevat het praalgraf van Willem I die in
het Prinsenhof vermoord is op 10 juli 1584 en de vorstelijke grafkelders. Ook
de graftombe van Hugo de Groot die daar in 1583 is geboren en vereerd met de
naam van t Delftst orakel, op de Grote Markt staat van hem een standbeeld. De
Oude of Sint Hippolytuskerk bevat de graven van Tromp, Piet Hein, Poot en
Leeuwenhoek, die laatste die groot was in microscopische anatomie is in Delft
in 1624 geboren. Ook prins Hendrik is daar in 1584 geboren. De spotnaam is
kalfschieters naar het verhaal dat eens een paar wachten bij nacht een schot
losten en zo ze meenden op een Spanjaard, in het licht van de dag bleek het dat
ze een kalf hadden geschoten.
Bij Delft, aan de weg naar Rotterdam tegenover de plek waar eens een
Premonstranter klooster heeft gestaan die het Koningsveld of Koningskamp heette
staat het huis van de Hammen die twee stenen hammen in zijn voorgevel draagt
naar de overlevering dat het in de Spaanse tijd tegen die prijs is verkocht of
omdat uit de opbrengst van die twee hammen de aankoop van dat huis te
bestrijden.
Delfshaven,
bij Rotterdam, eind 14de eeuw Delfschehave; een sloot om de stad
Delft te laten concurreren met Rotterdam om zo gemakkelijker bier naar het
zuiden te verkopen. Het is de geboorteplaats van Piet Hein in 1577, overwinnaar
van de zilvervloot ter waarde van 12 miljoen en gesneuveld in de slag tegen de
Duinkerkers op 20 juni 1629. Daarom is er voor hem een standbeeld opgericht op
17 oktober 1870.
Graft,
bij de Rijp, eerder Greft, 1420 graft; gracht of sloot.
Sloot.
Akersloot,
onder Alkmaar, eerder Ekkerslato, Akersloet; akker met sloot. Acker is in het
Middelnederlands een akker, maar ook een landmaat, vooral in de noordelijke
gewesten. In Vollenhove, Kuinder en IJsselham was 1 akker 28 voet (30cm) breed en in Drenthe 24 voet. In een
verstoeling van het Lange Loopveld onder Amstelveen van 20 december 1486: ende
deze negen hoven ende vier halve hoven hebben zevenhondert ende anderhalve ackeren. Uit de mededeling daar dat
elke acker een roede in het Lange Loopveld te onderhouden had zou men kunnen
afleiden dat alle akkers even groot, dus van een bepaalde maat waren.
Heeft echter
drie eikels in zijn wapen als verwijzing naar aker, aecker of eikel. Zie
Akerbaan, Akerbuurt, Akerpolder en Akerendam en lang geleden was er te
Amsterdam op een gevelsteen, hoek Damrak en Kapelsteeg een eikel te zien met
het onderschrift; D aker. Zie ook de naam aardaker voor Lathyrus tuberosus.
Ook zou het sloot af kunnen stammen van een vorm van lo; hoogte, het ligt op
een zandrug.
Uit van Lennep.
Buiksloot, bij Amsterdam, 1575,
Bukesloot; sloot van Buke. Er is door alle tijden heen een druk verkeer geweest
van Amsterdam naar Buiksloot en omgekeerd,. Het spreekwoord; Sta vast in de
Buiksloter betekent een veerschuit die tussen beide plaatsen voer en stotend
en schokkend in de vaart en bij het landen was. Veel bezocht was de uitspanning
Het Tolhuis. Er was ook veel denkbeeldig verkeer en zeker net zo druk. Immers
onder Buiksloot ligt de Volewijk, samentrekking van Vogelwijk, en zo gauw er
een kleintje bijkwam heette het steeds dat men naar Volewijk was gegaan om een
kindje te halen. In de Volewijk stond tot 1795 de Amsterdamse galg, werd dan
ook Galgeveld genoemd en zeker doelt het spreekwoord hierop; Aan de Volewijk
tot bokking drogen.
Sloten, bij Amsterdam, eerder Sloton,
Sloten; aan het veenwater de Slote; sloot. Het komt al voor in het midden van
de 11de eeuw. Karel V verleende ondersteuning bij de bouw van een
kerk uit de opbrengst van het Slotermeer, dat zie je in het volgende gedicht;
de Keizer doet de kerk
hermaken,
Uit de uitkomst van het
Slotermeer.
Zo steigert men na s Hemels
daken
De deugd verstrekt ons tot een
leer. (ladder) De gemeente Sloten bestaat uit Sloten, Sloterdijk, Osdorp en
Vrije Geer heeft een gevierendeeld wapenschild waarvan elk kwartier doelt op
een der vier delen, de ster in het eerste kwartier is van Sloterdijk, de drie
hangsloten in het tweede zijn van Sloten, de geer in het derde is van Vrije
Geer en de os in het vierde is van Osdorp. Of die hangsloten hier passen is
twijfelachtig, ook Osdorp heette daarvoor Oostdorp.
Onder Sloten heeft gestaan Het
Huis de Vraag, eerder een buitengoed en later begraafplaats en alleen de twee
stenen zuilen die er nog staan van het voormalige hek dragen de naam van Het
Huys de Vraag. Dat zou komen dat toen Amsterdam nog aan Spaanse zijde stond en
de Geuzen een aanslag op de stad in zin hadden, toen was een van hen als spion
vooruit gezonden en vroeg daar ter plaatse op zo n wijze naar de weg dat het
achterdocht wekte zodat het plan verijdeld werd.
Sloterdijk, bij Amsterdam, 1575
Slooterdyck, dijk bij of van Sloten.
Zijpe,
bij Schagen, van Middelnederlands sipen, tot sijpelen; klein slootje, de Sipe.
Ellewoutsdijk, bij Borsele, 1216
Elewoldesdike; dijk of aangedijkt land van Ellewold.
Eelde, bij Assen, eerder Elde,
1250 Elethe, 1263 Elende; van het water Ee en lede; waterloop, of van eel;
zwelling, bult, of mogelijk van ele; eland die er toen waren. In een oorkonde
uit de tiende en elfde eeuw wordt gewag gemaakt van elanden in Drenthe;
bestias que teutonice ele et schelo apellantur. Het was in de middeleeuwen de
woonplaats van de Schulten van Drenthe. In1541 is er geboren Menso Alting wiens
raad Willem Lodewijk van Nassau, stadhouder van Drenthe, gebruikte bij de
hervorming van die streek. In 1891 werd er op het landgoed een asiel voor
drankzuchtigen geopend.

Hindeloopen, een Friese stad, eerder in
822 Hitinkufe, Hintinlvose; lager gedeelte in een haag waar herten overheen
kunnen springen. Daar zouden de Noormannen in 779 al een aanval op gedaan
hebben en zou een lustplaats van de Friese koningen zijn geweest. Het
gemeentewapen is van zilver met een lopende hinde van eel, gegrond van sinopel,
die lopende hinde komt ook in het kerkzegel voor. Dat zie je ook boven het
opschrift van de steen die boven de ingang van de kerk ligt;
Des Heeren Woort
Met aandacht hoort;
Komt daartoe met hopen
Als hinden loopen.
Ze worden tjeunken genoemd, een
soort strandvogel, soort grutto, ook Hielper-uulen, Hindeloper uilen.
Uit Lennep.
Uit Lennep.
Leiden, 1143 Leithen, later de Ledene,
lede; waterloop, beter van Leiderdorp nadat Leiden deze plaats overvleugeld
heeft.
De naam zou komen uit het
Lugdunum
Batavorum van de Romeinen en is dan
gebouwd door de Romeinen. Ptolomaeus en het reisboek van Antonius maken gewag
van Leiden. In de kerkelijke registers wordt gewag gemaakt van het eerste,
tweede en derde Leithis. Welke van de drie ons Leiden is geweest en waar de
Latijnse naam Lugdunum vandaan is gekomen zijn verschillende meningen. Het kan
van het Latijnse woord Lucus; bos, wat van Tacitus sacrum nemus genoemd wordt
dat er gestaan zou hebben. Of van inlandse naam Dune; hoogte, hoogte van de
burcht of omliggende duinen, en van lugh wat een wachttoren zou zijn, alles
onzeker. Sommigen zeggen van lugum dat vanouds een have zou beteken, en van
duinen, of van Lucdunum; duinen van geluk. Adrianus Junius houdt het op
Leegduinen of Lage duinen. Of van Luikduinen van het luiken of sluiten der
duinen omdat Leiden het recht had van de Rijnstroom die voorbij de stad tot in
de duinen liep te sluiten om de tol der in en uitvarende te ontvangen. Daarom
heeft Leiden twee sleutels in het wapen. Plutarchus zegt dat Lugus in de oude
taal der Kelten een raaf betekent en voegt erbij dat gedurende de grondlegging
van deze stad raven gezien waren. Meeste zijn van mening van duin wat zo
duidelijk in Lugdunum gehoord wordt. Dan moeten hier wel duinen geweest zijn in
de Romeinse tijd wat onzeker is. Lyon in Frankrijk heette ook Lugdunum omdat
het op een heuvel ligt. Anderen halen dit dunum uit Dounos wat volgens
Athenaeus op zijn oud Keltisch een heer zou betekenen. Waarschijnlijk is naar
de naamgeving Lugdunem het oude Katwijk wat wel bij de duinen ligt, tweede
Leithis is dan Ledierdorp en derde Leiden.
Beroemd werd Leiden door de
belegering van de Spanjaarden in 1574 en het ontzet op 3 oktober. Ook door de
hoge school die op 8 februari 1575 geopend werd
Een huis op Rapenburg en een
pilaar in de Pieterskers vertonen het wapen van Willem Cornelisz Speelman,
later van Duyvenbode, genoemd omdat hij zijn duiven niet opat maar als postbode
liet dienst doen. Een steen op de Vlietbrug geeft te lezen;
Men was in groot verdriet,
Want eten was er niet
En t volk van honger schreyden.
Tot laatst God nederziet
En zond door deze Vliet
Brood, spijs en drank in
Leyden. Verder is Leiden ook bekend vanwege het kruitschip die ontplofte op 12
januari 1807. Aan de buitenmuur van de Pieterskerk vermeldt een bronzen plaat
dat op 24 juli 1891 door een daartoe uit Amerika overgekomen commissie onthuld
is dat daar begraven is John Robinson die vanwege het geloof als non conformist
uit Engeland naar Holland was gekomen en zich te Leiden vestigde waar hij een
menigte van geestverwanten om zich heen verzamelde. Onder hen rijpte het plan
om in Amerika een eigen kolonie te stichten wat Robinsons volkomen instemming
had maar hij bleef vanwege zijn hoge leeftijd, 90 jaar, in Leiden achter toen
in 1620 het schip de Mayflower de pelgrimvaders naar het nieuwe vaderland
bracht. Hij overleed in 1625. Een gevelsteen tegenover de Pieterskerk wijst de
plaats aan waar hij gewoond heeft. Leiden heeft een standbeeld van Herman
Boerhaave. Te Leiden is geboren graaf Willem II in 1228 en zijn zoon Floris VI
in 1256. Ook het beruchte hoofd van de Wederdopers Jan Beukelsz of Jan van
leiden, 1510, die te Munster enige maanden als koning van Sion regeerde,
onttroond werd, gevangen genomen, ter bespotting rondgeleid en eindelijk ter
dood gebracht op 22 januari 1536, een geschiedenis waaruit zich de spreekwijze
verklaart dat dit of dat afloopt met een Jantje van Leiden. Ook Rembrandt van
Rijn is er geboren in 1607, Jan Steen in 1626, Gabriel Metzu in 1630. De
spotnaam peujeraars ziet op het door de Leidenaars veel beoefende paling
vangen. Heten ook blauwmutsen uit de tijd dat er nog wevers waren die elk
werkten op hun eigen getouw in hun eigen huisje en doorgaans met een blauwe
slaapmuts gedekt waren, honden doders naar de hongersnood tijdens het beleg.
Loosduinen,
bij Den Haag, eerder Losdun, Loosdunen, 1249 Losdunis; duinen met waterloop of
van loos; leeg of verlaten. Met een gemeentewapen dat drie duinen laat zien.
Hier zijn naar de legende de 365 kinderen gedoopt die in een dracht Margaretha,
gravin van Henneberg had gebaard. In de kerkkamer worden nog twee oude groene
bekkens bewaard met ene houten bord dat tot opschrift heeft; In deze twee
bekkens zijn alle deze kinderen gedoopt. Het grafschrift dat in de 16de
eeuw nog leesbaar was op de zerk van de gravin in de kerk vermeldde zeer
nauwkeurig jaar, dag en uur van de kinderen dood;
Doe
si wten werelt bleve,
Ment
jaar duysent 200 en 76 screve,
Opten
goeden fridach ten negehen uren,
Haar
siel mach in eeuwigheyt duren.
Nabij
Loosduinen ligt het buitengoed Ockenburg waar gewoond en overleden is de
dichter Jacob Westerbaen. Hij was eigenaar van geworden door zijn huwelijk met
Anna Weytsen, vrouw van Brandwijk en Gijbeland, weduwe van Oldebarnevelds zoon
Reinier, heer van Groenenveld die vanwege zijn aanslag tegen Maurits onthoofd
werd.
Oudegein, onder Utrecht, 1217
Aldengeyne; oude waterloop de Gein, vergelijk Nieuwengein. Geyn, was een dorp
waar de bisschoppen van Utrecht een huis, met bolwerken versterkt, hadden
staan. Het staat in de oude jaarboeken en gedenkschriften als een stad vermeld.
Dideryk VII, graaf van Holland, heft in 1201 zijn hoofd hiervoor gestoten.
Floris de IV die met leger de Lek kwam opvaren heeft het in 1224 veroverd en
verbrand. In 1292 is het weer opgebouwd. In het doodsboek van Oudmunster staat
op 27 januari een Wilhelmus de Antiquo geno, Willem van Oudegein.
Bij Ant. Matthaeus in zijn boek
de Nobilitate zal men een hele lijst van Oudegeynen en van Geynen vinden.
Schipluiden, bij Delft, eerder Scipliede,
1281 Sciplede; de waternaam Schiplede wat is samengesteld uit schip en lede;
gegraven waterloop. Het had vroeger een
kasteel, het slot Kenenburg, dat in 1798 is afgebroken. Het gemeentewapen heeft
een schip maar geen luiden er in, het kerkzegel wel. De eerste standplaats van
Antonius Hambroek die op het eiland Formosa door Chinese zeerovers gevangen
genomen werd en opdracht kreeg om de door de Hollanders bezette sterkte
Zeelandia op te eisen en als hij niet slaagde wachtte hem de marteldood. Dat
gebeurde dan ook want hij maande de bevelhebber van Zeelandia aan tot dappere
weerstand.
Zoelen, bij Tiel, 1139 Sovlen,
begin 13de eeuw Sulen; waterloop Zoele, dat werd al in 788 als
Solina vermeld. Mogelijk betekent het modderige stroom. Het kreeg evenals
Zoelmond zijn naam van een al lang verdwenen rivier de Zoel. Heeft ook een oud
adellijk huis, t kasteel van Zoelen. Een ander kasteel dat er gestaan heeft op
de Essenterp heette Aldenhage. Veel heeft Zoelen in 1578 en 1579 van de
Spanjaarden te lijden gehad. Het is eens door Valdez, de belegeraar van Leiden,
verbrand.
Grave.
Zo komen
ook vele plaatsen voor met graven, de voorman van de gravers was een graaf, nog
steeds in dijkgraaf.
Bleskensgraaf, ook wel Bloskijns
graaf genoemd, 1255 Gravelant, 1331 Blaskens Graveland; naar het water Grave of
Graafstroom, gegraven onder een dijkgraaf. In de 13de eeuw veriwerf
Willem Blassekyn de rechten en bezittingen in dit gebied dat dan naar hem
genoemd werd.
Bodegraven, bij Woerden, Bodegrave;
sloot van Bode, vanouds Bagauda; rover genoemd, een smadelijke naam, mogelijk
naar het roven van Diderik Bavo die steeds in het gebied van Diderik V te roven
en te branden. Ouder Bodeloo, dus een eikenbos in de omgeving. Het werd in 1672
door de Fransen verwoest en geplunderd. In 31 mei 1870 woedde er een brand die
het plaatsje vrijwel in de as legde.
Grave, onder Wijchen, 1304
Gravia; gegraven waterloop. Het werd als vesting zeer belangrijk geacht en is
dan ook door verschillende partijen in en terug genomen, in 1586 door Parma,
1602 door Maurits, 1672 door Turenne, 1674 door Raubenhaupt en Willen III.
Watergraafsmeer, bij Amsterdam,
ook Diemermeer, 1340 Watergravemere; gegraven gracht. Er waren vroeger
verschillende buitenplaatsen als Frankendaal en Roosenburgh.
Burchten.
Burgus; een burcht, meestal een stadje.
Graven
werden machtiger en bouwden burgten waarin mensen woonden die burgers heette.
Aalburg, bij Genderen, eerder Alburch, is
waarschijnlijk door de Denen zo genoemd naar een vermaarde plaats in de
Noordelijke landen, Aalburg; oude burcht. Of van de familie van Aalberg die
gesproten was uit de Heusdens wat het wapen waar een rad op staat schijnt uit
te wijzen. De eerste, Uffardus van Aelburgh staat vermeld in 1028, de tweede,
Eppo van Aelburch in 1031. Er is een oude overlevering dat de kerk van het dorp
gebouwd zou zijn door St. Willibrordus en dat hij daar het geloof verkondigd
zou hebben.
Aardenburg, bij Sluis, oudere
naam Rodanburch, Rodenburgh, 1089 Redenburg; burcht aan de waternaam Rodana. Is
beroemd vanwege de belegering in 1672 en de dappere burgers de aanval van het
Franse leger weerstond zodat die het beter vond af te marcheren. De ziel van
die verdediging was de dappere vaandrig Elias Beekman. De uitdrukking hij is
naar Aardenburg is een van de velen die aanduiden dat iemand dood is.
Den
Burg op Texel, eerder Westerburghem, 1396 Borch; burcht, naar de ronde vesting
die hier heeft gestaan. Men wijst er een kelder aan waarin Anna van Holland
gevangen zou hebben gezeten na de overgave van den Burg in 1203, maar dat is
niet zeker.
Culenborg, Culemborch, 1281
Kulenburg, in 1271 kocht Hubert van Beusichem of Rudolf van Bozichem een hoeve
van de proost van Oud Munster te Utrecht en daarop bouwde hij een burcht bij
een diepe kuil. Kuilenburg, Kuylenburg, ligt in een kuil, anderen zeggen dat
het komt van de beruchte held Civilis dat uitgesproken werd als Kivilis. Echter
onwaarschijnlijk omdat Kuilenburcht gebouwd zou zijn door Bozichem die in 1164
of 1174 overleden is. Dat kasteel heeft in 1672 en 1673 zwaar te lijden gehad
van de Fransen en is later gesloopt.
Het is in 1441 door Arent,
hertog van Gelderland te leen gegeven aan Gerrit van Kuylenburg. Eerst was ze
echter aan Reynout door Hubert, de heer van Kuylenburg verkocht voor 100 ponden
Hollands geld. Dat is te Nijmegen gedaan op Vrouwe Lichtmis in 1280. Van 1639
tot 1714 behoorde het aan het geslacht Waldeck, dat van koningin Wilhelmina.
Het was eerder een vrijplaats net zoals Vianen, ging je failliet, misdaad of
wat anders dan was het gezegde; Kuilenburg is je voorland. Beide plaatsen zie
je in het spreekwoord: Dat gaat naar Kuilenburg of Vianen om er ongeluk te
helen. Die licht is in het borgen moet voor Vianen zorgen. Niet gemakkelijk
voor iemand borg staan, valt die om val je mee.
Doesburg, bij Dieren, 1025 Dusburg, 1277 Doesborg; een burcht met ruig
struikgewas. Men beweert dat de Romeinse veldheer Drusus de stichter van deze
plaats is die dan Drusiburgum zou heten; burcht van Drusus. De hoge Martinikerk
wordt lange Jan genoemd had al in 1783 een bliksemafleider. Hier is geboren in
1735 Jan Hendrik van Kinsbergen die later beroemd werd als vlootvoogd. Hij
loofde in 1815 een eermetaal uit aan de vervaardiger van het beste volkslied.
De prijs werd toegekend aan Tollens wiens zang door Johann Wilhelm Wilms op
muziek werd gebracht, dat was het lied Wien Neerlandsch bloed. Vlakbij
Doesburg ligt het dorp Angerlo met het fraaie landgoed Bingerden.
Domburg, bij Middelburg, 1181
Dumburgh, 1271 Domborch; burcht met half in de bodem verzonken versterking, of
van burcht in de duin. Het had een kerk die in 1848 afbrandde door een onweer.
Het had in de kerk 27 ruwe stenen beelden van goden en godinnen en de
merkwaardigste was die van de godin Nehalennia. De 7 minst beschadigde werden
weer in de herbouwde kerk geplaatst en in 1866 naar het museum van Zeeuwse
Genootschap der Wetenschappen overgebracht.
Doornenburg, bij Nijmegen, eerder Dorenburgh of Donenburg en Doronburc, 1163 Thorenburg; burcht van Doro met
een oud slot van die naam in het begin van de Linge. Het was een heerlijkheid van de Aemstels. Tussen het sloot en de kerk
staat, stond een van de oudste eiken van ons land. Graaf van Gelderland heeft in 1255 een gedeelte van de
tienden geschonken aan het klooster s Gravendaale.
Doornik, Doirnik, bij Bemmel,
eind 11de eeuw apud Tornacum, genoemd naar het Belgische Doornik/
Tournai; fort op hoogte.
Elburg, 1255 Elburg; el; hoger
gelegen grond of van berg met laagte, onduidelijk. Dat mogelijk omdat het lang
met overstromingen te kampen heeft gehad zodat na de tweede Marcellus vloed in
1362 het besluit werd genomen om het te verplaatsen, later werd pas de kerk er
in gebouwd op een hoek die nog vrij was, dus niet in het centrum. Ze heten naar
het baksel waarin ze hun eer stelden pepernoten.
s Graveland, bij Hilversum,
1245 Gravelant; land van de graaf. Daaronder liggen de buitengoederen
Schaepenburgh, Gooilust, Spanderswouw, Hilverbeek, Swaenenburgh, Trompenburg
etc. Die laatste is het huis gebouwd in de vorm van het achterste gedeelte van
een oorlogsschip door admiraal Cornelis Tromp die in 1691 overleden is.
s Gravenhage, ook Den Haag, 1242 Haga,
1630 s Gravenhage; omheind gebied van de graaf, hier de graaf van Holland.
Eigenlijk is het in de vanouds gangbare zin geen stad omdat het nooit muren of
poorten heeft gehad. Het was wel een jachthuis van een van de Hollandse graven.
Bekend om zijn regeringsgebouwen, paleizen, het Mauristhuis uit 1640 gesticht
door Johan Maurits, graaf van Nassau, zijn bos en daarin het eigenlijk onder
Wassenaar behorende Huis ter Bosch of de Oranjezaal gebouwd door Frederik
Hendrik voor zijn gemalin Amalia van Solms. In dat paleis is koning Willem I
geboren en in 1899 was het de vergaderplaats van de Internationale
vredesconferentie. Er zijn twee standbeelden van prins Willem I, een van koning
Willem II. Op 4 november 1897 is een borstbeeld onthuld aan de Scheveningseweg
van Constantijn Huygens. Een deel van haar aantrekkelijkheid ontleent de stad
aan Scheveningen. Op de weg daarheen ligt Zorgvliet, de buitenplaats waar Jacob
Cats gewoond en overleden is in 1660. In de Kloosterkerk is een gedenksteen van
Jacob Cats aangebracht in 1853 aan een pilaar boven zijn graf waarin in 1660
zijn stoffelijk overschot werd geborgen naast zijn gade Elisabeth van
Valkenburg . Ook woonde daar Anna Paulowna, de weduwe van koning Willem II. In
de grote of Sint Jacobskerk is onder ander een praalgraf van Jacob, baron van
Wassenaar, die met zijn admiraalschip de Eendracht in de slag tegen de Engelsen
op 13 juni 1665 met schip en al de lucht in vloog. Bekers en schotels voor het
Avondmaal en ook de doopvont zijn van goud wat aan de kerk geschonken is door
een douairire de Bertry in 1773. Constantijn en Christiaan Huygens zijn er
geboren, Bilderdijks vrouw Katharina Wilhelmina Schweickhardt en vele anderen
meer.
In verband met de ooievaar in
het gemeentewapen en die ook in het kerkzegel staat heten de inwoners ooievaars
en worden ook naar de deftige wijsgerige houding en bezigheid van die ooievaars
waterkijkers genoemd. Een niet zo hoffelijk spreekwoord zegt; Kaal en royaal,
Haagse mode. Bekend van de Haagse mopjes en beschuitjes.
Hagestein, Hagestyn, bij Vianen,
1241 Gaspward, Gasparde of Gasparein, Gasbaer genoemd, 1274 Hagesteine; kasteel
in omhaagd gebied. Otto XVI, heer van Arkel heeft het in 1360 met wallen en
grachten omringd en bouwde daar een sterk kasteel met de naam Hagesteyn wat
later ook de naam van het stadje werd.
s Hertogenbosch, eerder Busloth in 1184, 1222 de Orthen cum Buscho, 1251 Buscho dulcis, 1312 s Hertoghenbosche, bus of busch; bos, is door Godefridus of Godfried III, hertog van Brabant tot stad gemaakt en Hertogenbosch genoemd. Die Godfried wordt ook wel Godfried in de wieg genoemd omdat ze hem in de veldslag in de Grimbergse oorlog in zijn wieg aan de boom hingen om door die aanblik de moed en geestdrift van de hunne aan te wakkeren. Later had Godfried daar een jachtslot en wordt