Plaatsnamen en hun betekenis. De plaatsen worden niet alfabetisch genoemd, omdat ze vaak eenzelfde oorsprong hebben worden ze naar die oorsprong bij elkaar gezet. De ronde zegels zijn kerkzegels. Voor de kleurcodering, zie onderaan.

 

 

Holland.

De naam van Holland wordt niet voor de elfde, ja twaalfde eeuw bij een schrijver vermeldt. Dan Hermannis Contractus die zijn historie tot de elfde eeuw gebracht heeft noemt geen Hollanders, maar spreekt overal van Flarditinga waarvoor hij de stad Vlaardingen wil verstaan hebben die van Gerardus Noviomagnus Vlardinga en Vlardingiacum genoemd wordt.

Men vindt echter het Graafschap Holland vermeldt in een open brief die door Henrik IV aan de Utrechtse bisschop Wilhelmus in 1064. Of dat het een graafschap was of geheel Holland was is onduidelijk. Verder vindt men het in een handschrift van Dideryk V, graaf van Holland, waar hij de giften van zijn voorzaten aan de abdij van Egmond opnieuw bevestigd, 1064. In dit handvest noemt hij zich Comes Hollandensius, de graaf van Hollanders. Een zekere brief van Frederik, aartsbisschop van Hamburg, uit 1106 maakt gewag van de Hollanders zodat die naam minstens in de elfde eeuw al bekend is geweest. Met Holland werd een klein gedeelte van Dordrecht zo genoemd, Dordrechts waard.

De naam kan komen: Van Holtland, hout land.

Volgens anderen van hooiland, vergelijk Holland in Lincolnshire, een hooiachtig landschap.

Of van Deens die hier een tijd lang geweest zijn, vergelijk het eiland Oeland.

Of van hollen omdat het een fors en ongetemd volk was.

Of van hol land, net zoals Zee land, Maas land, Rijn land, vandaar ook Nederland genoemd

Of van een vlek gelegen tussen Utrecht en Leiden Rijn die Holland heette.

 

Veluwe of Vaeluwe, vaal, of van de hoeveelheid landerijen, dan komt de naam van veel. Of van het Germaanse falwa in de zin van onvruchtbaar land, vergelijk Engels fallow lands en dat in tegenstelling tot de vruchtbare Betuwe. Volgens anderen van Venuwe omdat ze hier en daar veenlanden heeft. Vanouds behoorde het tot de Brabanders en is onder Gelderland gekomen toen Henrik van Nassau, derde graaf van Gelderland, 1132-1162, het door zijn huwelijk met Sinarda kreeg.

 

 

 

Wieren.

Wieren zijn kunstmatige ophogingen in het land. Je moet het zo zien dat de eerste mensen langs de venen en zandruggen naar de Wadden trokken en daar vermoedelijk palen met draden of matten gemaakt hebben van mogelijk zeewier dat vroeger veel voorkwam, dat om vis te vangen. Daar viel het wier met vis in en zette zich zand neer en met het wier maakten ze een verhoging. Ze gingen dan steeds verder de Wadden in een maakten daar nieuwe wierplaatsen die steeds hoger werden, soms wel tot 9 meter., omdat het land daar lager en ze meer last hadden van de zee en de tijdingen. Hoe verder je dus komt hoe jonger de terpen zijn. Voor de komst van de monniken werden die dorpen niet beschreven, maar ze zijn wel oud en omdat de monniken begonnen met verkavelen en dijken aan te leggen moeten de dorpen met wier of iets dergelijks ouder zijn dan 950. De laatste onderzoekingen hebben aangetoond, dat de meeste terpen op de oude zware klei zijn aangelegd en in hun onderste lagen veel mest bevatten wat op de aanwezigheid van vee wijst.

De naam wierden zien we in het oud-Hoogduits als Werfen wat ophogen betekent, zo is ook de naam via warf naar werf ontstaan. De betekenis hoogte komt ook goed uit in werve, de naam van een soort van kleine ronde stellen die men vroeger bouwde op de schorren en gorzen in Zeeland. Die verhogingen werden in Groningen ook weerden genoemd, (wieren en weeren). Weer vindt men nog in Groningen.

 In Gelderland en Utrecht was in de middeleeuwen de gewone vorm weerd; later ging die over in het jongere waard. Dat in de benaming uterweerd (uiterwaard).

Die uitgang wier, wird, werd, wer, ward, warf, warven, waerft, werf, werve en dergelijke zie je door Groningen en heel Friesland en zal dan ook vermoedelijk richting Antwerpen gaan omdat de Friezen vroeger over dat gebied heersten voordat de grote stormen meer meren maakten in die gebieden en later veroverd werden dor de Franken en christelijk werden waardoor de namen vaak veranderden.

Het woord wier schijnt oudtijds een ruimere betekenis gehad te hebben, namelijk die van hoogte in het algemeen. Want het Roode Klif, de natuurlijke hoogte ten Zuidoosten van Stavoren uit het Pleistoceen van Gaasterland, heette bij de oude Friezen Reawier, de naam wier staat dan voor een kunstmatig opgeworpen hoogte evenals terp, maar in de regel kleiner dan een terp en dan ook niet bebouwd of veelal nabij een boerenwoning of een state en ook als hoge begraafplaats. Dat laatste wel omdat er op die hoogte vaak een toren gebouwd werd ter bescherming, verder een kerk waar dan een begraafplaats bij ligt. Werven of warven zullen ook naam hebben gegeven aan een groot gedeelte van het tegenwoordige zuidoost Friesland, namelijk aan Stellingwerf waar stellingen of stallingen waren, een soort van rechters, en aan Schoterwerf, dat is Schoterland, een voormalige gemeente in het zuiden van Friesland gelegen langs de Tjonger.

Plinius verhaalt een 60 jaar na Christus; De oceaan breidt zich door gedurig verloop van dag en nacht daar zeer wijdt uit en bedekt het in een eeuwige strijd van de natuur met vertwijfeling of een gedeelte daar aarde of zee is. Daar woont een ellendig volk op hoge heuvels die met verheven hutten (terpen) bezet zijn tot boven de hoogste vloed en omringt van het water net zoals de scheepslieden die schipbreuk geleden hebben. Omtrent hun woningen vangen ze vissen. Waarschijnlijk aten ze eenzijdig voedsel, vis, vogels en vlees want Plinius verhaalt in zijn 25ste boek, 3de hoofdstuk, over een ziekte in Nederland waartegen de Friezen een plant gebruikten die ze brittanica of vibones noemden. Die ziekte is kennelijk scheurbuik. Zuring zou de Vera antiquorum herba brittanica zijn die door de oude bewoners van Brittanni aan de krijgslieden van Caesar gegeven zou zijn als middel tegen scheurbuik.

 

Abbingawier, in 1546 zo genoemd en heette in 1379 Abbingwer, 

 

Aduard, Auwerth, in Groningen bij Zuidhorn, werd gesticht in 1192 als Adewerth: oude wierde of wierde van Ado. Het had een belangrijk klooster van de Cistercinzer orde die gesticht is in 1192 en bekend werd vanwege de ontginning en afwatering van woeste gronden. Ze groeven Aduarderdiep, legden Aduarderzijl aan, stichtten boerderijen zelfs tot onder Groningen. Op zijn toppunt had het dan een 10 000 ha grond in bezit en waren daardoor zo rijk en vermogend dat de edelen dat niet zo goed vonden. De geestelijken werden dan in 1342 bij openbaar plakkaat verboden nog meer landerijen aan te kopen. De boeken van Aduard zijn op 11 september 1575 verbrand met de bekende bibliotheek. Alleen het hospitium bleef bestaan.

 

Allingawier, in het zuidwesten van Friesland, heette in 1379 Alingwere. Het is voor een belangrijk deel ingericht als museum, heeft echter nog een 100 inwoners. Een kleine state genoemd Allingastate staat in het dorp. De Hervormde kerk stamt uit 1635 en is in 1783 verbouwd.

 

Bolsward, 1038 Bodliswert, 1270 in Bodelswerde; wierde van Bodil. Ze worden oliekoeken genoemd, dat naar een twijfelachtig verhaal dat eens hun hoofdman, Edo Jongema toen er enige buitenlandse gasten bij hem waren, het gepast vond die heren op dit gebak te onthalen.

Onder Bolsward is in de hof van het klooster Bloemkamp graaf Willem V begraven die met vele Hollandse edelen sneuvelde in een slag tegen de Friezen op 27 september 1345. Dat klooster is gesticht in 1191 en in 1572 verwoest.

 

Burdaard of Birdaard, aan het kanaal naar Dokkum, Dokkumer Ee, komt van Burdwerd, 1418 Berdauwerth, in 1150 Breitenfurt zo te Fulda genoemd in 944 wat brede voorde betekent, maar furt is hun weergave voor wurthi; wierden. Burd betekent boorde aan een water, dus een wierde aan de oever. Het volk wordt spottend schaapskoppen genoemd.

 

Doorwerth, bij Wageningen, 1280 Dorenweerd; riviereiland en doorn. Het heeft een bekend middeleeuws kasteel van 1260. Een oude overlevering verhaalt dat Berent van Doornwerth tot heer bestemd na de dood van zijn vader en door zijn twee jongere broers gekerkerd werd onder de toren die aan de zuidwestelijke kant van het kasteel stond en dat toen ze twisten over de verdeling van de goederen de plotselinge instorting van die toren hen beiden doodde en hun broer Berent bevrijdde.

 

Doorn, bij Wijk bij Duurstede, eerder Thorhem, 12de eeuw Thornen; plaats bij doornstruiken. Het Huis te Doorn dateert uit de 14de eeuw. Merkwaardig is vanwege aanleg en inrichting het landgoed Hydepark.

 

Emmeloord, eerder Emelwerth, Emmelwerd, 1364 Emelwaerde; wierde van Amilo of van een water Amilo, was een terp op het eiland Schokland. Het was een eiland net zoals Urk en een gedeelte heette Maarnhuysen wat geleidelijk aan verdween door opkomend water.

 

Ferwert in Fries of Ferwerd, bij Stiens aan de Waddenzee, in 1150 Fatruwerde; wierde van Feder. Heeft een 15deeeuwse kerktoren

 

Garnwerd, 10-11de eeuw ad Granavurdh, wierde van Grano, bij Winsum, de bewoners worden spottend gortvreters genoemd. Het spreekwoord als men iets niet meer weet, stuur het maar naar Garnwerd doelt op het slopen van schepen, dus waar alle oude rommel zijn man vindt. Vroeger lag het op een soort schiereiland tussen het Reitdiep en Aduarderdiep, vandaar. De Sint Ludgerkerk uit de 13de eeuw kerk heeft heel bijzonder een marmeren nachtmaaltafel.

 

Garrelsweer, 14de eeuw Gerleuiswert; wierde van Gerlef. Wordt vermeld in een oorkonde uit 1057 war de Duitse keizer het recht schenkt om in Gerleviswert een markt te houden aan de aartsbisschop van Hamburg. In de dorpskern lag de 3 ha grote wierde van Nijenhuis. Later werd het dorp verplaatst naar de dijk langs de Damsterdiep waar in de 11de of 12 de eeuw een kerk werd gebouwd die later is afgebroken.

Het kerkvolk was bijeen en de koster las voor wat hem was opgegeven. Toen hij aan het eind was en de predikant er nog niet was begon hij weer van voren af aan. Vandaar het spreekwoord, al weer van voren af aan zoals de koster van Garrelsweer.

 

Hoewel het historisch niet te bewijzen is valt Hauwert heel goed in dit rijtje, het werd wel in 1313 Oudeboxwoude; oude bos van Bok, genoemd ter onderscheiding van het nieuwe Nueweboxwoude dat nu Nibbixwoud heet, in 1494 echter Hauwaert. Maar Hauwert komt niet zomaar uit de lucht vallen hoewel je hier geen terp ziet; hauw kan gemeenschappelijke grond betekenen of beter hof, wert is wierde. Hauwerter Zak waar de weg vroeger opeens eindigde is ontstaan door een overstroming tussen Hauwert en Wervershoof, de Neuvel. Daarna is Zwaagdijk gebouwd en verloor Hauwert zijn doorgaande functie.

 

Hijlaard, Hylaard, Fries Hilaard, bij Leeuwarden, 1329 Elawerth, 1505 Hylaerd; wierde van Ele. De bewoners worden spottend pruimen genoemd. Op een klok in de toren staat; In het jaer 1300 ben ick gedoopt. Het werd gewijd om alle boze geesten en onheil uit de omtrek te weren.

 

Holwerd, bij Dokkum, Holwert in Fries, met veerdienst naar Ameland, eerder Holevurt, in 1399 Hoelwerde; wierde in laag gelegen of drassig land. De overlevering zegt dat Sint Ludgerus hier in de 8ste eeuw het Christendom plantte en zeer veel indruk maakte omdat hij een blinde ziende maakte. Ze worden spottend roekenvreters genoemd. De Sint Willibrordus kerk staat op een aperte wierde die in 1580-1584 na de aanleg van een nieuwe dijk binnen het dorp te liggen wat te zien is op een gedenksteen binnen en buiten de kerk. Is in 1775 tot 1778 gebouwd op de plaats van een andere afgebroken kerk.

 

Jorwerd, bij Leeuwarden, 1329 Ewerwert, 1403 Joerwert; wierde van Ewer. Ze worden spottend dweilstukken genoemd.

 

Kimswerd, bij Harlingen, Fries Kinswert, 1400 Kemswert; wierde van Kamme. Geboorteplaats van Pier van Heemstra, bekend als Grote Pier, Greate Pier, die zich bondgenoot noemde van hertog Karel van Egmond en alom schrik en verwoesting verspreidde vanwege de keus van zijn wapenfiguren, galg en rad met zijn leuze; Niemand ontzien, geen mens en geen duivel.

Hij was bekend vanwege zijn kracht. Het gebeurde eens dat enige soldaten tegen hem uitgezonden hem ploegend vonden zonder hem te kennen en hem vroegen of hij hun zeggen kon waar Grote Pier woonde. Hij tilde daarop de ploeg uit de grond en hield die rechtuit met het word; Daar woont hij en hier staat hij. En sloeg zo met de ploeg rond dat enkele soldaten dood neervielen en de overige het hazenpad kozen. Er wordt verhaald dat en vijf sneuvelden en dat daaruit de naam Vijfval te verklaren die een stuk land bij Kimswerd draagt.

 

Leeuwarden, Leeuwaerden, Liutawerde, volkstaal Lieuwert, Liouwerd of Ljouwert, komt van Lienward uit 1148, wier en lee en lo: hoge en dorre plaatsen. Hoewel het ook een persoonsnaam kan zijn van Lino. Maar in het klooster Fulda spreekt men villa Lintarwde, villa; stadje, onwaarschijnlijk. Leeuwarden is ontstaan op terpen bij een inham van de Middelzee met de riviertjes Ee, Vliet en Potmarge, de Middelzee slibde later dicht. Het is ontstaan op terpen waar drie nederzettingen ontstonden, Oldehove, Nijehove en Hoek. Dus de naam kan pas gevormd zijn nadat ze samen gevoegd werden in 21 januari 1435 en een van die namen Leeuwarden gaf. Oldehove had in de 12de al een kerk die aan Sint Vitus was gewijd en uit akten uit de 14de eeuw komt die kerk voor onder de naam Liiewardensis.

In de grote of Sint Jacobskerk is een grafkelder waarin van 1588 tot 1765 vele doden uit het huis van Oranje zijn bijgezet. De eerste was Anna, vrouw van Lodewijk van Nassau en dochter van prins Willem I, de laatste van Maria Louisa, weduwe van Johan Willem Friso. Prins Willem IV is te Leeuwarden geboren in 1711 enkele weken na de dood van zijn vader te Moerdijk. De Prinsentuin is aangelegd door Willem Frederik van Nassau in 1658 en door Willem I aan de stad geschonken in 1819. Merkwaardig is de zware onvoltooide toren van een kerk die een vergroting was van de zeer oude Sint Vituskerk van Oldehove die vanwege bouwvalligheid werd afgebroken rond 1595, het Amelands huis herinnert aan de Cammingha s, heren van Ameland dat ze stichtten en bewoond hebben en daarom Heerlijkheid heet. Het Burmania huis was vroeger een slot met uitgestrekte hof omringd naar de Gemme van Burmania die als afgevaardigde van Friesland te Brussel in 1555 de eed van Filips niet knielend wilde afleggen zoals de anderen, maar het rechtopstaande zwoer na gezegd te hebben; de Frizen knibbelje alline for God, de Friezen knielen alleen voor God. Ze heten spottend galgenlappers omdat er eens toen er dieven gehangen moesten worden ze tegen het aanschaffen van een nieuwe galg opzagen en lieten de oude vermolmde galg wat oplappen met als gevolg dat het ding brak en instortte met de gehangen boeven eraan. In de buurt van de stad vindt men een huis met het opschrift; De drie dukatons, dat naar mooie Aaltje die lichtvaardig was en ruw en goed vloeken kon en vaak de duivel aanriep. Toch was Edo, een boerenzoon, verliefd op haar. Maar hij werd grof en hard door haar afgewezen. Eens op een avond zat ze te spinnen. Er werd geklopt. Ze deed open en zag een rijzige jongeman die vroeg of hij daar even mocht schuilen want het weer was slecht. Aaltje geeft hem een stoel en hij gaat naast haar zitten. En hij vertelt en vlijt en komt tot een liefdesverklaring. Aaltje zegt niet neen. Hij geeft haar een kus en zij hem. Hij geeft haar een grote gouden ring als pand van zijn trouw en vraagt van haar een weder pand. Ze haalt uit een kistje drie dukatons aan een fluwelen band geregen, een geschenk die nog door Edo zijn gezonden die ze maar gehouden heeft. Die geeft ze aan de bezoeker, maar hij ziet een kruis er op en verschiet, op zijn hoofd worden twee horens zichtbaar, zijn voeten vertonen zich als paardenpoten, het is de duivel die de nabijheid van kruisen niet kan dulden en vlucht. Aaltje valt in onmacht en toen ze tot zichzelf kwam werd ze een ander mens. Edo vernieuwde zijn aanzoek en Aaltje zei ja en ze leefden nog lang en gelukkig.

 

Zandwerven, bij Spanbroek, 1653 Sandwerven, een werf bij een zandrug. Als er iemand gestorven is heet het; hij is naar Zandwerven.

 

Wervershoof, eerder Warfartshove, 1344 Walvairshoeve, 1499 Werfertsoeff, in oude kroniek van Medemblik wordt gesproken van Werenfrits Hoeve, nu Werferts Hoof, dat naar de H. Werenfrid die als volgeling van H. Willibrord daar gepreekt zou hebben. De wierde en de hoeve zijn nog duidelijk zichtbaar in de Neuvel, het oude centrum van Wervershoof; werf, een hoeve op een werde of wier.

Deze plaats werd op een landkaart van 1288 Werfaertshof als een banne (rechtsgebied) genoemd.

De Neuvel was de verbindingsweg met Hauwert. Door een overstroming verdween de weg en bleef Hauwerter Zak over. Dat wiel is nog te zien is in de wiel van de Eendenkooi. Dat was wel in 1169 toen hele streken weggevaagd werden en de Zuiderzee voor een groot deel gevormd werd.

Daarna is Zwaagdijk gebouwd langs de Neuvel die met Hauwert zijn doorgaande functie verloor en minder bekend werd. In 1288 wordt Zwaagdijk al vermeld. Vlakbij de eendenkooi liggen nog wat heuveltjes, terpjes, plaatsen waar in natte tijden het vee gebracht werd. Prof Waterbolk heeft hier opgravingen gedaan omdat hij meende dat het oude grafheuvels waren. Maar je begraaft de doden niet in natte plekken, maar in droge zoals Hoogwoud en Westwoud. Hij vond dus niets.

 

Woerden, bij Kamerik, eerder Wurdin, 1131 Worthen; omheind gebied, hoogte, vergelijk Wirdum. Het kwam in de 13de eeuw aan Holland na eerst tot Utrecht te hebben behoord. In 1672 had het veel van de Fransen te lijden en ook in 1813 werd het tot hun een toneel van plundering en moord gemaakt. Het is de geboorteplaats van Jan de Bakker of Johannes Pistorius in 1499 die de 15de septmber in 1525 als eerste martelaar der Hervrming te s Gravenhage hier te lande de vuurdood onderging. Het kasteel van Woerden dat door Godfried van Renen gesticht is in 1160 en meermalen verbouwd is na als vrouwengevangenis gediend te hebben en een militair kledingmagazijn geworden.

 

 

Wierde.

Metslawier, Fries Mitselwier, bij Dokkum, 1500 Metslewer, kende drie staten als de Ropta state, Unia State en Wibalda state. Op een steen in de kerkmuur staat een opschrift;

Anno 1570 op Alderheilige dach jauens (s avonds) is het water hier in der kerck hoegh wesd 1 voet en syn fardroncken in dese gritenie 1800 mensken.

In 1634 is hier geboren Balthasar Bekker die in zijn werk De betooverde wereld het geloof aan boze geesten, heksen spoken en dergelijke bestreed. Een zwerm van tegenstanders kwam tegen hem op en vereerden hem onder andere met het volgende compliment;

Om den duivel te vergeten,

Balthasar! Zoo moet je weten,

Dat ik in plat Hollandsch zeg:

Bekker! Hou je bakkes weg.

Toch had hij ook bewonderaars, die schreven:

Dit is dien schriftdoorleerde Bekker,

Dien Hel en Toverij ontdekker,

Die hoe getrapt, getergt, noch stil

Zich onderwerpt aan s Heeren wil

Een man, gesont in leer en leven

Hoe meer gedrukt, hoe meer verheven. Hij stierf te Amsterdam in 1698 en is begraven te Jelsum.

 

Offingawier, Fries Ossenwier, bij Sneek heette in1328 Offinghewere; hoog gelegen land van Offinga. Boven de kerkdeur staat een dichterlijk opschrift;

Geen schooner les van meerder kracht,

Dan Micha zes en wel vers acht. Hier wordt bedoeld; Wat eist de Heer van u dan recht te doen en weldadigheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God? In 1465 werd in deze gemeente op wonderbare wijze een doorbraak hersteld. Door het binnendrijven van een stuk elders losgeslagen land werd het ontstane gat gedicht.

 

Opwierde, bij Appingedam, 13de eeuw Upwirthe; hoge liggende wierde, liggen twee kleine wierden, de hoge en de kleine hoge werf genaamd. In het dorp staat een oude kerk uit de 13de eeuw.

 

Oosterwierum, bij Sneek, 1329 Werum, 1441 Aesterwerim, oostelijk wier. In de hervormde kerk was vroeger aan een balk een afbeelding te zien van een vos in monnikspij die voor een troep ganzen preekte, een spot van middeleeuwse bouwmeesters die zich dat veroorloofden om de geestelijkheid te bespotten.

 

Onder het nu verdwenen dorp Oterdum, gemeente Delfzijl, ligt de buurt de Warven, enige woningen op hoogte gebouwd.

 

Poppingawier, Fries Poppenwier, bij Irnsum aan de Sneekervaart, heette in 1401 Popengwere, 1369 Popingha; wierde van Poppinga

 

Sauwerd, bij Winsum, 1364 Souwerth; wierde van zoden gemaakt. In 1840 is de middeleeuwse kerk gesloopt

 

Tjamsweer, bij Appingedam, heette in de 13de eeuw Thiamerswerve,; wierde van Thiadmar. In en rond het dorp liggen een vijf wierden, in de 15deeeuw met de komst van het Damsterdiep verplaatste zich de bebouwing zich daar.

 

Ternaard, bij Dokkum, eerder in villa Tunuwerde, Tununfurt, 1150 Dunevurt; lang gerekte wierde, Oud Fries Tonnawerd, de inwoners heten varkensvilders.

 

Usquert, bij Warffum in Groningen, 1370 Usquerthe, wierde en weide. Wordt in de levensbeschrijving van Liudger genoemd, de kerk stamt uit de 13de eeuw.,

 

Wierum, in Dongeradeel, staat de kerk uit 1200 op een wierde die vroeger midden in het dorp stond maar vanwege de zee nu aan de kant van het dorp staat, bij de dijk.

Kleine Wierum ligt bij Appingedam; woonplaats op wier.

 

Wieuwerd bij Sneek, Fries Wiuwert, 1370 Wywerth; wierde van Wige, heeft een grafkelder waarin de lijken niet vergaan maar leerachtig worden. Een van die lijken wordt voor die van Anna Maria van Schurman gehouden, die wonderbaar begaafde vrouw die met andere volgelingen de vermaarde prediker Jean de Labadic na zijn dood in 1672 zich daar vestigde en in 1678 overleden is. Hoewel ook beweerd wordt dat ze niet in de kerk maar erbuiten begraven is.

 

Bij de nieuwe namen Wieringen en Wieringermeer is dat duidelijk.

 

 

Weer.

Weer vindt men nog in Groningse plaatsnamen in Abbeweer, onder Baflo; wier en Abbe. In Friesland ligt Abbewier, voormalige state.

 

Borgsweer, bij Delfzijl, 1432 Borgisweer, later Borchweer; wier dat opgeworpen is, of afgeleid van borg of burcht, dat laatste is goed mogelijk want de wierde is vierkantig.

 

Dallingeweer, bij Delfzijl, 1455 Dallengwerum; wierde van Dallinga.

 

Lalleweer; wier van Lalle, bij Delfzijl, die wierde is ooit als voorwerk van het grijze monnikenklooster bij Baamsum gebouwd.

 

Mensingeweer, onder Leens ten Zuiden van Eenrum, 1371 Mensingheweere; wierde van Menze. Daar lag het klooster Lulema dat in 1654 genoemd werd en in 1824 voor afbraak verkocht werd.

 

Werum, bij Ten Boer, 1289 Werum; nederzetting op wierde, in 1445 Wyttewerum, nu Wittewierum. dat witte komt van de kleding van de Premonstratenzers die sinds 1213 hier de abdij Hortus Floridus of Bloemhof hadden die gesticht werd door Eemo van Huizinge. Is afgebroken tijdens het bewind van hertog Alva. Met de stenen zijn grote delen van het Prinsenhof in Groningen gebouwd. Op de fundamenten van het klooster werd in 1863 het kerkje van het dorp gebouwd.

In de buurt van die abdij begon de slag die in Heiligerlee eindigde.

 

 

Terpen.

Terpen zijn dus groter dan wieren, vaak een natuurlijke zandrug. Bijna alle terpen werden bewoond, de kleinere droegen een enkel huis of state; op de grotere ontwikkelden zich gehuchten en dorpen. Vandaar dat ook veel plaatsnamen in Friesland met terp, therp, thorp en torp voorkomen.

 

Greonterp, Zuidwest Friesland, 1482 Grovendorp; gegraven dorp.

 

Jonkersterp; terp van een jonker, onder Makkum, waar ook de Maartensterp ligt.

 

De Terp of Torp onder Kollum die deels afgegraven is.

 

Slappeterp, bij Mendaldum, 13de eeuw Slepelterp, 1469 Slepperdorp; slappe grond of glibberig.

 

Ureterp, Fries Oerterp, bij Beetsterzwaag, 1313 Urathorp; ur; over; een hoger gelegen terp dat ten opzichte van het watertje de Boorn waar dan Olterterp wat lager ligt. Het is een langgerekte dorp op een zandrug.

 

Wijnjeterp; terp van Wine, Fries Weinterp, in gemeente Wijnjewoude, ligt op een zandrug. Ze burger hebben de spotnaam aangebreide kousen.

 

 

 

Heim, Hiem of heem; woonplaats, vaak tot hem verkort en als er een c of k in voorkomt ook wel n en in cum of kom veranderd of in um eindigen. Dit zijn vermoedelijk alle wat oudere plaatsen.

 

Akkrum, bij Heerenveen, 13315 Ackrom, 1447 Ackerem; woonplaats van Ake, of akker. Heeft in de kerk vier beschilderde ramen. Tussen de aanzienlijke heren in, rond 1759, bevond zich ook een zeer eenvoudig boertje wiens bijdrage van f 1000 zo n verbazing wekte zodat besloten werd zijn daad in een glazen raam te vereeuwigen. Dat zie je in het glas dat een voorstelling geeft van een uit een rots ontspringende beek waaruit een kalf staat te drinken. Het boertje heette dan ook Kalfsbeek. Op 18 juli werd de eerste steen gelegd voor een oude mannen stichting waaraan de naam Coopersburg is gegeven naar de milde gever die te Akkrum geboren is maar in Chicago woont waar hij Cooper heet maar eigenlijk Folkert Kuipers is.

 

Almenum, 1450 Almenum: woonplaats van Alman. Het is een dorp die al bloeide ten tijde van Karel de Grote maar is nu een deel van Harlingen.

 

Alphen, Alfen of Alpheim in Brabant, eerder Alfheim, eind 14de eeuw ecclesia de Alfeim, 1233 Alphem; woonplaats en alf wat mogelijk een riviernaam is, zie Alphen aan de Rijn, of van lichtgekleurde grond en zelfs als alf; geest, het huis der elven in de sprookjes.

 

Uit van Lennep;

Arnhem, Aarnhem, wordt van sommigen gehouden voor het Arenacum: huis van arenden, van Tacitus en de geboorteplaats van Claudius Civilis. Vandaar volgens andere zoveel als Arentsheim, een wijk van een arend of Aarnout. Arneym, 1480 Arnhem; woonplaats van Arno. Je zou denken naar de ligging van en naar de twee aa s van A; water en heim, woonplaats. Het is aan het begin van Drusus gracht die dat heeft gegraven naar de IJssel om die beter bevaarbaar te maken. Men vindt het allereerst vermeldt in open brieven van de keizers Otto III, 916, Lotharius II en Frederik II. In 847 geplunderd door de Noormannen. In 1233 wordt het gerekend tot de ommuurde steden. Het was de zetel van de hertogen van Gelderland.

Het Raadhuis is eens de woning van Maarten van Rossem geweest. Het wordt ook duivelshuis genoemd naar de drie saterbeelden aan de ingang. In de grote of Sint Eusebius kerk die hertog Arnoud in 1450 de eerste steen heeft gelegd is Karel van Egmond begraven als laatste van de Gelderse graven. Zijn eigen beeld en vier leeuwen en 12 apostelen versieren zijn tombe. De klok is een werkstuk van Hemony de beroemde Lotharinger van wie Vondel zong;

Ick verhef mijn toon in t zingen

Aan de Amstel en het Y

Op de geest van Hemony.

D eeuwige eer van Loteringen

Die t gehoor verleckren kon

Op zijn klockspijs en zijn nooten

Ons zoo kunstrijk toegegoten..

Er behoren vele landhoeven en rusthoeven toe als De Lichtenbeek, Warnsborn, Mariendaal op de gronden van de voormalige abdij Marienborn. Klarenbeek met de Stenen Tafel. Aan de weg naar Velp ligt Bronbeek dat door koning Willem III is aangekocht in 1854 en tot paleis liet inrichten. In 1859 gaf de koning Bronbeek de staat ten geschenke om te gebruiken voor invalide Indische militairen.

Als iemand vraagt wat Arnhem voor zoets voortbrengt krijgt hij als antwoord; jongens en meisjes.

 

Arum, bij Bolsward, 1400 Aeldrum, 1466 Arum; woonplaats van Alder. De inwoners worden mulkruipers genoemd, mul of molde, Fries moude; stof van kleiwegen en akkergronden. In de tijd van de Schieringers en de Vetkopers kozen ook de geestelijken partij over en weer en zo is op 4 juli 1380 bij Arum het zeldzame geval voorgekomen van een monnikenslag, een slag tussen de monniken van Oldeklooster of Bloemkamp, onder Bolsward, en die van Ludingakerk onder Harlingen, er vielen vele doden.

 

Baijum, Bajum, bij Leeuwarden en Winsum, in 1329 Baym: woonplaats van Bado. Vanwege de zeer grote oude doopvont zegt men in die streek spotwijze; zo groot als de Bajumer doopvont. De burgers worden erwtenpotten genoemd.

 

Bakkum, bij Castricum, 1420 Bachem; woonplaats van Bakke of van Germaans baka; welving of hoogte.

 

Beetgum, bij Leeuwarden, Fries Bitgum, 1399 Betinghim, 1439 Beethgem; woonplaats van Bade. Hier stond tot 1897 de Martenastate. Hier heten de bewoners schier-roeken, dat zijn bonte kraaien, schier; grauw of grijs ter onderscheiding van de echte roeken die zwart zijn. Zie Schiermonnikoog; schiere of grijze monniken. Bij het afgraven van een terp onder Beetgum is een steen gevonden waarvan het opschrift de schatplichtigheid der Friezen aan de Romeinen bewijst die naar het museum te Leeuwarden is gebracht.

 

Bennekom, bij Wageningen, eerder Beringa haim, plaats van Bero. Daaronder behoort het adellijke huis Hoekelom. In februari 1624 was de boswachter, Johan Gerritsz, die vanwege zijn hoornblazen de trompetter van Bennekom genoemd werd, eenzaam op weg. In die tijd liepen de Spanjaarden Veluwe af en hij zou dat bekijken. Toen hij in de buurt van Ede was waar zijn verloofde Truydgen Gosens dochter woonde die hij nu niet kon bezoeken kreeg hij de bedenkelijke inval om haar door een deuntje van zijn hoorn een teken van zijn nabijheid te geven en blies het Wilhelmus. De Spanjaarden in het kasteel Kernheim gelegerd hoorden die zo goed bekende tonen over de heide weergalmen en meenden dat de troepen van de prins in aantocht waren en namen overhaast de vlucht. Het begin van de ontruiming der Spanjaarden van de Veluwe.

 

Berlikum, bij Franeker, afgekort Belkum, ook Belsum, 1355 Berlichem, 1399 Barlichem; woonplaats van Berilo. Een zeer lang dorp zodat men in Friesland zegt; sa lang as Belkum, zo lang als Berlicum . De mensen worden spottend hondenvreters genoemd. Die naam zou al zeven eeuwen oud zijn en doelt op de ellende en hongersnood van 1182 die tegelijk kwam met een grote brand en inval der Noormannen. In 1496 verdedigde Bauck Poppema, bij afwezigheid van haar man Doeke Hemmema, haar stins tegen de Vetkopers zo dat het spreekwoord ontstond ; as de Hollanders fen Kenau blaze, dan roppe de Friezen fen Bauck. Als de Hollanders zich op Kenau beroemen dan verheffen zich de Friezen op Bauck.

 

Beusichem, bij Kuilenburg, eerder Buosinhem, 1131 Bosenchem; woonplaats van Boso. Het was bekend om zijn paardenmarkt dat al vermeld wordt in 1461. Van het slot dat er gestaan heeft in de 13de eeuw is niets meer over, mogelijk dat de naam Steenakker aan een stuk grond gegeven vermoeden dat het daar gestaan heeft. Bij dit dorp, bij de overtocht over de Lek, verloren Jan van Renesse, Arend van Benschop en enige samenzweerders tegen Floris V het leven door het omslaan de boot.

Dideryk, Gebrands zoon, heeft de kerk getimmerd en daarnaast een kasteel in 954, datzelfde jaar is hij gestorven en is met zijn vrouw in die kerk begraven.

 

Blaricum, bij Naarden, 1307 Barinchem, 1342 Blarichem; woonstede van Bladheri. Daarbij stond het koepelvormige gebouw dat meestal de Rotonde heet met mooi uitzicht over het Gooi. Werd opgericht in 1836.

 

Britsum, bij Leeuwarden, 1150 Bruggiheim; woonplaats bij een brug. Daar heeft lang geleden een sterk kasteel gestaan dat Britsenburg heette. De mensen daar worden spottend kalfskoppen genoemd.

 

Bergum, Fries Burgum, bij Leeuwarden, 1297 Berghem; nederzetting op hoogte. De mensen worden spottend koestaarten genoemd. Op het voormalige state Het Hooghuis onder Bergum schreef Coehoorn zijn beroemde werk Vestingbouw. Er is een poppestien waar de kindertjes gehaald worden.

 

Bozum, bij Leeuwarden, Fries Boazum, 1395 Bozinghem, 1427 Bosum; woonplaats van Bose. Ze worden knuppelaars genoemd, een gebruik bij het katknuppelen, het slaan of werpen met knuppels tegen een opgehangen ton met een kat erin en het najagen van de kat als die bij het breken van de ton van angst op de vlucht slaat. Op 17 januari 1586 werd er hier een slag geleverd tussen de legers van graaf Willem Lodewijk van Nassau en de Spanjaarden onder veldheer De Tassis. De Staatse vaandrig Otto Clant werd overmand en het vaandel van hem geist onder aanbod van lijf genade. Als antwoord slingerde hij zich zijn vaandel vast om zijn lijf wat zijn lijkkleed werd. Met het oog op die slag werd van een moedige knaap wel gezegd; hij hat nei Boxum west, hij is mee naar Boxum geweest. Een andere is; hij hat in stim as de pastor fen Boxum, hij heeft een stem als de pastor van Boxum, naar die prediker die zo luid sprak dat zo lang hij preekte er geen vogel op het kerkdak ging zitten.

 

Bunnik, bij Zeist, eerder Bunninchem, 1239 Bunnike; woonplaats van Bunno.

 

Bussum, bij Naarden, 1306 Bussen; bos, de uitgang um staat onder invloed van plaatsen als Hilversum. Daar was op het eind van november 1572 het hoofdkwartier van Don Frederik de Toledo en daar werden de afgevaardigden van Naarden, waaronder Lambertus Hortensius was, niet door hem ontvangen, maar door zijn overste Romero aan wie de sleutel van de stad werd aangebonden, een onderwerping wat echter niet belette dat Naarden barbaars werd uitgemoord.

 

Castricum, bij Bakkum, ooit Castringchem, Latijns castri; legerplaats, en heem; woonplaats. Maar de locatie van Castricum was, zo men meende, in de Romeinse tijd ver buiten de grenzen van het rijk en er is nooit een permanent Romeins legerkamp geweest. De Romeinen gingen tot de Rijn, maar de Rijn liep toen wel tot Egmond, zie Egmond. Mogelijk speelde die vestiging een rol bij de opstand der Friezen tegen de Romeinen in het jaar 28. Dat werd tot de slag van Badehenna waar een 900 Romeinse soldaten sneuvelden. Bij onderhoud aan de Velser tunnel zijn 2 Romeinse havenforten gevonden, ook skeletdelen van drijvende lijken en een officier onder veldkeien begraven. Verder slingerkogels, dan zou daar het Badehenna geweest zijn waar die slag tegen de Friezen plaatsvond. Het was ook het slagveld tussen de Engelsen en Russen op 6 oktober 1799.

 

Dalfsen, bij Zwolle, 1231 Dalsen, Dalfese, 1318 Dalvesem; woonplaats van Dalf. Heeft in de kerk een graftombe van de graven van Rechteren die hier vroeger een slot hadden.

 

Deinum, bij Leeuwarden, 1397 Deynim; woonplaats van Dago. Een dorp van onregelmatige bouw. Men weet te vertellen dat het in zeer oude tijden gesticht werd door twee zusters en die konden het over de aanleg niet eens worden. Ze kwamen overeen om een zeker aantal appels te gooien en dat ze zoals die neervielen de huizen zouden worden gezet. De oude kerk uit de 13de eeuw heeft een toren een sipel vorm (ui) die in 1589 is geplaatst.

 

Diepenheim, in Twente, 1134 Diepenheim, 1145 Difenheim; woonplaats die laag gelegen is.

 

Dokkum, in 1150 Tochingen, 14de eeuw Dockinga; woonplaats van Dokke, dok betekent een waterplant, bies. Het is de plaats waar Bonifatius gestorven zou zijn.

Volgens de overlevering werd hij tijdens een missietocht tegen de Friezen, samen met een peloton van 52 gezellen op 5 juni 754 te Murmerwoude: moordenaars woude, vermoord. Onderzoekers van de oudste historische bronnen zijn het er niet over eens of de plaatsaanduiding waar Bonifatius de genadeslag opliep, zo de traditie wil, bij Dokkum lag of (en daar is volgens sommige veel voor te zeggen) in het Belgische Schelde dal. Probleem is dan: wie veroorzaakt de wonderen met het water uit de Bonifatiusbron in Dokkum?

Op de plaats waar hij het leven liet zonk het paard van iemand uit koning Pepijn s gevolg met de voorpoten in de grond. Nauwelijks was het paard eruit geholpen of daar spoot met kracht kristalhelder water naar boven. Nog steeds is de bron in eren en wordt bijzondere waarde en werking aan haar water toegekend. Voor de hervorming vertoonde men er Bonifatius bisschopskleed, een door hem afgeschreven Nieuw Testament en vijf van de door hem in stenen veranderde broden. Hij kwam na een lange tocht door het Friese land bij een boerenhoeve aan. Hij had een geweldige honger en haalde opgelucht adem toen hij zag dat de boerin was bij een rokende oven. Hij vroeg haar om een stukje van het verse brood. De vrouw antwoordde hem dat er geen brood in de oven zat maar slechts een vijftal stenen die zij verhitte om haar badwater te verwarmen. Bonifatius zei: Inderdaad, ik zie dat u gelijk hebt, er zitten niets dan stenen in. Hij groette de vrouw en ging weg. Toen de vrouw enige tijd later de oven opende haalde zaten er inderdaad vijf gloeiende stenen en niet het verse brood in dat ze verwachtte.

Het tweede verhaal is dat hij op zeventigjarige leeftijd terug ging naar Friesland. Ergens tussen Murmerwoude en Dokkum wachtte hem een aantal rovers op die vernomen hadden dat de heilige een aantal kerkschatten mee voerde. De ongewapende priesters in zijn gezelschap en de oude bisschop zelf hadden met een overval dan ook geen rekening gehouden. Ze hadden dan ook niets bij zich om zich te verweren tegen de met bijlen en knuppels gewapende bende. De priesters, de een na de ander, zegen ontzield op de bodem neer. Ook voor Bonifatius was er geen redding mogelijk, een scherp wapen raakte zijn schedel ondanks het feit dat hij zijn hoofd trachtte te beschermen met het evangelieboek. De moordenaars zochten tussen de bepakking en de kleding van de slachtoffers maar vonden niets anders dan wat broden, een paar kruiken wijn en wat ander voedsel. Zeer teleurgesteld keerden ze naar hun dorp terug en vierden toch een laffe overwinning met een feestmaal van het geroofde voedsel. Ze zetten hun tanden in het brood, maar die braken af omdat de broden in steen veranderd waren. Ook dronken ze flink van de wijn, maar na een tijdje kronkelden de drinkers over de grond van de pijn en de een na de ander stierf. De wijn was in gif veranderd. Zo nam de hemel wraak op deze laffe moord.

 

Conclusie:

Wat heeft echter zon oude man heel in het vijandige Dokkum te zoeken? Een gevaarlijke reis, Drenthe was omgeven door moerassen, vennen en wadden en dan via de Friese meren en laagtes komt hij in een vijandelijke Friese omgeving. Logisch zou het zijn als je toch onder in Duitsland of Metz bent dan ga je via Luxemburg en dan richting Belgi of via de Rijn via Utrecht naar Engeland. Egmond was toch al gesticht door Willibrord en vandaar zou je beter kunnen reizen dan over Dokkum.

Zocht hij daar het martelaarschap op? Een argument om aan een meer gecordineerde actie te denken is het tijdstip waarop de moord op Bonifatius plaats gevonden moet hebben, namelijk bij het aanbreken van de dag. Dat was een tijdstip waarop destijds ook veldslagen werden uitgevochten. Bonifatius kan zijn verzocht op een Friese rechtszitting te verschijnen om zich te verantwoorden voor zijn vernielingen. Het niet verschijnen op een vroeg middeleeuws "gerecht" stond gelijk aan het bekennen van schuld. Volgens de Friese wetten, zoals we die kennen uit de Lex Frisiorum stonden tempelschenders en de aan tasters van heiligdommen de doodstraf te wachten. Bonifatius had zich dertig jaar tevoren schuldig gemaakt aan het omhakken van heilige bomen (heiligschennis dus volgens het Germaanse recht), zodat hij volgens de Friezen nog altijd strafbaar was. De Lex Frisiorum stelt: Wie in een heiligdom inbreekt en daar een van de heilige voorwerpen wegneemt, wordt naar de zee gevoerd, en op het zand, wat door de vloed bedekt wordt, worden zijn oren gekloofd, en wordt hij gecastreerd en ten offer gebracht aan de god, wiens tempel hij onteerde.

De verwarring komt omdat er bij de Friezen aan Friesland gedacht wordt, de oude Friezen waren echter West Friezen. De plaats Dokkum is ook niet zo oud dat het daar gebeurd kan zijn.

Bonifatius is volgens de Kerkelijke Historie en Outheden der zeven Vereenigde Provincien uit 1726; gestorven aan de rivier Bortna die West-Friesland eertijds scheidde van Oost Friesland bij het stadje Dokkinga of Dokkum. Dokkum of biezenplaats is een naam die aan meer plaatsen in dit waterrijke gebied wel gehad hebben. De rivier echter zal meer richting Purmerend gelegen hebben wat maar een dag reis van Utrecht ligt. Zo n oude man gaat niet weken lang op weg, de meest geode weg is via het water en niet over de wadden. Vanuit Utrecht zal hij wat tochten gemaakt hebben richting West Friesland en niet in het verre Friesland. Het is zelfs tegenwoordig nog vrijwel onmogelijk om die zaak zo snel te doen, zoals hieronder te lezen is, laat staan dat de moord in Dokkum was. Dan moet je ook als je naar Utrecht gaat tegen de stroom in en een noordelijke wind hebben.

Verder in Kerkelijke Historie; Albricus liet zijn vriend Luidgerus tot priester wijden en stelde hem aan te Oostergoo, een plaats in West Friesland, op de plaats waar H. Bonifatius de martelkroon heeft ontvangen. Oostergoo of ooster Gouwe is bij het riviertje de Gouwe, vlakbij Hoogwoud.

Kerkelijke Historie; Het lijk van de H. Bisschop is met de lichamen van zijn metgezellen (52) over een meer dat toen Elmere genoemd werd voor wind en stroom afgevoerd naar de stad Utrecht en aldaar begraven; tot de tijd dat enige godsdienstige en getrouwe broeders die aan hun hoofd hebben de eerwaardige Hadda door Lullus, bisschop van Metz, gezonden worden die het lichaam van de heilige martelaar naar Fulda, zoals hij in zijn leven belast heeft, gevoerd hebben wat nochtans niet zonder sterke tegenstand van de Utrechtenaren gebeurd is die zich echter onder de Goddelijke wil, die hun door gewisse tekens bleek, hebben moeten buigen. De marteldood van de H. Bonifatius is voorgevallen op de vijfde juni. Zijn heilig lichaam is de dertigste dag te Metz aangekomen alwaar een oneindig getal van mensen door Goddelijke ingeving van alle kanten tot het zien van deze statie was gekomen. Verder is het heilig lichaam, hoe sterk de mensen van Metz er tegen vochten, met een groot toestel en in een talrijke stoet naar Fulda gevoerd en in een gewelfd graf, dat voor hem gemaakt was, begraven alwaar het ook van tijd tot tijd door verscheiden wonderen vermaard is geworden.

Als je het geheel overziet kom je tot de conclusie dat het een geplande samenkomst was, vergadering of rechtszitting. Hij wist het dan ook van tevoren dat het spannend zou worden. Die samenkomst zal belangrijk geweest zijn zodat onmiddellijk na zijn dood het nieuws bekend werd onder de rivieren. Waarom had hij dan ook zo n grote groep mee? Het lijkt dan meer een volksopstand of lynchpartij geweest te zijn dan roof. Immers iedereen werd gedood waar bij een roof wel enkele in leven blijven of licht verwond zouden zijn. Was het de wraak vanwege zijn eerdere misdaden of heeft hij opnieuw gezondigd tegen de heidense goden?

De Dokkumers hebben net zoals de Haarlemmers meegedaan op de verovering van Damiate. Dokkum is het Edam en Kampen van het Noorden. Dokkumers heten garnalen omdat ze eens on zeer grote garnaal vingen die ze aan een kettinkje wilden bewaren totdat de prins kwam. De prins kwam niet en de garnaal was weg, garnalen worden daar garnaten genoemd Er was eens een gezelschap dat voor een groot turfvuur zat waar ze het geleidelijk aan warm en vreselijk benauwd kregen, toen de hond van het huis terugging kwamen ze tot de ontdekking dat ze dat ook moesten doen. Daarom is het spreekwoord; we moeten achteruit, zeiden de Dokkumers. De uitroep arm Dokkum ontstond in de 17de eeuw omdat de stad zoveel geld opnam voor het graven van een trekvaart naar Leeuwarden zodat ze met aflossing en rente betalen in gebreke bleven.

 

Doetinchem, in de Achterhoek, 838 als villa Duetinghem, Ductinghem, Deutichem, 1200 Duttencheim; woonplaats van Dutto, ook Deutekem, Duttichem, Duichingen, Durkum, Dotekom en Dorkum. Werd in 1100 ommuurd die in 1672 is afgebroken en kreeg in 1236 stadrechten van graaf Otto I van Gelre. Nog steeds staat er het middeleeuwse kasteel Slangenborg, veel is er verbrand door de grote brand in 1527.

Er heeft een vermaard klooster gestaan Bethlehem geheten dat in 1579 is geslecht.

 

Dongjum, Fries Doanjum, bij Franeker, 1417 Donijnghum, oorspronkelijk Doniaheim waar het geslacht Donia woonde. De kerk heeft een gebeitelde graftombe die gemaakt is door Jan Baptist Xavery waarin de moedige staatsheer Sicco van Goslinga ligt die geboren is op de Sickema State onder Herbajum en overleden in 1731. Van hem wordt gezegd dat hij Lodewijk XV gewaarschuwd zou hebben met; Gij zult het met ons niet zo gemakkelijk hebben, want Friese trouw en Hollandse dukaten zijn hard. En op hem doelt een spreekwoord der Friezen die iemand gebruikt als men hem probeert uit te horen en niets loslaten wil. Hij schreef uit Parijs vaak aan zijn vriend Sjuck Gerrold Juckema van Burmania en bediende zich hierbij van een oud Fries dialect en van Griekse letters. Toen zo n brief onderschept werd en bij Richelieu gekomen was probeerde die er op allerhande vleiende manieren achter te komen hoe dat te ontcijferen. Sicco zei onverschillig dat het niets was, een grap, waar geen sleutel op was. Dat halen de Friezen aan in hun spreekwoord; daer wier nen kay fen, sey Sikke, daar is geen sleutel op zei Sicco.

 

Ellecom, bij Doesburg, 1128 Ellenchem, woonplaats van Elich of Ello. In de kerk is het familiegraf van het geslacht Van Rheeden. Onder Ellekom behoort het landgoed Avegoor en het Huis Middachten dat al in de 12de eeuw wordt vermeld met een prachtige laan van die naam.

 

Erichem of Arichem, bij Buren, 1138 Erenkeim; woonplaats van Aro. De stichtingsbrief van de parochiekerk te Erichem is door Burchardus in 1105 geschonken aan de St. Maria s kerk te Utrecht. Behoorde toe aan het graafschap Buren.

 

Etersheim, onder Hoorn, 1277 Eitersem, 1342 Ettersem, 1393 Etershem woonplaats van Eiter of afgelegen plaats. In 1398 tot heerlijkheid verheven door graaf Albrecht van Holland. Het toenmalige dorp dat aan de mond van de ooster Ee lag is grotendeels verdwenen door waters noden van de Zuiderzee.

 

Farnsum, bij Appingedam, heette eerder Fretmarashem, 1228 Fermersheim; woonplaats van Frtithumar. Als er iets scheef staat noemt men het in Groningen ; zo scheef als de toren van Farnsum. Is wel in 1857 door een nieuwe, rechte toren vervangen. In de kerk zijn de grafzerken van de Ripperda s.

 

Gorinchem, afgekort Gorkum, Gornichem of Gorrichem, 1205 Gurinchem, later Gornichem, 1282 Gorinchem; woonplaats van Goring of waterpoel. De eerste bewoners bestonden uit half verhongerde en uitgemergelde mensen want dit zou het woord Gorren of Gorretjes in Nederduits betekenen. De van Arkels zijn al vanouds de eigenaars van dit land geweest en hadden er een sterke burcht, Johan VIII heeft de stad gebouwd in 1230. Er stond een begijnhof in 1391 en in dat jaar begon men met de bouw van de kerk. Jan van der Heyden is er geboren, de uitvinder van de brandspuiten. Ze worden spottend blieken genoemd. Voor martelaars van Gorkum, zie Oostvoorne.

 

Goutum, bij Leeuwarden, 1579 Goutom: woonplaats van Golde. Een terpdorp waarvan de terp is als meer andere terpen is afgegraven om als meststof te dienen. Hier stond tot 1881 het kasteel Wiarda State dat toen gesloopt werd en al sinds 1404 vermeld wordt als eigendom van de Edelman Sjoerd Wiarda. Sinds 1757 werd het bewoond door de familie van Cammingha. Het is ook wel Schenkinsma state genoemd om gelijk te gaan met twee naburige huizen, Drinkuitsma State en Putsmat State die ook niet meer bestaan. Men zegt dat die drie namen afkomstig zijn van drie broers die alle stevige drinkers waren van wie de overlevering dit zegt:

Eer dat ons dapper driemanschap

In Bacchus school vollleerd

Wordt in een Frieschen bekerstrijd

Verslagen en verheerd,

Eer zal de woeste Hercules

Herrijzen uit zijn graf

En slaan een tweede monsterdier

Tienduizend koppen af.

Voor die drie bekerhelden zijn gehouden de heren Ids, Sjuek en Syds van Eminga.

 

Uuit Lennep.

Haamstede, bij Brouwershaven, eerder Haemstede, van heim; woonplaats en stede; plek. behoorde aan die van Renesse, toen er geen wettige zoon meer was kwam het aan graaf Jan I die het schonk aan zijn bastaardbroer Witte die net als hij een zoon was van Floris IV in 1299. Later was de naam Witte van Haamstede de naam van de overwinnaar van de Vlamingen in de slag bij het Manpad op elke Hollandse tong en hart. Waarschijnlijk is het slot van Hamstede door deze Witte gesticht. In 1525 door brand vernield en in 1609 weer opgebouwd.

 

 

 

 

 

Haarlem, Haerlem, eerder Haralem in de 10de eeuw bij een inventarisatie van Utrechtse bezittingen waar het vermeld wordt met 3 boerderijen, van hem of heem of heim woonplaats, en harula van haar; zandige rug. Het was al in de 12de eeuw een welvarende stad. Kreeg in 1245 stadsrechten van Wille II van Holland. De burgers namen deel in de verovering van Damiate door graaf Willem II in 1219 waar de in de grote kerk opgehangen scheepjes op doelen net zoals iedere avond de klepperende klokjes die dan ook Damiaatjes heten en ook in het gemeentewapen voorkomen, zie Dokkum en Edam. Veel heeft het van het woeste Kaas en Broodvolk te lijden gehad. Die opstandelingen sloegen in 1492 de schout Klaas van Ruyven dood, hieuwen zijn lijk in stukken, pakten het in een mand die ze aan zijn vrouw, Maria van Cats lieten brengen met het opschrift;

O Vrouwcken van Ruyven

Aan deze boutkens zul dy kluyven.

In 1573 is het jaar van het aandenken aan de kloeke verdediging van de stad tegen de Spaanse veroverraars waarin zelfs de vrouwen en aangevoerd door Kenau Simons Hasselaar zich zo manhaftig weerden. Ze moesten zich echter overgeven in 1573 waarbij velen gedood werden. In 1576 was er een grote brand., maar in 1577 kwam de stad weer aan Willem van Oranje. In 1578 bestormden de protestanten de katholieke kerk op de Grote Markt, plunderden die en doodden de priesters, ook de kloosters. Nadat de rust weer gekeerd was trokken veel Vlamingen en Fransen naar de stad en bezorgden Haarlem een nieuwe bloeiperiode.

In de grote of Sint Bavo kerk bevindt zich het wereldberoemde orgel dat door de Amsterdamse werkmeester Christiaan Muller is gemaakt in 1735-1738 en door Jan Baptist Xavery van kunstig beeldwerk is voorzien, ook zijn daar merkwaardige muurschilderingen.

Van Bilderdijk die in Haarlem in 1831 gestoven is zie je een gedenkteken. Op een van de pilaren staat de ongewone lengte van een zekere Daniel Kajanus aangegeven die in het Proveniershuis in 1749 is overleden en daarbij staat de maat van de zeer kleine Zandvoorter, Simon Jane Paap.

Laurens Jansz Koster is er geboren en heeft er een standbeeld dat onthuld werd op 16 juli 1856. Frans Hals, van geboorte geen Haarlemmmer, heeft daar toch geleefd en is er overleden in 1666 en heeft een standbeeld dat onthuld werd op 14 juni 1900. Ook Pieter Teyler van der Hulst, 1702, stichter van de wetenschappelijke en liefdadige instellingen die zijn naam Teyler in aandenken hebben. Nieuw Haarlem werd door Stuyvesant in 1658 gesticht dat later veranderd werd tot Harlem.

Meer dan zes eeuwen is de Haarlemmerhout steeds veranderd, verwoest, gewijzigd, ingekrompen en uitgebreid. Gedurende het beleg van Haarlem onder Jacoba van Beieren in 1426 is het hele bos waarschijnlijk omgehakt en enige jaren daarna met nieuwe bomen beplant. Weinig minder zal de schade zijn die in 1573 de Spanjaarden in de Hout hebben aangericht. Bij de Spanjaardslaan lag het zogenoemde Spanjaardsveld, later het Hobbele Bobbele veld genoemd dat in 1706 met bomen is beplant. In 1755 is een gedeelte van de nieuwe Hout aangelegd op een zijde naast de Spaarne, eerder Kaatsveld genoemd. In 1828 zijn de oude rechte lanen van de Oude Hout voor een gedeelte opgeruimd en nu met slingerpaden aangelegd.

Tot de oudste plekken van Haarlem behoort de hofstede Berkenrode. De eigendom van dit goed is door graaf Floris V in 1284 aan Jan van Haarlem gegeven, een naburige buitenplaats draagt nog de naam van Knapenburg omdat daar de schildknapen verbleven.

Haarlemmerhout met het paviljoen Welgelegen waar koning Lodewijk afstand deed van de regering in 1810. Ze hebben als spotnaam muggen, of naar de hoeveelheid muggen of naar een heks die ze in muggen dreigden te veranderen als ze niet naar haar luisterde.

Schoten, in Haarlem, onder Schoten is nog een bouwval aanwezig van het 14deeeuwse slot Kleef waar don Frederik toen hij Haarlem belegerde zijn hoofdkwartier had. Het werd na de overgaven van de stad door de Spanjaarden verwoest. Herinnering zie je in de naam Kleverlaan.

 

Hallum, bij Leeuwarden, 13de eeuw Hallum; woonplaats van Halle. Wordt door Sibrandus van Maringaard in het leven van de abt Fredericus een Villa; stadje, genoemd. Al in de 13de eeuw werd Hallum vanwege zijn vele stinsen van edelen een hofstad genoemd. Een boerderij net buiten het dorp heet het Klooster naar de herinnering van het in de 12de eeuw gestichte Norbertijner klooster Maringaard waar veel adellijke geestelijken verbleven. Dat werd gesticht in 1163 door Frederik van Hallum. Volgens de overlevering ligt er ergens onder de grond een gouden klokje die van dat klooster afkomstig is en soms hoor je, op een stille nacht, nog een klinkende toon als je goed luistert. De bewoners worden spottend koekvreters genoemd.

 

Hallum, bij Egmond Binnen, bij het huidige Adelbertusputje, Hallum: Angelsaksisch holm: zee, vergelijk helmplant. Dat werd eerder gespeld als Heckmunde, Ekmund, Egmunde, zelfs Heckmunde en Haecmunde waar ook weer de Eg en mond in voorkomt. Of van Aeg: zee, mund is hand of beschutting, bescherming, dus een monding. Van ouds wordt gesproken dat de Rijn twee monden heeft, bicornis. Julius Caesar spreekt in het vierde boek van zijn historin dat de Rijn langs vele uitwateringen (multis capitibus) in de oceaan loopt. Plinius en Ptolomeus spreken over drie monden, zo ook Virgilius, Asinius Pollo en Strabo. Een ten westen, een ten oosten en een in het midden, de laatste was de minste stroom. Drusus had in de tijd van die schrijvers de IJssel noch niet met een gracht verbonden, dus die kan het niet zijn. Plinius: In de Rijn zelf ligt het edelste eiland der Batavieren en de Kaninefaten en de andere eilanden der Friezen, Cauchen, Frisobonen, Sturien, Marsakken, die allemaal liggen tussen Helius en Flevus. (Helius of Helium is Hallum?) Pompeius Mela zegt: aan de rechter zijde (dus noordelijk) is de Rijnstroom in het begin nauw en zichzelf gelijk, naderhand als de oevers wijd en zijd van elkaar wijken is hij geen rivier meer maar een meer en de velden blank daarvan, genoemd Fletio, en omarmt een eiland, krimpt en valt wederom een rivier geworden zijnde tussen zijn deuren uit. Het eiland in het meer kan Marken zijn en had dezelfde naam als het meer,

De eerste is wel bij het huidige Rotterdam, de tweede kleine tot Katwijk aan zee. Die monding zou in 860 verstopt zijn geraakt. De derde Rijnmond zou aan de bij Egmond aan Zee geweest zijn. Dat zie je aan de naam Egmond: een enge monding, eerder Heckmunde: mond, wat uitloop van een stroom betekent, en van Eg: eng. Ook de oude naam ervan, Hallum, dat werd eerder gespeld als Heckmunde waar ook weer de Eg en mond in voorkomt. Dan heeft de Rijn zich gesplitst te Utrecht en is wat we nu de Vecht noemen via Maarsen, Vreeland en Muiderslot, bij de Herengracht in het IJsselmeer loopt. Vroeger zou die wel verder gegaan zijn via het meer Flevo via de kromme Y of Krommenie richting Egmond. De Egmonders zeggen dan ook dat het oude Egmond aan Zee buiten de duinen lag, aan de zee. Daar zouden archeologische vondsten gedaan zijn. Bij een monding van een rivier is dat natuurlijk mogelijk, dan stroomt er wel zand in de Noordzee, dat is later weer terug gewaaid in de duinen. Na de vorming van de Zuiderzee kreeg het geen aanvoer meer van water. Vandaar is er ook een abdij te Egmond gevormd, het was de landingsplaats van de zeevaarders en monniken. De Rijn is wel een afscheiding geweest tussen de Kennemers en de Friezen via de loop Kinheim of Kynheim.

 

Hantum, bij Dokkum, 1150 Hanaten, 1335 Hontum, 1431 Hontim; woonplaats van Hana of Hund. Daar is geboren Antonius Brugmans op 22 october 1732 wiens vader Pybo predikant was. Hij werd hoogleraar in de wijsbegeerte te Franeker en daarna in de wiskunde te Groningen, zie Harich. De bewoners worden spottend merg eters genoemd.

 

Hattem, Veluwe, 1170 Hatheim; woonplaats der Hatten. In vroegere eeuwen was er in de buurt een parochie, Godsberg genoemd waarvan de bevolking geleidelijk aan naar Hattem kwam. Had eerder vestingwerken en een sterk kasteel. In 1572 werd het door Lodewijk van Montfoort en zijn zoon verraderlijk in de handen van de Spanjaarden gespeeld. Maar de burgers kwamen op en verdreven de vijand, de twee verraders werden naar Arnhem gebracht, onthoofd en gevierendeeld, het kasteel werd door het volk verwoest. Op het raadhuis bewaart men nog de ring die hertog Karel van Gelder gebruikte om misdadigers in een kooi op te sluiten. Onder Hattem bij de Triezelerberg staat het huis Molencate.

 

Heemskerk, eerder Heimezenkyrke, 1345 Hemeskerke; woonplaats met kerk. Op het Huldetoneel werden de graven van Holland ingehuldigd. Er waren vroeger 6 kastelen. Kasteel Oud Haerlem en slot Heemskerk werden in de 12de en 13de eeuw gebouwd om het graafschap Holland tegen de West Friezen te schermen. In de 15de eeuw kwamen ze tegen over elkaar te staan in de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Zodat beide kastelen verwoest werden. Verder slot Assumburg dateert ook uit 12de 13de eeuw.

 

Heemstede, bij Haarlem, eerder Hemstede en Heemstenden, uit heem; woonplaats, en stede; plaats. In de buurt staat het Huis te Manpad die bekend is vanwege de overwinning in die omtrek door Witte van Haamstede behaald op de Vlamingen in 1304. De volgende slag op het Manpad in 1573 waarbij 1500 Hollanders en Spanjaarden overleden. Jacob van Lennep richtte daarom hier een pronknaald op in 1827. Ook liggen hier de fraaie landgoederen Oud Berkenrode en de Hartenkamp van Georg Clifford, op die plaats heeft de beroemde Linnaeus verblijf gehouden van 1736 tot 1738. Meer en Bos is sinds 1882 verpleegoord voor lijders aan de vallende ziekte en Knapenburg voor zenuwlijders. Hempstead is de Amerikaanse vorm die in New York voorkomt van Heemstede.

 

Hem, bij Hoorn, in 1343 genoemd als Rottaerdshem en in 1396 als Hem; woonplaats. Ook werd him of hem wel een binnenpolder genoemd. In 1414 kreeg het met Venhuizen stadrechten.

 

Hogebeintum, bij Dokkum, eerder Bintheim, 944 Westerbintheim en Osterbinehheim; woonplaats in bentgras. Heeft de hoogste terp van Friesland. De kerk heft veel wapenschilden van Friese geslachten.

 

Hilversum, in 1305 Hilfersem of Hilvercem; woonplaats van Hilfert of tussen de heuvels. Bekend was het door de weverijen van wol en wolververij. Een dorp, er waren twee herstellingsoorden, De Trompenberg en Heide-Heuvel, bekende uitspanning was De Zwaluwenberg. Aan de weg daarheen ligt het buitengoed de Hoornebock. Er zijn grafheuvels van Germaanse oorsprong ontdekt en uitgegraven.

 

Huizen, bij Naarden, 1381 Husen, Huyssem, 1396 Husen; met heem en een samenstelling van huis, daaronder liggen de landgoederen Oud Bussum en Crailoo, dat heette ook wel De Hoge Eng.

 

Huizum, bij of nu in Leeuwarden, woonplaats met huizen, staat op een terp waar in de kerk staat;

 Anno 1602 is Sint Jansdagh is gestorven jonker Epo van Douma, out 60 jaer. Verder;

hier rust wt Godes bevel van syn pilgrimage

Epo van Douma ontcommen snel s werelts bataelge.

Als een graen sal hij vergaan en weder oprijzen

Godt t aller tijt met jolijt te loven en prijzen.

 

Irnsum, Fries Jirnsum, onder Leeuwarden, aan de Boorne. eerder Yrntzom, 1448 Yrensem; woonplaats van Irin, Hier werd de Friese koning Poppo in 733 als opvolger van Radboud door Karel Martel verslagen. Ze heten katknuppelaars wat met Kermis gebeurde.

 

Jelsum, bij Leeuwarden, 1270 Heilsum, 1402 Helsim; woonplaats van Helle. Onder die plaats bevindt zich Dekama state en een met dezelfde naam wordt in Wirdum gevonden.

 

Kedichem, afgekort Kekum, bij Leerdam, 1396 Kedinghen, 1514 Kekum; woonplaats van Kyd. Een dorp in het land van Arkel dat net als de kerk door hen gebouwd is.

 

Kinheim, van Cynhm: woonplaats, heem, of Cannin: naam van de Kaninefaten, de Kennemers, ze werden van de Friezen gescheiden door de Rijn dat eerder Kynheim heette en van de Rijn via de Vecht naar Egmond liep. Zie Egmond.

 

Kollum, bij Dokkum, eerder Colleheim, Colheim, woonplaats van Kolle. Heeft een van de hoogste torens van Friesland. In de spot worden de burgers kattenvreters genoemd.

 

Kollumerzwaag, bij Dokkum, zwaag is een weiland. Ze worden in de spot paardenvilders genoemd..

 

Kornjum, bij Leeuwarden, Fries Koarnjum; woonplaats van Koarn. Daar stond het oude slot of state Martena dat in 1900 afgebroken is.

 

Koudum, bij Hindeloopen, eerder Coldum in 1325, tot Koldem; woonplaats van Code. In de kerk is een gedenkschrift te lezen over de ellende van de Spaanse tijd, anno 1586.;

In Januari, op Pontiaan, de 14 dag

In Koudumgroote Jammer men zag,

Aan man, wijf en kind, groot in t getal,

Met hangen en vrouwen schenden overall,

Aan peerdensteerten gebonden voorwaar,

Als honden zij naliepen, dat is zeker en klaar,

Als van de Malcontenten, zeer boos en wreed,

Leden de jonge dochters meenig verdriet,

Hier aan gedenkt, man, vrouw, en kindt.

Vooral dat gij den Heer bemint.

 

Lathum, Latum, bij Doesburg, 1294 Latheym; woonplaats van Laeta of een horige. In het kasteel daar ontving Lodewijk XIV de Arnhemse afgevaardigden die kwamen onderhandelen over de overgave van hun stad. Van dat kasteel was de nu bekende Hervormde kerk de kapel.

 

Leersum, bij Wijk bij Duurstede, 11de eeuw Hlarashem, 1396 Leersem; woonplaats met bosgebruik. Vlak daarbij staat het kasteel Zuilenstein dat van 1630 tot 1648 prins Frederik Hendrik tot eigenaar had en verheft zich de Darthuizerberg waarop voortijds de ridderhofstad Darthuizen stond en later het Zwitserse huis zich vertoonde. Ook onder Leersum het fraaie landgoed Van Nellesteyn dat gesticht is in 1818 op een hoogte die Donderberg heet en door Tollens zijn gedicht; De gevels van de huizen niet zo hoffelijk vermeld wordt.

 

Lekkum, bij Leeuwarden, 1230 Lackum, 1397 Leckum; woonplaats aan de leek; waterloop. Ze worden spottend meeuwen genoemd.

 

Lochem, Lochemensum: woonplaats van Laka of van look, of van Lo hem; plaats van eikenhout. Heeft aan de zuidzijde een hoogte die de Lochemse berg heet. Daar is ook een kuil die Wittewijvenkuil heet, zie s Heerenberg. De Lochemse grond levert diamanten, wat men Lochemse of Amersfoortse diamanten noemt en zijn gerolde en min of meer doorschijnende kwartssteentjes. Onder Lodewijk was er een zekere burgemeester van Lochem die een rok bezat waarvan alle knopen van Lochemse diamanten waren. Ze kunnen fraai geslepen worden. Op 29 oktober 1570 wilden de Fransen Lochem verrassen door soldaten verborgen in hooi binnen te laten maar dat de zoon van de portier plukte argeloos een hand vol hooi en een soldaat bij zijn been en verraad riep waardoor die opzet mislukte. De spotnaam van de burgers is koolhazen. Een boertje ontdekte dat zijn kool op het land steeds verminderde en ging er s avonds gewapend op af maar liep ijlings naar de stad terug met de mededeling dat er een groot beest, een wonderhaas, graasde op zijn kool veld. Enige mannen spoedden er zich nu gewapend naar toe en schoten het, het bleek een ezel te zijn.

 

Lollum, bij Bolsward, ook Ruigelollom genoemd, 1256 Lolingum; woonplaats van Lollum. Ze worden stippers genoemd, mogelijk vanwege de vermaardheid vanwege zijn mosterd, stippen is indopen, de saus die bij arme mensen gebruikelijk was met weinig vet, azijn en mosterd heet Lollumerstip of Lolle-mans-stip.

 

Loppersum, bij Groningen, eerder Loppesheim; woonplaats van Loppe. Er zijn drie boerderijen met vreemde namen, Vretop, Leege schotel en Volle hand. Bedelaars zouden hier hun oordeel uitgesproken hebben over de bewoners.

 

Makkum, bij Bolsward, 1362 Makinge, Machkijnge, Maggenheim; woonplaats van Makke. Ze heten strandjutten; strandrovers, lieden van wie men zegt dat ze niet verlangen naar het vergaan van een schip, maar als het dan toch vergaan moet dan maar op hun kust.

 

Marrum, boven Leeuwarden, eerder Mereheim, 1418 Marrym; woonplaats aan zee. Had een state, Botnia state die rond 900 gesticht zou zijn door Ode Botnia, later behoorde het tot de familie Cammingha. Verder de Ponga state. Ze worden gibben; torenduiven, genoemd.

 

Marsum, bij Appingedam, 1344 Mersum, 1450 Marsum; woonplaats aan water of moeras.

 

Marssum, bij Leeuwarden, 1335 Mersum, 1471 Marssum; woonplaats aan het water. Stond aan de oude zeedijk en een zeedijk die een gedeelte van de Middelzee afsloot. Het kasteel Heeringe state draagt het cijfer 1631. De laatste bewoner was Henricus van Popta die in 1732 overleed. In 1711 heeft hij het Popta gasthuis gesticht, een hofje voor oude vrouwen.

 

Molkwerum, Fries Molkwart, bij Stavoren, 1398 Molkenhuzen, 1412 Molkwerum; plaats van melk of van Molke. Was bekend vanwege zijn zwanen pekelvlees, daarom heeft het dorpswapen een witte zwaan.

Die daar woonden werkten veel met toverij en warden als tjoensters uitgescholden, tjoensters zijn heksen en betjoenst wil zeggen; betoverd of behekst. Vanwege zijn onregelmatige bouw wordt het de Friese doolhof genoemd en vandaar het spreekwoord, zo verward als Molkwerum.

 

Odijk, Odyk, afgekort Oyk, bij Bunnik, eerder Iodichem, 1150 Odinghe, 1165 Odike; woonplaats van Odo. Het was van de heren van Beverwaard.

 

Ootmarsum, bij Oldenzaal, eerder Othmarshem; woonplaats van Othmar. Zou gesticht zijn in 127 door de Frankische koning Odemar waarbij de naam verklaard wordt als ontstaan uit Odemarsheim. Al in 770 stond er een kerkje. In 1300 kreeg het stadsrechten en werd een vestingstad. Met de 80jarige oorlog kwamen de Spanjaarden er in die in 1597 door prins Maurits verdreven werden waarna de vesting ontmanteld werd. Het is de siepelstad, (uien)

Het vleugelen is daar nog bekend waar op Pasen ganse rijen van bejaarden en jongeren hand in hand gaan, het ene huis na het andere in en uitlopen onder het zingen van; Christus is opgestaan

Verlost van Jodenhanden, Halleluja etc.

Merkwaardig is nog een ander oud gebruik die nog niet gans in onbruik is geraakt, (in 1910) bij het huwelijk geeft de bruid de bruidegom een linnen hemd en als het vermogen dat toelaat een koe. Dat hemd draagt hij een week waarna ze het schoon gewassen in haar kabinet bewaart, het zal zijn doodshemd zijn. De koe, de bruidskoe, wordt door de buren naar het huis van de bruidegom gebracht en met een krans om de hals en oranjeappels op de horens en kleurige linten om lijf en staart en zo in de stal gezet onder een gedeelte van de hildering of zoldering dat uit enige dikke en geschaafde eiken planken bestaat, die andere zijn van een mindere houtsoort en niet geschaafd. Die eikenplanken zijn een geschenk van de bruidegom en worden later verwerkt tot de doodskisten van hem en haar.

 

Petten, bij Zijpe, 1224 Putthem, eerder Pathem of Padhem, heim; plaats en pad: moeras, dus een laagte net zoals Putten, lage plaats of kuil. Het is mogelijk het zeedorp dat eerder als Portus Epatiacus de voorhaven was van de koopstad Vronen waar Willibrordus de vijfde christenkerk in Nederland oprichtte. Het oude Petten lag veel verder westwaarts en is waarschijnlijk  meerdere keren oostwaarts geplaatst totdat het eindelijk achter de tegenwoordige zeedijk een veilige plaats kreeg. Het bestond vroeger uit twee gedeelten, het ene in de Zijpe ten noorden en het andere in het zuiden in de Hondsbos naar de zijde van Camperduin.

In 1170 stroomde het water bij Petten over de duinen en akkers.

 

Pieterburen, bij Kloosterburen, 1398 Peters berim, 1505 Pietersbierum; bij de huizen van Peter of Petrus de apostel. In de kerk is het graf van Sonoy die daar woonde in een kasteel genoemd het Huis ten Dijke of het Dijksterhuis en daar in 1597 overleed.

 

Pingjum, bij Bolsward, eerder Penningaheem, plaats van Penninga. Er heeft lang geleden een bekend klooster gestaan dat Vinea Domini heette, de wijngaard des Heren. Ze heten daar boonschillen.

 

Renkum, bij Wageningen, ouder Redincghem, 970; woonplaats van Rado. De kapel van Redincghem was vroeger een druk bezochte bedevaartsplaats. Onder Renkum ligt het buitengoed Oranje Nassau-Oord dat vroeger De Kortenberg heette en gekocht werd door Willem III. Wilhelmina schonk het om te dienen als een sanatorium voor borstlijders. Nog eerder stond daar het oude slot Grunsfort, gesloopt in 1780.

 

Rithem, bij Vlissingen, woonplaats aan de Rijt, met het fort Rammekens, daar ging op 15 september 1557 Karel V scheep om naar zijn klooster te vertrekken, veel van de wereld gehad en niet meer van de wereld te vragen. De burgers dragen de spotnaam bergeenden.

 

Rossem, eerder Rotheheym, 1225 Rothem; woonplaats die gerooid is. Het had zijn eigen rechtbank. Marten van Rossem is te Bommel geboren die tijdens Karel V een krijgsoverste was.

 

Sassenheim, bij Warmond, eerder Sasheim, Saxheim, 1358 Sasnem; woonplaats van Saxo of Sakser, zie Sexbierum. Het is ontstaan op een oude strandwal waar veel kasteeltjes of herenhuizen gebouwd zijn. De kerk staat op een oude duintop. Ze worden spots wijze asbakken genoemd omdat ze de as uit de buurt ophaalden waar het aan zeepziederijen verkocht werd.

 

Sexbierum, bij Franeker, Fries Seisbierrum, in 1322 Sixtebeeren, 1371 Sexberum; oud Fries bere; huis, Sixti; van Sixtus, bedoeld wordt paus Sixtus II, de Sixtuskerk is gewijd aan de heilige Sixtus en bestaat sinds de 12de eeuw. Of dat die naam al eerder verbasterd is van de Saksers, zie Sussex en andere Engelse namen met sex.

 

Spannum, bij Franeker, 1480 Spannema gae, woonplaats van Spannum. De burgers worden erwtenpeulen genoemd.

 

Stedum, bij Appingedam, wordt ook Steem genoemd, 11de eeuw Stedon; bij plaatsen. Er is een zeer bochtige weg die het dorp met Lellens verbindt en daar wordt schertsend gezegd van iets dat erg krom is, het is zo recht als de weg naar Steem.

 

Tzum, bij Franeker, Fries Tsjom, 1222 Chzimingen, 1335 Zimminghum, 1400 Tzongum; woonplaats van Tsjomme. Op een grote terp staat de Johanneskerk met een zeer hoge toren van 72m. Ze heten touwtjessnijder of lijntjessnijder, zie Oldeboorn.

 

Ulrum, bij Winsum, 11de eeuw Uluringhem: woonplaats van Wulfahari of Ulrin. Het ligt op 2 wierden. op de ene ligt de kerk van Ulrum en op de andere de Asingaborg.

 

Warffum, bij Delfzijl, vroeger Werfheim in 1150, Warfhuizen; wierde die opgeworpen is, werf is ook een plaats waar recht gesproken is, de Leenster wierden worden daar ook warven genoemd.

 

Windesheim; bij Zwolle, eerder Wendesheim, 11de eeuw villa Windeshem, volksnaam Weensum en Winsum: woonplaats van Winid. De kerk zou nog een overblijfsel zijn van het klooster die gesticht is door leerlingen van Geert de Grote die te Deventer de vereniging van de Broeders des gemeenen levens had opgericht en een van de Hervormers voor de Hervorming was.

 

Winsum, eerder Vinchem. 12de eeuw Winzhem; woonplaats van Winika. De bakermat der Ripperda s. Bekend is Wigbold van Ripperda die de Haarlemse burgers in 1572 tot verzet tegen Spanje aanspoorde waar hij volgens Hooft zei; Dit is t opzet van een Fries, Holland plag ook mannen te fokken en mij verlangt te horen hoe het de Haarlemmer harten verstaan. Daarop ontstaken die harten in gloed. Na de overgave verloor hij onder de beulsbijl het leven.

 

Winsum, bij Franeker, 1325 Winsem. 1329 Winzim; woonplaats van Winika. Bij dit dorp verheft zich een van de hoogste terpen van Friesland. Vroeger waren daar veel vrouwen uit de mindere stand bezig met het spinnen van wol voor de wolkammers van Franeker en Sneek en zonden elke week hun garens in zakjes die spinpuden; spinzakken, heten. Spinzakken is de spotnaam van de Winsumers.

 

Wirdum, bij Leeuwarden, Fries Wurdum, 1412 Wirdoem; nederzetting op wier. De hervormde kerk had tot 1680 twee torens en men zegt dat toen de gemeente in geldnood verkeerde besloten werd om een van die twee torens voor afbraak te verkopen. Ze heten dan ook torenvreters. Tussen Wirdum en Leeuwarden is op de Barra state in 1507 geboren Viglius van Aytta van Zwichem, later staatsman, rechtsgeleerde en geschiedschrijver en lid van Filips s raad van state. Hij stierf in 1577 en werd begraven in de Sint Janskerk te Gent. Onder Wirdum is nog een groot en door grachten omgeven kasteel, Dekama state.

 

Witmarsum, bij Bolsward, Fries Wytmarsum, 1400 Witmerzim, 1456 Withmarsum; woonplaats van Widmer. Hier is Menno Simons geboren in 1492 die er ook pastoor geweest is, zie Pingjum, dat ambt legde hij neer in 1536. Tegen hem werd als hoofd van de Doopsgezinde beweging een plakkaat door de overheid uitgevaardigd op 7 december 1542 inhoudende; dat niemand de heer Menno Simons bij verbeurte van lijf en goed mocht logeren, trakteren of begunstigen, noch met hem converseren of zijn boeken hebben en die hem overlevert aan de Hof van Friesland een premie van 100 Carolusguldens ontvangen. Hij begon dan te zwerven en de volksspreuk zegt dat hij eens toen hij in een postwagen zat die aangehouden werd met de vraag of Menno Simons er in zat aan het gevaar ontsnapte doordat zijn medepassagiers neen zeiden en hij zelf uit het portier tot antwoord gaf, ze zeggen van neen. Zijn portret hangt in de kerk boven de preekstoel.

 

Wognum, bij Hoorn, in 1063 als Woggunghe in de abdij van Echternach, 11de eeuw als Wokgunge in een oorkonde die ook spreekt van een kapel waar nu de N. H. Kerk staat die aan de abdij van Limmen behoorde, later Wagnem; woonplaats van Woggo, heeft van 1392 tot 1426 stadsrechten gehad.

 

Workum, bij Hindeloopen, Fries Warkum, 1333 Woldrichem, 14376 Waerkum; woonplaats van Waldrik. Heeft sinds 1399 stadsrechten. Ze worden spottend brijbekken genoemd. Als bijzonderheid is te vermelden een kunstig beweegbaar tellurium die vervaardigd is door een molenmaker, Alle Boksma. In de kerk zijn acht oude gildenbaren met figuren en spreuken erop tot de verschillende beroepen als dokter en apotheker baar, landbouwer baar, groot schippers baar, klein schippers baar, timmerman, metselaar en ververs baar, goudsmid, zilversmid, ijzersmid en uurwerkers baar en twee kinderen baren. Ze worden nog bij begrafenissen gebruikt.

 

Woudrichem, tegenover Gorinchem, heet in de volkstaal ook Workum en Woerkum, eerder Walderinghem, Waldrichem, 1259 Woldrichem; woonstede van Waldeher. Het is een zeer oude plaats en wordt al in de 9de eeuw genoemd als bezitting van de Utrechtse kerk. Men wil zelfs dat Suidbertus er een bedehuis heeft gesticht. Ze heten mosterdpot waarschijnlijk omdat de kerktoren wat van een mosterdpot heeft.

 

Ga, gouw.

Dat heim is in de Friese plaatsen vervangen door ga, gea, gau, gouw, goo; landstreek die enige marken of honschappen; honderd schappen, bevat, honderd vrije hoeven vormden vroeger een honschap.

 

Betuwe of Betouwe, van Bat of bet; beter of groter, ouwe of ouawe net als gawe, gouwe, ga, go, gey en goy; een vlakke en meestal grazige streek, grazige weide, zie landouwe wat vruchtbaar betekent.

Toen de Batten, een stam van de Katten, de streek tussen de Rijn in bezit namen hebben ze die streek Bat-awe genoemd, het bovenste gedeelte van het oude Batavie, nu Betauwe of Betuwe, zie de plaatsnamen Batenburg en Batenhuize. Karel Martel noemt de Betuwe een pagus, dat is een grote landstreek die doorgaans in verschillende graafschappen of rechtsbannen werd verdeeld. Hij schonk het aan de kerk van Utrecht.

Bommelerwaard, Bommelerwaert, naar de hoofdstad Bommel is een gedeelte van het vaste land Batavia. Nu door de vereniging van Maas en Waal een eiland geworden dat onder Gelderland behoort.

 

Garijp, bij Leeuwarden, Fries Garyp, 1482 Garyp; ga en gouw, zie Betuwe, dorp van smalle landstrook, de inwoners heten klitsenvreters.

 

Groningen, Groeningen, eerder Groniga; groene plaats van Groni, zie goo. Beroemd vanwege de verdediging door Rabenhaupt in 1672 tegen de bisschop van Munster. Ze moesten hun belegering na 38 dagen opgeven en toen gingen er 1000 man minder weg dan gekomen waren. Bekend is de Martini kerk met een orgel dat gebouwd is door Rudolf Agricola. De windwijzer op de toren is een paard, mogelijk vanwege Sint Maarten die een rijdende heilige is de kerkpatroon is. In 1790 opende Henri Daniel Guyot zijn doofstommeninstituut. Ook Abraham Trommius is er geboren in 16333 en daar gestorven als predikant in 1719 die een Concordantie van de Bijbel maakte waarin ieder word en alle plaatsen worden opgegeven van de Bijbel. Daar heeft hij 28 jaar aan gewerkt. Alsof dit niet genoeg was heeft men het sprookje verzonnen dat zijn vrouw toen hij al 10 jaar bezig was het van hem afnam en verbrandde omdat ze hem een ongezellige echtgenoot vond waardoor hij met volharding weer overnieuw begon. Groningers worden boneneters en kluinkoppen genoemd, kluin is een biersoort.

Rijtdiep, rijt is een waterloop en is afgeleid van rei; (als Rijn) stromen.

 

Minnertsga, bij Franeker, 1230 Menerskerke, 1370 Meynardiskerke, 1398 Meynaertsga; woongebied van Meinhard.

Ze worden spottend kalverbouten genoemd.

 

Lemmer bij van Lennep.

Lemmer, 1309 in de Lemmer; uit Lenne meer meer waarin de Linde uitmondt.

 

Nicolaasga, (Sint) bij Lemmer, 1399 Sinte Nyclaesga, naar Sint Nicolaas genoemd. De kerk die er voor deze van 1865 stond had een beschilderd glas met het wapen van een zekere Roordama met een witte horen er in met het bijschrift; Dit is Roordama blancke hoorn die de onderaardsche hem gelevert hebben. Naar een overlevering uit de oude tijden dat een lid van het geslacht Roordama eens een metalen hoorn ten geschenke ontving van de kabouters, kobolden of aardmannetjes die in Friesland underierdsen heten.

 

Wolvega, bij Heerenveen, 1320 Wleugho, woongebied van Winiwald of Wimila. Daar bracht Onno Zwier van Haren zijn laatste levensdagen door op Lindenoord en verloor er zijn rijke bibliotheek door een brand. Gestorven in 1779.

 

Gouw.

Gouw; weg langs water, midden Nederlands gou, goo, meervoud ghouwe, in gaweg of goweg; streek- of dorpsweg, zie Delfgauw, zo n belangrijke weg liep vaak langs water en zou ga of go als water zijn opgevat zodat gaweg of goweg weg langs water ging betekenen, tenslotte verdween weg en bleef gas of go over. Ook in Gaag of Goog, ouder Golda; gouden water, zie Gouda, a; water, vergelijk Henegouwen.

 

Gouda, Ter Goude, Ter-Gouw, 1143 Golda, 1345 Goude; rivier de Gouwe of de Golde; goudkleurig water) die door de stad en zo in de IJssel loopt. Kan ook van gouw, dorpsweg. Floris de V heeft verschillende voorrechten aan Ter Goude vereerd die in 1272 door Johan, bisschop van Utrecht, bevestigd zijn. In 1300 stond hier een kasteel van heer Jan, graaf van Blois. Men heeft veel verwachtingen gehad van deze stad wat blijkt uit de kerk die enige voeten langer is dan de Metropolitaanse kerk van Keulen, men zegt dat het uit Bloemendaal, een plaats dicht erbij en tegenwoordig nog het oude kerkhof genoemd, in de stad is overgebracht. Beroemd zijn de glasschilderingen in de Sint Janskerk, kunstwerken van Dirk en Wouter Crabeth en anderen. De door Tollens bezongen edelmoedige geuzenvrouw die de vervolgde Roomse hoofdschout verborg om die in haar huis in dezelfde plaats te verbergen waar ze haar man eerder had verborgen toen de rollen of partijen andersom waren. Hier is geboren Cornelis Houtman, grondlegger van de Nederlandse-Indische handel in 1550 die het slachtoffer van zijn streven geworden is want hij werd in het binnenland van Sumatra vermoord. De stad is bekend om zijn baksels, zijn pijpen en spritsen, de burgers hebben de spotnaam van gapers.

 

Gouderak, bij Gouda, 1274 Golderake, 1331 Gouderake; recht stuk water van de Golde. Op een van de beschilderde ramen van de kerk zie je dat de eerste drie stenen ervan op 25 mei 1658 gelegd werden door de drie kinderen van de toenmalige schout Johan Brouk. Ze hebben de schimpnaam van rakkers, dat vanwege een oud gebruik die de lieden van Gouderak verplichtte om er als te Gouda lijfstraffen uitgevoerd werden een zeker aantal mannen met pieken te leveren als wachters rondom het schavot.

 

Gouwe, bij Opmeer, 1437 bij de Gowe; ligt aan het water van die naam.

Kerkelijke Historie; Albricus liet zijn vriend Luidgerus tot priester wijden en stelde hem aan te Oostergoo, een plaats in West Friesland, op de plaats waar H. Bonifatius de martelkroon heeft ontvangen. Oostergoo of ooster Gouwe is bij het riviertje de Gouwe, vlakbij Hoogwoud.

 

Goudriaan, bij Gorinchem, Gouriaan, eerder Goudriaen; naar de ligging aan het gelijknamige water. Bestaat nu uit twee heerlijkheden, Oud en Nieuw Gouriaan. In het jaar 1260 heeft Willem van Brederode er een parochiekerk getimmerd.

 

 

Waart.

Dodewaard, bij Opheusden, Dodenweert, Dodewaert, Doyenwaert, Doornewaert, Doornewaerd, afgekort Doorwaert oft Doewert, eerder Dudenwert, 1181 Dondenwerhe; gebied met rondom waarden van Dodo. Graaf Reinout in een open brief van 1315 noemt het een dorpje op een lage, onveilige en zeer volkeloze plaats niet ver van Arnhem gelegen. Het had echter een parochiekerk wat sedert lange tijd een heilig kruis had wat vanwege zijn kostbaarheid berucht was bewaard werd volgens diezelfde brief, dat kruis is daarom naar Arnhem gebracht. De graaf Schellaart was in zijn leven heer van de heerlijkheid en het slot hier.

 

Heerhugowaard, 1343 den Waert, 1630 Heerhuygenwaert; in water gelegen land met het tweede deel dat genoemd is naar de baljuw Hugo van Assendelft die een waterkering had laten aanleggen tussen de nog niet bedijkte Waert en de niet ingepolderde Schermer, zogenaamde Heer Huygendijk. Hij werd in 1296 na de dood van Floris V verslagen toen er onlusten ontstonden. De spot noemt de burgers blauwe reigers.

 

Koewacht, bij Axel, 17de eeuw Koyewerd, 1747 Koewagt; waard waar koeien grazen of gehoed worden. Met een sprekend wapen, tussen de bomen staat een staande koe.

 

Valkenswaard, bij Eindhoven, 1200 De Wederde, 1310 de Waerde land aan water, onzeker. De toevoeging Verkens, nu Valkens is een spotnaam die verwijst naar de bloeiende varkensmarkt die hier vroeger gehouden werd. Het is de plaats waar de valkeniers kwamen, een verenigingspunt van wat men vroeger valkerij en vluchtbedrijf noemde wat tot 1900 wel in stand bleef.

 

Waardenburg, bij Zaltbommel, eerder Werden, rond 1200 in Heire, oudtijds Hiern; zandige heuvelrug bij riviereiland met een burcht. Het oude kasteel werd aan de vlammen prijs gegeven door Lodewijk van Nassau omdat de vrouwe van Waardenburg het met de vijand hield en een bezetting van 300 Spaanse soldaten had ingenomen. Onder het landvolk leeft de overlevering dat een wonderdokter Faustus in het kasteel is geweest en getoverd heeft totdat er op een zekere dag de duivel hem kwam halen en met hem door een venster verdween.

 

Wieringerwaard, bij Zijpe, 12de eeuw Wirense, Wirensi, 12de eeuw Wirom, Wiron, Wireon, 1858 Wieringerwaard; land aan water, vergelijk Waarland dat behoort bij Wieringen. Wieringen met het suffix ingi zoals in Callantsoog, hoogte of eiland. Een grafsteen in de kerk die in 1633 gesticht is heeft dit opschrift van een gezin dat door de bliksem gedood is;

Jan Geertsz liet het lijf

En Maarten Geertsz het leven

Door t vier, datons God

Van Boven heeft gegeven,

Met hunnen vier kinderen.

Treurt om haar dood niet meer;

Zij leven door den dood

In God onzen Heer. Die zes leden waren de eerste die in de kerk begraven werden.

 

 

Kerken, afgoden.

De namen met kerk zijn nog niet zo oud want ze dateren van na de komst van de monniken, kerspels en karspels; parochiedorpen zoals Hoogkarspel en Bovenkarspel, en ook die naar hun heilige genoemd zijn.

 

Aagtekerke, bij Middelburg, 1156 Agatenkereca; heet naar Sint Agatha wiens borstbeeld in het gemeentewapen prijkt. In de kerk is een wit marmeren gedenkteken ter eren van Hendrik Thiebout, ridder van Sint Michiel en heer ter plaatse die geboren is te Middelburg in 1601. Hij stond aan het hoofd van de oranje gezinde partij tegenover een fractie die Apollonius Veth tot leidsman had. De hoeve t Klooster houdt in die naam de stichting in herinnering die eerder daar stond en Waterlooswerve heette.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Achtkarspelen, in Friesland, is zo genoemd naar de 8 kerspels waaruit vroeger de grietenij bestond, de hoofdplaats is Buitenpost. Dat zie je op het gemeentewapen met 8 kerktorens, Augustinusga, Buitenpost, Drogeham, De Kooten, Kortwoude, Lutkepost, Surhuizum en Twijzel.

 

Almkerk, bij Gorinchem, 1334 Almkerke; kerk aan het water de Alm. Dorp en kerk zijn in 1421 door de Sint Elisabethsvloed verwoest. Het werd meer dan eens geheel door brand verwoest, de laatste keer op 30 juni 1877. Aan de noordzijde van het dorp is een ongeveer 10m hoge heuvel waarop vroeger het slot van Altena uit 1230 stond en die nog heet de Altenase heuvel. Op een van de laatste dagen van september 1390 trokken in het slot enige mannen binnen angstig en vluchtend alsof ze op de vlucht waren. Het waren de moordenaars van Aleid van Poelgeest, zie Koudekerke.

 

 

 

 

 

 

 

 

Biggekerke, bij Middelburg, 1322 Biggenkerke, zou naar de heilige Begga genoemd zijn of kerk van Biggo. Hier is bekend de heer Bartholomeus van Biggekerke die vanwege vele gewelddaden door zijn onderzaten werd aangeklaagd bij Filips van Bourgondi. Die dagvaardde hem voor de vierschaar in de abdij te Middelburg en vroeg hem toen hij schuldig was bevonden wat hij verlangde, genade of recht. Zijn antwoord was; recht; geen genade en daardoor werd hij bij de poort van de abdij onthoofd op 25 maart 1433. Zijn slot werd met goedkeuring van Filips door de Biggekerkers verwoest.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Boschkapelle, bij Hulst, heeft een sprekend wapen, namelijk in een bos een bidkapel. Het dorp is in de 17de eeuw ontstaan toen in de Stoppeldijker polder een kapel werd gebouwd voor Rooms Katholieke huursoldaten.

 

Elst, eerder Heliste, van Germaans alhistja; heidens heiligdom of woonplaats, in oude brieven Elista genoemd van Keizer Henrik II uit 993 dat hij er met zijn hofstaat enige tijd gebleven is. In 722, het zesde jaar van koning Theodoricus, heeft Karel Martel dit dorp geschonken aan de kerk van Utrecht. Bij Heda in het leven van Willibrordus wordt het erbij gelegen kasteel Marithaime genoemd. Hier heeft Werenfridus gewerkt wat hem door Karel geschonken was en hij is in de kerk uit 726 die hij gewijd heeft begraven, wordt aangeroepen tegen de jicht.

 

Geertruidenberg, oudere naam Strandberg, Mons litoris, in 1213 Mons Sancte Gertrudis, 1283 Sinte Gheerdenbergen; de eerste naam doelt op Sint Geertruid, dochter van Pepijn van Landen, van wie gezegd wordt dat ze daar een kapel heeft gesticht, vroeger schreef men dan ook Sinte Geertruidenberg. Een kapel die gebouwd is door Willem van Duivenvoorde in 1321 werd in 1420 door de Kabeljauwse verwoest. Stenen er van dienden tot de bouw van een Kartuizerklooster te Raamsdonk. In de kerk is in 1894 een crypte ontdekt die uit de 14de of 15de eeuw stamt.

 

Giessen-Oudekerk, Alblasserwaard, 1396 Oudeghiessen, 1514 Gyessen Ouderkerck naar het water de Giessen en oudekerk naar het thans verdwenen Giessen-Nieuwkerk. Weer een leen van de graven van Holland. Is van de Honswijken in 1414 overgegaan op die van de Genten. Giessendam is in 1382 onder zekere voorwaarden, die tussen Otto van Arkel en de Brederoden besloten, van Giessen-oukerk afgescheiden.

Giessen-Nieuwkerk is met Giessendam in 1382 bedijkt. Daar stond het oude slot Giessenburg wat tot de Bredero s en Genten heft toebehoord.

 

Grijpskerk, bij Zuidhorn, is genoemd naar de kerk en die naar de stichter wat boven de deur staat;

Dese kerkcke, van den edele Nicolaas Grijp gefundeert is gedurende dese Nederlandische oorloge in t jaer 1582 geheel geruineert en wederom opgebouwet in de tijdt des stillestants van wapenenen anno 1612. Dus niet naar de vogel grijp of griffioen. Grijpkerkers worden spottend smalruggen genoemd.

 

Harich, bij Balk, 1132 Harch, 1245 Harich, heidens heiligdom. Hier kwam de reizende predikant Johannes Brugman in de tijd van heftige en bloedige veten in 1463 om de partijen tot vergeving en verzoening te manen. De grote schare omringde hem en raakte al meer en meer onder de indruk van zijn woorden en zie, opeens wendt hij zich naar een klein kind wiens vader gedood was en hij vraagt; Kind, hebt ge de vrede lief, zo ja steek je rechterhand omhoog. En tot aller verbazing doet het kind dat. Dan gaat de prediker door en bezweert zijn toehoorders zich te laten leren en leiden door een schuldeloos kind en- hij overwint. Om deze en andere proeven ging de volkstaal gewagen van een die praten kon als Brugman.

 

Hargen, bij Schoorl, eerder Horgana, Haragum, in 1420 Hargan; heiligdom of offersteen. Angelsaksisch Hrg: kerk.

 

Heemskerk, eerder Heimezenkyrke, 1345 Hemeskerke; eigen kerk van Heimezo. Daar staat het 16deeeuwse huis Assumburg, de oude zetelplaats van de heren van Assendelft. Voor die stond er een andere dat Oud Haarlem heette. Waar vroeger het slot te Heemskerk stond vindt men nu de Marquette, zo genoemd door Daniel de Hertaing die er eigenaar van werd in begin 17de eeuw en heer was van Marquette in Henegouwen. Onder Heemskerk behoort de buurt Noorddorp waar het Huldtoneel is geweest, een heuvel waar de graven van Holland werden gehuldigd als heren van Kennemerland waar bij die gelegenheid de vorst door vier mannen werd rondgedragen op een schild. Die heuvel wordt ook wel De Bult, het Schepelenbergje en ook Schort vol zand genoemd.

 

Heiloo, 11de eeuw Heiligenlo; heilig lo; bos, naar voorchristelijk heiligdom te Oesdom, de runksputte, runxputje; runen; geheim, mogelijk naar een eerder heiligdom. In de nacht van 8 op 9 december 1713 werd het Maria bron. Bij de Runxsput in het heilige loo of Heiloo, het Baduhenna? Naar de overlevering is op die plek water uit de grond gekomen door een gebed van Willibrordus en dat het daarom geneeskracht heeft. Een hoogte niet ver van het dorp waarop naar men zegt de heilige stond als hij preekte heet nog de Preekstoel. Huis Nijenburg, vroeger IJpenlaan. Ze heten spottend rapenplukkers.

 

Hoedekenskerke, bij Goes, 1343 Oedekinskerke, 1406 Oedekenskerc, de naam was echter oorspronkelijk Heer Oedekenskerke, oedeken is een naam afgeleid van Oede of Ode net zoals in Sint Oedenrode of naar de overlevering van de Schotse heilige maagd Oda in de 8ste eeuw. Dus geen hoed. Er zijn drie hoedjes in het gemeentewapen, echter geen kerk.

 

Joosland, in Zeeland, Jodocus was de zoon van een Bretonse koning Juthael van Amorica, geboren rond 591. Hij volgde een pelgrimsreis te Rome rond 636 en trad toen af als koning en werd kluizenaar te Brahic rond 644. Hij kwam terecht bij graaf Haymon van Ponthieu waar hij hofkapelaan werd en stichtte in 665 te Runiacum een klooster waaruit later een Benedictijnenorde uit voortkwam, St. Josse sur Mer, die tot de Franse revolutie bestond. Hij stierf in 668 te Saint-Josse-sur-Mer een natuurlijke dood.

Patroon tegen koorts, vuur, stormen, tegen scheepswrakken, bootsmensen en zeelui in het algemeen. Zijn relikwien werden op 13 december te Winchester verheven. In de 10de eeuw brachten vluchtelingen uit Bretagne naar Engeland sommige relikwien mee, stukjes van zijn haar en nagels die na zijn dood maar bleven groeien en kwamen in een schrijn te Winchester cathedral. De naam Jodocus, vaak onder de naam Joss, was zeer populair in de Middeleeuwen te Engeland, ook in the Wife of Bath in Chaucer's Canterbury Tales.

In de 9de eeuw verspreidde zijn verering over heel Duitsland vanuit de kloosters Prum en St. Maximin. St. Jost in de Eifel werd een bekend pelgrimsoord. Te Nederhemert werd in 1417 een kapel gewijd aan St. George en St. Jodocus, zo ook de plaatsnaam Sint Joosland in Zeeland.

 

Kapel Avezaat, bij Buren, vanouds Avezaat, Avenzate, Avansati, verblijf van Avo, rechts van de Linge bij Tiel. In 805 heeft Baldricus, een adellijke heer, dat vereerd aan de kerk van Utrecht.

 

Kapelle, bij Geertruidenberg, ook s Grevelduin-Kapelle, 1248 Capella; kapel. Heeft gemeentewapen laat een vlinder zien, wat niet terecht is.

 

Keppel (Laag), bij Doesburg, bij Bronckhorst, 1452 Borch Keppell, 1660 Nieuwen Kapel, 1846 Keppel Binnen ter onderscheiding van het oudere Hoog Keppel; kapel. In het kasteel daar had Lodewijk XIV in 1672 zijn hoofdkwartier en ontving het gezantschap der Staten die met hem kwamen onderhandelen. De stoel is er nog waar die man gewoon op was te zitten. In de nabijheid onder Hummelo light de havezate de Ulenpas en het mooie Enghuizen.

 

Kerkdriel, bij Maasdriel, 1127 in Drile, 1403 Mertwijck, het wereldlijke centrum in Velddriel vormde samen met het kerkelijke centrum van Kerkdriel een geheel. Mertwijck is de naam voor een gedeelte van Kerkdriel. Driel kan van drie, drie woonkernen (Kerkdriel, Velddriel en Hoenzadriel) en lo; hoogte op een oeverwal, of van driesprong, in dat geval van waterwegen. In de kerk zijn merkwaardige muurschilderingen gevonden. De spotnaam is vleeseters, mogelijk omdat ze in de tijd van een heersende ziekte een vlees en boterbrief kregen, dat wil zeggen ontheffing van de verplichting tot vasten.

 

Kerkrade, 1241 Kirchrode, 1312 Kerkrode; ontginning waar een kerk werd gebouwd. In 1104 werd een abdij gesticht Kloosterrade, het dorp met kerk bestond toen al. Kloosterrade werd later Rolduc; Rode le duc; Franse vertaling van Hertogenrade, Herzogenrath. Hier was de steenkolenmijn die rond 1900 40 miljoen kolen opleverde.

 

Kleverskerke, bij Middelburg, 1251 Clawerskerke, 1412 Cleewertskerke, van Kleopaskerke die vanouds in gebruik voor de Emmasgangers.

 

Koudekerke, bij Leiden, 1297 Coudekerk; kerk die niet actief was. Daaronder hebben gestaan de kastelen Poelgeest en Klein Poelgeest. In die laatste is opgegroeid Aleid, minnares van graaf Albrecht van Beieren. Omdat ze hem bewoog om de Kabeljauwse partij te begunstigen is ze door aanhangers van de Hoekse vermoord op de Buitenhof te Den Haag op 21 september 1390 waarbij ook Willem Kuser die haar verdedigde afgemaakt werd.

 

Lambertschaag, bij Medemblik, 1312 Lambrechtcoch, in 1396 als Lambrechtkage, naar de kerkpatroon van het naburige Abbekerk, H. Lambertus, kage, kaag of koog; buitendijks gebied, later ook tot skagen, skaag en schaag, zie Schagen.

 

Lekkerkerk, bij Ouderkerk aan de IJssel, 1331 Leckerkerke; kerk van de Lek, zo ook Lekkerland of Nieuw Lekkerland. Is door de zalmvangst bekend, daar heeft in de 17de eeuw een zalmvisser geleefd die gewoonlijk de boer van Lekkerkerk genoemd werd die meer dan 8 voet lang was. Men bewaart zijn afbeelding, zijn schoonzool en een paar stukken van zijn gebeente.

 

Loenen, bij Utrecht, eerder Luona, Lonen, Lona bij Melis Stoke, van Luna; de maan, omdat de maan hier vanouds is aanbeden, zie Hazelunen, Luningen en dergelijke. De vlek Lonaralaca, zoals het in de goederen van de Utrechtse kerk wordt genoemd, heet nu Loenersloot. Een van de oudste dorpen van het Utrechtse stift, is in 959 aan de kerk van Utrecht vereerd door Otto I.

Tussen de dorpen Loenen en Nieuwesluis aan de Vecht staat het oude slot Kronenburg wat Johan Kronenburg in 1122 gebouwd heeft. In 1356 was er een slag tussen de broers Reinoud en Eduard van Gelder. Er staat een mooi kasteel, de Horst of ter Horst dat in 1557 gesticht is door Wijnand Hackfort.

 

Marinweerd, met de vermaarde abdij van de Preamonstranzer orde die op 4 juli 1128 gesticht is door Herman, graaf van Kuyk aan de oever van de Linge bij Beesd om aan de nederlaag van de Hollandse graaf Floris te voldoen, de abdij van de Onbevlekte Maagd in de Waard, genoemd Marinwaard. In Latijnse oorkonden wordt het woord wier of terp gewoonlijk door insula vertaald, onder andere Marinweerd, de abdij aan de Linge: Insula beate Marie. Het rijke klooster werd vele malen geplunderd, in 1427 door brand verwoest, nadat het herbouwd was werd het in 1493 weer door bendes in brand gestoken wat Hendrik van Brederode in 1566 ook deed nadat hij de kostbaarheden er uit haalde, werd niet meer herbouwd.

 

Meerkerk, in Alblasserwaard, 1266 Merkerke; van merren wat in Nederduits een schip met touwen aan land vast te binden betekent bij een kerk. Het heeft een kerkorgel dat in gebruik is gesteld in 1876 en gemaakt door de heer Snetlage, in leven burgemeester van Beesd.

 

 

 

Nijkerk, bij Amersfoort, 1334 Neyenkercke; nieuwe kerk die gebouwd werd nadat de oude kapel in 1221 verbrand was. Hierbij lag het buitengoed Salentein. Op kerkelijk gebied hebben er zich te Nijkerk bijzondere tonelen voor gedaan en wel in 1745 toen onder het preken van de uit Jutphaas overgekomen leraar Gerardus Kuipers steeds het verschijnsel bij de toehoorders en vooral hoorderessen zich voordeed van handen wringen, neervallen, gillen en dergelijke. Dit bleek zeer aanstekelijk en nam grote vormen aan, tenslotte liep het dood.

 

Rijperkerk, Fries Ryptsjerk, bij Leeuwarden, 1314 Ripikerka, 1396 Riperkerka; kerk bij waterkant, of naar riper; kerk behorend bij Hardegarijp. Bij dit dorp stond eens de sterke stins Toutenburg van Jurrien Schenk. De laatste eigenaar, Nicolaas Ypey die in 1869 overleed liet het slot afbreken. Daar recht tegenover ligt de buitenplaats Vijverburg.

 

Sint Annaland, bij Tholen,1504 Sint Annalant, in het wapen van de gemeente zie je Sint Anna die de moeder van Maria is. Ze draagt op ongelijke hoogte twee kinderen waarvan de ene Maria en de andere Jezus verbeeldt. In 1476 gaf Karel de Stoute zijn halfzus Anna van Bourgondi toestemming om een schorrengebied bij het eiland Tholen de bedijken. Ze bouwde er een kerk die ze opdroeg aan haar patrones, de heilige Anna.

 

Sint Annaparochie, bij Franeker, eerder Altoena genoemd, vormde samen met andere parochies en Altoena werd tenslotte genoemd naar de heilige Anna, moeder van Maria. Bij de kerk is een kapel met het adellijk geslacht der Van Haren. Op het hek der kapel staan de woorden; In morte vita, in de dood ligt het leven. Die koperen deuren waren een geschenk van Gustaaf Adolf wat in verband kan staan met de gewichtige gezantschappen die meer dan eens door Willem van Haren in Zweden gedaan zijn. De spotnaam van de burgers is raapkoppen.

 

Sint Jacobiparochie, t Bildt. Eerder het dorp van de Wijngaerdens, Dirk van Wijngaard was een van de eerste bedijker van t Bildt bij Franeker waar de kerk onder bescherming stond van de heilige Jacobus. Ze worden spottend rammenvreters genoemd.

 

Sint Michelsgestel, bij Hertogenbos, wordt al vermeld in de 12de eeuw. In 1426 Gestel en Sint Michiel, waarschijnlijk naar een aan deze heilige gewijde kerk. Naast het dorp lag het landgoed Zegewerp, ook het kasteel Haanwijk waarbinnen de vroegste preken van de Hervorming in N. Brabant zijn gehouden. Het gemeentewapen heeft de aartsengel Michael die de draak bestrijdt.

 

Sint Filipsland, Tholen, is naar Sint Filippus genoemd.

 Sint Kruis, bij Aardenburg, 1270 in die prochia van Sint Crues; genoemd naar het H. Kruis vergelijk Santa Cruz. In de kerkzegel is in het hart een roos te zien met daarboven het kruis met het randschrift;

Eens Christens hart op roosen gaet,

Als t midden in het kruise staet. Het is ook de spreuk in dergelijk wapen van Luther.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sint Michielsgestel, 1305 Gestele; bos op hoge zandgrond, Sint Michiel naar de aan deze heilige gewijde kerk..

 

 

Sint Odilinberg, bij Roermond, 11de eeuw Heriberc; berg met klooster en indirect genoemd naar de heilige Odilia. Odilia of Ottilia, dochter van Pepijn van Herstal en de korenbloem van Herstal genoemd. De legende verhaalt dat ze blind geboren werd en het gezicht ontving bij de doop. Haar attribuut is dan ook een paar ogen die op een boek liggen. Ze werd abdis van het later naar haar genoemde klooster Odilinberg in de Vogezen. Ook Mons Peteri genoemd, in 858 is er al een vermelding dat het klooster in Berg gebouwd was tere van Petrus. Al in de 7de eeuw zou het evangelie gebracht zijn door Sint Wire aan wie de kerk is gewijd en door zijn vrienden Plechelmus en Odgerus.

 

Sint Pancras, in 1506 Ecclesia S. Pancratii, 1639 Sint Pancraes; naar de Heilige Pancratius of Sint Pancras, een van de ijsheiligen. Eerder heette het Vroonen. Vroonen, Vronen, eerder Fronlo, gewijd aan Fr: zonnegod, lo; bos, looibos of verhoogd bos, meest eikenbos. In vroon ligt oorspronkelijk de betekenis van iets heiligs, meer dan alledaags. Vroonland is een land dat een heer toebehoort, vroonwateren waarin je niet mocht vissen, vroonvis waarmee meestal de zalm werd aangeduid, elft en steur.

Commelin: Deze eer hebben de Friezen dat ze vanuit hun hoofdstad Vroone meer dan eens Alkmaar overmeesterden en bij Hoogwoud over de verslagen Wilhelm, Roomse koning zegepraalden. Zo lang hield die kleine hoek de Hollandse macht gaande tot eindelijk in de 27 maart van de lentemaand in 1294 onder Nieuwburg (een sterkte tegen de Friese overlast van Floris gebouwd) zo gelukkig door graaf Johan, geholpen door zijn Engelse schoonvader Eduard, Engelse koning, met enige benden gevochten heeft zodat de Friese moederstad Vroone na een grote nederlaag van haar burgers ingenomen en tot op de grond toe verwoest is. Dat terwijl de kleine Friezen ten noorden zich niet onderwierpen aan de graaf Alruin. Er zouden wel 3000 Friezen gedood zijn, uitgezonderd de velen die verdronken. Oudorp werd gespaard omdat het stil gezeten had.

 

Uit van Lennep.

 

Ook Franeker betekent vroonakker; de heer toebehorend, eerder Fronakre, 1296 Froneckere, Franeckere. In 1192 kreeg Franeker stadsrechten van Sicco Sjaardema. Er bloeide een hogeschool van 1585 tot 1811 toen Napoleon het ophief. Hier is Eisinga s Planetarium te zien, zie Dronrijp. Een gevelsteen in de Dijkstraat, zogenaamde Mauritssteen, is ter gedachtenis dat daar Johan Maurits van Nassau die door het instorten van een brug te water raakte en slechts met veel moeite gered werd op 8 januari 1665. Johannes Scheltema is hier geboren in 1767 wiens vele geschriften en vooral die van Heksenprocessen bekend is. Spotnaam van hen is klokkendieven, wel in verband met de klok in het gemeentewapen. Er is een overlevering dat zee en van de drie klokken van Tzum hebben gestolen. De schildhouder van het gemeentewapen zijn de beelden van 2 maagden en elk met een korenschoof in de arm. Dat omdat Franeker eens belegerd was en in hongersnood verkeerde maar dat er twee maagden waren met twee broden waren en die broden van de stadswal naar de vijand wierpen waaruit die besloot dat er nog geen gebrek in de stad was en de uithongering staakte en de belegering opgaf.

 

 

Maartensdijk, bij Utrecht, 1219 (in) Veno, 1504 Sunte Mertijns dijck; Sint Maarten is de kerkpatroon hoewel er geen sint in de naam voorkomt. Sint Maartensdijk in Zeeland heeft dat wel. Het wapen van Maartensdijk vertoont Sint Maarten die zijn mantel met een bedelaar deelt, een handeling, zo zegt de legende, beloond werd door de verschijning van Jezus met de halve mantel bekleed en tot hem zei; Wat gij de minste van mijn broeders gedaan hebt dat reken ik aan mij gedaan, Paulus 1.21.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sint Maarten, bij Schagen, 1319 Ste Maertijn, 1396 Ecclesia beati Martini, zie Maartensdijk die dezelfde afbeelding heeft in het gemeentewapen.

 

Sint Maartensdijk, in Tholen, 1341 St Martendijk; 1452 sente Merttensdijck, met de oude kerkpatroon Sint Maarten. Hier werd met toestemming van hertog Filips van Bourgondi in het openbaar het huwelijk voltrokken van Frank van Borssele en Jacoba van beieren dat al eerder in 1433 in het geheim gesloten was. In de kerk is er van dit echtpaar een praalgraf.

 

Oenkerk, bij Leeuwarden, Fries Oentjerk, 1486 Oentzercke; kerk van Oene. Tal van stinsen en sloten zijn ondergegaan, Heemstra state en Stania State bleven tot heden gespaard.

 

Oldekerk, bij Groningen, 1320 Aeldekerka; oude kerk tegenover de Niekerk bij Zuidhorn. Hier zijn herinneringen van spoken. Dat vanwege het erbij gelegen landgoed Bijma in de buurt van Faan, het Huis te Faan genoemd. Rudolf de Mepsche liet in 1731 een en twintig personen ter dood brengen vanwege bekentenissen door hen geuit op de pijnbank die hij gebruikte om een eerder misdrijf uit te zoeken.

 

 

 

 

Oostkapelle, bij Middelburg, eerder tHoostcappelle, 1322 Oistcapellella; kapel, ter onderscheiding van Westkapelle. In de buurt ligt het landgoed Overduin, het kasteel Westhoven wat eenmaal een bezitting was van de orde van de Tempel die zeer veel bezittingen heeft gehad en zeer machtig was hoewel haar stichters zich de arme krijgsbroeders van Jezus Christus noemden. Onder die stichtsters was Hugo de Payens en 8 andere edelen waaronder een Zeeuw Wolferts van Borssele was. Daarna is het eerst een abdij geworden van de Tempelieren en dan van de Premonstratenzers. Floris V is er geweest in 1290. In de Spaanse tijd werd een groot deel in de as gelegd en wat er over was verkochten de Staten aan Henrick Balfour in 1579 die als kolonel in hun dienst was. Na nog vele andere wisselingen bleef het in wezen.

 

Ouderkerk aan de IJssel, Ouderkerk; oude kerk ten opzichte van Nieuwerkerk aan de IJssel. De oudheid blijkt uit een handvest van graaf Floris II, bijgenaamd de Vette, 1097.

 

 

 

 

 

 

 

 

Ridderkerk, bij Dordrecht, ook Rijderkerk en Rijerkerk, 1280 Riderkerke; herinnert er aan dat een ridder eigenlijk een rijder is. De naam komt van de Riederkercke die in de Riedenwaard dat nu verdwenen is wat een kerk in het riet betekent. Hieronder behoort het adellijke huis en landgoed De Donk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sambeek, bij Boxmeer, eerder Sambeeck, 1406 Zambeke, 1473 Zantbeeck; wat komt uit Sint Jansbeek, anders zandbeek.

 

 

Tietjerk, bij Leeuwarden, Fries Tytsjerk, 1392 Thiatzrckera, 1481 Tyetzerka; kerk van Tije. Daar wonen de biezensnijders, mogelijk naar het wapen van Tietjerkstradeel dat in zijn eerste kwartier een zeis en schepnet heeft, in het derde drie boompjes, in het vierde een waldhoren, maar in het tweede een bos biezen laat zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrouwenpolder, bij Middelburg, 1474 Vrauen poldre; de naam doelt op Maria wiens afbeelding dan ook in het wapen staat voor de Hervorming en nog tot 1572 was er een beroemde beeltenis van Maria waaraan wonderkracht werd toegeschreven.

 

Waterlandkerkje, bij Oostburg, 1857 Waterlandkerkje; kerkje en waterland. In 1659 bouwde de Hervormden een kerkje niet ver van IJzendijke. Aan hun aanwezigheid ergerde zich de Roomse bevolking van het naburige Vlaanderen. Dat bleek op 25 november 1668 op bloedige wijze. Acht vermomde gewapenden drongen het kerkje binnen, verscheurden de Bijbels, beroofden de kerkgangers en vermoorden de predikant Johannes Stuirbout. Het werd toen verstandig geacht om ergens anders te beginnen, de kerk werd afgebroken en een nieuwe werd gebouwd in 1669 in een buurt Waterlande, vandaar de naam Waterlandkerkje.

 

Westkapelle, bij Middelburg, eerder Westcappella; westelijke kleine kapel of kerk ter onderscheiding van Oostkapelle. Het is vermaard om zijn zeedijk die 4700m lang en 125m breed is. Van een jongen die niet wil oppassen en die dus (!) maar naar Oost Indie moet zeggen de Zeeuwen; hij moet de Westkappelse dijk om. En als de wind blaast dan heet het daar; De Westkappelse engel rijdt. De inwoners hebben iets aparts in spraak, voorkomen en kleding en worden voor afstammelingen van een nederzetting van Noormannen gehouden.

 

Wijhe, bij Zwolle, eerder in villa Wie, 1133 Wie of Wye; heiligdom, vergelijk Wehe den Hoorn. De kerk heeft drie graftomben waarvan een zeer fraai en sierlijk is die van generaal Koenraad Willem, baron van Dedem en overleden te Zwolle in 1713. Dit prachtig stuk is gesticht door zijn echtgenote Anna Elisabeth, baronesse van Echten tot Echten. Onder Wijhe behoort het landgoed De Gelder.

 

 

Wijk, had dezelfde betekenis als stad, een stadboek was een wich-billet, zie de namen in Engelse steden met Wijk en Weichbilt bij Maagdenburg.

 

 

Beverwijk, bij Haarlem, eerder Beverhem, Beorhem; plaats van bever. Of Bever is beevaart, bedevaart, omdat het in de eerste helft van de 11de eeuw naar de patrones van de kerk Agathakerk, Agathenkiricha geheten is. Maar omdat de namen Beverbeek, Beverdam, Bevermeer, Bevershoek, Beversoord, Bevervoorde, Beverweerd en het erbij gelegen Velzen dat oudtijds Bevervoort heette zal dan meer slaan op het dier dan een processie. Er is een priorij van de Tempelieren gevestigd geweest. Zeer oud is het in de nabijheid gelegen Adrichem. Het werd door Karel Martel aan Willibrord geschonken. Onder Beverwijk ligt de buitenplaats Scheibeek waar Vondel toen hij angst kreeg en in gevaar kwam vanwege de uitgave van Palmedes een tijdlang schuil gehouden bij zijn vriend Laurens Joosten Baake.

Ze worden spottend klapbessen genoemd naar de belangrijke fruithandel die ze dreven.

 

Babyloni Baard, bij Sneek, 1329 Bawerth, later Bardwike, plaats aan de rand. De burgers heten daar katten, daar heeft Juw van Dekama gewoond, geboren 1450, de laatste gekozen potestaat van Friesland. Zijn stins is later een boerenplaats geworden.

 

Bleiswijk, bij Rotterdam, 1242 Blesewic, 1342 Bleeswijc; plaats van Bles of Blas, naam van een in 1242 uitgegeven veen ontginning. Simon Episcopius is daar predikant geweest, 1610-1612, werd na Gomarus hoogleraar te Leiden en vanwege zijn Arminiaanse gevoelens vervolgd en week uit naar Frankrijk en keerde na Maurits dood terug en werd hoogleraar in 1634 te Amsterdam aan het Atheneum.

 

Ewijk, Ewyk, bij Beuningen, vanouds Awich; wijk aan water. Het staat vermeldt in een giftbrief van gravin Adelheidis van 1188.

 

Harderwijk, 1231 Hederewich, 1263 Herderwick; plaats van een herder. Vergelijk Engels Hardwick; schapenboerderij. Had al in 1372 de gelegenheid tot onderwijs in de klassieke letters onder leiding van de broeders in het Hironymus klooster die zich vrije klerken noemden. Bij zeer toegenomen groei kreeg het de naam van Doorluchtige Schole van t Quartier Veluwe. Door prins Maurits kreeg het de naam van Gymnasium Nassavico-Velavivum of de Nassau Veluwse School en ook het recht om de Veluwse en wapen van Nassau te voeren, in 1647 de Academie van Gelderland die in 1812 opgeheven werd en veranderd in een Atheneum die tot 1818 bestond. Vanouds was Harderwijk beroemd om het roken van haring tot bokking en ze worden bokkingkoppen genoemd.

 

Heeswijk, bij Hertogenbosch, 1196 Hesewich 1396 Heeswiic; plaats met heesters. Heeft een kasteel waarin een rijke verzameling van oudheden en zeldzaamheden was. Het was eigendom van de familie Van den Boogaarde. In 1895 overleed de laatste bewoners en de merkwaardige inboedel is daarna door verkoop verspreid.

 

Honswijk, bij Houten, Hondswyk, 1200 Hundeswiic, 1280 Hunswike; plaats van Hund, was van de heren van Kuilenburg, later van Balthazar van Wevelinkhoven.

 

Rijswijk, bij Maurik, eerder Risnen, Rijswich; plaats van bindwilgen, rijs. In de lijst van de Utrechtse goederen wordt Ryswich een Villa; stadje, genoemd, lag op een eilandje in de Lek, niet bij Den Haag. Rijswijk bij Maurik daar is een commanderij geweest van de Maltezer ridders naar hun verblijf op Malta zo genoemd die eerder te Jeruzalem de Orde van Sint Jan heetten, ook Johannieters en Hospitaalridders.

 

Rijswijk, bij Den Haag, in 1697 werd daar op 20 september een vrede gesloten tussen Frankrijk en de Republiek der Verenigde Nederlanden en wel in het huis Nieuwburg of het Huis te Rijswijk, een door Jacob van Campen uitgevoerde stichting van Frederik Hendrik. Het werd in 1788 gesloopt. Onder Rijswijk heeft een klooster gestaan, Sion, waarin Erasmus zijn eerste opleiding kreeg.

 

Katwijk. De stam der Katten uit het land verdreven hebben zich om de oude mond van de Rijn gezet en de naam van beide Katwijken is hiervan afkomstig. Katwijk aan de Rijn bij Leiden, het kerkzegel heeft dan ook ; Catti aborigines Batavorum; de Katten zijn de stamvaders van de Batavieren. Batavieren waren afkomstig van de Katten, Tacitus; ze wonen in een eiland dat rondom door de Rijn bespoeld wordt en zijn eerder een gedeelte van de Katten geweest. Later kregen de Friezen de overhand en bleven de Batavieren in dat gedeelte van Batavie wat nog de naam van Betuwe heeft.

Kattenbroek bij Woerden, Kattenburg bij Amsterdam, Katwijk buiten Delft, Kats een stadje in Zeeland dat nu onder de golven ligt, Kadzand in Zeeland, Kattendijk een plaatsje bij Ter Goes, Katwijk in het land van Kuik.

 

Katwijk aan zee bij Leiden is beroemd om zijn sluizen. Lang geleden was er een slot, het machtige Huis te Britten, ook Brittenburg geheten. Zou gesticht zijn door Agrippina, de vrouw van Germanicus, is door de zee verzwolgen.

Waar Willibrordus uit Brittanni gekomen is wordt het huis ter Britten of Brittenburg genoemd. Dat zou zijn bij de monden van de Rijn waar een eiland lag met de naam Brittia. Dat grote eiland werd door 3 volkeren bewoond, Engelsen, Friezen en Britten en van Brittanni onderscheiden.

Het eiland Brittia zou gelegen hebben recht over de monden van de Rijn, tussen de eilanden Thule en Brittanni. Het zou door drie machtige volkeren bewoond zijn geweest, Engelsen, Saksers en Friezen. De Engelsen zouden machtig genoeg geweest zijn om een leger van 100 000 koppen in het veld te brengen. Op het eiland Britanje, zo Strabo zegt, zal men het oostelijke gedeelte van Brittanni kunnen zien. Waar is dit eiland gebleven? Alcuines zegt dat toen Willibrordus in de burcht Utrecht aangekomen was; hier was ook de gewoonlijke overtocht uit Batavia naar Britanje; en de leeftocht placht uit Britanje te deze plaats aan te komen. Hier was een vermaarde en zeer scheeprijke haven en deze stroom van de Rijn werd veel bevaren zoals het Huis ter Britten te kennen geeft. De stroom van de Rijn was hier ter plaatse veel vermaarder en steeds vol schepen. Met Thule wordt wel op Tiel genoemd, zie daar.

 

Kootwijk, bij Barneveld, 1333 Coetwijc, 1396 Kaetwick; plaats met kleine boerderij, kot. Het wordt vanwege zijn kleinheid bespot in de rijm;

Kootwijk is een darp,

Met zeven huizen en een kark;

Alle boeren komen r uut,

Met de bochels op de huud.

 

Naaldwijk, bij Delft, 1156 Nadelwich, 1342 Naeldwijc; plaats met ? De heren van Naaldwijk, 1200-1500, zijn zeer aanzienlijke en machtige heren geweest. Hun wapen is nog het gemeentewapen. In de buurt heeft bij Hondsholderijk of Honselaarsdijk een oud kasteel gestaan, Honsel, dat Frederik Hendrik tot een vorstelijk lustslot verbouwde, later is het van alles geweest, gevangenis, school voor kadetten, hospitaal en is in 1814 voor afbraak verkocht.

 

Noordwijk, bij Leiden, eerder Norcha, 1220 Nordeka; noordelijk gelegen gauw of dorp. De kerk bevat een fraai monument dat opgericht is ter ere van de heer der plaats, Jan van der Does, gewoonlijk Janus Dousa genoemd, de man van het zwaard en de lier die als moedig krijgsman zijn geboortestad Leiden gedurende het beleg grote diensten bewees en tevens sieraad was op het gebied van wetenschap en dichtkunst.

 

Noordwijkerhout, bij Leiden, 1281 den Hout, 1333 Noertich ten Houte; hoogstammig bos van Noordwijk. Het in middeleeuwse oorkonden genoemde Nortga bestond uit twee ambachten, toen naar de bezitters Gerarts ambacht en Jans ambacht genoemd, de eerste is het tegenwoordige Noordwijk, de tweede met Noordwijkerhout. Men beweert dat zich voorheen een bos uitstrekte van Noordwijk tot Haarlem toen en van daaruit de naam. Hier onder ligt het huis Leeuwenhorst, oudtijds een abdij van de Cistercinzer orde die door een 60 monniken bewoond werd. Ze hadden, zoals uit rekeningen blijkt, geweldige overlast van ratten en muizen. Eens werden er in een jaar 489 en 1159 stuks van die twee diersoorten gevangen. Voor iedere muis kregen de joffers; 1 denier en voor een rat 1 oortje. Dat is dan merkwaardig omdat als we bedenken dat Leeuwenhorst uitsluitend adellijke dochters opnam.

 

Oisterwijk, bij Tilburg, 1167 Hosteruuic, 1215 Ostruic; oostelijk gelegen plaats. Heeft een kasteel gehad wat je nog ziet in de naam Hooge Burg van een plek waar niets meer van de burcht te zien is. Op het marktplein stond een grote lindenboom wat dezelfde zou zijn die in een kroniek van 1609 vermeld wordt als staande  achter een kapel van Onze Lieve Vrouw van Mirakel, genoemd Onze Lieve vrouwe van de Lindt-Eyndt. De Honsdberg is het uitgestrekte landgoed dat daarbij ligt.

 

Oosterwijk, bij Leerdam, Oosterwyk, 1396, Oesterwijc; oostelijk gelegen plaats. Vanouds Eterwijk genoemd, gesticht door Foppo van Arkel de zoon van Heimen van Arkel.

 

Schalkwijk, bij Houten, 1130 Scalwiich, 1165 Schalcwig; plaats van een knecht, hier wel een aanzienlijk persoon. Met een kasteel van dezelfde naam, niet ver van de Lek.

 

Steenwijk, 1141 Steenwijc; steenachtige plaats.. Vaak is Steenwijk betrokken geweest bij het rumoer en het gejammer van een oorlog. Rennenberg na zijn afval van de Staatse zijde en verzoening met Spanje belegerde het in 1580. Het beleid en moed van Johan van den Corput hield de verdediging vier maanden lang vol, toen kwam het verzet onder de Engelse bevelhebber Norrits en de stadhouder Sonoy. In 1582 werd het onverwacht ingenomen en in 1592 door Maurits weer veroverd. In 1672 was het een tijd lang in de macht van die van Munster. Bij Rennenberg hoort het verhaal dat een schutter van de verdedigers een schot in het duister loste aan de kant waar hij een van de vijanden op de prins hoorde smalen en dat het schot bevonden werd dat het die vijand de tong ontnomen had.

 

Stolwijk, bij Gouda, Stollewyk, Stolkwyk, Stolwijk en afgekort tot Stolk, vandaar de geslachtsnamen Van Stolk, Stolker en Stolkert, 1330 Stolwijc; plaats die hard is. Het gemeentewapen met de roem van de plaats, een gekroonde stapel kazen. In het begin van de 18de eeuw werd het dorp veel bezocht vanwege een rietdekker. Bakker, van wie men zei dat hij zeven weken lang dag en nacht geslapen had zonder te drinken.

 

Vreeswijk, Vreeswyk, bij Nieuwegein, eerder Fresionowic, 1217 Vreswik; plaats van de Friezen. Waar al vanouds een kerk heeft gestaan zoals blijkt uit een brief van Otto, bisschop van Utrecht, in 1217. Die kerk is later vernield. Ook heeft er een sterk kasteel gestaan en naar de gilden der handwerkers Gildenburg genoemd ter bewaring van de sluizen.

 

Wijckel, bij Lemmer, 1132 Wicle; mogelijk bos van Wike. Daar woonde Onno Zwier van Haren op het buitengoed Meerenstein. Voor hem woonde daar de vestingbouwkundige Menno, Baron van Coehoorn van wie er in de kerk een graftombe is. Eens, het was in 1428, werd een oude pastoor, Peter, in de kerk waar hij aan het bidden was door een woeste bende overvallen met de Schieringer Douwe Minnema aan het hoofd, hij werd meegesleurd naar Sondel waar zijn zoon Agge, die tot de Vetkopers behoorde, zich versterkt had in zijn stins. Toen werd de stins opgeist onder bedreiging dat bij weigering zijn vader voor zijn ogen dood gemarteld zou worden. De vader riep het toe; blijf volharden en voordat de verbijsterde jongeman tot een besluit kon komen werd de oude man vermoord.

 

Wijk, Wyk, bij Maastricht, in 1157 ecclesiam de Wich, 1196 de Wyc; plaats, benoorden het Veen en ten oosten van de Maas is in 1458 door Filips van Borgonje, Bourgondi, met verschillende vrijheden beloond.

 

Winterswijk, 1493 Wintereswick; plaats van de persoon Winter. Hier werd op 22 november 1799 een adellijke jonkvrouw van 52 jaar, Johanna Magdalena Catharina Judith van Dorth gefusilleerd omdat ze van haar kasteel Harreveldeen oranje vlag had laten waaien en zich met oranje versierd had vertoond. Vlak bij lag het oud adellijke landgoed Walien.

 

Wijk bij Duurstede, eerder Dorestate, Dorestade, 1343 Wijc; plaats. De kroniek over Hirschuw over het jaar 856 noemt Duurstede een zeer vermaarde vlek, in Latijn Vicus. De kanunnik Nuyts zegt dat er voor de eerste verwoesting wel 55 parochie kerken gestaan hebben, dat moet wel van het stadsgebied verstaan worden. De Goudse kroniek spreekt van 30. Waarom Wijk bij Duurstede? Is Duurstede alleen niet genoeg. Men zou denken dat Wijk bij Duurstede niet op dezelfde plaats staat waar het vanouds heeft gestaan. De echte reden is dat Wijk eigenlijk de stad en Duurstede het kasteel is slot betekende die later ommuurd warden tot een stad. Mogelijk het oude Batadurum die Tacitus vermeldt. In ieder geval zijn er oudheden opgedolven van Romeinse, Germaanse en Frankische oorsprong.

In een brief van Karel de Grote uit 959 wordt het Villa; stad, genoemd ook heeft hij het als de voornaamste koopstad van het ganse land de oude Friese naam van Wick of Wijk gegeven. Daar heeft zijn vader gewonnen van Radboud. Hij stelt Duurstede in een brief gelijk met het paleis te Nimwegen en met de vermaardste steden van Frankrijk. De eerste verwoesting was door de Noormannen in 835 en 836, tweede in 847, derde in 864. Een Noorman, Rorich of Roruch, was er zelfs graaf. Later hebben de bisschoppen van Utrecht daar een nieuw kasteel onder de oude naam Duurstede gebouwd waar David van Bourgondi en Filips van Bourgondi, beide bisschoppen van Utrecht, tot hun dood toe gewoond hebben en daar in de parochiekerk begraven zijn. Is in 1449 ommuurd en kreeg stadsrechten van bisschop Rudolphus I, Gysbrecht, heer van Gaasbeek, was echter al in 1300 tot een stad gemaakt.

 

Zandwijk, Zandwyck, buiten Tiel, 1330 Zandwike; zand en plaats. daar stond een parochiekerk die al in 695 ter gedachtenis van de martelaar Vincentius is gewijd.

 

 

 

Trecht of Trajectum; oversteekplaats.

 

Barendrecht, bij Rotterdam, 1265 Berendrecht; oversteekplaats van Bero, hoewel het een jongere naam is en kan ook drecht; veer, in verband staan, het eerste woord met bere; drek.

 

Dordrecht, Dordregt, vanouds Toridregt, Thuridregt, Thunridregt, in 1200 Durdreth genoemd van dregt, doortocht van de Thuringers die daar gewoond zouden hebben, zie Turinger Veer of verkort Terveer, Turinger Tol of Tertol, Tertole, Turingergoes of Tergoes, Turinger goude of Ter Goud. Of naar de god die Theuth genoemd werd waarvan de naam Duitsers komt en Thuitsen en Teutisch.

Als stad waarschijnlijk gesticht in het begin van de 11de eeuw door graaf Dirk III. Er was ooi ook een grafelijke munt. Dirk IV werd er in 1049 door een Keulenaar gedood met een vergiftige pijl, een vergelding omdat de graaf in een steekspel te Luik een broer van de Keulse bisschop dodelijk verwond had. Het huis in de Wijnstraat waar die pijl werd geschoten, heeft een gevelsteen waarop staat te lezen; Het Huis genaemt Hollant, de straat daar tegenover heet nog steeds de Gravestraat. In 1203 werd daar het beruchte huwelijk gesloten van de 17jarige Ada van Holland met graaf Lodewijk van Loon naast het nog onbegraven lijk van haar vader, Dirk VII. In 1421 werd Dordrecht door de Elisabeth vloed van het vaste land gescheiden wat te zien is op de Spuipoort wat na de sloop van die poort op een muur van een school is verplaatst;

  t Land en water, dat ghy hier siet,

Waren twee en seventig prochien, na cronieks bediedt,

Verdroncken door het water crachtig,

In t jaer 1421 waerachtig.

Die vloed vernielde ook het huis de Merwede. In 1618 en 1619 werd onder het voorzitterschap van Johannes Bogerman de bekende synode gehouden die in de twist van Gomarus en Arminius, de meningen van de laatste toen reeds overleden veroordeelde.

De grote kerk heeft een preekstoel van wit marmer en een Avondmaalservies van goud wat een geschenk was van een Indi rijk geworden heer Diodati, afstammeling van een Italiaans geslacht waarvan de leden om vervolging te ontgaan naar Zwitserland, Engeland en Holland uitgeweken waren. Van goud zijn ook de doopbekken met de erbij behorende schenkkan uit de erven van Mattheus Coddaeus. In de Augustijner kerk is het graf van jonker Frans van Brederode de dappere hoofdman van de Hoeksen die in 1490 in de stadsgevangenis overleed van de in de strijd gekomen wonden. Cornelis en Joan de Wit zijn er geboren in 1623 en 1625

De burgers heten spottend schapendieven. In de spreekwoorden zegt men de schepen gaan Dordt voorbij; waarmee wordt uitgedrukt dat men van iets voordeel hebben kan, maar niet heeft, dat naar de gelden die bij laden en lossen betaald moeten worden. Toen eens van Dordtenaar een wild geworden os losgebroken was en veel schade aanrichtte liet de man het beest slachten en zond stukken vlees aan de regeringslieden ten geschenke om zo boete of straf te ontgaan. Daarom wordt van iemand die iets kwaads door de vingers ziet omdat hij zich heeft laten omkopen het gezegde gebruikt; t Is een Dordtenaar die van een os heeft gegeten.

 

Drachten, 1460 in Zuiderdracht, al in de middeleeuwen lagen hier 2 boerendorpjes, Noorder en Zuider Drachten; naar de waternaam Dracht of Drait, verwant met drecht zoals bij Dordrecht. Ze worden spottend kalverstaarten genoemd en men stelt ze onder de burgers van Bergum.

 

Mijdrecht, Mydrecht, bij Uithoorn, 1200 Midreth, 1216 Midrecht; oversteek van de Mije dat in 1119 nog als Mi vermeld wordt. In een brief uit 1085 wordt te kennen gegeven dat dit een van de voornaamste plaats in de venen was. Een perkamenten brief van de Utrechtse kerk uit 1201 maakt ook gewag van deze plaats. Op 13 augustus 1572 zijn er ongeveer 500 Geuzen geweest die daar onder aanvoering van Adriaan van Duvenvoorde de schans met St. Janstoren in brand gestoken hebben.

 

Haastrecht, bij Stolwijk en Vlist, eerder Havekesdret, veer of oversteek van Haveke. Volgens Adrianus Junius was het eerst een stad met drie kastelen. Stond onder het kapittel van Oudmunster.

 

Loosdrecht, bij Hilversum, 1308 Loesdrecht; oversteekplaats bij een waterloop.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit van Lennep;

Utrecht, Uitrecht, ook Trajectum Inferius tot onderscheid van Trajectum Superius, Maastricht. Ultatrajectum van de Tregt genoemd, dat is overtocht der Wilten en ze wordt Utregt, dat zoveel als Outregt of Autregt is: Oud Trecht, genoemd omdat daar vanouds een tregt of overtocht van de Wilten (volksstam) was. Ultrajectum is dan zoveel als Olt trajectum of Olt recht of van Wilt trajectum of Wult trajectum. Van de Wilten komt ook Wiltenburg, mogelijk de plaats die nu Utrecht heet. Ludgerus, een Fries, zegt: stabilito Episcopatu in loco, qui nuncupatur Trajectum & alio nomine Wiltaburg, heeft een bisdom gesticht in een plaats die genoemd wordt Trajectum en met een andere naam Wiltaburg. Sigebertus uit 679; Willibrordus heeft de bisschoppelijke zetel, door de vergunning van vorst Pepijn, geplaatst te Wultaburg welke plaats uit een samenvoeging van de naam der Wilten en van Trajectum ook Ultrajectum wordt genoemd alsof men wilde zeggen de stad der Wilten. Maar woonden hier Wilten, die wonen in Hongarije, of zijn ze gekomen via de Hunnen? Willibaldus in het leven van St. Bonifacius zegt dat St. Bonifatius die H. Coebanus of Eobanus tot bisschop der Friezen aangesteld heeft in urbe quae vecatur Trecht, in een stad die Trecht genoemd wordt. Nog wordt Bonifacius in een brief van Pepijn genoemde piscopus Urbis Trajectensis, bisschop van de stad Utrecht. Outrecht is later veranderd in Utregt, Utrecht. Nog heeft ze voor de tijden van Willibrordus een Latijnse castrum en castellum gehad en op zijn Nederduits een burg of burgt genoemd. Ook de naam Monasterium, Munster, wat eigenlijk een klooster is wat binnen de muren van Utrecht ligt. De eerste kerk zou gebouwd zijn door koning Dagobertus die daartoe wel aangezet is door Willibrordus. Die kapel of bidplaats zou gemaakt zijn in 693.

De domtoren is de hoogste in ons land, bevat de grafsteden van de zeehelden Willem Jozef, baron van Gent die onder de Ruyter aan de slag bij Solebay deelnam en roemrijk sneuvelde op 17 juli 1672.

De hogeschool staat er al sinds 1636.

De Unie van Utrecht werd er gesloten in 1579 vooral door toedoen van Jan van Nassau, toen stadhouder van Gelderland die er een standbeeld heeft. De vrede na de Spaanse successieoorlog werd er getekend in 1713.

Geboorteplaats van Adrianus VI, de enige Nederlander die paus werd. Het huis waar hij geboren is op de Oudegracht draagt zijn borstbeeld in de gevel. Ook is er het paushuis door hem gesticht.

Ook Olivier van Noort de eerste Nederlander die een reis om de wereld gedaan heeft is te Utrecht geboren in 1588.

Ook Melis Stoke de arme klerk van rond 1300, de dichter van de Hollandse rijmkroniek.

Vreeburg draagt de naam van het door Karel V gestichte kasteel Vredenburg, zie Vreeland. Dat kasteel was een vaste plaats van de Spaanse macht en door de burgers zeer gehaat zodat ze er in 1577 op aanvielen de Spanjaarden wijken moesten en werd begonnen met de sloop.

Ook liet Everard Meyster, zie Amersfoort, die een bijzondere voorliefde had voor keistenen zo n steen inmetselen boven de stalpoort van het huis dat hij in Utrecht ging bewonen. De mannen die hij uit Amersfoort liet komen om dat te doen trakteerde hij op krakelingen en liet zo aan de schelle trekker van zijn Utrechtse woning een ijzeren krakeling maken waarom dit huis de naam van het Huis de Krakeling kreeg. De straat heette eerst Van Buerenstraat en werd spottend de Keistraat genoemd, de stalpoort en kei zijn later verdwenen. In Utrecht is er nog een andere kei waarvan met de herkomst niet weet die al in het begin van de 16de eeuw bekend was, de zogenaamde Gesloten Steen, een groot blok dat met een zware ketting is vastgelegd aan het hoekhuis van de Oude gracht en Eiligensteeg. Is het een offersteen geweest? Naar de sages zou toen de domkerk gebouwd werd de duivel en zijn boze geesten s nachts met die steen gesmeten hebben om te vernielen wat op de dag gemaakt was zodat de geestelijkheid toen de raad gaf om die kei aan een ketting te leggen. Daarna hield het gooien met die steen op.

 

Er moet nog een ander Wiltenburg zijn wat de grondstenen zijn van het oude slot Fetna waar de giftbrief van Karel Martel van gewaagt. Die naam van Fetna schijnt nog overgebleven in de naam van de rivier de Vecht.

 

Maastricht, eerder Treictinsum urben, later Trajectensis; overtocht en dat over de Maas. Een oude stad die in 881 verwoest werd door de Noormannen, in 1579 door de Spanjaarden ingenomen onder Parma die er een slachting aanrichtte zodat er slechts 400 zielen overbleven. In 1632 door Frederik hendrik weer heroverd en door zijn beschikking kwam de Janskerk aan de Hervormden. De kerk van Sint Servatius heeft sinds 1845 een standbeeld van Karel de grote door wie de oude kerk aanzienlijk werd verbouwd en vergroot. Er is een crypte in. In de Lieve Vrouwe kerk zijn er twee.

Bij Maastricht zijn de steengroeven van de Sint Pietersberg die in oorlogstijd vaak uitwijkplaatsen waren en zo uitgestrekt zijn dat ze wel aan 40 000 personen plaats kunnen bieden.

 

Moordrecht, Moerdrecht, afgekort Moort, bij Gouda, 1250 Mordreth, 1254 Mordrecht; van Moer en dragen of dregen omdat de koopwaar hier ter markt gedragen werd. Het had al vanouds een tol en staat vermeld in een open brief van Floris IV in 1233. In het kerkzegel heeft men iets van moord ontdekt en laat een vrouw zien die door drie gewapende mannen wordt aangevallen.

 

Papendrecht, Papendregt, 1105 Papendreht; oversteek van Papo.

 

Tricht, een dorp aan de Linge, omdat men daar over de rivier gezet werd. Bij Buurmalsen, hier gaat men over de Linge.

 

Zwijndrecht, bij Dordrecht, eerder Zvindrecht, 1281 Svindrecht; geul met veer of oversteek. Oudere naam Schobbelandsambacht, bestond al rond 1000.

 

 

Waterachtige gronden waarbij het ene stuk grond met het andere verbonden wordt, een dam.

 

Dammen.

Alblasserdam, bij Dordrecht, 1328 Alblasserdamme; dam dwars op de stroomrichting, oudtijds Waalmonde genoemd. Daar kwam, zegt de overlevering, in de verschrikkelijke macht van 18 november 1421 in de Elisabeth vloed een houten wieg aandrijven waarin een kind lag en die door een kat die heen een weer ging in het evenwicht werd gehouden. Zie de naam Kinderdijk en t Huis te Kinderdijk hebben daarvan hun naam.

 

Amsterdam.

De eerste vermelding van het geslacht Amstel is in 1019 in een lijst op orde van Adelbolt, 19de bisschop van Utrecht en zijn de oude heren van Aemstel leenmannen van het Sticht en de kerk van Utrecht geweest. Bij Heda komen in 1131 Egbertus de Amestelle en Godefridus de Amestella voor, zo ook in 1145, 1156. Die heren zijn vooral bekend vanwege de oorlogen met de bisschoppen van Utrecht. De eerste, Eggebert van Amestelle, had als leenman al direct een conflict met de kerk omdat hij meer land toe-eigende dan toegestaan was. Na bemiddeling werd dit gesust op voorwaarde dat hij alles wat hij teveel genomen had teruggaf en een van zijn zonen, Gijsbert, na zijn dood het ambt van meierschap zal krijgen.

Heren van Amstel hebben al vanouds Amstelland in eigendom gehad en is wel genoemd naar het riviertje de Amstel. Daar woonden waarschijnlijk wel vissers. In 1203 kwam Amsterdam onder water te staan door de Kennemers die de dijk doorstaken zodat het zeewater tot Breukelen vloeide en men met de boot naar Utrecht kon varen en de rest werd in brand gestoken. Dat gat zou het jaar daarop gedicht worden, maar het was te diep waardoor men genoodzaakt was een dam in de rivier Amstel te leggen, dus Amstels-dam, daar waar nu Papenbrug is, daarna kwamen er sluizen die meer terug gelegd warden zoals op de Middeldam.

Heeft veel te lijden gehad van grote stormen als in 1169 waar kastelen weg spoelden, duinen overliepen, mensen en vee verdronken, ook in 1412 en 1400, 1570 was er een geweldige storm waar volgens oude schrijvers wel 400 000 mensen omkwamen, de Allerheiligenvloed. In 1665 had men pest, daarop oorlog te water en daarna te land, dijken braken en mensen kwamen om, ook in 1675.

Amsterdam is vooral gegroeid na de stormen die de Zuiderzee vormden en het zo een toegang of haven gaf tot de Noordzee. Vooral toen Stavoren verzandde werd de haven steeds belangrijker.

Beroemd is het Paleis, vroeger Stadhuis, dat gebouwd zou zijn op 13659 palen het getal der dagen van het jaar met een 1 er voor en 9 er achter door Jacob van Campen en Daniel Stalpert, het beeldwerk is van Artus Quellinus. De bol die door Atlas getorst wordt is een werkstuk van Francois en Pierre Hemony die een gieterij hadden op de hoek van de Keizersgracht en t Molenpad, zie Arnhem. De Nieuwe kerk gesticht door Willem Eggert, heer van Purmerend wat je in het koor ziet; Anno MCCCC ende XVII, den 15de dag in Julio starff den eerbaeren Heer Willem Eggaert, Heer tot Purmereynde, gedoyteert met twee Vicarien, medefondateur van deze kerk die begraven is onder dese blauwe serk. Verder de Oude Kerk en de Westerkerk die op haar hoge toorn een keizerskroon draagt wat de Roomse koning Maximiliaan in 1489 aan Amsterdam toestond te voeren boven het wapen van de stad. Van 1632 tot 1877 had Amsterdam een Atheneum, toen werd het verheven tot universiteit. In de Nieuwe Kerk zijn begraven de zeehelden de Ruyter, Van Galen etc. Standbeelden zijn er van Rembrandt, Vondel en Thorbecke. Hooft heeft een borstbeeld in de gevel aan het aan de Keizersgracht staande huis waar hij woonde van 1630 tot zijn dood in 1647. Potgieter in de gevel van het laatst door hem bewoonde huis aan de Leliegracht. Een borstbeeld van prins Hendrik aan de kade die naar hem is genoemd. Een borstbeeld van Sarpathi die de eerste stoot gaf tot uitbreiding van de stad in het park waaraan zijn naam is gegeven. Op de Dam verheft zich een monument uit 1865 die gewijd is aan de volksgeest in 1830 en 1831.

Ze worden koekvreters genoemd waarschijnlijk naar de hoge eer waarin het Sinterklaasfeest en Sinterklaasmarkt heeft gestaan.

 

Appingedam, bij Delfzijl, 1326 in Apingedamme; dam van de Appinga, bewwoners van de streek langs het water Appa. Doede van Amsweer is er geboren die in opdracht van Willem Lodewijk van Nassou de hervorming in Groningen verspreidde. Appingedam had vroeger een sterk slot dat Dijkhuizen heette. Er staat wel het slot Ekenstein.

 

Dubbeldam, bij Brielle, 1310Dubbeldamme;dam in de Dubbel, waterloop die nu verdwenen is, oudere naam Gerritshaven. Het was vroeger een stad die ommuurd was en van poorten voorzien. De laatste poort is in 1746 gesloopt. In het koor van de kerk is een graftombe van heer Nicolaas van Putten een van de edelste ridders van zijn tijd in 1311 naast zijn gade Aleid.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit van Lennep.

Edam, bij Volendam, eerder Eedam, 1357 Yedamme; dam in de Ee. Dat de Edammers deel hebben gehad aan Damiate beweren ze niet alleen zelf, maar erkennen ook de volgende regels die op een kerkraam staat dat door Haarlem aan Edam werd vereerd;

Edam als getrouwe Landsaaten

Quamen die van Haarlem te baaten

Wildt vreuchde vaaten. (vatten,

Sy gingen heen hardt en fier

Met stoute moedt, met felle manier

Als verwoede stier.

Paus, Keyser en al het Christenheer

Verwonderden hem met allen seer

Van die groote Eer.

Alsoo kreeg Edam haar wapen, met Eer en geweldt

Drie vergulde sterren in t rood velt,

En een stier, daarin gestelt;

Anno 1610.

Ze worden spottend mussen genoemd. Een sprookje zegt dat eens werklieden met een balk dwars voor een poort stonden en er niet door wisten te komen totdat men toevallig een mus zag die een takje in de bek droeg recht voor zich uit hen op het denkbeeld bracht om hun balk ook zo te richten, toen ging het en ze waren over de verrassende oplossing van de moeilijkheid zeer voldaan. Zie Dokkum en Kampen.

Men wijst op een ijzeren brugleuning die niet vatbaar is voor roest, er zijn portretten van Pieter Dercksz, die een buitensporige lange baard had, Trijntje Kever die buiten model lang was.

 

 Leerdam, 1265 Lerdamme, 1345 Lederdam; dam aan de Lee of Lede, zie ook Leerbroek, zou ook een afkorting kunnen zijn van Lingerdam, de Linge die er stroomt. Ook de naam Leevliet komt voor als naam van een hoeve. Dus niet van leder of leer (ladder). Bij Gorinchem wat een deel van het oude Teisterbant en een heerlijkheid der Arkels was. Van het slot is niets meer over. De geboorteplaats van Floris Radewijnsz de vicaris aan de Sint Lebuineskerk te Deventer die samen met Geert Groote de vereniging Broeders des Gemenen Levens heeft gesticht die door kennis en vrome geest te bevorderen een van de bruggen gebouwd hebben waarover de Hervorming hier in het land is gekomen. Het koor van de kerk bevat het graf van de laatste heer van Arkel, Jan XIII. Akoy of Acquoy, tot Leerdam behorende is in 1140 gesticht door Johan VIII, heer van Arkel.

 

 

 

 

 

 

 

 Uit van Lennep.

Monnickendam, 1346 Monickedijc, 1532 Monnckendijck, naar de dijk die op de 12de eeuw werd aangelegd en nu verdwenen is. Mogelijk gesticht door Friese monniken, die hadden een klooster op Marken. Het gemeentewapen vertoont een monnik en als spotnaam hebben ze monnikentroeters, mogelijk van trotter; kuieraar of slenteraar. Daar is geboren Wendelmoet Klaesdochter die als weduwe martelares der Hervorming werd omdat ze gewurgd en daarna verbrand werd te Gravenhage op 20 november 1527. Luthers leer vond er veel bijval zodat de stad wel Lutherdam genoemd werd. Admiraal Cornelis Dirksz is er geboren die op de Zuiderzee op 11 oktober 1573 de vloot van Bossu versloeg. Men bewaart nog het ordeteken van het Gulden Vlies, toen door Bossu gedragen alsmede zijn drinkbeker.

 

 

 

 

Schiedam, 1264 Novum Schiedammum, 1316 Sciedamme; dam in de Schie. De schimpnaam is tovenaars vanwege een heksenproces dar daar is gevoerd tegen enige van toverij verdachte vrouwen. Cats zegt er van:

Daar rees in dezen tijd verschil in onze landen,

Of heks of toovenaar sijn weerdig om te branden;

En dit ging wonder ver, tot Goeree en Schiedam.

Met het oog op de branderijen zegt de volkstaal; Schiedam is een sterke vesting.

 

Spaarndam, bij Haarlem, 1334 Sparndam; dam die rond 1220 gelegd is in de Spaarne. In de kerk is het graf van de beroemde waterbouwkundige Nicolaas Saamuel Cruquius die in 1678 geboren en in 1754 overleden is. In zijn uitvoerig grafschrift dat door hem zelf vervaardigd is noemt hij zich een afstammeling van graaf Willen II. Met een zinspeling op sparen zegt het spreekwoord; het is daar op Sparendam; vooral als het daar zuinig en schraal is.

Spaarnwoude bij Haarlem is de geboorteplaats van de reus Klaas van Kijten of van Kieten rond 1300 die onder andere uit Vondel bekend is waarin immers gezegd wordt:

.. de lange Klaas van Kijten.

De Sparrewouerreus, zo onbeschoft, als groot. Die lengte staat op de kerkmuur aangetekend hoever de afstand van zijn linkerhand was tot zijn rechterhand als hij met uitgestrekte armen stond. Een oude kroniek zegt; Hij was alsoo groot, datter een jonck kindt in een van sijn schoenen mochte liggen; oock en dorsten die vrouwen en kinderen hem van voren niet aensien om sijn overgrootheyt.

 

Veendam, 1655 Veendam; dam in het veen. Heeft in de kerktoren een klok die door die van de bisschop van Munster geroofd was uit Midwolde en die ze aan hem ontrukt hebben.

 

Rotterdam, 1281 Rotterdam ter halve Rotte, 1299 Rotterdamme; dam in de Rotte. Als oorsprong van de stad wordt een buurt genoemd die zich vormde onder de bescherming van de kastelen Bulgerstein en Wena aan de mond van de Rotte. In de 13de eeuw werd het ommuurd. Boven de andere gebouwen vertoont zich de stompe, eerder van een spits voorzien, toren of grote of Sint Laurenskerk. Daarin zijn de tomben van 17deeeuwse zeehelden en vooral Gerrit Gerritsen of Desiderius Erasmus die 28 oktober 1467 geboren werd en 12 juli 1536 te Bazel overleed. Op het voetstuk van zijn standbeeld staat dan ook te lezen: Hier rees die grote zon en ging te Bazel onder. In 1549 had hij een standbeeld van hout, in 1557 van steen en in 1622 van brons. Vondel zegt er van: Die onlanghs was van steen, nu glinstert van metael.

Herinneringen uit de Spaanse tijd verbinden zich aan een gevelbeeld van Spinola tegen het hoekhuis aan de Spaanse kade en een opschrift aan de Oostpoort naar de verraderlijke overrompeling van de stad in 1572 toen een Grave van Bossu vermoorden veel Borgers met jammerlyck Geclach. De dappere smid Zwart Jan die tegenstand bood werd door Bossu eigenhandig doorstoken. Een derde gevelsteen was het huis op de Grote Markt die vertoonde een schaap door wilde dieren omringt en het opschrift droeg In duysent vreesen. Een volksoverlevering verhaalt dat in dit huis veel mensen de wijk genomen hebben en dat het bloed van een geslachte bok onder de straatdeur naar buiten gelopen was waardoor de Spaanse soldaten in de waan werden gebracht dat hun makkers daar al geweest waren die woning ongemoeid lieten. Het huis is in 1890 afgebroken. De Rotterdammers beroemen zich op hun peperkoek en dragen de spotnaam kielschieters op grond van het verhaal dat ze eens hun geweren afvuurden op een bootje dat met de kiel omhoog in de Maas dreef die ze voor een grote vis hielden.

Keizerswaard; keizers eiland, waar Suidbertus een klooster timmerde, hij had dat eiland van Pepijn gekregen.

 

Volendam, 1573 Follendam, naar de in 1357 aangelegde dam waarmee de voor Ye van de zee werd afgesloten, vollen; vullen. Hoe Volendam aan zn naam kwam is een heel verhaal. Heel, heel lang geleden liepen een paar boerenmeisjes langs de zeekant. In die tijd bestond de bevolking nog vrijwel allemaal uit landbouwers. Toen de deerntjes genoeglijk over het water tuurden kwam onverwachts een veulen, n volen zoals men in die streken zegt, uit de golven. Ze schrokken aanvankelijk van deze wonderlijke verschijning maar zochten voor het dier de lekkerste kruiden waarna het wederom in de golven verdween. De volgende dag ging een van de meisjes nog eens kijken. Weer kwam het veulen en bracht aan een van zijn poten een vis, een bot, mee. Dit herhaalde zich geregeld tot op zekere dag het meisje door het veulen meegevoerd werd naar de diepte van de zee. De bewoners meenden in dit wonderlijke voorval een aanwijzing te zien dat ze het boerenbedrijf vaarwel moesten zeggen en de zee moesten kiezen. Zo geschiedde. Het gemeentewapen laat een paard zien die aan een van zijn poten een botje draagt. Het is net zon verhaal als van Zeus die Europa schaakte.

 

Werkendam, bij Gorinchem,1230 Werkine, 1241 Werkendamme, dam in de Werkine. Dat woord werk betekent draaien of krommen. De rivier wordt in het begin van de 12de eeuw vermeld als Wirkenemunde. De spotnaam van de burgers is brijbroeken.

 

Zaandam, verdeeld in Oost en Westzijde. 1214 in Sadne, 1316 Zaenderdam; dam bij een bron. Overal bekend om het huisje van Czar Peter dat aan de keizer van Rusland als hoffelijkheid gegeven was en waar hij woonde toen hij in Zaandam was om zich op de hoogte van scheepsbouw te stellen in 1697. Hij heette daar Pieter Migayloff en kreeg bij zijn vertrek een getuigschrift mee van scheepstimmerman Gerrit Claasz Pool. De kerk te West Zaandam heeft een schilderij waarom de kerk Bullenkerk wordt genoemd want de schilderij laat zien welk onheil in die omtrek eens is aangericht door de dolle stier van Jacob Egh, ook Lange Egge genoemd die Egh om wierp, ook zijn zwangere vrouw die allen na een paar dagen overleden. De Amsterdammers noemen de Zaanlanders koeketers, ook heten ze galgenzagers omdat men in 1678 een galg die vier lijken droeg doorgezaagd heeft en met hun last op de grond zag liggen.

 

 

Zwammerdam, bij Woerden, 1156 Suadenburgh, 1255 Suadenburgdam; dam op de grens, Holland en Stcht. De graaf van Holland liet hier in de 12de eeuw een dam aanleggen om zijn land te beschermen tegen overstromingen uit de oude Rijn, daardoor kreeg Utrecht weer te veel water. De vroegere naam Swanenburgerdam zie je nog in het gemeentewapen en kerkzegel die beiden een burg met een zwaan laten zien. Het cijfer 1672 is met zwarte kool getekend omdat het stadje toen door de Fransen werd uitgemoord.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Horn.

Vele plaatsen met horn er in waren toen vermoedelijk havens, horen; iets waarin je wat bewaart en zo haven of horn als hoek waarin je beschut liggen kon.

 

Avenhorn, bij Hoorn, 1312 Lutekedrecht, 1396 Lutticdracht; kleine overtocht, 1457 Avenhorn; haven van Ave.

 

Barsingerhorn, bij Schagen, 1289 Bersincshorne, 1396 Bersingerhorn; haven van Bersing.

 

Dijkshorne, bij Sneek, soms Dijkshoek genoemd, 1718 Dyks Horne; bij de hoek van de (Oude) Dijk,

 

Dirkshorn, onder Schagen, 1573 Dierickshorn; haven van Diederik.

 

Giethoorn, bij Steenwijk, in de volkstaal ook Gieteren, 1230 Gethorne; haven van geiten? De monniken die in het Franciscanenklooster trokken vonden veel geitenhorens die door de stormvloed van 1170 omgekomen waren, onwaarschijnlijk, ook de verandering van geit in giet, meer een haven van Geth. Men verhaalt dat in de winter van 1581 de soldaten van Sonoy de klokken uit de toren haalden en die over het ijs schoven naar Vollenhove, dat op het Giethoornermeer het ijs brak en de klokken zonken die nog uit de diepte een zuchtend geluid laten horen voor oren die het kunnen horen.

 

  

Hoorn, 1298 Hoerne, 1312 Horne; haven. Het gemeentewapen heeft een waldhoorn in een schild dat gedragen wordt door een eenhoren.

Jan Haring is hier geboren die in de zeeslag van 1573 de vlag van het schip van Bossu neerhaalde en dat met de dood moest bekopen. In die slag werd Bossu gevangen genomen en nog wordt in het Weeshuis het vertrek getoond wat hem tot verblijf werd gegeven. Ook is daar Hadrianus Junius geboren in 1511, de dichter Pieter Hoogerbeets in 1542, de staatsman Rombout Hogerbeets in 1561 bekend als lotgenoot van Hugo de Grote, de zeevaarders en ontdekkers Abel Tasman, Willem Corneliz Schouten, Willem Ysbrandsz Bontekoe in 1587, bekend om zijn merkwaardige lotgevallen en ontmoetingen en ook om zijn vroomheid die hem als leus gaf dat God de beste stuurman is, Jan Pietersz Koen in 1587, de grondlegger van Batavia die echter uit liefde tot zijn stad de naam Nieuw Hoorn aanbeval en krachtig verdedigde en slechts op hoog bevel vanuit Nederland in Batavia berustte. Zijn standbeeld is in Hoorn op 30 mei 1893 onthuld.

 In Hoorn is het eerste haringnet gebreid in 1416.

Ze hebben drie spotnamen, wortelen, krentenkoppen en duiveldraers. De laatst genoemde wordt verklaard dat toen in 1471 een accijnshuisje was opgericht en een vrouw uit het volk zich zeer oneerbiedig over de Overheid had uitgelaten dat het een duivels werk was en dat ze de duivel boven op het huisje had gezien toen veroordeelde de boze magistraat het wijf om in een processie mee te lopen met een brandende kaars in de hand en houten duivel op de borst.

 

 

 

Den Hoorn op Texel en Den Hoorn in midden Delfland, Nieuwenhoorn, Oudenhoorn, Oudshoorn etc., hoeken waarin havens lagen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schermerhorn, bij Alkmaar op wat ooit Schermereiland genoemd werd, 14de eeuw Den Horn, 1573 Schermerhorn; haven bij de Schermer, die laatste heette in de 11de eeuw Skirmere, van skir; helder en meer. In het wapen staat een mol en daarom heten ze mollen. In de kerk is een schilderij waarop de kerken zijn afgebeeld van de ondergegane dorpen Schermer en West Mijzen.

 

Tuitjenhorn, bij Warmenhuizen, 128 Tutinghehorne, 1289 Tutinchorne; haven met een uitvaart, omdat er lang geleden een begraafplaats was, onwaarschijnlijk, eerder een haven die er te buiten lag en naar Schagen voerde.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uithoorn, bij Mijdrecht, 1292 Uthornen; buitenwaarts gelegen haven. In het gemeentewapen staat een mannetje die tevoorschijn komt uit een waldhoorn.

 

 

Graft of Greft, er werden grachten gegraven, Gracht, van graft of delven, in Beverwijk noemt men een delf een sloot, in Zeeland noemt men een sloot dulf.

 

Assendelft, bij Zaanstad, 11de eeuw Asmedelf, 1342 Assendelf; sloot van Askmanna of Noormannen of vanuit het erbij gelegen Assum begonnen. Ze worden spottend kiplanders, gortlanders en Spanjaarden genoemd. De eerste twee naar de veel uitgeoefende bedrijven, hoenderteelt en grutterij. De derde mogelijk omdat Gerrit, Heer van Assendelft, bij het Spaanse hof hoog aangeschreven stond en op zijn voorspraak de Spaanse troepen bij hun plundertochten Assendelft verschoonden, ook was het een steunpunt van de Spanjaarden tijdens het beleg van Haarlem.

 

 

 

                                                                                                                                                             

 

 

Delft, eerder de Delf; sloot. De Nieuwe Kerk bevat het praalgraf van Willem I die in het Prinsenhof vermoord is op 10 juli 1584 en de vorstelijke grafkelders. Ook de graftombe van Hugo de Groot die daar in 1583 is geboren en vereerd met de naam van t Delftst orakel, op de Grote Markt staat van hem een standbeeld. De Oude of Sint Hippolytuskerk bevat de graven van Tromp, Piet Hein, Poot en Leeuwenhoek, die laatste die groot was in microscopische anatomie is in Delft in 1624 geboren. Ook prins Hendrik is daar in 1584 geboren. De spotnaam is kalfschieters naar het verhaal dat eens een paar wachten bij nacht een schot losten en zo ze meenden op een Spanjaard, in het licht van de dag bleek het dat ze een kalf hadden geschoten.

Bij Delft, aan de weg naar Rotterdam tegenover de plek waar eens een Premonstranter klooster heeft gestaan die het Koningsveld of Koningskamp heette staat het huis van de Hammen die twee stenen hammen in zijn voorgevel draagt naar de overlevering dat het in de Spaanse tijd tegen die prijs is verkocht of omdat uit de opbrengst van die twee hammen de aankoop van dat huis te bestrijden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Delfshaven, bij Rotterdam, eind 14de eeuw Delfschehave; een sloot om de stad Delft te laten concurreren met Rotterdam om zo gemakkelijker bier naar het zuiden te verkopen. Het is de geboorteplaats van Piet Hein in 1577, overwinnaar van de zilvervloot ter waarde van 12 miljoen en gesneuveld in de slag tegen de Duinkerkers op 20 juni 1629. Daarom is er voor hem een standbeeld opgericht op 17 oktober 1870.

 

Graft, bij de Rijp, eerder Greft, 1420 graft; gracht of sloot.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sloot.

Akersloot, onder Alkmaar, eerder Ekkerslato, Akersloet; akker met sloot. Acker is in het Middelnederlands een akker, maar ook een landmaat, vooral in de noordelijke gewesten. In Vollenhove, Kuinder en IJsselham was 1 akker 28 voet (30cm) breed en in Drenthe 24 voet. In een verstoeling van het Lange Loopveld onder Amstelveen van 20 december 1486: ende deze negen hoven ende vier halve hoven hebben zevenhondert ende anderhalve ackeren. Uit de mededeling daar dat elke acker een roede in het Lange Loopveld te onderhouden had zou men kunnen afleiden dat alle akkers even groot, dus van een bepaalde maat waren.

Heeft echter drie eikels in zijn wapen als verwijzing naar aker, aecker of eikel. Zie Akerbaan, Akerbuurt, Akerpolder en Akerendam en lang geleden was er te Amsterdam op een gevelsteen, hoek Damrak en Kapelsteeg een eikel te zien met het onderschrift; D aker. Zie ook de naam aardaker voor Lathyrus tuberosus. Ook zou het sloot af kunnen stammen van een vorm van lo; hoogte, het ligt op een zandrug.

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit van Lennep.

Buiksloot, bij Amsterdam, 1575, Bukesloot; sloot van Buke. Er is door alle tijden heen een druk verkeer geweest van Amsterdam naar Buiksloot en omgekeerd,. Het spreekwoord; Sta vast in de Buiksloter betekent een veerschuit die tussen beide plaatsen voer en stotend en schokkend in de vaart en bij het landen was. Veel bezocht was de uitspanning Het Tolhuis. Er was ook veel denkbeeldig verkeer en zeker net zo druk. Immers onder Buiksloot ligt de Volewijk, samentrekking van Vogelwijk, en zo gauw er een kleintje bijkwam heette het steeds dat men naar Volewijk was gegaan om een kindje te halen. In de Volewijk stond tot 1795 de Amsterdamse galg, werd dan ook Galgeveld genoemd en zeker doelt het spreekwoord hierop; Aan de Volewijk tot bokking drogen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sloten, bij Amsterdam, eerder Sloton, Sloten; aan het veenwater de Slote; sloot. Het komt al voor in het midden van de 11de eeuw. Karel V verleende ondersteuning bij de bouw van een kerk uit de opbrengst van het Slotermeer, dat zie je in het volgende gedicht;

de Keizer doet de kerk hermaken,

Uit de uitkomst van het Slotermeer.

Zo steigert men na s Hemels daken

De deugd verstrekt ons tot een leer. (ladder) De gemeente Sloten bestaat uit Sloten, Sloterdijk, Osdorp en Vrije Geer heeft een gevierendeeld wapenschild waarvan elk kwartier doelt op een der vier delen, de ster in het eerste kwartier is van Sloterdijk, de drie hangsloten in het tweede zijn van Sloten, de geer in het derde is van Vrije Geer en de os in het vierde is van Osdorp. Of die hangsloten hier passen is twijfelachtig, ook Osdorp heette daarvoor Oostdorp.

Onder Sloten heeft gestaan Het Huis de Vraag, eerder een buitengoed en later begraafplaats en alleen de twee stenen zuilen die er nog staan van het voormalige hek dragen de naam van Het Huys de Vraag. Dat zou komen dat toen Amsterdam nog aan Spaanse zijde stond en de Geuzen een aanslag op de stad in zin hadden, toen was een van hen als spion vooruit gezonden en vroeg daar ter plaatse op zo n wijze naar de weg dat het achterdocht wekte zodat het plan verijdeld werd.

Sloterdijk, bij Amsterdam, 1575 Slooterdyck, dijk bij of van Sloten.

 

Zijpe, bij Schagen, van Middelnederlands sipen, tot sijpelen; klein slootje, de Sipe.

 

Ellewoutsdijk, bij Borsele, 1216 Elewoldesdike; dijk of aangedijkt land van Ellewold.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Waterloop.

Eelde, bij Assen, eerder Elde, 1250 Elethe, 1263 Elende; van het water Ee en lede; waterloop, of van eel; zwelling, bult, of mogelijk van ele; eland die er toen waren. In een oorkonde uit de tiende en elfde eeuw wordt gewag gemaakt van elanden in Drenthe; bestias que teutonice ele et schelo apellantur. Het was in de middeleeuwen de woonplaats van de Schulten van Drenthe. In1541 is er geboren Menso Alting wiens raad Willem Lodewijk van Nassau, stadhouder van Drenthe, gebruikte bij de hervorming van die streek. In 1891 werd er op het landgoed een asiel voor drankzuchtigen geopend.

 

Hindeloopen, een Friese stad, eerder in 822 Hitinkufe, Hintinlvose; lager gedeelte in een haag waar herten overheen kunnen springen. Daar zouden de Noormannen in 779 al een aanval op gedaan hebben en zou een lustplaats van de Friese koningen zijn geweest. Het gemeentewapen is van zilver met een lopende hinde van eel, gegrond van sinopel, die lopende hinde komt ook in het kerkzegel voor. Dat zie je ook boven het opschrift van de steen die boven de ingang van de kerk ligt;

Des Heeren Woort

Met aandacht hoort;

Komt daartoe met hopen

Als hinden loopen.

Ze worden tjeunken genoemd, een soort strandvogel, soort grutto, ook Hielper-uulen, Hindeloper uilen.

 

 

 

 

 

 

Uit Lennep.

 

 

Uit Lennep.

Leiden, 1143 Leithen, later de Ledene, lede; waterloop, beter van Leiderdorp nadat Leiden deze plaats overvleugeld heeft.

De naam zou komen uit het Lugdunum Batavorum van de Romeinen en is dan gebouwd door de Romeinen. Ptolomaeus en het reisboek van Antonius maken gewag van Leiden. In de kerkelijke registers wordt gewag gemaakt van het eerste, tweede en derde Leithis. Welke van de drie ons Leiden is geweest en waar de Latijnse naam Lugdunum vandaan is gekomen zijn verschillende meningen. Het kan van het Latijnse woord Lucus; bos, wat van Tacitus sacrum nemus genoemd wordt dat er gestaan zou hebben. Of van inlandse naam Dune; hoogte, hoogte van de burcht of omliggende duinen, en van lugh wat een wachttoren zou zijn, alles onzeker. Sommigen zeggen van lugum dat vanouds een have zou beteken, en van duinen, of van Lucdunum; duinen van geluk. Adrianus Junius houdt het op Leegduinen of Lage duinen. Of van Luikduinen van het luiken of sluiten der duinen omdat Leiden het recht had van de Rijnstroom die voorbij de stad tot in de duinen liep te sluiten om de tol der in en uitvarende te ontvangen. Daarom heeft Leiden twee sleutels in het wapen. Plutarchus zegt dat Lugus in de oude taal der Kelten een raaf betekent en voegt erbij dat gedurende de grondlegging van deze stad raven gezien waren. Meeste zijn van mening van duin wat zo duidelijk in Lugdunum gehoord wordt. Dan moeten hier wel duinen geweest zijn in de Romeinse tijd wat onzeker is. Lyon in Frankrijk heette ook Lugdunum omdat het op een heuvel ligt. Anderen halen dit dunum uit Dounos wat volgens Athenaeus op zijn oud Keltisch een heer zou betekenen. Waarschijnlijk is naar de naamgeving Lugdunem het oude Katwijk wat wel bij de duinen ligt, tweede Leithis is dan Ledierdorp en derde Leiden.

Beroemd werd Leiden door de belegering van de Spanjaarden in 1574 en het ontzet op 3 oktober. Ook door de hoge school die op 8 februari 1575 geopend werd

Een huis op Rapenburg en een pilaar in de Pieterskers vertonen het wapen van Willem Cornelisz Speelman, later van Duyvenbode, genoemd omdat hij zijn duiven niet opat maar als postbode liet dienst doen. Een steen op de Vlietbrug geeft te lezen;

Men was in groot verdriet,

Want eten was er niet

En t volk van honger schreyden.

Tot laatst God nederziet

En zond door deze Vliet

Brood, spijs en drank in Leyden. Verder is Leiden ook bekend vanwege het kruitschip die ontplofte op 12 januari 1807. Aan de buitenmuur van de Pieterskerk vermeldt een bronzen plaat dat op 24 juli 1891 door een daartoe uit Amerika overgekomen commissie onthuld is dat daar begraven is John Robinson die vanwege het geloof als non conformist uit Engeland naar Holland was gekomen en zich te Leiden vestigde waar hij een menigte van geestverwanten om zich heen verzamelde. Onder hen rijpte het plan om in Amerika een eigen kolonie te stichten wat Robinsons volkomen instemming had maar hij bleef vanwege zijn hoge leeftijd, 90 jaar, in Leiden achter toen in 1620 het schip de Mayflower de pelgrimvaders naar het nieuwe vaderland bracht. Hij overleed in 1625. Een gevelsteen tegenover de Pieterskerk wijst de plaats aan waar hij gewoond heeft. Leiden heeft een standbeeld van Herman Boerhaave. Te Leiden is geboren graaf Willem II in 1228 en zijn zoon Floris VI in 1256. Ook het beruchte hoofd van de Wederdopers Jan Beukelsz of Jan van leiden, 1510, die te Munster enige maanden als koning van Sion regeerde, onttroond werd, gevangen genomen, ter bespotting rondgeleid en eindelijk ter dood gebracht op 22 januari 1536, een geschiedenis waaruit zich de spreekwijze verklaart dat dit of dat afloopt met een Jantje van Leiden. Ook Rembrandt van Rijn is er geboren in 1607, Jan Steen in 1626, Gabriel Metzu in 1630. De spotnaam peujeraars ziet op het door de Leidenaars veel beoefende paling vangen. Heten ook blauwmutsen uit de tijd dat er nog wevers waren die elk werkten op hun eigen getouw in hun eigen huisje en doorgaans met een blauwe slaapmuts gedekt waren, honden doders naar de hongersnood tijdens het beleg.

 

Loosduinen, bij Den Haag, eerder Losdun, Loosdunen, 1249 Losdunis; duinen met waterloop of van loos; leeg of verlaten. Met een gemeentewapen dat drie duinen laat zien. Hier zijn naar de legende de 365 kinderen gedoopt die in een dracht Margaretha, gravin van Henneberg had gebaard. In de kerkkamer worden nog twee oude groene bekkens bewaard met ene houten bord dat tot opschrift heeft; In deze twee bekkens zijn alle deze kinderen gedoopt. Het grafschrift dat in de 16de eeuw nog leesbaar was op de zerk van de gravin in de kerk vermeldde zeer nauwkeurig jaar, dag en uur van de kinderen dood;

Doe si wten werelt bleve,

Ment jaar duysent 200 en 76 screve,

Opten goeden fridach ten negehen uren,

Haar siel mach in eeuwigheyt duren.

Nabij Loosduinen ligt het buitengoed Ockenburg waar gewoond en overleden is de dichter Jacob Westerbaen. Hij was eigenaar van geworden door zijn huwelijk met Anna Weytsen, vrouw van Brandwijk en Gijbeland, weduwe van Oldebarnevelds zoon Reinier, heer van Groenenveld die vanwege zijn aanslag tegen Maurits onthoofd werd.

 

Oudegein, onder Utrecht, 1217 Aldengeyne; oude waterloop de Gein, vergelijk Nieuwengein. Geyn, was een dorp waar de bisschoppen van Utrecht een huis, met bolwerken versterkt, hadden staan. Het staat in de oude jaarboeken en gedenkschriften als een stad vermeld. Dideryk VII, graaf van Holland, heft in 1201 zijn hoofd hiervoor gestoten. Floris de IV die met leger de Lek kwam opvaren heeft het in 1224 veroverd en verbrand. In 1292 is het weer opgebouwd. In het doodsboek van Oudmunster staat op 27 januari een Wilhelmus de Antiquo geno, Willem van Oudegein.

Bij Ant. Matthaeus in zijn boek de Nobilitate zal men een hele lijst van Oudegeynen en van Geynen vinden.

 

 Schipluiden, bij Delft, eerder Scipliede, 1281 Sciplede; de waternaam Schiplede wat is samengesteld uit schip en lede; gegraven waterloop. Het had vroeger een kasteel, het slot Kenenburg, dat in 1798 is afgebroken. Het gemeentewapen heeft een schip maar geen luiden er in, het kerkzegel wel. De eerste standplaats van Antonius Hambroek die op het eiland Formosa door Chinese zeerovers gevangen genomen werd en opdracht kreeg om de door de Hollanders bezette sterkte Zeelandia op te eisen en als hij niet slaagde wachtte hem de marteldood. Dat gebeurde dan ook want hij maande de bevelhebber van Zeelandia aan tot dappere weerstand.

 

Zoelen, bij Tiel, 1139 Sovlen, begin 13de eeuw Sulen; waterloop Zoele, dat werd al in 788 als Solina vermeld. Mogelijk betekent het modderige stroom. Het kreeg evenals Zoelmond zijn naam van een al lang verdwenen rivier de Zoel. Heeft ook een oud adellijk huis, t kasteel van Zoelen. Een ander kasteel dat er gestaan heeft op de Essenterp heette Aldenhage. Veel heeft Zoelen in 1578 en 1579 van de Spanjaarden te lijden gehad. Het is eens door Valdez, de belegeraar van Leiden, verbrand.

 

 

Grave.

Zo komen ook vele plaatsen voor met graven, de voorman van de gravers was een graaf, nog steeds in dijkgraaf.

 

Bleskensgraaf, ook wel Bloskijns graaf genoemd, 1255 Gravelant, 1331 Blaskens Graveland; naar het water Grave of Graafstroom, gegraven onder een dijkgraaf. In de 13de eeuw veriwerf Willem Blassekyn de rechten en bezittingen in dit gebied dat dan naar hem genoemd werd.

 

Bodegraven, bij Woerden, Bodegrave; sloot van Bode, vanouds Bagauda; rover genoemd, een smadelijke naam, mogelijk naar het roven van Diderik Bavo die steeds in het gebied van Diderik V te roven en te branden. Ouder Bodeloo, dus een eikenbos in de omgeving. Het werd in 1672 door de Fransen verwoest en geplunderd. In 31 mei 1870 woedde er een brand die het plaatsje vrijwel in de as legde.

 

Grave, onder Wijchen, 1304 Gravia; gegraven waterloop. Het werd als vesting zeer belangrijk geacht en is dan ook door verschillende partijen in en terug genomen, in 1586 door Parma, 1602 door Maurits, 1672 door Turenne, 1674 door Raubenhaupt en Willen III.

 

Watergraafsmeer, bij Amsterdam, ook Diemermeer, 1340 Watergravemere; gegraven gracht. Er waren vroeger verschillende buitenplaatsen als Frankendaal en Roosenburgh.

 

Burchten. Burgus; een burcht, meestal een stadje.

Graven werden machtiger en bouwden burgten waarin mensen woonden die burgers heette.

 

Aalburg, bij Genderen, eerder Alburch, is waarschijnlijk door de Denen zo genoemd naar een vermaarde plaats in de Noordelijke landen, Aalburg; oude burcht. Of van de familie van Aalberg die gesproten was uit de Heusdens wat het wapen waar een rad op staat schijnt uit te wijzen. De eerste, Uffardus van Aelburgh staat vermeld in 1028, de tweede, Eppo van Aelburch in 1031. Er is een oude overlevering dat de kerk van het dorp gebouwd zou zijn door St. Willibrordus en dat hij daar het geloof verkondigd zou hebben.

 

Aardenburg, bij Sluis, oudere naam Rodanburch, Rodenburgh, 1089 Redenburg; burcht aan de waternaam Rodana. Is beroemd vanwege de belegering in 1672 en de dappere burgers de aanval van het Franse leger weerstond zodat die het beter vond af te marcheren. De ziel van die verdediging was de dappere vaandrig Elias Beekman. De uitdrukking hij is naar Aardenburg is een van de velen die aanduiden dat iemand dood is.

 

Den Burg op Texel, eerder Westerburghem, 1396 Borch; burcht, naar de ronde vesting die hier heeft gestaan. Men wijst er een kelder aan waarin Anna van Holland gevangen zou hebben gezeten na de overgave van den Burg in 1203, maar dat is niet zeker.

 

Culenborg, Culemborch, 1281 Kulenburg, in 1271 kocht Hubert van Beusichem of Rudolf van Bozichem een hoeve van de proost van Oud Munster te Utrecht en daarop bouwde hij een burcht bij een diepe kuil. Kuilenburg, Kuylenburg, ligt in een kuil, anderen zeggen dat het komt van de beruchte held Civilis dat uitgesproken werd als Kivilis. Echter onwaarschijnlijk omdat Kuilenburcht gebouwd zou zijn door Bozichem die in 1164 of 1174 overleden is. Dat kasteel heeft in 1672 en 1673 zwaar te lijden gehad van de Fransen en is later gesloopt.

Het is in 1441 door Arent, hertog van Gelderland te leen gegeven aan Gerrit van Kuylenburg. Eerst was ze echter aan Reynout door Hubert, de heer van Kuylenburg verkocht voor 100 ponden Hollands geld. Dat is te Nijmegen gedaan op Vrouwe Lichtmis in 1280. Van 1639 tot 1714 behoorde het aan het geslacht Waldeck, dat van koningin Wilhelmina. Het was eerder een vrijplaats net zoals Vianen, ging je failliet, misdaad of wat anders dan was het gezegde; Kuilenburg is je voorland. Beide plaatsen zie je in het spreekwoord: Dat gaat naar Kuilenburg of Vianen om er ongeluk te helen. Die licht is in het borgen moet voor Vianen zorgen. Niet gemakkelijk voor iemand borg staan, valt die om val je mee.

 

Doesburg, bij Dieren, 1025 Dusburg, 1277 Doesborg; een burcht met ruig struikgewas. Men beweert dat de Romeinse veldheer Drusus de stichter van deze plaats is die dan Drusiburgum zou heten; burcht van Drusus. De hoge Martinikerk wordt lange Jan genoemd had al in 1783 een bliksemafleider. Hier is geboren in 1735 Jan Hendrik van Kinsbergen die later beroemd werd als vlootvoogd. Hij loofde in 1815 een eermetaal uit aan de vervaardiger van het beste volkslied. De prijs werd toegekend aan Tollens wiens zang door Johann Wilhelm Wilms op muziek werd gebracht, dat was het lied Wien Neerlandsch bloed. Vlakbij Doesburg ligt het dorp Angerlo met het fraaie landgoed Bingerden.

 

Domburg, bij Middelburg, 1181 Dumburgh, 1271 Domborch; burcht met half in de bodem verzonken versterking, of van burcht in de duin. Het had een kerk die in 1848 afbrandde door een onweer. Het had in de kerk 27 ruwe stenen beelden van goden en godinnen en de merkwaardigste was die van de godin Nehalennia. De 7 minst beschadigde werden weer in de herbouwde kerk geplaatst en in 1866 naar het museum van Zeeuwse Genootschap der Wetenschappen overgebracht.

 

Doornenburg, bij Nijmegen, eerder Dorenburgh of Donenburg en Doronburc, 1163 Thorenburg; burcht van Doro met een oud slot van die naam in het begin van de Linge. Het was een heerlijkheid van de Aemstels. Tussen het sloot en de kerk staat, stond een van de oudste eiken van ons land. Graaf van Gelderland heeft in 1255 een gedeelte van de tienden geschonken aan het klooster s Gravendaale.

 

Doornik, Doirnik, bij Bemmel, eind 11de eeuw apud Tornacum, genoemd naar het Belgische Doornik/ Tournai; fort op hoogte.

 

Elburg, 1255 Elburg; el; hoger gelegen grond of van berg met laagte, onduidelijk. Dat mogelijk omdat het lang met overstromingen te kampen heeft gehad zodat na de tweede Marcellus vloed in 1362 het besluit werd genomen om het te verplaatsen, later werd pas de kerk er in gebouwd op een hoek die nog vrij was, dus niet in het centrum. Ze heten naar het baksel waarin ze hun eer stelden pepernoten.

 

s Graveland, bij Hilversum, 1245 Gravelant; land van de graaf. Daaronder liggen de buitengoederen Schaepenburgh, Gooilust, Spanderswouw, Hilverbeek, Swaenenburgh, Trompenburg etc. Die laatste is het huis gebouwd in de vorm van het achterste gedeelte van een oorlogsschip door admiraal Cornelis Tromp die in 1691 overleden is.

 

 s Gravenhage, ook Den Haag, 1242 Haga, 1630 s Gravenhage; omheind gebied van de graaf, hier de graaf van Holland. Eigenlijk is het in de vanouds gangbare zin geen stad omdat het nooit muren of poorten heeft gehad. Het was wel een jachthuis van een van de Hollandse graven. Bekend om zijn regeringsgebouwen, paleizen, het Mauristhuis uit 1640 gesticht door Johan Maurits, graaf van Nassau, zijn bos en daarin het eigenlijk onder Wassenaar behorende Huis ter Bosch of de Oranjezaal gebouwd door Frederik Hendrik voor zijn gemalin Amalia van Solms. In dat paleis is koning Willem I geboren en in 1899 was het de vergaderplaats van de Internationale vredesconferentie. Er zijn twee standbeelden van prins Willem I, een van koning Willem II. Op 4 november 1897 is een borstbeeld onthuld aan de Scheveningseweg van Constantijn Huygens. Een deel van haar aantrekkelijkheid ontleent de stad aan Scheveningen. Op de weg daarheen ligt Zorgvliet, de buitenplaats waar Jacob Cats gewoond en overleden is in 1660. In de Kloosterkerk is een gedenksteen van Jacob Cats aangebracht in 1853 aan een pilaar boven zijn graf waarin in 1660 zijn stoffelijk overschot werd geborgen naast zijn gade Elisabeth van Valkenburg . Ook woonde daar Anna Paulowna, de weduwe van koning Willem II. In de grote of Sint Jacobskerk is onder ander een praalgraf van Jacob, baron van Wassenaar, die met zijn admiraalschip de Eendracht in de slag tegen de Engelsen op 13 juni 1665 met schip en al de lucht in vloog. Bekers en schotels voor het Avondmaal en ook de doopvont zijn van goud wat aan de kerk geschonken is door een douairire de Bertry in 1773. Constantijn en Christiaan Huygens zijn er geboren, Bilderdijks vrouw Katharina Wilhelmina Schweickhardt en vele anderen meer.

In verband met de ooievaar in het gemeentewapen en die ook in het kerkzegel staat heten de inwoners ooievaars en worden ook naar de deftige wijsgerige houding en bezigheid van die ooievaars waterkijkers genoemd. Een niet zo hoffelijk spreekwoord zegt; Kaal en royaal, Haagse mode. Bekend van de Haagse mopjes en beschuitjes.

 

Hagestein, Hagestyn, bij Vianen, 1241 Gaspward, Gasparde of Gasparein, Gasbaer genoemd, 1274 Hagesteine; kasteel in omhaagd gebied. Otto XVI, heer van Arkel heeft het in 1360 met wallen en grachten omringd en bouwde daar een sterk kasteel met de naam Hagesteyn wat later ook de naam van het stadje werd.

 

s Hertogenbosch, eerder Busloth in 1184, 1222 de Orthen cum Buscho, 1251 Buscho dulcis, 1312 s Hertoghenbosche, bus of busch; bos, is door Godefridus of Godfried III, hertog van Brabant tot stad gemaakt en Hertogenbosch genoemd. Die Godfried wordt ook wel Godfried in de wieg genoemd omdat ze hem in de veldslag in de Grimbergse oorlog in zijn wieg aan de boom hingen om door die aanblik de moed en geestdrift van de hunne aan te wakkeren. Later had Godfried daar een jachtslot en wordt