Zamia, soorten.

Zamia is afgeleid van Latijns zamia: verlies, vanwege het onvruchtbaar voorkomen van de bloemen. Of van zamia: los of beschadigd, naar de ruige verschijning van de vrouwelijke bloemen. Of van azaniae; dennenkegel. Een naam die door Plinius gebruikt is en getransporteerd werd naar dit geslacht vanwege de kegelachtige vruchten.

 

Ongeveer 50 soorten komen voor in tropisch en subtropische regenbossen van Z. Amerika, 1 in N. Amerika, Jamaica sago tree.

Naverwant is dit geslacht aan Dioon en met Encephalartos en Macrozamia heeft het veel overeenkomst doch groeit het langzaamst.

Meerjarige tropische en subtropische bladverliezende of bladhoudende planten die op palmen lijken en in sommige opzichten op varens, meestal met een lage stam die meestal boven of gelijk de grond staat.

Een paar bladeren komen er die zich achter elkaar ontwikkelen en geveerd zijn, ze staan spiraalvormig, geveerd, jong wat behaard met doorzichtige en gekleurde haren, bijblaadjes zonder middenrib en zijn breed, bladstengels hebben vaak stekels, soms rood of bronsachtig, Zamia roesli. Zamia picta heeft witgele spikkels op de blalderen. De kegels zijn vrij klein voor deze familie. Sporophylls komen in verticale rijen in de kegels. Vlezige zaden zijn rood, oranje, geel en zelden wit.

Cycadaceae,

 

Uit; http://plantnet.rbgsyd.nsw.gov.au/cgi-bin/cycadpg?taxname=Zamia+furfuracea

 

=Zamia furfuracea L. (melig of schurftachtig) korte stam van1.3m hoog en 20cm breed en meestal met littekens van oude bladeren, diameter met blad is 2m..

Bladeren stalen uit vanuit het centrum en elk blad is 50-150cm lang met een steel van 15-30cm en 6 paren van extreem stijve, harige groene deelblaadjes, die zijn 8020cm lang en 3-5cm breed.

Roestig bruine kegel komt uit het centrum van de vrouwelijke plant.

Uit oost Mexico.

Cardboard palm, Jamaican sago.

 

Uit Curtis botanical magazine.

 =Zamia pumila L. (zeer klein) (Zamia floridana, DC. (bloeiend) is de coontie of comptie, arrowroot.

De veelal lage stam draagt een beperkt aantal geveerde glanzende altijdgroene bladeren die achtereenvolgens opgroeien en niet opvallen door grootte, 90cm lang. De bijblaadjes zijn 10cm lang en 1.8cm breed.

Tweehuizig.

Een kleine palmachtige meerjarige die tot een meter hoog wordt. Vormt vele uitlopers die langzaam tot bosjes groeien van 1.5m breed.

Uit Cuba en omliggende eilanden.

Dominican zamia.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit Curtis botanical magazine.

Bij Zamia pygmaea Sims (klein als een pygmee) uit Tropisch Amerika, Cuba

De 3-10delige donkergroene bladeren zijn slechts 20cm lang.

Een kleine vorm die veel vertakt is. 

Spaans yuquilla de ratón; kleine muis manioc, (als Manihot esculenta)

 

Zie verder: volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/ en: volkoomen.nl